Home Blog Pagina 583

Bij VVR wordt er geïnvesteerd in de jeugd

Een mooie lichting jeugd afleveren aan het eerste elftal, dat gaat niet zomaar. Als ze daar ergens van doordrongen zijn, is het wel bij huidige derdeklasser VVR in Rijsbergen. En dus zijn ze achter de schermen druk bezig om dat voor elkaar te krijgen. “Er komt echt een mooie lichting aan!”

Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

Was getekend, Ronald Klapwijk. En als jeugdcoördinator, kan hij het weten. Met drie kinderen actief als jeugdspeler bij VVR, is hij aardig op de hoogte. “Vanwege hen ben ik er eigenlijk weer ingerold. Eerst als leider en vervolgens word je erin meegezogen als trainer. In 2017 ben ik benaderd door Richard Dekkers, om zijn stokje als coördinator van de jongste jeugd over te nemen.” Dat doet hij uiteraard niet alleen. Wilfred van Gils begon in februari 2015 met de afdeling voor mini’s. “Zodat kinderen vanaf hun vierde konden beginnen met voetballen. Dat kon eerst niet, dan heb je als vereniging toch een achterstand.” Naast Klapwijk bestaat het coördinerend viertal uit Ronald Canjels, Patrick van der Kloot en Lars Wouters.

Duidelijke visie
En die samenwerking werpt zijn vruchten af, weet Klapwijk. “Sinds we hiermee zijn begonnen, hebben we zo’n 140 voetballertjes weten te binden. Die spelen nu in de JO7 tot en met de JO13.” Maar dat gaat niet vanzelf, vertelt het lid van de jeugdcommissie. “We bieden trainingen aan, vanuit een handboek, zodat we allemaal zoveel mogelijk op één lijn zitten.” Hoe gaat dat in zijn werk? “De mini’s, tegenwoordig JO7, doen een circuitje. Onder leiding van tien ouders, die om toerbeurt voor de groep staan. Dit doen we één keer in de week.” Bij de JO8 en JO9 wordt ook nog steeds één keer in de week gemengd getraind in circuitvorm. “Zodat je geen ‘kliekjes’ krijgt, op woensdag staat de teamtraining op het programma.” De JO10 en JO11 trainen tweemaal per week met het eigen team en sluiten geregeld af met een partijtje tegen de andere ploeg. De coördinatoren prijzen zich vooral gelukkig met het grote aantal vrijwilligers. “De ouders zijn ontzettend enthousiast!” Al is dat mede een gevolg van hun manier van werken. “De trainingsvormen die we aanbieden, lenen zich ook perfect voor niet-trainers, op die manier kan eigenlijk iedereen ze geven.” Een duidelijke visie. “Door kinderen al vanaf het jaar dat ze vijf worden te laten voetballen, is de basis heel breed en heb je veel aanwas. De manier van trainen zorgt voor het binden van ouders.” Vooral de ondersteuning is daarbij van belang, denkt Klapwijk. “We gaan dit jaar een KNVB-cursus aanbieden, in de hoop dat die ouders dan langer aan de club verbonden blijven. We schrijven trainingen uit, die nemen ze over, dat zie je terug.”

Mooie club mensen
En dan is er nog het zogeheten ‘train de trainer-concept’. “Iemand met een voetbalachtergrond kan trainingen begeleiden, zodat niet-voetballers daar iets van kunnen leren.” Ondertussen is het tijd voor de volgende stap. “Het voetbal naar een hoger niveau krijgen. Plezier staat voorop, maar de echte voetballers komen altijd bovendrijven. We roepen al een tijdje keihard dat er een mooie lichting aan zit te komen.” Dat is nodig ook, want het eerste en tweede hebben het lastig. “Hopelijk zijn we dan over een jaar of tien een gevestigde derdeklasser.” Aan de inzet van de jeugdcommissie zal het in ieder geval niet liggen. “Het is een mooie club mensen, iedereen steekt er ongelooflijk veel tijd in, maar met liefde.” En dus overheerst de trots bij Klapwijk. “Er zit groei in, we proberen de jeugd te binden en op die manier de jeugdafdeling draaiende te houden.” Ook tijdens de coronaperiode. “Toen zijn we gewoon lekker doorgegaan, met de ‘Champions League’ bijvoorbeeld.” Het bestaansrecht, op een mooi sportpark, is daarmee bewezen. Maar de vrijwilliger heeft nog één verbeterpuntje. “Een kunstgrasveld zou ons ontzettend helpen, dat geeft zoveel meer mogelijkheden.” In een feestjaar, VVR bestaat 90 jaar, zou dat een mooi cadeau zijn. Uiteraard speelt de jeugd ook in de feestweek een prominente rol. “Touzani komt langs, dan spelen we drie tegen drie. Bij de voorrondes waren de ‘kids’ al tot op het bot gemotiveerd!”

Klik op VVR voor het laatste artikel van de club.

Voor Van Hoof bevalt het weer bij SVC

Even gestopt, gaan wonen in Amsterdam, gevoetbald bij Virtus en weer terug bij SVC. Heel logisch klinkt zijn voetballoopbaan misschien niet, maar voor Tom van Hoof is het de normaalste zaak van de wereld. Inmiddels is de linksback weer terug in Standdaarbuiten en dat bevalt uitstekend. “Ik kwam hier altijd al graag, het is echt een gezellig dorp.”

Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

Het klinkt allemaal vrij ingewikkeld en dus doet Van Hoof een poging om de boel wat overzichtelijker te maken. “Op mijn vierde ben ik begonnen bij SVC, maar van de D’tjes tot de A’tjes heb ik bij Virtus gespeeld.” Mede door zijn studie in Amsterdam kwam het daar nooit tot een doorbraak in het eerste. “Ik kon weinig trainen en kreeg daardoor niet echt de kans.” Via vrienden kwam de 28-jarige inwoner van Breda weer terecht in Standdaarbuiten, maar wel in het tweede. “Twee jaar lang ben ik ook nog gestopt, maar uiteindelijk begon het wel weer te kriebelen.”

Niemand verwacht
Inmiddels is Van Hoof alweer bezig aan zijn vierde ‘volledige’ seizoen bij het vlaggenschip van SVC en dat is niet voor niks. “Iedereen kent elkaar. In de kantine zijn we altijd met een vaste groep en je krijgt veel waardering.” En het belangrijkste: “Het is natuurlijk een stukje rijden, maar dat heb ik er graag voor over. Gezellig een biertje in het café, dat hoort er ook allemaal bij.” Iets dat hij de afgelopen maanden wel een beetje heeft gemist. “In je eentje hardlopen, dat is niks voor mij. Dus gelukkig mogen we weer voetballen, dat teamgevoel mis je dan toch.” Een groep waarin Van Hoof één van de oudere spelers is. “We hebben veel begin twintigers, met mijn 28 hoor ik al bij de oudere jongens. Het is een hechte vriendengroep, die al een jaar of vijf samenspeelt. Vooral een voetballende ploeg, op fysiek leggen we het vaak af.” Maar gelukkig voor hem, en zijn teamgenoten, is dat laatste dit seizoen maar weinig het geval. Met een plek in de top van de vierde klasse doet SVC het meer dan verrassend goed. “Dit had niemand van ons verwacht. We zijn het hier eigenlijk gewend om tegen degradatie te spelen. Normaal als we twee keer winnen van Noordhoek en niet degraderen, is iedereen tevreden.” Maar die plek is allesbehalve onverdiend, vindt Van Hoof. “De eerste vijf moet dit seizoen zeker lukken, daarna moeten we verder bouwen en een stabiele vierdeklasser worden.”

Van waarde
Want hoe mooi ook, die derde klasse is voorlopig nog even te hoog gegrepen. “We zijn geen derdeklasser. Maarja, bij promotiewedstrijden gebeuren soms gekke dingen…” Toch heeft hij wel een verklaring voor de goede prestaties. “De puzzelstukjes vallen nu op de juiste plek, de groep is al lang samen en we hebben een beetje geluk. Maar we zijn ook wel echt beter geworden, wat constanter en de ondergrens ligt hoger.” Met een goede keeper en een solide verdediging, waar Van Hoof zelf ook deel van uitmaakt. “Tegenwoordig sta ik linksback. Daar had ik eerst nog nooit gespeeld, dus ik probeer het zo goed mogelijk in te vullen.” En dat bevalt goed. “We spelen 4-4-2, dus er ligt voor mij veel ruimte om op te komen.” Met zijn loopvermogen en verleden, zit dat wel goed. “Vroeger speelde ik een stuk aanvallender, dus dat kan ik wel. Verdedigend moet het nog wel een stukje beter soms.” De linkspoot blijft dan ook kritisch. “Aan het einde van het seizoen hoop ik wel wat meer assistjes op mijn naam te hebben en vaker op het scorebord te staan.” Maar niet alleen binnen de lijnen is Van Hoof van waarde, ook daarbuiten draagt hij zijn steentje bij. “Ik organiseer activiteiten op de club. Zoals een toernooi, een quiz of eens op zaterdagavond voetballen. Een beetje de kas spekken.” Die functie past hem uitstekend. “Van nature ben ik al iemand die graag dingen onderneemt, ik kan slecht stilzitten. En de club draag ik natuurlijk een warm hart toe!”

Klik op SVC voor het laatste artikel van de club.

Braspenning stopt na succesvolle samenwerking bij Wernhout

Oranjeleeuwinnen die blijven winnen, de groeiende populariteit van het meidenvoetbal en dochters die gek zijn van het spelletje. Heel vreemd was het dan ook niet, dat Frank Braspenning vroeg of laat betrokken zou raken bij Wernhout. Maar na zes jaar als coördinator, is het tijd voor een nieuw gezicht. “Andere ideeën, dat is alleen maar goed!”

Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

En dat klinkt voor de 52-jarige Braspenning best een beetje gek om te zeggen, want Wernhout is ‘echt zijn cluppie’. “Ik ben er begonnen op mijn achtste, speelde nog in het eerste en voetbal nu bij de veteranen. Alle teams heb ik wel zo’n beetje gehad.” In de jeugd als middenvelder, later achterin. “Bij de senioren gewoon, een simpele verdediger.”

Waardering
Maar zoals dat zo vaak gaat, rolde Braspenning al snel in het vrijwilligerswerk. “Eigenlijk ben ik altijd jeugdtrainer en leider geweest bij de jongens, tot mijn dochters op voetbal gingen. Toen ben ik dat daar gaan doen.” Een jaar of zes geleden kwam daar dus ook de rol van coördinator bij. “Er kwamen steeds meer meisjesteams, daar moesten we iets mee.” Die rol nam de inwoner van Wernhout met alle liefde op zich. “Het is geen grote vereniging, dus je kent iedereen. Maar door zo’n functie leer je ook weer nieuwe mensen kennen, het is een soort verbondenheid.” Braspenning weet dan ook als geen ander hoe belangrijk een voetbalclub is. “Voor het dorp ontzettend, dat zag je heel goed tijdens corona. We hebben er toen alles aan gedaan om toch dingen te blijven organiseren, vooral voor het sociale aspect, dat werd enorm gewaardeerd.” Die waardering voelt hij ook als coördinator van het meidenvoetbal. “Elftallen indelen, leiders en trainers zoeken, dat soort dingen. Dat laatste wordt wel steeds lastiger.” Mede daardoor begonnen ze vijf jaar geleden een samenwerking met Zundert. “Op die manier heb je veel meer meiden, dus kun je ze lekker met hun eigen leeftijd laten voetballen. Dat werkt.” Een goede zet dus. “We trainen bij allebei, dus dat is ook logistiek prima haalbaar. Het voetbalplezier is groot, dat zie je terug.”

imcoda

Gerust hart
Daarin speelde Braspenning dus een belangrijke rol, maar bescheiden als hij is neemt de vrijwilliger niet alle eer op zich. “Je doet nooit iets alleen, maar het is mooi dat zo’n samenwerking tussen Wernhout en Zundert door de inzet van enthousiaste mensen tot stand kan komen. Meidenvoetbal is nog altijd ontzettend populair, het kost tijd en energie, maar dat plezier krijg je terug.” En ondanks dat hij nog steeds geniet van de wedstrijden, is het na dit seizoen dus tijd om te stoppen. De coördinator legt zelf uit waarom. “Voor mijn gevoel is de houdbaarheidsdatum verstreken. Ik heb minder zin in het begeleiden en trainen van een elftal, het is tijd voor een nieuw gezicht en andere ideeën. Dat is volgens mij alleen maar goed.” Zijn vrijwilligerstaken levert Braspenning dan wel in, als voetballer zijn ze nog lang niet van hem af. “Dat blijf ik gewoon nog lekker doen. Ik zal er ook nog genoeg te vinden zijn, bij mijn dochters, maar ook voor de sociale contacten.” Want sporten is goed voor je en dus moet Wernhout vooral in blijven zetten op het meidenvoetbal, vindt hij. “Goede trainers en leiders vinden, dat is het grootste zorgenkindje. Het wordt ieder jaar een beetje moeilijker, dus begeleiding is een aandachtspuntje.” Daar maakt hij zich als vader dan ook nog een beetje zorgen om, maar toch laat Braspenning zijn taken met een gerust hart achter. “Ik heb er alle vertrouwen in dat ze het goed gaan doen!”

Klik op Wernhout voor het laatste artikel van de club.

Tiny Augustijn van Unitas’30: ‘Dat is iets bijzonders, een dorp apart’

Gooi er een kwartje in en de verhalenmachine gaat draaien. Dat is eigenlijk een beetje hoe het werkt als je Tiny Augustijn vraagt naar zijn tijd als lid van Unitas’30. Want na 75 jaar bij ‘de club van de Leur’ raakt hij maar niet uitgepraat. “Dat vergeet je van je leven niet meer hoor!”

Zijn gehoor gaat dan misschien een beetje achteruit, met zijn geheugen en boeiende manier van vertellen is nog niks mis. En dus begint Tiny (90) aan zijn verhaal, gelukkig bij het begin. “Toen ik vijftien jaar oud was, werd ik lid. Echt een goede voetballer was ik niet, dus al snel werd ik leider van het eerste.” Op het moment dat zijn vader met pensioen ging, nam hij de zaak thuis over, maar lid bleef hij altijd. “Mijn twee zonen gingen judoën, maar ik ging altijd naar de voetbal. Dat is wel wat anders hoor, kwamen ze met een blauwe nek thuis.”

Nooit meer weg
Het hoofdstuk als voetballer is dus kort, dat van vrijwilliger daardoor juist ontzettend lang. “We hebben ooit eens het oude veld volledig omgespit, ingezaaid en gedraineerd. Nou, toen hadden we een prachtig veld hoor.” Maar ook bij de bouw van het clubhuis was Tiny nadrukkelijk betrokken. “In ’54 kregen we toch ineens subsidie, 2000 gulden. Oude huizen werden afgebroken en dat hout mochten we gebruiken. Toen hebben we veel spijkers moeten trekken, nachten door. Maar we hebben er wel een mooi clubhuis van kunnen bouwen.” Sterker nog. “Ook douches! We waren de eerste club met warm water.”

Maar ook een aantal wedstrijden staan Tiny nog helder voor de geest. “We speelden voor promotie tegen Vosmeer en stonden met 1-0 achter, toen kwam een ‘oud-buurmanneke’ van mij erin. Die had bronchitis, begon na vijftien minuten te piepen, maar maakte er wel twee. Alleen daarna brak hij zijn been…” Na al die jaren, is het nooit gaan vervelen. “Het voelt als thuis. Als je eenmaal op ‘de Leur’ bent, kom je er nooit meer weg.”

Tijd voor de volgende anekdote. Over die uitwedstrijd naar Hulst. “We stonden te wachten, gingen met de bus, maar de trainer was te laat. Toen zijn we alvast vetrokken, heb ik die jongens nog een mentale preek gegeven en bij rust stonden we 0-3 voor.” Appeltje eitje, zou je zeggen. “De trainer kwam met zijn eigen auto, nam het in de tweede helft over, werd het nog bijna 3-3. Dat was toch mijn verdienste, haha!”

Met het hart
Een mooie tijd dus, maar als voetballer wilde het nooit zo lukken. “Toen Unitas 40 jaar bestond, heb ik als bestuurslid voorgesteld om een team van voor en na de oorlog tegen elkaar te laten spelen. Ik ging keepen.” En dat hebben ze geweten. “Als ik in de hoek lag, waren ze alweer aan het aftrappen. Zo traag was ik. De zool van mijn schoen vloog er al bij de eerste keer uittrappen vanaf, die dingen waren ontzettend oud.” Ook zijn kinderen waren niet echt onder de indruk, vertelt Tiny. “Die zeiden: Ons vader kan beter vertellen dan voetballen. Ik vond het ontzettend leuk, maar kon het gewoon niet.” Maar dat geeft niks, vindt hij. “Als je het met je hart doet, heb je toch ook plezier?”

En dat is ook de club niet ontgaan. “De oorkonde van 40 jaar Unitas hangt boven mijn bed, ik ben gewoon een echte Leurse!” Voorzitter Ton Staaltjens is dan ook trots op zijn erelid. “Een man, een dorp, een voetbalclub, dat is Tiny. Voor het leven verbonden. Van de bouw op het ‘Patlek’ met hout van noodwoningen, tot aan bestuurslid.” Voor de hoofdpersoon allemaal de normaalste zaak van de wereld. “Als je ergens bij betrokken bent, moet je lid blijven, hé? Leur is de Leur, dat is iets bijzonders, een dorp apart.” Hij bladert nog maar eens door al zijn foto’s en archiefboeken. “Dat is de oude tijd, hé?”

Klik op Unitas’30 voor het laatste artikel over de club.

Van der Wiel heeft al heel wat wedstrijden in zijn benen bij De Fendert

Het klinkt misschien gek, maar de laatste weken is de 21-jarige Colin van der Wiel bij De Fendert geregeld één van de spelers met de meeste wedstrijden in zijn benen. En dus vindt de verdedigende middenvelder dat hij die ervaring iets vaker mag laten zien. “Mijn verantwoordelijkheid moet ik nog wat meer gaan pakken.”

Die uitspraak is, gezien de pijnlijke nederlaag in de derby tegen Klundert, al wat minder vreemd. “Dat is altijd een vervelende wedstrijd om te verliezen. We hebben weinig gecreëerd, dus het was wel terecht.” Daar is enigszins een verklaring voor. “We hebben al een jonge ploeg, maar door blessures moeten we nog meer een beroep doen op de jeugd.” Heel wat jaren geleden begon Van der Wiel zelf bij Kaaise Boys, de voorloper van De Fendert. “Tot de fusie, toen ben ik meteen hierheen gegaan. Vanaf de E’tjes denk ik. De eerste twee jaar werden we kampioen, daarna ben ik altijd gebleven.”

Sportbrillen-Boptics-Etten-leurHarde werker
Hij weet wel waarom. “Goed naar mijn zin, bij een gezellige club. Je wordt hier ook echt gewaardeerd.” Die waardering voelt de middenvelder ook bij het eerste elftal, maar toch is er iets geks aan de hand. “Ik heb nog nooit een volledig seizoen meegemaakt, iedere keer werd het onderbroken.” Desondanks maakte de jongeling de overstap van jeugd naar senioren vrij gemakkelijk. “Eigenlijk stond ik bijna direct in de basis. Van veel jonge jongens hoorde ik altijd dat het een grote stap is, maar misschien was het daardoor ook wel makkelijker inpassen. Al draaide het elftal in mijn debuutseizoen niet echt lekker.” Zijn karakter hielp hem daar misschien ook een beetje bij. “In het veld ben ik een harde werker, speel mezelf graag helemaal leeg.” Een intelligente voetballer, spelend als verdedigende middenvelder. “Dat vind ik wel een fijne positie, omdat je het spel dan voor je hebt.” Al ziet Van der Wiel daar nog wel een puntje van verbetering. “Meer coachen en het team gaan dragen. En voetballend kan het natuurlijk altijd beter, nog meer de situatie scannen en anticiperen.”

Aanpassen
En spelen in het eerste, is bij De Fendert een feest der herkenning. “Met veel jongens heb ik in de jeugd al samengespeeld, dat is een voordeel. Je kent elkaar goed en weet precies hoe iemand loopt.” Ook trainer Ad Palings is allesbehalve een onbekende. “In de JO17 en de JO19 werden we met hem kampioen. Ook toen probeerde hij er het maximale uit te halen, dus dat is niet echt veranderd. Nu gaat het misschien nog wat meer om presteren, waardoor hij keuzes moet maken.” Toch ziet Van der Wiel een duidelijk verschil met zijn tijd in de jeugd. “We moeten ons wat meer aanpassen aan de tegenstander, mede door ervaring en kwaliteit. Toen won je bijna alles, dat is toch anders voetballen.” Want met een jonge ploeg, breekt dat je nog weleens op. “Soms zijn we nog te bleu om dát soort voetbal op de mat te leggen.” En dus komt er meer bij kijken. “Ad is een ‘peoplemanager’ en kan er echt een team van maken dat hard voor elkaar wil werken. Dat is op dit niveau eigenlijk het belangrijkste.”

Ontspanning
En dat is, gezien de resultaten, aardig gelukt. “In het begin van het seizoen had ik een plekje in de middenmoot verwacht, dus wat dat betreft ben ik wel tevreden. Als we vierde of vijfde eindigen, hebben we het goed gedaan.” Van der Wiel geniet dan ook van de derde klasse. “Veel derby’s en tegen vrienden van vroeger, dat geeft toch altijd weer een extra lading aan een wedstrijd.” En dus denkt het jeugdproduct voorlopig niet aan een vertrek. “Dat is altijd lastig om te zeggen, je weet nooit wat er op je pad komt, maar ik zal niet zo snel weggaan bij De Fendert.” Dat is wel eens anders geweest. “Die tijd, van denken aan een hoger niveau, heb ik wel een beetje gehad. Het leuk hebben en een stukje ontspanning, dat heb ik hier!”

Klik hier voor het laatste artikel van De Fendert.

Papendrecht degradeert

Papendrecht is er niet in geslaagd de finale van de nacompetitie te bereiken. In de halve
finale kwam DSO met een 2-1 overwinning uit de bus en bezegelde daarmee de degradatie van Papendrecht.

Zoals vaker dit seizoen ontbrak het aan scorend vermogen en vooral aan fortuin. Zo kwam
DSO al na 1 minuut spelen met enig geluk op voorsprong. Uit een vrije trap op het
middenveld werd de bal door de lange Jeffrey Aarts voor het doel gekopt waarna Michael
van Rooijen de bal beroerde en die tot zijn verbijstering in eigen doel zag belanden. Dit was
ook het enige wapenfeit van DSO in de eerste helft. Voor de rest kwam Roy Rijntjes alleen in
de problemen toen Cees Baars de bal verkeerd beoordeelde en zijn kopbal op de lat
eindigde. Wel waren er kansen voor Papendrecht. Uit een corner tikte Lorenzo van Wijk de
bal in maar zag zijn inzit met een snelle reactie van DSO-doelman Sven Holsheimer gekeerd.
Een door George Tomas de Brito slim genomen vrije trap eindigde in een scherpe voorzet
maar helaas niemand kon intikken. Vlak voor rust kreeg Papendrecht nog een vrije trap net
buiten het strafschopgebied. Jim Ruiz zond de bal richting linker bovenhoek maar ook hier
wist de DSO-doelman met een katachtige reactie de bal over de lat te tikken.

0240516_veru_VJAlblasserwaard[3285]
De tweede helft begon voortvarend. Al in de eerste minuut was er de inzet van Juninho van
Ree maar de uitstekend keepende Holsheimer wenste niet te capituleren. Dat moest hij vier
minuten later wel. Na een slimme steekpass van Tomas de Brito op Job van der Werff werd
de bal voorgezet en Van Wijk schoot de gelijkmaker binnen. Papendrecht behield het betere
van het spel maar slaagde er niet in de DSO-muur te slechten. Bovendien begonnen de
krachten bij een aantal spelers af te nemen. Vlak voor de broodnodige wissels kwam de bal
bij de vrijstaande DSO-invaller Timo Reinhardt en hij nam de tijd om Rijntjes met een slimme
lob te passeren. De resterende 20 minuten heeft Papendrecht er alles aan gedaan alsnog de
gelijkmaker te forceren maar stuitte telkens op een DSO-muur. In de laatste vier minuten
waren er toch nog twee mogelijkheden, beide voor Van Wijk. De eerste eindigde op de lat,
de tweede op de paal. Over het ontbreken van geluk gesproken.

Papendrecht sluit het seizoen af in mineur. Voor de winterstop ging het voortvarend maar
na de winterstop kwam de klad erin. De kille cijfers wijzen uit dat het voetballend wel goed
zit, verdedigend sterk maar een ruime onvoldoende voor het scorend vermogen en bij
voetbal gaat het juist om de doelpunten. Enkele spelers vertrekken, een aantal spelers komt.
Eerst vakantie en daarna weer bouwen voor het nieuwe seizoen in de tweede klasse.

Papendrecht: Rijntjes, Van Rooijen, Baars, Ruiz, Van der Werff, Leenheer, Tomas de Brito
(Bravenboer), Saffignani (Drenthe), Tilroe (Luciano) Van Wijk, Van Ree (Kamerling).

Klik hier voor het laatste artikel van VV Papendrecht.

Geslaagde slotdag op VVGZ drukbezocht

Afgelopen zaterdag besloot de VVGZ– familie het seizoen met weer een geweldige Slotdag. Het voetvolleytoernooi is daarbij al jaren de blikvanger maar ook het B-veld was vanaf ’s morgens vroeg helemaal met onze jongste jeugd volgestroomd.

TuinverzorgingDeBergden_voorjaar2021

Het B- veld was omgetoverd tot een Voetbalfundorp, waar alle pupillenteams zich in een hele reeks voetbalonderdelen met elkaar kon meten. Tevens was op het B-veld een freestyler aanwezig die een clinic verzorgde voor onze jeugd. Verder werd op het VLS court ouder/ kindvoetbal gespeeld. Tussendoor de kampioenparade en de opkomst van alle jeugdkampioenen van dit seizoen die op een podium hun feestje mochten vieren, bezorgde menig aanwezige kippenvelmomentjes.

Pokabokaal en voetvolley
Na de kampioenenparade op deze zeer zonnige dag werden de prijzen uitgedeeld voor de Pokabokaal. Mathias Kousemaker werd eerste en hij ontving uit handen van Wessel van den Heuvel, de laatste winnaar, de Pokabokaal. De andere genomineerden waren Jens Nobel en Owen van der Klei. Het Voetvolleytoernooi ging met een deelname van maar liefst 35 teams van start. Het is een gouden formule gebleken, die we 25 jaar geleden bedachten. Voor die tijd vormde het Mixtoernooi de afsluiting van het seizoen, maar dat werd toen steeds meer ontsierd door te hard spel en zeker de selectiespelers waren vaak vogelvrij. Gevolg was een tanende belangstelling voor dit evenement. Een potje veilig voetvolley bleek de remedie en vanaf het begin werd het toernooi omarmd door vele Vogels maar ook ex- Vogels die elk jaar met hun teams met exotische namen het hoofdveld bevolken.

De winnaar
Het niveau was weer ongekend hoog: in de kwartfinales sneuvelden al een aantal kanshebbers en uiteindelijk belandden Team Yusu (de winnaars van de twee laatste edities), Passion Events, meervoudige winnaars de Pechvogels en Schutboot in de halve finale. Team Yusu en Schutboot kwamen uiteindelijk in de finale. Het was een spannende en hoogstaande afsluiting van het rimpelloos verlopen voetvolleytoernooi en het werd een heuse driesetter die uiteindelijk werd gewonnen door het net iets sterkere Schutboot. En zo mochten Koen Kuipers, Bas Kooiman, Mitch Roodhorst, Wouter Swart en Serkan Tanriseven de zo begeerde voetvolleycup weer even een paar minuten beethouden.

DeGeusSchilderwerken_voorjaar2021

Verkiezingen
Na de prijsuitreiking werd Heleen Rozendaal door voorzitter Marc Reijmers bedankt voor het vele jaren wassen van de kleding van de selectie. Hans reikte namens de Businessclub de prijzen uit voor diverse verkiezingen bij de A-selectie. Zo werd Koen Kuipers uitgeroepen tot speler van het jaar.

Klik op VVGZ voor het laatste artikel van de club.

Thomas Laming vindt het welletjes geweest

Hij maakte als spits zijn doelpunten voor verschillende clubs in het Brabantse voetbalwereldje, maar voor Thomas Laming is er na al die jaren eigenlijk maar één club. Toch trekt de DSE‘er aan het einde van het seizoen de deur achter zich dicht. “Ik ben er eigenlijk wel klaar mee, het is welletjes geweest.”

Sportbrillen-Boptics-Etten-leur

Voor het tiende jaar bij DSE, na heel wat omzwervingen dus. “Ik ben eigenlijk begonnen bij Internos, speelde nog twee jaartjes bij Roosendaal en Virtus en keerde vier seizoenen geleden terug op het oude nest.” En dus, zo is Laming duidelijk: “DSE is mijn club! Een fantastische vereniging, gezellig en ons kent ons.” Klein, maar wel gegroeid. “Het blijft een vriendenclub, echt een warm bad.”

Kleine oogjes
Eentje waar de aanvaller inmiddels tot de routiniers behoort. “Ik ben pas net 30, maar ben nu al de oudste speler van het eerste. Dat zegt ook wel wat, hé? We hebben veel jongens van negentien tot 23, echt een jonge groep.” Hoe is dat voor hem? “Het mengt zich vanzelf, dus dat is hartstikke leuk. Al dacht ik laatst wel: poeh, ik ben nu gewoon de oudste.” En dat brengt stiekem toch iets anders met zich mee, weet Laming. “Je gaat ze automatisch helpen en ze luisteren natuurlijk net wat meer. Maar eigenlijk zou het niet zoveel uit moeten maken.” Maar toch: “Het moet gezellig zijn, maar we blijven wel een eerste elftal. Sommige jongens zitten graag in de kroeg, dan hebben ze op zondag kleine oogjes, daar zeg je dan soms wat van.” Dat werkt, want de prestaties in de derde klasse zijn prima, vindt de doelpuntenmaker. “Middenmoot. We hadden hoger kunnen staan, maar hebben ook wat pech gehad met blessures. Dus wat dat betreft doen we het naar behoren.” Een logisch gevolg van twee jaar nauwelijks voetballen, denkt Laming. “Je ziet het bij meer clubs, dus eigenlijk heeft iedereen er wel last van.” In een sterke competitie, heeft DSE inmiddels de stijgende lijn te pakken. “Jongens komen weer terug, dat zorgt voor meer concurrentie. Ik hoop dat we de top vier nog kunnen halen en wie weet een periode, dat zou mooi zijn.”

Gerust hart
Daar moet hij als aanspeelpunt een bijdrage aan gaan leveren. “Ik ben vrij groot, een balvaste spits, maar niet echt een ‘killer’. Heel veel doelpunten maak ik niet, meer een kapstok.” Aan zijn trainer, Peter Sweres, zal het in ieder geval niet liggen. “Je merkt dat hij, bijvoorbeeld bij DOSKO, op een hoog niveau heeft gewerkt. Peter is tactisch sterk, zijn trainingsvormen zijn anders dan je gewend bent en misschien nog wel belangrijker: een echte DSE’er.” Het kampioenschap in 2019 vormt voor Laming hét hoogtepunt van zijn tijd bij DSE, maar stiekem hoopt hij dat er daar in zijn laatste maanden als voetballer nog eentje bijkomt. “Nacompetitie zou een heel mooie manier zijn om afscheid te nemen.” Want na dit seizoen, is het dus afgelopen. “Ik ben er wel klaar mee na al die jaren, door de drukte is het welletjes geweest.” Een vrij gemakkelijke beslissing dus. “Spijt? Dat zie ik dan wel weer. Het is een mooi moment voor de jeugd.” Want de club laat Laming met een gerust hart achter. “Als ik de kwaliteit van nu, vergelijk met negen jaar geleden, dat is een wereld van verschil. Binnen nu en een paar seizoenen, spelen ze hier tweede klasse.” Nog even, een paar maanden op het fietsje naar de club, dan is het klaar. Maar één ding gaat hij zeker niet missen: de verre uitwedstrijden in Zeeland. “Als je wint zijn de busritjes wel leuk, maar dat hoeft niet meer per se voor mij!”

Klik op DSE voor het laatste artikel over de club.

 

VV Papendrecht dringend op zoek naar keeper

Keeper David Hartog heeft onlangs onverwachts laten weten dat hij zijn overschrijving van
Excelsior Maasluis naar Voetbalvereniging Papendrecht intrekt. Hij heeft besloten om het
nieuwe seizoen bij Spartaan’20 te gaan spelen. Papendrecht is nu naarstig op zoek naar een
vervangende doelman, liefst vóór de overschrijvingstermijn van 15 juni.

Voor nadere informatie kunt u mailen naar de Technische Commissie van VV Papendrecht:
tc@vvpapendrecht.nl.

Klik hier voor het laatste artikel van VV papendrecht.

Laatste jeugdtoernooi R.W.B. seizoen 2021-2022 voor FC Dordrecht

Afgelopen zaterdag werd het laatste RWB-jeugdtoernooi van het seizoen 2021-2022
onder prima omstandigheden verspeeld. Hierbij kwamen de teams van JO16 aan de bak.
Uiteindelijk bleek het team van FC Dordrecht op doelsaldo het sterkst met Wilhelmina
uit s’Hertogenbosch als een zeer goede tweede. Thuisclub RWB eindigde op een verdienstelijke
derde plaats. Er werd ook een sportiviteitsprijs uitgereikt, die door SSC’55
in de wacht werd gesleept.

mandemakers bannerAl met al een prima sluitstuk van de toernooienreeks bij RWB.
Mede dank zij de vele vrijwilligers (organisatiecomité, scheidsrechters, EHBO-ers , het
kantinepersoneel en de schoonmaakploeg) was het na twee toernooi loze jaren weer een verademing
om al deze toernooien bij RWB te kunnen organiseren.

Klik hier voor het laatste artikel van R.W.B.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.