Home Blog Pagina 561

Mathijs Swaneveld maakt zich snel geliefd bij TEC

De kritieken over zijn spel dit seizoen bij TEC zijn lovend. Doelman Mathijs Swaneveld maakte zich op sportpak De Lok snel geliefd. Mede door zijn goede keeperswerk handhaafde TEC zich in de tweede divisie.

Swaneveld kwam als betrekkelijke nobody binnen bij TEC, maar heeft inmiddels de harten gestolen van de Tielse supporters. “Ik heb even moeten wachten op mijn kans. Ik ben blij dat ik mijn kwaliteiten nu kan laten zien. TEC is een mooie club en ik heb niet voor niets voor een seizoen bijgetekend.”

Nadat TEC vorig jaar zomer de doelman uit Schoonhoven had aangetrokken, moest de Zuid-Hollandse keeper in eerste instantie in de wachtkamer plaatsnemen. Na het vertrek van eerste doelman Kees Heemskerk, die eind van vorig jaar zijn contract ingeleverde, is hij tussen de palen de eerste keus van trainer Hans van de Haar.

“Je moet soms een beetje geluk hebben”, zegt de 23-jarige bankier in opleiding. “Toen ik uit Amerika terugkwam, zaten veel clubs al vol met keepers en waren selecties al rond. Ik kon gelukkig bij TEC terecht. Met keepers is het anders dan met spelers. Voor keepers zijn maar twee plekken beschikbaar, voor spelers achttien.”

Voordat hij in de Betuwe neerstreek, beleefde Swaneveld een mooi Amerikaans avontuur. Op de universiteit van Virginia Tech, in het oosten van de Verenigde Staten, kon hij voetbal en studie combineren. “Ik had bij Sparta tegen een jongen gespeeld met wie ik contact heb gehouden via de sociale media. Die heeft mij op het spoor en idee gebracht om in Amerika te gaan sporten en studeren. Ik heb me aangemeld bij de organisatie die namens Amerikaanse universiteiten bemiddelt. Viriginia Tech had interesse. Ik kon daar economie studeren en voetballen.”

Het team van Virginia Tech speelt op het hoogste college- en universityniveau in Amerika. “Het is het niveau net onder de MLS, de profcompetitie in Amerika. We speelden wedstrijden door heel het land. De dichtstbijzijnde was tweeënhalf uur met de bus, de verste reis bijna vier uur vliegen naar Californië. Tijdens het reguliere seizoen speel je vaak op dinsdag en vrijdag, tijdens de finals één keer per week.”

Over de faciliteiten hadden Swaneveld en zijn medespelers niet te klagen. “Ik denk dat menig profclub in Nederland jaloers zou zijn op het complex. Prachtige velden, een volledige gym. Het ontbrak ons aan niets.”

Met Swaneveld onder de lat haalde het team van Virginia Tech voor het eerst sinds tijden weer de laatste zestien van het kampioenschap. “Voetbal is in Amerika niet de grootste sport, maar er kwamen bij thuiswedstrijden geregeld drieduizend toeschouwers of meer. Bij uitduels was dat soms ook meer. Het niveau viel me zeker niet tegen. Veel teams hebben een trainer die probeert verzorgd voetbal te spelen. Onze trainer was nog van de Amerikaanse stempel. De bal zo snel mogelijk vooruit en daar de duels spelen. Aangezien er in de achterhoede veel buitenlandse jongens speelden, probeerden we toch wat op te bouwen.”

Na het afstuderen had Swaneveld graag in de Verenigde Staten gebleven. “Ik mocht ook meedoen aan de draft voor het nieuwe seizoen van de MLS”, zegt hij. “Voor een keeper is het echter lastig om ergens onderdak te vinden. Clubs kiezen vaak voor een keeper van naam met ervaring, zoals Marsman en Room.”

Bij TEC laat Swaneveld zien dat hij veel in zijn mars heeft. Inmiddels heeft hij al menig spectaculaire redding achter de rug. “Ik ben geen showman en duik zeker niet voor het duiken.”

Als het aan Swaneveld ligt is TEC voor hem niet het eindstation. “Ik wil nog graag hogerop. Eerste divisie of eredivisie. Als ik goed blijf keepen, komt er wellicht interesse. Voor nu ben ik tevreden met TEC.”

Klik op TEC voor de laatste artikelen over de club.
Klik op TEC voor meer informatie over de club.

Bij Joseph Reijnaars en zijn gezin stroomt rood-wit bloed door de aderen

Met een hele familie die betrokken is bij Dussense Boys, zou je gerust kunnen zeggen dat er rood-wit bloed stroomt door de aderen van Joseph Reijnaars en zijn gezin. Hij tegenwoordig als wedstrijdcoördinator, zijn vrouw achter de bar. “We willen vooral laten zien hoe belangrijk en leuk het is.”

mandemakers bannerEigenlijk als een soort uithangbord, voor alle vrijwilligers die Dussense Boys rijk is. “We doen het heel graag en samen zorgen we dat de club blijft leven.” Voor de 51-jarige Reijnaars begon die liefde al vroeg. “Toen ik vijf of zes was, ben ik hier begonnen. Uiteindelijk heb ik alle jeugdelftallen doorlopen en nog twintig jaar in het eerste gespeeld.” Tot de veel scorende spits zijn kruisband afscheurde. “Op mijn 43ste ben ik gestopt. Volgens mij was ik de eerste regionale topscorer.”

Goed voorbeeld
Ondanks zijn ‘voetbalpensioen’, is Reijnaars dus altijd blijven hangen. “De sfeer is goed, de club heeft veel vrijwilligers en iedereen loopt daar voor niks. Dat vind ik mooi.” Ook zelf deed hij ongeveer alles wat je maar kunt verzinnen. “Vanaf mijn zestiende was ik leider, later zat ik nog in het bestuur en tegenwoordig ben ik wedstrijdcoördinator.” Behalve dat, fluit hij ook nog zo nu en dan een wedstrijdje en houdt hij zich bezig met het indelen van de selecties. “Als ‘TC’ zijn we daar nu weer druk mee aan de slag. De teams en trainers voor volgend seizoen.” En dat allemaal samen met zijn drukke bestaan als vrachtwagenchauffeur. “Doordeweeks ben ik niet zo heel vaak meer op de club te vinden, maar in het weekend wel. We hebben gelukkig een brede groep vrijwilligers, dan is het prima te doen.” Voor Reijnaars is het dan ook niet meer dan normaal. “Het is zo ontstaan. Heel de familie zit bij de club. Ze voetballen allebei, maar zijn ook betrokken. Mijn dochter springt bij in de keuken van de kantine en mijn zoon is leider en scheidsrechter.” Een goed voorbeeld, doet volgen. “We proberen dat natuurlijk wel te stimuleren, gelukkig nemen ze dat over.” Jessica vult hem aan. “Het is ook belangrijk voor het dorp, dat er een voetbalclub bestaat. Het is een deel van je sociale leven. Dat geldt voor iedereen hier.”

Mee opgegroeid
En zoiets zorgt voor een band, vertelt ze. “Je kunt samen veel delen, lief en leed. Vroeger was het alleen de voetbal, nu kom je er met de kinderen.” Zorgen over de toekomst, maken ze zich in ieder geval niet. “Er zijn altijd weinig leden geweest, maar er blijft nog voldoende aanwas. En als de vrijwilligers het blijven doen, blijft de club gewoon bestaan.” En dat zit, gezien de familie Reijnaars wel goed in Dussen. “Het gaat van generatie op generatie, dat zie je ook bij ons.” Ook zijn vrouw heeft het vrijwilligerswerk niet van een vreemde. “Ik ben er echt mee opgegroeid. Mijn vader (Cees Schalken) deed, vaak als scheidsrechter, niet anders. Dat is wat dat betreft wel een beetje mijn voorbeeld.” Maar alleen, doen ze het natuurlijk niet. ” Als je de kantinebeheerster ziet, die steekt er zoveel tijd in”, blijft Joseph bescheiden. Precies dat is de reden dat Dussense Boys kan blijven bestaan. “Vrijwilligers zijn onmisbaar. Je moet het natuurlijk alleen doen als je het ook echt leuk vindt, maar we laten graag zien hoe leuk het is. Dan kost het echt minder moeite. Hopelijk gaan nog meer mensen dat ook zien!”

Klik op Dussense Boys voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Dussense Boys voor meer informatie over de club.

Bij ‘Team Tricht’ overheerst de trots

Al een paar wedstrijden voor het einde kon het sein ‘veilig’ voor de hoofdmacht van Tricht worden gegeven. Wat vooraf als een lastig seizoen werd bestempeld werd een jaargang om trots op te zijn. “Het team heeft optimaal gefunctioneerd.”

In de laatste thuiswedstrijd van het seizoen, tegen Arkel, was er nog volop fanatisme binnen en buiten de lijnen. Tricht mag zich dan twee weken daarvoor gehandhaafd hebben, trainer Jacob van Zanten waakt voor verslapping bij zijn ploeg. Met korte commando’s gaf hij vanaf de zijlijn opdrachten aan zijn jonge spelers.

De wedstrijd werd weliswaar net verloren, maar dat doet helemaal niets af aan het knappe seizoen dat Tricht speelde. Aan de vooravond van het seizoen waren er zelfs bij de meest fanatieke supporters van de dorpsclub twijfels. En ook bij de staf waren er vraagtekens hoe het seizoen zou gaan verlopen. “Ik denk dat iedere club en trainer dat heeft als je de situatie van vorige zomer zag”, reageert de ervaren Van Zanten. “Ik wist dat de jongens die waren afgekomen vanuit de jeugd talent hebben, ik ben zelf trainer geweest van de A, maar ik wist ook dat het even duurt voordat je het seniorenvoetbal je eigen hebt gemaakt. Het is vooral fysiek heel anders, wat mij betreft een heel andere tak van sport.”

Tricht-van-santenMaar Van Zanten liep niet voor de klus weg en ging voortvarend aan de slag, gesteund door leiders Marcel Stam en Glenn Robbemondt, die iets later in het seizoen aansloot. De 28-jarige voormalige doelman van het tweede werd op aanspraak van de spelersgroep toegevoegd. “We hadden iemand nodig die tussen de groep staat”, zegt Van Zanten. “Als trainer hou je toch altijd een beetje afstand. Glenn is gesneden voor die rol. Qua leeftijd zit hij ook niet zo ver van de meeste van die gasten af.”

“Ik was zelf gestopt met voetballen, omdat ik het niet langer meer kon combineren met mijn werk”, reageert Robbemondt. “Ik zit in de gevelreiniging en het was vaak racen om op tijd op de training te kunnen zijn. Ik werd het zat om dat elke week een paar keer te moeten doen.”

Zijn nieuwe rol als leider cq. teammanager is wel goed in te passen. “Ik ben er altijd bij op zaterdag en zorg dat ik er ben op donderdag. Ik hoef dan niet bij het begin van de training te zijn. Het gaat mij er meer om om die jongens na afloop in de ogen te kijken, een praatje te doen en een gezellige drankje. Ik peil de stemming.”

“Ik doe het samen met Marcel Stam. Hij is van de administratie, ik begeef me meer tussen de jongens. Samen zorgen we ervoor dat het ze aan niets ontbreekt. Als ze zaterdag spelen liggen alle spulletjes netjes klaar.”

Dingen goed voor elkaar hebben past ook bij de visie van trainer Jacob van Zanten die aangeeft ‘best veeleisend’ te zijn. “Ik vind dat je als club moet proberen zo goed mogelijk alles in orde te hebben. Je moet zorgen voor de voorwaarden om te kunnen presteren. De club begrijpt dat ook. Op mijn verzoek gaan we in een bus met het team en supporters naar de uitwedstrijd. We zijn in deze tweede klasse het enige team dat dat doet.”

Optimaal houdt ook in dat het veld er in de ogen van de oefenmeester perfect bij moet liggen. “Goed onderhouden, kort geknipt en bij droog weer vlak voor de wedstrijd gesproeid. Bij Tricht zie ik de mensen soms wel denken ‘doe eens normaal’, maar ik ben wel de trainer die is aangesteld om met deze jongens te presteren.”

Klik op Tricht voor het laatste artikel over de club.
Klik op Tricht voor meer informatie over de club.

Koen Grandjean heeft groot hart voor TEC

Koen Grandjean is in het dagelijkse leven verpleegkundige in het ziekenhuis, maar ook voor zijn club zorgt hij goed. De duizendpoot is bij TEC behalve secretaris ook jeugdtrainer, scheidsrechter en wedstrijdsecretaris, en als het nodig is ook kaartjesverkoper en barman.

Zelf voetballen doet Grandjean (30) niet meer. Dat past niet in zijn werkschema en ook niet bij de vele vrijwilligerstaken die hij bij de Tielse club uitoefent. “Daar heb ik vrede mee, hoor”, zegt hij. “Zoals ik dat ook heb met het feit dat ik heb moeten stoppen met het fluiten op topniveau. Dat viel gewoon niet te combineren met mijn werk. Of ik dat erg vind? Nee hoor, in mijn werk heb ik mijn passie gevonden.”

Niet dat hij tegenwoordig nooit meer een wedstrijdje fluit. Bij TEC vult hij af en toe de gaten in als dat uitkomt met de wedstrijden van de JO17-1 waar hij trainer van is, en op zondag laat hij zich regelmatig ‘inhuren’ door clubs uit de regio. In zijn uitgebreide takenpakket zit ook het regelen van (club)scheidsrechters bij thuiswedstrijden van TEC. “We hebben de afgelopen periode gelukkig ons korps kunnen uitbouwen, maar scheidsrechters heb je nooit genoeg. Dat is voor elke club een probleem. Als regioclubs zou je de handen ineen moeten slaan en tot een actieplan moeten komen. Het maken van een gezamenlijke scheidsrechterpool zou in mijn ogen een optie zijn.”

De JO17 van TEC heeft een ‘goede’ aan hem als trainer. “Ik ben een paar jaar geleden als trainer begonnen bij dit team toen de vaste trainer was gestopt. Dat heb ik een tijdje op interim-basis gedaan. Er is daarna een nieuwe trainer gekomen en toen hij vertrokken is, heb ik het weer overgenomen. Ik vaar op mijn ervaring die ik heb opgedaan als assistent van Henk Evers, de huidige trainer van Theole, die bij Batavia Barenburg trainer was. Ik heb veel van zijn oefeningen gekopieerd.”

Bij Batavia was hij behalve speler van het derde elftal ook enige tijd bestuurslid. Intussen is hij dat ook bij TEC, waar hij als secretaris een sleutelpositie bekleedt. “Het gaat weer de goede kant op met de club”, vertelt hij. “Er is een cultuuromslag gekomen en dat was ook nodig om meer structuur te krijgen. De laatste stand wat leden betreft was 439.”

Veel van zijn tijd gaat op aan het wedstrijdsecretariaat, waarin hij nauw samenwerkt met Gerrit Gerritsen. Dat beperkt zich niet alleen tot het plannen van wedstrijden en scheidsrechters. “Gerrit doet ook de aflijning van de veld elke week. Daar is hij drie dagen mee bezig.”

Grandjean mailt, appt en belt zich gek met collega-wedstrijdsecretarissen om een nieuwe datum te vinden voor alle uitgevallen wedstrijden dit seizoen. “In het begin vielen wedstrijden uit, maar daarna moeten wedstrijden opnieuw ingepland worden. Dat zorgt voor het nodige werk. Tegenwoordig kun je vrijwel alles van achter de computer regelen, maar daardoor heb je veel minder contact met tegenstanders en scheidsrechters. Op de wedstrijddag kwamen scheidsrechter, trainers en leiders van de teams elkaar voor de wedstrijd tegen in de commissiekamer en dronken ze een bakkie koffie. Dat gebeurt zelden nog en ik vind dat je dat terugziet op het veld. Er is minder respect.”

Klik op TEC voor het laatste artikel over de club.
Klik op TEC voor meer informatie over de club.

Stofzuiger Erik den Ouden van GDC is weer fit én tevreden

Op heel veel meer hadden ze bij  GDC dit seizoen misschien niet eens gehoopt. Toch dachten ze bij de derdeklasser, een aantal weken voor het einde van de competitie, zelfs nog even aan een periode. Die kwam er niet, maar toch kijkt Erik den Ouden tevreden terug. “Dit geeft goede hoop voor volgend seizoen.”

Een plek bij de eerste vijf, de 29-jarige Den Ouden kan er prima mee leven. “Als je kijkt naar onze smalle selectie en het aantal blessures, hebben we het gewoon goed gedaan. Je hoopt altijd op meer, maar het valt niet tegen.” En dus overheerst de tevredenheid, helemaal met het oog op volgend seizoen. “Eigenlijk niemand stopt en er komen weer een paar jonge jongens bij, dat maakt de groep wat breder. Daardoor kun je dingen toch wat makkelijker opvangen.”

Schoolplein
En dus gaan ze bij GDC dan opnieuw voor een top-5 notering, ook Den Ouden is weer van de partij. “Het is ieder jaar toch weer een beetje afwegen. Met twee kinderen is het soms best druk, maar onze trainer doet daar gelukkig niet moeilijk over.” Die trainer is Gerrit Molenaar, hij komt er steeds beter in, ziet de routinier. “Vorig seizoen hebben we natuurlijk amper wedstrijden gespeeld, dus het was weer ‘nieuw’ en een beetje aftasten. Hopelijk kunnen we daar nu op voortbouwen.” Bij de club die Den Ouden inmiddels als geen ander kent. “Op mijn twaalfde ben ik begonnen in de jeugd en inmiddels zit ik twaalf seizoenen in het eerste.” Toch begon hij dus redelijk laat met voetballen, pas bij de C’tjes. “Ik zat eerst altijd op tennis, maar omdat het een kleine vereniging was, merkte ik toch dat een teamsport beter bij mij paste.” Gesterkt door de partijtjes op het schoolplein. “We waren altijd bezig met voetballen, daar heb ik veel van geleerd. Daardoor heb ik ook niet echt een achterstand opgelopen, denk ik.” Den Ouden voetbalt nog altijd met veel vrienden van ‘toen’. “Het is een hechte club, met veel eigen jongens. Je speelt eerst jarenlang samen in de jeugd en later in het eerste. Ook buiten het veld zoek je elkaar op, daardoor doe je net een stapje extra voor elkaar.”

Moeilijke periode
De fysiotherapeut is zelf sowieso wel een speler die dat graag doet. “Ik ben een stofzuiger op het middenveld, iemand die het vuile werk opknapt, zodat anderen beter kunnen spelen. Kopduels winnen en de verdediging ontlasten.” Ook trainer Molenaar doet hard zijn best. “Gerrit is heel erg betrokken en steekt graag extra tijd in spelers. Ook buitenom de voetbal. Dat waardeer ik enorm. Als iemand het even moeilijk heeft, doet hij altijd een belletje. De mens achter de voetballer.” Die moeilijke periode heeft Den Ouden overigens zelf ook gekend, toen hij drie jaar geleden zijn been brak. Hij weet het nog precies. “Mijn vrouw was toen dertig weken zwanger en precies op het moment dat ik uit het gips mocht, werd die kleine geboren.” Inmiddels is de middenvelder weer hersteld, maar toch merkt hij het wel. “Helemaal nu we veel wedstrijden spelen, ook op kunstgras, dan voel ik het in mijn enkel. Door die blessure is mijn looppatroon veranderd, daardoor krijg ik weer pijn op andere plekken.” De angst is in ieder geval weg. “Dat is misschien ook niet helemaal het goede woord. Eenmaal terug kwam ik weer in zo’n sliding, dit keer ging het goed. Dan ben je er meteen overheen.” En dus kijkt de inwoner van Genderen vol goede moed vooruit. “Volgend seizoen wel een periode? Dat zou mooi zijn!”

Klik op GDC voor meer artikelen.
Klik op GDC voor meer informatie over de club.

Rainier Vos vindt uitdaging bij MVV’58

Een aantal keer in de week rijdt Rainier Vos in de auto naar Meteren. Dat doet hij fluitend, want bij MVV’58 kan de 52-jarige werkvoorbereider zich volledig ontplooien en heeft plezier voor tien. De jeugd van de dorpsclub vaart wel bij de aanwezigheid van de technisch coördinator.

Jarenlang was Vos verbonden aan Sportclub Everstein. Hij trainde het ene team, daarna het andere elftal en was ook actief in de technische commissie. Hij dacht er niet aan om elders te kijken. “Voor mij was voetbal Everstein. Dat is mooi, maar ik weet nu ook dat bij een andere club werken heel verfrissend is. Nu zeg ik: had ik maar eerder buiten de deur gekeken. Ik ben echt blij dat dit deze rol nu bij MVV’58 kan vervullen. Ik voel ook de waardering van de vereniging.”

Hij wist ook dat hij bij een club terecht kwam waar het aantal jeugdteams beperkt is. Geen vier elftallen in een leeftijdscategorie, eerder één of twee. Maar dat weerhield Vos er niet van om in te stappen. “Ik ben benaderd door MVV’58 en in de gesprekken die we hadden, bleek dat we qua visie op dezelfde lijn zitten. Er was behoefte aan meer structuur, meer eenduidigheid qua trainingen. Er moest een impuls worden gegeven aan de samenwerking tussen trainers.”

Zijn eerste seizoen viel voor een groot deel in het water, want de coronapandemie maakte al een snel einde aan het voetbalseizoen. Vos deed er echter zijn voordeel ermee. “Natuurlijk was het niet leuk dat we niet konden voetballen, maar uiteindelijk hebben we voor de jeugd best nog veel kunnen organiseren. Van oefenwedstrijden tot speciale trainingen. Voor mij was het ideaal, want ik kon op een rustige manier de trainers en andere vrijwilligers leren kennen. In de hectiek van de competitie is dat allemaal wat lastiger.”

Werken aan de basisvaardigheden van de onderbouwjeugd stond en staat hoog op zijn agenda. “MVV’68 heeft de luxe van een techniektrainer die regelmatig teams onder handen neemt. Om elkaar niet in de weg te zitten, zijn we langzaam maar zeker een carrouseltraining aan het invoeren. Oefenstof dat dus aan alle voetballertjes wordt aangeboden, ongeacht hun niveau. Maar we kijken daarbij wel goed naar evenwicht in trainingen. En techniektraining én carrouseltraining in een week wordt door trainers niet altijd even geapprecieerd. Je wilt als trainer ook graag minimaal één keer een teamtraining afwerken.”

Vos wil waken voor cultuur dat zijn wil wet is. “Iedereen weet dat zoiets niet werkt. Het overlegmodel werkt veel beter, beter is nog dat je trainers kan overtuigen van een visie. Dat heeft gewoon tijd nodig. Als je er veel over praat, kom je vanzelf bij elkaar heb ik ervaren. Een rode draad moet je hebben, maar er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden.”

Zo is dat ook met de speelstijl. Vos: “We hanteren in principe 4-3-3, dat is onze huisstijl. Maar als een trainer daarvan wil afwijken en hij heeft daar een goede reden voor, geen probleem. Ik vind het ook juist goed dat spelers kennismaken met andere systemen dan alleen maar 4-3-3. Het is goed voor hun ontwikkeling en daar draait het uiteindelijk om.”

Klik op MVV’58 voor het laatste artikel over de club.
Klik op MVV’58 voor meer informatie over de club.

Afscheid Sven Weeda en Rudy Spekman bij SV Poortugaal

Het is maar weinigen gegeven: je eigen afscheidsparty regisseren. Ze hoefden niet te stoppen bij hoofdklasser SV Poortugaal, maar Sven Weeda en Rudy Spekman voelden dat het moment van afscheid nemen aangebroken was. “Nu waren we nog van toegevoegde waarde.”

phonedirect
De laatste wedstrijd van het seizoen tegen het al weken geleden gedegradeerde Rijsoord was dé ideale uitzwaaiwedstrijd voor een viertal spelers. Want naast Weeda en Spekman lag er ook voor trouwe krijgers Niels Versteege (elf seizoenen!) en doelman Dyron Bijl een fraai bloempakket klaar. Waar Versteege bij trainer Peter Klomp in zijn laatste Poortugaalse episode niet altijd kon rekenen op een basisplaats, stonden de namen van Spekman en Weeda veelvuldig in de opstelling van de hoofdmacht van de fusieclub.

De noodzaak voor beiden om aan hun voetbalpensioen te beginnen was er dus niet, maar Weeda en Spekman voelen allebei aan dat nu afscheid nemen het avontuur compleet maakt. “We hebben een fantastische tijd gehad hier”, spreekt Weeda (34) namens hem en zijn collega-centrale verdediger. “We voetbalden met vrienden. Het was vaak een feestje.”

Weeda arriveerde negen seizoenen geleden in Poortugaal, een jaar later volgde Spekman. “Niels Versteege is onze kwartiermaker geweest”, lacht Spekman. “Hij speelde ook eerst bij Barendrecht en is als eerste naar SV Poortugaal gegaan. Hij vertelde hoe leuk het was bij Poortugaal.” Weeda, Spekman en Versteege maakten alle drie in het verleden deel uit van de selectie bij Barendrecht, destijds een goede topklasser. “Het eerste halen was heel moeilijk, voor ons onmogelijk”, zegt Spekman. Het ‘alternatief’ beviel zo goed dat ze er kind aan huis werden en kind van de club.

Ze maakten prachtige voetbaltijden mee op Poortugaals grondgebied en groeiden mee van de eerste klasse op zondag naar de staat van zaterdaghoofdklasser nu. Ze beleefden daarnaast ook de ‘dynamiek’ van de nieuwe vereniging na de fusie tussen Oude Maas en VV Poortugaal. Een fusie, die veel voeten in de aarde had op bestuurlijk en organisatorisch niveau, maar waar op het veld nauwelijks iets van te merken viel. Het plukje spelers van  SV Poortugaal, mét Spekman, Weeda en Versteege, integreerde in no-time met het plukje van Oude Maas en het contingent van nieuwe spelers. Al heel snel stond er een nieuw vriendencollectief.

Dat resulteerde ook in mooie resultaten. Poortugaal ging met een straatlengte voorsprong op de concurrentie als nummer één van de eerste klasse de eerste coronalockdown in. Toen de KNVB de competitie onafgemaakt blies leek Poortugaal een promotie ontnomen te worden, maar als beste eersteklasser mochten Weeda, Spekman en consorten toch de promotie in ontvangst nemen. “Volledig terecht natuurlijk”, kijkt Spekman terug op het eerste ‘coronajaar’. “We hadden nog maar een paar punten nodig om kampioen te worden. De promotie is een hoogtepunt, maar ik ervaar dat ook als een dieptepunt. Dat we het kampioenschap niet hebben kunnen vieren, beschouw ik nog steeds als een gemis.”

Al vroeg in dit seizoen maakten Spekman en Weeda de keuze om te stoppen. “Gelukkig hebben we dat kunnen doen met een nagenoeg compleet seizoen”, reageert Weeda. “Nog weer een coronaseizoen had ik niet getrokken.”

Daarom had hij zich voor het seizoen al voorgenomen om bij een nieuwe lockdown af te zien van alternatieve trainingen. “Ik had daar zo mijn buik van vol”, zegt hij terwijl in zijn stem de emotie klinkt. “In groepjes van twee trainen of alleen maar iets kunnen doen buiten de club. Ik had al gezegd: ik doe daar niet meer aan mee. Trainen op de parkeerplaatsen, terwijl het regent en dan in je natgeregende sportkleding in de auto naar huis rijden, nee, daar had ik geen zin in.”

Het kostte hem wel na de hervatting van de competitie half februari wel een paar basisplaatsen. “Daarna ben ik gelukkig weer snel in de basis gekomen.”

Ook Spekman kende geen vlekkeloos seizoen. Een blessure aan de kuit hield hem aan de kant. “Voordat je terug bent en opgetraind, ben je er twee maanden uit.”

Maar ook Spekman keerde weer terug in de basiself van SV Poortugaal, dat een goed en mooi seizoen draaide in de hoofdklasse. Als debutant maakte het een uitstekende indruk die met een achtste plaats werd afgesloten. Bijna tien punten boven de rode degradatiestreep. “Achteraf gezien hadden we nog meer punten kunnen pakken. We hebben een paar wedstrijden onnodig verloren of gelijkgespeeld. Aan de andere kant: we mogen enorm tevreden zijn hoe het seizoen is verlopen.”

Dat vindt Weeda ook. “Onze wedstrijden hebben we gespeeld tegen de betere teams. Dat is niet toevallig, want als we iets kunnen inzakken kwam onze speelwijze het beste tot zijn recht. We hebben veel snelheid voorin en als je daar de ruimte voor creëert, benut je maximaal je mogelijkheden. Dat hebben we gedaan.”

Genietend van het hoofdklasseavontuur voetbalden Weeda en Spekman zich naar het einde van hun Poortugaal-carrière. Zonder spijt namen zij tegen Rijsoord afscheid van blauw en zwart. “Ik koester deze periode”, zegt Spekman. “Ja, we hadden nog een jaar door kunnen gaan, maar je weet niet of je dan nog van toegevoegde waarde bent.”

“Je kan zomaar op de bank komen en dan weet ik niet of we de gezelligsten zijn”, vult Weeda. “Dit is ook echt onze eigen beslissing. De trainer heeft eerder dit seizoen al aangegeven dat hij wil verjongen. Dat is logisch ook, hij moet ook vooruit kijken. Een team met veel dertigers heeft geen toekomst meer. De club heeft ook nooit gezegd dat we weg moesten.”

De kans bestaat dat beide spelers komend seizoen bij Barendrecht terugkeren. Een vriendenteam hengelt naar de diensten van het tweetal. “Niels Versteege gaat naar Meeuwenplaat, waar hij nog selectievoetbal gaat spelen. Dat zie ik niet meer zitten”, zegt Weeda. “Het kan best zijn dat ik straks opduik bij Barendrecht.” Spekman: “Peter de Lange gaat ook voetballen in dat team.”

Met een kersverse junior in de kinderwagen is voor Weeda een nieuwe levensfase aangebroken. “Ik golf ook sinds een jaar. Ik heb inmiddels handicap achttien.”

Klik op SV Poortugaal voor meer artikelen over de club
Klik op SV Poortugaal voor meer informatie over de club

Gérold van Gessel bouwt aan het oude nest bij TEC

De ervaring die Gérold van Gessel opdeed in zijn  lange trainerscarrière stelt hij nu tot dienst van ‘zijn’ TEC. Als hoofd jeugdopleidingen zet hij zich in om de ontwikkeling van de Tielse talenten te optimaliseren. Zijn ultieme doel: “Spelers laten doorstromen naar de eerste selectie.”

Hij wordt door mensen rond TEC nog regelmatig herinnerd aan zijn vader, Jan van Gessel, de beste voetballer die TEC ooit had. “Ik vind het mooi dat er mensen zijn die hem nog steeds herinneren, terwijl hij al wat jaartjes geleden in het eerste TEC voetbalde”, lacht hij.

Jan van Gessel maakte furore in de na-oorlogse periode, eind jaren veertig en begin jaren vijftig was hij een goaltjesdief pur sang die destijds de grote ster was van TEC, dat op het hoogste niveau (eerste klasse) speelde. “TEC speelde toen tegen PSV en Feyenoord, want je had drie eerste klassen”, zegt zoon Van Gessel. “Hij is nog uitgekozen voor het Zwaluwen-eftal, zeg maar het B-team van het Nederlands elftal. Daar kom je niet toevallig in. Mijn vader is jaren geleden overleden, maar mijn moeder van 93 volgt nog altijd trouw TEC. Ze is onlangs nog  gehuldigd vanwege het 85-jarig lidmaatschap.”

Gérold van Gessel schopte het bij TEC als speler tot ‘hoofdzakelijk’ het tweede elftal. “Heel lang werd er gezegd: kijk, daar heb je de zoon van Jan. Met die stempel heb ik altijd moeten spelen. Of dat erg vond? Nee hoor, ik vond het juist een geweldige eer voor mijn vader. Ik heb er ook geen last van gehad, ik ben mijn eigen weg gegaan.”

Die weg leidde naar SCP in Puiflijk, waar hij met zijn vriend Cor Ruvers ging voetballen. “Ik speelde er in het eerste, maar ging ook training geven.  Later ben ik assistent geworden van Fred van Deinzen bij AWC in Wijchen en ben ik trainer geweest van JVC Cuijk. In die periode heb ik ook mijn tweede trainersdiploma gehaald en ben ik hoofdtrainer geworden.” Hij was onder meer trainer van de Nijmeegse Brakkenstein en had vier seizoenen GVV onder zijn hoede. “Ik was de eerste trainer van de fusieclub AAC-Olympia in Horssen. Daarna heb ik nog eventjes bij DSZ in Boven Leeuwen gezeten, daar speelde mijn zoon. Ik heb prijsjes gewonnen, kampioenschappen én promoties.”

“Het was mooi geweest”, zegt hij over zijn besluit om te stoppen als hoofdtrainer. Voor een ander avontuur bleek Van Gessel wel degelijk nog te porren. Nadat TEC-voorzitter Johan Verweij hem had benaderd voor de functie van hoofd jeugdopleiding, greep hij de kans op hereniging met zijn eerste liefde met beide handen aan. “Een belangrijke reden om te stoppen als trainer was dat ik minder gebonden wilde zijn. Als trainer weet je dat je twee keer traint en in het weekeinde een wedstrijd speelt. Deze functie geeft mij die vrijheid. Als een weekje weg wil met mijn vrouw kan dat.”

Niet dat er in zijn functie weinig tijd zit. Van Gessel ziet veel trainingen en wedstrijden. “Ik probeer de trainers zo goed mogelijk te ondersteunen. Om de zoveel tijd zitten we met zijn allen om de tafel om over diverse thema’s praten. Mijn wil is heus geen wet. Je hebt te maken met vrijwilligers, het is geen moeten, maar willen.”

Trainers handvatten geven en de talenten zo goed mogelijk begeleiden in hun ontwikkeling, is zijn doel. “We hebben een bescheiden aantal jeugdteams, maar dat wil niet zeggen dat we niks kunnen bereiken. Het is vooral zaak de talenten die er zijn zo goed mogelijk te begeleiden. Gelukkig hebben we met hoofdtrainer Hans van de Haar en Ramon Schenkhuysen, de trainer van de onder 23, twee trainers die daar open voor staan. Zo hebben we in de eerste selectie een aantal stageplekken.”

Klik op TEC voor het laatste artikel over de club.
Klik op TEC voor meer informatie over de club.

‘Met BVV Barendrecht verplicht om goed te presteren’

Romano van der Stoep (25) van BVV Barendrecht leek een bestaan als beroepsvoetballer tegemoet te gaan. Het mocht niet zo zijn voor de aanvaller die erkent niet altijd alles te hebben over gehad voor zijn droom. Bij BVV Barendrecht koestert de Hagenaar de gezelligheid. Maar liever had hij in volle stadions gespeeld.

phonedirectOpenhartigheid is een eigenschap die lang niet ieder mens gegeven is. Dat geldt niet voor Van der Stoep, die het vertikt de waarheid te verdraaien en grif toegeeft dat hij graag had geruild met voetballers die wél doordrongen tot de eredivisie. “Ik was pas zeventien toen ik bij FC Utrecht in het eerste debuteerde”, zegt de man die het uitkomen voor BVV Barendrecht combineert met een job als zelfstandig glazenwasser. “Trainer Jan Wouters had vertrouwen in me en ik had op dat moment ook nog sterke hoop dat ik een stabiele toekomst in het profvoetbal zou kunnen opbouwen. Helaas is me dat niet gelukt, daar heb ik best een tijd moeite mee gehad. Ik denk er nog steeds wel over na, wanneer ik ’s morgens om zeven uur naar mijn werk ga.”

Terwijl oud-ploeggenoten als Sean Klaiber en Gyrano Kerk doorgroeiden bij FC Utrecht en grof geld verdienen bij respectievelijk Ajax en Lokomotiv Moskou, verkeert Van der Stoep in de wetenschap dat hij nog minimaal 35 jaar zal moeten buffelen om te kunnen leven. “Niks mis mee hoor”, zegt de voetballer, die als jongeling voor onder meer ADO Den Haag en TONEGIDO speelde. “Maar ik had het natuurlijk slimmer moeten aanpakken. Ik was niet vies van een lekker drankje en vond het soms ook moeilijk om een snack te laten staan. Ik was geregeld in de stad te vinden ’s avonds om nog even gezellig wat te drinken. Als je écht wilt doorbreken, kun je dat als jonge prof beter niet doen. Ik miste de mindset om alles uit mijn capaciteiten te halen.”

Van der Stoep vertelt niet zonder trots dat hij als tiener ook uitkwam voor vertegenwoordigende jeugdelftallen van Oranje. Gelukkig, zegt hij, lukt het hem ook om te genieten van amateurvoetbal. “Na FC Utrecht heb ik voor Sparta Rotterdam gespeeld en ook daar brak ik niet door. Ik ben toen naar hoofdklasser FC Rijnvogels uit Katwijk gegaan en heb daar vijf prachtige jaren gehad. Het publiek is er enorm fanatiek en we hadden een leuk elftal. Nu, bij BVV Barendrecht, zou ik graag willen dat de mensen op de tribune ook wat meer aanwezig zouden zijn.”

Tegelijkertijd is er bij van der Stoep het besef dat de prestaties van BVV Barendrecht geen reden geven tot ongebreideld enthousiasme. De club die eerder prominent bespeler van de tweede Divisie was, is middenmoter in de derde divisie en besloot de voetbaljaargang met dik twintig punten achterstand op kampioen FC Lisse. “Wij moeten de steun van het publiek natuurlijk zelf verdienen. Pas als wij beter gaan spelen, zal er meer reuring komen. We begonnen moeizaam dit jaar en hebben ons gelukkig aardig herpakt. Barendrecht is een grote club waar alles top georganiseerd is. We zijn dus ook wel verplicht om goed te presteren.”

Leen van Steensel, teammanager van Sparta Rotterdam en trainer van het Goudse Jodan Boys, zal komend seizoen de scepter zwaaien op De Bongerd. Hij is een oude bekende van Van der Stoep, die de ex-prof van Excelsior Rotterdam bij Sparta meemaakte toen hij daar assistent was. “Leen ondersteunde Alex Pastoor en ik had een goede band met hem. Je merkte aan alles dat hij zelf ook prof was geweest. Bovendien houdt Leen van gezelligheid, en laat ik dat nou ook enorm waarderen. Trainingskampen met een amateurclub zijn heerlijk.”

Klik op BVV Barendrecht voor meer informatie over de club.
Klik op BBV Barendrecht voor meer artikelen over de club.

Bas van Loon staat met plezier op én buiten het veld bij Achilles Veen

Zelf voetballen is niet voor altijd. Als er iemand is die dat goed weet, is het Bas van Loon wel. De speler van  Achilles Veen 2 raakte in zijn carrière drie keer zwaar geblesseerd aan zijn knie, kwam net zo vaak weer terug, maar staat volgend seizoen als trainer langs de lijn. En dat doet hij, bij zijn eigen team.

mandemakers bannerMaar helemaal afscheid nemen van het spelletje, dat kan de 31-jarige Van Loon toch nog niet. “In eerste instantie ben ik trainer, maar als het nodig is kan ik spelen.” Een soort speler/trainer dus. “Ik word wat ouder, dus dit leek zowel de club als mij een mooie stap. We denken allebei dat het prima te combineren is.” Je moet het ook niet spannender maken, dan dat het is, vindt hij. “De groep is het er ook mee eens. Er zullen zich soms best lastige situaties voordoen, maar dat is ook weer meteen de uitdaging.”

Ondervinden
En die uitdaging gaat de oud-speler van het eerste, maar al te graag aan. “Je zult de dingen wat meer moeten managen. Mocht ik in het veld staan, dan sta je er echt dicht op, dan heb je volgens mij nog meer invloed. Het nadeel is dat je ook met randzaken bezig zal moeten zijn.” Van Loon, die ook in de jeugd van Willem II speelde, denkt dus al na over zijn toekomst. “Als voetballen straks niet meer lukt, wat dan? In het verleden ben ik jeugdtrainer geweest, dat vond ik hartstikke leuk. Dit is een mooie kans om te kijken of het echt bij me past.” Want, zo zegt hij zelf, dat weet je pas als je het ook echt doet. “Spelers beter maken en jonge gasten helpen. Vooral het groepsproces is interessant. Dat heb ik natuurlijk jaren als speler meegemaakt, maar als trainer kijk je daar weer heel anders naar.” Daar zit sowieso een groot verschil, beseft ook Van Loon. “Dan ben je bezig met de opkomst, maar ook met wissels, daar moet je allemaal rekening mee houden.” Al kijkt de voormalig aanvoerder daar ook weer naar uit. “Ik ben eigenlijk al heel blij dat ik nog kan voetballen, maar stiekem was ik hier in mijn hoofd al wel mee bezig. Zeker ook door mijn blessures. Nu wordt het vooral ondervinden, is het echt zo leuk? Pas dan ga ik ambities en doelen stellen.”

Eerlijk en duidelijk
Maar voor iemand die als voetballer altijd ging voor het hoogst haalbare, zal dat als trainer waarschijnlijk niet veel anders zijn. “Ons tweede is echt een mix van verschillende spelers. Jongens die op een hoog niveau hebben gespeeld, maar ook wat lager. Daar moeten we een team van gaan maken.” Plezier staat in ieder geval voorop. “Anders kun je ook niet presteren, dat moet echt samengaan.” Wat Van Loon precies voor trainer is, weet hij zelf ook nog niet helemaal. “In ieder geval eerlijk en duidelijk. Over de rest ga ik de komende weken verder nadenken. Hoe gaan we spelen? Hoe ga je dat dan trainen?” Na tien jaar bij de club, kent hij Achilles Veen inmiddels als geen ander. Maar als voetballer komt zijn einde steeds een beetje dichterbij. “Zeker met mijn verleden, dan houdt het een keer op. Ik verwacht dat ik het heel leuk ga vinden, dan sta ik vanzelf steeds minder op het veld.” De voorpret is in ieder geval alvast begonnen. “Samen met de groep naar iets toeleven, daar heb ik echt zin in. Het belangrijkste is dat ze met heel veel plezier naar de voetbal komen.” Want, zo luidt zijn motto: “Met veel plezier op en buiten het veld!”

Klik op Achilles Veen voor meer artikelen.
Klik op Achilles Veen voor meer informatie over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.