Home Blog Pagina 1377

Mark Vosselman moet zorgen voor rust en routine

0

Vanwege het aanstaande vertrek van routiniers Eelco de Lange, Ronald Vrolijk en Diejego Biekman was Oranje Wit op zoek naar een ervaren verdediger. Die is gevonden in de persoon van Mark Vosselman, een 28-jarige verdediger uit Dordrecht met een mooie staat van dienst in het amateurvoetbal. De linksbenige centrumverdediger wordt komende zomer herenigd met trainer Pippy Pruymboom, die Vosselman in de jeugd van FC Dordrecht al onder zijn hoede had. ,,Vroeg of laat zouden we nog wel eens gaan samenwerken. We hebben altijd goed contact gehouden.”

DORDRECHT – Vosselman heeft op zijn 28ste al een mooi rijtje clubs achter zijn naam staan. Hij begon met voetballen bij EBOH en werd op zijn twaalfde gescout door FC Dordrecht, waar hij tot zijn twintigste speelde. ,,In de zomer van 2008 leek ik onder trainer Gert Kruys mijn kans te gaan krijgen in het eerste van FC Dordrecht toen Johan Versluis op het punt stond om naar Georgië te vertrekken, maar die transfer ging vanwege de oorlog in Zuid-Ossetië toch niet door. Verder dan een officiële wedstrijd in de KNVB-beker ben ik nooit gekomen, maar ik kijk met trots en plezier terug op die tijd.”

Daarna speelde Vosselman een halfjaar in België en nog een halfjaar op de zondag  bij EBOH, waarmee hij net niet promoveerde naar de eerste klasse. Daarna volgden een seizoen bij Papendrecht (hoofdklasse zondag), een jaar RVVH (hoofdklasse zaterdag), drie seizoenen LRC (eerste klasse) en nu drie seizoenen bij SHO (eerste klasse). ,,Ik ben bij de senioren helaas nog nooit kampioen geworden, maar heb wel altijd voor het kampioenschap gestreden.

Trainer Pippy Pruymboom en zijn assistent Frank Wierks zijn verheugd met de komst van Vosselman. ,,Vroeger was ik altijd de clown van het team, maar ik ben ook rustiger geworden. Bij SHO ben ik geregeld aanvoerder, dus ik heb me op dat vlak zeker ontwikkeld. Ik voel me nog geen routinier, maar loop inmiddels natuurlijk al wel een tijdje mee.” De laatste jaren speelde Vosselman vaak tegen teams van Pippy Pruymboom, zijn oude coach in de B1 van FC Dordrecht.

Vosselman kent ook al wat toekomstige teamgenoten. ,,Met Nicky de Jong, waar ik in de F1 van EBOH al mee samenspeelde, en Christiaan Perrier heb ik een goede band. Christiaan is een slimme spits waar ik altijd graag tegen spel. Hij zorgt overal voor leven in de brouwerij, daar hou ik wel van. Het amateurvoetbal is me soms iets te serieus,” zegt Vosselman. ,,Ik heb de laatste jaren veel tegen Oranje Wit gespeeld, dus ik weet dat het een ploeg is met veel kwaliteit en drang naar voren. Ik had ook opties om bij clubs in de derde divisie te gaan spelen, maar dat zag ik niet zitten. Ik ben onlangs verhuisd naar Breda, waar mijn vriendin vandaan komt en waar ik drie jaar gestudeerd heb. Bovendien heb ik het als zelfstandig ondernemer ook druk met mijn bedrijf VOS Vastgoed & Facility. Ik werk twee dagen per week vanuit Arnhem en drie dagen in de week in Dordrecht, dus dan kan ik direct door richting de training. Ik heb altijd gezegd dat ik nog terugkeer bij EBOH en dat gaat ook wel gebeuren, maar ik heb daar geen haast mee. Eerst hopelijk nog een paar mooie jaren op hoog niveau bij Oranje Wit.”

CvdW: WSV Well – Johnny van der Have

Johnny van der Have (62) is momenteel leider van het eerste elftal van WSV Well, de club waar hij vroeger altijd gevoetbald heeft. Na een kort vertrek naar v.v. Roda Boys is hij weer teruggekomen bij Well, waar hij vervolgens 20 jaar grensrechter is geweest van het eerste elftal. ‘’Ik ben er mee gestopt omdat het fysiek moeilijk voor mij was, ik kon het gewoonweg niet meer bij benen’’, vertelde hij.

Hij kon het eerste elftal niet achter zich laten, en besloot twee jaar mee te gaan als supporter van het elftal, en dat werd niet onopgemerkt gebleven. Hij werd namelijk verkozen tot supporter van het jaar van WSV Well, die toen werd gekozen door de selectiespelers. Vervolgens stopte vorig jaar de toenmalige leider Gerrit van Lopik en kwam WSV Well uit bij Johnny van der Have.

Johnny heeft tot zijn 30e gevoetbald bij Well, waar hij ook geboren is. Hij speelde in het tweede elftal van WSV Well, maar mocht af en toe mee als wisselspeler van het eerste elftal. In de tijd bij Well heeft hij ook nog zo’n negen jaar de jeugdelftallen getraind.  Na zijn 30e is hij naar Roda Boys vertrokken, maar hij keerde snel weer terug bij WSV Well, want hij merkte dat Well zijn club was.

Hij is teruggekomen bij Well door de toenmalige grensrechter van het eerste elftal. Hij vroeg aan Johnny: ‘’ Is het niet iets voor jou om hier te gaan vlaggen’’. In eerste instantie dacht hij, dat het niks voor hem was, hij had namelijk al jaren niet meer gevoetbald en dus totaal geen conditie om dit bij een eerste elftal te doen. Maar hij heeft het toch achttien of negentien jaar volgehouden, wat weinig mensen hem nadoen. ‘’Kijk alleen al naar de laatste paar jaar, we beginnen nu al aan onze zesde grensrechter’’ zegt hij.

Hij wil het leiden van het eerste elftal nog zo lang mogelijk blijven doen. ‘’Al komt er natuurlijk wel een tijd dat ik moet stoppen, als ik dadelijk 70 ben, dan denk ik niet meer dat ik dit aan het doen ben’’, vertelde hij ‘lachend’. Als het binnenkort of over een paar jaar niet meer gaat, dan gaat hij sowieso nog mee als supporter, dat blijf ik altijd.

De derby’s die Well speelt zijn het leukst voor iedereen. Bij de wedstrijden tegen bijvoorbeeld v.v. Kerkwijk, v.v. Zuilichem en v.v. Brakel is er altijd na de wedstrijd een feest, die natuurlijk het leukst zijn als je ze winnend afsluit.

Het afgelopen seizoen verliep niet vlekkeloos, zo had WSV Well last van veel blessures, een iets te kleine selectie en hadden ze een langdurige schorsing van hun spits Danny Keijnemans. Als het seizoen goed verloopt, zonder rare dingen, hoopt Johnny, dat Well volgend seizoen rond plek vijf eindigt. Misschien kan Well met een beetje geluk een periodetitel pakken. ‘’Daar gaan we in ieder geval alles aan doen’’, sluit hij mee af.

Tuns toch een blijvertje op De Roef

Bij Sleeuwijk is de rust volledig terug. In het najaar van 2017 nam de ervaren Pieter Tuns de regie over van Edward Sijahailatua. De inwoner van Best inventariseerde en taxeerde de situatie en ging niet over één nacht ijs.

SLEEUWIJK – Tuns kreeg wel meteen een goed gevoel bij zijn nieuwe club. ,,Ik voelde dat bij Sleeuwijk alles tot in detail is geregeld. Wij moesten hard gaan werken en punten gaan halen.” Drie maanden later kreeg Sleeuwijk, dat graag met de geroutineerde Tuns door wilde, van hem groen licht. Tuns wordt een blijvertje op De Roef.

Pieter Tuns (1954) kan het veldwerk dus nog niet missen. ,,Maar twijfel was er wel nadat ik eind oktober 2017 aan deze klus begon. Ik was in de eerste zes weken ronduit ontevreden over de trainingsopkomst van de eerste elftalspelers. Ik heb dat de voorzitter na de laatste wedstrijd in december verteld. Hij heeft dat opgenomen in zijn nieuwjaarstoespraak. Ik heb dat tijdens de eerste training in januari ook aan mijn spelers meegedeeld. Het hing van hen af of ik aan de wens van het bestuur ging voldoen om hier nog een jaar te blijven. Ik voelde er niets voor om voor negen man vanuit Best vijftig minuten naar Sleeuwijk te rijden.”

De spelersgroep begreep de noodkreet van Tuns en verscheen massaal op de trainingen en Tuns besloot zijn contract tot medio 2019 te verlengen. Hij slaagde erin om Frans van den Steenhoven weer aan het voetballen te krijgen. Bij Benjamin de Gans en Arjan van Vuuren ving hij nog bot, maar Tuns kennende geeft hij nog niet op.

Terugkeer
Van den Steenhoven voegt uiteraard het nodige toe aan Sleeuwijk, dat de punten nog goed kan gebruiken. Pieter Tuns, die Van den Steenhoven bij Roda Boys ook al onder zijn hoede had, raakte dus bij de routinier de juiste snaar. ,,Ik was net bij Sleeuwijk begonnen en wilde eens bijpraten met Frans. Hij was net 30 jaar en kan zo goed voetballen. Daar moest toch iets aan te doen zijn. Samen met Jan de Haas na de training een bakkie gedaan.” Tuns legde hem de problemen uit waarna Van den Steenhoven het gevoel kreeg dat hij op de trein moest springen. Hij heeft goed nagedacht over zijn terugkeer. Zes maanden lang had hij geen bal geraakt. De voetbalschoenen leken definitief opgeborgen. ,,Ik was natuurlijk niet voor niets gestopt. Ik heb voor mijn gezin gekozen. De regeling van één keer trainen is goed. Dat kan niet anders door het werk van mijn vrouw. Ik heb mijn voetbalschoenen in januari opgezocht en ben weer begonnen. Ik heb het wel weer naar mijn zin hoor. Het spelletje blijft leuk. Ik ben voor Pieter en de club weer begonnen, maar voor hoelang ga ik niet zeggen”, liet Van den Steenhoven na de wedstrijd tegen Herovina weten.

Geweldig seizoen cadeautje voor 70-jarig Molenschot

 

Voetbalvereniging Molenschot maakte het beste seizoen in jaren door. Het eerste team eindigde in de middenmoot van de vijfde klasse, een prestatie van formaat voor de club uit het kleine dorpje Molenschot. En dan bestaat de vereniging ook nog eens 70 jaar.

Molenschot is een voetbalclub waar het hart van de pure liefhebber sneller van gaat kloppen. Het dorpje heeft nog geen 1250 inwoners en daar moet de plaatselijke voetbalvereniging dan ook uit putten. Dat zorgt ervoor dat Molenschot bijna ieder jaar strijdt tegen de rode lantaarn van het amateurvoetbal in Zuidwest-Nederland: de laatste plek in de vijfde klasse. Geen sterallures, praatjes over promoties of andere zaken: gewoon lekker voetballen.

Dit seizoen was dat anders. De mentaliteit bleef hetzelfde, maar de selectie overtrof alle verwachtingen qua prestaties. Waar in de afgelopen jaren tien, twaalf, negen, zes en zelfs drie punten (volgens Voetbalzuid.nl) gepakt werden in een heel seizoen, stond de teller van Molenschot nu na 26 wedstrijden op 38 punten. “Voor ons doen is dat inderdaad zeer goed. We pakten drie keer zoveel punten als we normaal doen.” Aan het woord is Joppe Leenaars. Secretaris, lid van de technische commissie, activiteitencommissie en onderhoudscommissie bij Molenschot. “We zijn maar een klein dorp, zonder vrijwilligers die hun steentje bijdragen blijft zo’n club niet draaien.”

Toch geeft ook Leenaars toe dat het makkelijker is om jezelf te motiveren voor een vrijwilligerstaak als het eerste team zo goed draait. “Je merkt het qua publieke belangstelling, er staan veel meer mensen langs de kant te kijken op zondag. Dat heeft ook te maken met het type voetbal dat ze spelen, onder trainer Lorenzo Boudewijns is het lekker aanvallend.” De sleutel ligt bij een goede lichting die vanuit de jeugd is doorgestroomd. “Dat zijn jongens van 17 of 18 jaar, maar een stuk of vijf van hen heeft zich toch al bewezen als een sterke waarde voor ons basisteam. Daardoor bloeien de andere spelers ook op. Daarnaast hebben we er een goede keeper van buitenaf bij gekregen, Bart Wouters.”

Leenaars geeft aan dat Molenschot de jeugd tien jaar geleden professioneler is gaan aanpakken, met betaalde en gediplomeerde trainers voor de selectieteams. Toch denkt hij dat je ook een geluksfactor nodig hebt. “We zijn een klein dorp, hebben maar zeven of acht kinderen van dezelfde leeftijd. Het moet meezitten wil je een generatie hebben met zo veel goede voetballers.” Ook in de JO15-1 ziet Leenaars nu wat talenten rondlopen.

Eind augustus viert Molenschot het 70-jarig bestaan van de club. Het weekend van 25 en 26 augustus staat geheel in het teken van dat feest, met als klapper een bijzondere loterij op zondag. “De koeienschijtloterij. We laten dan een koe los op het veld, dat we verdelen in drieduizend vakjes. Ieder vakje is een lot. Dan is het wachten waar de koe als eerst een drol uitwerpt, de eigenaar van dat vakje wint de loterij. Laten we maar hopen dat de koe er niet te lang over doet, anders wordt het een heel lang feest!”

 

‘D2’ wil met VELO de tweede klasse in

Voor Rick Das en Mart Dubbeld telt dit seizoen maar één ding: met VELO-zaterdag promoveren naar de tweede klasse. Het piepjonge duo vormt bij de formatie van trainer Edwin Vurens het hart van de verdediging. “We voelen elkaar goed aan.”

Das (20) en Dubbeld (19) kennen elkaar al wat jaartjes. “Volgens mij hebben we bij de C1 voor het eerst samen gespeeld”, zegt de oudste van de twee. “We kennen daarom van elkaars zwakke en sterke punten. We vullen elkaar goed aan, vandaar dat de trainer het ook aandurft met ons.”

Meestal is het centrum van de verdediging de plaats van ervaren spelers. Dertigers of anders eind-twintigers. Nu worden de centrale posities in de VELO-verdediging ingenomen door twee spelers – twee vrienden buiten het veld ook – die stammen uit het Playstation-tijdperk. “Haha, klopt”, zegt Das. “We spelen het regelmatig. Wat? FIFA natuurlijk en Call of Duty. Soms online met elkaar, soms tegen elkaar. Wie er beter is als we tegen elkaar spelen? Ik!”

“Heeft Rick dat gezegd?” is Dubbeld verbaasd. “Dat hij beter is, zuigt hij echt uit zijn duim. Fantasie, dat heeft ie wel.”

Ze zijn bepaald geen eenheidsworsten. Zowel buiten als binnen de lijnen. “Mart is wat extraverter”, meent Rick. “Ik ben rustiger.”

Dubbeld kan zich wel in die ‘analyse’ vinden. “Rick is inderdaad rustig, ik floep er nog wel eens wat uit.”

Die karaktertrekken zijn ook op het veld zichtbaar. Waar Das zich vooral manifesteert als mandekker en sobere verdediger kiest zijn maatje meer voor het avontuur. “Mart wil nog wel eens inschuiven als het kan”, legt Das uit. “Daar liggen ook zijn kwaliteiten. Hij heeft een goed overzicht en een goede inspeelpass. Hij heeft het gevoel om op het juiste moment het middenveld in te dribbelen.”

“Dat kan ik doen, omdat ik weet dat Rick achter me staat”, reageert de jongste van ‘D2’. “Rick is zeer betrouwbaar, hij doet geen gekke dingen.”

“Als het nodig is om iets te forceren, schuif ik door naar het middenveld en gaat Rick één-tegen-één achterin spelen. Dat doet ie dan moeiteloos.”

“Doordat we vrienden zijn, kunnen we ook veel van elkaar verdragen”, vervolgt Das. “In de vuur van de wedstrijd zeg je nog wel eens wat tegen elkaar. Wij weten dat precies op waarde te schatten. Na afloop van de wedstrijd is alles vergeven en vergeten. Dat willen winnen, dat zit er bij allebei wel in. En dat we samen spelen achterin werkt: de laatste wedstrijden hebben we bijna steeds de nul gehouden. De trainer stelt ons echt niet op omdat hij het zo leuk vindt twee jonge gasten.”

Over het grote doel dit seizoen is ‘D2’ ook duidelijk: promoveren. Dubbeld: “Het liefste doen we dat rechtstreeks via een kampioenschap. Dan zijn we er meteen vanaf.”

Das: “Een nacompetitie is zo’n loterij. Beter is het inderdaad om meteen maar kampioen te worden.”

De vooruitzichten op de titel in de derde klasse zijn uitstekend. “Maar we zijn er nog lang niet”, steekt Dubbeld een waarschuwende vinger op. “Lyra en Monster azen ook op het kampioenschap. Persoonlijk vond ik MVV’27 tegen ons de beste indruk maken, maar die staan al op een behoorlijke achterstand van ons. Als je puur naar de kwaliteit van de spelersgroep kijkt, hebben we het sterkste elftal. We hebben zulke goede voetballers, als je Sven Verbeek en Ferhat Sonmez in je elftal hebt spelen, wordt je gelukkig hoor.”

 

CvdW: WSV Well – Nico Kreemers

Nico Kreemers (76) is al 39 jaar penningmeester van WSV Well, wat hij totaal niet had verwacht. Voor de geboren Wellenaar was het eigenlijk de bedoeling om dit jaar te stoppen maar hij plakt er nog gewoon nog een jaar aan vast. Hij doet het met plezier, en omdat hij al zo lang betrokken is bij de club, vindt Nico het ook moeilijk om het zomaar op te geven.

Bij alleen het penningmeesterschap blijft het niet, want hij helpt ook mee met de inkoop van de kantine en zorgt er voor dat alles goed geregeld wordt en verloopt bij WSV Well. Iedere zaterdag heeft heel het bestuur een soort ‘wisseldienst’ voor de kantine. Echter heeft hij aangegeven dat hij dat dit jaar liever niet meer doet. ‘’ Ik doe genoeg voor de club, en ik word daar een beetje te oud voor om het bij te houden’’.

Van een potje voetbal heeft hij altijd gehouden, want hij heeft tot zijn 60e gevoetbald. Dat was niet alleen bij WSV Well, maar ook bij v.v. Jan van Arckel in Ammerzoden, waar hij woonachtig is. Tot aan zijn diensttijd heeft hij gevoetbald in Well, na zijn diensttijd is hij naar Jan van Arckel gegaan. Hier stopte hij op zijn 27e, omdat zijn vrouw zwanger was, waardoor hij vaak niet meer naar trainingen kon komen en dus geen aanspraak maakte op het eerste elftal. Op zijn 36e is hij het voetballen weer gaan oppakken bij Well: ‘’ Het bloed kruipt altijd waar het niet gaan kan’’, zegt Nico. Op zijn 41e behaalde hij zelfs nog even het eerste elftal van Well. Zijn laatste jaren heeft hij gevoetbald bij de veteranen.

Toen Nico op zijn 36e levensjaar weer terugkeerde bij Well, werd hij na een jaar gevoetbald te hebben gevraagd om penningmeester te worden. De toenmalige penningmeester besloot om er mee te stoppen, en hij werd gevraagd om het op te pakken. Daar moest hij wel even overdenken, maar hij besloot het om te doen. ‘’ Het lijkt mij wel ‘iets’, dan heb ik toch een bijdrage aan de vereniging en heb ik een beetje mijn inbreng binnen de club Well’’.

Nico heeft twee kleinkinderen die ook voetballen bij WSV Well. Het oudste kleinkind is zestien jaar oud, en gaat volgend jaar naar de O-19, en zijn jongste kleinkind is twaalf jaar en voetbalt bij de O-13. Het is mooi dat mijn kleinkinderen bij WSV Well voetballen.

Hij blijft het werk nog altijd met plezier doen, maar weet ook dat hij ouder wordt. ‘’ Als ik fysiek goed blijf ga ik nog door, maar je kan niet vooruitlopen op de toekomst, er kan van alles gebeuren maar daar gaan we niet vanuit’’, vertelde Nico. Hij kijkt uit naar het volgende seizoen wat binnenkort weer gaat beginnen.

 

VV Eemdijk is geen stap terug voor rots in de branding

Het vissersdorp Spakenburg is al decennia lang het terrein waar VV Spakenburg en IJsselmeervogels de lakens uitdelen. Maar de ‘Rooien’ en de ‘ Blauwen’ hebben de laatste jaren concurrentie gekregen van voetbalvereniging Eemdijk. Gerben Jan Ruizendaal  is al vier seizoenen de rots in de branding bij de ‘groene’. De getalenteerde doelman staat met zijn ploeg op de drempel van de derde divisie. ,, Dit seizoen is een stoute droom.’’

Debuut in de derby
De loopbaan van Van Ruizendaal (32) is imposant te noemen. Hij debuteerde in 2004 in het eerste team van IJsselmeervogels en mocht meteen in de derby der derby’s onder de lat. ,,We wonnen bij Spakenburg met 1-2. Dat was echt genieten met 8000 toeschouwers langs de lijn.’’ De in het dagelijks leven zijnde inkoop logistiek manager begon daarna een zwerftocht om een plaats op de bank te vermijden bij de Vogels. ,,Ik ben geen keeper die op de bank gaat zitten. Daar word ik niet vrolijk van. Als ik bij Eemdijk op de bank kom, dan stop ik onmiddellijk. Ik moet mijn energie kwijt, anders gaan ze dat thuis ook merken en dat wil ik beslist niet.‘‘ Diverse fraaie clubs werden het toneel waarop Van Ruizendaal voornamelijk in de hoofdklasse acteerde. Huizen, LRC, Nunspeet en DOVO waarmee hij vier jaar in de top meedraaide met als hoogtepunten de dorpsderby’s tegen GVVV.

Gezin
Door zijn werk, en om meer tijd met vrouw en kinderen te doorbrengen koos Van Ruizendaal vier seizoenen terug voor Eemdijk. ,,Ik zag dat niet als een stap terug, want mijn gezin ging voor. Ik woon met nog vier andere jongens hier om de hoek in dezelfde buurt. We fietsen door dezelfde straat als we naar de club gaan. Het is een oergezellige club met een doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg mentaliteit. Maar als je hier je best doet word je hier erg gewaardeerd.’’ In Jeroen de Harder heeft  Ruizendaal een opponent: ,,Jeroen is een goede keeper, maar ik ben voor mijzelf de grootste concurrent. Ik blijf altijd kritisch op mezelf.’’ De bewonderaar van Buffon en Van de Sar: ,,Je bent zo goed als je laatste wedstrijd.’’

Buitenaf
Eemdijk heeft als stelregel dat er niet meer dan vijf spelers van buitenaf worden gehaald. ,,Het is voor die jongens best wel wennen, want er heerst hier een vechtersmentaliteit. De mouwen moeten worden opgestroopt, anders val je buiten de boot. Bovendien wordt er niets betaald hier.’’ Over of zijn club het ondergeschoven kindje is van Spakenburg is hij kort: ,,We dwingen wel steeds meer af in het dorp. Maar wij moeten kalm blijven en geen dingen overboord gooien waar ze hier al jaren mee bezig zijn’’, klinkt het nuchter uit de mond van de man die al veertien jaar met basisplaatsen acteert bij voornamelijk  hoofdklassers. ,,Altijd keihard werken en nooit de kantjes eraf lopen’’, volgens de sluitpost, die een promotie niet uitsluit. ,,En dan proberen met eigen jongens te handhaven in de 3e divisie zou een geweldig prestatie zijn.’’

Homogeniteit houdt Cees Jongerius bij Abbenbroek

Meer dan veertig jaar is hij al onafgebroken grensrechter bij het eerste elftal: Cees Jongerius werd in 1977 tot over zijn oren verliefd op het knusse Abbenbroek en is dat anno 2018 nog steeds. “Hier vind je nog de homogeniteit van weleer.”

Jongerius (60) is er de man niet naar om constant naar vroeger te wijzen. “Dat heeft geen zin, joh. Tijden veranderen, mensen ook. En vroeger was heus niet alles beter”. Toch is er bij Abbenbroek de afgelopen decennia veel hetzelfde gebleven. “Dezelfde gezichten, dezelfde gezelligheid”, vat Jongerius het samen. “We zijn een kleine club. Zes teams. Dan is het makkelijker om die kernwaarden te bewaken”. De technisch tekenaar van beroep begon zelf met voetballen bij SSV. “De Simonshavense Sport Vereniging, de voorloper van SV Simonshaven”, vult hij aan. “Ik heb in de jeugd ook nog twee jaar bij SC Botlek gespeeld.”

Vanwege medische redenen moest hij op doktersadvies stoppen met voetballen. “Ik was achttien jaar, dat was een mokerslag. Ik wilde bij het spelletje betrokken blijven en heb allerlei functies bekleed. Ik ben begonnen als leider van de C4 van Spijkenisse, ben later grensrechter geworden van de A1. Daan van der Meer was trainer. Dat waren vier prachtige jaren. Later heb ik met Arthur Koudstaal nog twee jaar de A2 van SCO’63 getraind.”

Jongerius was inmiddels een succesvolle carrière als scheidsrechter opgestart. Hij schopte het tot Groep I. “Ik was van de lichting Jan Wegereef en Piet Versteeg. Ik heb nog op de nominatie gestaan voor het betaalde voetbal”. In die jaren kwam hij regelmatig bij Abbenbroek. “Om toernooien en vriendschappelijke wedstrijden te fluiten vooral. Op een gegeven moment stond ik – ik was al gestopt als KNVB-scheidsrechter – met een vlag in mijn hand bij het eerste elftal.”

“Ik heb ook een periode het tweede elftal erbij gedaan als grensrechter”, zegt Jongerius. “Daar ben ik mee gestopt, ik fluit nog wel eens in de zoveel tijd een jeugdwedstrijd. Dat doe ik altijd met heel veel plezier.”

“Die gemoedelijke sfeer, de homogeniteit, dat heeft me altijd aangesproken bij Abbenbroek. De club is veranderd, maar op dat gebied ook wéér niet. Dezelfde vrijwilligers lopen nog steeds rond.”

Jongerius, die ook nog verzorger was, maakte sportieve hoogtepunten mee. “Onder trainer Leo Niedorp promoveerden we vanuit de eerste klasse van de Rotterdamse Voetbal Bond naar de vierde klasse van de KNVB. Voor een klein cluppie als Abbenbroek was dat wat, hoor. Een mooi elftal was dat toen met Cor van Amersfoort, Harry Koopman, Sietze van der Meer en Hans Brinkman onder de lat.”

Waar die generatie inmiddels is gestopt en zich in andere functies voor Abbenbroek verdienstelijk maakt – Brinkman is bijvoorbeeld voorzitter – bleef Jongerius op zijn post als grensrechter. “In de regio kennen ze me inmiddels wel”, lacht hij. Hij probeert zijn werk altijd zo goed mogelijk uit te voeren. Aan vals spelen heeft hij een hekel. “Ik ben eerlijk, ja. Die vlag gaat pas omhoog als het ook écht buitenspel is. Dit gezegd hebbende besef ik dat ongetwijfeld niet iedereen het met me eens zal zijn, haha. Er zullen altijd mensen zijn die vinden dat je het niet goed doet.”

Zoals er ook spelers van Abbenbroek zijn die Jongerius soms ‘smeken’ om voor buitenspel of een ingooi te vlaggen. “Ik doe het naar eer en geweten. Ik zou me er niet goed bij voelen als ik de kluit zou belazeren.”

Van den Broeke leeft bij RIA W. van wedstrijd tot wedstrijd

De spelbepalende spelers hoefden zich altijd weinig zorgen te maken over hun verdedigende taken. Achter hen stond toch wel iemand die de gaatjes dichtte; iemand die maar al te graag het vuile werk opknapte. Jeroen van den Broeke was in zijn hoogtijdagen als voetballer die kilometervreter waar iedere medespeler op kon bouwen. Tegenwoordig is hij voetbaltrainer.

Op de training rondjes lopen? ,,Mij had je er niet mee”, vertelt Van den Broeke (36), trainer van zondag-vierdeklasser RIA Westdorpe én wederom besmet met het loopvirus. Onlangs voltooide hij zijn eerste marathon: de Marathon Zeeuws-Vlaanderen. Ondanks een flauwte voltooide hij de 42 kilometer en 195 meter.

Leuke bijkomstigheid dat hardlopen, maar de focus van Van den Broeke ligt toch voornamelijk bij het voetbal. Na jarenlang bij Terneuzense Boys assistent te zijn geweest van onder anderen Diederik Hiensch (,,Een betere leermeester kun je in Zeeland niet krijgen”) staat hij nu sinds anderhalf jaar op eigen benen bij RIA Westdorpe. De lange middenvelder van weleer zei in een eerder stadium goed na te moeten denken over een vierde- of vijfdeklasser. Toch bevalt het hem uitstekend. Grotendeels dan. ,,Kijk, wat ik soms mis: je voetbalt, dus dan wil je er toch alles aan doen? Maar die bereidwilligheid mis ik weleens. Soms sta je met acht man op de training. Maar al zijn er maar vier, trainen doen we altijd.”

Over bereidwilligheid gesproken. Van den Broeke voelde zich dit seizoen al vier keer verplicht om zichzelf op te stellen. Begin april speelde hij nog een helft mee tegen IJzendijke, maar in november maakte hij het helemaal bond. ,,Scoorde ik als invaller de winnende tegen Vivoo. Maar het zijn wel zaken die ik echt probeer te beperken’’, zo zegt Van den Broeke.

Meespelen doet hij dus liever niet, aangezien hij het dit seizoen al druk genoeg heeft om zijn elftal in de vierde klasse te houden. ,,We hebben veel wisselingen, dus een spelbezetting kun je niet echt trainen. En het is ook weer iets vrijblijvender dan dat ik gewend was bij Terneuzense Boys. In de winter zijn er vijf Belgische versterkingen gekomen, maar zijn er ook weer vier jongens afgehaakt. Je leeft dus echt van wedstrijd tot wedstrijd en dan is het lastig om iets op te bouwen.”

Toch weerstond hij wel de lokroep van andere clubs. ,,Ik heb bijvoorbeeld een belletje van Breskens gehad maar hoefde echt niet na anderhalf jaar al weg. Er staat ons nog een druk programma te wachten maar het moet wel heel gek lopen willen we nog in die nacompetitie voor degradatie belanden. Wie weet kunnen we hier volgend seizoen dan met gerichte versterkingen weer iets leuks neerzetten. Al is die zoektocht zeker niet zo simpel. RIA is een club zonder jeugdafdeling en die krijg je ook niet zomaar weer terug vrees ik.”

Mario Meijer wil ‘sleeping giant’ CKC wakker maken

Mario Meijer had, nadat hij zijn vertrek bij de amateurs van Excelsior bekendmaakte, de luxe om uit twee ‘mooie’ clubs te kiezen. CKC won de strijd en de oefenmeester uit Capelle-West tekende aan de Giraffestraat in Rotterdam-Kralingse Veer een contract voor twee jaar. “Ik wil hier echt iets neerzetten.”

Twee oude geliefden tussen wie de liefde weer in alle hevigheid is opgebloeid: zo kan de hernieuwde samenwerking tussen CKC en Mario Meijer ook worden gezien. Voordat Meijer voor vijf jaar trainer werd van de ‘sportclub’ Excelsior, was hij hard op weg om de Arsene Wenger van CKC te worden. “Ik heb acht mooie jaren gehad”, zegt Meijer. “Zoiets houdt je natuurlijk in je achterhoofd.”

Maar ook het aanbod van DCV was aanlokkelijk. In Krimpen kon hij aan de slag in een duo-baan met Ronald Klinkenberg. “Als een soort veldtrainer. Ik heb daar goed over nagedacht. Mijn zoons spelen daar en dat leek me niet handig. De belangrijkste reden om voor CKC te kiezen was dat ik ook zelf eindverantwoordelijk wil zijn.”

Hij verliet CKC in 2013 toen het nog een zondagclub was. “Vijf jaar lijkt kort, maar in voetballerij kunnen het vele lichtjaren zijn”, weet Meijer, die al 23 jaar in vaste dienst is als verzorger en hersteltrainer van de profs van Excelsior. “In mijn vorige periode zijn we met CKC twee keer gepromoveerd. Een derde keer, vlak voor mijn vertrek, lukte net niet.”

CKC heeft inmiddels de overstap gemaakt naar de zaterdag. Daar moet het beginnen op het laagste niveau, de vierde klasse. “Ik hoop dat ze nog promoveren, anders moet het volgend seizoen gebeuren”, is Meijer stellig. “De club heeft ambities. Er staat een goede basis met een jonge ploeg en een redelijk goede jeugdopleiding. Ik zie CKC echt als een ‘sleeping giant’, waarvan het nu tijd is dat die wakker wordt gemaakt.”

Aan korte termijnprojecten doet Meijer niet, vandaar dat hij meteen voor twee seizoenen tekende. “Ik wil wel iets neerzetten en daar heb je langere tijd voor nodig.”

Ook bij Excelsior kon hij beginnen aan nieuw project. “Dat zou dan voor de derde keer in zes jaar zijn geweest. Het huidige elftal valt uit elkaar en als je dan verder gaat moet je dat wel doen met honderd procent drive. Daar had ik mijn twijfels over.”

“Toen ik bij Excelsior kwam, was de hoofdmacht in eerste instantie een opleidingselftal. Met spelers van onder achttien jaar en spelers die eerstejaar senior waren. In het eerste jaar zijn we meteen gepromoveerd naar de derde klasse. Door de komst van een beloftenploeg bij Excelsior is de status van het elftal veranderd. We hebben een nieuw team samengesteld met spelers uit de regio en daarmee zijn we ook weer gepromoveerd naar de derde klasse. Vorig seizoen hebben we daar een keurig seizoen gedraaid en zijn we in de top5 geëindigd, dit seizoen hebben we het moeilijker, al zijn we ons wel aan het herpakken na de winterstop.”

Hij stapt dus komende zomer over van de ene naar de andere geliefde. “Bij zowel Excelsior als CKC heb ik hetzelfde gevoel. De mensen maken de club en die geven je altijd een warm welkom.”

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.