Home Blog Pagina 453

Eric Teunisse en Paul Jongejan hebben ‘levenslang’ bij VFC

De dag voor Koningsdag staat in Nederland bekend om zijn lintjesregen. VFC heeft zijn eigen lintjes, maar dan in de vorm van speldjes: speldjesavond. Op vrijdag 14 oktober huldigden de Kwekkers maar liefst achttien jubilarissen voor hun jarenlange lidmaatschap.

Eric Teunisse kreeg een speldje voor zijn 25-jarig lidmaatschap, maar de oud-speler en oud-trainer van de hoofdmacht loopt al heel veel langer rond bij VFC. “Ruim veertig jaar”, vertelde hij. De nu 60-jarige Teunisse maakte als twintiger en speler van VFC 1 de gevoelige overstap naar Fortuna Vlaardingen, dat destijds werd gezien als dé concurrent van de geelzwarten. “Dat was een keuze die puur gedreven was op sportieve redenen. Ik wilde heel graag met VFC op een hoger niveau spelen. We degradeerden echter van de tweede naar de derde klasse. Er kwam een nieuwe groep en daarmee zakten we zelfs naar de vierde klasse. Bij Fortuna speelden ze wel in de tweede klasse.”

Bij die club bleef Teunisse echter een VFC in hart en nieren. “Ik had met Jaap Bouman de afspraak gemaakt dat ik alleen naar Fortuna zou komen als hij mij direct na afloop van onze wedstrijd de uitslag van VFC vertelde. Hij heeft dat jaren gedaan.”

Teunisse keerde na een paar jaar terug. Speelde bij VFC in een lager elftal en werd er trainer van de hoofdmacht. Na een periode VOC volgde een tweede periode. “Deze club zit diep in mijn hart. VFC’er ben je voor je hele leven.”

Dat kan Jaap Jongejan beamen. Als 12-jarig jongetje werd hij op zijn twaalfde al lid. “Alle jongens uit mijn klasse voetbalden bij VFC, dus ook.” Als voetballer bleef Jongejan tot zijn 25ste beperkt, maar hij ontpopte zich als vrijwilliger. Hij gaf training, organiseerde en regelde. Hij deed alles wat gedaan moest worden. Zijn 40-jarig jubileum als lid van de jeugdcommissie haalde hij net niet – na 39,5 jaar legde hij die taak neer – maar tijdens de speldjesavond werd Jongejan, die jaren geleden al tot erelid van de club werd benoemd, gehuldigd voor zijn 50-jarige lidmaatschap. “Ik heb hele volksstammen groot zien worden bij VFC. Ik ben een jaar of zes geleden gestopt. Het verenigingsleven is veranderd.” Zijn liefde voor VFC blijft altijd.

Klik op VFC Vlaardingen voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VFC Vlaardingen voor meer informatie over de club.

Voormalig jeugdinternational Niek Hoogveld zit bij Kozakken Boys op zijn plek

Bij Oranje Onder 17 concurreerde hij centraal achterin met Matthijs de Ligt en Perr Schuurs. Tegelijk droomde Niek Hoogveld (23) als speler van NEC van een mooie betaald voetbalcarrière. Anno 2022 werkt hij als diëtist, zit hij in de afrondende fase van zijn hbo-studie sportvoeding, exploiteert hij met drie vrienden een voetbalschool en speelt hij bij Kozakken Boys. “Een mooie club, alleen als ik al kijk naar de sfeer.”

Zijn shirt met rugnummer 15 hangt tussen dat van Bart van Rooij en Hicham Haouat. Vanuit zijn bureau in de besprekingsruimte van De Eendracht, het jeugd- en trainingscomplex van NEC, hoeft hij slechts een kwartslag te draaien om het roodzwartgroene shirt met zijn achternaam te bekijken. De datum 15 maart 2019 en de naam van tegenstander FC Den Bosch prijken erboven. Evenals de toevoeging ’84e minuut’. Het moment dat Hoogveld zijn officiële debuut in het eerste elftal van NEC maakte. Negen dagen voor zijn twintigste verjaardag.

Dit seizoen is Hoogveld als werknemer teruggekeerd bij de club waar hij twaalf seizoenen actief was. Elke dinsdag geeft hij als diëtist adviezen en hulp aan de spelers uit de hoogste jeugdteams van NEC. “Zeg maar de piramide in volgorde van aandacht, maar dan omgekeerd. De Onder 21 is mijn belangrijkste team, ook begeleid ik een aantal jongens uit Onder 18, enkele uit Onder 17 en daaronder individuele gevallen. NEC neemt mijn diensten voor een dag in de week af. Daarbuiten werk ik in de praktijk van Gregory Hirschfeld. We hebben een kamer bij PhysioLab in Amsterdam en Rotterdam. Geven buiten onze klanten ook advies aan hun cliënten. Daar zitten veel topsporters bij.”

Hirschfeld maakte Hoogveld enthousiast voor het vak in de periode dat de centrale verdediger aansloot bij de selectie. “Hij werkte toen reeds als diëtist bij het eerste elftal. Ik wilde graag sterker worden, kampte na de training vaak met spierpijn. Ik merkte dat er bij de jeugd en bij de beloften niemand rondliep aan wie ik zulke vragen kon stellen. Gregory hielp me. Ik moest meer eten. Vooral koolhydraten en eiwitten. Bij mij betekende dat meer brood met bijvoorbeeld kipfilet. Voor een ander zou twee keer per dag warmeten de beste oplossing zijn. Elk individu is anders. Mijn belangstelling voor sportvoeding groeide daardoor.”

“Omdat ik na mijn betaald voetbalcarrière in het wereldje actief wilde blijven, schreef ik me in voor de studie Diëtiek aan de Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN, red.). Met Gregory sprak ik af dat hij me zou helpen op het moment het zover was. Dat moment kwam eerder als verwacht. Vorig jaar liep ik via hem stage bij de jeugd van NEC, NAC Breda en het eerste elftal van De Graafschap. Op het gebied van voeding is voor elke club veel te winnen,” vervolgt Hoogveld, die in januari tevens zijn post-hbo-studie Sportvoeding (‘daarvoor moet ik een keer in de drie weken voor een les naar Papendal’) afrondt.

Als speler kwam zijn dienstverband bij NEC in 2020 tot een einde. “Mijn laatste seizoen begon ik vol goede moed. Ik had twee duels in de Eerste Divisie gespeeld en deed mee in de play-offs tegen RKC Waalwijk waarin we werden uitgeschakeld. Interim-trainer Ron de Groot gaf me die kans en hij bleef. NEC was niet gepromoveerd waardoor ik verwachtte dat jongens uit de eigen jeugd meer vertrouwen kregen. De voorbereiding miste ik vanwege een hamstringblessure. Eenmaal fit kreeg ik te horen dat mijn speelkansen gering zouden zijn. François Gesthuizen, een van de drie hoofdtrainers, vertelde me dat ze de generatie achter me de kans wilden bieden.”

“Dat seizoen was voetballend de minste uit mijn hele carrière. Ik was niet meer gemotiveerd. Waar deed ik het voor? Ik was aanvoerder, maar toonde me absoluut geen leider. Ik verloor kopduels, omdat ik inzet miste. Mijn vertrouwen was helemaal verdwenen. Achteraf schaam ik me voor dat jaar. Mentaal leerde ik dat seizoen ontzettend veel. Ik kwam mezelf tegen. Dat heeft me als persoon gemaakt tot de persoon die ik nu ben.”

Hoogveld verwachtte zonder problemen aan een nieuwe club te komen. “Ik vernam om me heen dat mijn niveau absoluut voldoende was voor de Keuken Kampioen Divisie, maar vanuit die kant niets. Vanuit de Tweede Divisie sprak ik met TEC, GVVV en Spakenburg. De laatste club ketste af. Bij TEC kreeg ik niet het gevoel dat ik veel aan spelen zou toekomen en GVVV moest vanwege de coronacrisis financieel stappen terugzetten. Ook zij haakten af. Toen had ik niets terwijl het erg laat was in de transferperiode. Ik belde Eric Speelziek, de trainer van Sparta Nijkerk. Hij was mijn rijexaminator. Hij tipte Hercules, zijn oude club zocht nog een centrale verdediger. Een uur later belde hun trainer René van der Kooij. Ik was hun ontbrekende puzzelstukje, een buitenkansje en de speler naar wie ze al langer op zoek waren. Ik zette mijn telefoon op luidspeaker zodat mijn vriendin kon meeluisteren. Dat telefoontje had ik nodig en gaf me weer vertrouwen.”

Plotseling voetbalde Hoogveld in de Derde Divisie. “Even slikken. Als ik kijk wat ik op mijn achttiende aan salaris verdiende en welke extra’s. Nu reed ik drie keer in de week naar Utrecht op eigen kosten en kreeg ik een kleine vergoeding. Maar het was een fijne plek waar ik veel vertrouwen kreeg en mezelf goed kon blijven ontwikkelen. We stonden bovenaan toen de competitie werd afgebroken door de coronapandemie. Hij wilde graag dat ik nog één jaar bleef. We gingen voor het kampioenschap en hij gaf me de aanvoerdersband. Dat liepen we op de laatste speeldag net mis, maar in de winter had ik al getekend bij Kozakken Boys.”

Zijn huidige ploeggenoot Lowie van Zundert wierp een succesvol balletje op. “Technisch directeur Johan van der Werff kwam twee keer kijken. Daarna tekende ik. Kozakken Boys is een mooie club. Alleen als ik al naar de sfeer kijk. Daarvoor zit ik graag drie kwartier in de auto. We spreken af in Zetten en rijden dan met zijn vieren naar Werkendam. Met Lowie, Frenk Keukens en Giovanni Büttner vormen we de Nijmegen Appgroep. We zijn nu aan het praten om volgend seizoen een busje te kunnen krijgen. Bart Spierings komt erbij en misschien wel meer jongens. Ik zit hier helemaal op mijn plek. In oktober kwam Van der Werff al naar me toe, terwijl we in november voor het eerst zouden evalueren. Tekende ik voor een extra jaar bij tot 2025. Een mooie waardering.”

Met jeugdvrienden Dennis Knuiman en Lars Smeenk exploiteert Hoogveld ook een voetbalschool. “Elke vrijdag aan het einde van de middag bij onze oude club RKSV Driel. Vrijdagavond bij SC Bemmel. Er komen nu 45 tot vijftig kinderen tussen zes en dertien jaar. De leeftijd gaat steeds verder omlaag. Wij vinden het belangrijk dat ze plezier maken. Daarvoor introduceerden we bijvoorbeeld de Beweging van de Week.” Hij kijkt op zijn telefoon. “Op 25 november 2020 heb ik de jongens een app gestuurd met het voorstel. Die vrijdag zijn we direct bij elkaar gaan zitten en is alles opgestart. Het kriebelde bij mij al langer om trainer te worden. Dit is een ideale manier om ervaring op te doen. Het was een mooie bezigheid tijdens de coronaperiode. Ik heb zelf de website opgezet, we lieten het logo ontwerpen, bedachten het plan. Een goed leerproces als je een bedrijf wilt opzetten. We gaan binnenkort in overleg om het aantal locaties uit te breiden. Het concept staat. Nieuwe jonge trainers hebben zich bij ons gemeld.”

Welke doelen heeft hij nog meer? “Met Dennis heb ik afgesproken dat we eens bij een club samen gaan voetballen. Als we straks dertig of misschien 33 zijn, willen we met zijn drieën gezamenlijk bij RKSV Driel afsluiten. Eerst wil ik met Kozakken Boys mooie momenten beleven. We laten helaas teveel punten liggen in wedstrijden waarin we beter zijn. We gaan zeker nog klimmen.” (SB)

Geschreven door: Sander Berends

Klik op Kozakken Boys voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Kozakken Boys voor meer informatie over de club.

Dylan van Wageningen: Speler, trainer en student

Op zijn tiende speelde Dylan van Wageningen (19) zijn eerste wedstrijd in de jeugd van Sparta Rotterdam tegen zijn leeftijdsgenootjes bij Ajax. Negen jaar later maakte hij ook zijn eerste officieuze minuten in het eerste tegen de Amsterdammers met David Neres als directe tegenstander. “Nu werk ik hard om snel mijn officiële debuut te maken. Het maakt niet uit tegen wie, maar weer tegen Ajax is wel grappig.”

We treffen Dylan van Wageningen in de lobby van het Hilton Hotel aan het Weena in hartje Rotterdam. Een plek die eigenlijk helemaal niet bij de rechtsback past. Van de rechtsback hoeft namelijk niemand sterallures te verwachten. “Het is puur toeval dat ik hier ben. Het is lekker rustig en de locatie is makkelijk bereikbaar. Ik was eigenlijk nog nooit binnen geweest”, vertelt hij. “Al moet ik zeggen dat het hierbinnen mooi is” voegt hij lachend toe. Gekleed in een alledaagse outfit begint hij zijn verhaal.

“Ik begon vlakbij mijn huis bij DSO in Zoetermeer met voetballen.” Hij stak er bij de amateurclub eigenlijk altijd wel bovenuit. “Ik wil absoluut niet arrogant klinken, maar ik was wel de beste.” Dat viel de scouts van Sparta Rotterdam ook op. Zij plukten hem gelijk weg uit zijn geboortestad. Dit seizoen is de verdediger alweer bezig aan zijn tiende jaar in Spangen.

Ervaring
Bij zijn komst naar Sparta belandde Van Wageningen in een team met onder meer talenten als Mohamed Sankoh, die momenteel door VfB Stuttgart aan Vitesse wordt verhuurd, en Feyenoorder Lennard Hartjes, die dit seizoen op huurbasis voor Roda JC uitkomt. “Ik weet nog dat ik tijdens de eerste training een beetje schrok van het niveau. Dat lag namelijk ontzettend hoog en ik had daar in het begin wel even moeite mee.” Na enkele maanden ging het steeds beter en de rechtsback ontwikkelde zich razendsnel. Zonder al teveel problemen doorliep hij alle jeugdelftallen van de club.

Vorig seizoen sloot Van Wageningen aan bij Jong Sparta. Met dat team komt hij uit in de Tweede Divisie. “Er lopen veel oud-profs en ervaren spelers rond. Die jongens kennen door hun lange loopbaan alle slimme trucjes en daar leren wij weer erg veel van.” Zo geven zijn tegenstanders weleens een tikje net voor hij het kopduel wil aangaan. “De eerste keren verloor ik daardoor de bal. Nu weet ik hoe ik me daartegen kan wapenen en dat scheelt veel balverlies hoor”, lacht hij.

Naast zijn voetbalcarrière zit Van Wageningen als tiener ook nog gewoon op school. Hij behaalde zijn havodiploma en ging daarna naar het hbo in Tilburg. “Dat was nauwelijks te combineren met topsport. Het was lang reizen en ik miste soms lessen vanwege mijn trainingen.” Nu volgt de verdediger de mbo-studie Sport en Coaching aan de Johan Cruyff Academy. “Nu is het dichterbij en de lessen zijn beter te combineren. Deze opleiding wil ik afmaken zodat ik altijd nog ergens op kan terugvallen.”

Toch wil hij eigenlijk maar één ding: slagen bij Sparta. Het team dat hij koos vanwege het familiale karakter. Iets dat de jongen van de club tot op de dag van vandaag nog steeds terugziet. “Daardoor zit ik nog steeds perfect hier. Alles is netjes geregeld en de mensen hebben het beste met me voor. Daarnaast is het een gezellige club en hebben ze ook oog voor anderen.” Zo bezocht Van Wageningen met zijn team eens een instelling waar gehandicapten wonen. De ploeg trapte daar een balletje met de cliënten en ze gingen gezamenlijk op de foto. “Voor ons is het niks, maar voor hen is het misschien de mooiste dag van het jaar. Ik vind het mooi om zoiets voor anderen te kunnen doen, want dat is heel belangrijk in mijn ogen. Het is één van de redenen dat ik hier goed zit.”

Promotie
Voor anderen iets terugdoen. Dat zit in het DNA van Van Wageningen. Sinds dit seizoen is de verdediger jeugdtrainer bij FC Zoetermeer. “De club belde me met de vraag of ik het Onder 18-team een boost wilde geven. Ik hoefde geen seconde na te denken. Toch had ik eigenlijk nooit de ambitie om het vak in te gaan, dus het was in het begin allemaal nieuw voor me.” De voetballer kende de ploeg al doordat zijn broertje in het elftal speelt. “Om er zeker van te zijn dat hij het geen probleem vond, heb ik het eerst overlegd. Gelukkig leek het hem gaaf. Ik vind het geen probleem om hem de les te wijzen. Soms ben ik zelfs extra streng, want hij kan goed voetballen alleen moet hij wel af en toe extra gepusht worden.” Voor de jongeren is het uniek dat ze training krijgen van een Sparta-speler. De ploeg kijkt ook stiekem op tegen de verdediger. “De gasten komen weleens bij mijn wedstrijden kijken. Ze leren daar zelf ook van.” De Sparta-speler staat niet als een kip zonder kop langs de lijn te schreeuwen. Slechts één keer gaf hij negentig minuten lang aanwijzingen. Dat liep niet goed af. “Die middag speelde ik met Sparta nog een duel, maar na zeventig minuten was ik leeg. Al dat schreeuwen en doen had erg veel energie gekost. Nu blijf ik wijs op mijn plek zitten.”

Soms mist Van Wageningen een duel als hij een verre uitwedstrijd heeft. “Dan houdt mijn vader me via de app op de hoogte.” Verder is zijn nieuwe coachleven goed te combineren met zijn voetbalcarrière. Na de trainingen met Sparta bedenkt hij in de auto de oefeningen voor de avond. “De invulling van die training gebruik ik vaak als inspiratie. Ik houd van verzorgd positiespel en wil de bal zo snel mogelijk rondspelen. Tot nu toe heeft dat ons de nodige successen bezorgd. We staan gedeeld tweede en maken volop kans op promotie. Dat is ook ons doel.”

School
Bij Sparta heeft hij een ander doel. Hij traint al regelmatig mee met Sparta 1, maar hij hoopt de stap naar het eerste snel definitief te maken. “De eerste keren kreeg ik flashbacks naar mijn eerste training ooit bij de club. Het niveau lag weer zo hoog. Na een periode van wennen gaat het nu wel lekker.” In partijtjes staat hij tegenover spelers als Vito van Crooij en Younes Namli. “Dat zijn zeker geen koekenbakkers. Ik leer daardoor veel in korte tijd.” Dat deed Van Wageningen ook tijdens zijn eerste rondo waarin hij belandde. “Spelers passen de eerste keer net een tikkeltje harder dan normaal om je te testen. Gelukkig had ik alles onder controle en als het zo doorgaat heb ik er verder sowieso vertrouwen in”, besluit hij positief. (TVS)

Klik op Sparta Rotterdam voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Sparta Rotterdam voor meer informatie over de club.

‘Ze kunnen veel meer dan ze denken’, aldus Vic van Alliance

Hij is zelf een fanatiek rugbyspeler, maar kwam door zijn vader als klein ‘manneke’ al vroeg in aanraking met Alliance. Dus toen zijn oudste broer Yoep samen met wat vrienden een G-team bij elkaar had verzameld, wist Vic van Peer wel wat hij ging doen. “Je krijgt er zoveel positieve energie van!”

Als trainer dus, een logische functie voor de 22-jarige rugbyer. “Ik werk bij Zorgboerderij de Ruige Velden, daar begeleid ik mensen met een beperking. Ook vanuit mijn studie, ‘Sociaal maatschappelijk werk’, ben ik daar veel mee bezig.” Al doet hij dat natuurlijk niet alleen. “Ik doe het samen met oud-keeper Jean-Pierre Breugelmans, maar ook vanuit de club krijgen we heel veel steun om met het G-team iets moois neer te zetten.”

Enthousiast

In voor hem dus een andere tak van sport. Dit keer met een ronde bal. “Zelf rugby ik al jarenlang bij RCC Roosendaal, maar veel van mijn vrienden voetballen in het zesde van Alliance. Dus als ze daar te weinig spelers hebben, doe ik mee!” Door zijn vader, Andy van Peer, kreeg hij het spelletje dan ook met de paplepel ingegoten. “Die heeft hier meerdere functies gehad en nam mij natuurlijk altijd mee naar het sportpark. Samen met mijn broers.” De oudste geeft Van Peer nu dus training. Hoe dat is? “Haha!
We hebben thuis afgesproken om het niet meer te veel over voetbal te hebben, anders gaat het hele dagen nergens anders meer over. Dat lukt niet altijd…” Heel gek is dat laatste ook niet, vertelt hij. “Onze spelers zijn allemaal zo ontzettend enthousiast! Ze willen echt dingen leren, beter worden en zijn altijd positief. Die jongens genieten van ieder moment.” En dus doet hij dat zelf ook. “Het leukste is natuurlijk om ze beter te leren voetballen. Ze kunnen veel meer dan ze denken.” De jongeling geeft een voorbeeld. “Als ik zie wat voor stappen ze hebben gemaakt in het positiespel, dan word ik daar echt vrolijk van. Dat is zo mooi om te zien.”

 

Uniek

Maar dat komt natuurlijk niet vanzelf en dus moet er keihard getraind worden, lacht Van Peer. “We starten altijd met coördinatie en conditievormen. Daarna vaak een positiespelletje en eindigen met een partij.” Tot slot, misschien wel het leukste van iedere training. “De penaltybokaal! Daar genieten ze allemaal van.” Een unieke groep, maar met dezelfde liefde voor het spelletje. “Iedere speler heeft zijn eigen kwaliteiten, dat weten ze heel goed van elkaar. Daar letten ze echt op. Als trainers houden we met die dingen natuurlijk ook rekening.” En tot nu toe, lukt dat best aardig, vertelt Van Peer. “In de competitie staan we momenteel tweede en we zitten ook nog in de beker, dus dat gaat hartstikke goed!” Aan stoppen, denkt de Roosendaler dan ook absoluut niet. “Dit blijf ik sowieso nog wel een tijdje doen. Ik krijg er zoveel energie van en het is enorm gezellig!”

Klik op Alliance voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Alliance voor meer informatie over de club.

‘Bijdragen aan een gezonder leven voor kinderen’

Zich vervelen, op de bank hangen of met hun telefoon spelen. Dat behoort bij de sport-bso in Zegge tot de verleden tijd. Want sinds september is het daar, na school, tijd voor extra lichaamsbeweging. “We willen kinderen graag gezonder het leven door helpen.”

Was getekend, Kim van Greevenbroek. Hij is samen met Dion Landstra medebestuurder van Stichting Kinderopvang Mariadonk. “Daar waren we, vanuit onze missie en visie, al langer mee bezig. Vooral de oudere kinderen vinden het wachten dan niet meer zo leuk, die gaan zich vervelen.” En dus dachten ze in Zegge bij zichzelf: “Is een sport-bso niet iets voor ze? Meer beweging en kennismaken met sport en spel.” Landstra vult aan. “Je ziet een duidelijke verandering in de behoefte, kinderen willen meer uitgedaagd worden. En dit idee past natuurlijk ook heel goed in een gezondere leefstijl.”

Stukje bekendheid

Al waren ze daar bij de bso al eerder mee bezig, vertelt Van Greevenbroek. “Op het vlak van voeding, hadden we al eerder een samenwerking met TIC. Die leverden al een bijdrage.” Ook sinds een jaar of vier, tijdens de zogeheten tussenschoolse opvang. “Toen kwam Gijs (Bogers) al tijdens de middaguren, om te bewegen met de kinderen.”  Dat wordt nu, op de voetbalvelden van voetbalclub DIOZ, alleen nog maar meer uitgebreid. “Daar heb je natuurlijk veel meer mogelijkheden en je creëert ruimte.” Een logische samenwerking overigens. “Die relatie lag er al, onder meer omdat we al langere tijd hoofdsponsor zijn van de jeugd. We hebben ons plan voorgesteld aan het bestuur, die waren meteen enthousiast.” Het mes snijdt op die manier aan twee kanten, weet Landstra. “Voor hen is het natuurlijk ook een stukje bekendheid.”

Spelvreugde

Maar wat gaan ze daar nou precies doen? Van Greevenbroek geeft een korte samenvatting. “We willen ze heel breed kennis laten maken met allerlei sporten. Hockey, tennis, volleybal, basketbal en natuurlijk voetbal. En bij slecht weer? Dan kunnen we naar binnen. Voor tafeltennis, tafelvoetbal, schaken, dammen of andere spelletjes.” Voorlopig alleen nog op dinsdag en donderdag, maar straks ook op maandag. Onder leiding van iemand van TIC en een pedagogisch medewerker. “Een sportinstructeur en iemand die de kinderen opvoedkundig begeleidt. Twee werelden dus.” Niet alleen landelijk, maar ook in de gemeente Rucphen is bewegen dan ook een belangrijk thema.
“En het is toch ook veel leuker om echt lekker bezig te zijn?” De eerste reacties zijn positief en dus hoopt het tweetal op een mooi vervolg. “We hebben nu gemiddeld acht kinderen per middag, daar hopen we natuurlijk op meer aanwas. Het is echt hoe meer zielen, hoe meer spelvreugde. Dat staat op één. De ruimte is er!”

Klik op v.v. DIOZ voor de laatste artikelen over de club.
Klik op v.v. DIOZ voor meer informatie over de club.

Onderhoudsploeg gedijt in nieuwe kleding

Ze zijn de stille krachten op de achtergrond bij IFC, maar o zo onmisbaar: de mannen van de OnderhoudsPloeg IFC (OPI). En ze worden af en toe (stilletjes) in de watten gelegd.

Van Nieuwenhuizen Daktechniek kregen zij onlangs nieuwe warme jassen om ook in de wintermaanden hun klussen op het terrein op sportpark Schildman te kunnen voltooien. En door Jumbo van Daalhuizen waren eerder dit seizoen al nieuwe polo’s geschonken. De OPI bestaat inmiddels uit veertien vrijwilligers die drie keer per week bij IFC te vinden zijn en die allerhande klussen oppakken: van onderhoud tot schilderwerkzaamheden, van elektriciteitsklussen tot het opknappen van de reclameborden en –uitingen. Onmisbare krachten op de achtergrond van de club, die hun werk met liefde doen maar dus ook regelmatig een blijk van waardering krijgen.

Foto gemaakt door: Jeroen van der Sman

Klik op IFC voor de laatste artikelen over de club.
Klik op IFC voor meer informatie over de club.

Katwijk-aanvaller Tim Freriks is een huismus die altijd terugkomt

Tim Freriks (24) behoort tot de jongere spelers van vv Katwijk. Toch heeft de Zaandammer al een indrukwekkend rijtje clubs achter zijn naam staan. Hij zwierf van Noord-Holland tot Groningen en van Utrecht tot Zuid-Holland. “Maar er gaat niks boven Zaandam”, zegt hij lachend. Daar komt hij uiteindelijk altijd weer terug.

Elk steegje en gangetje van Zaandam kent Freriks op zijn duimpje. De Zaanse Schans en de typisch groene huisjes in de stad vallen hem niet eens meer op. “Bij amateurclub PSCK begon het lang geleden allemaal. Op vijf minuutjes fietsen van mijn ouderlijk huis. Toen was ik er wat sneller dan die veertig minuten die ik tegenwoordig in de auto zit naar het verre Katwijk”, glimlacht de voetballer die op elke positie in de voorste linie kan spelen.

Bij PSCK, een club die later fuseerde tot Hercules, behoorde Freriks in elk team tot de betere spelertjes. Soms had hij daardoor het gevoel dat hij een bepaalde uitdaging miste. “Regelmatig ging het te makkelijk voor mij. Ons team speelde in een lagere jeugdklasse waardoor ik amper tegenstand had en veel scoorde. Om die reden switchte ik van club en begon ik bij KFC Koog aan de Zaan. De jeugdelftallen van die club spelen op wat hogere niveaus en ik verwachtte daar meer uitdaging te vinden.” Hij vond die direct. In het begin had de spits het, tot zijn eigen verbazing, zelfs heel zwaar in het nieuwe team. Hij zat midden in een felle groeispurt en kampte daardoor met fysieke pijntjes. “Waar ik normaal één van de beteren was, behoorde ik nu plots tot de minderen van het team. Ik zat op de bank en het liep allemaal niet vlekkeloos.” Gaandeweg vond de tweebenige speler alsnog zijn plekje in het dorpje boven Zaandam. “Het klinkt een beetje cliché, maar dat had eigenlijk vooral met ouderwets hard werken te maken. Ik geloofde in mezelf en wilde dat ook aan anderen laten zien.

Eigenlijk kwam alles eruit in de wedstrijd AFCKFC. “Bij ons waren er nooit scouts, maar in het grote Amsterdam natuurlijk wel. Ik speelde één van mijn betere wedstrijden in het zwartblauw en scoorde zelfs een prachtige hattrick.” Die prestatie viel scouts van Eredivisieclub FC Groningen op. Zij boden hem een proeftraining bij de groen-witten aan en daar overtuigde hij de trainers van zijn kwaliteiten. Hij mocht aansluiten bij de club. “Van de een op de andere dag verliet ik Zaandam voor een pleeggezin in Groningen. Voor mij was dat een zware tijd. De familie waar ik toen woonde ving mij perfect op, maar ik miste thuis.” Vaak ging hij ’s avonds laat terug naar huis en reed hij de volgende morgen om een uur of vijf in de morgen weer naar het hoge Groningen. “Ik ben een huismus. Voor mij is het lastig om langere tijd weg te zijn uit mijn vertrouwde omgeving. Hier heb ik al mijn familie en vrienden. Daar hecht ik veel waarde aan. Ik kan hun niet zomaar loslaten en achterlaten.”

Tactisch
Qua voetbal ging het hem, tot zijn eigen verbazing, een stuk beter af. “Dat komt denk ik doordat ik vanuit de amateurwereld kwam. Daardoor zit er nog veel rek in en leer je erg veel in korte tijd. Voor het eerst train je twee keer per dag en ben je een stuk meer tactisch bezig.” De eerste periode schoten zijn prestaties op het veld omhoog. Hij kon het niveau goed aan en scoorde in totaal 27 keer voor Groningen O19 en O21. “Ik speelde met de Japanner Ritsu Doan (oud PSV, red.) samen en ik haalde ook het eerste elftal. Helaas kwam het nooit van een definitieve doorbraak in de Euroborg.” Wel leerde hij een hoop toen hij op zichzelf ging wonen in de Martinistad. “Daardoor kan ik nu bijvoorbeeld koken en wassen.” Hij ervaarde dat het schoonhouden van je huis een absolute must is. “Ik was eens aan het slapen met de deuren van mijn balkon wijd open. Opeens word ik wakker van aparte geluiden. Ik dacht: wat krijgen we nou! Twee grote meeuwen waren mijn appartement binnengevlogen en maakten alle etensrestjes soldaat.” De geschrokken Freriks spoedde zich terug naar zijn slaapkamer en de slaapkop sloot zich daar bijna één uur op totdat de vogels weer letterlijk gevlogen waren. “Ik was bang voor ze. Voor hetzelfde geld vallen ze mij aan”, zegt hij lachend. Na het voorval hield hij zijn kamer een stuk netter. “En de ramen waren plots wat vaker dicht”, grijnst hij.

Gevoel
Om alsnog de Eredivisie te halen, besloot hij het bij FC Utrecht te proberen. “Helaas had ik veel last van een chronische darmontsteking en het was afwachten hoe en wanneer ik zou herstellen. Daardoor kwam het er eigenlijk maar niet van.” Freriks speelde amper en hij nam een rigoureuze beslissing. “Ik deed één grote stap terug om er vervolgens enkele vooruit te kunnen zetten.” Het bleek de juiste keuze voor de speler. Na een succesvol seizoen bij OFC Oostzaan meldde tweededivisionist vv Katwijk zich. “Ik kreeg meerdere aanbiedingen, maar zij waren de eerste en ik had gelijk een goed gevoel.” Wat dat gevoel veroorzaakte, vindt de aanvaller lastig uit te leggen. “Het heeft denk ik te maken met de sfeer die ik proef wanneer ik een sportcomplex oploop. Als ik dan om me heen kijk bij het veld, de tribunes en de kantine voel ik vanzelf of ik me ergens thuis kan voelen”, legt hij uit.

In de kustplaats liet hij al snel zijn voeten spreken. Het eerste seizoen (door de coronapandemie onderbroken) scoorde hij gelijk in zijn officiële debuut en in het tweede jaar won Freriks de titel met Katwijk in de Tweede Divisie. “Mijn eerste echte kampioenschap”, klinkt het trots. Hij was bij elf doelpunten betrokken (vijf goals en zes assists) en de multifunctioneel inzetbare speler had daarmee een belangrijk aandeel in de grote prijs. “Om het te vieren, zijn we met z’n allen enkele dagen naar Ibiza gegaan. Met zestig man hebben we de tent helemaal op z’n kop gezet. Het was gekkenhuis.” Dit jaar hoopt hij weer een reis te mogen maken. Dat zou betekenen dat de aanvaller een tweede kampioenschap aan zijn palmares mag bijschrijven. “Ik zou graag nog eens naar Ibiza gegaan. Dat is me erg goed bevallen en mag van mij zeker nog wel een keer”, besluit hij dagdromend. (TVS)

Klik op vv Katwijk voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv Katwijk voor meer informatie over de club.

Bram de Bruin: Rotterdammer in Rijnsburg-shirt

Lee Towers, Jules Deelder en Gerard Cox. Stuk voor stuk rasechte Rotterdammers met hart voor de stad. Wie ook in dat rijtje past? Rijnsburgse Boys-middenvelder Bram de Bruin (25). “Ik ben geboren in Capelle aan den IJssel, maar in de Maasstad ben ik opgegroeid en hier wil ik ook nooit meer weg.”

De afstand tussen Rotterdam en Rijnsburg is ruim veertig kilometer. Onder ideale omstandigheden een ritje van net geen drie kwartier. “Maar helaas zit ik meestal wat langer in de auto. In de drukke avondspits en met alle opstoppingen in het centrum van de mooie Maasstad zit ik al gauw boven het uur.” Voor De Bruin is dat totaal geen probleem. De linkspoot zit elke keer weer rustig achter het stuur van zijn bolide. “Ik ga echt niet weg uit de stad om wat minder reistijd te hebben. Ben je gek, daar is het hier veel te mooi voor”, grijnst hij.

Samen met zijn vriendin woont de middenvelder sinds dit jaar in een nieuwbouwwoning in Rotterdam-Zuid. Een groot deel van de zomervakantie besteedde het koppel aan de inrichting van hun paleisje. “Nu is het zo goed als klaar en we zijn er hartstikke blij mee. We boffen enorm met dit huisje in hartje stad.” Alles is op fietsafstand en daar is hij maar wat blij mee. “In een kwartiertje ben je in hartje centrum. Dat is toch geweldig. Ik zie mezelf nooit meer in een andere stad wonen en ik moet ook bekennen dat ik van vertrouwde plekken houd. Iets wat ik niet zo goed ken, boeit me dan ook niet”, vertelt de voetballer die zich in het dagelijks leven bezighoudt met marketingopdrachten voor een detacheringsbureau.

In Rotterdam wonen zijn vrienden met wie de linkspoot regelmatig een hapje gaat eten. “Soms pakken we gezellig een terrasje met z’n allen. Of ik dan ook een biertje drink? Jazeker, dat hoort er gewoon bij en ik weet zelf hoe ver ik kan gaan. Maar ik ga niet ontkennen dat ik nooit dronken op het Stadhuisplein heb gestaan”, klinkt het lachend. Met diezelfde vrienden sport De Bruin regelmatig. Zo houdt hij van padellen en ze hebben samen een groepsapp waarin de groep afspreekt om te voetballen. “Dat is ontstaan in de coronaperiode. Toen had je immers niet veel te doen en van dat binnen zitten word je ook moe.” De appgroep bleef ook na de pandemie bestaan en er kwamen zelfs nieuwe leden bij. “Als er iemand zin heeft om lekker te ballen, appt diegene. Als het even kan, ben ik zeker iemand die gelijk de fietst pakt. Het blijft hartstikke leuk om ergens op een pleintje in de stad met je maten te voetballen.”

Droom
De Bruin woont net onder de rook van De Kuip. Het stadion van de club waar hij in zijn jeugd één jaartje voor uitkwam. Hij speelde in de E’tjes bij Feyenoord samen met rechtsback Bert Koomen die bij Rijnsburgse Boys opnieuw zijn teamgenoot is. Verder zat hij met jongens als Calvin Verdonk (NEC) en Jari Schuurmans (FC Dordrecht) in het team. Spelers die wel doorbraken op het hoogste niveau. “Maar het profvoetbal bleek voor mijzelf net een stapje te hoog. Zo goed ben ik nou ook weer niet.”

Hij liet zijn droom los en keerde na een seizoen in het rood-wit terug naar zijn oude ploeg, de junioren van vv Nieuwerkerk. Hij bleef daar niet heel lang. De Bruin maakte steeds een stapje en kwam zo telkens op een hoger niveau terecht. Vanuit Nieuwerkerk aan den IJssel vertrok de middenvelder naar een andere IJsselstad: Capelle aan den IJssel. Bij vv Capelle, toen nog derdedivisionist, veroverde hij direct in zijn eerste seizoen een basisplaats. In dat jaar maakte hij ook kennis met Rijnsburgse Boys. In een wedstrijd op Middelmors scoorde de linkspoot tweemaal. Mede door die doelpunten kwam zijn ploeg met 0-3 voor. Maar na een spectaculaire comeback van zijn huidige team verloor de middenvelder alsnog het duel. “Zoiets vergeet je natuurlijk niet snel. Toen de ploeg mij in 2019 belde, dacht ik direct terug aan dat bijzondere moment.”

Bewondering
Zijn transfer naar Rijnsburg verdiende hij uiteindelijk bij BVV Barendrecht, iets ten zuiden van Rotterdam. “Het gevoel was gelijk heel goed hier. Er heerst een gemoedelijke sfeer en dat spreekt me aan. Daarnaast is alles super professioneel geregeld. Zo is er bijvoorbeeld een mogelijkheid om voor de training even rustig bij de club te eten.” Speler en club waren direct positief over elkaar. Alles was binnen één gesprek in kannen en kruiken. Net als bij Capelle lukte het De Bruin ook bij de geelzwarten om snel een basisplaats af te dwingen. “Hier maak je derby’s mee. Als ik dan het veld oploop hoor ik alleen maar gezang en getrommel. Laatst speelden we tegen De Graafschap en dan is er gewoon een hele vuurwerkshow geregeld. Alles staat blauw van de rook. Dat is prachtig!” Sowieso was het toeschouwersaantal even wennen voor de middenvelder. Bij Rijnsburgse Boys staan en zitten iedere wedstrijd ruim duizend supporters langs de kant. “Dat was in mijn tijd bij Capelle wel anders. Daar was het druk als er een paar honderd toeschouwers waren. Het is fascinerend om te zien hoe de club hier leeft in de omgeving”, vertelt hij met bewondering in zijn ogen.

In zijn eerste jaar speelde De Bruin alles totdat het seizoen wegens de coronapandemie voortijdig werd gestopt. “Het jaar erop ging ook erg lekker. In bijna alle wedstrijden begon ik in de basis en ik was bij een aantal doelpunten betrokken.” Dit seizoen raakte de middenvelder geblesseerd waardoor hij er een tijdje uit lag. “Mijn vervangers deden het erg goed en zij bleven erin, ook na mijn rentree. Ik ben nu niet verzekerd van een basisplek, maar gelukkig maak ik wel bijna elke pot minuten.” De speler probeert zich weer in de basis te knokken en wil elke minuut tonen dat hij die plek verdient. Zijn vriendin in Rotterdam-Zuid duimt achter zijn rug stiekem hard mee. “Volgens haar ben ik wat geprikkelder als ik niet speel. Het is allemaal niet heel heftig, maar natuurlijk hoopt ze dat ik weer snel vanaf de eerste minuut mag starten.” De linkspoot heeft al zes jaar een relatie en in al die tijd heeft hij nog nooit op de bank gezeten. “Het is dus allemaal nieuw voor haar, maar ik weet zeker dat het goed komt. Ze hoeft zich geen zorgen te maken”, lacht hij positief. (TVS)

Klik op Rijnsburgse Boys voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Rijnsburgse Boys voor meer informatie over de club.

‘Derde elftal hier bij SPS is echt een gezellig vriendenteam’

Op een periode van zo’n vijf studiejaren na is Mark Smits (40) al vanaf zijn achtste lid van SPS uit Poortvliet. Een zestal seizoenen daarvan ook actief bij het eerste elftal, daarna het tweede en sinds drie jaar aanvoerder bij het derde elftal van de vierdeklasser. ‘Het is een geweldige club om te voetballen en het derde is echt een gezellig vriendenteam.’

Het kameraadschap en vooral de lol die voor en na de wedstrijden heerst is voor Smits een belangrijke oorzaak van het plezier dat hij aan het voetbal beleeft. “Maar tijdens de anderhalf uur dat we op zaterdag op het veld staan willen we ook wel winnen. Want het is niet zo dat we maar wat lopen aan te rommelen. We trainen ook één keer per week en dat is supergezellig, terwijl we toch ook echt wel trainen om de vorm en fitheid te behouden. Dat is ook wel nodig om op zaterdag fatsoenlijk voor de dag te komen vind ik.”

Smits is geboren in Scherpenisse, waar hij tot zijn vijfentwintigste woonde, daarna tot zijn zevenendertigste in Poortvliet en sinds drie jaar woont hij in Tholen-stad. Toch bleef hij altijd SPS trouw. “Jazeker, voor mij is er maar één club en dat is hier op Sportpark D’n Aekerboam. Daar voel ik me thuis en kent iedereen elkaar. Ik weet wat ik hier heb en dat is voor mij het allerbelangrijkste.”

Tot enkele jaren geleden speelde hij met zijn vrienden nog in het tweede elftal, maar door het doorschuiven van een groep talentvolle jongens uit de JO19 werd gevraagd om als team een stapje terug te doen. “Dat was ook logisch. Want die jonge gasten zijn de toekomst van de club, wij niet meer. Dus om de afstand tussen het tweede en eerste te verkleinen is ervoor gekozen om het tweede elftal een jonge groep te maken. Prima voor ons, wij zijn daarop met z’n allen het derde geworden.”

Maar het derde bestaat overigens niet alleen uit wat oudere spelers, want ook een aantal jongens uit de JO17 zijn erbij gekomen. “Er was eerst voor die groep gekeken om met een andere club samen te gaan werken. Dat ging niet door en die gasten dreigden daardoor buiten de boot te vallen. We hebben ze benaderd om bij het derde te komen en dat hebben ze gedaan. Dat werkt prima en passen goed bij de groep. Op deze manier is onze spelersgroep ook weer aangevuld en is het prettig om niet wekelijks te moeten schuiven en zoeken om voldoende mensen te hebben bij de wedstrijden.”

In de reserve-vierde klasse doen Smits en zijn teamgenoten altijd wel aardig bovenin mee. “Dat willen we ook wel graag, want we willen toch ook presteren. We hebben een goede groep begeleiders en alles is prima geregeld. Iedereen voetbalt ook altijd bij ons en we maken er met z’n allen een gezellige zaterdag van. Zo hoort het ook vind ik, want je bent lid van een vereniging en dan moet je ook actief zijn én er plezier aan beleven met elkaar.”

Naast zijn rol als speler en aanvoerder bij het derde, is hij ook begeleider bij de JO12, waar zijn zoontje speelt. “Iets doen voor de club dat vind ik belangrijk. Velen handen maken licht werk en het is bovendien gewoon enorm leuk. Als je al die blije koppies ziet elke week, dat is geweldig. En dan daarna op zaterdagmiddag zelf het veld op. Heerlijk! Zo lang ik dat fysiek kan volhouden, dan zal ik dat ook zeker blijvend doen. Want dat is het mooiste wat er is.”

Klik op SPS voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SPS voor meer informatie over de club.

Desiree Aerts heeft blauw VDL-bloed

De wieg van Desiree Aerts en haar broer stond nog nét niet op het terrein van VDL, maar veel scheelde het niet. Als klein meisje werd ze vroeger meegesleept naar de club waar haar vader keeper was van het vierde elftal op zondag. Anno 2022 vertolkt Aerts (52) als bestuurslid vrijwilligers-zaken en waarnemend penningmeester een sleutelrol.

Aerts is zo’n vrijwilligster die nooit te beroerd is om haar handjes voor de club te laten wapperen. Ze helpt met de organisatie van het Robin van Persie-toernooi en als het nodig is, staat ze achter de bar. “Ik heb er echt lol in”, zegt ze. “VDL is één grote familie. We proberen de club met elkaar zo goed mogelijk te runnen. Het plezier en de lol die we daarbij hebben is groot.”

Zelf voetbalde ze ook als meisje. “Je had toen nog geen meisjesteams, dus speelde je bij de dames. Ik was twaalf, dertien jaar. Ik kan daardoor altijd zeggen dat ik het eerste heb gehaald, haha.”

Normaal gesproken neemt de man de vrouw mee naar de voetbalclub, maar in het geval van Aerts, meisjesnaam Groen, was dat precies andersom. “Hij kwam niet uit een voetbalfamilie, maar toen onze twee jongens gingen voetballen bij VDL is hij er ook betrokken bij geraakt. Mijn jongste zoon speelt in de JO18-1, mijn oudste zou eigenlijk in de onder 23 zitten, maar hij is een paar maanden geleden bij defensie gegaan. Dat hij niet meer kan voetballen vindt hij jammer, maar het is heel lastig te combineren.”

Aerts begon als vrijwilligster als hulp-coördinator bij de E-tjes, maar al snel werd ze gevraagd voor andere taken. Drie jaar geleden kwam ze in het bestuur met vrijwilligerszaken als portefeuille. “In die periode heeft de club een nieuw vrijwilligersbeleid aangenomen waarbij ieder lid verplicht werd voor tien uur per seizoen taken uit te voeren. Dan moet je denken aan het draaien van een bardienst, schoonmaken, maar ook wedstrijden fluiten. We maken daarbij gebruik van de vrijwilligersmodule in de app van Sportlink. Daarin staan de taken vermeld en kunnen seniorenleden en ouders van jeugdleden zich aanmelden. Het doel is dat iedereen veertig punten haalt. Je haalt tien punten voor tweeënhalf uur bardienst. Die verplichte taken zijn nodig anders krijgen we het niet meer rond.”

De ervaringen zijn volgens Aerts redelijk. “Door die gebroken coronaseizoenen was het lastig om een compleet beeld te krijgen. Wat we wel zagen is dat het bij de jeugd goed ging en dat we bij de senioren er nog even wat druk achter moesten zetten.”

Na het vertrek van de penningmeester heeft Aerts er tijdelijk ook een tweede bestuursfunctie bij: die van waarnemend schatkistbewaarder. “Ik weet inmiddels bijna alles van de coronaregelingen”, lacht ze. “Gelukkig heb ik hulp van nog twee andere vrouwen. Het is druk, maar samen is het prima te doen.”

Juist in de afgelopen periode was het belangrijk voor clubs om goed op de uitgaven te letten. Aerts zei zeker niet tegen elk voorstel ja. “We hebben als club altijd wel plannen. Soms kan dat, soms ook niet. Zo bestaat de wens om de vloer van de kantine te vernieuwen. Dat vergt een forse investering. Nu dus even niet. Pas geleden was één van de koelkasten kapot. Ja, dat moet er meteen een nieuwe komen.”

Financieel is VDL gezond, maar wat de toekomst brengt is voor Aerts lastig te voorspelen. “We hebben het geluk dat we nog een energiecontract hebben tot eind volgend jaar. We hebben één van de laagste contributies van de omgeving en dat willen we zo houden. De drempel naar VDL willen we laag houden.”

Klik op VDL Maassluis voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VDL Maassluis voor meer informatie over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.