Home Blog Pagina 452

Gino Seesing opnieuw bestuursvoorzitter bij SC Welberg

Hij was in een eerder stadium al in meerdere functies betrokken bij SC Welberg, maar de geboorte van zijn zoon deed hem, toen zijn termijn in 2020 als voorzitter afliep besluiten even het vrijwilligerswerk bij de club vaarwel te zeggen. Sinds 1 november is hij echter weer terug op het oude nest en wel als de nieuwe voorzitter van de zaterdag vierdeklasser.

“Het voelt goed om weer terug te zijn bij de club die ik een warm hart toedraag. Ik werd teruggevraagd in het bestuur en tijdens de afgelopen jaarvergadering hebben we de bestuursfuncties verdeeld en kreeg ik de vraag of ik opnieuw de rol als bestuursvoorzitter wilde vervullen. Een hele eer en die vraag heb ik met volmondig ‘ja’ beantwoord.  Ik wil heel graag wat doen voor de hechte gemeenschap die we hier op de Welberg hebben. In het verleden ben ik ook al eens vier jaar voorzitter en een jaar interim geweest en nu dus opnieuw. Het is toch wel mooi dat de manier waarop je de zaken destijds hebt gedaan niet vergeten zijn. Dat geeft een goed gevoel om ook nu opnieuw er weer met z’n allen de schouders onder te zetten.”

En die schouders hebben de leden bij SC Welberg er in het verleden ook al eens flink samen ondergezet toen er op de huidige locatie een bij volledig nieuwe accommodatie werd opgetrokken. “Die is toen volledig tot stand is gekomen door de inzet van vrijwilligers. Het is veelzeggend voor het gevoel van de leden. SC Welberg is een club waar mensen zich thuis voelen en trots op zijn. Als je dan ook bedenkt dat we hier zo’n elfhonderd inwoners tellen en we zo’n vierhonderd leden hebben. Dan is ongeveer een derde van de inwoners lid van de club. Al hebben we natuurlijk wel een aantal leden van buiten het dorp die bij ons voetballen.”

Waar de senioren de afgelopen seizoenen een lichte terugloop kende, zit juist de jeugdafdeling enorm in de lift. “Dat is prachtig om te zien, want die jeugd is ook voor ons als kleine club sowieso de toekomst. Dat moeten we koesteren en ervoor zorgen dat die het naar de zin hebben. Binnen Welberg hebben we maar één motto: iedereen is bij ons gelijk en voor iedereen is plek binnen de club. Als daarbij dan ook de prestaties nog eens top zijn, dan is dat bonus. Maar mensen moeten zich binnen de club welkom en op hun gemak voelen. Dat willen we ook uitstralen en dan zie je dat automatisch de sfeer goed en gemoedelijk is.”

Seesing was in het verleden onder andere actief als doelman, keeperstrainer, trainer bij de dames, bestuurslid en dus al eens vijf jaar voorzitter. Hij kent zijn club dus van haver tot gort en ziet dat het motto wat de club uitdraagt ook echt werkt. “Van F-pupil tot de spits van het eerste en alles wat daar tussen zit heeft recht om gehoord en gewaardeerd te worden. Dat doen we met goed kader, faciliteiten, randactiviteiten en ook mooie kleding. We hebben daarbij een groot sponsorbestand, dat de club een warm hart toedraagt en ons steunt.”

Als je ziet dat ons gehele eerste veld vol hangt met reclameborden en ook het halve tweede veld, dan zegt dat veel over de betrokkenheid. Dat moeten we koesteren als club en dat doen we ook. Onze accommodatie staat centraal in de gemeenschap en is een ontmoetingsplek voor jong en oud. Ik kom hier al sinds mijn jeugd en ben al sinds 1992 bij de club betrokken. Als ik dan zie wat we hier door de jaren heen allemaal hebben gerealiseerd met elkaar als kleine dorpsgemeenschap, dan maakt het me oprecht trots om hier weer opnieuw voorzitter te mogen zijn.”

Klik op SC Welberg voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SC Welberg voor meer informatie over de club.

Wil Raats ziet nog volop groei bij Vrederust

Waar vorig seizoen Vrederust in de 4e Klasse C van het zaterdagvoetbal een teleurstellende competitiestart meemaakte, daar is de ploeg van trainer Wil Raats dit jaar als uit de startblokken geschoten en de trotse lijstaanvoerder.

“Vorig jaar troffen we in de eerste reeks wedstrijden allemaal kampioenskandidaten, maar dit jaar begonnen we tegen teams gelijkwaardig aan ons of ploegen die in de rechterrij bivakkeren. En dan zie je direct, dat we over een geweldige selectie beschikken. Ze laten zien enorm goed te kunnen voetballen en dan beleef je tot op heden een geweldig seizoen. Al zijn we wel zo realistisch, dat pas aan het eind de echte prijzen worden verdeeld en niet bij de start. Maar ik ben wel trots om te zien hoe het loopt.”

De Brabantse trainer heeft maar één doel en dat is promoveren. “En als het even kan doen we dat het liefst rechtstreeks, dus via en kampioenschap. En anders via de nacompetitie. Daar hebben ze hier al een paar keer dichtbij gezeten, maar is door verschillende redenen nog niet gelukt. Ik denk dat we nu heel dichtbij moeten kunnen komen. We hebben een selectie die beschikt over zowel voldoende ervaring, voetballende kwaliteit én jeugdig talent. Jongens van dertig, mid-twintig en ook wat jeugdige talenten die van andere clubs naar Vrederust zijn gekomen om hier in het eerste te kunnen voetballen. Dat zegt ook veel over de uitstraling en aantrekkingskracht die Vrederust inmiddels heeft opgebouwd.”

Voor Raats is het heerlijk dat hij als trainer over een grote groep jongens kan beschikken om het doel wat ze voor ogen hebben te kunnen najagen. “Het is mooi om spelers vrijwel één op één te kunnen wisselen, zonder dat je er als team zwakker op wordt. Het is in mijn ogen ook de breedte én sterkte van je reservebank die uiteindelijk bepalend is voor de resultaten. Zeker op ons niveau is dat van doorslaggevend belang. Er wordt keihard gewerkt en goed getraind, want iedereen wil zijn plekje in het elftal verdienen. Dat zorgt voor concurrentie en daar wordt iedereen beter van.”

De oefenmeester is bezig aan zijn tweede seizoen en voelt zich als een vis in het water tussen de bossen van het sportcomplex op het terrein van GGZWNB. “Ik kan hier mijn ei kwijt als trainer en het familiaire karakter dat er heerst past wel bij me. We hebben hier geen jeugd, maar spelers gaan bewust spelen bij Vrederust voor de sfeer en beleving. Alles is hier goed geregeld en je ziet ook dat spelers die hier naartoe komen, ook nauwelijks nog vertrekken.”

”In het verleden was het resultaat vaak ondergeschikt aan de sfeer, maar die omslag is hier een aantal seizoenen geleden ingezet. Ik vind het mooi dat ik nu de puntjes op de ‘i’ mag zetten om te proberen nu die stap omhoog te maken met deze groep. Het is een vriendenteam, een goed voetballend team ook waarbij ik de poppetjes op de juiste plek mag en moet zetten. Die samenwerking loopt goed en ik zie hier ook nog volop groei. De groep zit in mijn ogen zeker nog niet aan zijn plafond.”

Dat ze vorig jaar de nacompetitie zelf weggaven, daar hebben ze even van gebaald, maar de knop ging ook direct weer om. “Dat typeert de instelling hier ook. We willen heel graag, maar niet ten koste van alles. Dat het niet lukte was even balen, maar we hadden direct allemaal zoiets van: jammer…én door! Dan moet het dit jaar maar gebeuren. Er zit hier nog heel veel rek op het elastiek, zowel individueel en als team. Daar wil ik mijn bijdrage aan leveren om de doelen te realiseren. De derde klasse staat hier wel op het ‘verlanglijstje’. We zijn goed gestart en moeten nu blijven presteren. Als we dat doen, dan zie ik hier nog mooie dingen gebeuren. En het is heel mooi daar onderdeel van te kunnen zijn.”

Klik op v.v. Vrederust voor de laatste artikelen over de club.
Klik op v.v. Vrederust voor meer informatie over de club.

Koen Tros blijft zichzelf verrassen

0

Soms kan hij het zelf niet geloven. Vijf jaar geleden speelde Koen Trots in de Eerste Klasse. Nu is hij vier niveaus hoger bij Koninklijke HFC een van de sterkhouders en maakt hij volgend seizoen de overstap naar een van de titelkandidaten op het hoogste amateurniveau. Samen met boezemvriend Sietse Brandsma vertrekt de controlerende middenvelder naar VV Katwijk. “Ik verras mezelf telkens over de wijze waarop ik me aanpas.”

In de auto op weg naar het sportpark van Koninklijke HFC had Sietse Brandsma naast hem het nieuws verteld. Tijdens een van de vier ritten die ze wekelijks maken vanuit de carpoolplek in Alkmaar naar Haarlem. “Hij was benaderd door Katwijk voor het nieuwe seizoen. Hij overwoog de stap te maken. Anderhalve week later kreeg ik een telefoontje van Cees Bruinink (technisch directeur, red.) met dezelfde vraag. Een mooie waardering, zo vroeg in het seizoen (medio september, red.). Ik moest zeker even nadenken. Het gevoel moest goed zijn.”

Na enkele gesprekken bleek dat goed. “Ik heb de plannen aangehoord. Ze volgden ons al langer. De club ziet ons als directe versterking. Cees vertelde in het gesprek samen met trainer Anthony Correia dat na het kampioenschap van Katwijk afgelopen seizoen veel clubs zeer verdedigend tegen ze spelen. Ze willen sneller een andere speelwijze kunnen kiezen. Voor Sietse en mij ligt er daardoor een mooie mogelijkheid om een vaste plek te veroveren. Het is bekend dat Katwijk elk jaar voor het kampioenschap speelt. Bij Koninklijke HFC heb ik het uitstekend naar mijn zin, maar vanwege het kleinere budget is een titel geen reële doelstelling. De club presteert elk jaar knap door jongens van onderaf te halen en een zorgeloos seizoen te draaien. De ambities bij Katwijk liggen hoger.”

Vuurwerk
Ook is de beleving groter, erkent Tros. “Er staan elke duel meer dan duizend toeschouwers langs de lijn op De Krom, er wordt vuurwerk afgestoken en na afloop blijft iedereen in de kantine met de supporters hangen en is het groot feest. Bij Koninklijke HFC is dat helaas allemaal wat minder.” In Katwijk wordt hij straks herenigd met trainer Correia, met wie hij bij ODIN’59 in de Derde Divisie een sterk seizoen (2019/20) kende. “Anthony weet wat we kunnen en is een goede trainer. Tel al deze punten bij elkaar op en mijn besluit is duidelijk. Dat Sietse meegaat, is leuk. Al gaf het niet de doorslag. Ik heb deze beslissing vooral voor mezelf gemaakt.”

Brandsma en Tros vormen een hecht duo. In Broek op Langedijk waren ze tot voor kort elkaars overbuurman (‘de ramen van onze slaapkamers keken op elkaar uit’) en vanaf hun zevende trekken ze met elkaar op. Hun hele voetballoopbaan loopt ook synchroon. Op het seizoen 2020/21 uitgezonderd. “Sietse ging een jaar eerder van ODIN’59 naar Koninklijke HFC. Ik had mee kunnen gaan, maar dat voelde voor mij nog niet goed. Het seizoen was na 25 wedstrijden afgebroken door de coronapandemie. Met ODIN’59 streden we mee om promotie. Ik wist natuurlijk niet dat het nieuwe seizoen al na vijf wedstrijden vanwege dezelfde reden zou worden afgebroken. Toen Koninklijke HFC opnieuw informeerde, besloot ik de stap te maken. Een club van dat kaliber belt niet elk jaar.”

Daardoor rijden Brandsma en Tros nu opnieuw samen. Alweer anderhalf jaar. “Ook Jim Hulleman, die in Schagen woont, rijdt mee. Net als Jeffrey van der Heijden, die helaas nu geblesseerd is. Hij komt ook uit Broek op Langedijk. We hebben een appgroepje daarvoor aangemaakt en rijden om en om. We spreken in Alkmaar af. Sietse woont daar sinds vorig jaar. In april verhuis ik ook van Broek op Langedijk naar Alkmaar. Ik heb een appartement gekocht dichtbij de Grote Sint-Laurenskerk in het centrum. Op vijf tot tien minuten lopen van Sietse. Haarlem is veertig minuten rijden. Katwijk kent straks dezelfde reistijd.”

Tros is drie weken ouder dan zijn boezemvriend. Allebei zijn ze linksbenig, debuteerden ze op hun zestiende in het eerste elftal van BOL en met een groot aantal jongens behoren ze tot dezelfde vriendengroep. “Op het veld weten we elkaar blindelings te vinden. Als ik de bal krijg, zie ik hem al in een ooghoek vertrekken. Ik weet precies waar ik hem moet plaatsen, hij weet precies waar hij moet lopen. We kennen elkaars kwaliteiten door en door.”

Nieuwe stappen
Beiden zijn laatbloeiers. “Als E-pupil liep ik vier à acht dagen stage bij AZ. Dat was op ’t Lood, het voormalige jeugdcomplex. Ik mocht niet blijven. Daarover was ik behoorlijk teleurgesteld. Daarna kwam een vertrek bij BOL nooit ter sprake. Met het eerste elftal promoveerden we binnen twee jaar van de Derde naar de Eerste Klasse. En nu maken we telkens nieuwe stappen. Toen ik in 2019 werd benaderd door ODIN’59 twijfelde ik. Ik dacht ‘ik doe het gewoon, dan kan ik na een jaartje terug als het niet lukt’. Maar ik paste me snel aan het niveau aan. Hetzelfde bij Koninklijke HFC. Ik twijfelde vanwege het stapje hoger, maar dacht ook ‘ik probeer het’. Ik maakte vorig seizoen direct de meeste minuten van allemaal. Dat had ik nooit verwacht.”

“Voetballers zijn van hun 26e tot en met hun dertigste op hun best. Ik ben nu net 26 jaar. Ik ben benieuwd waar mijn plafond ligt. Het betaald voetbal zie ik niet als reëel. Daarvoor ben ik te oud. Bovenin de Tweede Divisie vind ik al mooi genoeg hoor,” vertelt Tros, als constructeur werkzaam in het bedrijf van vader Rob.

Op 5 november stond er voor Tros een bijzonder duel op het programma toen Katwijk op bezoek kwam. Zijn toekomstige club zegevierde met 1-3. Op 22 april volgt de terugbeurt op De Krom. “Of Sietse en ik juichen als we scoren? Natuurlijk doen we dat. We spelen nu voor Koninklijke HFC. Al is de kans niet zo groot dat ik scoor, haha. Dat is een zeldzaamheid.” Hun carrières willen ze straks afsluiten bij BOL, bij de club waar het begon. “Dat hebben we beloofd en dat komen we na. We hopen ook daar nog volop samen te juichen. Maar wanneer weten we nog niet. Eerst staan er genoeg uitdagingen op het programma.” (SB)

Bron: Tweede Divisie Krant

Klik op Koninklijke HFC voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Koninklijke HFC voor meer informatie over de club.

Nick Borgman: telg uit keepersfamilie

0

Drie broers die onder de lat staan? Een zeldzaamheid, maar ze bestaan. Nick Borgman stapte niet alleen in de voetsporen van zijn vader, maar zag ook zijn twee jongere broers de keepershandschoen oppakken. De 25-jarige doelman is ambitieus en hoopt in zijn derde seizoen bij HHC Hardenberg de titel te pakken. “We hebben een hele goede selectie. Niet normaal hoe goed.”

De definitieve keuze voor de plek tussen de palen maakte de oudste van de drie broers pas op zijn veertiende. “In de C-jeugd deed ik als speler nog mee met de B1 van VV Dalen. De ene keer als spits, de andere keer als laatste man. In de jaren daarvoor kwam het regelmatig voor dat ik op zaterdag twee wedstrijden speelde. Voetbalde ik eerst een volledige wedstrijd met de D2 en stond ik daarna bij de D1 in het doel. Uiteindelijk moest ik een keuze maken. Ik vind voetballen leuk, maar keepen is zo mooi… dat wilde ik blijven doen.”

Daarmee ging hij vader Roy achterna. Borgman senior keepte 22 seizoenen in het eerste elftal van Protos, een Zondag Derde Klasser uit Steenwijksmoer. “Hij is tot zijn 38e doorgegaan. Daardoor zag ik hem nog enkele jaren met eigen ogen keepen. Hij maakte me enthousiast, maar hij heeft me nooit gepusht. Als ik wilde voetballen of wilde keepen, hij vond het allebei goed. Hij gooide af en toe voor de lol een balletje, maar hij is nooit mijn keeperstrainer geweest. Tips gaf hij ook niet. Hij liet ons graag ons eigen gang gaan. Dat waardeer ik achteraf zeker.”

Nick zag zijn broers Kevin (23) en Jordy (20) daarna dezelfde keuze maken. “Onze stijl van keepen lijkt zeker op elkaar. We stralen een stukje rust uit. De uitstraling dat je teamgenoten erop kunnen vertrouwen dat je daar staat. Ook kunnen we goed meevoetballen door ons verleden. Ik trek daar zeker profijt uit, omdat ik weet wat een keeper en speler van elkaar verwachten.”

Jordy is dit seizoen tweede doelman van HHC Hardenberg. “Ik sta drie keer in de week met hem op het trainingsveld. Ik zie veel van mij in hem terug. Hij is vijf jaar jonger en mist daardoor een stukje ervaring. Hij gaat spelsituaties tegenkomen die ik al ben tegengekomen. Het zou mooi zijn als hij mij straks opvolgt.”

Collega’s
Kevin staat bij VV Dalen onder de lat. “Hem zie ik dagelijks op het werk.” Beiden werken op de vestiging Zwolle van Simon de Haas, de sanitair specialist. “Twee maanden geleden heeft Kevin me opgevolgd als hoofd logistiek. Ik ben nu technisch tekenaar van badkamers en aanverwante accessoires en verkoper. Dat kan ik allebei vanuit kantoor uitvoeren. Het verbreedt mijn kennis en toekomstige mogelijkheden. Jordy rijdt weleens op een van onze busjes als we helpende handen zoeken. Hij is net aan een hbo-studie begonnen waardoor de kans niet groot is dat er straks ook drie Borgmans bij hetzelfde bedrijf werken, haha.”

Drie keer in de week begint Borgman om zes uur in de ochtend. “Op de trainingsdagen. Dan kan ik half drie stoppen en ben ik voor de files thuis. De andere twee dagen werk ik van negen tot vijf. HHC Hardenberg heeft bemiddeld in het vinden van een baan. Dat typeert de club. Ze denken volop mee.”

PEC Zwolle
Borgman werd in 2012 opgepikt door PEC Zwolle. “Nico Haak was trainer van Onder 15 en hij kende me van de voetbalschool van FC Emmen die ik had gevolgd. Een mooie kans. Mijn derde havo-jaar begon ik niet meer op het Carmelcollege in Emmen, maar op CSE in Zwolle. Dat zit naast het stadion. Elke dag met de trein van Dalen naar Zwolle en dan met de fiets tien minuten tot een kwartier verder.” Op zijn zestiende zat hij voor het eerst op de bank bij het eerste elftal. “Raakte Kevin Begois uit tegen Vitesse ook nog geblesseerd aan zijn hoofd. Hij bleef liggen. Trainer Ron Jans riep dat ik warm moest gaan lopen. Het zweet brak me uit, maar Kevin kon verder. Daarna zat ik nog vier duels op de bank.”

Een knieblessure dwarsboomde een definitieve doorbraak. “De kruisband was gescheurd. Tijdens een operatie is een stukje hamstring als nieuwe kruisband ingebracht. Ik lag er een jaar uit. Ik kan nog steeds niet op mijn knieën zitten. Dat zal ook nooit meer kunnen. Daarbuiten is er gelukkig niets meer aan de hand. Al vraag ik me weleens af hoe mijn carrière was verlopen als dat niet was gebeurd.”

In 2016 stapte Borgman over naar FC Groningen. “Ik mocht bij PEC Zwolle blijven, maar FC Groningen meldde zich snel. PEC Zwolle zit diep in mijn hart, ik heb er veel mooie momenten beleefd en er heel veel geleerd, maar ik geloofde niet in een kans. Bij FC Groningen werd ik vierde doelman. Ik leerde opnieuw enorm veel door de trainingen met de selectie, maar ik wilde elke week spelen. Ik koos ervoor om een stap terug te zetten. Als ik goed genoeg was, zou ik een nieuwe kans in het betaald voetbal krijgen.”

Met vv Hoogeveen werd Borgman direct kampioen en in het tweede seizoen tweede in de Hoofdklasse. Zijn zaakwaarnemer Maykel Kampman kwam toen met BSV Schwarz-Weiß Rehden, een club uit de Duitse Regionalliga. Een stage van vier dagen mondde uit in een contract voor twee jaar. “Ik kende de club helemaal niet en had geen idee van het niveau, maar het totaalplaatje zag er goed uit. Officieel was ik semi-prof, werkte ik zestien uur in de week in de honingfabriek van de voorzitter in Bremen. Maar daar liet ik alleen af en toe mijn gezicht zien. Ik woonde met ploeggenoot Dominic Cyriacks in Bremen. Een fantastische stad. We hadden een selectie van 23 spelers die uit liefst achttien nationaliteiten bestond. We presteerden uitstekend en het niveau is echt hoog. Dat wordt in Nederland onderschat. Ze leven daar 24/7 voor het voetbal. Waar in Nederland nog eens sprake is van gemakzucht, overheerst in het Duitse voetbal strijd. Dat zal ook komen door de omvang van het land en het potentieel aan voetballers.”

Het avontuur eindigde prompt na zeven maanden door het uitbreken van de coronapandemie. “We hoefden niet meer te komen, ik werd niet meer betaald. Dat kennen we in Nederland niet. Ik had mijn dienstverband graag afgemaakt.” Gert Heerkes, met wiens zoons Menno en Tom Borgman samenspeelde bij vv Hoogeveen, vernam de situatie. Het contact met HHC Hardenberg was snel gelegd. “Alleen deed Rheden nog lastig, omdat ik afgekocht moest worden.”

Bij de oranjehemden bevalt het Borgman uitstekend. “We hebben een topteam. Als je alleen al naar de namen kijkt… niet normaal. Allemaal jongens die lekker willen voetballen. De club spreekt voorzichtig de doelstelling top vijf, zes uit. Ik vind dat we voor het kampioenschap moeten gaan. Dit seizoen kunnen we iets moois gaan neerzetten.” (SB)

Bron: Tweede Divisie Krant

Klik op HHC Hardenberg voor de laatste artikelen over de club.
Klik op HHC Hardenberg voor meer informatie over de club.

Welk meisje in de regio heeft er inmiddels nog niet van gehoord?

En dan hebben wij het natuurlijk over 078meidenvoetbal, een volledig onafhankelijk platform dat anderhalf jaar geleden is ontstaan vanuit de behoefte aan meer meiden binnen het voetbal. Nog altijd is het zo dat meidenvoetbal minder aandacht krijgt dan jongensvoetbal.

Jarine Groeneveld is één van de initiatiefnemers van 078meidenvoetbal. Zij ziet de verschillen tussen jongens en meisjes. ,,Het is nog altijd zo dat een clinic voor de jongens een volledige week in beslag neemt. Voor de meisjes wordt een dagdeel ingebouwd.” Mede daardoor is het platform ontstaan. ,,Wij zijn voorzichtig begonnen op Instagram. Snel daarna hadden wij een clinic met meer dan zestig meiden. Dat heeft inmiddels een vervolg gekregen”, vertelt Groeneveld. En het groeit, want 078meidenvoetbal krijgt een steeds groter bereik. ,,Wij zorgen vooral voor de public relations en de communicatie naar buiten toe. Persberichten gaan rond en posters worden gemaakt. Dat zorgt voor de aandacht die nodig is.” Er is een samenwerking met FSN (Football Skills Nederland). ,,Dat helpt mee, want er is inmiddels een bestand van meer dan tweehonderd meiden en het aantal volgers van zes tot achttien jaar op Instagram loopt op tot boven de driehonderd”, weet Groeneveld. Dagelijks melden zich nog meiden aan.

De samenwerking met FSN helpt 078meidenvoetbal verder. Jarine Groeneveld: ,,Zij regelen een vast aantal trainers per opkomst van de meisjes. De clubs hebben daar bij de clinics geen omkijken naar en dat ontzorgt. Het aantal sponsors groeit nog steeds. Zpress is bijvoorbeeld partner van 078meidenvoetbal. ,,Dat helpt uiteraard ook mee, maar er kunnen nog wel wat sponsors bij. Het platform heeft geen winstoogmerk, maar wil kostendekkend kunnen werken. Er komt een moment dat ook voor de meiden meerdaagse clinics gaan worden gegeven. Dan kan de organisatie doorschakelen en ook universele kleding ter beschikking stellen. Zover is men nu nog niet, maar dat kan zeker gaan gebeuren.”

Discoavond
Ook in de winterperiode gaat de opleiding van de meiden door. ,,Voor indoortrainingen in de zaal kan 078meidenvoetbal ingezet worden”, licht Jarine Groeneveld toe. ,,Een voetbalvereniging die vraagt of er een discoavond voor meiden kan worden georganiseerd, wordt ook geholpen. Het is echt héél breed.”

De ervaring leert dat er op dit moment een gat gaapt tussen de 17-jarige meiden en het seniorenvrouwenteam. Er stromen dus minder meiden door vanuit onder 19 jaar naar de senioren. Jarine voetbalt zelf bij de vrouwen van Pelikaan. Zij ervaart dat meiden die op jonge leeftijd zijn gaan voetballen, richting de senioren al meer in huis hebben. ,,Bij Pelikaan stromen de jongeren wel bij ons in. Mede daarom komen wij nu uit in de vierde klasse.”

Klik op ZVV Pelikaan voor de laatste artikelen over de club.
Klik op ZVV Pelikaan voor meer informatie over de club.

Hans Vos krijgt maar geen genoeg van NSV

De ervaren jongens gestopt, een jong en jeugdig team over. Voor Hans Vos is het bouwen aan NSV een eervolle, maar tijdrovende klus. Desondanks is de trainer bezig aan zijn laatste seizoen bij de Nispense vierdeklasser. “Ik had graag nog een jaartje door willen gaan!”

Maar die tijd is de 61-jarige Vos, tot zijn eigen teleurstelling, dus niet gegund. “Bij de club gaan ze niet langer dan drie jaar door met een trainer, dat heb je te respecteren.” De oefenmeester, in het bezit van TC2, is bij NSV bezig aan dat derde en dus ook meteen laatste seizoen. “Zeker in de situatie waar wij nu in zitten, met een jonge ploeg in opbouw, moet je misschien iets meer naar de verstandhouding kijken. Een beetje nuance en elkaar meer tijd gunnen.” Toch zit de oefenmeester absoluut niet bij de pakken neer en geniet hij van de club én zijn spelers. “Het is een heel talentvolle groep, die echt kan uitgroepen tot ‘top’. Dat is mooi om te zien. Hopelijk spelen we dan nog steeds vierde klasse.”

Warm bad

Een flinke uitdaging, zeker met de nieuwe degradatieregeling. “Zes ploegen die kunnen degraderen, hoe kun je dat verzinnen?” En dus, geen tijd te verliezen. “Het is echt een toffe vereniging, alles is er. Een materiaalman die alle ballen oppompt, een fysio, noem maar op. Qua faciliteiten is NSV echt een voorbeeld voor andere clubs.” Vos kan het weten. “In het begin van mijn carrière, heb ik hier ook al zeven jaar gezeten. Dus toen ze me terugvroegen, of ik wat kon betekenen, zei ik volmondig ‘ja’.” Maar niet zonder zich eerst te verdiepen in de club. “Bij een aantal andere verenigingen heb ik dat niet gedaan, dat had ik beter wel kunnen doen. NSV is een warm bad. Plezier en een goede band met mijn spelers, het is hier lekker vertoeven.” En dat is niet voor niks. “Spelers knokken echt voor elkaar. Als de jeugd kansen krijgt, gaan ze er vol voor.” Vos hoopt dan ook op een opvolger uit eigen gelederen. “Het zou mooi zijn als ze het wat dat betreft binnen de club kunnen houden. Er lopen best wat jongens rond die dat zouden kunnen en straks wellicht beschikken over de juiste papieren.” Als het aan hem ligt, laat hij zijn ploeg in ieder geval achter in de vierde klasse. “Dat was afgelopen seizoen ook ons doel, dat is gelukt. Het is echt een proces. De oudere jongens stoppen, talent komt erbij. Ik denk dat deze groep beter kan worden, dan het altijd was. Maar dan moeten ze wel de kans krijgen.” Die geeft Vos ze met alle liefde. “Aan het plafond zitten ze nog lang niet, maar ook mentaliteit speelt een rol. We zijn groeiende, maar handhaving blijft de doelstelling. Dat wordt al moeilijk genoeg.”

Met elkaar

Toch durft de ervaren oefenmeester ook al een beetje verder te kijken. “Over een jaar of twee, drie, kan NSV gewoon een stabiele vierdeklasser worden. Een subtopper en af en toe eens meedoen voor een periode.” Dat zal hoogstwaarschijnlijk zonder hem moeten gebeuren, maar ook na vijftien jaar kan Vos nog altijd geen genoeg krijgen van het spelletje. “Ik vind het nog veel te leuk, om nu al op mijn lauweren te gaan rusten. Dus ik wil zeker doorgaan als trainer.” Zijn manier van werken is in al die jaren in ieder geval niet veel veranderd. “Je moet het vooral met elkaar doen. Van beide kanten moet je voeding krijgen. Veel in de omgang met spelers, maar uiteindelijk hak je wel zelf de knoopjes door.” En dat is soms lastiger, dan vroeger, vertelt Vos. “Spelers leven een stuk minder voor voetbal, dat is wel veranderd. In mijn tijd stond dat echt op nummer één, nu zijn er genoeg andere dingen. Ze gaan net zo makkelijk op vakantie.” Maar sommige dingen, veranderen nooit. “Het leukste blijft nog altijd de gezamenlijke successen, een clubje zien groeien. Daarom is het zo jammer dat het na dit jaar stopt. Ik had ze nog wel meer stappen willen zien maken.” Maar lang in die teleurstelling blijven hangen, doet de inwoner van Sint Willebrord niet. “Trainer worden van Rood-Wit? Dat zou mooi zijn, lekker bij de deur!”

Klik op NSV voor de laatste artikelen over de club.
Klik op NSV voor meer informatie over de club.

‘Spelers in hun kracht laten voetballen” aldus Van Iersel van VV Devo

Toen zijn kinderen bij DEVO begonnen met voetballen, besloot Theo van Iersel maar eens een keertje mee te gaan. En van het één, kwam natuurlijk ook bij hem het ander. Twintig jaar later, loopt de trainer er nog steeds. “Ik ben gewoon voetbalgek.”

En voetbalgek, is de 59-jarige Van Iersel. Want ook op die leeftijd, kan de inwoner van Bosschenhoofd er maar geen genoeg van krijgen. “Het begon als jeugdtrainer, tot aan de JO19, en nu bij het tweede.” Door zijn kinderen er dus ingerold. “Die begin je te trainen, bij de F’jes, vervolgens weet je van geen ophouden en zit je er dus nog steeds, haha!” Ook binnen de lijnen genoot hij van het spelletje, maar met iets minder geluk. “Ik heb tot mijn zestiende gevoetbald bij VES’35, toen scheurde ik mijn enkelbanden…” Toch kroop ook bij hem, het bloed waar het niet gaan kan. “Bij het vierde of vijfde van DEVO vroegen ze: Wil je niet een keer meedoen? En dan doe je het toch!”

Beter maken

Van de F’jes tot aan de JO19, Van Iersel trainde ze allemaal. Inmiddels is hij dus over naar de senioren. “Het oudste jeugdteam werd doorgeschoven naar het tweede, zodat we ook daar voldoende mensen zouden hebben. Mijn jongste voetbalt er, dus ging ik mee.” Sinds een half jaar. “Vorig jaar september ben ik gestopt als jeugdtrainer en in januari bleek dat ze hier maar met acht man op de training stonden. Daar moesten we iets aan doen.” De selectie werd overgeheveld, maar toen dook het volgende probleem op. “De vorige trainer stopte. Ik wilde best kijken of ik het wat zou vinden.” En? “Het bevalt goed, perfect zelfs!” Dat terwijl Van Iersel toch vooral actief is geweest in het jeugdvoetbal. “Daar heb ik ook mijn diploma’s. Ik dacht afgelopen seizoen stiekem na om ergens anders aan de bak te gaan, in de jeugd, maar dit is net zo leuk.” Toch was het even wennen voor hem.
“Je kijkt nu veel meer naar resultaat in plaats van ontwikkeling. Dat komt normaal op de eerste plaats.” Maar missen, doet hij het jeugdvoetbal niet. “Onderbewust ben ik toch ook bezig om die jongens van het tweede beter te maken. Niet te veel met het resultaat, wel met spelers in hun kracht laten voetballen.” Want, zo vertelt Van Iersel. “Eigenlijk hebben we met zijn allen maar één doel: ontwikkelen voor het eerste elftal.” Precies wat de oefenmeester inmiddels jarenlang, indirect dan misschien, al doet. “Het is makkelijk om commentaar te geven, maar ik dacht: laten we het dan zelf eens proberen!”

 

Mentaliteit

Een flinke ontwikkeling en een aantal gehaalde diploma’s later, staat hij bij volwassenen voor de groep. “Die moet je anders benaderen. De jongste is zestien, de oudste 30. Ze proberen elkaar te helpen, dat is leuk.” Ook zelf is Van Iersel nog lang niet uitgeleerd. “Heb zelfs overwogen om TC3 te gaan doen, maar moet je dat op mijn leeftijd nog willen? Ik ben fanatiek zat…” Bij DEVO zit hij in ieder geval prima op zijn plek. “Een sterk collectief creëren, zodat ze op zondag het verschil kunnen maken. Dan hebben we het goed gedaan.” In samenwerking met het eerste. “Samen met de hoofdtrainer overleggen en analyseren we veel. Op die manier kun je van elkaar leren. Het is interessant om daar onderdeel van te zijn.” En dus weet Van Iersel maar al te goed wat er nog beter kan bij DEVO.
“Vooral de mentale weerbaarheid, er honderd procent voor gaan. Vroeger had je dat wel. Dat probeer ik er weer een beetje in te brengen.” Natuurlijk wordt er ook op andere dingen getraind. “Veel pass- en trapvormen, positiespelletjes en loopladders.” Dat laatste behoeft wat uitleg. “Ik loop zelf hard, dat is een bepaalde loopscholing. Sneller kunnen draaien en keren.” Als dat allemaal samenkomt, staat Van Iersel te genieten, vertelt hij. “Vormen die beter gaan, dingen die terugkomen in de wedstrijd. De ontwikkeling zien.” En dus is de trainer voorlopig nog niet van plan te stoppen. “Zolang dat lukt én ik heb er plezier in, blijf ik het gewoon nog lekker doen!”

Klik op DEVO voor de laatste artikelen over de club.

‘Dit is serieus voetballen, daar was ik aan toe’, aldus Cornec van Rkvv Roosendaal

Aan het einde van vorig seizoen maakte Cédric Cornec vervroegd de overstap naar het vlaggenschip van RKVV Roosendaal. Een aantal maanden later, is de negentienjarige verdediger al niet meer weg te denken uit het elftal van Mark Klippel. “Maar na twee trainingen schrok ik wel even!”

Want die stap van de jeugd, naar de senioren, was best groot. “We hadden een lastig jaar met de JO19, stonden vaak maar met zeven man op de training en het was ieder weekend hopen dat we er genoeg hadden. De motivatie was niet zo hoog. Bij het eerste, ging het even allemaal ietsje harder.” En serieuzer. “Dat was echt weer serieus voetballen, daar was ik wel aan toe. Dat is veel leuker!” Toch moest Cornec, sinds zijn zesde lid van Roosendaal, in het begin wel even wennen. “Ik had verwacht dat ik wel aan zou kunnen haken bij het niveau, maar na twee trainingen dacht ik: oei, dit wordt lastig!”

Nadenken

Al viel dat achteraf, allemaal best mee, vertelt hij. “Met veel jongens heb ik nog samengespeeld in de jeugd, dus dat hielp wel. Daarna heb ik het goed opgepakt, denk ik.” Van afgelopen seizoen, Cornec deed alleen de laatste vijf potjes mee, kreeg de centrale verdediger niet al te veel mee. “Eigenlijk pas op het einde. Vanwege blessures maakte ik vervroegd die overstap, dus dat zegt wel genoeg.” Toch zorgde een achtste plek voor de nodige tevreden gezichten. “Uiteindelijk hebben we nog een paar mooie overwinningen geboekt en onszelf veilig gespeeld.” En dus staat er een nieuw seizoen in de tweede klasse op hem te wachten. Even anders dan bij de jeugd.
“Ik moest wennen aan het ‘echt voetballen’. Vroeger kon je gewoon de bal diep geven en dan rennen, nu speel je veel meer via het middenveld. Waar staat er iemand vrij en wie moet je inspelen? Je moet continu nadenken.” Helemaal in het hart van de defensie dus. “Vorig seizoen speelde ik nog als linksback en eigenlijk kwam ik als ‘6’ uit de A’tjes. Het liefste speel ik in de as, dan ben je toch het meeste met het spelletje bezig.” Maar het belangrijkste voor dit seizoen? “Minuten maken en ontwikkelen. Hopelijk wordt het een leuk jaar, met mooie derby’s en veel publiek langs de lijn.

Van gedroomd

De Roosendaler beschikt over inzicht aan de bal, maar weet precies wat hij nog kan verbeteren. “Meer durven, maar soms ook even de rust bewaren. Dan wil ik te snel vooruit en wordt het overhaast.” Zonder bal, staat Cornec zijn mannetje. “Ik geef nooit op en ga altijd volle bak de strijd aan.” Als dat allemaal lukt, komen de resultaten vanzelf. “We hebben niet echt één duidelijke doelstelling, maar denken meer in blokken. Zo wilden we uit de eerste vier wedstrijden zeven punten halen. Dat is precies gelukt!” Mede door zijn trainer.
“Mark (Klippel) is tactisch de beste trainer die ik heb gehad. Bij de senioren speel je echt in op de tegenstander, dat doe je niet in de jeugd. Dat was ook wel even nieuw voor mij.” Als voetballer dus weinig te klagen, ook als vrijwilliger draagt hij zijn steentje bij. “Ik ben trainer van de JO13-2, help bij de toernooien en fluit regelmatig een wedstrijd. Dit is gewoon mijn club.” En dus heeft Cornec nog nooit nagedacht over een vertrek. “Het doel was altijd om in het eerste van Roosendaal te komen, dan dacht ik vroeger: dat zou echt vet zijn! Uiteindelijk is dat wel eerder gelukt dan ik had verwacht, als ik eerlijk moet zijn.” De trappers van zijn fiets, draaien voorlopig dan ook nog wel even door. “Dan kun je lekker blijven hangen!”

Klik op Rkvv Roosendaal voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Rkvv Roosendaal voor meer informatie over de club.

Kampioenschap is dit seizoen hét ultieme doel voor damesteam WVV’67

In de jeugd lukte het de meiden van WVV’67 al een keer of vijf om een kampioenstitel te pakken. Sinds ze samenspelen bij de senioren, hebben ze dat huzarenstukje nog niet weten te realiseren. ‘We hebben nu afgesproken om er nog één keer vol voor te gaan met z’n allen. Het kampioenschap is voor ons nu hét ultieme doel dit seizoen’, zegt Amber van Pul.

“We hebben sinds dit seizoen twee nieuwe trainers voor de groep staan en samen met hen hebben we besproken dat we, anders dan we voorheen gewend waren te doen, nu wekelijks écht met onze sterkste opstelling willen spelen. Dit allemaal omdat we heel graag de titel willen pakken in de vijfde klasse. Het zou geweldig zijn om met deze groep speelsters dat te kunnen bereiken. Het betekent misschien dat sommigen wat minder zullen spelen dan ze gewend waren, maar dit doel hebben we met z’n allen nu vastgesteld en daar gaan we voor.”

Vorig seizoen liep het sportief gezien niet en was er bij lange na niet zo’n goed gevoel dan er op dit moment heerst binnen de spelersgroep. “De focus ligt nu weer op winnen en resultaat halen. We hadden een zware start van de competitie en die hebben we goed doorstaan. Ik denk ook zeker dat de titel een reëel doel is als ik naar ons selectie kijk. We hebben een groep van zeventien speelsters en iedereen is gedreven. Ze willen allemaal spelen en dat zie je terug in het fanatisme en de inzet. Zo maken we elkaar ook allemaal weer beter.”

Hoewel ze woont in Hoogerheide en begon tussen de jongens bij r.k.v.v. METO, koos ze uiteindelijk toch voor meisjesvoetbal bij de ‘buren’ van WVV’67. “Ik zat op school en daar gingen vriendinnen voetballen bij de meiden van WVV’67. Toen ben ik daar ook gaan voetballen en er nooit meer weggegaan. Dat gaat ook niet gebeuren, want het is echt een fantastische vereniging. Als ik zie hoe zowel de heren- als de damesteams met elkaar omgaan, elkaar supporteren en ook naast het veld een eenheid vormen… Dat is geweldig om mee te maken en is denk ik bij heel veel clubs niet zo het geval als hier.”

Naast het feit dat ze kantine- en bardiensten draait, als supporter langs de lijn staat én zelf bij de dames binnen de lijnen wekelijks zichzelf in het zweet voetbalt én de instagrampagina wvvdames1 beheert, traint ze bovendien ook nog een jeugdteam bij de club. “Sinds 2016 doe ik dat. Ben begonnen met JO13 en sinds drie jaar de JO8 en ook nog een half jaar geassisteerd bij de JO16. Die JO8 train ik nu nog altijd en dat is ge-wel-dig om te doen! Ik geniet daar zo van.”

”En als je dan ook ziet hoe gedreven en leergierig ze zijn. Onlangs speelde ze een voorwedstrijd bij het eerste tegen Meto en die wonnen ze met 7-0. Ik kon toen niet coachen, omdat ik zelf moest voetballen. Toen ik klaar was kwamen ze allemaal trots naar mij het veld op gerend. Dat deed wel even wat moet ik zeggen. Ik doe dat nu drie jaar en zou het niet meer willen missen, want ik had nooit gedacht het zo leuk te vinden.”

Al bij al brengt ze heel wat uurtjes door op Sportpark De Fortuin, maar dat doet ze graag. “Het is een prachtige club en daar zet ik graag een stapje extra voor. De waardering die je krijgt is écht voelbaar en geeft energie. Hopelijk kunnen we als dames wat terugdoen met het halen van de titel. Want hier bij WVV’67 wordt het wel weer eens tijd voor een leuk feestje!”

Klik op WVV’67 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op WVV’67 voor meer informatie over de club.

Danny Oerlemans ziet v.v. De Markiezaten nog steeds groeien

Voor het tweede seizoen is nu de SJO v.v. De Markiezaten actief in competitieverband. Het samenwerkingsverband van de jeugd bij Nieuw Borgvliet en FC Bergen verloopt naar tevredenheid. Secretaris Danny Oerlemans ziet de SJO in meerdere opzichten nog steeds groeien.

“Elke dag leren we ook weer bij en proberen we zaken nog beter te stroomlijnen. We zijn dit traject vanuit een gezamenlijke doelstelling begonnen en dat werpt nu al zeker zijn vruchten af. Het is mooi om te zien dat mensen meer en meer de verbondenheid hebben met De Markiezaten. De kinderen zelf die weten eigenlijk al niet meer beter en dat vloeit al sinds de start moeiteloos in elkaar.”

Oerlemans (41) was een van de betrokkenen bij het complete samenwerkingstraject, is secretaris binnen het bestuur, verzorgt de ledenadministratie én is jeugdtrainer bij de JO15. “Een heel bord vol Markiezaten, maar het is geweldig om te doen. Als ik zie ook hoe de betrokkenheid is van ouders, vrijwilligers en hoe de jeugd met elkaar omgaat, dat is fantastisch. Het werd voor beide verenigingen steeds moeilijker om qua vrijwilligers de teams en functies te vullen. Door samen te gaan zien we nu dat dit probleem zich niet meer direct zo voordoet en dat de taken over veel meer schouders worden verdeeld. Dat is prettig. En we zien ook dat er heel veel nieuwe vrijwilligers zijn bijgekomen en dat is voor een jonge vereniging zoals wij zijn alleen maar mooi.”

Die toename van vrijwilligers, maar ook van nieuwe jeugdleden kan niet geheel worden losgezien van de wijk Markiezaten waarin de vereniging zich bevindt. “Heel lang is er niet gebouwd in de wijk, nu zie je dat die aantrekt en er flink wat huizen zijn bijgekomen. Daardoor ook veel nieuwe, jonge aanwas en daar plukken wij als vereniging de vruchten van. Met name aan de pupillenkant zien we daardoor nog steeds een groei qua ledental. En daar horen dan vanzelfsprekend ook betrokken ouders bij, die regelmatig nu ook wat vrijwilligerstaken oppikken. Zo heeft de wijk een aanzuigende werking op de club en dat is iets om te koesteren.”

De Bergenaar merkt ook wel dat er steeds meer gevoel ontstaat voor De Markiezaten als nieuwe vereniging en de sentimenten van beide clubs die nu nog afzonderlijke seniorenafdelingen hebben wat naar de achtergrond dringen. “Wij laten met de jeugd in elk geval zien, dat samenwerken en het in elkaar vloeien van beide verenigingen goed is verlopen. Dus wellicht dat dit ook een mooi vertrekpunt kan zijn voor eventuele fusieplannen waarover wordt nagedacht en gesproken. Voor de doorstroming van onze jeugdspelers zou dat over een aantal jaren ook veel meer duidelijkheid geven.”

De Markiezaten telt nu ongeveer zo’n driehonderd jeugdleden, waarvan het overgrote deel aan de pupillenkant te vinden is. De oudere jeugd blijft daarin nog wel iets achter. We hebben nu drie teams in de JO13 en daarboven een JO15, een JO16 en een JO18. Dus het duurt nog een paar jaar voordat de eerste moeten doorstromen richting senioren. Het is mooi dat we nu al zoveel teams in competitie hebben en dat de spelers en speelsters hier plezier beleven in hun sport, elk op zijn of haar eigen niveau. Natuurlijk is het leuk om te winnen en hoog te spelen, maar dat is voor ons op dit moment nog ondergeschikt. Ieder kind een plek bieden op met plezier te voetballen, dát is Markiezaten en daar zijn we tot op heden enorm trots op.”

Klik op v.v. De Markiezaten voor de laatste artikelen over de club.
Klik pp v.v. De Markiezaten voor meer informatie over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.