Home Blog Pagina 1287

Dick Heemskerk: tijd voor nieuwe generatie Rijnsburg

Rijnsburgse Boys neemt aan het einde van dit seizoen afscheid van een clubicoon. Dick Heemskerk kondigde onlangs aan dat de huidige jaargang zijn laatste is als assistent-trainer van de ‘Uien’. “Het is tijd voor een nieuwe generatie.”

Hij geniet nog van iedere minuut die hij met ‘de jongens’ op het veld staat. De reden dat hij stopt is dat hij meer tijd wil voor zijn gezin. “Weekendje weg, weekje er tussenuit, dat kan nu allemaal niet”, zegt Dick Heemskerk (54). “Ook in de zomer moet je rekening houden met Rijnsburgse Boys. Tegenwoordig is de voorbereiding in tweeën geknipt waarbij we twee keer drie weken vrij hebben. In die periode kan je op vakantie. Het is allemaal veel intensiever geworden. Naast de zomervakantie heb je rond kerst nog twee weken geen voetbal, maar dat betekent dat je 44 van de 52 weken bezig bent voor Rijnsburgse Boys. In de praktijk betekent dat twintig uur in de week. Dat heb ik nooit als een belemmering gezien, maar ik ben nu in een levensfase gekomen waarbij ik zeg ‘het is mooi geweest’. Ik kan nu bovendien zelf het moment van stoppen bepalen, ik hoef niet te wachten tot de club dat zou doen.”

Heemskerk speelde zelf vijftien jaar in de hoofdmacht van de Uien. Hij maakte in het seizoen 1989- 1990 deel uit van het kampioensteam dat destijds op het hoogste zaterdagniveau met Quick Boys streed om de titel. “Dat maakte dat kampioenschap extra mooi”, zegt de voormalig verdediger, die na twee seizoenen te hebben afgebouwd bij Rijnsburgse Boys 2 als elftalbegeleider bij de hoofdmacht kwam. “Henk Wisman heeft me gevraagd om assistent van hem te worden. Ik had net ja gezegd toen hij trainer werd van Volendam. Cock Jol werd aangetrokken als zijn vervanger.”

Zijn eerste seizoen was roerig te noemen, want Jol werd door de clubleiding ontslagen. “Ik heb het seizoen toen nog afgemaakt als interim-trainer.”

Hij was vervolgens assistent van Wim Schaap (twee seizoenen), Ted Verdonkschot (zes seizoenen), Niek Oosterlee (zeven seizoenen), Pieter Mulders (twee seizoenen) en sinds dit seizoen is hij de rechterhand van Wilfred van Leeuwen. “Al met al valt het met dat aantal best mee. Zes trainers in negentien seizoenen is niet bijzonder veel.”

Zijn periode met Verdonkschot als trainer was ongetwijfeld het meest succesvolle. Rijnsburgse Boys veroverde drie kampioenschappen. “Ik heb trainers met uiteenlopende ideeën meegemaakt”, stelt Dick Heemskerk. “Trainers die zelf alles wilde doen tot trainers die de training uit handen gaven. En trainers die de voorkeur hadden voor de tussenvorm: met elkaar.”

In alle omstandigheden paste Dick Heemskerk zich aan. “Ik ben iemand die zich makkelijk schikt naar karakters. Ik heb me altijd dienstbaar opgesteld. Ik ben ook altijd loyaal geweest met trainers, al was ik het niet altijd eens met ze. We gaven elkaar zeker wel kritiek, maar wel binnen de bekende vier muren.”

Heemskerk fungeerde voor de trainers als praatpaal en spiegel. Hij vormde geen bedreiging, omdat hij niet de ambitie had om hoofdtrainer te worden. “Dat heb ik nooit gehad. Ik heb ook nooit de behoefte gehad om ergens anders te gaan trainen. Rijnsburg is mijn cluppie en ik had en heb het er goed.” Hij heeft het trainersvak in de loop der jaren wel zien veranderen. “Het is veel intensiever geworden. Neem alleen al de technische staf. Die bestaat bij ons al uit vijf personen: hoofdtrainer, twee assistent-trainers, herstel trainer en keeperstrainer. Ook de benadering en aanpak is anders. Vroeger had je in de winterstop je evaluatie met de spelers, nu heb je in de loop van het jaar gesprekken met spelers. Er is veel meer ruimte voor persoonlijke aandacht gekomen.”

https://www.dominos.nl/

Spijkenisse ontvangt Achilles Veen

Aanstaande zaterdag ontvangt VV Spijkenisse het Brabantse Achilles Veen. Die club presteert dit seizoen matig maar constant. Overwinningen, gelijke spelen en nederlagen worden op welhaast wiskundig verantwoorde wijze afgewisseld.

Met een doelsaldo dat precies in evenwicht is werden 6 duels gewonnen, 7 verloren en 4 gelijkgespeeld.

Achilles Veen werd in 1944 opgericht en speelt sinds 1994 afwisselend in de Hoofdklasse en de 1e Klasse. De laatste jaren gaat het prima: dit seizoen acteren ze voor de achtste opeenvolgende keer in de Hoofdklasse.

Veen, het dorp waarin de club zetelt, telt ongeveer 2700 inwoners. Qua grootte is het te vergelijken met Heenvliet. Ze hebben er een kerk, een molen en een veerpont. Ook staat er een lagere school: de Oranje Nassau.

Eerder dit seizoen won Spijkenisse met 1-2 in Veen. Die stand was bij rust al bereikt, de hele tweede helft deed Veen z’n uiterste best minimaal langszij te komen. Met het nodige geluk hielden de mannen van Peter Wubben stand.

Veen won z’n laatste duel, thuis met 4-2 van Capelle. Spijkenisse won met 1-2 in Katwijk. Spannend dus om te zien welk team de driepunter kan continueren. Komt dat zien: aanstaande zaterdag op Sportpark Jaap Riedijk, 14.30 uur.

Bram Dorresteijn maakt reuze stappen bij TOV

Als centrale verdediger maakte Bram Dorresteijn drie seizoenen terug de overstap van de A-junioren naar het vlaggenschip van TOV. Daar ontpopte hij zich als een dijk van speler, die met zijn ijzersterke kopwerk de kou uit de lucht houdt bij de oranjezwarten.
Debuut
De 20-jarige Dorresteijn is een talent uit de eigen jeugd van de zaterdag tweedeklasser TOV. Op zijn zeventiende debuteerde hij als A-junior in de hoofdmacht. ,,Ze hadden me gevraagd om mee te gaan naar de uitwedstrijd tegen Delta Sports. Ik had zelf geen hoge verwachtingen. Maar in de bespreking hoorde ik dat ik in de basis stond. Nou, toen werd ik toch wat nerveus, maar na een tijdje voetbal, was dat over.’’ Dorresteijn begon pas op zijn negende te voetballen. ,,Wel wat laat, maar ik had niets met voetbal. Mijn broertje en zusje voetbalden wel bij TOV. Nadat ik een keer bij hun was gaan kijken, vond ik het toch wel een leuk spelletje en heb me opgegeven.’’

Bal afpakker
Met zijn lengte van 1.92 meter is de verdediger in het voordeel bij de luchtduels. Maar volgens Dorresteijn zijn veel spelers tegenwoordig lang. ,,Ik ben kopsterk, maar vooral een bal afpakker die de bal snel moet inleveren. Ik moet geen gekke dingen doen en het me niet moeilijk maken. Tja, het voetballend opbouwen kan beter, maar daar werk ik aan.’’ Hoofdsponsor van TOV is de eigenaar van Eemwood en toevallig ook de vader van Dorresteijn. ,,Maar dat valt helemaal daarbuiten. Mijn vader was al sponsor toen ik met mijn broertje en zusje hier in de jeugd voetbalde’’, aldus Dorresteijn die werkzaam is in het bedrijf van zijn vader.

Kampioenschap
Dorresteijn heeft naar zijn zin bij TOV. Van een andere club wil hij voorlopig niets weten. ,,Ik zit bij TOV prima op mijn plaats. Het is een familieclub met veel gezelligheid. Iedereen kent elkaar. Na mijn eerste twee wedstrijden in het eerste spraken de supporters mij al aan om mij succes te wensen of een hart onder de riem te steken.’’ Zijn hoogtepunt is volgens centrale verdediger het kampioenschap in zijn debuut jaar. ,,Dat was schitterend met veel publiek en een cameraploeg van omroep Baarn langs de lijn. Het was evengoed een goed debuutjaar, want ik miste door griep maar één wedstrijd.’’

Positief
Dit seizoen is de start van de ploeg van trainer Henk van Zoeren slecht. De oranje-zwarten staan op een degradatiepositie. Dorresteijn weet waar dat aan ligt: ,,Qua inzet is het goed, maar de wil om te winnen ontbreekt. Verdedigend staat het wel goed richting middenveld. Niets ten nadele van de aanvallers, maar daarna is het klaar.’’ Hij ziet het toch nog positief in. ,,Ik hoop dat we punten gaan sprokkelen om directe degradatie te kunnen voorkomen. We willen snel van die laatste plaats af. Als we de laatste wedstrijden voor de winterstop gaan winnen, denk ik dat het wel goed gaat komen.’’

TVC’er in hart en nieren: ‘Toekomst is rooskleurig’

Guust Smit en TVC Breda zijn al sinds de oprichting van die fusieclub onafscheidelijk. Smit kwam zelfs 59 jaar geleden al aan de Talmastraat bij TVC’39, voetbalde in het eerste en vervulde haast alle vrijwilligersfuncties. Tot op de dag van vandaag.

Dinsdagavond, 19.00 uur. Guust Smit (66) staat in de kantine aan de Kwakkelhutstraat. Het had ook een willekeurige andere dag in de week kunnen zijn, want het manusje-van-alles is elke avond bij de club. Daarnaast opent hij op maandagochtend de deuren en is hij de hele zaterdag én zondag aanwezig. “Ik ben een TVC’er in hart en nieren. Toen ik ging trouwen, heb ik tegen mijn vrouw gezegd: ‘TVC is TVC.’ Als de club belt, sta ik er.”

Smit wast, doet de inkoop, is secretaris, staat achter de bar, houdt de kantine op orde en is leider van het eerste. Maar eigenlijk doet hij nog veel meer, hij is de vraagbaak voor iedereen binnen de club, kent elk hoekje van het gebouw en weet van de hoed en de rand.

TVC Breda is meer dan zijn tweede huis, het ís zijn thuis. “Het is fijn om hier te zijn. Ze kennen mij allemaal en ik ken iedereen hier. Ik woon ook al mijn hele leven in Tuinzigt.” Hij kwam 59 jaar geleden bij TVC’39 terecht via zijn schoolmeester, Broeder Alphonso. “Van de Sint Tarcisiusschool. Als je bij Alphonso op school zat, moest je wel voor TVC’39 kiezen: hij was daar ook voorzitter.”

Het gaat ook nog eens uitstekend met de club, vertelt Smit. De jeugdafdeling groeit, de JO17-1 en JO19-1 waarborgen veel talenten die het eerste in de toekomst gaan versterken en die selectie kent nu al zo veel potentie.

“Na twee degradaties gaat het weer de goede kant op. We hebben een heel nieuw elftal, met allemaal eigen, jonge jongens. Er lopen zelfs spelers van 15 en 16 jaar oud rond. We doen nu al in het linkerrijtje mee, moeten ook zo snel mogelijk weg uit deze vijfde klasse. TVC Breda hoort hier niet. Niet qua historie, niet qua grootte van de club en niet qua talent. Eigenlijk vind ik dat we op den duur terug moeten naar de derde klasse.”

Het grote gevaar in Breda is dat de talenten weggekaapt worden door andere clubs. Smit doet er alles aan om zijn spelers te behouden. “We lopen er heel goed bij, zelfs eersteklassers zijn jaloers op onze kleding. Daarnaast probeer ik af en toe iets van een barbecue te organiseren, dat vinden die jongens toch leuk.” Kortom: het gaat hartstikke goed met TVC Breda. “Als we zo doorgaan, ziet de toekomst er rooskleurig uit.”

JO17 RVVH blijft Kees van der Weide boeien

“Mooie leeftijd om mee te werken”, antwoordt Kees van der Weide als hem wordt gevraagd wat er zo aantrekkelijk is aan het trainen van de JO17 van RVVH. “Ik zie in zichzelf kerende en zwijgende jongens komen en zie ze twee jaar later zelfverzekerd naar de JO19 vertrekken. Als voetballer én als mens.”

Als ongepolijste, diamanten komen ze bij hem binnen, spelers van vijftien jaar die midden in de puberteit zitten. “Ik doe deze leeftijdscategorie al voor het vierde opeenvolgende seizoen, maar het blijft me boeien. Die ontwikkeling die die jongens meemaken is enorm. De stap van de JO15 naar de JO17 is sowieso gigantisch. Op voetbalgebied worden er opeens veel meer dingen van een speler gevraagd. Samenspel in plaats van individueel vermogen. Dat proces in goede banen begeleiden vind ik echt een uitdaging.”

De sportinstructeur in een penitentiaire inrichting zag zijn eigen carrière door blessures in de dop geknakt worden. Die carrière begon veelbelovend, want als verdediger speelde hij een aantal wedstrijden voor Emmen, dat destijds net zijn intrede in het betaalde voetbal had gedaan.

“Ik speelde in het C-team van Emmen, dat was zeg maar het tweede team. In die tijd waren de selecties nog niet zo groot dan dat ze nu zijn. Vandaar dat je bij blessures als jeugdspeler snel werd ingezet in het eerste. Ik heb in 1989 een wedstrijd of zeven, acht in de eerste divisie gespeeld.”

“Ben Hendriks was toen trainer van Emmen en ik kan me nog herinneren dat we tegen Vitesse speelden. Dat werd met tal van coryfeeën, onder wie Jurrie Koolhof, kampioen. Het befaamde ‘Avondje NAC’ heb ik ook meegemaakt.”

Toen zijn zoon lid werd van RVVH volgde Van der Weide als trainer. “Ik heb op de CIOS mijn oefenmeester 3 gehaald. Ik heb nooit de ambitie gehad om een eerste elftal te trainen. Geef mij maar de jeugd. Ik vind het geweldig om met die gasten bezig te zijn.”

RVVH vroeg hem na enkele jaren terug als trainer. “Intussen is dit alweer mijn tiende seizoen. De eerste zes jaar heb ik de A1, nu de JO19-1, gedaan, dit is mijn vierde seizoen bij de JO17-1. Dat bevalt me prima. Dit is een leeftijd waarop je spelers nog heel erg kunt beïnvloeden.”

Als het seizoen start wordt Van der Weide altijd geconfronteerd met hetzelfde fenomeen: een doodstille kleedkamer vol spelers die naar de grond kijken. “Alsof er iemand overleden is. Die verlegenheid past bij de leeftijd van de jongens. Langzaam maar zeker in het seizoen zie je ze ontdooien. Als trainer ben je op zoek naar de interactie, het weerwoord. Dat komt er op een gegeven moment ook. De ene groep heeft alleen wat meer sturing nodig dan de ander.”

En de ene lichting heeft meer talent dan de andere. Van der Weide: “Dat is inherent aan de filosofie van RVVH. De club scout geen spelers bij andere clubs en dan ben je dus afhankelijk van eigen opgeleide spelers. Daar is natuurlijk niks mis mee, maar het zorgt wel voor schommelingen in niveau.

In mijn eerste seizoen zijn we gepromoveerd naar de hoofdklasse. De afgelopen twee seizoenen zijn we daarin in de middenmoot geëindigd. Daar streven we weer naar, maar het is wel een puzzel waarvan de stukjes moeten passen. Hoe dat zich ontwikkelt, weet je pas aan het einde van het seizoen.”

Cerezo Fung-a-Wing in nadagen terug in oude rol

Hij was al jeugdtrainer van Slikkerveer, maar sinds dit seizoen draagt Cerezo Fung-a-Wing ook het shirt als voetballer van de Ridderkerkse hoofdmacht. De 35-jarige oud-prof doet dat als aanvallende middenvelder, de positie waar hij bij FC Volendam doorbrak in het betaalde voetbal.

Ze vragen me wel eens of mijn bed ook op Slikkerveer staat”, lacht de in Rotterdam woonachtige Fung-a-Wing. Hij schat dat hij, buiten zelf trainen en spelen, zo’n dertig uur per week bezig is met de jeugd van de club. Het rijtje teams dat hij training geeft is in ieder geval indrukwekkend: de JO13, JO15, JO19 en de jongste aanwas, de kabouters. “Ik doe het graag”, zegt hij. “Ik heb inmiddels mijn TC3 en TC2 gehaald. Ik hoop bij Slikkerveer verder door te groeien. De club kent mijn wens dat ik ooit hoofdtrainer wil worden.”

Hij speelde afgelopen seizoen bij Alliance in Roosendaal. “Dat was op zondag, maar de club besloot naar de zaterdag over te stappen. Dat was voor mij niet handig, want die dag ben ik met de jeugd van Slikkerveer bezig. Ik wilde niet stoppen omdat ik zelf voetballen ook nog leuk vind. Het heeft zeker meegeholpen dat André Stafl eu trainer is geworden, hij is van de oude stempel. Ik hou van trainers die zeggen waar het op staat. Dat doet André ook. Hij is recht voor zijn raap.”

Hij groeide op in het harde metier van het profvoetbal. Als jeugd speler van Ajax verdiende hij een contract bij FC Volendam. “Een koelkastcontract”, weet hij nog. “Op de dag dat ik zestien jaar werd, tekende ik voor twee jaar.” Hij debuteerde ruim een jaar later, als 17-jarige, in de bekerwedstrijd van FC Volendam en Jong Ajax. Hij was in totaal vier en een half seizoen in dienst van de ‘wijdbroeken’, voordat Erwin Koeman hem naar RKC Waalwijk haalde. “Dat was een grote promotie”, kijkt Fung-a-Wing terug op die transfer. “RKC was in die periode een gerespecteerd team in de Eredivisie. Patrick van Diemen speelde er, Marc van Hintum, Serginho Greene.” Hij speelde tweeëneneenhalf jaar in Waalwijk. In zijn derde seizoen vocht hij met de Brabanders tegen degradatie. “We degradeerden via de nacompetitie”, aldus Fung-a-Wing, die echter terecht kon bij De Graafschap, dat juist naar de Eredivisie was gepromoveerd.

In Doetinchem speelde hij drie seizoenen. “In het tweede jaar promoveerden we weer naar de Eredivisie.”

Er was voor hem belangstelling vanuit de eerste divisie, maar hij koos voor IJsselmeervogels, dat destijds speelde op het hoogste amateurniveau, de Topklasse. “Ze deden een betere aanbieding dan de clubs uit de eerste divisie.” Na twee seizoenen verkaste hij naar de amateurs van Ajax. “Daar ben ik op een gegeven moment gestopt. Ik heb puur voor het plezier gekozen.”

Als prof stond Fung-a-Wing vaak als (linker)verdediger geposteerd. Bij Slikkerveer bekleedt hij de rol van aanvallende middenvelder. “Ik kan me op deze positie bemoeien met de aanval, lekker hoor”, reageert hij. “Veel mensen weten niet dat ik van origine een aanvaller ben. Mijn trainers in Eredivisie en eerste divisie kozen er altijd voor om mij als verdediger in te zetten.

Dat hij actief is in de kelder van het Nederlandse clubvoetbal deert hem niet. “Daar moet je je op instellen. Het niveau neem ik echt voor lief. Ik heb veel plezier en probeer als een soort leermeester mijn jonge medespelers beter te maken.”

O16 lichting waar Corn Boys hopelijk nog veel plezier aan gaat beleven

Waar het eerste elftal van vijfdeklasser Corn Boys uit Sas van Gent al een paar seizoenen in de onderste regionen bivakkeert, daar heeft de club uit Sas van Gent in de JO16 een lichting voetballers waaraan de club wellicht nog veel plezier gaat beleven.

Trainer van het elftal jeugdvrienden is Bas Bevelander, de 20-jarige eerste doelman van de Sassenaren. Hij begon ooit met het trainen van de keepers, maar heeft inmiddels de jeugdige selectie al sinds de D-pupillen onder zijn hoede. “En dat bevalt uitstekend. We zijn vanuit de vierde klasse inmiddels actief in de tweede klasse en ook daarin doen wel volop bovenin mee. De jongens zijn allemaal leergierig en heel erg gretig. Ze willen allemaal heel erg graag en dat is heerlijk om mee te mogen werken.”

De groep speelt in twee lichtingen al sinds de F’jes bij elkaar en de laatste jaren dus onder de vleugels van de zelf nog jonge doelman. Daar waar nodig krijgt Bevelander ondersteuning van John Moes, hoofdtrainer bij Corn Boys, terwijl ook Johan Neve in de begeleiding van de JO16 actief is. “We hebben in het begin heel erg gewerkt aan de basistechniek en zijn van daaruit verder gegaan. Daarin hebben de spelers gigantische stappen gemaakt. De pass- en traptechniek is in mijn ogen de basis van alles. Als je dat goed beheerst en uitvoert, dan komt het goede voetbal uiteindelijk vanzelf. En dat is dit seizoen ook zo. We hadden gehoopt om in de tweede klasse lekker mee te draaien en in de middenmoot ergens te spelen. Maar zo tegen de winterstop doen we gewoon voor de bovenste plaatsen mee. Dat geeft ook de progressie aan van de jongens en dat is mooi om te ervaren.”

Want waar op zondagen Bas Bevelander samen met zijn ploeggenoten vaak de onderliggende partij is en moeite heeft om de punten bijeen te voetballen, daar beleeft hij als trainer van de JO16 een sportief leuker seizoen. Bevelander ziet de toekomst bij zijn club dankzij de lichting nieuwe talenten dan ook zeker met vertrouwen tegemoet.

“Ik ben nu een seizoen of vijf hun trainer en wil dat graag nog een seizoen of drie blijven. We zijn gericht bezig om ze uiteindelijk klaar te stomen voor de senioren en om ze in te laten stromen richting het eerste elftal. Er zitten zeker een aantal jongens bij die op termijn voor de continuïteit moeten zorgen. We hopen dan ook dat deze jongens zo lang mogelijk samen blijven voetballen en elkaar naar een hoger niveau tillen. Want het is ons doel om als club uiteindelijk weer de weg omhoog in te zetten. En ik hoop dat we aan deze groep jongens nog veel plezier zullen beleven en ik over een aantal seizoenen met een groot deel van hen kan samenspelen in ons eerste elftal. Dat zal het allermooiste zijn.”

‘Nee’ staat niet in woordenboek van Stijn Hendriks

Bij VV Rhoon weten ze het, ze hoeven maar de telefoon te pakken om naar Stijn Hendriks te bellen of te app’en en de tiener (19) is er om als noodverband te fungeren. Voorzitter Mart van Ginkel ziet hem als voorbeeld van zijn generatie: “Een supervrijwilliger.” Voor Hendriks zelf is het de gewoonste zaak van de wereld om zijn club de helpende hand toe te streken. “Ik vind het niet bijzonder wat ik doe.”

Een moment om op een wedstrijddag een foto af te spreken met de tweedejaars scholier Sport en Bewegen blijkt een heel lastige klus. Om tien uur speelt hij met de JO10-1, twee uur later zit hij op de bank bij de JO15-1, waar hij als assistent-trainer fungeert.

Het is kenmerkend dat hij de tegenstanders van de door hem getrainde teams meteen oprakelt, terwijl hij het antwoord schuldig moet blijven tegen wie hij zelf als speler van Rhoon 5 speelt. “Dat hoor ik wel van die jongens als ik in de kleedkamer zit. Of ik zie het buiten aan de kleuren van de shirts.

Op zijn veertiende was Hendriks al scheidsrechter. “De club zocht scheidsrechters en ik heb me opgegeven voor de cursus. Ik ben begonnen bij de F- en E-tjes, maar daar had ik niet de echte uitdaging. Vandaar dat ik doorgeschoven ben naar de junioren.” Het fluiten doet hij nu nog wel, maar op ‘back-up’ basis. “Ik train twee en coach twee teams. Dat programma is lastig te combineren met het fluiten. Bij één team zou dat nog wel gaan, met twee teams is het vrijwel onmogelijk. Doordeweeks wil ik nog wel eens een wedstrijdje meepakken.”

Druk programma of niet, het kan zomaar gebeuren dat toeschouwers Hendriks bij Rhoon 1 als assistent grensrechter in actie zien. “Dat gebeurt inderdaad wel eens”, zegt hij. “Als de grensrechter er niet is en het past in programma doe ik dat ook graag. In de voorbereiding op dit seizoen heb ik nog gevlagd. Ik ben sowieso niet zo goed om nee te zeggen als ik ergens voor word gevraagd.”

Het training geven vindt hij het allerleukste. “Ik ben er drie jaar geleden mee begonnen. Ik geef in de week twee trainingen aan de JO10- 1 en JO15-1. Ze trainen op verschillende dagen. Ik ben er op maandag, dinsdag, woensdag en donderdag. Het leuke van twee teams vind ik dat het twee verschillende leeftijdsgroepen zijn. Bij de JO10-1 train je heel anders dan bij de JO15-1.”

Met de JO10-1 speelt hij in de hoofdklasse. “Dat is een enorm getalenteerde groep. Normaal ben je op die leeftijd met andere dingen bezig, maar die jongens hebben een heel goed gevoel voor het positiespel.”

Voor school moeten we stage lopen en dat kan nu via Rhoon”, beschrijft hij een voordeel voor zijn vele Rhoon uren. Aan carrièreplanning doet hij niet. “Nee hoor. Ik heb nog geen idee wat ik wil bereiken als trainer. Daar denk ik niet over na, maar ik zie mezelf niet bij een andere club training geven, daarvoor ben ik te veel een Rhoon-man.

Stilzitten is geen optie voor Marjan van der Tholen

“We hebben helaas de stormbaan moeten afblazen”, zegt Marjan van der Tholen tijdens de jaarlijkse Herfstdag voor de jeugd van BVV Barendrecht. “Is het weken mooi weer, regent het uitgerekend vanmorgen.”

Van het veld, waar het 4-tegen-4 toernooi wordt afgewerkt, beent ze zich naar de kantine. “De kinderen moeten zo gaan eten”, biedt ze haar excuses aan voor haar haast. Van der Tholen (49) is samen met Sandra de Jong de drijvende kracht achter de Herfstdag.

Het is één van de activiteiten die zij namens de activiteitencommissie organiseren. “Bingo en Sinterklaas organiseren we ook”, vertelt ze. “En vorig jaar hebben we een FIFA toernooi gehouden. Dat was een daverend succes.” Eén keer in de twee jaar organiseert Van der Tholen en een team vrijwilligers de E-Experience, een kamp voor E-pupillen. “Twee dagen duurt dat met één nacht slapen op de club. Dat is het voor die kinderen natuurlijk helemaal. We huren altijd van die grote tenten.” Organiseren zit Van der Tholen in het bloed en dat had de club jaren geleden goed in de gaten. Want behalve vooraanstaand en actief lid van de activiteitencommissie is de Barendrechtse ook de vrouw achter de toernooien van Barendrecht. Ze coördineert zowel thuis- als uittoernooien. “Mijn activiteiten voor die toernooien smeer ik over het hele jaar uit”, zegt de moeder van drie zoons, van wie er nog twee voetballen. “Vergis je niet, ik ben nu al druk bezig met de toernooien van volgend jaar na de competitie. Ik moet wel, anders ben ik te laat.” Ze bezoekt regelmatig zogenaamde toernooibeursen bij clubs in de regio. “Dat is een mooi fenomeen. Op zo’n dag komen ook andere clubs die toernooien organiseren en onderling wisselen we teams uit. Dat is echt een uitkomst.”

Barendrecht heeft een grote jeugdafdeling en daarom is het onmogelijk om voor alle teams een eigen thuistoernooi te organiseren. “Daar hebben we de ruimte op de agenda niet voor en ook hebben geen velden genoeg”, legt Van der Tholen uit. “Ik probeer het zo goed mogelijk te verdelen. Dat een team dat vorig seizoen geen thuistoernooi heeft gespeeld, dit seizoen er wel één heeft.”

POULES
Zo staat tijdens Pasen een toernooi op het programma voor de JO15 en JO17. “Op 8 juni is er een toernooi voor alle teams van de JO8, zes zijn dat er, en de JO12, dat zeven teams heeft. Om alle poules vol te krijgen heb je veel teams nodig. Daar helpen die ruilbeurzen zeker bij. Het hele jaar door mail ik veel met an- dere toernooicoördinatoren.” Een aansprekend thuistoernooi is die van de Girls Cup (MO17 en MO19), die vorig jaar voor het eerst werd georganiseerd. “Dat is eigenlijk een soort invitatietoernooi. Normaal gesproken kan ieder team zich voor een toernooi inschrijven en ook spelen als ze er op tijd bij zijn. Maar bij de Girls Cup verlangen we dat een team minimaal in de hoofdklasse speelt.

Dit seizoen wordt het toernooi op zaterdag 22 juni gehouden.” Van der Tholen regelt ook uittoernooien voor de Barendrechtse jeugdteams. “Ieder team speelt er minimaal één, maar dat mogen er ook meer zijn. Er zijn teams die graag drie of zelfs vier toernooien spelen. Voor mij is dat geen probleem, ik heb er alleen een broertje dood aan als ze op het laatste moment afbellen omdat er niet genoeg spelers zijn. Ik weet zelf als toernooiorganisator hoe vervelend dat is.”

Legendarische spits is goud waard voor VV Renswoude

Iedereen die in de afgelopen 53 jaar sportpark De Hokhorst van VV Renswoude betreden heeft is hem vast wel eens tegen het lijf gelopen. Legendarische spits Cees Overeem (65) zich beschikbaar voor de plaatselijke trots. De legendarische spits behoort daar tot het vrijwilligerscorps.

Teleurstelling

Cees Overeem valt bij de start van het gesprek meteen maar met de deur in huis en rakelt een teleurstelling uit het verleden op. ,,We waren behoorlijk ver in de bekercompetitie gekomen en de thuiswedstrijd tegen Go Ahead Kampen stond op het programma. Ik werkte als timmerman in de bouw en zakte de dinsdag ervoor door een steiger. Voetballen was onmogelijk. Er kwamen 1700 toeschouwers op af. In de krant stond: de man met het vliegende schot stond langs de lijn.’’ De spits kan er nu gematigd om lachen en laat een foto zien waarop hij samen met een andere clubicoon, Henk van Essen, staat. Maar of de toen nog jeugdige Van Essen ooit het record van 350 treffers zal verbeteren moet nog blijken.

Dodelijk schot

Dertien jaar in het vlaggenschip en maar liefst achttien trainers heeft Overeem meegemaakt bij VV Renswoude. De naam van Gert van Weerthof valt. ,,Ja, dat was de beste trainer. Hij was tactisch erg sterk en zette de poppetjes op de goede plaats. Snel en een dodelijk schot, zowel links als rechts”. Zo beschrijft hij zichzelf: ,,Ik ben er trots op dat ik nog nooit een gele of rode kaart heb gehad. Zelfs geen waarschuwing. De voetbalbond kan mijn naam waarschijnlijk niet eens schrijven.’’ Over die zelfde bond is hij niet enthousiast: ,,In 1977 verongelukten Frans van de Broek en Hans van Foort na de met 3-1 gewonnen bekerwedstrijd tegen Bennekom.

Een week later moesten we van de bond gewoon spelen omdat die jongens niet meer ‘boven de grond’ stonden’’ Overeem is vaste volger van het vlaggenschip. Uit en thuis. ,,Ik ben overal kind aan huis. Het is een goede groep dit jaar met Jan van den Heuvel als trainer. Die laat ze hun gang gaan, maar zit er wel bovenop. Er is altijd een goede derde helft. Of er nou verloren of gewonnen wordt.’’

Druk baasje

In 2015 had Overeem de eer om vrijwilliger van het jaar te worden. Hij is daar trots op: ,,De leukste taak is het ontvangen van de scheidsrechters, want je leert in de loop van de jaren al die mensen kennen. Verder doe ik bouwklusjes, helpen met toernooien, kaartmarathons, besturen ontvangen en soms achter de bar.’’ Als het mooi weer is neemt hij zijn vrouw mee om naar zijn kleindochter Luna te gaan kijken, die in de meiden O-15 voetbalt. Hij heeft het af en toe wel moeilijk met de mentaliteit van de voetballer van nu. ,,Tegenwoordig bellen ze af omdat ze moeten werken. Ik moest vroeger ook werken, maar begon dan gewoon een paar uur eerder om toch te kunnen voetballen. Voorlopig kan VV Renswoude nog op de diensten van Overeem rekenen. ,,Ik heb thuis ook een hoop werk, want mijn vrouw zit in een rolstoel, maar ze kan een hoop zelf. Zo lang het gaat ga ik door. De zaterdag is mij heilig.’’

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.