Home Blog Pagina 548

Rainier Vos vindt uitdaging bij MVV’58

Een aantal keer in de week rijdt Rainier Vos in de auto naar Meteren. Dat doet hij fluitend, want bij MVV’58 kan de 52-jarige werkvoorbereider zich volledig ontplooien en heeft plezier voor tien. De jeugd van de dorpsclub vaart wel bij de aanwezigheid van de technisch coördinator.

Jarenlang was Vos verbonden aan Sportclub Everstein. Hij trainde het ene team, daarna het andere elftal en was ook actief in de technische commissie. Hij dacht er niet aan om elders te kijken. “Voor mij was voetbal Everstein. Dat is mooi, maar ik weet nu ook dat bij een andere club werken heel verfrissend is. Nu zeg ik: had ik maar eerder buiten de deur gekeken. Ik ben echt blij dat dit deze rol nu bij MVV’58 kan vervullen. Ik voel ook de waardering van de vereniging.”

Hij wist ook dat hij bij een club terecht kwam waar het aantal jeugdteams beperkt is. Geen vier elftallen in een leeftijdscategorie, eerder één of twee. Maar dat weerhield Vos er niet van om in te stappen. “Ik ben benaderd door MVV’58 en in de gesprekken die we hadden, bleek dat we qua visie op dezelfde lijn zitten. Er was behoefte aan meer structuur, meer eenduidigheid qua trainingen. Er moest een impuls worden gegeven aan de samenwerking tussen trainers.”

Zijn eerste seizoen viel voor een groot deel in het water, want de coronapandemie maakte al een snel einde aan het voetbalseizoen. Vos deed er echter zijn voordeel ermee. “Natuurlijk was het niet leuk dat we niet konden voetballen, maar uiteindelijk hebben we voor de jeugd best nog veel kunnen organiseren. Van oefenwedstrijden tot speciale trainingen. Voor mij was het ideaal, want ik kon op een rustige manier de trainers en andere vrijwilligers leren kennen. In de hectiek van de competitie is dat allemaal wat lastiger.”

Werken aan de basisvaardigheden van de onderbouwjeugd stond en staat hoog op zijn agenda. “MVV’68 heeft de luxe van een techniektrainer die regelmatig teams onder handen neemt. Om elkaar niet in de weg te zitten, zijn we langzaam maar zeker een carrouseltraining aan het invoeren. Oefenstof dat dus aan alle voetballertjes wordt aangeboden, ongeacht hun niveau. Maar we kijken daarbij wel goed naar evenwicht in trainingen. En techniektraining én carrouseltraining in een week wordt door trainers niet altijd even geapprecieerd. Je wilt als trainer ook graag minimaal één keer een teamtraining afwerken.”

Vos wil waken voor cultuur dat zijn wil wet is. “Iedereen weet dat zoiets niet werkt. Het overlegmodel werkt veel beter, beter is nog dat je trainers kan overtuigen van een visie. Dat heeft gewoon tijd nodig. Als je er veel over praat, kom je vanzelf bij elkaar heb ik ervaren. Een rode draad moet je hebben, maar er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden.”

Zo is dat ook met de speelstijl. Vos: “We hanteren in principe 4-3-3, dat is onze huisstijl. Maar als een trainer daarvan wil afwijken en hij heeft daar een goede reden voor, geen probleem. Ik vind het ook juist goed dat spelers kennismaken met andere systemen dan alleen maar 4-3-3. Het is goed voor hun ontwikkeling en daar draait het uiteindelijk om.”

Klik op MVV’58 voor het laatste artikel over de club.
Klik op MVV’58 voor meer informatie over de club.

Afscheid Sven Weeda en Rudy Spekman bij SV Poortugaal

Het is maar weinigen gegeven: je eigen afscheidsparty regisseren. Ze hoefden niet te stoppen bij hoofdklasser SV Poortugaal, maar Sven Weeda en Rudy Spekman voelden dat het moment van afscheid nemen aangebroken was. “Nu waren we nog van toegevoegde waarde.”

phonedirect
De laatste wedstrijd van het seizoen tegen het al weken geleden gedegradeerde Rijsoord was dé ideale uitzwaaiwedstrijd voor een viertal spelers. Want naast Weeda en Spekman lag er ook voor trouwe krijgers Niels Versteege (elf seizoenen!) en doelman Dyron Bijl een fraai bloempakket klaar. Waar Versteege bij trainer Peter Klomp in zijn laatste Poortugaalse episode niet altijd kon rekenen op een basisplaats, stonden de namen van Spekman en Weeda veelvuldig in de opstelling van de hoofdmacht van de fusieclub.

De noodzaak voor beiden om aan hun voetbalpensioen te beginnen was er dus niet, maar Weeda en Spekman voelen allebei aan dat nu afscheid nemen het avontuur compleet maakt. “We hebben een fantastische tijd gehad hier”, spreekt Weeda (34) namens hem en zijn collega-centrale verdediger. “We voetbalden met vrienden. Het was vaak een feestje.”

Weeda arriveerde negen seizoenen geleden in Poortugaal, een jaar later volgde Spekman. “Niels Versteege is onze kwartiermaker geweest”, lacht Spekman. “Hij speelde ook eerst bij Barendrecht en is als eerste naar SV Poortugaal gegaan. Hij vertelde hoe leuk het was bij Poortugaal.” Weeda, Spekman en Versteege maakten alle drie in het verleden deel uit van de selectie bij Barendrecht, destijds een goede topklasser. “Het eerste halen was heel moeilijk, voor ons onmogelijk”, zegt Spekman. Het ‘alternatief’ beviel zo goed dat ze er kind aan huis werden en kind van de club.

Ze maakten prachtige voetbaltijden mee op Poortugaals grondgebied en groeiden mee van de eerste klasse op zondag naar de staat van zaterdaghoofdklasser nu. Ze beleefden daarnaast ook de ‘dynamiek’ van de nieuwe vereniging na de fusie tussen Oude Maas en VV Poortugaal. Een fusie, die veel voeten in de aarde had op bestuurlijk en organisatorisch niveau, maar waar op het veld nauwelijks iets van te merken viel. Het plukje spelers van  SV Poortugaal, mét Spekman, Weeda en Versteege, integreerde in no-time met het plukje van Oude Maas en het contingent van nieuwe spelers. Al heel snel stond er een nieuw vriendencollectief.

Dat resulteerde ook in mooie resultaten. Poortugaal ging met een straatlengte voorsprong op de concurrentie als nummer één van de eerste klasse de eerste coronalockdown in. Toen de KNVB de competitie onafgemaakt blies leek Poortugaal een promotie ontnomen te worden, maar als beste eersteklasser mochten Weeda, Spekman en consorten toch de promotie in ontvangst nemen. “Volledig terecht natuurlijk”, kijkt Spekman terug op het eerste ‘coronajaar’. “We hadden nog maar een paar punten nodig om kampioen te worden. De promotie is een hoogtepunt, maar ik ervaar dat ook als een dieptepunt. Dat we het kampioenschap niet hebben kunnen vieren, beschouw ik nog steeds als een gemis.”

Al vroeg in dit seizoen maakten Spekman en Weeda de keuze om te stoppen. “Gelukkig hebben we dat kunnen doen met een nagenoeg compleet seizoen”, reageert Weeda. “Nog weer een coronaseizoen had ik niet getrokken.”

Daarom had hij zich voor het seizoen al voorgenomen om bij een nieuwe lockdown af te zien van alternatieve trainingen. “Ik had daar zo mijn buik van vol”, zegt hij terwijl in zijn stem de emotie klinkt. “In groepjes van twee trainen of alleen maar iets kunnen doen buiten de club. Ik had al gezegd: ik doe daar niet meer aan mee. Trainen op de parkeerplaatsen, terwijl het regent en dan in je natgeregende sportkleding in de auto naar huis rijden, nee, daar had ik geen zin in.”

Het kostte hem wel na de hervatting van de competitie half februari wel een paar basisplaatsen. “Daarna ben ik gelukkig weer snel in de basis gekomen.”

Ook Spekman kende geen vlekkeloos seizoen. Een blessure aan de kuit hield hem aan de kant. “Voordat je terug bent en opgetraind, ben je er twee maanden uit.”

Maar ook Spekman keerde weer terug in de basiself van SV Poortugaal, dat een goed en mooi seizoen draaide in de hoofdklasse. Als debutant maakte het een uitstekende indruk die met een achtste plaats werd afgesloten. Bijna tien punten boven de rode degradatiestreep. “Achteraf gezien hadden we nog meer punten kunnen pakken. We hebben een paar wedstrijden onnodig verloren of gelijkgespeeld. Aan de andere kant: we mogen enorm tevreden zijn hoe het seizoen is verlopen.”

Dat vindt Weeda ook. “Onze wedstrijden hebben we gespeeld tegen de betere teams. Dat is niet toevallig, want als we iets kunnen inzakken kwam onze speelwijze het beste tot zijn recht. We hebben veel snelheid voorin en als je daar de ruimte voor creëert, benut je maximaal je mogelijkheden. Dat hebben we gedaan.”

Genietend van het hoofdklasseavontuur voetbalden Weeda en Spekman zich naar het einde van hun Poortugaal-carrière. Zonder spijt namen zij tegen Rijsoord afscheid van blauw en zwart. “Ik koester deze periode”, zegt Spekman. “Ja, we hadden nog een jaar door kunnen gaan, maar je weet niet of je dan nog van toegevoegde waarde bent.”

“Je kan zomaar op de bank komen en dan weet ik niet of we de gezelligsten zijn”, vult Weeda. “Dit is ook echt onze eigen beslissing. De trainer heeft eerder dit seizoen al aangegeven dat hij wil verjongen. Dat is logisch ook, hij moet ook vooruit kijken. Een team met veel dertigers heeft geen toekomst meer. De club heeft ook nooit gezegd dat we weg moesten.”

De kans bestaat dat beide spelers komend seizoen bij Barendrecht terugkeren. Een vriendenteam hengelt naar de diensten van het tweetal. “Niels Versteege gaat naar Meeuwenplaat, waar hij nog selectievoetbal gaat spelen. Dat zie ik niet meer zitten”, zegt Weeda. “Het kan best zijn dat ik straks opduik bij Barendrecht.” Spekman: “Peter de Lange gaat ook voetballen in dat team.”

Met een kersverse junior in de kinderwagen is voor Weeda een nieuwe levensfase aangebroken. “Ik golf ook sinds een jaar. Ik heb inmiddels handicap achttien.”

Klik op SV Poortugaal voor meer artikelen over de club
Klik op SV Poortugaal voor meer informatie over de club

Gérold van Gessel bouwt aan het oude nest bij TEC

De ervaring die Gérold van Gessel opdeed in zijn  lange trainerscarrière stelt hij nu tot dienst van ‘zijn’ TEC. Als hoofd jeugdopleidingen zet hij zich in om de ontwikkeling van de Tielse talenten te optimaliseren. Zijn ultieme doel: “Spelers laten doorstromen naar de eerste selectie.”

Hij wordt door mensen rond TEC nog regelmatig herinnerd aan zijn vader, Jan van Gessel, de beste voetballer die TEC ooit had. “Ik vind het mooi dat er mensen zijn die hem nog steeds herinneren, terwijl hij al wat jaartjes geleden in het eerste TEC voetbalde”, lacht hij.

Jan van Gessel maakte furore in de na-oorlogse periode, eind jaren veertig en begin jaren vijftig was hij een goaltjesdief pur sang die destijds de grote ster was van TEC, dat op het hoogste niveau (eerste klasse) speelde. “TEC speelde toen tegen PSV en Feyenoord, want je had drie eerste klassen”, zegt zoon Van Gessel. “Hij is nog uitgekozen voor het Zwaluwen-eftal, zeg maar het B-team van het Nederlands elftal. Daar kom je niet toevallig in. Mijn vader is jaren geleden overleden, maar mijn moeder van 93 volgt nog altijd trouw TEC. Ze is onlangs nog  gehuldigd vanwege het 85-jarig lidmaatschap.”

Gérold van Gessel schopte het bij TEC als speler tot ‘hoofdzakelijk’ het tweede elftal. “Heel lang werd er gezegd: kijk, daar heb je de zoon van Jan. Met die stempel heb ik altijd moeten spelen. Of dat erg vond? Nee hoor, ik vond het juist een geweldige eer voor mijn vader. Ik heb er ook geen last van gehad, ik ben mijn eigen weg gegaan.”

Die weg leidde naar SCP in Puiflijk, waar hij met zijn vriend Cor Ruvers ging voetballen. “Ik speelde er in het eerste, maar ging ook training geven.  Later ben ik assistent geworden van Fred van Deinzen bij AWC in Wijchen en ben ik trainer geweest van JVC Cuijk. In die periode heb ik ook mijn tweede trainersdiploma gehaald en ben ik hoofdtrainer geworden.” Hij was onder meer trainer van de Nijmeegse Brakkenstein en had vier seizoenen GVV onder zijn hoede. “Ik was de eerste trainer van de fusieclub AAC-Olympia in Horssen. Daarna heb ik nog eventjes bij DSZ in Boven Leeuwen gezeten, daar speelde mijn zoon. Ik heb prijsjes gewonnen, kampioenschappen én promoties.”

“Het was mooi geweest”, zegt hij over zijn besluit om te stoppen als hoofdtrainer. Voor een ander avontuur bleek Van Gessel wel degelijk nog te porren. Nadat TEC-voorzitter Johan Verweij hem had benaderd voor de functie van hoofd jeugdopleiding, greep hij de kans op hereniging met zijn eerste liefde met beide handen aan. “Een belangrijke reden om te stoppen als trainer was dat ik minder gebonden wilde zijn. Als trainer weet je dat je twee keer traint en in het weekeinde een wedstrijd speelt. Deze functie geeft mij die vrijheid. Als een weekje weg wil met mijn vrouw kan dat.”

Niet dat er in zijn functie weinig tijd zit. Van Gessel ziet veel trainingen en wedstrijden. “Ik probeer de trainers zo goed mogelijk te ondersteunen. Om de zoveel tijd zitten we met zijn allen om de tafel om over diverse thema’s praten. Mijn wil is heus geen wet. Je hebt te maken met vrijwilligers, het is geen moeten, maar willen.”

Trainers handvatten geven en de talenten zo goed mogelijk begeleiden in hun ontwikkeling, is zijn doel. “We hebben een bescheiden aantal jeugdteams, maar dat wil niet zeggen dat we niks kunnen bereiken. Het is vooral zaak de talenten die er zijn zo goed mogelijk te begeleiden. Gelukkig hebben we met hoofdtrainer Hans van de Haar en Ramon Schenkhuysen, de trainer van de onder 23, twee trainers die daar open voor staan. Zo hebben we in de eerste selectie een aantal stageplekken.”

Klik op TEC voor het laatste artikel over de club.
Klik op TEC voor meer informatie over de club.

‘Met BVV Barendrecht verplicht om goed te presteren’

Romano van der Stoep (25) van BVV Barendrecht leek een bestaan als beroepsvoetballer tegemoet te gaan. Het mocht niet zo zijn voor de aanvaller die erkent niet altijd alles te hebben over gehad voor zijn droom. Bij BVV Barendrecht koestert de Hagenaar de gezelligheid. Maar liever had hij in volle stadions gespeeld.

phonedirectOpenhartigheid is een eigenschap die lang niet ieder mens gegeven is. Dat geldt niet voor Van der Stoep, die het vertikt de waarheid te verdraaien en grif toegeeft dat hij graag had geruild met voetballers die wél doordrongen tot de eredivisie. “Ik was pas zeventien toen ik bij FC Utrecht in het eerste debuteerde”, zegt de man die het uitkomen voor BVV Barendrecht combineert met een job als zelfstandig glazenwasser. “Trainer Jan Wouters had vertrouwen in me en ik had op dat moment ook nog sterke hoop dat ik een stabiele toekomst in het profvoetbal zou kunnen opbouwen. Helaas is me dat niet gelukt, daar heb ik best een tijd moeite mee gehad. Ik denk er nog steeds wel over na, wanneer ik ’s morgens om zeven uur naar mijn werk ga.”

Terwijl oud-ploeggenoten als Sean Klaiber en Gyrano Kerk doorgroeiden bij FC Utrecht en grof geld verdienen bij respectievelijk Ajax en Lokomotiv Moskou, verkeert Van der Stoep in de wetenschap dat hij nog minimaal 35 jaar zal moeten buffelen om te kunnen leven. “Niks mis mee hoor”, zegt de voetballer, die als jongeling voor onder meer ADO Den Haag en TONEGIDO speelde. “Maar ik had het natuurlijk slimmer moeten aanpakken. Ik was niet vies van een lekker drankje en vond het soms ook moeilijk om een snack te laten staan. Ik was geregeld in de stad te vinden ’s avonds om nog even gezellig wat te drinken. Als je écht wilt doorbreken, kun je dat als jonge prof beter niet doen. Ik miste de mindset om alles uit mijn capaciteiten te halen.”

Van der Stoep vertelt niet zonder trots dat hij als tiener ook uitkwam voor vertegenwoordigende jeugdelftallen van Oranje. Gelukkig, zegt hij, lukt het hem ook om te genieten van amateurvoetbal. “Na FC Utrecht heb ik voor Sparta Rotterdam gespeeld en ook daar brak ik niet door. Ik ben toen naar hoofdklasser FC Rijnvogels uit Katwijk gegaan en heb daar vijf prachtige jaren gehad. Het publiek is er enorm fanatiek en we hadden een leuk elftal. Nu, bij BVV Barendrecht, zou ik graag willen dat de mensen op de tribune ook wat meer aanwezig zouden zijn.”

Tegelijkertijd is er bij van der Stoep het besef dat de prestaties van BVV Barendrecht geen reden geven tot ongebreideld enthousiasme. De club die eerder prominent bespeler van de tweede Divisie was, is middenmoter in de derde divisie en besloot de voetbaljaargang met dik twintig punten achterstand op kampioen FC Lisse. “Wij moeten de steun van het publiek natuurlijk zelf verdienen. Pas als wij beter gaan spelen, zal er meer reuring komen. We begonnen moeizaam dit jaar en hebben ons gelukkig aardig herpakt. Barendrecht is een grote club waar alles top georganiseerd is. We zijn dus ook wel verplicht om goed te presteren.”

Leen van Steensel, teammanager van Sparta Rotterdam en trainer van het Goudse Jodan Boys, zal komend seizoen de scepter zwaaien op De Bongerd. Hij is een oude bekende van Van der Stoep, die de ex-prof van Excelsior Rotterdam bij Sparta meemaakte toen hij daar assistent was. “Leen ondersteunde Alex Pastoor en ik had een goede band met hem. Je merkte aan alles dat hij zelf ook prof was geweest. Bovendien houdt Leen van gezelligheid, en laat ik dat nou ook enorm waarderen. Trainingskampen met een amateurclub zijn heerlijk.”

Klik op BVV Barendrecht voor meer informatie over de club.
Klik op BBV Barendrecht voor meer artikelen over de club.

Bas van Loon staat met plezier op én buiten het veld bij Achilles Veen

Zelf voetballen is niet voor altijd. Als er iemand is die dat goed weet, is het Bas van Loon wel. De speler van  Achilles Veen 2 raakte in zijn carrière drie keer zwaar geblesseerd aan zijn knie, kwam net zo vaak weer terug, maar staat volgend seizoen als trainer langs de lijn. En dat doet hij, bij zijn eigen team.

mandemakers bannerMaar helemaal afscheid nemen van het spelletje, dat kan de 31-jarige Van Loon toch nog niet. “In eerste instantie ben ik trainer, maar als het nodig is kan ik spelen.” Een soort speler/trainer dus. “Ik word wat ouder, dus dit leek zowel de club als mij een mooie stap. We denken allebei dat het prima te combineren is.” Je moet het ook niet spannender maken, dan dat het is, vindt hij. “De groep is het er ook mee eens. Er zullen zich soms best lastige situaties voordoen, maar dat is ook weer meteen de uitdaging.”

Ondervinden
En die uitdaging gaat de oud-speler van het eerste, maar al te graag aan. “Je zult de dingen wat meer moeten managen. Mocht ik in het veld staan, dan sta je er echt dicht op, dan heb je volgens mij nog meer invloed. Het nadeel is dat je ook met randzaken bezig zal moeten zijn.” Van Loon, die ook in de jeugd van Willem II speelde, denkt dus al na over zijn toekomst. “Als voetballen straks niet meer lukt, wat dan? In het verleden ben ik jeugdtrainer geweest, dat vond ik hartstikke leuk. Dit is een mooie kans om te kijken of het echt bij me past.” Want, zo zegt hij zelf, dat weet je pas als je het ook echt doet. “Spelers beter maken en jonge gasten helpen. Vooral het groepsproces is interessant. Dat heb ik natuurlijk jaren als speler meegemaakt, maar als trainer kijk je daar weer heel anders naar.” Daar zit sowieso een groot verschil, beseft ook Van Loon. “Dan ben je bezig met de opkomst, maar ook met wissels, daar moet je allemaal rekening mee houden.” Al kijkt de voormalig aanvoerder daar ook weer naar uit. “Ik ben eigenlijk al heel blij dat ik nog kan voetballen, maar stiekem was ik hier in mijn hoofd al wel mee bezig. Zeker ook door mijn blessures. Nu wordt het vooral ondervinden, is het echt zo leuk? Pas dan ga ik ambities en doelen stellen.”

Eerlijk en duidelijk
Maar voor iemand die als voetballer altijd ging voor het hoogst haalbare, zal dat als trainer waarschijnlijk niet veel anders zijn. “Ons tweede is echt een mix van verschillende spelers. Jongens die op een hoog niveau hebben gespeeld, maar ook wat lager. Daar moeten we een team van gaan maken.” Plezier staat in ieder geval voorop. “Anders kun je ook niet presteren, dat moet echt samengaan.” Wat Van Loon precies voor trainer is, weet hij zelf ook nog niet helemaal. “In ieder geval eerlijk en duidelijk. Over de rest ga ik de komende weken verder nadenken. Hoe gaan we spelen? Hoe ga je dat dan trainen?” Na tien jaar bij de club, kent hij Achilles Veen inmiddels als geen ander. Maar als voetballer komt zijn einde steeds een beetje dichterbij. “Zeker met mijn verleden, dan houdt het een keer op. Ik verwacht dat ik het heel leuk ga vinden, dan sta ik vanzelf steeds minder op het veld.” De voorpret is in ieder geval alvast begonnen. “Samen met de groep naar iets toeleven, daar heb ik echt zin in. Het belangrijkste is dat ze met heel veel plezier naar de voetbal komen.” Want, zo luidt zijn motto: “Met veel plezier op en buiten het veld!”

Klik op Achilles Veen voor meer artikelen.
Klik op Achilles Veen voor meer informatie over de club.

Jeugd van GDC heeft steeds meer structuur

Jeugdcoördinator van de onderbouw en als trainer verbonden aan de JO13, Tino Vos steekt met alle liefde tijd in de jeugd van GDC. En die inzet wordt beloond, ziet de clubman in hart en nieren. “Er staat een bloeiende jeugdafdeling, met steeds meer structuur.”

Inmiddels is de 42-jarige Vos daarbij betrokken als coördinator van de JO7 tot en met de JO12, maar het begon natuurlijk gewoon als voetballer. “In de E’tjes ben ik hier begonnen en vervolgens nooit meer weggegaan. Na jaren in het eerste, steeds een beetje lager en nu in het zesde.” Geen groot talent, maar wel een vaste kracht. “Ik was er altijd en stond wel mijn mannetje. Als centrale verdediger had ik mijn lengte ook wel mee.”

Opleiden
De inwoner van Genderen kan zich dan ook geen leven zonder voetbal voorstellen. “Daar ben ik mee opgegroeid. Het is een vereniging zonder ‘poeha’, gewoon samen met alle vrijwilligers iets bereiken. Iedereen is hier welkom.” En met drie voetballende zonen, komt Vos er waarschijnlijk ook nooit meer vanaf. “Die kwamen vroeger natuurlijk al kijken. Het is ontzettend leuk om met die jongens bezig te zijn.” Een jaar of zes inmiddels als coördinator, vertelt hij. “Trainers zoeken, begeleiden en helpen met de coaching. In iedere leeftijdscategorie willen we een volwaardige staf hebben, al wordt dat steeds lastiger. Mensen hebben het vaak te druk.” En dat niet alleen. “Ze moeten natuurlijk ook wel iets met voetbal hebben. Die kinderen moeten ook wat leren.” Dat blijft uiteindelijk natuurlijk het belangrijkste. “We willen spelers opleiden voor ons eerste elftal, dat is het doel. Tuurlijk ben je afhankelijk van een goede lichting, maar we proberen daar alles aan te doen.” Dat zag Vos een aantal seizoenen geleden zelf dus ook wel zitten. “Ik was toch al heel de zaterdag op de club en ondertussen ken ik wel zo’n beetje iedereen. Dat is wel handig.” Ook zijn achtergrond bij de politie helpt mee. “Daardoor kun je misschien wat makkelijker praten, communiceren of dingen oplossen.”

Leerzaam en uitdagend
Maar behalve dat, moet ook het niveau natuurlijk omhoog, legt Vos uit. “We proberen onze trainers op een leuke en vriendelijke manier beter te maken. Bijvoorbeeld door iemand met meer ervaring mee te laten lopen.” Ook over de trainingen zelf is nagedacht. “Vaak doen we dan een ‘circuitje’, zodat alle teams dezelfde oefeningen doen. Op die manier zorg je voor een bepaalde structuur.” Net als een groepsapp. “Daar delen we verschillende oefenvormen. Hoe kun je die bij een hoger team toepassen? Uiteindelijk zorgt meer structuur binnen de jeugd voor meer plezier en dus leren ze meer.” Zijn eigen team, is daarvan een goed voorbeeld. “Vanaf de JO7 ben ik daarmee begonnen, dat is nu de JO13. Als je jarenlang met dezelfde groep kunt werken, is de ontwikkeling enorm.” Vos vervolgt. “Het is nu een voetballende ploeg, die met enorm veel plezier op het veld staat. Op die manier kun je er echt het maximale uithalen.” Maar stiekem geniet hij als trainer het meeste van de momenten zonder bal. “Het contact met die kinderen is eigenlijk het mooiste. Je ziet ze op sociaal vlak groeien, ook dan laten ze zich gelden. Op een positieve manier.” Toch blijft het vasthouden van de eigen jeugd, een uitdaging, merkt de jeugdcoördinator. “Door corona zijn ze ook veel andere dingen gaan doen. Aan ons de taak om het leerzaam en uitdagend te houden.” Want dat is nodig, sluit Vos af. “We proberen in iedere categorie een team op de been te brengen. Zodat ze lekker tegen hun leeftijdsgenoten kunnen spelen, ieder op hun eigen niveau.”

Plaizier komt tot bloei bij VV Heerjansdam

Een goalgetter was hij nooit geweest bij VV Heerjansdam en hij was ook met enige regelmaat tweede keus. Maar vorig seizoen veranderde Gert Jan Plaizier tot de meest opvallende speler van eersteklasser VV Heerjansdam, Met een score in de dubbele cijfers als nummer tien van de groen-witten.

phonedirect“Voor zo’n seizoen teken ik graag”, zegt de dertigjarige Heerjansdammer, die al meer dan elf seizoenen geleden zijn eerste wedstrijd speelde voor zijn club.

Met Heerjansdam mocht Plaizier onlangs de Voetbal Rijnmond Cup omhoog houden en dat leverden hem en zijn ploeggenoten een mooie tripje naar het buitenland op. De zege op een gemankeerde SC Feyenoord in de finale kwam niet geheel onverwacht (2-0), maar zo vaak moest het zware werk moest VV Heerjansdam doen in de halve finale tegen Jodan Boys. Plaizier buffelde en leek longen als een paard te hebben. Geen (lucht)duel ging hij met de Goudse spelers uit de weg.

“Het is een mooi seizoen”, zegt Plaizier. “We kwamen net tekort om ons te plaatsen voor de nacompetitie. We hebben hier en daar onnodige punten laten liggen, maar dat zullen ook andere ploegen zeggen. Uiteindelijk sta je aan het einde van de rit waar je hoort te staan. Een vijfde plaats is zo gek nog niet.”

Plaizier, die volgende 31 jaar wordt, was als nummer tien de ontdekking van dit seizoen. Nooit eerder slaagde hij erin zijn altijd al aanwezige spelopvatting, gebaseerd op veel inzet en werklust, te koppelen aan een enorme doeltreffendheid. Maar dit seizoen werden niet alleen verdedigers tureluurs, maar ook keepers, die twaalf keer het nakijken hadden in de competitie.

“Het ging niet verkeerd”, reageert Plaizier, die niet een voetballer is die de loftrompet over zichzelf blaast. “Dat ik zo goed heb kunnen renderen heeft met de hele voorhoede te maken en uiteindelijk ook het hele elftal. Er zat een positieve energie in de groep en er was sprake van een prima veldbezetting. Als nummer tien ben je afhankelijk van medespelers, van spits Mathijn Valster en ook van Luc Delmee. Dat is natuurlijk geen verkeerde als je die naast je hebt staan.”

Zijn techniek is niet slecht, maar ook weer niet bovenmatig goed, vindt hij zelf. Doorzettingsvermogen en loopvermogen zijn daarentegen wel goed ontwikkeld en die kwaliteiten komen in het huidige VV Heerjansdam 1 prima tot hun recht.

Wetende dat Plaizier zijn debuut al ver geleden maakte, zou je veronderstellen dat hij al honderden wedstrijden op zijn naam hebben staan bij Heerjansdam. Dat valt me, of, beter gezegd, tegen. “Mijn loopbaan is een paar onderbroken geweest en ik heb ook niet altijd een basisplaats gehad.”

Hij combineert voetbal met werken in de dierenspeciaalzaak die zijn ouders jaren geleden opzette. “Mijn broertje werkt er ook in. We leveren dierenvoedsel voor met name hobbydieren. We leveren aan kinderboerderijen, aan dierenspeciaalzaken en daarnaast hebben we ook zelf nog twee fysieke winkels.”

Daarnaast bestiert hij met zijn vriendin een paardenbedrijf. “’Sportpaarden. Het zijn voornamelijk paarden die voor de dressuur worden gebruikt en die uit de opfok komen. Het is vooral een pakkie an van mijn vriendin. Met ook nog eens twee kinderen thuis zal het wel heel druk worden voor mij. Ik maak graag tijd voor het voetballen.”

Klik op VV Heerjansdam voor meer informatie over de club.
Klik op VV Heerjansdam voor meer artikelen over de club.

Peter de Lange neemt met tranen afscheid bij BVV Barendrecht

Voor Peter de Lange zit het er na een lange periode op met prestatievoetbal. Komend seizoen is de spits te bewonderen in een vriendenteam van BVV Barendrecht, de club waar hij zaterdag 4 juni afscheid nam.

phonedirect
Na de laatste wedstrijd tegen Sparta Nijkerk – de aanvaller kreeg na rust speeltijd van Richard Elzinga – werd De Lange door voorzitter Martijn Seltenrijch bedankt voor bewezen diensten. Zijn aandeel in zijn laatste seizoen in de top van het amateurvoetbal was beperkt. In de derde divisie speelde hij mondjesmaat in de basis. Veel vaker werd hij ingezet als basisspeler. Desondanks wist hij ook dit seizoen het net te vinden: 4 keer.

Scoren was jarenlang zijn professie. Hij deed dat bij Jong Willem II,  Excelsior en Jong Feyenoord en later ook in bij de topamateurs van Barendrecht, Capelle, Spakenburg, ASWH en weer  BVV Barendrecht.

Bij zijn afscheid bedankte De Lange zijn ouders, die hem als jong ventje overal naar toebrachten en hem altijd steunde. Met zijn voetbalschoenen om de nek was het voor de 34-jarige De Lange lastig om het droog te houden.

Klik op BVV Barendrecht voor meer informatie over de club.
Klik op BBV Barendrecht voor meer artikelen over de club.

Naftali Sahusilawane zit prima op zijn plek bij Achilles Veen

Twee seizoenen lang vroegen de dames van Achilles Veen hem wekelijks of hij nu ze nu eindelijk toch eens training kwam geven. Uiteindelijk kon Naftali Sahusilawane niet anders dan toegeven. “Ik had het nog nooit gedaan, maar kon geen ‘nee’ meer zeggen.”

mandemakers banner

Want toen de 57-jarige Sahusilawane vijf seizoenen geleden begon bij Achilles Veen, had hij zelf misschien ook niet helemaal verwacht nu trainer te zijn van een damesteam. “Ik ging bewust naar een zaterdagclub, omdat ik op zondag graag naar Feyenoord ga. Het begon gewoon bij de ‘jongens’, maar we trainden tegelijk met de vrouwen.” En dus wisten ze hem iedere week opnieuw te vinden. “Wanneer kom je ons nou een keertje trainen, vroegen ze steeds. Ze waren super vriendelijk, dus waarom ook niet?”

Onderlinge plezier

Sahusilawane zit sowieso prima op zijn plek bij Achilles Veen. “Het is een heel gezellig clubje, echt dorps. Bij de mannen zijn ze heel ambitieus, bij de dames is dat nog wat minder.” Daar ziet hij dus nog wel wat ruimte voor verbetering. “Er lopen best wat talentjes in de jeugd, maar die spelen gewoon bij de jongens. Dat is ook goed voor hun ontwikkeling. Alleen is er weinig aanwas, omdat het gat naar ons te groot is.” Ook voor Sahusilawane was het wel even wennen, moet hij bekennen. “Vooral qua tempo, maar ook de training. Jongens trainen veel meer fysiek.” Al is dat nog niet alles. “Dames willen alles weten. Vooral waarom ze iets moeten doen, jongens doen het gewoon. Maar als je hier ‘A’ zegt, moet je ook ‘B’ zeggen.” Toch geniet de trainer zichtbaar. “De saamhorigheid, het plezier onderling en de positieve acceptatie. Ze accepteren alles van elkaar en zijn echt een groep. Zeuren en mopperen doen ze nauwelijks, dat vind ik wel fijn.” Maar ook voetballend moet er natuurlijk wat geleerd worden, vertelt Sahusilawane. “We doen vooral veel passen. Bij sommige meiden merk je dat ze dat vroeger weinig hebben gedaan, terwijl anderen daarin weer verder zijn.” Ook partijtje is populair. “Ze zijn vaak nog toeschouwer, dan ben je te laat. Dat gaat echt steeds beter.”

Enthousiasme

Toch waren de resultaten in de vierde klasse wisselvallig. “We hadden er vaak elke keer maar net genoeg. Volgend seizoen gaan we werken met een meer vaste groep. Dat zijn echt meiden die graag willen presteren.” Al staat plezier uiteraard altijd voorop. “Dan komen de resultaten als het goed is vanzelf. De kern blijft over, die vullen we aan met twee meiden van buiten het dorp. En we zoeken nog meer speelsters.” Al is dat niet gemakkelijk, weet Sahusilawane. “Al die dorpen zijn ook een beetje concurrenten van elkaar, die stappen niet zomaar over. Ik weet zeker, als je daar één damesteam van maakt, heb je echt een goede groep.” Zoiets gaat voorlopig niet gebeuren en dus blijven ze bij Achilles Veen hard hun best doen. “We proberen aanwas te krijgen, maar de kloof tussen de jeugd en ons is te groot. En vaak heb je te maken met vriendinnengroepen, die willen dan bij elkaar blijven. Dat soort meiden willen we stimuleren om toch met ons mee te trainen.” Aan zijn enthousiasme ligt het in ieder geval niet. “Op die manier gaan we het proberen aan te pakken!”

Klik op Achilles Veen voor meer artikelen.
Klik op Achilles Veen voor meer informatie over de club.

Het nieuwe jasje zit RVVH als gegoten

RVVH was op Tweede Pinksterdag gastheer van de finaledag van de Voetbal Rijnmond Cup. Negentien finales werden er op het gerenoveerde sportpark van de Ridderkerkse club gespeeld. Een mooi moment voor RVVH om de ‘nieuwe look’ te presenteren. “We zeggen het niet, maar we zijn best trots”, aldus voorzitter Stefan Komduur.”

phonedirect“De mensen staan echt verbaasd wat ze hier aantreffen”, moet Komduur (48) gniffelen. “Dat kan ik me best voorstellen. Als je de oude opstelling jarenlang gewend bent en je komt dan opeens in een andere omgeving. Dan zou ook ik verbaasd zijn.”

Op het oude hoofdveld van RVVH is een nieuwe school uit de grond gestampt. Daardoor is ook het hoofveld, vanaf de ingang gezien, aan de linkerkant van het clubgebouw komen te liggen. “Eigenlijk is dit veel logischer”, zegt Komduur, terwijl hij het buitenterras naar de vrouwenfinale tussen RVVH en SSS staat te kijken. “Alle velden liggen bij en naast elkaar. Het is één geheel. Het hoofdveld lag voorheen op een eilandje..”

De renovatie werd begin dit seizoen al afgerond, maar waar er toen een kale, steriele omgeving was, is nu veel groen te zien. “Het groeit echt als een malle. Het is nu al heel anders dan in het begin, die groene uitstraling wordt alleen nog groter straks”, verzekert Komduur.

RVVH beschikt op het gerenoveerde sportpark over vijf velden: drie kunstgras, waaronder een zogenaamd abc-veld dat geschikt is voor alle soorten pupillenvoetbal en 7 tegen 7, en twee natuurgras. De club kan er volgens Komduur meer dan uitstekend mee uit de voeten.

“We zijn nog niet helemaal klaar hoor”, haast de voorzitter te zeggen. “We willen achter bij het hoofdveld nog een buitenbar maken. Een hokje met alle elektronica en andere gemakken. Dat sluit mooi aan op het buitenterras waar we nu staan en dat we ook nog voor een deel willen overkappen waardoor toeschouwers droog staan als het gaat regenen.”

De tribune is meegegaan vanaf het oude hoofdveld en is gesitueerd tegen een grondwal, waar ook weer toeschouwers kunnen plaatsvinden.

“Ik heb van heel veel mensen complimenten gekregen. Wij als club zien de ontwikkeling met andere ogen. Het is eigenlijk net als je je kind ziet opgroeien. Dat gebeurt geleidelijk en je ziet het zelf ook niet. Daarom mogen we als club best wat meer onze trots uitspreken.”

Komduur is pas bezig aan zijn eerste jaar als voorzitter. Hij volgde Mario Papavoine op die maar liefst twaalf jaar voorzitter was. “Ik ben er al veel langer bij betrokken”, zegt Komduur. “Het hele proces van renovatie hebben Mario en ik samen belopen. Hij wilde graag dat ik er ook bij was.”

Met de keuze van de Ridderkerkse gemeenteraad om het sportpark een facelift te geven, kwam er voor RVVH ook een einde aan een periode van onzekerheid. “Ik weet niet hoeveel nieuwe en andere bestemmingen dit terrein heeft gehad”, zegt Komduur. “Een jaar of zes, zeven jaar geleden liep het tramtracé nog over veld vijf. Om maar aan te geven: de plannen hebben ons als club lang in de greep gehouden. Daardoor wordt je als club ook voorzichtig met grote uitgaven en investeringen in je pand. We hebben onderhoud gedaan, maar ook niet meer dan dat.”

Daarom is het volgens Komduur ook de hoogste tijd om binnen een paar jaar het clubgebouw op te knappen. Heel rigoureus hoeft dat wat hem betreft niet te gebeuren. “We zijn een voetbalclub, geen ziekenhuis. Ik was de afgelopen  dagen met drie seniorenelftallen in Limburg op een toernooi. Daar heeft DFO, de club die het organiseerde, een volledig nieuw complex gekregen. Prachtig mooi was het, maar het straalde geen voetbalkantine uit. Het is prima om straks aan de soft- en hardware wat te doen – vooral qua ambiance – maar het moet ook vooral een echte voetbalkantine blijven.”

En zo denkt hij ook over de kleedkamers. “Het moet functioneel en schoon zijn. Bij ons zit niemand op een apart stoeltje, maar op een bank. Er komt heet water uit de douche en het is prima, toch?”

Klik op RVVH voor meer artikelen over de club.
Klik op RVVH voor meer informatie over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.