Home Blog Pagina 1286

Katwijk op bezoek bij Kozakken Boys

Huidig kampioen Katwijk speelt zaterdag een uitwedstrijd tegen rivaal Kozakken Boys. De ploeg uit Werkendam wist vorige week knap een punt te pakken op bezoek bij koploper AFC. Katwijk won op de eigen Krom met 3-0 van De Treffers. Aanstaande zaterdag mag Katwijk op bezoek in Werkendam om tegen rivaal Kozakken Boys te spelen.

Een kijkje in de geschiedenis tussen beide teams levert niet direct een favoriet op. In totaal stonden beide ploegen dertien keer tegenover elkaar. Van die ontmoetingen wist Kozakken Boys er vijf te winnen. Vier keer gingen de drie punten naar Katwijk en vier keer werd er gelijkgespeeld.

Beide clubs zijn de laatste jaren dominant in de top van het amateurvoetbal en spelen jaarlijks voor de bovenste plekken. Vorig seizoen leverde dit ons het ultieme spektakelstuk toen het kampioenschap in het onderlinge duel werd beslist.

In de eerste seizoenshelft stonden beide ploegen al tegen elkaar. Het was een gevecht tussen twee ploegen die niets voor elkaar onder wilden doen. Het was een duel waar nog lang over na gesproken zou worden en niet om de goede redenen. Uiteindelijk stond na 90 minuten 1-1 op het scorebord.
Zaterdag 2 februari zal de wedstrijd om 15.00 op Sportpark De Zwaaier beginnen. De wedstrijd staat onder leiding van scheidsrechter Smit.

Jong spruit geeft jeugdtak WCR nieuw leven

Als de JO7-1 van WCR in de uitwedstrijd tegen Alexandria’66 al na twee minuten de score opent, vliegen de spelers van de Rhoonse club elkaar uit pure vreugde om de nek. Met 35 jeugdleden is de jeugdafdeling van WCR begonnen aan een nieuw leven.

Jarenlang had de club geen enkel jeugdteam. “We hebben zeker acht jaar geen jeugd gehad”, zegt bestuurslid Martin van der Grind. “Natuurlijk deed dat pijn. Zeker als je naar de buren keek waar de jeugdspelers niet aan te slepen waren.”

Die buren, voetbalvereniging Rhoon, slokten het laatste beetje jeugd dat WCR tien jaar geleden had, op. “We hebben nooit gezegd dat we geen jeugd wilden, dat is wel door sommige mensen zo naar buiten gebracht. Het is heel lastig om weer met iets nieuws te beginnen, je moet vanaf onderaf beginnen.”

Twee seizoenen geleden, in september 2016, maakte de jeugdafdeling een herstart. “We zijn enigszins geholpen door het peutervoetbal dat op het veld van WCR door een buitenschoolse opvang werd gegeven”, vertelt Eveline van Oorschot, coördinator van de jeugd en die hoedanigheid ook bestuurslid.”

“Mijn zoontje deed daaraan mee. Die was en is helemaal verslaafd aan voetbal en hij moest en zou op een club. Wij hadden zelf helemaal niets met voetbal. Dan ga je kijken waar je kan voetballen. Zo’n beetje overal was een wachtlijst. Ik ben in gesprek gekomen met Adam Maarschalkerwaard, die nu één van de vier trainers is van de jeugd. Hij wilde de jeugd wel gaan trainen. De basis voor het eerste team was het peutervoetbal.”

Heel voorzichtig, met één team – de JO7 – , nam WCR vorig seizoen deel aan de competitie. Intussen nam bij club , trainers en ouders het enthousiasme toe. “We zijn wat ledenacties gestart, hebben flyers gemaakt en uitgedeeld op scholen. We moesten naamsbekendheid krijgen. Gaandeweg het seizoen kregen we steeds meer aanmeldingen. Zo veel dat we voor dit seizoen met drie teams aan de competitie meedoen, een JO8 en twee JO7-teams. Daarnaast hebben we nog mini-pupillen, waar inmiddels ook al weer tien kinderen trainen. We zijn in één jaar driehonderd procent gegroeid.”

Eén van de vier trainers is Jan de Groote, die vroeger al trainer was in de jeugd van WCR. Hij vindt het geweldig dat de jeugd van WCR weer in de lift zit. “Ik heb in het verleden alle leeftijdsgroepen bij WCR getraind. Toen Eveline mij vroeg ik heb eigenlijk meteen ja gezegd. We zijn met allen wat moois aan het opbouwen.

Het is nog kleinschalig, maar dat past ook bij een club als WCR. Héél groot hoeven we niet te worden. Ik noem WCR altijd een huiskamervereniging. Je voelt je direct thuis als je de kantine instapt. Daar past ook een bepaalde schaalgrootte bij. We zijn nog lang niet zo ver, maar twee teams per leeftijdscategorie is goed.”

Van Oorschot roemt net als De Groote de knusheid en gezelligheid van WCR. “We zijn geen voetbalfabriek. Het is heel overzichtelijk en ouders en kinderen voelen zich meteen welkom. Dat hadden wij ook toen onze jongste zoon hier ging voetballen. Nergens is de contributie zo laag als bij ons. Je betaalt hier zeventig euro, inclusief kleding.”

Jan van Dalen doet met trainersoog verslag

Als interim-trainer loodste Jan van Dalen Heerjansdam naar het grootste succes in de clubgeschiedenis, het zaterdagkampioenschap bij de amateurs, en tegenwoordig volgt hij zijn club voor twee regionale radiostations. “Als het slecht is, zeg ik dat het slecht is. Ik ga niet liegen.”

Hij is er altijd bij, als Heerjansdam 1 nu thuis of uit speelt, Van Dalen (71) doet verslag van de verrichtingen van de groen-zwarten. “Ik ben er in het seizoen 2004/2006 mee begonnen. Jos Vis van de lokale omroep Exxact Barendrecht heeft me gevraagd. Ze hadden geen vaste man die Heerjansdam volgde. Ik schreef toen al een tijdje een wedstrijdverslag in De Schakel, een huis-aan-huis blad hier in de buurt. Ik heb gezegd: ik heb het nooit gedaan, maar wil het wel proberen. Een paar jaar later vroeg RTV Atos uit Zwijndrecht of ik het ook voor hen doen wilde doen.”

Dus gaat Van Dalen iedere zaterdag op de fiets van Zwijndrecht naar Heerjansdam. “Als we uit spelen en in de buurt rij ik meestal mee met de trainer. Als Heerjansdam met de bus gaat, zoek ik een plaatsje in de bus.” Zijn fietstocht van Zwijndrecht naar sportpark Molenwei en weer terug kan hij wel dromen. Hij was, voordat hij voor de radio verslag ging doen van de wedstrijden van Heerjansdam, 25 jaar trainer bij zijn club.

“Ik ben eerst trainer geworden van de lagere elftallen, waar ik toen zelf ook in speelde”, blikt hij terug. “Jan Oliemans, die jarenlang trainer was geweest, stopte en toen ben ik hem opgevolgd. Ik was 33 jaar.”

Al vrij snel werd hij door voorzitter Janus van Peelen gevraagd om de B-selectie te gaan trainen. “Dat was het derde en vierde elftal.” Meer dan regelmatig fungeerde hij als interim-trainer als de hoofdtrainer was ontslagen. “Ik heb dat zeker vier, vijf keer gedaan. Soms voor een paar weken, soms ook voor een half seizoen, om de competitie af te maken.”

Toen Heerjansdam 1 zijn sportieve hoogtepunt beleefde en kampioen werd van de eerste klasse, tóen het hoogste niveau op zaterdag, zat Van Dalen op de bank. “René Vemunt had een conflict gehad met het bestuur en was ontslagen. Ik heb het samen met Arie van den Berg overgenomen. Arie was ook nog speler. Samen bepaalden we de tactiek en de training. Tijdens wedstrijden deed ik de coaching.”

De driekamp om het zaterdagkampioenschap staat nog in zijn geheugen gegrift. “DOVO en SC Genemuiden waren de andere kampioenen van de eerste klasse die zich hadden geplaatst. Het kwam uiteindelijk op de laatste wedstrijd tegen DOVO aan. We konden alle drie nog kampioen wor- den. Als het in de laatste wedstrijd gelijk zou worden, zou Genemuiden kampioen zijn. Er waren die dag meer dan drieduizend toeschouwers. Wij wonnen met 2-1, het was een groot feest.”

De algehele amateurtitel ging aan de neus van Van Dalen en Heerjansdam voorbij. RCH won thuis met 3-0. “Dat duel werd in een aparte sfeer gespeeld. Hun trainer, Nick Stienstra, was kort daarvoor omgekomen bij de SLM-ramp in Suriname. RCH wilde per se spelen. Die wedstrijd konden we natuurlijk nooit winnen. Thuis hebben we alles of niets gespeeld, heel aanvallend. We wonnen met 4-2, maar dat was niet genoeg.”

Als radioverslaggever volgt hij Heerjansdam ‘positief’ kritisch. “Voor de wedstrijd doe ik een interview, tijdens de wedstrijd vertel ik hoe het spel verloopt. En als er wordt gescoord, breek ik in de uitzending in.”

Ander nieuws rond Heerjansdam laat hij anderen over. “Dat is mijn taak niet. Ik ben er voor het wedstrijdtechnische deel. Dat probeer ik zo goed mogelijk te doen.”

‘SV Bolnes heeft jeugd veel te bieden’

De jeugd is onze toekomst”, zegt Michel Legerstee, penningmeester van SV Bolnes. Daarom is de Ridderkerkse club er veel aangelegen om weer een gezonde jeugdtak op te bouwen. “We hebben liever vandaag dan morgen acht of tien teams, maar we weten ook dat we geduld moeten hebben om dat doel te bereiken.”

Overzichtelijk is het wel, SV Bolnes heeft met de JO9, JO11, JO13 en JO17 (mix van JO15 en JO17) vier teams in de competitie. Ideaal is zo’n kleine jeugdafdeling niet, weet de club en Legerstee zelf uit ervaring “We hadden voor dit seizoen bijvoorbeeld net niet genoeg spelers om één JO15 en één JO17 te maken. Dat is lastig, maar door deze teams te mixen hebben wij toch een JO17-team in de competitie.”

Van onderaf aan bouwen, luidt het devies bij SV Bolnes. “Er zit groei in, zeker bij de jongste groep”, geeft Legerstee aan. “In de JO9 en JO11 hebben we weer het probleem dat we te veel spelers hebben voor één elftal en te weinig voor twee. Dat probleem is opgelost als we nog wat meer jeugdleden krijgen in die leeftijdscategorie.”

Waar RVVH en Slikkerveer florerende jeugdafdelingen hebben, moet Bolnes het van de kruimels hebben. “Terwijl de potentie in de wijk Bolnes groot is. Veel kinderen die willen voetballen kiezen echter voor RVVH of Slikkerveer omdat hun vriendjes daar al spelen. Tegenwoordig is het voor ouders ook geen probleem om die kinderen met de auto naar de training of wedstrijd te brengen. Vroeger deed je alles op de fiets en was de club op de hoek ook de club waar je lid werd.”

Legerstee erkent dat SV Bolnes in het verleden ook zaken niet goed heeft aangepakt. “We moeten zeker goed in
de spiegel kijken, maar we hebben ook een nieuwe start gemaakt. De club is in rustig vaarwater terechtgekomen. We hebben enthousiaste en goede jeugdtrainers. Daar is niks mis mee”, verzekert hij. “En we willen met alle liefde veel tijd en energie in de jeugd steken.”

Het grote voordeel bij ons is dat de jeugd heel veel aandacht krijgt. We hebben niet zes JO11- teams of acht JO9-teams, zoals RVVH en Slikkerveer dat hebben. Onze contributie bedraagt voor een pupil (JO9 tot en met JO13) maar 150 euro, voor een junior (JO15 tot en met JO19) 160 euro. Daar zit het tenue bij en wordt op echt gras gevoetbald.”

Volgens Legerstee staat bij de trainingen het plezier voorop. “Kinderen vertellen door hoe leuk het hier is. Daardoor hebben we het afgelopen seizoen wat meer aanloop gekregen. We willen natuurlijk graag sneller en harder, maar zijn ook realistisch. Als we ieder seizoen twee teams bijkrijgen zijn wij tevreden. In 2020 bestaan we als club honderd jaar en het zou mooi zijn als we dan acht à tien jeugdteams hebben. Maar eerst moeten we toe naar minimaal een team in alle leeftijdscategorieën.”

Het ideaalbeeld, en ik besef dat dat nog ver weg is, is een piramide, met zes JO9, vijf JO11, vier JO13, drie JO15,
twee JO17 en één JO19. Dan heb je ook een natuurlijke doorstroming richting je seniorenelftallen. Nu is dat ook lastig. Ik hoop dat kinderen ons weer weten te vinden. Ik denk dat SV Bolnes de jeugd veel te bieden hebben.”

Berry de Groot bewaakt het evenwicht bij Rijsoord

Berry de Groot (31) heeft zijn eerste prijs dit seizoen al binnen: de Rijsoord-middenvelder wordt in april voor de eerste keer vader. “Dat wordt iets nieuws.” Ook met Rijsoord is hij begonnen aan een nieuw project.

De wegen van Rijsoord en trainer Gijs Zwaan scheidden afgelopen zomer na zes seizoenen. Mede daardoor was het aantal mutaties bij de Kraaien wat hoger dan in andere jaren. “Het is daarom nog wat zoeken naar de juiste balans in het elftal”, zegt De Groot, die werkzaam is als accountmanager bij Canon, waar hij probeert zoveel mogelijk printers te verkopen.

Op het Rijsoordse middenveld maakt hij meters in dienst vanhet elftal. “We spelen wel iets anders dan vorig seizoen”, geeft hij aan. Hoe precies wil hij niet zeggen. “Ik ga de concurrenten niet wijzer maken dan ze al zijn. Ze merken het vanzelf wel hoe we spelen.”

Van De Groot wordt verwacht dat hij het evenwicht bewaakt en bij balverlies de tegenaanval snel onschadelijk maakt. Bij balbezit vormt hij de brug naar de aanval. “Het is een mooie plaats hoor. Het is een positie met veel verantwoordelijkheid, maar dat ligt me wel.

Met zijn 31 jaar voelt hij zich ook oud genoeg om die verantwoordelijkheid binnen en buiten het veld te nemen. “Ik probeer de jongere spelers altijd zo goed mogelijk te helpen. Dat doe ik op een positieve manier. Iemand afbranden na een slechte pass zie je mij niet doen. Ik vind het belangrijk dat we een eenheid blijven in het veld en blijven vechten voor een goed resultaat. In dat opzicht voel ik me wel een verlengstuk van de trainer.”

Hij voelt zich inmiddels ook ‘Rijsoorder’. “Dat mag ook wel, hé. Dit is mijn vijfde seizoen hier. Dit is een prima club. Dorps, maar dan in de goede zin van het woord. De supporters zijn hondstrouw. Natuurlijk zijn ze ook wel eens kritisch als we niet goed hebben gespeeld, maar dat hoort erbij. Maar ze geven je altijd een hand na afloop. Ze steunen je altijd. Ik voel me echt gewaardeerd hier.”

Vandaar dat de kans groot is dat Rijsoord na HVO (Vlaardingen), Zwaluwen, Deltasport en Sliedrecht zijn laatste club wordt. “Waarom zou ik verkassen als ik het hier naar mijn zin heb? De club is goed voor me, we hebben een hechte en gezellige spelersgroep en het niveau is ook goed.”

Hij lag niet nachten wakker van de degradatie uit de hoofdklasse afgelopen seizoen. “Begrijp me goed, ik had me met Rijsoord liever gehandhaafd, maar we kwamen nou eenmaal net tekort. We begonnen uitstekend. In de winterstop stonden we keurig in de middenmoot. We hielden in zes wedstrijden de nul. Maar je speelt natuurlijk niet tegen de eerste de beste clubs.”

Het voordeel van de degradatie is dat De Groot met Rijsoord weer veel derby’s in de eerste klasse mag afwerken. Die tegen RVVH steekt er bovenuit, maar met Heinenoord, Poortugaal en mindere mate Brielle staan er meer duels op het programma die op de fiets bezocht kunnen worden. De Groot: “Het zijn aansprekende wedstrijden, voor toeschouwers en spelers. Ik speel zelf ook liever voor vijfhonderd dan voor tweehonderd man.” Rijsoord hoeft niet bang te zijn dat zijn aanstaande vaderschap hem doet besluiten te stoppen met selectievoetbal. “Het leven houdt niet op als die kleine er straks is. Ik wil eigenlijk zo lang mogelijk doorgaan. Aan een lager elftal moet ik echt niet denken.

Rijsoord: groei in dames- en meisjesafdeling vasthouden

Bij voetbalvereniging Rijsoord zit het vrouwen- en meisjesvoetbal in de lift. “We doen er alles aan om de groei vast te houden”, zegt Bram Lindhout, bestuur vertegenwoordiger van de dames- en meisjestak van de club.

“Het loopt de laatste twee jaar echt storm”, vervolgt Lindhout. “Elke week meldden zich wel één of twee nieuwe meisjes aan.” Rijsoord heeft dit seizoen vier teams in de competitie. Naast een vrouwenelftal komt het met MO15 en twee MO11- teams in actie.

“Onze wens is om in iedere leeftijdsgroep een team te hebben, maar zo ver zijn we nog niet”, weet ook Lindhout. “We doen er wel alles aan om de groei vast te houden. We organiseren allerlei ledenacties, delen flyers uit op scholen en sturen persberichten. We werken samen met de brede school hier waarbij wel afgelopen seizoen een aantal trainingen hebben gegeven in aanloop naar het Nederlands kampioenschap waar de school aan meedeed. Daar hebben we ook drie, vier meisjes aan overgehouden.”

De vrouwenafdeling heeft een rijke geschiedenis bij Rijsoord. Al in 1975 konden ‘dames’ in competitieverband tegen een bal schoppen. Lindhout, 68 jaar inmiddels, was één van de oprichters op 1 juni 1975. “Na een demonstratie van ZwartWit ’28, dat al een vrouwenafdeling had, zijn we met een groep meisjes begonnen.”

Rond de jaren negentig kende het vrouwenvoetbal in Rijsoord zijn gloriedagen. Onder leiding van trainer Han van Loon behoorde het in die jaren tot de Nederlandse top. In 1990 werd zelfs het landskampioenschap behaald. “Er was toen nog geen Eredivisie”, vertelt Lindhout. “De kampioenen van de districten speelden een eindtoernooi om het algehele landskampioenschap. We hadden een talentvolle groep meiden die al jaren bij elkaar was. Met wat speelsters van Zwart-Wit’28 erbij ontstond een mix van talent en werklust.”

“We hadden in die periode vier elftallen. Dat is gaandeweg teruggelopen totdat we paar jaar zelfs geen vrouwenelftal hadden.” Met het eerste elftal moest Rijsoord een paar jaar geleden in de vijfde klasse, op het laagste niveau, beginnen.

“Wij zijn gepromoveerd naar de vierde en derde klasse, maar door een smalle selectie konden we het in de derde klasse niet volhouden. Vorig seizoen was de selectie ook krap, maar inmiddels hebben we enkele speelsters van buitenaf erbij gekregen en is een groep MO19-speelsters toegevoegd aan het elftal. Peter van Hese is terug als trainer.”

“Het is belangrijk om goede trainers te hebben. Die hebben we gelukkig. We hebben in Ardi Huizer een enthousiaste coördinator die alles perfect organiseert.” “Het zou mooi zijn als we volgend seizoen een MO17 kunnen maken. We hebben daar nu al speelsters voor, maar nog te weinig, waardoor ze tussen wal en schip dreigen te komen. Vandaar dat we erg actief zijn met acties gericht op die leeftijdsgroep.”

Ideëen Ronald Attema moeten SV Poortugaal verder helpen

Zijn hoofd zit vol goede ideeën, maar Ronald Attema, sinds deze zomer Hoofd Jeugd Opleidingen bij SV Poortugaal, is de eerste maanden bij zijn nieuwe werkgever vooral bezig met ontdekken. “Ontdekken wat de mogelijkheden zijn, maar ook ontdekken hoe er getraind wordt.”

Attema (33) moet bij de fusieclub proberen om het niveau van de selectieteams omhoog te krijgen. In totaal heeft hij achttien teams onder zijn hoede. Maatwerk voor elke leeftijdsgroep is noodzakelijk, zegt de inwoner van Rotterdam-Blijdorp. “Stapje voor stapje wil ik mijn ideeën gaan integreren.”

Voor Attema is het zijn eerste baan als Hoofd Jeugd Opleiding. “Het is per toeval op mijn pad gekomen. Edward Sijahailatua, een vriend van mij met wie ik afgelopen seizoen derdeklasser Sleeuwijk trainde, heeft mij aangeraden om het te doen. Poortugaal heeft in de gesprekken die we gevoerd hebben een goed en realistisch verhaal geschetst. De denkwijze van de club en die van mij hoe de jeugdopleiding te verbeteren komen overeen.”

Hij weet ook dat het geen klus is van één of twee seizoenen. “Het is een meerjarenproject, op korte termijn mag en kan je geen wonderen verwachten. Een paar teams spelen, bij uitzondering, nu hoofdklasse, het streven is dat dat structureel wordt.”

De oud-speler van Sparta Nijkerk en Veensche Boys, die bij die laatste club nog trainer was van Ajacied Donny van de Beek, is de eerste maanden sinds zijn aanstelling vooral bezig met observeren. “Voor de onderbouw heb ik in de zomer een plan uitgeschreven. Maar iets op papier is vergankelijk, je moet het ook in praktijk kunnen uitvoeren.”

Vandaar dat Attema de trainers bij de hand neemt, voorziet met tips en voor de nieuwe trainingscyclus veel voordoet. “Ik wil zo goed mogelijk mijn gedachten overbrengen, zonder dat de trainer het gevoel krijgt in een keurslijf te worden gedrukt.”

“In het algemeen geldt dat voor de onderbouw er veel aandacht moet zijn voor techniek. Dat is de basis. In de bovenbouw komen meer de tactische aspecten van het spel aan bod. Daarbij vind ik het heel belangrijk dat spelers fit zijn. Zonder een goede conditie is alles lastiger uitvoerbaar”, aldus Attema, die ook een paar jaar werkzaam was als trainer van FC Dordrecht onder 17 jaar.

Aandacht voor mentaliteit en houding, dat vindt Attema net zo belangrijk. “Het viel me op dat bij sommige teams af en toe slap wordt getraind. We moeten een klimaat creëren waarin spelers, gechargeerd gezegd, pijn willen lijden. Als dat lukt kunnen we stappen gaan zetten. Dat er spelers vertrekken naar bvo’s, daar kan ik vrede mee hebben, maar ik wil dat Poortugaal straks een goed alternatief is voor spelers die op de radar staan bij Barendrecht, Spijkenisse of Smitshoek. Die vertrekken nu en dat is jammer, want dat zijn de potentiële eerste elftal-spelers.”

Meidenvoetbal in de lift bij Pelikaan

Het veroveren van de Europese titel in 2017 in eigen land door de Oranje Leeuwinnen zorgde voor een enorme impuls voor de vrouwen- en meisjesafdeling bij de Zwijndrechtse voetbalvereniging Pelikaan. Er is sprake van een trend, want de groei zette zich het afgelopen (kalender)jaar gewoon door.

Vier teams erbij in een korte periode, een bezetting van alle leeftijdscategorieën en een nog steeds aanhoudende toestroom van nieuwe meiden en vrouwen. Bij Pelikaan heeft de vrouwen- en meidenvoetbaltak een enorme groeispurt gemaakt en het einde van de aanwas lijkt nog niet in zicht. Het succes van het Nederlands vrouwenteam vorig jaar tijdens de Europese titelstrijd in eigen land bleef ook bij Pelikaan niet onopgemerkt. De toestroom van nieuwe leden zorgde ervoor dat alle leeftijdscategorieën ingevuld konden worden.

,,De meidenafdeling staat definitief op de kaart’’, stelt de Zwijndrechtse vereniging met grote trots. Niet alleen de groei van de vrouwen- en meisjestak zorgt voor een boost op Pelidome, maar ook de prestaties gaan stapsgewijs vooruit. Het afgelopen seizoen werden de MO13-1 en MO11-2 kampioen en stond de MO11-1 in de eindstrijd van de Rijnmond Cup. Het zijn tekenen aan de wand dat het met de opleiding van de talenten op meisjesgebied wel goed zit bij Pelikaan, dat de aanwas van nieuwe leden probeert te stroomlijnen en om te zetten in nog betere prestaties. ,,Het voetbalplezier bij de meiden staan voorop, maar we proberen ook om de speelsters individueel en als team beter te laten presteren’’, is het motto van de vereniging dat Ed Voetee, coördinator meiden- en vrouwenvoetbal bij Pelikaan, uitdraagt.

Dat het met die individuele ontwikkeling wel goed zit, bewijst het feit dat talentvolle meiden van Pelikaan inmiddels hun weg naar betaald voetbalclubs hebben gevonden. Zo is Celeste de Vriend inmiddels beland bij Feyenoord, waar zij in de MO13-1 is beland en met die ploeg ook herfstkampioen is geworden. Celeste trainde al eens bij ADO Den Haag, maar besloot na het afgelopen seizoen het blauw-zwart van Pelikaan te verruilen voor het roodwit van Feyenoord. Met een treffer had zij een belangrijk aandeel in de kampioenswedstrijd van haar team. Op de website van Pelikaan geeft zij duidelijk aan wat haar doel voor de toekomst is: ,,Ik wil met Feyenoord in de eredivisie voor vrouwen gaan spelen en later hoop ik ook voor het Nederlands team te kunnen spelen’’, aldus de speelster, die begon met voetballen bij Pelikaans plaatsgenoot VVGZ.

Ook Chloë Bezemer heeft inmiddels Pelidome achter zich gelaten en de overstap gemaakt naar een betaald voetbalclub met een opleiding voor meisjes(teams). In eerste instantie kwam Chloë terecht bij ADO Den Haag, maar sinds dit seizoen speelt zij bij Excelsior waar zij in de JO14-2M is gaan spelen. Ook Chloë heeft een duidelijk doel voor ogen, zo geeft zij desgevraagd aan: via de eredivisie wil zij naar een buitenlandse club en uiteraard wil zij later ook het shirt van het Nederlands team dragen. Pelikaan legde dus een basis voor deze jonge speelsters, die inmiddels de volgende stappen in hun nog prille carrières hebben gezet. Het zal zeker bijdragen tot een aanhoudende stroom nieuwe leden, zeker nu de Oranje-vrouwen zich hebben geplaatst voor het WK dat volgend jaar in Frankrijk plaatsvindt.

Mario van Klei steekt uren liefde in SV Poortugaal

Mensen vragen hem wel eens waar hij de zin en tijd vandaan haalt om zoveel uren vrijwilligerswerk voor SV Poortugaal te doen. Het antwoord vat Mario van Klei in één woord samen: liefde. “Ik steek er geen uren werk in, wel liefde.”

SV Poortugaal voorzitter Jaap Smaling noemt hem goud waard voor de club. “Wij kunnen niet zonder hem. Hij is een pareltje voor ons.”

Andersom geldt het ook dat Van Klei niet zonder zijn club kan, reageert de 62-jarige woninginrichter, die als zzp’er nog vier halve dagen werkt. “Ik ben iedere dag wel drie à vier uur op de club. Ik ben een aanpakker, al heb ik in de loop der jaren ook wel geleerd om zaken te delegeren.” Hij is voorzitter van de barcommissie, maar doet veel meer dan dat. “Ik spring in als het nodig is.”

“Ik heb vanaf mijn achttiende altijd al jeugd getraind”, zegt Van Kleij. Hij kon zelf ook goed voetballen. In de jeugd van PSV Poortugaal was hij een groot talent. Op zijn achttiende debuteerde hij in het eerste elftal. “Ik was heel snel en ook redelijk technisch. Ik scoorde altijd. Oók bij het eerste. Tenminste, in mijn tweede wedstrijd tegen LMO maakte ik er drie.”

Een paar dagen na die wedstrijd kreeg Van Klei echter een ongeluk. “Mijn auto was total-loss, mijn enkel en onderbenen gebroken. Ik ben nooit meer op mijn niveau teruggekomen. Snel was ik nog wel, maar ik was veel minder wendbaar dan voor het ongeluk.”

In 1988 brak hij zijn scheenbeen na een onbezonnen actie van de keeper van de tegenpartij. Weer volgde een lange revalidatie. “Ik heb daarna niet zo lang meer gevoetbald. Ik durfde niet meer, was bang dat ik weer in de ziektewet zou komen. Ik werkte al als zelfstandige.”

Hij verrichtte toen al veel vrijwilligerswerk. “Ik heb in de jeugdcommissie gezeten en was ook secretaris. Ik ging ook altijd mee met het jeugdkamp. Dat heb ik 32 jaar lang gedaan. We gingen naar plaatsen als Vierhouten, Otterloo en Hengelo in Gelderland. Op een gegeven moment ben ik daar mee gestopt. Ik was het niet eens met hoe het ging. Dan moet je niet zitten kniezen, maar het uit handen geven. Het eerste jaar dat ik niet mee was, was moeilijk, daarna niet meer. Ik vind dat je altijd moet denken in belang van de club. Ik mag dan vrijwilliger zijn, maar het draait om de club en niet om mij.”

Hij is al vijftien jaar voorzitter van de Club van Vijftig. “Leo Braat heeft dat ooit opgezet. Ik heb het met Jaap Smaling overgenomen en toen Jaap voorzitter van de club werd, ben ik alleen voorzitter geworden. We hebben 135 leden. Waar we kunnen ondersteunen we de club. Dan moet je denken als er een koelkast of iets anders vervangen moet worden.”

Hij regelt alle zaken rond de bar. Hij doet de inkoop en maakt de roosters. Met twee kantines – die van PSV Poortugaal en Oude Maas – een klus. “Die van Oude Maas is alleen op zaterdag open, op doordeweekse dagen hebben we in de oude PSV-kantine tot negen uur ’s avonds bezetting, met uitzondering van donderdag. Dat is de clubavond en zijn we langer open. Ik lig ’s nachts wel eens te piekeren of we voor zaterdag genoeg mensen hebben achter de bar, maar het komt altijd weer goed. We hebben bij Poortugaal geen klagen over vrijwilligers, maar handen tekort kom je altijd.” Zijn vrouw Rina is ook al jaren actief als vrijwilliger. “Ze deelt dezelfde liefde. Ze is twee jaar ziek geweest, maar nu voor 95 procent weer hersteld.”

De fusie tussen Oude Maas en PSV Poortugaal juicht het erelid van PSV toe. “Ik heb niet het idee dat ik in een andere vereniging ben beland. Het is groter geworden, dat wel. Als je eraan terugdenkt was het natuurlijk best raar: twee clubs uit één dorp zo naast elkaar. We visten op alle gebieden in dezelfde vijver.”

Het jeugdbeleidsplan van DBGC sluit nu écht aan op de praktijk

DBGC werkt sinds dit seizoen met een gloednieuw jeugdbeleidsplan. Het plan van de club uit Oude-Tonge is geen dossier dat stof ligt te vangen in een bureaulade, maar een papierwerk dat daadwerkelijk aansluit op de praktijk.

DBGC heeft het nieuwe jeugdbeleidsplan ontwikkeld in samenwerking met de KNVB. De club kreeg het Kader Coach Traject aangeboden door de voetbalbond, wat inhoudt dat mensen een versnelde jeugdtrainerscursus volgen waaraan parallel het opstellen van een nieuw beleidsplan loopt. Op die manier sluit de praktijk daadwerkelijk op de theorie aan, aangezien het plan dus mede opgesteld en geschreven is door de mensen die dagelijks op het veld staan.

Twintig cursisten vanuit DGBC zijn dit traject gaan volgen, met het doel het jeugdvoetbalbeleidsplan te ontwikkelen. Dat is gelukt. Vlak voor de zomer heeft jeugdcommissielid Ad Buijs, samen met Jan Pieterse initiatiefnemer van dit traject, het nieuwe plan voorgelegd aan het bestuur. “De bestuursleden waren dolenthousiast.” Het plan is op de website van DBGC in te zien en wat direct opvalt, is dat het geen langdradig werk is. Het jeugdbeleidsplan telt zestien pagina’s, een overzichtelijk aantal. Daarnaast wordt duidelijk bij het lezen dat het beleidsplan inderdaad op de praktijk aansluit. Het blijft niet bij het vormen van algemene actiepunten, normen en waarden, maar geeft bijvoorbeeld ook een wedstrijdtraject van dag tot dag aan. Op de wedstrijddag zelf wordt nog verder ingezoomd op onder meer de teambespreking, warming-up, het gedeelte vlak voor de wedstrijd begint in de kleedkamer, de eerste helft, rust, tweede helft en hetgeen na het laatste fluitsignaal dient te gebeuren.

Zo krijgt de begeleiding bijvoorbeeld actiepunten over het op de juiste manier klaarleggen van de materialen, tips voor het houden van een peptalk en benadrukt het plan nog eens de importantie van het netjes bedanken van de scheidsrechter en tegenstanders. Hoewel het beleidsplan dus erg compact is, omvat het wel alles: van normen en waarden tot trainingsopzet, het verloop van de wedstrijddagen en de voetbalvisie van de club, verzorgd veldvoetbal spelen.

“Het is de bedoeling dat DGBC een herkenbare manier van spelen krijgt, zowel voor de buitenwacht als intern. Het is voor een jeugdspeler wel zo fijn dat wanneer hij of zij doorstroomt, er qua speelstijl niet veel verandert”, aldus Buijs. Bij DGBC staat het plezier voorop, maar het zou mooi zijn als ook de prestaties mee kunnen liften op het succes dat uit dit nieuwe jeugdbeleidsplan voortvloeit.

Met de presentatie van het jeugdbeleidsplan zijn de cursisten echter nog niet klaar, zo legt Buijs uit. “We geven het plan eens in de zo veel tijd mee aan een willekeurige jeugdleider, die dan zijn of haar opmerkingen kan plaatsen. Vervolgens komen de cursisten weer samen en gaan we kijken of het jeugdbeleidsplan veranderd moet worden, of dat er in de praktijk wat moet worden aangepast.” Daarnaast is een groepje keepers en keepers-deskundigen vanuit de club sinds afgelopen najaar bezig een hoofdstuk keepers aan het plan toe te voegen.

Zo houdt DBGC het plan up to date, waarmee gegarandeerd wordt dat het ook aansluit op de praktijk. En dat was het uiteindelijke doel van de club. Het jeugdvoetbalbeleidsplan is op de website van de club in te zien: www.dbgc.nl/oefenstof-jeugdtrainers.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.