Home Blog Pagina 429

De Graaf bleef Altena juist wél trouw

Hij is sinds zijn geboorte lid, speelde nooit ergens anders en toch begon de aanvoerder afgelopen seizoen wel even te twijfelen. Maar op het moment dat ongeveer de gehele basiself van tweedeklasser Altena besloot om te vertrekken, bleef Brian de Graaf de club juist trouw. “We moeten aan iets nieuws gaan bouwen!”

Dat laatste is, met de kennis van nu, allesbehalve een understatement. De Graaf (24) reconstrueert. “Vorig seizoen deden we lang mee voor de nacompetitie, maar die haalden we uiteindelijk niet. Twee spelers zouden vertrekken, naar een hoger niveau. Een ander zou stoppen, meer niet.” Maar het mislopen van mogelijke promotie, zorgde voor geroezemoes. “Er was lange tijd geen duidelijkheid. Niet over de nieuwe trainer én ook niet over versterkingen. Zo ging het balletje rollen. Ga jij weg? Dan ga ik ook.” De teller stopte uiteindelijk bij elf. “We liepen helemaal leeg…”

Ingespeeld raken

Ondanks de twijfel, besloot De Graaf zijn club trouw te blijven. En niet voor niks. “Ik had mijn woord gegeven, dan houd ik mij daaraan. Er spelen hier ook nog genoeg vrienden.” Vrienden die de centrale verdediger door de jaren heen heeft opgebouwd. “Ik kom uit Nieuwendijk, ben hier op mijn vijfde begonnen en maakte als zestienjarige mijn debuut. Eigenlijk ben ik vanaf mijn geboorte al lid.” Ingegoten met de paplepel dus. “Mijn opa was voorzitter en mijn vader speelde in het eerste, dan ga je zelf natuurlijk ook naar Altena!” Al dacht De Graaf de afgelopen jaren stiekem wel eens na over een stapje hogerop. “Tuurlijk twijfel je dan soms, maar het is hier veel te gezellig om die stap te maken. Een echte dorpsclub.” Waar ze de laatste seizoenen met een vast en herkenbaar elftal goede prestaties wisten neer te zetten. “Drie jaar lang, met bijna hetzelfde team. Het is een vriendengroep waar je mee bent opgegroeid en iedereen blijft hangen.” Maar hoe anders is dat nu. “We hebben nu best wat jongens van buitenaf, dat is wennen. Je kent elkaar niet, moet op elkaar ingespeeld raken. Dat waren we eerst altijd wel, maar nu kost dat tijd.” Toch heeft De Graaf absoluut geen spijt van zijn keuze, om toch te blijven. “Op Altena is het voetballen nooit saai. Er iets altijd wel iets aan de hand, of iets waar we voor kunnen spelen.” Al wordt dat dit jaar moeilijker, dan afgelopen seizoen, weet hij. “Toen werden we vijfde, maar eigenlijk waren we daar niet heel tevreden mee. We speelden twaalf keer gelijk, daar kom je niet ver mee.”

Actieve rol

Al zou De Graaf daar deze voetbaljaargang vermoedelijk voor tekenen. “Het is een jong team, dus dit wordt voor ons echt een opbouwseizoen. Handhaven is de doelstelling, dat wordt met deze degradatieregeling al moeilijk genoeg.” Ondanks de moeizame start, maakt de aanvoerder zich nog niet al te veel zorgen. “Je ziet de verbetering. Tegen ploegen als GRC’14 en Roda Boys pak je een punt, dat is positief.” In zijn nieuwe rol als ‘captain’ probeert hij dat goede gevoel dan ook over te brengen op zijn teamgenoten. “Het is wel iets dat bij me past. Coachen, mensen op hun plek zetten, dat vind ik leuk om uit te dragen.” Helemaal nu. “Dat is nog belangrijker. Jonge jongens hebben meer coaching nodig, dus het is een actievere rol dan vorig jaar.” Daarnaast moet hij ook voetballend zorgen voor een stukje rust. “Ik heb inzicht, ben sterk in kopduels en wil altijd winnen.”  Voorlopig zit de inwoner van Breda dan ook op zijn plek, maar je weet het natuurlijk nooit. “Ik heb het hier naar mijn zin, ga uit van Altena, al is een goede stap omhoog niet uitgesloten. Maar eerst op Nieuwendijk opnieuw gaan bouwen!”

Klik op Altena voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Altena voor meer informatie over de club.

WNC is niet van roze wolk af te duwen

0

Het sprookje van het Waardenburgse WNC duurt onverminderd voort. Eindelijk lukte het de selectie van trainer Cor Prein om de status van eersteklasser te ontgroeien en de stap naar een hoger niveau te maken. En eenmaal in de vierde divisie, zoals de hoofdklasse sinds dit jaar door het leven gaat, geland, blijkt de nieuwkomer zich meteen voorbeeldig te kunnen aanpassen.

Keer op keer liepen de pogingen spaak: de drang van spelers en staf van WNC om een trede hoger op de voetballadder te belanden leken ieder seizoen gedoemd te mislukken. De voortijdige competitie-eindes vanwege corona zetten nog eens extra een streep door de Waardenburgse rekening: de hunkering naar promotie moest opnieuw gestild worden.

Aan die hunkering kwam dit jaar eindelijk een einde. Op het terrein van DFS in Opheusden lukte het via een 2-0 zege op DUNO, nadat eerder met RVVH en ONS Sneek was afgerekend, om de eerste klasse te ontstijgen. ,,Iedere speler is belangrijk geweest in de nacompetitie, we hebben iedereen nodig gehad en op tijd gepiekt in een lang, zwaar seizoen. Toen de prijzen werden verdeeld, stonden we er.’’

Geleidelijkheid

Trainer Cor Prein, inmiddels begonnen aan zijn negende seizoen bij WNC, startte ooit met de geel-zwarte brigade in de tweede klasse. Via de weg van de geleidelijkheid is de Waardenburg Neerijnen Combinatie inmiddels op het derde niveau in het amateurvoetbal neergestreken. ,,We hebben er een paar keer aan mogen ruiken met deze kleine club. Als team hebben we een geweldige prestatie geleverd.’’ Het kampioenschap, vooraf gesteld als het ultieme doel, werd weliswaar niet gehaald maar via een omweg werd het grote streven wel gerealiseerd.

En voordat de afloop van het seizoen bekend was, was bij de afsluiting van de overschrijvingstermijn al geanticipeerd op een eventuele promotie. Jamil Kools (Roda Boys), Nils den Hartog, die het laatste jaar geen club had gehd, Vincent van Hoof (Achilles Veen), Rens van Vark (DeltaSports’95), Aboubakar Ouaddouh (Maarssen) en Vincent Verheul (SteDoCo) kwamen de gelederen in Waardenburg versterken. Bovendien keerde Sam van Doremalen, die eigenlijk de overstap naar Roda Boys/Bommelerwaard zou maken, voor de start van het seizoen alweer terug. ,,Een gevoelskwestie’’, zo legde Van Doremalen zijn opmerkelijk snelle terugkeer uit.

Met veel kwaliteit en ervaring aan boord heeft WNC inmiddels de eerste stappen in de vierde divisie gezet. De verwachting dat tussen ploegen die willen voetballen het goed toeven zou zijn, blijkt waarheid. Met een ongeslagen status na vier speeldagen bleek WNC in de eerste weken in de nieuwe omgeving niet van een roze wolk af te duwen.  Zeges op gereputeerde hoofdklassers/vierdedivisionisten Capelle en SC Feyenoord, dat de opmars op de voetballadder als ex-zondagploeg helemaal van onderop moest maken, leverden WNC een geweldig begin op. Het dromen in Waardenburg is nog niet opgehouden.

Klik op de link voor meer artikelen over WNC
Klik op de link voor meer informatie over WNC

Arjan Kant over de mogelijke fusie van Almkerk en Altena

Een groot deel van de jeugd is al samen, maar de samenwerking tussen Almkerk en Altena kan in de toekomst zomaar nóg intensiever worden. Want als het aan Arjan Kant ligt, blijft het hier niet bij. “Het zou logisch zijn als beide verenigingen ooit samengaan, maar dat is echt aan de leden.”

Als bestuurslid jeugdzaken en coördinator van de JO16 en de JO17, is de 55-jarige Kant er eigenlijk vanaf het eerste uur bij betrokken. Heel gek is dat overigens ook niet. “Ik werd op mijn achtste lid van Almkerk, doorliep de jeugd en speelde later nog in het eerste. Door blessures ging ik wat lager, maar daar was ik eigenlijk te fanatiek voor…” Hij stopte met voetballen, werd jeugdtrainer en trad later toe tot het bestuur. Voornamelijk voor het jeugdvoetbal. “We maken een beleid met het oog op de toekomst, wat zijn onze doelstellingen op prestatief en recreatief gebied? Daarnaast stel ik, in overleg met de andere leden van de jeugdcommissie, coördinatoren, jeugdtrainers en de Hoofd Jeugdopleiding aan. Maar uiteindelijk ben je toch vooral aanspreekpunt, in de breedste zin van het woord.”

Gezonde rivalen

Materialen en kleding faciliteren, acties coördineren, teamindelingen bespreken, noem maar op. Kant doet het al seizoenenlang met liefde. “Rond 2010 ben ik coördinator geworden en een jaar of acht geleden kwam ik in het bestuur.” Waarom? Dat is eigenlijk best logisch. “Mijn vader was hier meer dan 60 jaar lid en speelde tien seizoenen lang in het eerste. Ook mijn broer is op diverse gebieden actief binnen de club en mijn zoon zit nu in de A-selectie. Er hangt gewoon een blauw-witte vlag over onze familie.” En dus helpt Kant waar hij kan, zoals bijvoorbeeld met het samenwerkingsverband tussen Almkerk en Altena. Een broodnodige. “Het is ooit begonnen bij de meisjes. Alleen hadden we er niet genoeg, maar samen konden we wel een gezamenlijk meidenteam op de been brengen. Acht seizoenen geleden was dat.” Van het één, kwam vervolgens snel het ander. “Eerst de oudste pupillen, daarna meerdere lichtingen. Inmiddels werken we bij de jongens vanaf de JO12 tot en met de JO19 samen. En dat geldt zelfs voor alle meisjes- en vrouwenteams.” De achterliggende gedachte is eigenlijk heel simpel, vertelt Kant. “Zodat de leeftijdsverschillen binnen een team niet te groot worden, dat is vooral fysiek niet wenselijk.” Eén team per leeftijd en niet op het juiste niveau. Dat zorgde voor frustratie. “Als je wél kunt selecteren, gaat de kwaliteit omhoog. Bij de JO14 en JO15 kunnen we nu drie teams samenstellen, dat is een wereld van verschil.” Toch, was het allemaal niet zo makkelijk, als dat het nu klinkt. “We hebben de samenwerking langzaam opgebouwd, want het is best een grote stap. Het zijn twee clubs met een vergelijkbare cultuur, maar het ligt nog steeds gevoelig. Wat dat betreft leeft de nostalgie, zeker vroeger waren het gezonde rivalen.”

Onderzoeken

Al is dat vooral generatiegericht, heeft Kant gemerkt. “Je ziet het langzaam verdwijnen, de lichting van tegenwoordig weet eigenlijk niet beter.” Wat betreft de jeugd dan tenminste. “Bij de senioren zijn we (nog) niet samen, dat is eigenlijk geen gewenste situatie natuurlijk. De JO19 is dat nu wel, maar vervolgens worden die jongens weer opgesplitst. Ieder bij hun ‘eigen’ club in het eerste of tweede.” Desondanks ziet Kant alleen maar voordelen, van het samenwerkingsverband met de buurman. “We kunnen de teams veel beter vullen en misschien nog wel belangrijker: leeftijden worden niet meer overgeslagen. Daardoor kunnen we iedereen op zijn of haar niveau laten voetballen en gaat uiteindelijk de kwaliteit omhoog.” En dus wordt er ook al een beetje verder over de toekomst nagedacht. “In veel dingen, zoals overleg over een energiecontract of het bestellen van kleding, trekken we al samen op. Tijdens de ledenvergadering wordt daar natuurlijk ook over gesproken; verder onderzoeken wat de mogelijkheden zijn. Ik ben zelf voorstander van een fusie, maar dat is nog lang geen beklonken zaak. Het is echt aan de leden!” Het logo is in ieder geval al ontworpen, lacht Kant. “Haha, voor de grap hebben we een gezamenlijk logo gemaakt, dat gebruiken we soms in groepsapps.” Maar met ieder voorlopig nog een eigen complex, een eigen tenue en twee verschillende logo’s, laat een echte fusie nog wel even op zich wachten. “Ooit zou het logisch zijn, maar dat kan nog jaren duren!”

Klik op Almkerk voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Almkerk voor meer informatie over de club.

vv ‘s Gravendeel wil degradatiepijn snel vergeten

Waar niemand op voorhand rekening mee gehouden had, gebeurde op een dinsdagavond in de slotfase van de competitiejaargang 2021-2022 dan toch: ’s-Gravendeel kletterde uit de derde klasse, na een krankzinnige wedstrijd bij RVC Celeritas met negen treffers. Er is de ‘Seuters’ alles aan gelegen om die fout snel te herstellen.

’S-GRAVENDEEL – Het lijkt erop dat de degradatiepijn, die lang bij de spelers en technische staf van ’s-Gravendeel voelbaar is geweest, langzamerhand aan het wegebben is. Tijdens de vierde speeldag in de vierde klasse F (district West II) pakte ’s-Gravendeel de eerste driepunter van de jaargang 2022-2023 en ook nog eens met veel overtuiging: bij de Hoeksche Waardse gemeentegenoot NBSVV in Nieuw-Beijerland stond bij het eindsignaal een 5-1 overwinning voor de bezoekers op het scorebord.

Na het gelijkspel tegen koploper en eveneens voormalig derdeklasser Stellendam was dat het tweede teken van leven van de formatie van trainer Sander Willemstijn in een omgeving waar ’s-Gravendeel totaal niet wil(de) vertoeven. Want niemand, alleen de grootste pessimisten mogelijkerwijs, hadden gedacht aan het doemscenario dat zich in de nacompetitie van het voorbije seizoen voltrok: degradatie op een dinsdagavond uit de derde klasse, na een knotsgekke confrontatie met RVC Celeritas.

Valluik

,,Ik had me het einde van mijn debuutjaar als hoofdtrainer heel anders voorgesteld’’, stelt trainer Sander Willemstijn als hij nog één keer terugblikt op die even bizarre als hard aankomende val uit de derde klasse. ,,Tegen tien man er uiteindelijk uitvliegen na verlenging terwijl we dachten dat we in de officiële speeltijd het karwei geklaard hadden met elkaar. En toch ging het alsnog helemaal fout.’’ In de verlenging gooide Celeritas het valluik naar de vierde klasse wagenwijd open en was het ongeloof bij de ’s-Gravendelers en hun aanhang niet van de lucht.

Willemstijn ging na de afloop in mineur snel op vakantie en kon alles eens goed laten bezinken na een debuutjaar als hoofdtrainer met pieken en dalen. ,,Natuurlijk heb ik nagedacht over waar het fout is gegaan. Tien wedstrijden voor het einde van de competitie stonden we nog veilig in de middenmoot. We hebben met elkaar te laat de ernst van de situatie ingezien. We hebben een heel jaar lang pech gehad met blessures, dat is absoluut een feit. Maar we moeten ook de hand in eigen boezem steken: spelers maken tegenwoordig wel heel makkelijk de keuze om één of meerdere trainingen te laten lopen. Er zijn avonden geweest dat we met twaalf man op het trainingsveld stonden. Dat kan niet als je met elkaar prestaties wil leveren. Ik had daar, achteraf gezien, als trainer ook duidelijker over moeten zijn. Te lang heb ik jongens de hand boven het hoofd gehouden en hen toch opgesteld. Dat is voor mezelf ook een leerschool geweest.’’

Mutaties

Zoals het debuutjaar toch één grote aaneenschakeling van ervaringen, positief en negatief, is geweest. De start was nog redelijk, de tweede seizoenshelft verliep rampzalig met een extra traject in de nacompetitie als uitkomst. En op de tweede horde ging het fout, struikelden de Kildorpelingen en was het einde oefening. ,,Maar ik heb de teleurstelling snel van me afgeschud en had er na de vakantie alweer zin in. Want ik wil met de groep het verloren gegane terrein zo snel mogelijk terugwinnen.’’

Door het vertrek van Ricardo Bakker, die naar SHO is gegaan, en de aankondiging van Youri Ton dat hij een jaar in het buitenland gaat vertoeven, kent de selectie van Sander Willemstijn enkele mutaties. ,,Toch denk ik dat we met de jongens die erbij gekomen zijn er beter opstaan dan een jaar geleden. Het doel is in ieder geval duidelijk: we willen promoveren, want ik ben van mening dat we niet in de vierde klasse thuishoren.’’

Dat moet dan in een vierde klasse-poule met veel Hoeksche Waardse gemeentegenoten. De eerste ervaringen gaven gemengde gevoelens: van kersverse fusieclub Fortuna Be Quick werd verloren, van NBSVV dus dik gewonnen. ,,Zinkwegse Boys en GOZ ken ik ook redelijk, ZBVH is dan weer wat minder bekend. Het is een pittige poule, met Stellendam en FC Vlotbrug als tegenstander die ook uit de derde klasse afkomstig zijn en die net als wij waarschijnlijk heel snel weer terug willen keren. Want dat is het uitgangspunt: we leggen onszelf de druk op door te stellen dat we weer naar de derde klasse te willen.’’

Klik op VV ’s-Gravendeel voor het laatste artikel van de club.
Meer informatie over VV ‘S-Gravendeel, klik hier.

Jubilerend Be Ready geniet nog even na

Bij een jubileum hoort natuurlijk een groot feest. Helemaal als je 95 jaar bestaat. Dat begrepen ze bij Be Ready afgelopen mei maar al te goed en dus werd de tent opgezet en de muziek keihard gedraaid.

Een mooie ‘happening’, helemaal voor Bert Littel en zijn vrouw Petra. Samen verantwoordelijk voor de kantine en het personeel. “Het was een fantastisch feest! De mensen hadden het naar hun zin, dan hebben wij dat ook.” Hij in de rol van coördinator. “Achter de schermen, om alles te regelen. Bier en drank klaarzetten, de rest stond achter de tap.” Een functie die hem na al die jaren wel is toevertrouwd. “Ik heb hier zelf nooit gevoetbald, maar kwam zo’n 25 jaar geleden mee met mijn zoon. Nu run ik met mijn vrouw de kantine.” En als Littel zegt runnen, bedoelt hij ook echt runnen. “Eigenlijk alles vanaf de grond. Van inkopen tot schoonmaak en de indeling.”

Hard werken

Soms zelfs nog een beetje meer dan de bedoeling is. “De tribune of de dug-outs schoonmaken, het moet er allemaal een beetje netjes uitzien, toch?” Zeker vijf dagen per week is de goedlachse vrijwilliger in de weer voor zijn clubje. “Maandagmiddag beginnen we; schoonmaken en de bestellingen nalopen. De dagen daarna doen we vaak de was en donderdag staat er weer iemand achter de bar.” Net als in het weekend. “Het kost eigenlijk te veel tijd, maar het is wel heel leuk!” Al is dat niet altijd het geval, vertelt Littel. “Soms geven mensen je ergens de schuld van, dat is wel jammer. Dan mis je een beetje de waardering.” Want hoe gezellig ook, het blijft hard werken. “Een paar extra handjes om te helpen, is altijd wel lekker. Mensen die zich graag voor Be Ready in willen zetten.” Zoals tijdens de jubileumfeesten. Littel (61) geniet nog altijd een klein beetje na. “Het was niet zo groot als tijdens het 90-jarig bestaan, maar dat was ook wel extreem. We hadden een beetje pech met het weer, een paar koude dagen. Toch was het met een mannetje of 500 weer een topfeest. Grandioos!” Zijn hoogtepunten? Dat is nog niet zo makkelijk kiezen. “Alles was leuk, maar voor mij sprongen er toch wel twee dingen bovenuit. DJ Joeri op de vrijdag en LIJN7 op zaterdag. Die hele sfeer was fantastisch.” Die laatste act was voor Littel sowieso extra bijzonder. “Die had ik samen met Lisanne Verstegen zelf geregeld, dan is het natuurlijk wel leuk als het in de smaak valt.”

Enige kroeg

Ook financieel was het een succes. “We hebben geen verlies gemaakt, sterker nog: we hielden nog wat over. Dat kunnen we straks bij het volgende jubileum weer gebruiken.” Want stiekem kijkt Littel daar nu alweer naar uit. Als hij uitgerust is dan tenminste. “Het is toch altijd best wel zwaar, je bent een hele week bezig. Maar op naar de 100, dat wordt een gigantisch feest. Dat kan niet anders!” Daar hoopt hij als vanzelfsprekend zelf ook weer bij te zijn. “Tuurlijk! Je clubje laat je toch niet vallen? Het is beregezellig en ik vind het zó leuk om te doen.” Vooral dat laatste is niet voor niks. “De waardering die je krijgt van de jeugd, ze vinden het echt leuk dat we er zijn. Lang open en lekker blijven hangen. Op die manier verdienen we natuurlijk ook geld voor onze club.” Wonend op 900 meter van de club, weet Littel hoe belangrijk dat is. “Wij zijn eigenlijk nog de enige kroeg van Hank, voor de rest is alles dicht. Dus denkt iedereen: We gaan gauw naar Be Ready!” Precies zoals hij, ook na al die jaren, nog altijd doet. “Je leeft echt naar zo’n week toe, maar voor je het weet is het weer voorbij. Iedereen was tevreden, mooier kun je het niet hebben!”

Klik op Be Ready voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Be Ready voor meer informatie over de club.

Westerlaken knokt bij GRC’14 voor zijn plekje

Na een paar seizoenen vol met fysieke ongemakken, is Wessel Westerlaken weer helemaal terug. En dus heeft de jongen van de club dit seizoen maar één doel voor ogen bij tweedeklasser GRC’14. “Mijn plekje verdienen én behouden!”

Want ondanks zijn pas negentien jaar, is de centrale verdediger alweer bezig aan zijn derde seizoen bij het vlaggenschip van de club. Niet zo gek ook, gezien zijn verleden. “Op mijn zesde begonnen bij Rijswijkse Boys, de hele jeugd doorlopen en toen na de fusie naar GRC. Ik heb het hier hartstikke goed naar mijn zin.” Zo goed, dat Westerlaken al op vijftienjarige leeftijd zijn debuut maakte tijdens een oefenwedstrijd. Heel bijzonder, zo vertelt hij. “Ik kom van het dorp, dat vinden de mensen leuk. Je kent iedereen, bent hier opgegroeid, dan voelt het als thuis komen. Er staat ook altijd veel publiek langs de lijn!” Een plek waar Westerlaken de afgelopen seizoenen zelf, zoals gezegd, ook iets te vaak heeft gestaan. “Vooral last van mijn enkel en lies. Dat duurde alles bij elkaar opgeteld toch wel meer dan een half jaar. Gelukkig ben ik nu weer helemaal fit.”

Onmacht

En dus kan de focus weer naar het veld. Precies waar hij vroeger als klein jochie al van droomde. “Ik stond altijd langs de lijn. Het doel was toen natuurlijk om er zelf ooit te komen, dat is gelukt. Eigenlijk ook wel sneller dan verwacht, als ik eerlijk ben.” Want, zo memoreert Westerlaken. “Vanuit de ‘B’ maakte ik meteen de stap naar het eerste.” Een flinke, weet hij nog. “Voetballend en qua tempo, was het wel even wennen.” Helemaal vorig seizoen. “Ik zat veel op de bank, of was geblesseerd. Dus dat was niet leuk”, vertelt hij met gevoel voor understatement. “We degradeerden ook nog, dat was drama. Helemaal als jongen van de club, doet dat extra pijn.” Onmachtig keek de verdediger toe. “De laatste paar maanden was ik geblesseerd, dan kun je niks betekenen.” Vanaf de kant zag hij het dan ook mis gaan. “We streden al langer tegen degradatie, nu viel het dubbeltje een keer de verkeerde kant op.” En dus moet het dit seizoen in de tweede klasse helemaal anders, Westerlaken ziet het wel voor zich. “We hebben met Mark (Kroese) een nieuwe trainer en ook de groep is veranderd. Een stukje jonger, met jongens uit de jeugd.” De lat legt hij maar alvast lekker hoog. “We moeten wel bij de top vijf kunnen eindigen, vind ik.” Die uitspraak doet de Rijswijker niet voor niks, zo blijkt. “Het is best een groot verschil in kwaliteit met de eerste klasse. Als je daar een foutje maakte, was het meteen een goal. Dat is nu niet. Het baltempo ligt ook een stuk lager.”

Overtal

Behalve een plekje bij de eerste vijf, heeft Westerlaken nog een ander belangrijk doel voor dit seizoen. “Ik voel me nu topfit, heb alles in de basis gestaan, dus wil gewon mijn plekje veroveren. En winnen, geeft altijd een goed gevoel.” Al gaat dat natuurlijk niet vanzelf. “Eerst waren we een meer verdedigende ploeg, nu moeten we zelf het spel maken. Daar werken we hard aan.” Hijzelf ook. “In de jeugd speelde ik altijd als nummer tien, of op acht. Een harde werker en veel lopen. Maar bij het eerste begon ik als rechtsback, nu sta ik centraal.” Een fijne positie, zo vindt hij. “Ik moet het vooral hebben van mijn fysieke kracht, dus daar kan ik lekker duels spelen, ook in de lucht. Je hebt vanachter meer het overzicht, om iedereen te kunnen coachen.” Toch ziet Westerlaken ook bij zichzelf, nog de nodige ruimte voor verbetering. “Soms moet ik rustiger en zekerder zijn aan de bal. Wanneer neem je wel risico en wanneer kies je voor veiligheid?” Samen met zijn trainer, is de rechtspoot daar continu mee bezig. “Mark is heel fijn in de omgang, je kunt eigenlijk alles bij hem kwijt. Iemand met een duidelijke visie.” Wat is die visie? “Hij wil graag een overtal bij de bal, dus daar moet je als speler naartoe bewegen. Dan kun je ook makkelijker drukgeven, omdat je toch in de buurt bent.” Voorlopig blijft die samenwerking, wat hem betreft, dan ook nog wel even in stand. “Ervaring opdoen, een paar leuke seizoenen hebben en hopelijk terug naar die eerste klasse!”

Klik op GRC’14 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op GRC’14 voor meer informatie over de club.

SHO wil met eigen opgeleide spelers op niveau blijven

0

SHO is de grootste voetbalclub van de Hoeksche Waard. Dat biedt kansen, maar ook beperkingen. De ervaren Piet Breevaart houdt zich binnen de club bezig met technische zaken en geeft een kijkje in de keuken.

OUD-BEIJERLAND – Breevaart moest zelf door een blessure veel te vroeg stoppen met voetballen. Hij was officieel spelersmakelaar met een FIFA/UEFA-licentie. ,,Ik heb daar vijf jaar geleden afstand van genomen. Het werd een wereld waar het alleen nog maar om geld draaide. Ik was er klaar mee.”

,,Tien jaar geleden ben ik mijn eigen club SHO gaan helpen om het technisch beleid verder op poten te zetten. Wij kijken wat er tot en met onder 17 op bepaalde posities aan zit te komen. SHO kan niet meer mee met de grote spelers in het amateurvoetbal. Die tijd is voorbij, vooral financieel onhaalbaar. Wij proberen nu met jongens die uit de eigen opleiding komen het eerste elftal op het huidige niveau te houden en op een zo hoog mogelijk niveau te laten spelen.”

Breevaart (54) stelt vast dat de top van de piramide in het jeugdvoetbal bij SHO te smal is. De club past ervoor om jeugdspelers uit de regio naar sportpark De Kikkershoek te lokken. Die tijd is geweest. Er kunnen ternauwernood twee teams van JO19 worden samengesteld.

Opleiden

De trainers van het eerste en tweede elftal, alsmede de staf van het team van onder 23 jaar, krijgen mee dat zij zoveel als mogelijk jonge spelers een kans geven. Breevaart: ,,Deze complete groep bestaat uit 57 spelers, maar door blessures en spelers die om welke reden dan ook niet beschikbaar zijn, hebben wij nog de handen vol om deze drie teams samen te stellen.”

Breevaart ziet het om zich heen gebeuren. Grote clubs stoten hun tweede elftal af om ruimte te maken voor het team onder 23 jaar. Dat heeft echter beperkingen, want wat gebeurt er met spelers van 24 jaar en ouder die het eerste elftal net niet halen? ,,Die vertrekken massaal naar lager geklasseerde clubs in de omgeving”, weet Breevaart. ,,Daar lopen al zo veel spelers die bij ons zijn opgeleid. Dat is inherent aan een club als SHO met een grote jeugdopleiding. En niet iedereen kan in het eerste elftal spelen.”

Bij SHO is overigens Sander Fakkel snel teruggekeerd, als hoofd jeugdopleiding. Fakkel, al meer dan tien jaar aan de club verbonden als trainer, moest tegen het einde van het vorig seizoen als hoofdtrainer het veld ruimen. SHO zonder Sander Fakkel kan eigenlijk niet, dus was hij na ruim een maand weer terug.

Vierde divisie

Diep in zijn hart zou Breevaart met het eerste elftal van SHO veel liever in een meer regionale competitie spelen. Heerlijk met tegenstanders als Strijen, NSSV, Binnenmaas, ‘s-Gravendeel en als het even kan natuurlijk ook buurman Heinenoord. ,,Dan staat er weer veel publiek om het veld en gaat de kassa rinkelen.”

Kijkend naar de situatie na vier competitieronden is Breevaart tevreden. ,,Wij doen op alle fronten goed mee. Het zou prachtig zijn als het eerste elftal de stap naar de vierde divisie zou kunnen maken. Het tweede elftal speelt al op het hoogste niveau en het team onder 23 zou eigenlijk naar de tweede divisie moeten. Wat zou het mooi zijn als in dat jeugdteam de allerbeste talenten van de Hoeksche Waard zouden voetballen, maar ik begrijp ook heel goed dat onze buurtclubs hun beste spelers niet kwijt willen. Dat is nogal logisch.”

Piet Breevaart wil met dit verhaal aangeven dat SHO een soort bedrijf is wat je mede leidt en vorm probeert te geven.

Klik de link voor een recent artikel over SHO
Klik hier voor meer info over SHO

 

SV Terheijden heeft Walking Football eigen stijl

Onder het motto ‘voetbal speel je van je vijfde tot je tachtigste jaar’ kreeg SV Terheijden twee jaar geleden een nieuwe tak aan de boom: walking football. De club heeft dat echter ingekleed naar eigen behoeften.

Voetbal voor mini’s, meisjes, vrouwen en 35-plussers; Ter Heijden was allang niet meer de club die als mannenbolwerk kon worden omschreven. Maar voetbal voor oudere liefhebbers had de vereniging nog niet. Totdat Mitchel Boomaars met in zijn kielzog Peter Snoeren het initiatief nam voor Walking Football. “Ik heb zelf tijdens mijn opleiding voor het CIOS een stageproject bij DVO’60 in Roosendaal Walking Football opgezet. Het zat al een tijdje in mijn hoofd dit ook uit te rollen bij Terheijden”, zegt de 26-jarige speler van het tweede elftal.

Boomaars keek daarbij wel goed naar de opbouw van de club. “We promoten als SV Terheijden dat je levenslang bij ons kan spelen. Daarom past Walking Football daar zo goed bij. We hebben al een geruime tijd een succesvolle 35-plus tak met meerdere teams die ook meedoen aan een regionale competitie. Bij veel clubs wordt Walking Football aangeboden vanaf zestig jaar, maar daarmee heb je wel een groot gat. Je wilt graag dat spelers die om wat voor reden dan ook afhaken bij de 35-pius kunnen doorstromen naar het walking football. Door een leeftijdsgrens van zestig jaar te hanteren zou die groep van afhakers tussen wal en schip vallen. De praktijk leert dat veel voetballers net na hun vijftigste jaar stoppen. Wij hebben dus ingezet op aansluiting met die groep. Vandaar dat bij ons de leeftijdsgrens een stuk lager ligt dan bij het Walking Football bij andere verenigingen.”

Een consequentie daarvan is dat veel spelers nog gewoon overdag werken. Dat heeft Terheijden ‘opgelost’ door de vrijdagavond als trainingsavond te bestempelen. “Dat is overigens gebeurd op verzoek van de spelers zelf”, benadrukt Boomaars. “Op vrijdagavond is het gezellig met andere teams. Ook dat is een belangrijk aspect: daardoor maken de walking football-voetballers ook echt onderdeel uit van de vereniging en hangen ze er niet zomaar bij, omdat ze op een vast moment in de morgen spelen.”

Inmiddels heeft Terheijden een groep van twaalf walking footballers. “Af en toe komt er weer eentje bij. We zijn begonnen met een demo-dag. Die hadden we gepland voor een belangrijke wedstrijd van het eerste elftal, waardoor veel mensen konden zien wat we gingen doen. We hadden al snel zes, zeven man.”

Boomaars is zelf de trainer. “We beginnen met spieropbouwende oefeningen en daarna gaan we over naar voetbaloefeningen. We sluiten altijd af met een onderling partijtje. En na afloop drinken we altijd een biertje of een frisje. Het sociale aspect is minstens zo belangrijk als de bewegende factor.”

Het is ook de bedoeling dat er met het team wedstrijdjes worden gespeeld tegen andere teams. “We zijn op zoek naar clubs die met hetzelfde model werken.”

Klik op de link voor meer artikelen over SV Terheijden
Klik op link voor meer informatie over SV Terheijden

Van trainer en speler tot hoofdsponsor

0

Richard Verhoeven was actief als jeugd- en hoofdtrainer bij Oud-Beijerland, maar keerde afgelopen jaar in een hele andere hoedanigheid terug bij OSV: Verhoeven is samen met zijn voormalige pupil Patrick Schilperoord sinds dit seizoen duo-hoofdsponsor bij de derdeklasser.

OUD-BEIJERLAND – Verhoeven in gepokt en gemazeld in het regionale voetbalwereldje. Hij was naast zijn trainersperiode bij Oud-Beijerland actief bij clubs als Papendrecht, Goudswaardse Boys, Zestienhoven en Piershil. Hij verdween vervolgens even van de voetbalradar, maar maakt nu dus een verrassende comeback op een heel ander front in de door hem geliefde sport: als sponsor.

Met trots maakte voorzitter Jack Smeets van Oud-Beijerland in de aanloop naar het huidige seizoen 2022-2023 bekend dat de club niet één maar twee hoofdsponsors heeft vastgelegd. Hosted Energy en All4logic BV hebben de handen ineengeslagen en steunen de club gezamenlijk. Daarbij komt het tussen een nieuwe samenwerking tussen Richard Verhoeven van All4logic BV en Patrick Schiliperoord van Hosted Energy. Beide stonden ruim twintig jaar geleden al samen op het veld bij OSV als respectievelijk jeugdtrainer en speler. En de club zou voor beiden een rol blijven spelen; Verhoeven kwam terug als trainer, Schilperoord haalde het eerste team en speelt, nadat het voetbal hem zelfs in de  Arubaanse eredivisie bij SV Juventud Tanki Leendert bracht, in een lager team van de bespeler van het complex aan de Langeweg.

Als ondernemers slaan de beide mannen nu de handen ineen. Dit seizoen en de daaropvolgende jaargang fungeren de beide bedrijven als hoofdsponsors. De bedrijfsnamen staan de lezen op het tenue van de door Barry Schipper getrainde hoofdmacht. All4logic is een jong dynamisch bedrijf dat beschikt over een wereldwijd netwerk. Het biedt vervoersoplossingen voor dozen, pallets en containers maar ook voor kleine pakketten bijvoorbeeld het versturen van documenten. Hosted Energy zorgt ervoor dat de totale energiekosten van een onderneming volledig in lijn liggen met het energieverbruik. Door de verbruiksgegevens uitgebreid te analyseren gaat Hosted Energy op zoek naar de mogelijkheden voor een betere energiehuishouding voor bedrijven. ,,We vinden het allebei leuk om iets terug te doen voor de vereniging waar het voor ons allebei begonnen is’’, spreekt het sponsorduo dat in hun nieuwe rol regelmatig te zien zal zijn aan de Langeweg.

klik op OSV voor de laatste artikelen van de club.
klik op OSV voor meer informatie over de club.

Jan van Gool en Ton Janssen over Walking Football bij Uno Animo

0

Hoewel hun voetbalpaden veelal los van elkaar meanderen, vinden Jan van Gool en Ton  Janssen (beiden 75) elkaar altijd weer. Als jonge vrienden op de middelbare school én op het groene gras van Uno Animo in Loon op Zand waar ze samen walking football spelen.

“Drie jaar geleden zijn we bij Uno Animo begonnen met walking football. Jan had het daarvoor al geïntroduceerd bij SVG in Tilburg en ik wilde het ook wel organiseren bij onze club”, vertelt een enthousiaste  Janssen. “Ik heb toen een aantal oud-voetballers benaderd en velen zeiden ‘ja’. We startten drie jaar geleden met 20 leden, nu zijn dat er 32.”

Janssen vervolgt: “De meerderheid van de voetballers heeft jaren bij de veteranen gespeeld en deze spelers kennen elkaar van vroeger. Nu spelen we nog een keer onze favoriete sport en dat is een cadeautje. Want voetballer ben je voor het leven.”

Van Gool is minstens zo enthousiast als zijn vriend. “Gemeente Tilburg vindt het belangrijk dat ouderen sporten. Niet alleen omdat het fysiek gezond is, maar ook vanwege het sociale aspect. Zo komen mensen de deur uit. Ik heb me daar in Tilburg in verdiept en ook UNO omarmde het idee meteen. De club verleende alle medewerking. Ze verstrekten meteen tenues en de contributie is laag.”

Andere spelregels

Van Gool: “Als voormalig voetbaltrainer van verschillende amateurclubs heb ik best wat ervaring. ik verzorg aan het begin van elke training dan ook een goede warming up. Want hoewel we nog steeds graag voetballen, zijn we een dagje ouder.”

Walking football kent ook andere spelregels dan regulier voetbal. “Er mag geen fysiek contact zijn, er mag niet gerend worden en het veld en doel hebben aangepaste afmetingen,” licht Van Gool toe. “Het spel is ook anders. Vroeger speelden we in de loop, nu in de voet. En dat is best moeilijk, je moet anticiperen. Het is even wennen, maar als je het eenmaal doorhebt, is het heel erg leuk.”

Janssen: “Wij spelen geen competitie en geen toernooien. Iedereen mag zich bij ons aansluiten, ervaren en onervaren. En we verdelen de teams zo dat de wedstrijden gelijkwaardig zijn. Onze jongste speler is 60 jaar en de oudste is 88. Die man speelt actief mee joh.”

Gezellig

“We beginnen voor elke training met koffie en ook na afloop doen we nog een drankje. Waar we het dan over hebben? Voetbal natuurlijk. Het is altijd erg gezellig. Dat is een van de redenen dat iedereen elke week komt,” aldus Van Gool.

Aan leden heeft de afdeling walking football dan ook geen gebrek, maar  Janssen en Van Gool zijn nog op zoek naar een scheidsrechter. Van Gool: We kunnen hem niet vinden in Loon op Zand. Ik ben overigens totaal ongeschikt. Als ik naar voetbal kijk, vergeet ik te kijken naar overtredingen.”

Klik hier voor meer artikelen over Uno Animo
Klik hier voor meer informatie over Uno Animo

 

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.