Home Blog Pagina 329

Smoes leidt Krijn Vroon naar lintje als vrijwilliger van SC Emma

DORDRECHT – Onder valse voorwendselen werd Krijn Vroon, supervrijwilliger bij SC Emma waar hij al door velen de naam ‘Mr. Emma’ opgespeld heeft gekregen, de dag voor Koningsdag naar schouwburg Kunstmin gelokt.

Daar zou hij in het zonnetje worden gezet voor zijn bijdrage aan de inzameling en het recyclen van plastic flesjes. In werkelijkheid behoorde Krijn Vroon tot het selectie groepje Dordtenaren dat die dag door burgemeester Wouter Kolff van Dordrecht een koninklijke onderscheiding zou krijgen voor zijn verdiensten voor SC Emma. 

Die club ligt Vroon namelijk al heel wat decennia na aan het hart. Net na de oorlog  werd de 5-jarige Krijn Vroon lid bij Sportclub Emma. Vanaf het begin van de jaren ’70 tot in de jaren ’90 was hiuj trainer-coach in de jeugdafdeling en grensrechter. Hij functioneerde als penningmeester, regelde de ledenadministratie en is sinds 2017 waarnemend voorzitter van de jeugdcommissie. Juist voor de leden die uit minder bedeelde gezinnen komen, komt de heer Vroon op en regelt hiervoor wat nodig is om ervoor te zorgen dat zij toch kunnen sporten.

Tevens is Krijn Vroon lid van het ‘klusteam’. Door al deze bezigheden is de supervrijwilliger uren per week op het sportcomplex aan de Reeweg te vinden. Daarnaast ondersteunt hij de teams en de vereniging met hand- en spandiensten. Dankzij die verdiensten voor de club werd Krijn Vroon in het verleden dan ook al benoemd tot erelid. Een status die dus sedert enige tijd nog meer gegroeid is, want dankzij de voordracht is hij nu ook drager van een koninklijke onderscheiding en lid in de Orde van Oranje-Nassau na zijn verrassingsbezoek aan schouwburg Kunstmin.

Klik op SC Emma voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SC Emma voor meer informatie over de club.

Talentvolle Lucas Hanzen een van de lichtpuntjes in lastig seizoen Bruse Boys

In het tussenseizoen raakte men bij Bruse Boys een elftal aan (veel ervaren) krachten kwijt. Daardoor moest deels noodgedwongen bij de gedegradeerde ploeg uit Bruinisse de kaart van de jeugd worden getrokken. Een van de jeugdige talenten die zich liet gelden van Lucas Hanzen.

Hij was wel al geregeld actief in het eerste elftal, maar dit seizoen was het 19-jarige talent altijd basisspeler in het elftal van trainer Michel Maaskant. “Er zijn van vorig seizoen nog een stuk of vijf basisspelers overgebleven waardoor we een klasse lager helemaal opnieuw zijn gaan bouwen. Er is veel goede jeugd en die kregen nu allemaal de kans om zich te laten zien. Maar je bent als degradant ook altijd een ploeg waar tegenstanders van willen winnen en dat merkten we goed. Soms was het dan ook lastig om met die tegenstand om te gaan en laat je punten liggen die je normaal gesproken wel pakte.”

In veel wedstrijden was Bruse Boys voetballend gelijkwaardig of zelfs beter maar gaven andere aspecten van het voetbalspelletje de doorslag qua uitslagen en die vielen soms dan niet in het voordeel uit van de Bruse formatie. “Dan misten we in sommige wedstrijden die broodnodige ervaring van de oudere spelers. Vooral om het resultaat over de streep te kunnen trekken en bovenin mee te kunnen strijden. Strijdvaardig zijn we het gehele seizoen geweest en gebleven, maar soms nog net te licht om de punten te pakken.”

Na de degradatie en het vertrek van een aantal sterkhouders had Bruse Boys de doelstelling uitgesproken om te kunnen aansluiten bij de top-vier. Dat lukte uiteindelijk niet. “Helaas hebben we daarvoor te weinig constant gepresteerd en zijn we op dertien punten achter nummer vier DVV’09 geëindigd. Die doelstelling hebben we dit seizoen niet gehaald, maar blijft wel overeind voor het nieuwe seizoen. Dan krijgen we er een aantal nieuwe spelers bij, jongens ook met scorend vermogen en dat is toch wel noodzaak. Om te kunnen winnen heb je doelpunten nodig en dat was afgelopen seizoen ook vaak één van de problemen.”

Zelf kijkt hij wel terug op een goed seizoen en heeft hij ook de nodige stappen vooruit gemaakt. “Absoluut! Van wekelijks in de basis spelen en veel speelminuten maken word je ook een beter voetballer. Je leert jezelf wapenen in de duels en wennen aan een bepaald niveau. In een controlerend rol op het middenveld voel ik me op mijn gemak en komen mijn kwaliteiten denk ik ook goed tot zijn recht. Verdedigend heb ik zeker mijn mannetje gestaan, nu is het zaak om ook in het aanvallende aspect groei te laten zien. Dat is voor mij de uitdaging richting het nieuwe seizoenen hopelijk kunnen we als team weer wat dichter omhoog kruipen. Want iedereen in de selectie heeft nu toch weer een jaar ervaring opgedaan, sommigen zelfs met onverwacht meer speelminuten dan vooraf gedacht. Dat nemen we allemaal toch mee en daar kunnen we dan hopelijk in de toekomst ons voordeel mee doen.”

Hanzen is er trots op dat hij nu bij de club uit zijn woonplaats wekelijks in het eerste elftal mag spelen. “Ik ben hier in de jeugd begonnen en speel nu hier met een hele hoop vrienden uit de jeugdteams weer samen in het eerste. Dat is wel heel mooi ja. We hebben een heel jonge groep, krijgen er komend seizoen wat versterkingen bij en iedereen heeft meer ervaring. Hopelijk kunnen we dat na de zomer omzetten in mooie resultaten zodat we dan uiteindelijk wel onze gestelde doelen kunnen behalen.” 

Klik op vv Bruse Boys voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv Bruse Boys voor meer informatie over de club.

Van Wageningen naar Rimboe

Studeren in Wageningen en voetballen bij Rimboe in Wouwse Plantage. Heel logisch klinkt die combinatie niet. Maar voor Joran van der Meijde, is het de normaalste zaak van zijn voetbalwereld. “Het is een heel leuk team, anders zou ik ook niet steeds terugkomen.”

Want als student van, let op, Master Aquaculture and Marine Resource Management, in Wageningen dus, maakt de 23-jarige Van der Meijde wekelijks de nodige kilometers. En hij weet precies waarom. “Toen ik begon met studeren, ben ik even gestopt, omdat ik het niet kon combineren. Maar na één seizoen, miste ik het al. Die zondagen niks doen, dan ga je voetballen toch missen.” En die combinatie, bleek in de praktijk uiteindelijk best te maken. Bij vierdeklasser Rimboe dus. “Hiervoor heb ik altijd in de jeugd bij Kruisland gespeeld, tot ik in 2017 verhuisde naar Wouwse Plantage. Dan wil je de inwoners van het dorp leren kennen, hoe kan dat beter dan door te gaan voetballen?” 

Nieuwe positie
Een prima keuze, zo blijkt achteraf. “Het is een gezellige en kleinschalige club, met alleen maar leuke mensen.” En ook zijn teamgenoten, bevallen Van der Meijde al jarenlang meer dan goed. “Het is een heel leuk team, anders zou ik ook niet steeds terugkomen. Ik heb het enorm naar mijn zin.” Dat laatste is maar goed ook, want ontspannend is zijn anderhalf uur durende reis met openbaar vervoer of auto, toch vaak niet. “Het is soms krap en echt haasten. Dan red ik het net. Even eten bij mijn ouders en door.” Maar als Van der Meijde er dan eenmaal is, kan het genieten gaan beginnen. “Ik denk dat een tweede plek wel een goede afspiegeling is van dit seizoen. In een paar wedstrijden, hebben we het zelf laten liggen. De eerste periode is binnen, dus we zijn zeker van nacompetitie.” Net als vorig seizoen. “Toen haalden we het in de finale uiteindelijk net niet, nu zijn we als team weer een jaartje verder.” Niet alleen als team, vertelt hij er meteen achteraan. “Zelf natuurlijk ook. Tegenwoordig als linksback, dat was eerst voor mij een nieuwe positie. Daar raak ik steeds meer aan gewend. En dat bevalt goed!” Een nieuwe uitdaging, voor de linkspoot. “In eerste instantie moet je natuurlijk vooral goed verdedigen, maar ik houd ook van opkomen en aanvallen.”

Meemaken
En dat komt mooi uit. “We zijn een voetballende ploeg, met veel jongens die echt goed kunnen voetballen. Volgens mij spelen we leuk voetbal, ook voor de mensen die komen kijken.” Dus dromen ze bij Rimboe, stiekem al van meer. “Deze competitie is leuk, veel ploegen lekker dichtbij, maar we zouden het toch graag eens in die derde klasse willen proberen. Dat zou ook een mooie beloning zijn, voor de laatste twee jaar. Als het lukt…” Eén ding is dan in ieder geval zeker, Van der Meijde is er weer bij. “Zolang ik in de buurt woon, wil ik hier blijven voetballen. Als de club overeind blijft dan.” Want dat is nog wel een dingetje. “Het complex is inmiddels toch wel behoorlijk oud. Je ziet hier vaak veel kinderen voetballen, die verdienen een fatsoenlijke accommodatie. Anders is dat straks niet meer mogelijk.” Aan de inzet van alles en iedereen, zal het niet liggen. “De trainers, de staf, de mensen op de club, ze steken er allemaal veel tijd in. Voor trainingen, maar ook activiteiten.” Dat alles, moet straks worden afgesloten, met die kers op de taart. Een extra bijzondere, voor Van der Meijde zelf. “Vorig jaar in de finale van de nacompetitie, liep ik al vroeg in de wedstrijd een hersenschudding op. Nu wil ik die finale weer halen, maar hem dan ook echt bewust meemaken. Dat is mijn persoonlijke doel!”

Klik op Rimboe voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Rimboe voor meer informatie over de club.

Rick Schier hoopt zich komende jaren bij Smerdiek te blijven ontwikkelen

Een competitie waarin je wél kunt promoveren maar niet kunt degraderen, daar heeft men in de zaterdag vierde klasse dit jaar mee te maken. Het ambitieuze Smerdiek heeft altijd de drang om mee te doen voor een periode, maar daar kwam het dit seizoen bij lange na niet in de buurt. Controlerende middenvelder Rick Schrier en zijn ploeggenoten beleven daardoor een vrij kleurloos seizoen.

“Helaas is dat wel de realiteit op het moment. We hebben veel te veel wedstrijden niet dat resultaat wat nodig was of waar we misschien soms recht op hadden. We zijn met het vertrek van topscorer Sander van ’t Hof en ook Dennis Moerland twee jongens kwijtgeraakt die toch meer dan regelmatig het net wisten te vinden. En we voetballen in wedstrijden dan vaak wel aardig, maar ons belonen door de kansen en het overwicht om te zetten in doelpunten dat laten dan na. En dan kan je niet voor de prijzen meespelen. Zo realistisch moet je dan zijn.”

De 21-jarige Schrier is bij Smerdiek bezig aan zijn derde seizoen bij de senioren, waarvan hij eerst een jaartje heeft kunnen wennen bij het tweede. “Van de jeugd naar de senioren was een stap, maar de stap van het tweede naar het eerste dat was voor mij best een flinke. Alles ging veel sneller en was nóg fysieker dan ik bij het tweede had ervaren. Mijn handelingssnelheid moest hoger en ik heb me moeten wapenen in de duels. Nu sta ik wel wekelijks in de basis en dat is wel prettig natuurlijk. Want het is als jongen van het dorp altijd mijn ambitie geweest om hier het eerste te halen en dat is nu in elk geval al gelukt.”

Maar dat wil niet zeggen, dat hij nu op het gemakje zijn wedstrijdjes afwerkt bij de vierdeklasser. “Nee, zeer zeker niet. Ik ben van nature geen dragende speler, maar speel altijd in een dienende rol en daar voel ik me prima bij. Keihard werken wanneer je op het veld staat heb ik van nature in me. Al vind ik dat niet meer dan logisch voor elke voetballer. Het minimale wat je altijd kunt is keihard werken. Inzet en beleving moeten vanzelfsprekend zijn wanneer je prestatief voetbal wilt spelen.”

Die instelling is naar zijn zeggen wellicht ook de reden waarom de trainer voor de jonge controleur vrijwel wekelijks op het middenveld een basisplaats inruimt. “Dat zou goed kunnen. Ik probeer altijd mijn best te doen en mijn ploeggenoten te helpen waar ik kan. Dat het soms niet altijd lukt daar ben ik me van bewust, maar de intentie is er zeer zeker.”

”We hebben de afgelopen seizoenen best wat aan ervaring ingeleverd en daarvoor zijn vrijwel alleen jonge jongens teruggekomen. Dat maakt dat het soms nog te wisselvallig is en kost veel energie om aan te haken. Al denk ik zeker dat we daarin de komende jaren zullen groeien. Want het lijkt me geweldig om ooit weer die derde klasse te bereiken, maar dan moet het ook kwalitatief wel haalbaar zijn. Want je kunt nog zo ambitieus zijn, als de kwaliteit er niet is dan moet je tevreden zijn dat je goed meedoet op een niveau lager. Dus daarvoor hebben we volgend seizoen weer nieuwe kansen.”

Voor zichzelf is Schrier tot op heden tevreden met de speelminuten die hij wekelijks maakt en de progressie die hij boekt. “Ik krijg speel veel. Maar dat heb ik ook zelf wel afgedwongen op trainingen en in wedstrijden. Elke week heb ik de drang om te groeien en beter te worden. Daar doe ik mijn best in elk geval voor. En waartoe dat uiteindelijk zal leiden weet ik niet. Ik heb nog heel wat seizoenen hopelijk voor de boeg om daar achter te komen.”

Klik op SV Smerdiek voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SV Smerdiek voor meer informatie over de club.

Ruben de Waal zit op een roze wolk

Net vader geworden van een dochtertje, kan Ruben de Waal zijn geluk eigenlijk niet op. Wellicht had alleen een plek in de nacompetitie met NOAD’32 zijn roze wolk misschien nog net iets meer doen zweven. Al is die extra vrije tijd, nu natuurlijk juist wel lekker. “Ze is precies op tijd geboren!”

En of ze nou later, net zo fanatiek gaat voetballen als haar papa, één ding is in ieder geval zeker: “Ik ga haar nu alvast lid maken”, lacht De Waal (29). Die ondanks wat gebroken nachten, niet mag klagen. “Tot nu toe slaapt ze best wel goed door, dus het valt mee.” Gelukkig voor hem, zit het voetbalseizoen er wat dat betreft net op. Al had dat niet veel gescheeld. “Eén team is uit de competitie gestapt, anders hadden we die periode wel gehaald.” Precies wat ze bij vierdeklasser NOAD’32 vooraf toch wel een beetje hadden bedacht. “Het kampioenschap hadden we niet verwacht, maar we hoopten mee te doen voor een toetje. In dit geval de nacompetitie.” 

Smalle groep

Al was het lastig om precies te voorspellen wat ze konden verwachten, vertelt De Waal. “In een onbekende competitie, van sommige ploegen had ik nog nooit gehoord. We kwamen op plekken waar we nog nooit zijn geweest.” Of dat beviel? “Niet helemaal. Ik denk, dat ik dan wel voor de hele groep spreek. We spelen liever lekker gewoon hier in de buurt.” Toch, ondanks de soms verre reizen, vielen de resultaten dus positief mee. “Ik vind dat we wel een periode hadden moeten of kunnen hebben, maar we hebben het in één week weggeven. Dat was een teleurstelling, al hoort dat ook een beetje bij het hebben van een smalle groep. Op een dorpsclub.” Drie keer op voorsprong komen én toch niet winnen of een zeker lijkende zege bij 0-3 toch nog uit handen geven. NOAD’32 beleefde het dit seizoen allemaal. “Is dat pech? Ik weet het niet. Zulke dingen gebeurden gewoon bij ons. Qua inzet en strijd zat het vaak wel goed, al hebben we het misschien op sommige momenten af laten weten.” Vanwege de vaak ‘onbekende’ tegenstanders een iets lastiger gevoel om op te roepen, toch is dat niet het belangrijkste verbeterpunt. “De selectie was niet altijd breed genoeg. Nu komen er gelukkig veel jongens door van de JO19.” Een goede zaak, vindt hij. “Soms stonden we, vanwege blessures, met tien man op de training. Straks kun je op dinsdag en donderdag in ieder geval normaal trainen. Dat betaalt zich dan vanzelf uit.” 

Warmte

Zeker op de lange termijn. “De jeugd wordt nu bij ons in de kelderklasse ‘gegooid’, dat is fysiek best even schakelen. Maar ik weet zeker, dat we straks weer een mooie ploeg hebben en echt voor die periode kunnen gaan.” Met De Waal, er gewoon weer bij. “Tot de B-junioren bij GDC gespeeld, daarna is mijn moeder in Wijk en Aalburg gaan wonen en kwam ik bij jongens van NOAD’32 in de klas. Ik ging een aantal keer mee naar de kantine en was meteen verkocht door de warmte.” En dat is hij, na tien seizoenen in het eerste, dus nog steeds. “Het zijn inmiddels natuurlijk allemaal vrienden geworden, iedereen kent elkaar.” Zelfs zo goed, dat De Waal één van zijn teamgenoten vroeger nog training heeft gegeven.” Joël Strijbis kwam er vanuit de JO19 bij, die heb ik een jaar of acht geleden, hier nog in de E2 gehad. Dan is het natuurlijk wel grappig om nu samen te spelen.” Met hem als rechtsback. “Ik ben ooit, met mijn chocoladebeen, begonnen als linksback. De laatste jaren sta ik op rechts. Naar voor, weer terug en vol de strijd aangaan.” Nog altijd stiekem ziek van een nederlaag, weet De Waal precies waar zijn kwaliteiten liggen. “Er zijn zat jongens die beter kunnen voetballen, dus die probeer ik de bal te geven.” Zolang, als dat ze hem nodig hebben. “Af en toe moet je dat even peilen, haha!” Voorlopig is dat het geval en dus gaat de routinier nog lekker even door. “Tot mijn 34ste moet kunnen. Ergens anders zie ik niet meer gebeuren, ik voel me nu een jongen van de club!”

Klik op NOAD’32 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op NOAD’32 voor meer informatie over de club.

Rik de Wit voelt zich prettig in de nieuwe speelwijze bij WHS

Als nieuwkomer in de Zaterdag 2e Klasse G van presteert WHS niet geheel onverdienstelijk. Maar met de versterkte promotie/degradatieregeling blijft het voor de club uit Sint Annaland spannend tot de laatste bal in de competitie stopt met rollen. Verdediger Rik de Wit (25) mikt in elk geval op rechtstreekse handhaving.

“Als het ons lukt om dat voor elkaar te krijgen, dan hebben we met WHS een prima eerste seizoen gedraaid op dit niveau. Want de stap van de derde naar tweede klasse is toch best een flinke. Waar we vorig jaar zelf veelal de bal hadden, daar merk je nu dat we dit seizoen een ploeg zijn die vooral vanuit de reactie moeten voetballen. Het is op dit niveau ook een gegeven dat foutjes veel sneller worden afgestraft. Dat was in de derde klasse niet het geval en daartegen moeten we ons in mijn ogen soms nóg beter wapenen.”

De Wit is afkomstig uit Bergen op Zoom, waar hij voor MOC’17 en SV Dosko speelde in de jeugd. Naast het voetbal is de verdediger ook actief als tennisser en speelt competitie op de zondagen. Dus toen hij vijf jaar geleden vanuit de jeugd de overstap moest maken, wilde hij niet op zondag gaan voetballen dus viel de keus op een club uit het zaterdagvoetbal. Dat werd dus WHS, waar zijn oom trainer was en hij samenspeelt met enkele van zijn neven. “Die keus was niet zo moeilijk en tot op de dag van vandaag heb ik nog geen seconde spijt gehad. Ik ben basiskracht, speel op een mooi niveau en ook nog eens in een vriendenteam. Nu alleen de klus nog klaren en ons veilig spelen, dan is het voor mij een meer dan prima seizoen.”

De enige kanttekening ten aanzien van zijn prestaties dat zijn de reeks van blessures en pijntjes waarmee De Wit te kampen heeft gehad. “Dat was best irritant ja. Want dan weer de knie, dan de enkele. Kleinere en grotere pijntjes waardoor het soms moeilijk was om in je ritme te komen en je normale niveau te kunnen halen. Voor de winter moest ik steeds weer opnieuw opstarten en heb ik nooit geheel pijnvrij kunnen voetballen of moest ik voortijdig mezelf laten vervangen. En dat belemmert je dan soms toch behoorlijk om het maximale eruit te halen.”

Onder de nieuwe trainer Karl Vergouwen voelt de rechtsbenige verdediger zich overigens wel op zijn plek binnen de veranderde speelwijze. “Zeker weten! Voorheen werd van een back vooral verwacht dat je achterin bleef, terwijl ik nu toch ook de vrijheid heb om mee op te komen en me ook aanvallend te mengen in het veldspel. Dat is wel een rol die me ligt en die het voetbal op deze positie ook leuker maakt. Ik kan met mijn snelheid en diepgang nu de gehele rechterkant bestrijken en dat voelt wel heerlijk. Na de winter kwam ik steeds meer in vorm en kreeg ik de kans om écht te laten zien wat erin zit.”

Voor de toekomst ziet De Wit zichzelf nog wel wat seizoenen bij WHS voetballen, het liefst ook op tweede klasse-niveau. “Heel veel teams zijn aan elkaar gewaagd en staan qua punten kort bij elkaar. We hebben het in eigen hand of we rechtstreeks handhaven of niet. En anders moet het via de nacompetitie, want ik denk zeker dat we hebben laten zien op dit niveau mee te kunnen.”

Klik hier voor meer artikelen over WHS
Klik hier voor meer informatie over WHS

Remon den Boer kende bij WIK’57 een seizoen om heel snel te vergeten

Een seizoen beleven waarin je geen enkele speelminuut hebt gemaakt. Dat is wat verdediger Remon den Boer meemaakte bij vierdeklasser WIK’57. Een hardnekkige en vooral gecompliceerde enkelblessure houdt hem al ruim een jaar aan de kant. 

“Twee wedstrijden voor het eind van seizoen 2021-2022 sprong ik op tijdens een training en landde bij het neerkomen op de voet van een teamgenoot. Ik ging er vol doorheen. Ik had direct veel pijn en het was einde seizoen. Maar ik had niet verwacht dat ik ook dit gehele seizoen niet zou kunnen spelen. Dat was wel een flinke tegenvaller.”

De Boer bleek na een MRI-scan uitsluitsel te krijgen: een breukje in de enkel en kraakbeenschade. Maar niet groot genoeg om te opereren. “Het moet uit zichzelf herstellen werd me verteld, maar het duurt me nu wel wat lang. Intapen had geen zin, want het zit echt in het gewricht. Rust zou helpen, maar ik ben ZZP’er in de bouw dus dat was en is voor mij niet direct een optie. Dagelijks heb ik er nu dus nog last van, al merk ik nu wel een beetje verbetering.”

Vanaf de zijkant maakt Den Boer, die ook twee jongere broers in het eerste elftal heeft spelen, met WIK’57 een chaotisch seizoen mee waarbij maar liefst twee trainers op korte tijd werd ontslagen. “Dat is zeker uitzonderlijk, maar het werkte niet en dat is jammer voor beide partijen. Wekelijks ben ik wel gaan kijken natuurlijk, want ik ben naast speler ook vooral supporter van de club. Al voelde het soms enorm frustrerend dat je op het veld zelf niet je steentje kan bijdragen.”

Vanaf zijn vierde ging hij met zijn vader mee naar de dorpsclub om er nooit meer weg te gaan. Vanuit de JO19 stroomde hij uiteindelijk door naar het eerste elftal waar de voormalige aanvaller/middenvelder (indien fit) de vaste linksback is. “Een heerlijke plek waar ik terecht ben gekomen toen er wat versterkingen van buitenaf naar onze club kwamen. Maar ik kan er mijn energie kwijt en heerlijk mee aanvallen. Ik hoop dat ik de blessure weer gaat beteren, want nu duurt het wel erg lang.”

De linkspoot werkt sinds april aan zijn herstel samen met de fysiotherapeut die is verbonden aan de club. “Oefeningen oppakken en ook een stuk mindset veranderen om ook mentaal de pijn te doorbreken. We zijn rustig aan de slag zonder tijdsdruk. Ik hoop stiekem bij de start van het seizoen er weer bij te zijn, maar realistischer is om me te richten op de winterstop. Ik neem de tijd, al moet ik toegeven dat onder een bal trappen en weer eens een wedstrijd spelen geweldig zou voelen.”

Klik op sv WIK’57 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op sv WIK’57 voor meer informatie over de club.

Café Scheffers en DFC hebben een warme band

Wie een bezoek brengt aan Café Scheffers op de Groenmarkt in Dordrecht loopt een grote kans om een DFC’er tegen het lijf te lopen of aan te treffen. Niet zo verwonderlijk, de horecaonderneming van Angela Stevense en de oudste club van Dordrecht onderhouden een warme band met elkaar.

DORDRECHT – Angela Stevense is inmiddels twee jaar hoofdverantwoordelijk voor het reilen en zeilen van Café Scheffers. Vanaf het moment dat zij aantrad als eigenaar, is er een goed contact met DFC ontstaan.

Hoe is dat contact tussen Café Scheffers en DFC eigenlijk gelegd?
Angela Stevense: ,,DFC’ers kwamen altijd al graag langs in het café, maar de sponsorband is eigenlijk ontstaan door het contact dat ik met Ton Lucas had. Ton loopt al heel lang rond bij de club, komt regelmatig in de zaak en stelde me voor of ik het niet leuk vond om iets meer voor de club te gaan betekenen. Uiteindelijk heb ik toegezegd om te gaan sponsoren.’’

Café Scheffers was de balsponsor van het laatste duel van DFC in het afgelopen seizoen tegen Internos. Krijgt dat een vervolg?
,,Als sponsor wilde ik iets extra’s doen en heb daarom toegezegd om de bal te sponsoren. Meteen na de wedstrijd kreeg ik berichtjes dat het geluk had gebracht, aangezien DFC met 6-0 gewonnen had en daardoor veilig was in de derde klasse. De kans is dus groot dat ik het verzoek krijg om dat nog eens te herhalen, haha.’’

Wat hebben Café Scheffers en sport in het algemeen en voetbal in het bijzonder met elkaar?
Sport is in ons café heel belangrijk. De races in de Formule 1 zijn bij ons altijd live te zien en het Formule 1-team, een groep liefhebbers van het racen dat in onze kroeg te vinden is, gaat regelmatig naar races in het buitenland. Daarnaast ben ik supporter van landskampioen Feyenoord. En mijn zoon Wesley Dijkstra is speler van het eerste team van ’s-Gravendeel.’’ 

Hoe ben jij zo in de horeca verzeild geraakt?
,,Ik had al wat ervaring in de horeca, maar het is eigenlijk toevallig op mijn pad gekomen. In 2021 had ik een autoverhuurbedrijfje en kreeg toen de vraag hoe ik erin zou staan om Café Scheffers te gaan runnen. Ik kreeg een kans om te gaan doen waar ik echt wel zin in had. Door de coronaperiode die toen gold, hebben we met elkaar – het team van Scheffers en ik – alles goed op een rijtje kunnen zetten en voorbereiden zodat we een goede start hebben gemaakt. Vanaf dag één dat ik in de zaak sta, heb ik het enorm naar mijn zin.’’

Wat staat er de komende periode allemaal op het programma?
,,Met elkaar hebben we verschrikkelijk veel leuke ideeën, maar het is niet altijd mogelijk om die te realiseren. Ik ben ook betrokken bij Big Rivers en dat komt er binnenkort weer aan. Daarnaast hebben we medio juni onze Hollandse avond met een hoog Hazes-gehalte en houden we ook regelmatig een open podium. We doen er alles aan om de gezelligheid erin te houden.’’

Klik op DFC voor de laatste artikelen over de club.
Klik op DFC voor meer informatie over de club.

Jeugdplan helpt Herovina het voetbal levend te houden

Hoe een rivierdorp als Herwijnen met nog geen 3000 inwoners een voetbalclub in leven houdt? Wij gaan erover in gesprek met Kees de Fockert, de drijvende kracht achter de jeugdafdeling van Herovina.

HERWIJNEN – Sinds anderhalf jaar maakt De Fockert deel uit van het hoofdbestuur, met jeugdzaken in zijn portefeuille. Meteen is het jeugdbeleid bij Herovina gestructureerd. ,,Wij hebben ervoor gekozen om met coördinatoren te gaan werken om structuur in de jeugdopleiding te krijgen”, vertelt De Fockert. ,,Drijvende kracht daarachter is eerste-elftalspeler Marthijn Hobo. Hij is jaren betrokken geweest bij een voetbalschool. Met een select clubje hebben wij een specifiek beleidsplan jeugdvoetbal voor onze club Herovina geschreven. De coördinatoren ondersteunen nu vanaf de winterstop de trainers.”

En het heeft succes, want de jeugdafdeling groeit enorm. In aantallen zijn de teams, met name na corona, verdubbeld. Omdat er nu in een aantal leeftijdsgroepen meerdere teams zijn, kan er geselecteerd worden en gaat het niveau snel omhoog. De groei is verklaarbaar, want Herovina is naast Badminton Herwijnen, de enige sportvereniging in het relatief kleine dorp. Er wordt door Herovina veel georganiseerd. Vorige maand waren er nog de voetbaldagen voor de jeugd, waar zestig kinderen aan meededen. Daarnaast zijn er de tentenkampen. De grote slotdag en volgend seizoen ook de startdag. ,,Vanuit het hoofdbestuur worden voldoende middelen beschikbaar gesteld om leuke dingen te doen. Het FIFA-toernooi komt eraan. Het is ook mogelijk om met een team een externe activiteit te organiseren.”

Kleedkamersessies
,,Wij houden eveneens kleedkamersessies met de ouders, waarbij wij uitleggen hoe wij de voetbaltoekomst van de kinderen ontwikkelen’’, vervolgt De Fockert. ,,Wij leggen de gedragsregels uit en vertellen waar wij uiteindelijk naartoe willen. Ook vragen wij om betrokkenheid. Bij een kleine club als de onze zijn er nooit genoeg vrijwilligers. In de bovenbouw, vanaf JO12, willen wij graag gediplomeerde trainers neerzetten. Voor de onderbouw is het goed dat jonge trainers van binnen de club zich daarvoor inzetten. Onze eerdergenoemde coördinatoren zorgen dan voor begeleiding.”

Intern wordt met alles rekening gehouden. ,,Wij beschikken nu over twee JO10-teams. Het eerste team, onder leiding van Marthijn Hobo, speelt eerste klasse en dat is gewoon een goed niveau. Spelers van JO10-2 zijn later ingestroomd. Zij worden door ons bewust lager ingedeeld zodat ook zij plezier in het voetbal houden.”

De ontwikkeling van het Herovina-beleidsplan voor de jeugdafdeling wordt straks geëvalueerd en waar nodig verbeterd. ,,Onze veldtrainers/coaches moeten er uiteraard wel achter staan”, is De Fockert duidelijk. Er is al gesproken over de teamindelingen voor het volgend seizoen. ,,Dat is weer een uitdaging. Natuurlijk kijken wij welke kinderen bij elkaar in de klas zitten, maar als voetbalclub kijk je ook naar kwaliteit. Dat moet wel in evenwicht zijn.” Na het gesprek rent Kees de Fockert naar veld twee. Hij is naast speler in het Herovina 7×7-team ook trainer van JO8.

Klik voor meer informatie op Herovina.
Klik voor andere artikel van de club op Herovina.

‘Als die kinderen plezier hebben is het goed’

Actief in het jeugdbestuur, trainer van de kabouters en waar nodig achter de bar. Maar ook het materiaal, valt onder zijn beheer. Kortom, als er bij Wilhelmina’26 wat moet gebeuren, weten ze Goof van de Nieuwegiessen te vinden. “Als er iets te klussen is, kom ik helpen!”

De ballen of de kleding klaarleggen voor het weekend? Van de Nieuwegiessen doet het. Kaartjes verkopen in het kassahokje bij het eerste? Bel hem maar op! Bij Wilhelmina’26 kunnen ze letterlijk en figuurlijk niet zonder ‘m, maar andersom eigenlijk ook niet. “Ik woon op loopafstand van de club. De gezelligheid onder elkaar, ondertussen heb je zoveel vrienden gemaakt. Op zaterdag ben ik er van zeven uur ‘s ochtends, tot acht uur ‘s avonds. Leuk toch?”

Genieten
Bijna net zo leuk, als zijn eigen actieve voetbalcarrière. “Vanaf mijn achtste, tot mijn 42ste heb ik gevoetbald. Bij de selectie gestopt toen ik dertig was. Daarna nog tussen de veteranen.” Een toch wel bijzonder verhaal. “Ik ben vroeger begonnen als keeper, dat heb ik een jaar of drie gedaan, daarna heb ik gevoetbald tot mijn dertigste. En vervolgens? Ben ik weer gaan keepen!” Linksback, linkshalf of doelman, het maakte Van de Nieuwegiessen, die puur links was, allemaal niks uit. “Voetballen of op doel, ik vond het allebei net zo leuk.” Slechte knieën dwongen hem uiteindelijk een punt achter het avontuur te zetten.  Maar tijd om niks te doen, had de 57-jarige clubman daarna natuurlijk niet. “Of ik wat wilde doen, vroegen ze… Uiteindelijk ben ik er zo ingerold.” Een understatement. Want na bijna veertig jaar als jeugdleider bij de F én de E, en vier seizoenen als trainer van de kabouters, kun je dat gerust wel stellen. “Het is gewoon leuk om met kinderen om te gaan. Als die plezier hebben, dan is het goed hè?” En plezier, dat hebben ze. “We trainen natuurlijk heel speelsgewijs. Op doel schieten en doelpunten maken, dan zie je ze zomaar genieten. Fleuren ze helemaal op!” En hijzelf, natuurlijk ook. “Iedere zaterdagmorgen, van tien tot elf. Dan is het feest.”

Trots
Het is onderdeel van een inmiddels vast ritueel. “Als de mannen van één thuis spelen, zit ik eerst in het kassahokje, om kaartjes voor de entree te verkopen. Daarna ga ik kijken.” Spelen ze uit? “Dan blijf ik bij Wilhelmina, om andere teams op te vangen.” Of om even te blijven hangen, met de veteranen. “Op zaterdags doen we altijd gezellig een biertje.” Van de Nieuwegiessen geniet er, ook als hij praat over zijn gekregen lintje, nog altijd zichtbaar van. “De Parel van Altena! Dat is toch een mooie waardering vanuit de club? Daar ben ik echt trots op.” En trots, is de vrijwilliger in hart en nieren sowieso wel. Ook op de club. “Ik hoop dat we over drie jaar ons 100-jarig bestaan mogen vieren. Maar dat moet wel lukken.” Van heel die periode, maakte Van de Nieuwegiessen zelf, dus een flink deel mee. Hij heeft in die tijd vooral de mentaliteit, behoorlijk zien veranderen. “Veel makkelijker afzeggen. Dat is niet meer zoals twintig jaar geleden. Dan had je een team van dertien of veertien man, die er gewoon altijd waren.” Toch blijft hij alles voorlopig, of het nou achter de bar staan, spullen klaarzetten of training geven is, nog wel even met net zoveel passie doen. “Het is gewoon veel te leuk!”

Klik op Wilhelmina ’26 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Wilhelmina ’26 voor meer informatie over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.