Home Blog Pagina 1269

Met Aad van Holsteijn stopt waar clubicoon

Westlandia neemt aan het einde van dit seizoen afscheid van een clubicoon. Na meer dan 25 jaar stopt Aad van Holsteijn als leider van het eerste zondagteam. “De mensen hoeven niet bang te zijn; ik kom in een andere functie terug bij de club”, stelt Van Holsteijn (58 jaar) de Westlandianen gerust.

Op de vraag waar een goede leider aan moet voldoen, is hij duidelijk: “Je moet je kunnen wegcijferen.”

Van Holsteijn maakte de opmars van de Naaldwijkse club in het amateurvoetbal van dichtbij mee. “Ik was al een paar jaar leider van de D-pupillen toen ze me vroegen om ook leider van zondag 1 te worden”, vertelt hij. “Dat was in het seizoen ‘91/’92. Ik heb het jarenlang gecombineerd met het leiderschap van de D. Ik vond dat altijd een prachtige leeftijd om te doen.”

Ik ben onder Giel Jansen begonnen. Onder Joop van Daele zijn we nog gedegradeerd naar de derde klasse. Kun je nagaan.”

“Onder Richard Grootscholten en Cees Tempelaar is de grote opmars eigenlijk begonnen. In het begin met hoofdzakelijk eigen jongens, later toen we naar de hoofdklasse promoveerden konden we dat niet alleen af met eigen spelers. In die periode zijn er ook van lieverlee spelers van buitenaf gekomen. Tegenwoordig is het gemeengoed dat je als club op dit niveau spelers van elders moet halen. Wij proberen dat te ondervangen om spelers meerjarige contracten aan te bieden en voor langere tijd vast te leggen. Ik heb me overigens nooit bemoeid met vergoedingen. Dat was mijn pakkie-an niet. Met Marco van Koert probeer ik zo goed mogelijk alles buiten het voetbal te regelen.”

Over zijn hoogtepunt hoeft hij niet lang na te denken: het kampioenschap van de hoofdklasse in het seizoen 2008/2009. “We waren zeker niet favoriet, maar alles liep dat seizoen gesmeerd. Met Raily Ignacio, die van HMSH was gekomen, hadden we de revelatie in de spits. Naar de kampioenswedstrijd in Almere tegen FC Omniworld gingen 25, 26 bussen supporters mee. Dat was een geweldige belevenis. Voor Almere werden we opgepikt door een politie-escorte. Dat staat me nog helder op mijn netvlies gegrift. De huldiging, met zoveel mensen, ook.”

Dat hij stopt is indirect het gevolg van zijn veranderende werkzaamheden. “Ik moet sinds twee jaar één keer in de twee weken op zaterdag werken”, zegt de slijter van groothandel Sligro. “Daarnaast is de tijd ook aangekomen om te stoppen.”

Naaldwijk maakt werk van meisjestak

“Lekker meiden!”, roept trainer Derrick Leeuwin over het veld als zijn ploeg in de oefenwedstrijd tegen Den Hoorn binnen tien minuten een 2-0 voorsprong neemt.

Het regent in de eerste helft complimentjes van Leeuwin richting zijn speelsters. “We hebben de afgelopen weken veel getraind op passing en aanval”, zegt hij. “Ik vind het knap dat het nu al zo uit de verf komt.”

Helemaal verrast is de trainer, die in de ‘staf’ nog drie enthousiaste ouders om zich heen heeft verzameld, ook weer niet. De MO15 van Naaldwijk maakt sinds de start, aan het begin van dit seizoen, snel progressie. “Daar kijk ik best wel van op”, zegt Pieter van Nobelen, assistent-trainer van het team. “Het verschil in ervaringsjaren is namelijk enorm groot. Sommige meiden spelen al zes, zeven seizoenen, andere zijn pas dit seizoen begonnen. Om daar een team van te maken kost normaal gesproken tijd, maar wij zijn echt verbaasd hoe snel die meiden dat samen oppakken.”

We hebben vier dragende speelsters, dat scheelt”, reageert Leeuwin. “Die vier vormen de as, zij zijn het geraamte van het elftal, het houvast van het team. De andere meiden trekken zich daar aan op.”

Maar ook Leeuwin vindt de ontwikkeling van zijn pupillen opmerkelijk. “Zij deed een jaar geleden nog aan paardrijden en zij aan synchroonzwemmen”, wijst hij naar twee van zijn speelsters. Vanwege het verschil in niveau wisten Leeuwin en zijn staf niet wat hen dit seizoen te wachten stond. Vandaar dat voor de najaarscompetitie werd ingeschreven voor de tweede klasse. Daarin bleken de Naaldwijkse meiden in de meeste wedstrijden veel te sterk voor hun tegenstanders. “Steeds winnen met acht, negen doelpunten verschil is ook niet leuk”, meent Van Nobelen.

Daarom werd een hogere indeling aangevraagd bij de KNVB. “We gingen er vanuit dat we in de eerste klasse zouden komen, maar op basis van de resultaten zijn we in de hoofdklasse ingedeeld. Dat wordt pittig, dat weten de meiden. Maar dat vinden ze niet erg”, aldus Leeuwin. Want als er één karaktereigenschap de boventoon voert bij Naaldwijkse meisjes, dan is dat wel tomeloze inzet. “Deze meiden gaan er honderd procent voor en geven nooit op. Bij veel andere meisjesteams zie ik dat veel minder.” Met een MO15, een MO19 en een damesteam is de meisjes- en vrouwentak de laatste jaren behoorlijk gegroeid. “Maar we willen het verder uitbouwen”, verklapt Van Nobelen. “Het liefste hebben we een complete leeftijdslijn. Met een MO15, MO17 en MO19. Dan is de doorstroming gegarandeerd. Daarom zijn we hard aan het lobbyen voor meer meiden.”

Voetbalschool is kraamkamer Zwaluwen

Twee jaar geleden introduceerde Zwaluwen voor de onderbouw in de jeugd een nieuwe koers voor de Voetbalschool. “Een schot in de roos”, zegt hoofdcoördinator Monique Jansen. “Bij de allerkleintjes loopt het storm.”

Voordat de Zwaluwen-Voetbalschool nieuwe stijl het levenslicht zag, werd bij de Vlaardingse club op traditionele wijze training gegeven. Twee doordeweekse trainingen per team en een wedstrijd op zaterdag. “In de basis is dat nog het hetzelfde, alleen de opzet van de training is compleet anders”, zegt Jansen (46). “Waar in het verleden een trainer met zijn eigen team aan de gang ging is er nu gekozen voor meer structuur en eenheid. Er wordt veel meer gedacht vanuit de voetballertjes. Die komen naar de club om plezier te hebben. Daar hebben we de Voetbalschool ook op ingestoken: Want voetbal zonder plezier is geen voetbal.”

In de praktijk betekent het dat er op woensdag voor de jongste jeugd tot de JO13 een circuittraining wordt gedaan. “Spelletjes waarbij we technieken prikkelen. Oefeningen gericht op balbeheersing en balbehandeling maar we doen ook renspelletjes. Drie elementen komen mooi samen: pedagogiek, educatie en plezier.”

Sinds de invoering van de Voetbalschool is het aantal aanmeldingen fors gestegen. “Vooral bij de mini’s, in de leeftijd van vier tot zes jaar. Daar loopt het echt storm. Als andere kinderen enthousiaste verhalen horen komen ze de volgende keer ook mee. Het gaat als een lopend vuurtje door de wijk dat er leuke trainingen bij Zwaluwen zijn. Een betere reclame dan mond-tot-mond reclame is er niet”, stelt Jansen.“Bij de circuittraining doen we drie of vier oefeningen. Bart van Tienhoven, de hoofdtrainer, is verantwoordelijk voor de inhoud daarvan. Het lesaanbod is afhankelijk van de leeftijd en niveau. Iedereen is uniek en zo benaderen we de kinderen ook.” Intussen hebben Jansen en haar collega-trainers hun handen vol aan de groep. “We hebben op woensdag 35 mini’s, 30 E’tjes en 32 D’tjes lopen.”

Wie aan Lyra komt, komt aan Jan van den Bos

“Soms”, zegt Jan van den Bos. “Kan ik flink nijdig worden. Pisnijdig, als ik zie dat die jongelui niet netjes omgaan met de spullen hier. Ik vlieg er dan meteen op. Daar moet ik een beetje mee oppassen, anders ben ik de boeman.”

Jan van den Bos behoort bij Lyra tot ‘De Rode Jassen’, het is de Lierse bijnaam voor de leden van de vrijwilligersploeg die er-voor zorgen dat alles schoon is en netjes blijft op het fraaie complex van de club. “Ik denk dat veel leden geen flauw benul hebben wat wij allemaal doen”, zegt hij. “Of dat jammer is? Je ziet veel ouders die denken dat een voetbalclub een crèche is, waar je je kroost kan brengen en later weer kan ophalen. Ze vergeten dat we gewoon een vereniging zijn waar we het met zijn allen voor elkaar moeten boksen.”

In het vele vrijwilligerswerk kan Van den Bos (77) omschreven worden als een loyale en hardwerkende kracht. Hij is zes dagen van de week op de club. “Vanmorgen ben ik om acht uur begonnen”, zegt hij, als hij even pauzeert. “Net was ik even aan het rommelen in de keuken. Er zijn altijd klusjes te doen. We hebben altijd veel schoonmaakwerk. We hebben een ploeg van vijf man die de lijnen op de velden trekken. Op maandag zijn twee mannen bezig met het legen van de prullenbakken en het afvalvrij maken van de parkeerplaats. Als hier zaterdag gespeeld is, kom je soms een vreselijke bende tegen.”

Van den Bos corrigeert zichzelf vrijwel meteen. “Er zijn ook teams die de boel netjes achterlaten. Dan kijk ik zaterdag de kleedkamer in en zie ik één zooitje. ‘Jan, komt goed’ hoor ik dan. Als ik maandag dan kom is alles netjes. Zo heb je ze ook.”

Hij is er iedere dag tot half twaalf, twaalf uur. “Ik ben op mijn 70ste gestopt met werken. Ik deed altijd al wat klusjes, maar ben echt begonnen toen de tribune opgeknapt moest worden. Die was eerst bruin, die hebben we in het rood en wit geverfd.” Van den Bos is sinds 1966 lid van Lyra. “Ik ben in dat jaar van Rijswijk naar De Lier verhuisd. In 1967 ben ik scheidsrechter geworden. Tot mijn 45ste heb ik voor de KNVB gefloten. In die tijd moest je op die leeftijd stoppen en mocht je alleen nog maar jeugd fluiten. Daarna ben ik nog jarenlang scheidsrechter geweest op zaterdag. Totdat een goede vriend van me zei: Jan, de spelers vinden dat je het niet meer kan bijlopen. Dat was voor mij het sein om te stoppen. Ik was intussen 73 jaar”

Het betekent niet dat de voor- malig rijschoolhouder (‘ik heb 2432 mensen aan een auto- en 658 aan een motorrijbewijs geholpen’) zaterdag thuis op de bank zit of ligt. “Zaterdag is mijn langste dag. Dan ben ik er al om zeven uur om teams en scheidsrechters te voorzien van drinken en thee.”

Daarnaast is Van den Bos, die zestien jaar voorzitter was van de Lierse zwemvereniging Waterloo, de ‘sleutelman’, hij beheert de sleutels van alle kleedkamers. “Dat is een heel gedoe, want we hebben 24 kleedkamers. Ik zit er altijd bovenop, want ik wil dat alle sleutels terugkomen. Soms ontbreekt er één, die is dan per ongeluk ergens in een tas verzeild geraakt. Dan ga ik dezelfde avond nog bellen. Vrijwel altijd komt die sleutel weer terug.”

Mario Krommenhoek geneest zieke ballen bij Zwaluwen

De Vlaardinger staat midden in zijn hok, de materiaalkamer van de club. Overal liggen, geordend, shirtjes, broekjes, sokken en ballen. Zelf heeft de materiaalman van Zwaluwen alleen maar oog voor het shirt. “Kijk”, wijst hij op de hals.

“Hier staat de Vlaardingse vlag én het oprichtingsjaar van Zwaluwen. In het shirt zelf zit de Vlaardingse vis en onze eigen zwaluw verwerkt.” Gevouwen en wel gaat het shirt terug in de kast. Krommenhoek is sowieso zuinig op de spullen.

Een stuk of tien ballen liggen op een plank te wachten om door de materiaalman nieuw leven ingeblazen te krijgen. “Die zijn allemaal lek. Ik gooi nooit kapotte ballen weg. Het is het kapitaal van de club. Daarom probeer ik ze altijd te maken.” Niet voor niets wordt Krommenhoek de ballendokter van Zwaluwen genoemd. Negen van de tien ballen redt hij van de afvalbak. “Wat ik ermee doe? Ik spuit een soort goedje in, gelei, en laat ze dan een tijdje liggen. De meeste ballen kan je daarna weer oppompen en zijn weer goed. Ik heb het geleerd van de vorige materiaalmannen van de club.”

Krommenhoek, werkzaam op de bloemenveiling in Honselersdijk (‘die vroege tijden zijn een aanslag op je leven’), verzorgt alle materiaal van de clubs. “Ik ben hier ooit begonnen als leider van mijn zoon. En als ze weten dat je actief bent, zoeken ze je op. Zo kwamen ze ook bij mij terecht toen ze iemand voor het materiaalbeheer zochten. In het begin deed ik de jeugd, nu doe ik jeugd én senioren. Ik verzorg alle materialen, van ballen tot hesjes tot pionnen.”

“Trainers hebben nog wel eens wensen”, fronst hij zijn wenkbrauwen. “Verschillende soorten pionnen, loopladders. Weet ik het allemaal. Dat leren ze allemaal op de KNVB-cursus.”

“Ieder team heeft een eigen kooi. Daar liggen de spullen in. Als ik al het materiaal per training zou moeten uitserveren dan heb ik er een extra dagtaak aan.”

Hij zorgt voor alle bestellingen van de kleding. Van shirtjes tot trainingspakken. “Ik vraag bij de kledingleverancier ook de offertes aan voor bedrijven die een team willen sponsoren.”

Daarnaast is Krommenhoek coördinator van de bovenbouw, de JO19 en JO17. “Het meeste werk is voor het begin van het seizoen. Dan moeten de teams worden samengesteld en trainers en leiders worden gezocht. We hebben drie JO19- en drie JO17-teams. Dat valt dus reuze mee.”

Bob Zwinkels schrijft plezier met grote P

0

Bob Zwinkels is de speler er niet naar, als hij niet in de basis van Lyra 1 staat, om met een uitleg te vragen van zijn trainer.“Ik weet intussen hoe het in het voetbal werkt. Mijn moment komt wel weer, denk ik dan.”

“Het hoort er ook bij”, zegt de architect van beroep. “Soms speel je de hoofdrol, soms de bijrol. Ik kweek ook liever geen zitvlees op de bank, maar met drie spelers voor twee posities voorin weet ik ook dat mijn beurt wel weer komt. Een schorsing is zo opgelopen, ook een blessure zit in een klein hoekje.”

Zwinkels, die op 8 maart 34 jaar wordt, weet daar alles van. Hij was dit seizoen lange tijd uitgeschakeld door een hamstringblessure. “Stom, stom, stom”, zegt hij over het moment toen hij de blessure opliep. “Het was in de wedstrijd tegen Wateringse Veld-GONA. We verloren met 8-1 en stonden dik achter. Ik had, met mijn ervaring, beter moet weten. Het was een onbezonnen actie.”

Het was jaren geleden dat Zwinkels door een blessure aan de kant stond. “In mijn beginjaren bij Lyra was het een plaag, hamstringblessures. Gelukkig groeide ik erover heen.”

Hij beleefde met Lyra hoge pieken en diepe dalen. Hij promoveerde met de Lierenaren naar de eerste klasse, hij degradeerde ook naar de tweede en zelfs de derde klasse. Al zijn leeftijdsgenoten zeiden het selectievoetbal na verloop van tijd vaarwel, Zwinkels bleef ‘in love’ met Lyra 1. Nog steeds geniet hij. “De training vind ik geweldig, de wedstrijden ook. Ik haal er enorm veel voldoening uit.”

Dat is ook niet veranderd door de komst van zoontje Stach, die inmiddels vijftien maanden is. Het heeft zijn leven nog verder verrijkt. “Uitslapen is er niet meer bij geweest sinds hij geboren is”, lacht Zwinkels. “Wakker is wakker, hé.” “De eerste maanden zijn, zeg maar, voor de moeder. Veel ver- zorgen. Op een gegeven moment krijg je interactie. Je hebt van te- voren geen idee hoe het vader- schap is, maar het is prachtig.”

Stach staat het selectievoetbal bij Lyra echter niet in de weg. “Als je ouder wordt, word je meer bewust van het plezier. Dat heb ik nog bij iedere training en wedstrijd.” Dat gaat niet ten koste van zijn fanatisme. “Nee hoor. Ik heb een vreselijke hekel aan een houtje-touwtjetraining. Dat komt misschien ook doordat ik al sinds 2009 in Den Haag woon en daardoor toch iedere keer een tijdje in de auto moet zitten. Ik hou wel van pittig en serieus trainen.”

Dat hij momenteel in de wachtkamer zit – trainer Pim van der Hoorn geeft de voorkeur aan spitsen Jack Binnendijk en Roy van der Star – hoort erbij. Klagen en ‘miauwen’ over zijn bijrol nu doet hij niet. “We zijn dit seizoen van een 4-3-3 naar 4-4-2 systeem gegaan. De consequentie daarvan is dat er een aanvaller minder nodig is. Ik kan me wel richten op een plek op het middenveld, maar daar is de concurrentie nog groter.”

Het zegt ook wel iets over de status van Lyra dit seizoen. De Liere- naren hebben onder leiding van trainer Pim van der Hoorn weer kleur op de wangen gekregen. Met Wateringse Veld-GONA zal Lyra moeten uitknokken welke ploeg kampioen wordt in de derde klasse. “Pim past heel goed bij deze groep,” denkt Zwinkels. “Hij staat in het dagelijkse leven voor de klas. Hij weet heel goed en duidelijk te maken wat hij van ons als spelersgroep wil. Hij laat de spelers daarin ook meedenken. Voor de wedstrijd tegen Verburch had hij drie groepjes van spelers gemaakt die het spel van Verburch moesten analyseren en aan de hand daarvan de tactiek moesten bepalen.”

De jongens van de dagploeg houden van doorwerken

De schrobmachine van Cor Struijs maakt een oorverdovend geluid. “Maar hij gaat echt niet stoppen, hoor”, waarschuwt Cock Verboom. De verenigingsmanager van Zwaluwen wil net uitleggen welke verenigingen en instanties de Vlaardingse club wekelijks over de vloer krijgt. “Die jongens van de dagploeg houden van doorwerken.”

Die jongens zijn allemaal mannen op leeftijd. Gepensioneerd. “Drie keer in de week zijn ze er”, vertelt Verboom (58). “Op maandag loopt hier een mannetje of acht, dinsdag ook en vrijdag zijn er meestal vijf.” Ze zorgen ervoor dat het complex van Zwaluwen, om de woorden van Verboom te gebruiken, ‘leefbaar’ blijft. “Ze verrichten vooral schoonmaakwerkzaamheden. Kleedkamers, maar ook de buitenruimte. Al het vuil in de buitenbakken wordt weggehaald. We hebben twee mannen die zich bezig houden met de belijning van de twee natuurvelden. Aan de kunstgrasvelden hoeven we zelf gelukkig niets te doen.” De dagploeg heeft de handen al vol om het complex netjes te houden. “Twaalf, dertien jaar geleden hebben we de laatste verbouwing gehad. Het oude gedeelte staat al sinds 1970. Het gebouw is onderhoudsgevoelig. Kleine reparaties doet de dagploeg ook. Douche- of deurknop vervangen, dat werk. Twee jaar geleden hebben we de boel geschilderd. Alles zwart-wit met kleurtjes op de kleedkamerdeur. Anders is het ook maar zo zwart-wit.”

“Je bent eigenlijk nooit klaar. Een zomerseizoen kennen we niet in die zin dat het rustig is. Als alle leden op vakantie zijn wordt hier alles gereed gemaakt voor het nieuwe seizoen.” De schoonmakende leden van de dagploeg zijn deze donderdag niet de enige fanatiekelingen in het gebouw. In de kantine spelen vrouwen op leeftijd spelletjes. “Die komen uit de buurt”, zegt Verboom. “Op maandag na hebben we iedere dag wel een vereniging of instantie die gebruik maakt van de kantine. Daar hebben we bewust voor gekozen. Niet om rijk van te worden – de huur die we vragen is te verwaarlozen – wel vanwege de sociale functie die we als voetbalclub willen vervullen. Zo hebben we vier bridgeclubs en ook werken we samen met Vlaardingen in Beweging.”

Dat maatschappelijke gezicht komt ook terug in de opvang van cliënten van Ipse de Bruggen van locatie Scala. “Ze helpen hier regelmatig mee op vrijdag. En een lol dat ze hebben. Ze kunnen enorm dankbaar zijn. Regelmatig hangt er één om je nek.”

Lekkerkerk stunt tegen koploper SV Charlois

Afgelopen zaterdag stond voor Lekkerkerk de moeilijke thuiswedstrijd op het programma tegen het Rotterdamse SV Charlois. Deze ploeg staat vanaf het begin van de competitie aan de top van de ranglijst en lijkt op weg naar het kampioenschap. In de uitwedstrijd verloor Lekkerkerk uiteindelijk met 2-0. Na de nederlaag van twee weken geleden tegen DVO’32 kon Lekkerkerk de punten wel heel goed gebruiken. De weersomstandigheden waren verre van optimaal. Een stormachtige wind schuin over het veld, leek een beetje in het voordeel te zijn van Lekkerkerk en niet in de verzorgd voetballende koploper.

Lekkerkerk begon goede aan de wedstrijd. Tegen de wind in speelde het met Bart Sterrenburg in de spits en kort daarom heen nog drie aanvallend ingestelde spelers. Door de harde wind mee kwam SV Charlois niet echt aan goed voetbal toe. Lekkerkerk daarentegen zette vanaf het begin op bepaalde momenten goede druk op de verdediging van de soms nonchalant spelende achterhoede van de bezoekers. In de achtste minuut leverde dat succes op voor de thuisploeg. SV Charlois kreeg de bal na een bal van de linkerkant van Lekkerkerk niet goed uit het strafschopgebied weg. De poging van Stijn Ruberg belandde voor de voeten van de zeer sterk spelende Pim Molenaar. Zijn verwoestende uithaal verdween tegen de wind in diagonaal in de verre kruising. De keeper was compleet kansloos op het mooiste doelpunt van Lekkerkerk dit seizoen. De voorsprong was op basis van de eerste minuten verdiend.

Na deze openingsgoal zette SV Charlois wat meer aan zonder dat er grote kansen ontstonden voor de goal van keeper Robin Schiedon. De pogingen van afstand leverde voor Robin geen grote problemen op. Lekkerkerk probeerde via de zeer sterk spelende Bart Sterrenburg via snelle uitvallen gevaarlijk te worden. In de 28e minuut kwam Lekkerkerk weer gevaarlijk opstomen over de linkerkant. Luke Sitskoorn zette goed door en kon tien meter vanaf de achterlijn de bal voorgeven richting de opgekomen Pim Molenaar en Bart Sterrenburg. De bal kwam uiteindelijk voor de voeten van Bart, die wel raad wist met de open kans alleen voor de keeper van de bezoekers. Zo stond net binnen het half uur verrassend 2-0 voor de thuisploeg. Na deze treffer ging SV Charlois steeds meer op zoek naar de aansluitingstreffer, maar de Lekkerkerkse verdediging speelde een puike partij en gaf heel weinig weg. Als het een keertje dreigend werd stond altijd nog keeper Robin Schiedon paraat. Tot aan de rust kreeg Lekkerkerk nog een paar kansen om gevaarlijk uit te breken, maar door onzuiver en soms te haastig spel leverde het geen grote kansen meer op. SV Charlois had een lastig eerste helft tegen het prima spelende Lekkerkerk. Ook had het daarbij ook nog eens een aantal momenten dat het in discussie ging met de scheidsrechter van dienst. De, in de ogen van Lekkerkerk, prima leidsman vond het na 47 minuten genoeg en floot voor rust.

Tweede helft

Na rust speelde Lekkerkerk met wind schuin in de rug. Ondanks dat begon de tweede helft weer zoals de eerste helft. SV Charlois kon niet echt een vuist maken en Lekkerkerk bleef gevaarlijker in de omschakeling. Na twee minuten spelen onderbrak de scheidsrechter de tweede helft voor 5 minuten vanwege een paar harde klappen onweer. Na de hervatting kreeg Lekkerkerk in de 50e minuut een vrije trap na een flinke charge op Luke Sitskoorn. De vrije trap was een prooi voor Pim Molenaar. Zijn harde schot leverde voor de doelman van de koploper flinke problemen op en hij kon de bal dan ook niet meer dan tegenhouden.

De terugspringende bal viel helaas voor Lekkerkerk net tussen de inkomende Bart Sterrenburg en Alex Velsink in en kon zodoende niet binnen geschoten worden. Dat had de beslissing in de wedstrijd al kunnen zijn. Het wedstrijdbeeld bleef hetzelfde. De koploper probeerde het wel maar kon geen vuist maken en Lekkerkerk loerde op een snelle uitbraak. In de 68e minuut werd heel even niet opgelet aan de rechterzijde van de Lekkerkerkse verdediging. De linker aanvaller van de bezoekers kon de bal voorgeven. Door de wind kwam de bal p het hoofd van de achteruitlopende spits van SV Charlois. Die kopte de bal over de uitkomende Robin Schiedon in het lege doel. Zo stond het ineens 2-1 en kwam er bij SV Charlois weer geloof in een goed resultaat.

De koploper zette Lekkerkerk na de aansluitingstreffer vast op eigen helft. Lekkerkerk had het moeilijk maar ondanks de aandringende bezoekers gaf het heel weinig kansen weg. Het werd wel regelmatig dreigend maar uitgespeelde kansen creëerde SV Charlois niet. Bij een poging van afstand had Lekkerkerk het geluk aan zijn zijde, de bal spatte via de lat over het doel. Bij een snelle uitbraak van Lekkerkerk in 79e minuut werd Bart Sterrenburg op de rand van het strafschopgebied neergelegd. Door commentaar van de laatste man van SV Charlois op de beslissing van de scheidsrechter, besloot de laatste om de speler binnen twintig seconden twee keer geel te geven. Zodoende moesten de bezoekers met een man minder het restant van de wedstrijd uit spelen. Vanaf dat moment kreeg de thuisploeg ook weer wat meer grip op de wedstrijd en werd het ook weer dreigender richting de goal van SV Charlois. De prima spelende Mike van Gent zette in de 85e minuut heel goede door over de rechterkant. Zijn strakke voorzet bereikte de ingevallen Hamid Sarrafzadeh die helaas net niet de 3-1 kon binnen tikken. Zo bleef het tot aan het eindsignaal van de scheidsrechter spannend. Na 94 minuten floot deze af met een mooie 2-1 overwinning voor de thuisploeg

“Dankzij voetbal kreeg ik mijn sociaal leven terug”

Gijs van ‘t Westeinde besloot twee jaar geleden de klikschoenen in te ruilen voor een paar kicksen. Hij heeft nog geen moment spijt gehad van die keus: de 24-jarige rechtsback geniet van het voetballen in NVS 1. “Hier heb ik mijn vriendengroep leren kennen.”

Gijs van ‘t Westeinde stond jarenlang te boek als een talentvol wielrenner. Hij stopte veel tijd in die sport, besloot zijn voetbalschoenen in de kast te gooien om vol voor de koers te gaan. Twee jaar geleden kwam hij op een belangrijk kruispunt: ging hij voor de route die naar een onzeker profbestaan zou leiden, of koos hij toch voor de zekerheid die een maatschappelijke carrière kon bieden? Hij ging voor de laatste optie.

Van ‘t Westeinde stopte met koersen op niveau, pakte zijn master aan de universiteit in Rotterdam weer op en ging voetballen bij zijn oude club NVS. “Ik geniet echt van de sfeer, het spelletje en het sociaal leven. Zonder de voetbal had ik mijn vriendengroep nooit leren kennen. Als wielrenner verlies je je sociaal leven voor een groot deel, als voetballer heb ik dat weer teruggekregen.”

Twee jaar geleden keerde hij weer terug bij NVS, hij begon in het tweede, maar mocht na een paar maanden al opdraven in de selectie. Daar is hij sindsdien niet meer uit verdwenen. “Vroeger stond ik voorin, nu ben ik rechtsback. Ik merk dat ik qua handelingssnelheid en techniek toch wat jaren achterloop, als rechtsback kan ik veel compenseren met mijn wilskracht, snelheid en conditie. Dat is wel nodig, ook al is het maar de vijfde klasse, je moet toch een beetje kunnen voetballen.”

Waar het met NVS in 2015-2016 en 2016-2017 niet lekker liep, gaat het sinds vorig seizoen een stuk beter. “Maar ik wil absoluut niet zeggen dat ik daar ook maar iets mee te maken heb”, zegt Van ’t Westeinde, die sinds vorig jaar vaste waarde is in de selectie, bescheiden. Hij constateert dat NVS de kwaliteiten heeft om te strijden voor promotie, maar dit seizoen wat pech heeft gehad met arbitrale beslissingen en blessures, waardoor het kampioenschap al uit zicht is verdwenen. “Maar als het vanaf nu goed valt, is de derde periodetitel zeker haalbaar voor ons. Als we dan nog wat geluk hebben met de loting in de nacompetitie, kunnen we echt promoveren. We zullen niet makkelijk meedraaien in de vierde klasse, maar dat niveau bereiken alleen al zou een unieke prestatie zijn voor onze club.”

Liefde voor Verburch is groot bij Barendse en Van Dinten

De één trapte in competitieverband nooit tegen een bal, de ander ging met de bal zo’n beetje naar bed. Cees Barendse (68) en Herman van Dinten (67) werken allebei op hun eigen manier aan Verburch. “Volgens mijn vrouw ben ik te veel bij Verburch. Daar kan ze wel eens gelijk in hebben.”

Nee, ze waren er niet bij toen Verburch zeventig jaar geleden werd opgericht, maar voor Barendse en Van Dinten speelt de Poeldijkse club een belangrijke rol in hun leven. Beiden maken deel uit van het bestuur. Barendse als manusje van alles (‘ik ben best handig’), Van Dinten als de man die het ‘technische beleid’ bewaakt. Ze doen het allebei met een enorme portie liefde voor de club.

“Ik ben vaak bij Verburch”, zegt Barendse. “Volgens mijn vrouw te vaak.” Om er aan toe te voegen dat hij ‘vreest’ dat het aantal uurtjes bij de club in de nabije toekomst gaat toenemen. “Ik ben officieel al met pensioen, maar werk nog halve dagen. Daar ga ik binnenkort mee stoppen.

”Barendse voetbalde zelf nooit, hij vond het vroeger interessanter om met zijn ‘brommer’ in de weer te zijn. Maar toen zijn zoons gingen voetballen rolde de kwaliteitsmanager van plantenzaad er ‘automatisch’ in. Zijn werkzaamheden zijn divers, van het keuren van de velden zaterdagochtend vroeg tot het vervangen van de doucheknop. “Ik pak alles aan.”

Hij moet lachen want een paar dagen daarvoor kwam hij in natte toestand thuis, terwijl buiten het zonnetje scheen. “Ik kreeg een melding dat een toilet doorliep maar kreeg het niet meteen voor elkaar. Ik rommelen, rommelen en rommelen. persoonlijk rust ik niet voordat ik het voor elkaar heb. Totdat het water alle kanten, en vooral mijn kant, opspoot. Ik was zeiknat.”

Het bestuurslid accommodatiezaken is zuinig op het fraaie complex van Verburch. “Er staat wat, hé! Maar het wordt wel steeds onderhoudsgevoeliger. Het is veertien, vijftien jaar oud, de eerste gebreken zijn zichtbaar.” Van Dinten is in het bestuur van de 70-jarige club de voetbalman. “Ze hadden me al een paar keer benaderd voor deze functie. De tijd was er op een gegeven moment rijp voor”, zegt hij.

Van Dinten speelde zelf van 1969 tot 1982 in de hoofdmacht van Verburch. “Ik weet niet hoeveel wedstrijden ik heb gespeeld, maar het zou me niets verbazen als het er meer dan vijfhonderd zijn. In die tijd speelde je altijd. Als je niet voor de competitie speelde, hadden we een oefenwedstrijd. Ik weet nog dat we een seizoen hadden waarin we 53 wedstrijden speelden. Overbelasting? Daar deden ze toen niet aan.”

Wat dat betreft heeft Verburch de zaakjes goed op orde. “Wouter de Kok zit als fysiotherapeut in ons complex. Hij zorgt voor een perfecte medische begeleiding, tot hersteltraining aan toe. Hij meet ook de fitheid van spelers.”

Van Dinten was jarenlang trainer in de regio en zelf ook twee seizoenen hoofdtrainer van Verburch toen het nog in de tweede klasse van het zondagvoetbal acteerde. “Dat was het team met onder andere Wim Grootscholten en John Zuiderwijk. Dat was een elftal dat gas kon geven.” Hij is tevreden over de technische ontwikkeling van Verburch nu. “In Pieter Batenburg hebben we een hoofd jeugdopleidingen die zorgt voor het operationele deel. Als bestuurslid zet ik de grote lijnen uit, het is aan hem om daar precieze invulling aan te geven.”

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.