Home Blog Pagina 451

‘Je kunt alleen verliezen van jezelf’, aldus Meierdres van RBC

In de jacht op promotie naar de eerste klasse, versterkte tweedeklasser RBC zich afgelopen zomer opnieuw met een aantal spelers van een hoger niveau. Onder hen Jay-Jay Meierdres. De buitenspeler kwam over van hoofdklasser Achilles Veen en barst, net als zijn nieuwe club, van de ambitie.

Zijn keuze voor de stadionclub bevalt de 27-jarige Meierdres tot nu toe prima. Heel gek is dat gezien de resultaten, ook niet. “Als je alles wint, is het natuurlijk leuk. Ik wist dat we kwalitatief een goede selectie zouden hebben, dan ben je in de competitie automatisch vaak de bovenliggende partij.”

Getwijfeld

Zijn overstap kwam voor veel voetballiefhebbers misschien toch wel als een verrassing. De aanvaller speelde onder meer bij SteDoCo, Halsteren en dus Achilles Veen al op het niveau van de derde divisie of hoofdklasse. Toch was het voor Meierdres zelf eigenlijk best een logische. “Robert Braber is een goede vriend van mij, dus toen hij instapte bij RBC, belde hij meteen. Op dat moment was ik net naar Achilles gegaan en had ik er nog niet echt oren naar.” Maar na een aantal blessures en een lastige eerste seizoenshelft, veranderde dat gevoel. “Haha, Robert vroeg meteen: Wil je nu wel? Daarna ben ik op gesprek gegaan.” Met succes. “De ambities en het project spraken mij heel erg aan.
Daarnaast is alles goed geregeld en zijn ook alle randvoorwaarden prima voor elkaar.” Toch veranderde er, nadat Meierdres zijn keuze al had gemaakt, nog wel iets. En niet het minste. “Toen vertrok Robert en werd Ruud Pennings trainer. In alle eerlijkheid heb ik nog wel even getwijfeld of ik moest gaan…”

Bekende gezichten

Gesprekken met Pennings trokken de rechtspoot alsnog, of opnieuw, over de streep. “Ik kende Ruud nog van Halsteren en die ontmoetingen voelden goed. Het plan lag er nog steeds en eigenlijk klopte alles gewoon.” Ook de aanwezigheid van een aantal bekenden hielp Meierdres in zijn keuze. “Ik ben bevriend met Mitchell Schilperoord en Rhomar Boudzra, maar veel andere jongens kende ik ook al. Perry Bierkens, Tom de Bonte en natuurlijk Karim Didi.” Ook Randy Elst en Jordi Ewanena kwamen hem bekend voor. “Toen ik in de jeugd van NAC zat, hebben we vaak tegen elkaar gespeeld. Nu spelen we samen.” In een stadion dus. “Leuk, maar je raakt er ook snel aan gewend.
Vaak als het druk is, lijkt het minder vol. Dat is wel jammer.” Toch zit Meierdres voorlopig prima op zijn plek, ondanks het lagere niveau. “Daardoor moest ik er ook wel even goed over nadenken, dat maakte het lastig. Ik heb RBC toen natuurlijk ook gevolgd, hoopte heel erg dat ze zouden promoveren.” Dat gebeurde uiteindelijk niet, maar het hield de vlugge buitenspeler allesbehalve tegen. “Als de club niet zoveel ambitie had, had ik het nooit gedaan. De selectie is daar ook wel echt op ingericht.”

Verliezen van jezelf

Toch moet Meierdres af en toe nog een beetje wennen, geeft hij toe. “De tegenstanders zijn niet altijd even goed, zakken in en geven ons de bal. Individueel hebben wij veel meer kwaliteit.” Vooral dat laatste, bevalt hem tot nu toe uitstekend. “Qua training is het niveau te vergelijken met Achilles Veen en SteDoCo.” Daar schuilt dan ook meteen het gevaar, weet hij. “We moeten iedere wedstrijd de lat hoog leggen. Vorige keer was ik echt boos op mezelf. Ik had wel gescoord, maar het was gewoon slecht. Dat merk ik ook binnen de groep, we vragen veel van elkaar en onszelf.”
Tot nu toe leverde die instelling een foutloze start op, maar Meierdres is op zijn hoede. “Zeker in de tweede seizoenshelft gaan ploegen zich nog meer op ons instellen. Je moet het iedere zondag maar weer doen, je kunt alleen verliezen van jezelf.” En dat is precies, wat ze dit seizoen bij RBC niet kunnen gebruiken. “We hebben maar een doel, dat is kampioen worden. Of in ieder geval promoveren.” Waarom het dit jaar wel gaat lukken? “We hebben veel scorend vermogen én nog meer kwaliteit.” Ook trainer Pennings kan rekenen op positieve woorden. “Hij is een stukje vrijer en relaxter dan bij Halsteren, dus dat bevalt prima.”

Derde divisie

Aan de Bredanaar de taak om vanaf de flank voor de nodige dreiging te zorgen. “Ik ben een creatieve buitenspeler, met diepgang en snelheid. Het liefste speel ik als linksbuiten, zodat ik naar binnen kan komen om te schieten.” Ambitieus als hij is, mikt Meierdres op het hoogst haalbare. Met RBC. “We willen de derde divisie halen. Het is een bijzondere stap, maar dat was voor mij dé reden om het toch te doen!”

Klik op RBC voor de laatste artikelen over de club.
Klik op RBC voor meer informatie over de club.

Preses Marc Reijmers probeert nog steeds fris te blijven

Marc Reijmers is ook na de jongste algemene ledenvergadering van VVGZ nog steeds de voorzitter van de Noordparkclub. Reijmers is inmiddels aan zijn twaalfde seizoen als preses van de Zwijndrechtse vereniging bezig.

Ook na de overwinning op plaatsgenoot Pelikaan bleef VVGZ-voorzitter Marc Reijmers clubman en gentleman in één. ,,Ik ben natuurlijk wel betrokken bij het eerste, maar ben toch vooral voorzitter van de gehele vereniging. We gaan als clubs goed met elkaar om, dus ik ben blij met het resultaat maar daar blijft het ook wel bij en voel me nu niet opeens de koning van Zwijndrecht.’’

De zege op de Pelidome kwam twee dagen voor de algemene ledenvergadering van VVGZ tot stand, waar Reijmers voor het twaalfde achtereenvolgende seizoen als preses aanschoof en bleef. ,,Hoe lang de rek er nog inzit? Ik probeer altijd wel fris te blijven, dus ik stel mezelf regelmatig de vraag: sta ik genoeg open voor wat goed is voor de club en voor alle geledingen. Want je hebt het risico dat als je lang op een stoel zit, dat je dan in een tunnel terechtkomt.’’

Dat gevoel heeft Reijmers momenteel zeker nog niet, maar hij stelt wel dat het goed is om over de toekomst na te denken. ,,Ik zou het goed vinden als we aanvulling krijgen in het bestuur met mensen uit de volgende generatie. We hebben wel wat jongere bestuursleden, maar het kader wordt dun. Er zijn zeker mensen die wel wat willen doen binnen de club, maar voor structurele bestuurstaken wordt lastiger. Daarover gaan we ook met de leden in gesprek, om te kijken hoe we voor aanvulling kunnen zorgen.’’

Kunstgras
Marc Reijmers, die zelf meetraint met de veteranen van VVGZ, gaat sowieso de dialoog niet uit de weg. ,,Ik probeer het gesprek ook met spelers uit de lagere seniorenteams binnen onze vereniging te voeren. Laatst was er een stelletje spelers dat meldde dat ze naar de algemene ledenvergadering zouden komen om een tegenkandidaat voor mijn positie voor te dragen zodat ik weggestemd kon worden. Het is goed dat zij daarover nadenken en ook het gesprek aan durven gaan, want we willen graag de jongere generatie bij die taken betrekken zodat zij op termijn het stokje kunnen overnemen.’’

De toekomst van de ‘Vogels’ ziet er zonnig uit. De kunstgrasmat op het Noordpark, die volgend jaar vervangen zou worden, is inmiddels al vernieuwd door de gemeente. ,,Na Heerjansdam en sportpark Bakestein waren wij aan de beurt en dat is voortvarend aangepakt door de gemeente. En in coronatijd hebben enthousiastelingen binnen de club, in sommige gevallen zelfs op zondag, verschillende plekken op onze accommodatie nagelopen en verbeterd. Van een verhuizing van het Noordpark is ook geen sprake meer, we maken integraal onderdeel uit van de groene zone op de Noordoevers. We worden goed op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen bij dat project. Verduurzaming zeker in combinatie met de hoge energieprijzen is op dit moment een groot aandachtspunt. Onze ketels zijn aan vervanging toe, dus daar denken we goed over na.’’

Klik op VVGZ voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VVGZ voor meer informatie over de club.

Tom Noordhoff helpt talenten op weg naar de top

Doelman Maarten Stekelenburg, NAC-icoon Patrick Zwaanswijk en scheidsrechter Ruud Bossen. Stuk voor stuk leerden ze op jonge leeftijd het spelletje bij vv Schoten in Haarlem. Wie ook in dat rijtje thuishoort: Tom Noordhoff (27). De middenvelder van FC Lisse zette als klein jochie zijn eerste stapjes op het gras van Sportpark Vergierdeweg. “Bizar waar zo’n kleine club groot in kan zijn, hè.”

In een veel te groot geelzwart shirt draafde Tom Noordhoff op jonge leeftijd over het veld bij zijn amateurclub vv Schoten. Als eerstejaars E’tje kreeg de jongeling een uitnodiging voor de voetbalschool van oud-prof Piet van der Kuil bij Telstar. Al snel pikten ze hem daar uit de groep en mocht hij aansluiten in de jeugd van, toen nog, fusieclub Stormvogels Telstar. Daar ervaarde hij in het begin enkele spannende trainingen. Het spelertje kende in het begin helemaal niemand en hij wist niet op welk niveau zijn teamgenoten zaten. “Gelukkig kon ik me prima meten met de anderen en daardoor vond ik snel mijn plekje.”

Bij Telstar vielen zijn acties op bij scouts van de Nederlandse topclubs. Als eerstejaars D-pupil mocht hij op stage bij AZ, maar hij werd afgewezen. Het jaar daarna liep Noordhoff stage in het team van trainer Frank de Boer bij Ajax. AZ kwam terug, maar viste achter het net. Het talentje verdiende snel een definitief plekje op De Toekomst. Een jongensdroom kwam uit voor de jongeling. Bij de Amsterdammers maakte de voetballer veel progressie. Op zijn zestiende tekende hij zijn eerste driejarige profcontract en hij speelde samen met namen als Donny van de Beek, André Onana, Davy Klaassen, Anwar El Ghazi en bij Nederlandse jeugdelftallen met Nathan Aké. “Het is best gek dat ik nu bij de amateurs speel en zij schitteren in de Champions League. Ik vind het leuk om die spelers op televisie te zien. Met sommigen heb ik nog contact, maar iedereen gaat uiteindelijk zijn eigen weg.”

Andere weg
Noordhoff speelde zelfs twee jaren hoger dan zijn leeftijdsgenootjes. “Door de jaren heen vielen veel vriendjes af, dat was jammer. Zelf doorliep ik redelijk stabiel alle jeugdelftallen tot aan Jong Ajax. Daar stagneerde ik, mede door enkele blessures op ongelukkige momenten.” De middenvelder speelde tijdens interlandperiodes oefenwedstrijden in het eerste, maar voelde dat structureel in de ArenA spelen ver weg was. Jaap Stam kon hem steeds minder minuten geven. “Ik had te maken met spelers die van het eerste terugkwamen en daarom minuten moesten maken. Zelf kwam ik minder in m’n ritme. De ene week speelde je heel goed en de week erna startte je op de bank. Als jonge speler is dat lastig. Dan moet je elke week spelen.” Toch mocht hij zijn contract verlengen van de club. “Maar er was weinig perspectief en ik koos liever voor een andere weg. Ik wilde één stap terug zetten en er vervolgens twee vooruit. Op die manier hoopte ik alsnog de top te bereiken.”

Zijn oude ploeg Telstar bood die kans. Hij speelde één seizoen voor de Witte Leeuwen en liep stage bij het Spaanse Elche, tegenwoordig spelend in LaLiga. “De volgende stap werd uiteindelijk Almere City.” Daar trainde hij hard, maar speelde hij weinig. “Ik besefte me dat ik niet gelukkig zou worden van een heel voetballeven in de Keuken Kampioen Divisie. Ik besloot daarom een stap terug te doen naar het amateurniveau. Zo kon ik ook aan mijn maatschappelijke carrière werken.” Hij begon zijn amateurcarrière bij OFC uit Oostzaan en vertrok vervolgens naar FC Lisse. “Toen de geelhemden mij benaderden had ik gelijk een goed gevoel. Het is een warme club en ze haalden mij als een directe versterking voor het team. Er was meer interesse, maar ik wist gelijk dat Lisse het was. Hier spelen ze bijvoorbeeld op gras en dat was bij OFC niet het geval.” Bij zijn nieuwe team kwam ook een stille hoop uit: de voetbalsfeer in de Bollenstreek ervaren. “Daarnaast trok de instelling van de club me. Het is rustig en er lopen normale mensen met een warm hart voor de ploeg rond. Het is een echte vereniging.” Volgend seizoen gaat hij een nieuw avontuur aan. “Ik ga naar Spakenburg. Die club is net als ik erg ambitieus. Ik wil altijd winnen en dat is daar niet anders. Het wordt een mooi avontuur en een nieuwe uitdaging op het hoogste amateurniveau. Daarnaast lijkt het me fantastisch om de derby te spelen.

Voetbalacademie
In de tussentijd combineert Noordhoff zijn amateurleven met een nieuwe carrière als jeugdcoach. Hij dacht al vaak mee met trainers en deed zijn woordje in de kleedkamer. “Ik kreeg bij Ajax uiteindelijk de mogelijkheid om als jeugdcoach aan de slag te gaan.” Zijn job kwam voort uit een gedachtegang. “Ik besefte het me toen ik ouder werd, maar ik miste een brug tussen het voetbaltechnische en het mentale aspect.” De middenvelder moest in zijn Ajax-tijd lef tonen en schijt hebben op het veld. “De trainers vonden dat ik moest indribbelen vanuit het middenveld en op trainingen lukte dat. In wedstrijden deed ik dat echter een stuk minder.” Na zijn proftijd ging de voetballer nadenken en reflecteren hoe dat kwam. Al snel realiseerde hij zich dat hij veelal koos voor de veilige optie. “Je wilde geen fouten maken”, legt hij uit. “Ik deed er alles aan om het goed te doen en bleef daardoor teveel in mijn comfortzone. Nu weet ik dat je fouten moet maken om weer verder te kunnen groeien”, vertelt hij. “We leven in een prestatiemaatschappij. Zowel op school als in sport wordt er veel van jongeren gevraagd en de één gaat beter met die druk om dan de ander. Zo kwam ik op het idee om een voetbalacademie te starten waar ik BVO- en topamateurspelers help met het behalen van een stukje mentale winst. Het is meer dan alleen voetbal.”

Bij voetbalacademie T.O.M. Training & Coaching gaat Noordhoff in gesprek met talenten en triggert hij in de oefeningen het presteren onder druk. “Trainingen zijn uitdagend en tijdens een training in kleine groepjes of in individuele sessies leer je spelers snel kennen. Ik vind het belangrijk en geloof er heilig in dat je het meest uit een voetballer kan halen als je een goede band hebt met diegene.” Uiteindelijk merkt hij dat de jonge spelers vrijer in hun hoofd worden en meer plezier aan het spelletje ervaren. “Daar doe ik het voor. Hopelijk bereiken zij dan wel wat mij niet lukte.” (TVS)

Bron: Tweede Divisie Krant

Klik op FC Lisse voor de laatste artikelen over de club.
Klik op FC Lisse voor meer informatie over de club.

Dierenvriend Aleksandar Bjelica komt tot rust in Katwijk

Op het Katwijkse strand sprint een Mechelse herder over het mulle zand achter een tak aan. Aleksandar Bjelica (28) heeft de stok net lieftallig in de verte gegooid. Na achttien jaar is het tafereel weer te aanschouwen op de eindeloze kuststrook. “Dit voelt als thuiskomen. Het is heerlijk om hier weer te zijn.”

Op zijn vijfde vluchtte Aleksandar Bjelica samen met zijn ouders vanuit Servië naar Nederland. Het gezin kwam terecht in een asielzoekerscentrum bij het Groningse Delfzijl. Toen de familie een verblijfsvergunning kreeg, verhuisden ze richting de gezellige kustplaats in Zuid-Holland. Al snel begon de jonge verdediger daar te voetballen bij de plaatselijke Quick Boys.

Na avonturen in België, Polen, Slovenië en Servië is hij sinds dit seizoen terug op de plek waar het vroeger allemaal begon. Als klein jochie kreeg Bjelica zijn eerste trainingen op het veld op Nieuw Zuid. Daar vielen zijn acties op het zachte gras in de smaak bij Ajax-scouts. Hij speelde vier seizoenen op De Toekomst in Amsterdam en maakte zijn debuut in het betaald voetbal voor FC Utrecht. Later voetbalde hij met KV Mechelen in de top van de Belgische Jupiler Pro League en degradeerde hij met ND Gorica uit de hoogste voetbaldivisie van Slovenië.

Thuis
“Maar nergens voel ik me zo thuis als bij Quick Boys. Hier ligt mijn hart en hier ken ik iedereen. Van de bakker tot de krantenbezorger”, vertelt de verdediger met Servische roots. De club uit Katwijk belde hem afgelopen jaar met de vraag of hij terug wilde keren naar het oude nest. “Dat hadden ze al eens gedaan, maar toen voelde het nog niet als het geschikte moment. Deze zomer ervaarde ik dat gevoel wel.” Bij de tweededivisionist kan hij eindelijk weer veel spelen op een hoog niveau. Iets waar hij zelf enorm naar gesnakt heeft. “Hier doe je het gewoon voor als voetballer. Dit is een stuk beter dan op de bank of tribune zitten verkwanselen. Bovendien kan ik de jonge jongens binnen onze ploeg bepaalde dingen meegeven. Zeker op mentaal gebied en qua motivatie kan ik hun ervaringen meegeven.”

In het team komt hij veel oud-bekenden tegen. Paul van der Helm en Kevin van Kippersluis kent hij nog uit zijn periode in de Domstad en met Jeffrey Ket speelde Bjelica samen bij Ajax. “De omgeving, de professionaliteit van de begeleiding, de faciliteiten die soms beter zijn dan bij Eredivisieclubs en zeker ook de mensen maken dat ik hier perfect zit. Tussen de supporters zitten zelfs jongens waar ik vroeger in de jeugd van Quick Boys mee samenspeelde.”

Diezelfde fans geven Bjelica kippenvel als ze weer eens een speciale sfeeractie organiseren. “Zeker de derby’s zijn ongelofelijk met vuurwerk, spandoeken en de hele wedstrijd oorverdovend geluid van trommels en gezang.” Mocht het team ondanks alle aanmoedigen toch verliezen, dan zal er op wat begrijpelijk gevloek na niet veel gebeuren. “Dat is niet te vergelijken met wat ik bij de Poolse subtopper Korona Kielce heb meegemaakt.” Na een ontluisterende 2-6 nederlaag tegen rivaal Wisla Kraków betraden boze supporters het veld. “Ze trokken onze shirtjes uit als vernedering, omdat zij dat ook ervaarden vonden ze. Daarna liepen ze mee door de catacomben van het stadion naar de kleedkamer. Daar hebben we hen tot diep in de nacht te woord gestaan. Het ging er extreem aan toe. In mijn ogen was dat niet de oplossing. Ik ben meer een persoon die rustig het gesprek aangaat, daarmee bereik je volgens mij een stuk meer.”

Nee, verwacht geen gekke of spannende cowboyverhalen uit Katwijk. De spelers worden netjes behandeld en het salaris altijd op tijd gestort. “Toen ik in Servië speelde, was dat helaas wel anders. Ik wist niet wat ik daar meemaakte want bij mij is een afspraak te allen tijde een afspraak.” Hij kreeg bij zijn komst naar FK Spartak Subotica gelijk een half jaarloon uitbetaald, maar daar bleef het bij. De club weigerde vervolgens salaris te storten. “Ik heb het meerdere keren gevraagd. Uiteindelijk heb ik mijn contract verscheurd en ben ik naar huis gegaan om mijn koffers te pakken en een vliegticket terug naar Nederland te boeken. Ik snap nog steeds niet hoe sommige spelers daar rondkwamen. Het was gewoon een vorm van uitbuiting. Momenteel loopt er nog een rechtszaak tegen de club, want ik heb nog steeds niet mijn volledige loon gekregen.”

Dierenvriend
Tijdens zijn strandwandelingen met de vijfjarige herder Junior komt Bjelica helemaal tot rust. “We vergeten soms hoe goed we het hier hebben. Iedereen wil telkens meer en meer. Maar besef dat sommige mensen niet eens een elke avond een maaltijd op tafel hebben staan.” De verdediger is Nederland dankbaar. “Door dit land heb ik weer perspectief gekregen en konden we de toekomst rooskleurig tegemoetzien. Anders had mijn leven er gegarandeerd een stuk anders uitgezien.” De Mechelse herder betekent veel voor de linksbenige verdediger. “Hij is een onderdeel van de familie voor mij”, klinkt het beminnelijk.

Bjelica is al zijn hele leven een dierenvriend. Hij groeide bij zijn ouders op met een mopshondje. ”Maar ik ben zelf meer van de wat sportievere honden, dus ik vind dit een stuk leuker.” Toen hij in België zat, voelde de linksback zich soms eenzaam. Daarop besloot hij een hond te nemen. In het begin waren er nog wat problemen in de opvoeding. Door veel tijd erin te stoppen, tackelde hij dat probleem als een echte verdediger. “Na mijn carrière wil ik misschien ook iets voor dieren gaan doen. Ik zou me graag voor de beestjes inzetten. Er is nog veel te veel dierenleed in deze wereld en daar moet veel meer aandacht voor zijn vind ik.” Het zijn woorden die je misschien niet gelijk verwacht van een op het oog spijkerharde verdediger. “Maar dat ben ik ook gewoon hoor. Ik zal mijn voet nooit terugtrekken in een duel met een aanvaller.”

Stiekem zet hij zich nu ook al in voor de beestjes. Al wil hij niet precies vertellen wat hij doet. “Ik hoef daar geen punten mee te scoren”, legt hij uit. Bjelica wil de focus vooral op Quick Boys houden waar hij zijn plezier in het voetbal heeft teruggevonden. “In mijn visie moet een club als deze altijd meedoen om het kampioenschap. Daar zal ik persoonlijk alles voor doen en ik geef elke wedstrijd honderdtien procent. We hebben het tenslotte zelf in de hand”, besluit hij. (TVS)

Bron: Tweede Divisie Krant

Klik op Quick Boys voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Quick Boys voor meer informatie over de club.

Marvin Hommel hoopt met VVC’68 dit jaar weer de stap omhoog te maken

Hij begon met voetballen op sportpark De Beek in het geelzwart van RKSV Halsteren, maar sinds de B-jeugd stapte hij over naar buurman VVC’68. Daar is hij bezig aan zijn vijfde volledige seizoen bij de hoofdmacht, waarmee hij dit jaar hoopt weer de stap omhoog te zetten.

“Dat zou wel mooi zijn inderdaad. Ik denk ook dat we, zéker gezien het aantal versterkingen dat we erbij hebben gekregen, het verplicht zijn om mee te doen voor de titel. Want er zijn jongens naar de club gekomen met een hoop ervaring op hoger niveau, dus moeten we dan toch nu proberen om zelf opnieuw te promoveren naar de derde klasse. Dat is in elk geval wel wat we onderling met elkaar hebben besproken én wat ook de ambitie is van de club.”

Hommel (23) is verdediger en zag in het tussenseizoen een aantal spelers, net zoals hij zelf jaren geleden deed, de overstap maken naar VVC’68. “Ik had destijds in de jeugd niet het gevoel dat ik bij Halsteren echt serieus werd genomen. Maar ik wilde wel heel graag hier blijven voetballen. Daarop besloot ik de stap naar VVC’68 te maken en dat is me erg goed bevallen. Het is een ambitieuze vereniging, maar wel met een gemoedelijke sfeer. Ik kende er ook een aantal vrienden die er speelden dus maakte dat voor mij de overstap een stuk gemakkelijker.”

In eerste instantie speelde Hommel bij de jeugd in de JO17 en later de JO19. Onder toenmalig trainer Rien Luijsterburg debuteerde hij in het eerste elftal. Toch besloot hij nog even terug te keren naar de jeugd. “Ik trainde mee, speelde wedstrijden bij het eerste ook. Maar ik kreeg last van blessures en zag daardoor ook het plezier wat afnemen. Ik besloot naar de JO19 terug te gaan om daar weer te ‘resetten’. Dat is een goede keus gebleken, want daarna ben ik weer aangesloten bij de eerste selectie en niet meer weggegaan.”

Hij typeert zichzelf als een pure verdediger, die het van zijn fysieke kracht moet hebben. “Met tegenstander uitschakelen en in dienst spelen van de ploeg. Daar liggen mijn kwaliteiten, niet in het meevoetballende gedeelte. Daarin moet ik absoluut nog stappen maken, maar daar hebben we spelers voor die wel die kwaliteiten bezitten zoals Jeroen Augustijn bijvoorbeeld. Samen met hem vorm ik het centrale blok en die wisselwerking is goed. Hij zet het goed neer en we geven weinig kansen en doelpunten weg tot op heden.”

De ambitieuze vierdeklasser is goed van start gegaan en ligt dus op koers voor een eventuele promotie waar de club al jarenlang op wacht. Tot nu toe om afwisselende redenen nog altijd zonder het gewenste resultaat. “Na de degradatie kregen we corona er tussendoor en dat werkte ook niet echt in ons voordeel. Daarnaast zijn we vaak ook de te kloppen ploeg en dat is blijkbaar een druk waarmee we lastig konden omgaan. Nu hebben we er een hoop ervaren gasten bijgekregen, dus zou de puzzel in elkaar moeten vallen.”

”Soms moeten we alleen in wedstrijden nog meer felheid tonen, op karakter knokken voor de punten. Daarmee kan je denk ik veel winnen, zeker in deze klasse. Want naast onszelf zijn er nog een viertal teams die in aanmerking komen voor promotie. Hopelijk kunnen we het tot het eind volhouden en ons eindelijk belonen. Promoveren is het hoofddoel, een kampioenschap zou een toetje zijn. Zover is het nog niet, de weg er naartoe is een hele lange. We hebben de kwaliteiten als selectie in mijn ogen absoluut. Het is nu aan ons om het wekelijks op het veld om te zetten in het gewenste resultaat. Daar gaan we in elk geval alles aan doen.”

Klik op VVC’68 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VVC’68 voor meer informatie over de club.

Bram Gabriëls ziet bij Lepelstraatse Boys groot verschil met vorig seizoen

Ze hebben er meer dan twee jaar op moeten wachten, maar begin november was hij daar dan eindelijk: de eerste overwinning van Lepelstraatse Boys sinds de stap naar het zaterdagvoetbal in 2021. ‘Die zat er echt al een tijdje aan te komen maar steeds ontglipte hij ons’, aldus verdediger Bram Gabriëls.

Nadat de vierdeklasser in de voorbereiding wel al een verrassende overwinning in de beker boekte tegen Tholense Boys, ging men vol vertrouwen de competitie. Daar kregen Gabriëls en zijn teamgenoten echter week op week fikse nederlagen te verwerken. “Dat was voor ons echt teleurstellend, want de voorbereiding verliep voor ons best positief. Er zit een ander gevoel in de groep, we hebben een bredere selectie en zijn er ook kwalitatief op vooruit gegaan. Dus als je dan toch week op week tegen nederlagen oploopt, soms onnodig ook, dan is dat flink balen. Toch zag je dat iedereen wel positief bleef, omdat we de overtuiging hadden dat die eerste overwinning écht dichtbij was. En gelukkig hebben we dat tegen FC Bergen laten zien.”

Vorig seizoen werden drie gelijke spelen geboekt en de laatste overwinning dateerde van 29 september 2020, toen in het zondagvoetbal met 2 -3 werd gewonnen van HSC’28. De 2 -1 winst tegen FC Bergen brengt na twee jaar zorgt voor de eerste driepunter in het zaterdagvoetbal. En als het aan Gabriëls ligt, is het zeker niet de laatste.

“Daar ga ik niet van uit. Want ik denk dat er veel meer in deze selectie zit dan er tot op heden uitkomt. Er zijn veel jeugdspelers doorgeschoven naar de selectie dus de groep is erg jong. Dan is de stap naar seniorenvoetbal een flinke en moet iedereen wennen. We hebben ook twee nieuwe trainers voor de groep, ook dat vraagt weer aanpassing maar de klik is er eigenlijk al direct sinds de voorbereiding. De wisselvalligheid die we in wedstrijden laten zien die moeten we eruit zien te krijgen. Als dat lukt, dan denk ik zeker dat we nog meer overwinningen gaan boeken.”

De nu 25-jarige Gabriëls debuteerde bij de club uit zijn woonplaats op zijn zestiende, maar pas vanaf zijn negentiende kwam hij er vast bij, terwijl hij ook nog een seizoen actief was in het tweede elftal. “Jaren geleden beleefden we enkele goede seizoenen in het zondagvoetbal, nu zijn we een ploeg terug in opbouw. Dat heeft even tijd nodig, maar we merken we een wezenlijke omslag ten opzichte van vorig jaar.”

”Hoewel we nog te makkelijk doelpunten tegen krijgen, zit er wel voetballend vermogen in onze groep. Alleen moeten we nog veel meer de durf tonen om het ook te laten zien, al denk ik dat het een kwestie van tijd is voordat ook die jonge gasten daarin een goede balans gaan vinden. Want fouten worden hier toch sneller dan in de jeugd afgestraft en kost punten. Dat wisten we van te voren, maar je kunt alleen maar leren door fouten te durven maken. Als we die met elkaar niet zouden maken, dan zouden we allemaal niet bij Lepelstraatse Boys spelen.”

Het enige devies is volgens de verdediger dan ook om door te gaan op de ingeslagen weg. “We hebben elke training een man of twintig op het veld staan, trainen daarbij ook samen met ons tweede. Dat zorgt voor een goede samenwerking en je hebt elkaar gedurende een seizoen, zeker op ons niveau en als kleine dorpsclub, keihard nodig. De sfeer in de groep, maar ook binnen de vereniging is goed. Iedereen loopt hier al heel lang rond en kent elkaar. Dat we nu eindelijk die eerste winst hebben geboekt, dat zorgde wel voor een extra feestje hieraan de Kruisweg. Hopelijk dat er dit seizoen zo nog een paar gaan volgen…”

Klik op vv Lepelstraatse Boys voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv Lepelstraatse Boys voor meer informatie over de club.

Levi Zwijgers wil na lang blessureleed de draad weer oppakken

Als speler van DBGC uit Oude-Tonge raakte Levi Zwijgers (19) een aantal jaar geleden zwaar geblesseerd aan zijn knie. Hij herstelde, debuteerde in het eerste en raakte opnieuw geblesseerd. Hij besloot te stoppen, tot het weer begon te kriebelen en vrienden hem overhaalden om een paar niveaus lager bij SC Stavenisse de draad weer op te pakken. En dat deed hij begin dit seizoen.

“Het gaat tot op heden enorm goed. Ik merk dat de knie steeds weer sterker wordt en ook dat ik zelf meer vertrouwen begin te krijgen. De stap naar Stavenisse was een bewuste, want ik durfde het niet aan om bij DBGC op hoger niveau terug te beginnen. Ik ben er een tijd uit geweest en wilde het rustig aan weer opbouwen. Tijdens het stappen in Bergen op Zoom vroegen wat spelers van Stavenisse waarmee ik bevriend ben of ik niet bij hen wilde komen spelen. Ik miste het voetbal en de gezelligheid van de kleedkamer wel, dus ben ik gaan kijken, meetrainen en heb ik de overstap gemaakt.”

Bij DBGC begrepen ze de keuze van Zwijgers wel, want de middenvelder/aanvaller zag het niet zitten om daar in het tweede team te gaan spelen. “Nee, want ook dat is een behoorlijk hoog niveau. En een overstap naar De Spartaan of DVV zag ik totaal niet zitten. Hier is het ook gemoedelijk, klein en dorpsachtig zonder échte prestatiedruk. Het gaf me direct een goed gevoel en ik moet zeggen dat ik het plezier wel heb hervonden. Daarnaast merk ik ook dat ik fysiek in orde ben, al is het zonder meer een ander niveau dan ik gewend ben qua voetbal maar dat had in ingecalculeerd.”

Waar hij sportief en fysiek twijfels had of zijn knie het niveau van tweede klasse nog wel aan zou kunnen, daar ondervindt hij in de vierde klasse geen enkel probleem. “Tot op heden gaat het goed en is het heerlijk om vrij te kunnen spelen. Ik probeer met rust en inzicht mijn team te helpen. De ambitie is om richting het linkerrijtje op te schuiven, al wordt dat geen gemakkelijke opgave.”

Voor de jongeling is de vierde klasse een omgeving waar hij zich moet aanwenden om zich ook fysiek met tegenstanders te meten. Het speltempo wat hij gewend was bij DBGC lag hoger, terwijl hij nu te maken krijgt met tegenstander die ook de duels niet schuwen. “Ik doe veel aan crossfit en krachttraining om meer spiermassa te kweken. Ik ben lang maar woog een paar jaar terug amper zestig kilo. Nu ben ik twintig kilo zwaarder en dat merk ik qua kracht, waardoor het vertrouwen in mijn lijf is toegenomen. Samen opgeteld met het hervonden plezier voelt dat als een bevrijding en dat is heerlijk. Wie weet keer ik ooit nog terug op een hoger niveau, maar voorlopig vind ik het wel even prima zo. Ik denk inmiddels steeds minder vaak aan mijn knie en dat is voor mij een goed teken.”

Klik op sc Stavenisse voor de laatste artikelen over de club.
Klik op sc Stavenisse voor meer informatie over de club.

Ineens was Koeijers trainer van de dames van FC Moerstraten

Pas een paar maanden trainer en nu al een kampioenschap op zijn naam. Matthijs Koeijers nam aan het begin van afgelopen voetbalseizoen bij de dames van Moerstraten het stokje over van zijn voorganger, en met succes. “Dat was een lekker begin!”

Helemaal omdat zijn aanstelling, toch ook voor de 21-jarige Koeijers, allemaal vrij onverwachts kwam. “Ze zochten een trainer, omdat de vorige moest stoppen, en mijn vriendin zat al in het team. Dat leek me wel leuk.” Maar helemaal vreemd was het ook weer niet. “Ik heb zelf ook altijd bij Alliance en DVO’60 gevoetbald. Dus het was al mijn hobby.” En dat is het nog steeds. “Het is iedere keer weer anders. Tegenslagen, maar vooral veel leuke dingen.” Toch was het, ondanks zijn liefde voor het spelletje, wel even wennen. “Dit is überhaupt mijn eerste ‘klus’ als trainer. Meteen een flinke uitdaging, want dames is natuurlijk anders dan heren.”

Bezig zijn

Waar hem dat vooral in zit? “De snelheid van het spel. De techniek is vaak aanwezig, maar het gaat iets langzamer. Daardoor moet je ook geduldig blijven.” Dat lukt tot nu toe prima, vertelt hij. “Ik had vooraf al gehoord dat het een goed team was, dus daar had ik sowieso alle vertrouwen in. Je moet proberen om vooral de positieve dingen te benoemen.” De jongeling geniet dan ook van zijn nieuwe rol als hoofdtrainer. “Betrokken zijn bij het spelletje, voetbal blijft toch het leukste om te doen. En op deze manier kun je die dames wat leren en tactisch helpen.” Maar ook buiten het veld, is de oefenmeester in zijn nopjes. “Het leukste is toch wel het contact met iedereen en gewoon lekker bezig zijn.”
Koeijers, zelf spelend in het zaterdagteam van de club, ziet dat het damesvoetbal bij Moerstraten goed vertegenwoordigd is. “Onze selectie bestaat uit twintig dames, dus dat is meer dan genoeg. Het komt eigenlijk nooit voor dat we een wedstrijd af moeten lassen.” Al maakte hij zich daar, na het kampioenschap in de vijfde klasse, nog wel even zorgen over. “Een aantal speelsters ging stoppen, dan ben je toch bang dat er straks geen damesvoetbal meer is bij Moerstraten. Dat zou echt zonde zijn. Gelukkig hebben we dat op weten te vangen met meiden uit de jeugd.”

Promoten

En dus kan Koeijers weer opnieuw gaan werken aan een succesvol team. “We proberen echt op te bouwen van achteruit. Op de training doen we vooral positiespelletjes en omschakelen, allemaal wedstrijdgericht.” Samen met zijn vriendin dus, speelster van het team. “Thuis proberen we er toch zo min mogelijk over te praten, dan gaat het een keertje niet over voetbal.” De Roosendaler hoopt dit seizoen de volgende stap te kunnen zetten. “De vierde klasse is wel echt een ander niveau.
Tegenstanders bouwen meer op en schieten minder lang, daardoor gaat het allemaal weer iets sneller. Maar als het geloof er is, kunnen we lekker gaan voetballen en punten pakken. Middenmoot zou mooi zijn, dan is het een geslaagd seizoen.” Tot slot hoopt Koeijers dat ook de club meegroeit met dat niveau. “Iets meer aandacht voor het damesvoetbal zou mooi zijn. Promoten, zodat er meer aanwas komt. Tuurlijk is dat lastig in een dorp, maar je kunt altijd een poging wagen. Het zou zonde zijn als het er straks niet meer is…”

Klik op FC Moerstraten voor de laatste artikelen over de club.
Klik op FC Moerstraten voor meer informatie over de club.

Beverloo hoopt jongeren bij DVO’60 aan te sporen

Hij begon zelf ooit met voetballen bij Roosendaal, maar voelt zich inmiddels helemaal thuis bij DVO’60. Zelfs zo erg dat Yannick Beverloo vorig jaar besloot om in te stappen als bestuurslid. En daar heeft de oud-doelman van de selectie, allesbehalve spijt van. “Een beetje verjonging kan nooit kwaad!”

Want met zijn 24 jaar, is Beverloo inderdaad nog een ‘jonkie’. Maar dus wel al onderdeel van het bestuur van vierdeklasser DVO’60. “Het is een mooie club, die niet verloren mag gaan. Als ik dan mijn steentje kan bijdragen, om hem toekomstbestendig te maken, is dat alleen maar mooi.” Toch was dat niet de enige reden voor hem om penningmeester te worden. “Het is ook een klein beetje bedoeld om andere jongeren aan te sporen wat meer voor de vereniging te doen.” En dus, kon Beverloo eigenlijk niet anders dan ‘ja’ zeggen toen ze hem vroegen. “Ik zat er al langer over na te denken, wilde graag iets doen voor DVO. Waar kan ik iets toevoegen? Toevallig zochten ze een penningmeester, daar vond ik mezelf wel geschikt voor.”

Iets bijdragen

Ook in de praktijk bleek dat gevoel te kloppen. “Eigenlijk ben je bezig met het dagelijks bestuur, brandjes blussen en natuurlijk de financiële zaken.” Al is dat nog niet alles. “We hebben veel verschillende werkgroepen en commissies binnen de club, die pakken allemaal een andere taak op. Zo doe ik zelf ook nog het selectiebeleid bij de senioren en help ik met het organiseren van activiteiten.” Een druk bestaan, maar Beverloo doet het met liefde. “Het is echt een vereniging waar iedereen zich thuis voelt. Mensen staan voor je klaar, het is gezellig en er is aandacht voor ieder lid. Dat is anders dan bij een grote club.”
Ook voor de keeper voelt DVO’60 inmiddels als ‘familie’. “Als tweedejaars-B kwam ik over, gestart in de A1 en daarna door naar de selectie. Inmiddels in een vriendenteam, het elfde. Het laagste team, maar wel heel gezellig!” Maar naast doelman, is Beverloo dus vooral fanatiek vrijwilliger. En niet voor niks. “Ik vind het persoonlijk belangrijk om iets bij te dragen aan de vereniging. Daarnaast is het ook gewoon hartstikke leuk.” Al was het in het begin wel even wennen, geeft hij toe. “Dan is het wel even uitzoeken hoe alles werkt, ook wat betreft afspraken en alles eromheen.”

Ontmoetingsplek

Spijt heeft hij zeker niet. “We hebben een grote seniorenafdeling, met tien elftallen en ook ons eerste laat mooie dingen zien.” Mede dankzij hoofdtrainer Ronald van Oeveren. “Ronald zit vol met ambitie en overal zit een gedachte achter, hopelijk kunnen we een volgend stapje maken.” Ook buiten het veld worden die stappen gezet, vertelt de Roosendaler. “Het is bij ons altijd druk en gezellig. Veel mensen komen hier ook echt voor de gezelligheid.” Beverloo geeft een voorbeeld. “Activiteiten, maar ook maatschappelijke betrokkenheid. Een Walking Football toernooi of de ‘Derde Helft’. Om senioren in beweging te krijgen. Bewoners van het verzorgingstehuis komen dan naar hier, voor een bakje koffie of om te kaarten. Een soort ontmoetingsplek.
Dat is heel leuk om te zien en ik denk dat het goed is, dat we daar actief in zijn.” Maar ook voor de jongste jeugd is er voldoende aandacht. “Onze technisch coördinator gaat een nieuw technisch beleid schrijven, zodat we onze jeugdtrainers nog beter kunnen ondersteunen.” Want op dat vlak, is volgens hem nog wat winst te behalen. “We zouden graag meer jeugdleden willen hebben, dus die hopen we op die manier aan te trekken. Volgens mij hebben we dan echt wel wat te bieden!” Iedereen op een leuke manier laten sporten, Beverloo blijft het voorlopig nog wel even doen. “Ik ben blij als ik zo mijn steentje bij kan dragen. Tuurlijk, het kan altijd beter, maar niet meteen. We blijven gewoon lekker aan de weg timmeren!”

Klik op DVO’60 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op DVO’60 voor meer informatie over de club.

‘We hebben een leuke club met trainers’, aldus Janssen van HSC’28

Tien jaar jeugdvoorzitter, voetballer bij het derde én trainer van de JO16. Rob Janssen is bij HSC’28 aardig actief. En dus kan hij na al die seizoenen, prima de balans opmaken. “Het is leuk om zelf te voetballen, maar nog veel belangrijker om alles daaromheen goed te regelen.”

Precies wat de 45-jarige Janssen inmiddels al jarenlang doet. “Heerle is een klein dorp, waar je van oudsher op voetbal of op handbal gaat. Ik ben opgegroeid met het spelletje. Met sommige mensen, voetbal je al 35 jaar samen.” Inmiddels dus nog steeds. “Op donderdagavond en zondagochtend. Bij het derde en de 35+.” Begonnen op zijn tiende. “De twee seizoenen daarvoor, voetbalde ik nog in een ander dorp. Dat ligt gevoelig, haha!”

Voetbalachtergrond

Maar vooral buiten de lijnen, is Janssen voor HSC’28 dus van onschatbare waarde. Onder meer als jeugdtrainer. “Mijn oudste zoon werd geboren en ging hier op zijn vijfde of zesde voetballen, dan ga je je druk maken om de jeugd. Daar begint het mee.” Want, zo vertelt de jeugdvoorzitter. “Mijn kinderen zaten eraan te komen, dan ga je zelf wat doen en oppakken. Het is belangrijk om alles goed te regelen, om het voetballen heen.” En dat lukt in Heerle tot nu toe best aardig, meent hij. “We hebben een behoorlijk trouwe en toegespitste groep vrijwilligers, bijna allemaal met een voetbalachtergrond, dat helpt.” Incluis zichzelf dus. “Ik was een goede bekende van de vorige jeugdvoorzitter, die wilde stoppen en vroeg of ik het niet zag zitten. Dat zag ik wel!”


Spijt heeft Janssen van die keuze tot op heden nog niet. “We hebben een leuke club met trainers, die weten wat ze doen. Daardoor is het eigenlijk niet zoveel werk.” Wat hij dan wel doet? “Indelingen maken, dingen afstemmen en vergaderen.” Vooral dat laatste is belangrijk. “Tijdens dat soort bijeenkomsten kun je dingen met elkaar delen. Spelers zijn aan het puberen, hoe ga je daarmee om?” Naast het regelen van spullen, zit Janssen ook in het algemeen bestuur. Als vertegenwoordiger van het jeugdvoetbal. “Daar komt iedereen op voor zijn eigen belangen, zodat niemand vergeten wordt.”

Enthousiasmeren

Dat gevaar lopen zijn spelers bij de JO16, in ieder geval niet. “Het is leuk om ze wat bij te brengen. Discipline, een stukje strijdlust en écht willen winnen.” Want, zo weet Janssen na al die jaren inmiddels maar al te goed. “Iedereen is daarin verschillend. Dat is leuk, maar soms ook frustrerend.” Zoals wel meer dingen bij een kleine vereniging. “We hebben ooit het idee gehad om een trainingsprogramma te ontwikkelen, uiteindelijk hebben we dat losgelaten. Vaak hebben we maar vier jeugdteams en onderling liggen de leeftijden ver uit elkaar, soms wel drie jaar, dat maakt het lastig.” Janssen geeft een voorbeeld. “Sommige kinderen beginnen heel vroeg met voetballen, anderen weer laat. Daardoor krijg je grote verschillen. Hoe ga je dat indelen op basis van leeftijd en kwaliteit? Daar hebben we nog geen oplossing voor.” Toch doet dat aan zijn eigen fanatisme niks af.


“Natuurlijk proberen we zoveel mogelijk spelers op te leiden voor het eerste, maar misschien nog wel belangrijker, is het enthousiasmeren van leden. Bij de JO16 lopen vier spelers van de selectie, om training te geven. Anderen gaan mee op voetbalkamp of fluiten een wedstrijdje, zo probeer je ze betrokken te houden bij het jeugdvoetbal.” De inwoner van Heerle, Janssen woont praktisch ‘op het oude voetbalveld’, gaat voorlopig dan ook nog wel even door. “Ik wil zeker nog wel een jaar of vijf blijven voetballen. Op deze leeftijd heb je soms wat pijntjes, dan moet je even een wedstrijdje overslaan en rust nemen. Ze zijn nog niet van me af!”

Klik op HSC’28 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op HSC’28 voor meer informatie over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.