Home Blog Pagina 1423

De wereld ziet er voor De Vlieger anders uit na prachtig seizoenslot bij GOES.

©Foto’s: René van der Vliet

Op vakantie op het Spaanse partyeiland Ibiza liet GOES-speler Remon de Vlieger (24) het afgelopen seizoen een paar keer de revue passeren. Niet alleen omdat hij zijn (ex-) teamgenoten Teun Rentmeester, Bart Deprez en Ray Kroon er tegenkwam, maar ook omdat het een krankzinnig seizoen was.

Hoewel Steve Schalkwijk de een na de andere goal scoorde was dé man van de nacompetitie toch wel Remon de Vlieger. Tijdens het seizoen veelvuldig gepasseerd door trainer John Karelse, maar tijdens het seizoenstoetje o zo belangrijk. ,,Het leek lange tijd een mislukt seizoen te worden”, begint De Vlieger. ,,In de voorbereiding kreeg ik last van m’n knie en heb ik alles gemist. Toen ik een paar weken fit was begon ik in de basis en scoorde ik, maar binnen vijftien minuten kneusde ik m’n teen. Vier weken later gebeurde dat weer.” Pas na de winterstop was de fijnbesnaarde linkspoot weer geheel blessurevrij. ,,Ik trainde hard en viel bijna iedere wedstrijd in. We wonnen alles dus begon ik telkens op de bank. Natuurlijk had ik weleens discussies met Karelse, maar aan de andere kant had ik ook wel weer begrip voor zijn keuzes.”

VC Vlissingen
Net voor de start van de nacompetitie profiteerde de Vlissinger van twee blessuregevallen. Hij pakte zijn kans, en hoe. In het seizoenslot was hij goed voor drie treffers, waarvan hij er twee scoorde in de finale tegen Boshuizen. Toen de selectie in de eigen kantine werd getrakteerd op pizza’s richtte Karelse zich in zijn afscheidswoord ook tot De Vlieger. ,,Hij gaf min of meer zijn fout toe dat hij mij te weinig had laten spelen. Dat vond ik heel netjes. John keek na de nacompetitie toch wel anders tegen mij aan, want nadien vroeg hij nog of ik interesse had om met hem mee naar VC Vlissingen te gaan. Maar ik had mijn jawoord al gegeven aan GOES.”

Flirt
Toch moet dat niet als teleurstelling worden opgevat. Hoewel De Vlieger ook flirtte met het Baronie van zijn voormalige trainer Jurriaan van Poelje is hij blij om onder de nieuwe oefenmeester Rogier Veenstra te kunnen werken. ,,Ik ga na die nacompetitie toch anders het nieuwe seizoen in. En hoe Rogier te werk gaat dat bevalt me wel. Zijn omgang met spelers, hoe hij zaken overbrengt en beargumenteerd. Dan kom je bij mij wel binnen…”

 

CvdW: v.v. Hellevoetsluis – Wim Verheij

Deze editie is v.v. Hellevoetsluis de Club van de Week en het VoetbalJournaal heeft gesproken met Wim Verheij over het jeugdvoorzitterschap, zijn spelerscarrière en de wedstrijd van aankomend weekend. Wim Verheij (48) is al 40 jaar lid van v.v. Hellevoetsluis en op het moment is hij, naast jeugdvoorzitter, ook nog actief als trainer van de JO17-1.

CvdW: v.v. Hellevoetsluis – Wim Verheij Na een lange carrière als speler, heeft Verheij drie jaar geleden besloten om te stoppen met voetballen. Maar spijt van deze beslissing heeft hij zeker niet. Verheij: ‘’Uiteraard is zelf voetballen het leukste wat er is, maar ik haal meer dan genoeg voldoening uit het trainen en wat er allemaal op de club gebeurt.’’

Verheij gaf aan dat hij heeft besloten om te stoppen als speler, omdat het lastig werd dit te combineren met zijn werk en het trainerschap. ‘’Op een gegeven moment kon ik zelf niet meer blijven voetballen. Ik werk zelf namelijk in de continudiensten en daarnaast ging het elftal dat ik train, naarmate zij ouder werden, steeds later spelen.’’

Verheij heeft alle jeugdteams doorlopen bij Hellevoetsluis. In de senioren heeft hij 15 jaar lang in het eerste elftal van de club gespeeld. Na zijn avontuur in het eerste, besloten hij en enkele andere spelers om een nieuw team samen te stellen. Zodoende werd het derde elftal opgericht. ‘’Na enkele jaren werd dit elftal omgezet naar een veteranenelftal. De spelers bleven nagenoeg hetzelfde, aangezien iedere speler ouder dan 35 jaar was.’’

Betrokkenheid bij de jeugd
Verheij is al 8 jaar lang betrokken bij de jeugd. Zo traint hij ieder jaar nog steeds een jeugdelftal. Sinds twee jaar is hij daarnaast ook actief als jeugdvoorzitter. Zijn voorganger besloot ermee te stoppen, omdat hij meer wilde gaan reizen. Toen zijn voorganger had aangegeven te willen stoppen als jeugdvoorzitter, vroeg hij aan Verheij of hij het over wilde nemen. Persoonlijk vindt Verheij het (nog steeds) het leukste om op het veld te staan en de jeugd te trainen.

Zo’n 8 á 9 jaar geleden is Verheij begonnen bij de jeugdafdeling om zodoende de jeugd nieuw leven in te blazen. ‘’Samen met een x aantal speler (toenmalig eerste elftalspelers) zijn wij opnieuw ingestapt om de jeugd weer omhoog te brengen, want dat zat eigenlijk een beetje op een dood spoor. Nu heb ik zelf zoiets van: het is nu wel tijd om het over te nemen en te zorgen dat ik een goede groep mensen om mij heen heb. Het blijft namelijk altijd moeilijk om die personen te vinden.’’

Trainerschap
Op het moment is Verheij de trainer van de JO17-1 en hierdoor is hij regelmatig (even) niet aanwezig op de club. ‘’Als ik niet aanwezig ben, dan is er altijd wel iemand anders aanwezig om de mensen op te vangen. Dat is iets wat wij als jeugdbestuur aardig goed voor elkaar hebben. Iedere zaterdag zijn er genoeg mensen om in de ochtend van alles klaar te zetten. Wij hebben op dit moment niet te klagen over het aantal vrijwilligers die actief zijn bij Hellevoetsluis.’’

Verheij gaf aan dat Hellevoetsluis de normen en waarden hoog in het vaandel staan. ‘’In mijn ogen moeten wij dat dan ook naleven. Als er iemand een misstap begaat en die persoon heeft al een waarschuwing gehad, dan moet je ook afscheid van iemand kunnen nemen, vind ik. Je kan niet blijven waarschuwen, dan verlies je namelijk ook je geloofwaardigheid naar de andere spelers/ leden. Uiteraard blijft het wel lastig hoor, maar ik vind dat je je op een club gewoon moet gedragen en binnen de lijnen moet blijven.’’

‘’Net als iedere andere club, streven wij er ook naar dat er bepaalde oefeningen bij meerdere teams worden uitgevoerd en geoefend. Zo willen wij dat als je bijvoorbeeld naar de JO11-1 kijkt en vervolgens bij de JO11-4, dat je dan dezelfde oefening ziet, alleen misschien in een wat moeilijkere of juist wat makkelijkere vorm.’’

Verwachting aankomend weekend
Als Verheij de mogelijkheid heeft, dan gaat hij altijd bij het eerste elftal kijken. ‘’Ik weet dat CWO de laatste weken zeer goed bezig is en wij gaan altijd voor de overwinning, aangezien wij voor het kampioenschap spelen. Maar het zal een zware wedstrijd worden, denk ik.’’

”Hellevoetsluis is een team wat het moet hebben van teamspirit en willen werken voor elkaar. Wij zullen vol aan de bak moeten zaterdag. Wij hebben maar weinig wedstrijden makkelijk gewonnen, maar als je tot drie keer toe met 10 man een wedstrijd naar je toe weet te trekken, dan zit de teamprestatie en teamspirit wel goed.’’

‘’Naast onze wedstrijd staat dit weekend ook de wedstrijd tussen BVCB en Berkel op het programma. Bij een misstap van BVCB en een overwinning voor ons, dan kan je misschien leuke zaken doen.’’

Verheij hoopt uiteraard dat v.v. Hellevoetsluis wint komend weekend. ‘’Anders ben je geen Hellevoeter natuurlijk, maar het zal best zwaar worden denk ik.’’ Hij voorspelt een 2-1 overwinning voor Hellevoetsluis.

CvdW: v.v. Hellevoetsluis – Wim Verheij

 

CvdW: v.v. Hellevoetsluis – Edwin de Koning

Hoofdtrainer Edwin de Koning van v.v. Hellevoetsluis is met veel plezier bezig aan zijn achtste seizoen als hoofdtrainer bij het eerste elftal. De 50-jarige coach steekt niet alleen veel energie in de selectie, maar doet dit voor de gehele vereniging. ‘’Ik vind het leuk om als trainer het maximale uit de groep te halen, maar vind het ook leuk om binnen een vereniging structuur aan te brengen wat uiteindelijk resulteert in een bepaalde community.’’

De Koning begon zijn actieve voetbalcarrière bij Rhoon in het jongste jeugdelftal en werd op 12-jarige leeftijd gescout door Excelsior. Bij de profclub uit Rotterdam doorliep de Koning de gehele jeugdopleiding en schopte het zelfs tot het eerste. ‘’Toen ik bij het eerste kwam was Rob Jacobs mijn trainer en die zei dat ik een leuke keeper was maar dat ik het niet ging redden op het hoogste niveau. Ik speelde drie wedstrijden, maar heb uiteindelijk toch gekozen om mijn carrière maatschappelijk voort te zetten en weer lekker te gaan voetballen bij Rhoon.’’ Het grootste deel van zijn loopbaan speelde hij bij de club en werd, na verschillende functies te hebben gehad binnen de club, uiteindelijk hoofdtrainer.

Na tien jaar hoofdtrainerschap vertrok de Koning naar v.v. Hellevoetsluis, maar komt nog steeds erg graag bij de Rhoon. ‘’Ik ben erelid bij de club en de supporterszijde heet ook de King-side, vernoemd naar mij. Dat heb ik als afscheid gekregen, wat een mooi compliment is voor de energie die ik erin heb gestopt.’’ Dit jaar spelen Rhoon en Hellevoetsluis in dezelfde competitie en de Koning wist, op voor hem bekend terrein, te winnen met zijn ploeg. ‘’Dat we op de King-side hebben gewonnen dit jaar doet me natuurlijk wel erg goed en de trainer van Rhoon is ook nog eens een goede vriend van me, dat maakt het nog mooier.’’

Deze week is de Koning druk bezig op het jaarlijkse jeugdkamp van Hellevoetsluis. Dit typeert zijn passie en manier van werken. ‘’Ik ben verantwoordelijk voor het eerste en tweede, maar ben betrokken bij de gehele vereniging. Helpen bij het jeugdkamp, jeugdtrainingen geven en af en toe een wedstrijdje fluiten vind ik horen bij mijn taken als trainer. Daarmee is niet iedere hoofdtrainer het eens, maar ik vind dat wel. Daardoor ben ik niet de beste, maar wel de leukste trainer denk ik.’’

De Koning roemt de organisatie en sfeer van de club. ‘’Wat ik belangrijk vind bij een club aan te treffen is de menselijke kant. Hellevoet is een no-nonsense club. Wanneer we winnen is iedereen blij en wanneer we verliezen is men heel even teleurgesteld, maar daarna komt de menselijke kant gewoon weer terug. Iedereen kan hier zichzelf zijn en dat vind ik belangrijk.’’ Over het bestuur is de Koning ook lovend. ‘’ Waar het bestuur van andere verenigingen nog wel eens lastige situaties creëert voor een trainer, is dat bij Hellevoet niet het geval. Ons bestuur is erg realistisch en staan voor de trainer, spelers en club. Zij zorgen voor rust en stabiliteit en dat kenmerkt de club.’’

Momenteel is Hellevoetsluis nog volop in de race voor het kampioenschap. De achterstand op koploper BVCB is twee punten. De Koning: ‘’Wij hebben een geweldige eerste seizoenshelft gehad waarbij we vaak aan de goede kant van de streep stonden. Toen maakte we in blessuretijd een goal of ging de bal er via de binnenkant van de paal in. Nu zitten we in de fase dat we hem in de laatste minuut tegen krijgen of dat de bal via de paal de goal uit gaat. Dat zit even tegen. Aan de andere kant zijn we realistisch. Ik zeg niet dat het seizoen al geslaagd is met de behaalde periodetitel, maar dat is een mooie bijkomstigheid. We hebben 21 van de 23 weken bovenaan gestaan en dan ga je geloven in een kampioenschap. Daar gaan wij alles aan doen de resterende vier wedstrijden.

Komende zaterdag komt CWO op bezoek in Hellevoetsluis. Uit werd er verloren met 1-0 en zo heeft de ploeg wat goed te maken. De Koning heeft de ploeg vorige week geanalyseerd toen ze tegen Rhoon speelde. ‘’Het is een goede, stugge ploeg die goed staan. Daar gaan wij het heel moeilijk tegen krijgen. Als wij kampioen willen worden zijn dit wel de wedstrijden waarin je drie punten moet pakken. Met minder kunnen we geen genoegen nemen en haak je af voor het kampioenschap.’’ De hoofdcoach verwacht én wil graag met 2-0 winnen. ‘’Op iedere andere manier 3 punten bijschrijven is ook prima, al wordt het 7-6 in ons voordeel. We gaan er alles aan doen om te winnen.’’

 

Unitas’30 en meisjesvoetbal: een goede combinatie.

Het meisjesvoetbal zit in de lift bij Unitas’30. De voetbalgigant uit Etten-Leur met ongeveer 1.600 leden blijkt een magneet voor jongedames uit de regio die allemaal op hun eigen niveau een balletje kunnen trappen. Bij de vereniging pakken ze het opleiden van talentvolle speelsters serieus aan, maar dit moet niet ten koste gaan van het voetbalplezier.

Een donderdag in Etten-Leur. Op deze frisse doordeweekse avond is er buiten weinig te beleven in de West-Brabantse plaats, totdat de felle lichtmasten van sportpark De Lage Banken opdoemen. Hier aan de Concordialaan is het een drukte van belang, want op de vijf velden wemelt het van de teams. Veel jonge knaapjes in geel-zwarte trainingspakken werken zich in het zweet op de kunstgrasvelden, maar het zijn niet alleen maar jongensteams die fanatiek staan te trainen.

Een groepje gedreven jongedames werkt namelijk een aantal pittige sprintoefeningen af, tot grote tevredenheid van de toekijkende Marcel de Bruijn en Richard Rockx. “Ze worden conditioneel flink onder handen genomen. Niet altijd even leuk, maar dat onderdeel hoort ook bij het voetbal als je beter wilt worden”, zegt De Bruijn.

Gelukkig voor Unitas’30 zijn er voldoende meisjes die lid worden bij de grootste club van Etten-Leur, om inderdaad een betere voetbalster te worden. “We hebben ongeveer 160 voetballende meisjes en dames bij Unitas’30”, vertelt De Bruijn even later in de hypermoderne kantine van de club. Als jeugdcoördinator werkt hij samen met onder meer Richard Rockx aan de professionalisering van de meisjes- en damestak bij Unitas’30.

De club schreef dit seizoen elf meisjesteams en twee damesteams in voor de competitie en is daar erg content mee. “Op het gebied van meisjesvoetbal zijn we veruit de grootste club in de omgeving en dat is erg leuk”, aldus De Bruijn. “Niet alleen meisjes uit Etten-Leur, maar vanuit andere dorpen krijgen we aanmeldingen van jongedames. Dat wil zeggen dat we hier goed bezig zijn met zijn allen. Dat is een compliment voor al onze vrijwilligers die zich inzetten voor deze tak binnen de club.”

Dat zijn er een hoop. Sinds het seizoen 2016-2017 besloot men bij Unitas’30 de schouders te zetten onder de professionalisering van het meisjes- en damesvoetbal. “Met ons eerste vrouwenteam willen we zo hoog mogelijk gaan spelen. Ook hopen we dat onze selectieteams bij de meisjes allemaal op een goed niveau gaan uitkomen”, vertelt Rockx over de ambitieuze plannen. De jeugdcoördinator prijst zich gelukkig met het feit dat Unitas’30 een behoorlijke vijver van talenten heeft om uit te vissen.

“Veel kleine clubs moeten meiden van allerlei verschillende leeftijden bij elkaar in het team zetten om aan genoeg speelsters te komen, maar daar is hier geen sprake van. Iedereen speelt hier zo veel mogelijk met meisjes van dezelfde leeftijd en dat vinden de speelsters fijn. Wat we wel van plan zijn: meisjes vaker laten meespelen bij jongensteams. Dit is namelijk erg goed voor hun ontwikkeling als voetbalster.”

Net als veel verenigingen kreeg het meisjesvoetbal bij Unitas’30 een flinke boost door de goede prestaties van de Oranje Leeuwinnen. Rockx en De Bruijn zijn beiden vaders van voetballende dochters (bij Unitas’30) en maakten van dichtbij mee hoe de sport bij meisjes steeds populairder is geworden. “Vooral de jongste meisjes gaan tegenwoordig eerder voetballen, dat merken we aan onze ledenaantallen per leeftijdscategorie”, zegt Rockx. “Vroeger gingen veel meisjes eerst sporten als hockey of turnen uitproberen, om later alsnog te switchen naar voetbal. Nu is dat anders en dat is positief. Hoe eerder meisjes gaan voetballen, hoe sneller ze zich ontwikkelen.”

Unitas’30 biedt elk team de gelegenheid om tweemaal in de week te trainen en dus staan de meisjes van de club als er een wedstrijd is vaak driemaal in de week op de velden van sportpark De Lage Banken. Aangestuurd door gediplomeerde trainers worden zij gemotiveerd om het beste uit zichzelf naar boven te halen. Maar dit mag volgens De Bruijn niet ten koste gaan van het spelplezier. “We zijn ambitieus, maar meisjes die puur voor het plezier spelen, zijn voor ons net zo belangrijk. We willen graag dat alle meisjes en dames het naar hun zin hebben bij Unitas’30, dan zijn wij als organisatie ook tevreden.”

 

 

Veteranenvoetbal springlevend bij IFC.

Dat het voetballeven niet ophoudt bij 40 jaar, wordt wekelijks bewezen door de vele duizenden veteranen die de Nederlandse voetbalvelden op zaterdagmiddag en zondagochtend onveilig maken. Dat het voetballeven na de veertig zelfs veel leuker kan zijn dan ervoor is minder bekend, maar wie de dwaze oude kerels van IFC’s zondag 10 (ook wel bekend als ‘jongens onder 60’) een tijdje volgt, kan toch moeilijk tot een andere conclusie komen.

H-I-AMBACHT – Met hun knalroze shirts zijn ze een opvallende verschijning op de voetbalvelden van Rotterdam en omgeving, de mannen van IFC 10. Leider Gerard Stolk, ook wel bekend als ‘De Generaal’ of ‘De Man met de Pet’ vertelt wat graag over ‘zijn’ jongens.

Hoe kom je aan die pet?
Gerard Stolk: ,,Daar is de ‘Anti-Loop’ in ons eerste jaar een keer mee aan komen zetten. Zijn vrouw had hem ergens op een rommelmarkt gekocht en had het Zondag 10-logo erop geplakt. Het schijnt een oude brandweercommandantspet uit Duitsland te zijn. Vanaf de eerste keer dat ik hem op heb, krijg ik er zoveel commentaar op dat de pet niet meer is weg te denken. Ik ben hem wel eens vergeten mee te nemen naar een uitwedstrijd en toen vroegen zelfs de tegenstanders waar mijn pet was.’’

Vanwaar die roze shirts, IFC speelt toch in het rood/zwart?
Gerard Stolk: ,,Klopt, maar toen onze oude shirts aan vervanging toe waren, speelden we in een competitie waarin meer dan de helft van de tegenstanders ook een rood shirt hadden. We moesten dus bijna elke thuiswedstrijd reserveshirts aan, en dat waren we op een gegeven moment knap zat. Daarom hebben we gekozen voor een shirt dat niemand heeft, en hoeven we nooit meer reserveshirts aan. Overigens komen de IFC-kleuren terug in een rood-zwarte diagonale baan, dus helemaal afwijkend zijn we niet. Het mooie is dat onze resultaten sinds we deze shirts hebben sterk verbeterd zijn.’’

Vertel eens over jullie resultaten
Gerard Stolk: ,,Nou, in de eerste jaren verloren we alles, en waren we al blij als het aantal tegendoelpunten onder de 100 bleef. Gelukkig heeft de sfeer er nooit onder geleden, want die is altijd top geweest en is dat nog steeds. Na de wedstrijd muziek en een biertje in de kleedkamer en elkaar flink plagen met de gemiste kansen en de onnodige tegendoelpunten, want dat kan tussen vrienden.

In de loop der jaren zijn er mindere voetballers afgevallen en betere en vooral jongere ingestroomd, zoals Verlosser, Abe, Blonde Pijl, Mels, Bunzing, John Beton en Engel. Daardoor eindigden we elk jaar weer een plekje hoger. De laatste twee jaar is die instroom met Patigol, Hapsnurker, Sheriff en Kikker nog versterkt, waardoor we tot onze eigen verbazing dit jaar ineens bovenaan staan. Dat hadden we zeven 7 jaar geleden niet kunnen bedenken.

En wat zijn jullie ambities?
Gerard Stolk: ,,Er is eigenlijk maar één echte ambitie: het moet vooral leuk blijven! Maar nu we op tweederde van de competitie bovenaan staan, willen we natuurlijk ook kampioen worden. Dat kun je wel begrijpen. Eerlijk gezegd verheug ik me nu al op het feest dat dan zal losbarsten. Hoe het dan volgend jaar gaat, in een hogere klasse, zien we dan wel weer.’’

 

 

HSSC’61-sterkhouders slaan vleugels uit.

De successen van HSSC’61 dit seizoen in het district West I en de individuele ontwikkeling van verschillende spelers blijft ook niet onopgemerkt bij andere verenigingen in de regio. Inmiddels is duidelijk dat drie sterkhouders de club uit Hei- en Boeicop zullen verlaten: Floris Kool, Arwin van Soest en Mark Steenbeek zullen na de zomervakantie niet meer in het oranje-zwarte tenue.

HEI- EN BOEICOP – Het is de schaduwzijde van het succes die HSSC’61 treft. De sterke prestaties ‘in den vreemde’, in het district West I, blijven niet onopgemerkt door andere verenigingen en dat betekent dat de spelers van de club uit Hei- en Boeicop met veel interesse worden bekeken. En dat leidt derhalve ook tot een vertrek van sommige basiswaarden naar elders, zo is momenteel al duidelijk geworden.

De status van Floris Kool in de regio is al enige tijd bekend. Scherpschutter, goaltjesdief, neusje voor het vijandelijke doel: Kool heeft zijn status waargemaakt en dat maakt hem buitengewoon interessant als speler. Het komend seizoen maakt Kool de overstap naar Heukelum, een stapje hogerop voor de doelpuntemachine die mag bewijzen dat hij ook in een andere omgeving makkelijk het net kan vinden.

Ook Arwin van Soest heeft de knoop eerder dit seizoen doorgehakt: zijn voetbaltoekomst ligt het komend seizoen in glasstad Leerdam, waar LRC Leerdam de club wordt waar hij zich zal gaan manifesteren. Aanvankelijk leek het er nog op dat aanvallende middenvelder Van Soest op Het Plein zou blijven, maar toch besloot hij de sprong te wagen.

Een derde sterkhouder keert terug naar de club waar hij al eens voor speelde. Mark Steenbeek (foto), de voetballer met de uitstraling van een onverschrokken Viking, keert terug naar Leerdam Sport’55, de club die hij verliet om bij HSSC’61 te gaan spelen. Steenbeek leek aanvankelijk te gaan stoppen vanwege zijn werkzaamheden, maar heeft er toch voor gekozen om zijn carrière voort te zetten bij Leerdam Sport’55 dat ambities heeft om weer omhoog te klauteren.

Het vertrek van de drie sterkhouders heeft in elk geval consequenties. Want waar HSSSC’61 ook zal spelen komend seizoen, het vervangen van het belangrijke trio zal tijd vergen voor trainer Gerrit Molenaar.

 

Ulrich Landvreugd: ‘Nu ga ik als trainer voor het hoogst haalbare’

© Tekst: Thijs Tomassen

De verrassing was groot toen Ulrich Landvreugd dit seizoen als hoofdtrainer bij VV Hooglanderveen aan de slag ging. Een Amsterdammer met jarenlange ervaring op hoger niveau, oud-profvoetballer bovendien, hoe kon hij op het Willem Tomassen Sportcomplex verzeild raken? Voor de oefenmeester zelf ook even wennen, maar hij vond al snel zijn draai. Een periodetitel in de tweede klasse lonkt.

Na een moeizame start met een reeks nederlagen heeft VV Hooglanderveen de weg omhoog gevonden. Wat heet: wint of speelt de ploeg van Landvreugd 29 april uit bij SV Nieuw Utrecht gelijk, dan is een periodetitel een feit en gaan de geelblauwen in de nacompetitie meedingen naar een plek in de eerste klasse. ,,We zitten in een goede flow”, constateert Landvreugd. ,,Het maakt de competitie leuk, we hebben nog iets moois om voor te spelen.”

De afgelopen twee seizoenen was je hoofdtrainer bij Eemdijk, een hoofdklasser. Dit seizoen sta je aan het roer bij Hooglanderveen, dat twee niveaus lager acteert. Waarom die verrassende move? ,,Voor mijzelf was het ook wel verrassend. Ik had het goed gedaan bij Eemdijk, er gingen deuren open op hoger niveau. Bij veel clubs zat ik bij de laatste twee, maar werd ik het uiteindelijk niet. Ik wilde nog niet terug naar het Amsterdamse, voelde me goed in deze contreien. De beleving spreekt me hier meer aan. De organisatie, de vrijwilligers, de accommodaties: het is allemaal wat stabieler. Mustafa Aksit, mijn assistent bij Eemdijk, wees me op Hooglanderveen. Ik ben op gevoel hiernaartoe gegaan.”

Hoe bevalt het je bij deze club?
,,De mensen hier geven je het gevoel dat je thuis bent. Een warm gevoel. En als ik met het team ben, dan ervaar ik de homogeniteit. Het is echt een collectief, dat is een superkracht van ons team en dat geeft me heel veel plezier.”

Je trainersloopbaan voerde je eerder al langs Voorland, De Dijk, SVW ’27, Blauw-Wit en ineens lonkte het avontuur bij Barnet in Engeland.
,,Ik werkte pas drie maanden bij Blauw-Wit toen die kans voorbijkwam. Ik belde nog regelmatig met Edgar (Davids) en hij wist hoe ik trainde. Dat vond ie wel wat. Dus toen hem die job in Londen werd aangeboden maar hij de vereiste diploma’s niet had, vroeg hij me mee. Daar hoefde ik geen twee keer over na te denken. Voor hem was het leuk, voor mij prachtig. Ik heb twee jaar fulltime bij Barnet gewerkt, een heel mooie ervaring.”

Na dit seizoen vertrek je naar AFC, terug naar je cluppie. Een wens die uitkomt?
,,Ja, dat is mijn persoonlijke ontwikkeling. Als profvoetballer kon ik vanwege problemen aan mijn knie niet voor het hoogst haalbare gaan, maar als trainer kan ik dat nu wel doen. Ik mag dat doen bij de club waar ik jarenlang heb rondgelopen. Ik heb veel vrienden en kennissen daar. En het is een supergrote stap vooruit, al is het afwachten of het de tweede of derde divisie wordt.”

Nu nog goed afscheid nemen van Hooglanderveen.
,,Zeker, een periode zou heel mooi zijn! Soms zeggen mensen in Amsterdam weleens tegen me: huh, Hooglanderveen, waar ligt dat dan? Maar ik zeg met alle plezier dat ik hier werk. Het niveau is anders dan ik gewend ben, maar mij gaat het om de ontwikkeling. Als de jongens aan het einde van het seizoen zeggen: ik heb wat van Uli kunnen leren, dan ben ik happy.”

 

 

CvdW: v.v. Hellevoetsluis – Edwin Boogaard

Deze editie is v.v. Hellevoetsluis de Club van de Week en het VoetbalJournaal heeft gesproken met Edwin Boogaard over zijn rol binnen de club, zijn betrokkenheid en de wedstrijd van aankomend weekend. Edwin Boogaard (50) is op het moment actief als voorzitter en houdt hij zich ook bezig met PR & Communicatie en de sponsorzaken bij v.v. Hellevoetsluis. Boogaard is geboren en getogen in Rotterdam en raakte betrokken bij Hellevoetsluis toen hij 28 jaar oud was.
CvdW: v.v. Hellevoetsluis - Edwin Boogaard
Boogaard begon zijn voetbalcarrière bij DRL toen hij acht jaar oud was. Op zijn veertiende maakte hij de overstap naar Excelsior, waar hij zeven jaar lang actief was en nog deel uitmaakte van de A-selectie onder Rob Jacobs. Hierna ging hij naar Barendrecht, maar besloot na één seizoen, vanwege onenigheid met de toenmalige hoofdtrainer, weer terug te keren naar zijn jeugdliefde DRL. Bij DRL is hij nog vijf jaar actief geweest als speler. Na deze periode raakte Boogaard als speler zijnde betrokken bij Hellevoetsluis.

Spelerscarrière bij v.v. Hellevoetsluis
Boogaard: ‘’Ik heb als speler hier nog acht jaar in het eerste elftal op zondag en drie jaar in het eerste elftal op zaterdag gespeeld. In de loop der tijd ben ik toen ook begonnen als bestuurslid Sponsorzaken voor de club.’’ Boogaard was al eerder benaderd om voorzitter te worden, maar daarvoor voetbalde hij nog te graag. Toen hij 39 jaar oud was, werd er nog een keer aan Boogaard gevraagd of hij voorzitter wilde worden. ‘’Toen was de tijd wel rijp om wat minder actief te zijn binnen de lijnen en juist wat actiever buiten de lijnen te zijn.’’

Op het moment is Edwin Boogaard al bezig aan zijn elfde seizoen als voorzitter. ‘’Toen ik voorzitter werd, was ik nog relatief jong. In de meeste gevallen zijn voorzitters toch wat ouder als ze aangesteld worden en hebben zij, over het algemeen, wat meer vrije tijd. Maar het leek mij toen ook wel leuk om te doen. En zo denk ik er vandaag nog steeds over.’’

PR & Communicatie
Naast zijn functie als voorzitter, is Boogaard ook (nog) verantwoordelijk voor PR & Communicatie en de sponsorzaken. ‘’Ik heb qua werk altijd in de commerciële hoek gezeten en toenmalige voorzitter Ton Lammers heeft mij, toen ik net bij Hellevoetsluis zat, benaderd om iets in die richting te gaan doen. De eerste actie was om een presentatiegids uit te gaan geven en dat was de basis om nieuwe sponsoren te benaderen.’’

Visie voor de club
Toen Boogaard begon als voorzitter, was de visie die hij en de rest van het bestuur voor ogen hadden voor de club als volgt: ‘’Enthousiaste en betrokken mensen om je heen verzamelen, omdat je het als voorzitter natuurlijk niet allemaal alleen kan. Daar zijn wij behoorlijk goed in geslaagd.’’

” Toen ik begon als voorzitter, had v.v. Hellevoetsluis een beetje een negatieve naam. Dit wilden wij omzetten in een positieve uitstraling naar buiten toe. Verder wilden wij met het eerste elftal op een bepaalde niveau gaan voetballen en daarnaast ook het ledenaantal op een bepaald niveau te brengen.’’

Edwin Boogaard geeft aan dat, in zijn ogen, de bovenstaande visies voor de club zijn behaald en bij het behalen van de ene visie, ontstaat er weer een nieuwe. Zodoende zijn de nieuwe visies voor de club uit Hellevoetsluis als volgt: ‘’Op sportief gebied willen wij de kwaliteit van de trainingen en het niveau van de jeugd verbeteren. Om dit te bewerkstelligen hebben wij een hoofd-jeugdopleiding aangesteld. De achterliggende gedachte is uiteraard om de doorstroming naar het eerste elftal te verbeteren. Wij streven er als club namelijk naar om een herkenbaar en leuk eerste elftal te hebben, die een stabiele tweedeklasser zal moeten worden met af en toe een uitstapje naar de eerste klasse.’’

Buiten de lijnen zit Hellevoetsluis, door de toename van het ledenaantal, met het probleem dat er een tekort is aan kleedkamers en velden. ‘’Wij zijn nu bezig om nieuwe kleedkamers te gaan bouwen in combinatie met een nieuwe tribune.’’

‘’Daarnaast staat op korte termijn het 100-jarig bestaan op het programma, wat wij volgend jaar mee mogen maken en uiteraard ook gaan vieren.’’

Verwachting komend weekend
De voorzitter, die in het dagelijks leven Sales Manager is bij een aanbieder van Loyaliteitsprogramma’s, is zowel uit als thuis altijd aanwezig. Zo ook zaterdag a.s., wanneer de Hellevoeters hopen te winnen van het Vlaardingse CWO. Dit zal niet makkelijk gaan, want wij hebben dit seizoen nog geen wedstrijd fluitend gewonnen. Ook heeft CWO de punten hard nodig. CWO wist twee weken geleden nog te winnen van koploper BVCB en brachten zij ons de eerste nederlaag van het seizoen toe.

Het zal geen makkelijke opgave worden, maar om in de race voor de titel te blijven is winst wel noodzakelijk.

Edwin Boogaard hoopt uiteraard op een overwinning en voorspelt een eindstand van 3-2 in het voordeel van v.v. Hellevoetsluis.

CvdW: v.v. Hellevoetsluis – Edwin Boogaard

 

‘Bij Sv TEC is de toekomstvisie bijgesteld’

Sv TEC is de kleinste club uit de tweede divisie. Logischerwijs schenkt het bestuur daarom vooral veel tijd in het reilen en zeilen van het vlaggenschip van de Tielse club. Maar volgens Wim de Bie zet de club tegenwoordig ook in op het opleiden van jeugdspelers. “We werken hard om onze jeugdafdeling zowel kwantitatief als kwalitatief te verbeteren.”

TIEL – De stap van de derde klasse naar de Tweede Divisie is groot. Levensgroot zelfs. Sv TEC flikte het om in een periode van acht jaar op te klimmen van een bescheiden amateurniveau naar de derde competitie van Nederland. De ontwikkeling van het eerste team ging erg snel. Hoe meer successen de Tielse formatie aaneenreeg, hoe meer er geregeld moest worden buiten de lijnen. “De goede prestaties hebben bestuursleden en andere vrijwilligers enorm veel tijd gekost”, legt Wim de Bie uit.

Volgens de voorzitter van de technische commissie zijn er allerlei regeltjes waaraan je als tweededivisionist moet voldoen. “Er is een lijst met richtlijnen opgesteld door de KNVB waar je aan moet voldoen om in het bezit te komen en blijven van de licentie die nodig is om op in de Tweede Divisie te kunnen voetballen. Je moet bijvoorbeeld bij elke duel beveiligers hebben, de velden en verlichting moeten aan voorwaarden voldoen, trainers moeten in het bezit zijn van diploma’s.”

Door alle inspanningen rondom het vlaggenschip sneeuwde de jeugdafdeling van TEC een beetje onder, maar bij de club is men volop bezig om deze opgelopen achterstand weg te werken. De rode draad binnen de club is nu dat de werkwijze van het eerste elftal door getrokken wordt naar de kleinste jeugd. Er is een jeugdplan en technisch beleidsplan opgesteld waaraan moet worden gewerkt door alle betrokkenen binnen onze club. Hoofdtrainer Frits van der Berk geeft als Hoofd jeugdopleidingen sturing en leiding aan onze jeugdafdeling. Hij wordt hierin bijgestaan door Hans Schrijner die de technische kant van de opleiding sturing geeft.

“We hebben allemaal echte clubmensen bij elkaar geroepen en zetten onze schouders eronder”, zegt De Bie. “De club heeft nu twaalf jeugdteams, toen we begonnen met deze missie waren dat er slechts vijf. We zijn bezig met een inhaalslag en geven binnen de club op korte termijn opleidingen aan trainers. Wij willen met alle ingrepen de kwaliteiten van het individu en het totale team vermogen verbeteren om binnen drie jaar weer aansluiting te hebben bij het niveau waar van wij denken dat het bij ons past.”

TEC moet volgens De Bie weer de club worden waar mensen hun kinderen graag brengen voor het voetbal. “We werken met een systeem dat Talento heet waarmee we van de spelers/speelsters allerlei voetbal informatie op kunnen slaan zodat zij in de toekomst beter kunnen presteren. Winnen mag maar is geen must, opleiden en verbeteren van kwaliteit staat voor op binnen s.v. TEC.”

De technische commissie van TEC bestaat uit clubmensen met een mooi verleden bij de vereniging. Wim de Bie speelde zelf twaalf jaar in het eerste team. Als centrale verdediger debuteerde hij als 14,5 jarig ventje in het vlaggenschip en nog altijd is hij de allerjongste debutant in het oranje shirt.

Op zijn 27ste stopte De Bie na een beenbreuk en sindsdien was hij vele jaren actief als trainer in de regio, waaronder ook van ‘zijn’ TEC. Inmiddels is hij tevreden met zijn rol in de technische commissie. “Met ons eerste team willen we graag in de Tweede Divisie blijven spelen, maar de focus kan nu alles geregeld is voor het eerste elftal worden verlegd naar onze jeugd, want die vormt uiteindelijk toch de toekomst van de club.”

 

Afgeschreven Yordi van Beek voelt zich als herboren bij RKVV Westlandia 2.

Hij was door velen al afgeschreven, maar in het tweede zaterdagelftal van RKVV Westlandia vond Yordi van Beek (25) zichzelf als voetballer terug. Mede dankzij de opwindende rentree van de import-Naaldwijker vonden de Westlandianen weer de weg naar boven in de eerste klasse A.

Voetballers snakken vaak naar de winterstop, maar dat gold niet voor Van Beek. “Ik zat er net lekker in”, lacht de in Purmerend opgegroeide aanvaller. Eind november pakte Van Beek zijn kans in de uitwedstrijd tegen CSW. Trainer Theo Verbeek had uit onvrede over het aantal gecreëerde kansen in de wedstrijden daarvoor zijn complete voorhoede gewijzigd. Eén van de doorgevoerde veranderingen was een basisplaats voor Van Beek, die het seizoen in het tweede elftal was begonnen.

Van Beek pakte zijn kans. Hij scoorde twee keer en was bij twee andere treffers – RKVV Westlandia won met 5-1 -betrokken. “Dat was wel een lekkere binnenkomer”, zegt Van Beek over die indrukwekkende comeback. “Op dat moment had ik echter nog niet het idee ‘zo die basisplaats heb ik’. Zoveel krediet had ik daarvoor ook weer niet opgebouwd bij de trainer.”

Aan zelfkritiek ontbreekt het bij Van Beek niet. Dat hij door velen binnen Westlandia was afgeschreven lag toch echt aan hemzelf, weet hij nu. “Ik heb er vorig seizoen best met de pet naar gegooid”, analyseert hij zijn eigen optreden. “En natuurlijk lag het op dat moment niet aan mezelf, maar aan anderen. Het is voetballer eigen om anderen te schulden te geven. Achteraf ben ik toch echt zelf verantwoordelijk geweest voor mijn daden. Ik was niet honderd procent fit en ging er ook nog eens een cursus voor mijn werk bij doen, waardoor ik maar één keer trainde.”

Hij stelt dat hij misschien wel voetbalmoe is geweest. “Ik ben al van jongs af aan op zeer intensieve wijze bezig met voetbal. In mijn C- en B-jaren trainde ik bij AZ zes, zeven keer per week. Je weet hoe het op een gegeven moment gaat: het draait wat minder, je hebt er daardoor minder plezier in, je laat eens een traininkje schieten. Je zit in een vicieuze cirkel waar het lastig uit komen is. Je wilt het liefst iedereen de schuld geven, maar de schuldvraag moet je echt bij jezelf zoeken.”

In het tweede elftal, onder trainer Roy Wasmus, vond hij zichzelf terug als voetballer. “Ik werd fitter, het voetbal ging weer beter en daardoor kreeg ik ook het plezier terug.”

Hij maakte ook indruk als spits én aanspeelpunt. In die hoedanigheid gebruikt Theo Verbeek Van Beek, die zichzelf als voetballer als ‘herboren’ beschouwt, ook. “Ik heb eigenlijk altijd gespeeld als rechts- of linksbuiten, maar dit bevalt me prima zo. Ik ben niet heel groot, maar ik ben wel iemand die goed de bal bij me kan houden. Zo’n spits had het team blijkbaar nodig, want aanvallend loopt het veel beter dan in het begin van de competitie.”

Na zijn spetterende rentree tegen CSW haalde Van Beek ook ‘dikke’ voldoendes’ in de wedstrijden tegen Vitesse Delft en Zwaluwen’30. Tegen Zwaluwen maakte hij al na twee minuten zijn eerste goal om na een half uur zijn tweede treffer aan te tekenen. “Je begrijpt dat ik niet echt zat te wachten op de winterstop”, reageert Van Beek. “Ik zat in een flow, ik had graag nog even doorgegaan.”

Hij hoopt nu in de tweede competitiehelft de lijn door te trekken. Hij kent zijn verantwoordelijkheid als spits. “Het is leuk als uit de statistieken blijkt dat je veel assists hebt gegeven, maar uiteindelijk kijken de mensen als je spits bent wel naar het aantal doelpunten.”

 

 

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.