Home Blog Pagina 1252

Voetbalfamilie Simonse: scheidsrechters en een goalgetter

In het ouderlijk huis in ‘s-Heer Arendskerke klinkt een harde kreet door de woonkamer. Zittend aan de ruime eettafel reageert Martijn Simonse (29) zeer afwijzend. Of hij zich na zijn carrière niet in scheidsrechters shirt wil hijsen? Net als pa Jos, net als broertje Julian. ,,Nooit aan gedacht. De trainerscursus is trouwens ook niet aan mij besteed. Als ik stop dan ben ik er eigenlijk wel klaar mee”, vertelt één van de topschutters van de Zeeuwse velden.

,,Hij loopt op die scheidsrechters ook alleen maar te klagen joh”, breekt vader Jos lachend in. Jos, kwieke zestigjarige, en al 21 jaar KNVB-scheidsrechter. Een geintje van de nestor van de familie, die blij is dat zijn oudste zoon ‘gewoon’ nog voetbalt. ,,Hij is een veel betere voetballer dan dat ik was.” ,,En ook wat beter dan mij”, klinkt het uit de mond van de 22-jarige Julian. Die laatste trad wel al in de voetsporen van vaders. Julian: ,,Vroeger ging ik vaak met hem mee naar wedstrijden. Ik heb twee seizoenen in Heinkenszand 1 gespeeld. Nu ben ik nu aan mijn tweede seizoen als scheidsrechter bezig.”

Waar vader Jos in de tweede en derde klasse actief is, daar moet Julian zich nog richten op de vierde klasse. De twee zaterdagscheidsrechters praten veel met elkaar. Jos: ,,Pas is Julian nog naar een wedstrijdje van mij komen kijken. En dan durft-ie ook nog wel wat verbeterpuntjes te geven hoor.” Julian: ,,M’n vader gaf rood aan een speler, en die nam daarna gewoon plaats op de bank. Dat ontging hem. Nadien werd er door supporters ook nog wat naar hem geroepen. Dan is het lastig om je mond te houden.” Lachend: ,,Is me ook niet gelukt.”

De twee, die op woensdagavond hun gezamenlijke trainingsavond hebben, herkennen zich wel in elkaar. Julian: ,,Ik ben soms nog te lief, ook qua gebaren.” Vader vult aan: ,,Dat had ik ook. Pas de laatste jaren durf ik makkelijker kaarten te trekken.

In tegenstelling tot Julian, zijn pa en Martijn wel op hetzelfde niveau actief: de derde klasse. Jos: ,,Op vrijdagavond hebben we altijd even contact. Als ik dan een wedstrijd moet fluiten waarvan de uitslag in zijn voordeel kan werken is het van: ‘Pa, zorg maar dat het een gelijkspelletje wordt.’

Maar de hulp van zijn oudeheer heeft de speler van Luctor Heinkenszand niet bepaald nodig. Met zijn elftal staat hij na de promotie in de top van het klassement.

Als goalgetter is hij dus begonnen aan zijn tweede jeugd. Martijn: ,,En toch merk ik dat het allemaal wat minder wordt, al heb ik over blessures niets te klagen. Maar het voetballen met vrienden mis ik af en toe. We hebben een leuk team hoor, maar veel jonge gasten hebben hele andere interesses. Logisch ook, want dat zijn jongens die ik in de E’tjes nog heb getraind. Die mannen gaan na een wedstrijd op stap, ik braaf naar huis naar vrouw en kind.” Over zijn voetbaltoekomst valt dus een lichte twijfel te ontdekken. ,,Klopt, ik ben er nog niet helemaal over uit wat ik volgend seizoen ga doen. Kijk, ik heb ook Tom Blomaard als ploeggenoot. Dat is een echte sportfanaat. Ik ben dat wat minder.”

In Heinkenszand staat volgend seizoen kersvers trainer Giovanni Siereveld voor de groep, als opvolger van Serge Beulens. De ex-speler van Hoek, Kloetinge en Vlissingen tekende voor twee seizoenen en is een goede bekende van Martijn Simonse. ,,We hebben een jaar of vijf bij elkaar in de klas gezeten op de HZ en gingen soms samen naar Ajax, dus via mij is het balletje een beetje gaan rollen”, vertelt de spits. ,,Toen bleek dat de komst van Pim Bruins als nieuwe trainer niet doorging stuurde ik Gio een appje. Het begon een beetje als grap, maar vervolgens hebben we er nog drie keer serieus met elkaar over gesproken. Hij had geloof ik de keuze uit acht of negen clubs, dus mooi dat hij toch hierheen komt.”

Sebastiaan Dedic: ‘Ook in de jeugd wil iedereen winnen van Rood-Wit’

Hagenees Sebastiaan Dedic is helemaal geïntegreerd in West-Brabant. De voetbalgek uit Sint-Willebrord is door de jaren heen fan geworden van NAC Breda en werkt bij ‘zijn’ club Rood-Wit aan zijn trainerscarrière. Momenteel doet hij er alles aan om de JO17-1 naar een hoger niveau te tillen.

Het is zaterdagmiddag 13.00 uur en wat gehaast betreedt Sebastiaan Dedic het voetbalterrein van Rood-Wit. De trainer was om 08.45 uur bij UVV’40 om bij zijn jongste zoon Ilja te kijken, hierna racete hij naar Zundert om zijn middelste zoon Juno aan te moedigen om 11.30 uur en om 14.30 uur moet zijn eigen JO17-1 alweer spelen in Sint-Willebrord. Dedic is de trainer van dat team en ook hierin speelt een kind van hem, namelijk zijn oudste zoon Mika. “Ja, het zijn soms drukke dagen”, grijnst de voetbalvader “Maar het zijn ook vooral hele leuke zaterdagen”, vindt hij. “De hele dag in de weer zijn met voetbal: dat is toch prachtig?”

De Hagenees woont al 24 jaar in ’t Heike en is helemaal geïntegreerd in dit deel van Brabant. Hij spreekt nog wel met een Haags accent, maar als NAC-fan én trainer van Rood-Wit past Dedic perfect in Sint-Willebrord. “Al een aantal jaar ben ik hier trainer en dat bevalt me goed”, zegt de ondernemer. “Met het oude JO15-1 team zijn we nu de JO17-1 geworden, heel bewust houden we deze groep jongens bij elkaar”, legt hij uit. “Dit is een echte vriendenploeg, de jongens weten elkaar goed te vinden in het veld”, aldus Dedic. “We hebben als eens ooit de beker gewonnen en in de eerste seizoenshelft liepen we helaas net het kampioenschap mis in de tweede klasse. Rood-Wit heeft vanuit het verleden een beruchte reputatie en dat merk je nu nog als jeugdteam. Iedereen wil van ons winnen. Dat is niet erg, maar alleen maar goed voor het karakter van mijn spelers.”

Dedic is een ambitieuze en zeer fanatieke trainer. “Ik hecht veel waarde aan discipline, en wijs mijn spelers erop dat voetbal een teamsport is.” Naar eigen zeggen kan hij vrij streng zijn en zeer bevlogen langs de lijn staan. “Soms gedraag ik me echt als Diego Simeone, die gek van Atlético Madrid. Dan besef ik dat ik iets te ver ga, haha.
Maar ik wil gewoon heel graag mijn spelers beter maken en mijn kennis overbrengen, die ik onder meer bij NAC als teammanager van jeugdteams heb opgedaan. Als iets in je hoofd zit en het komt er op het veld uit: dat vind ik mooi.”

Zeker vijf dagen in de week is Dedic bezig met voetbal. Hij geeft trainingen, bezoekt veel wedstrijden en haalt en brengt al zijn kinderen naar Rood-Wit. “Ik kom zelf ook uit een echte voetbalfamilie in Den Haag, waar iedereen bezig was met ADO. Mooi dat voetbal nu ook zo’n belangrijke rol speelt in ons gezin. Ik geniet ervan om mijn kinderen te zien spelen en ben als trainer ambitieus. Wie weet ga ik mijn TC3 diploma halen, zodat ik als hoofdcoach bij de senioren in het amateurvoetbal aan de slag kan gaan als mijn kinderen wat ouder zijn.”

Jeugd zorgt voor veel reuring bij bloeiend Seolto

Seolto is al decennialang een gezellige vereniging in Zevenbergen. Generatie op generatie wordt de goede sfeer intact gehouden door de echte clubmensen. En momenteel zorgt een groep jongeren er zowel binnen als buiten het veld voor dat de dingen goed voor elkaar zijn bij de zaterdagclub.

Momenteel bestaat het gros van het eerste elftal van Seolto uit een groep dertigers, maar daar kan op korte termijn verandering in komen. “We hebben een lichting met goede jeugdspelers die bijna klaar zijn om de stap naar de selectie te maken”, zegt Yvo van Dorst. Hijzelf speelt voornamelijk in het tweede, dat fungeert als een soort opleidingsteam. Maar wie weet sluit hij volgend seizoen wel vast aan bij het eerste team. “Met het tweede maken we een moeizaam jaar door, we hebben niet altijd genoeg spelers. Wie weet ontstaat er na de zomer één groot selectieteam. Dat wordt de komende tijd duidelijk”, vertelt de rechtsback. “Maar het is fijn dat we een goede jeugdopleiding hebben, in de toekomst hopen we als club daar de vruchten van te plukken.”

Niet alleen op het veld vertolkt de jeugd een belangrijke taak voor Seolto, buiten de lijnen zorgen jongeren ook voor veel reuring in de kantine. “Met een groepje enthousiaste gasten hebben we de kantine onlangs een geslaagde opknapbeurt gegeven”, legt Van Dorst uit, die ook nog lid is van de pr-commissie.

Er is een nieuwe dj-hoek waar spelers van steeds een ander team elke laatste donderdag van de maand de muziek verzorgen op een feestavond. En sowieso is het clubgebouw voorzien van een leuke aankleding, waardoor er een leuke sfeer hangt als de traditionele clubavond op donderdag of de derde helft op zaterdag begint. “Met het eerste spelen we veel derby’s dit seizoen en dan is het altijd leuk om een feestje te houden na een thuiswedstrijd. Op zaterdagavonden staat de kantine dan lekker vol, veel mensen van buitenaf komen dan ook naar Seolto toe.”

Van Dorst komt zelf uit Noordhoek, maar sinds de A-jeugd speelt hij bij Seolto, de club die hij al goed kende door zijn vrienden. “De sfeer en het niveau spraken me aan en het is ondertussen echt een club naar mijn hart geworden”, zegt de hbo-student Sportcommunicatie, die zich als vrijwilliger graag inzet voor de pr-commissie. “We hebben een leuke, enthousiaste groep, waarmee we op een moderne manier communiceren over onze mooie club”, zegt hij.

Maar zelf voetballen vindt hij uiteraard wel het leukste. “Ik probeer altijd te komen trainen en in wedstrijden alles te geven voor mijn team. En vanuit Noordhoek ga ik het liefst op de fi ets naar de club toe, zodat ik op donderdag en zaterdag naderhand wat biertjes kan drinken. We zorgen met z’n allen ook graag voor een goede baromzet hè”, zo lacht Van Dorst, die zijn naam dus eer aan doet.

Vorig jaar vond de eerste editie plaats van de Moerdijk International Cup bij Seolto en ook in 2019 wil de club dit toernooi weer organiseren op sportpark De Meeren. “Ook bij dat toernooi willen we meer jongeren betrekken bij de organisatie”, zo meldt Van Dorst. “De nieuwe generatie staat klaar voor de club en zo hoort het ook.”

NEO’25, SSC’55 en SV Capelle: dat gaat tegenwoordig prima samen

Breng de voorzitters van NEO’25, SV Capelle en SSC’55 bij elkaar en je krijgt een gezellig én inhoudelijk gesprek over de rivaliteit, het besturen van een amateurvereniging en de derde klasse zaterdag. Van animositeit is geen sprake meer, tegenwoordig helpen de clubs elkaar liever dan dat ze elkaar naar het leven staan. “Een krat bier als jullie Sleeuwijk verslaan.”

Het is een opvallend detail in de kantine van NEO’25: op het sponsorbord hangt ook de naam ‘Voorzitter van SV Capelle’. Coert van Caem heeft hier dan ook zijn roots liggen, voetbalde zelf bij NEO’25, maar schreef zijn zoon uiteindelijk in bij SV Capelle aangezien die club dichterbij hun huis lag, zijn vrouw daarvandaan kwam en Van Caem zelf al enige tijd gestopt was. Zo zijn er wel meer kruisbestuivingen: Van Caem regelde al eens een sponsor voor zowel zijn club als NEO’25 en ook de band met die andere zaterdag derdeklasser uit Sprang-Capelle, SSC’55, is tegenwoordig goed.

Inmiddels wel, want vroeger ging het er hard aan toe. Decennia geleden weigerden supporters van de ene club één stap te zetten in de kantine van de rivaal, na een derby. “Ik laat hier geen cent achter”, was de uitspraak dan. Doelpalen van de buurman werden geverfd, middenstippen gestolen en velden zelfs afgegraven. “Er is weleens een factuurtje heen en weer gestuurd.” Vooral de concurrentie tussen SSC’55 en NEO’25 is enige tijd hevig geweest, zo weet NEO’25-voorzitter Hans van der Schans nog. “Gelukkig is dat allemaal verleden tijd, dat ging soms namelijk echt te ver en dan krijg je ook weer represailles. Tegenwoordig gaan de spelers gewoon samen op stap.” Van Caem: “Dan appen ze elkaar na een wedstrijd: ‘Wat heb jij gedaan?’ Om vervolgens af te spreken om naar Tilburg te gaan.”

Voorzitterschap
De twee voorzitters zitten aan de tafel in de bestuurskamer van NEO’25 in afwachting van de komst van twee bestuursleden van SSC’55. Ze komen bijeen voor Het VoetbalJournaal, om het eens te hebben over de drie clubs, het voorzitterschap en de derde klasse zaterdag. Van der Schans en Van Caem wisselen alvast hun manier van besturen uit. De preses van NEO’25 houdt eigenlijk helemaal niet van de bestuurskamer, zo geeft hij eerlijk toe. “Ik vergader veel liever aan de bar met een biertje, dat is informeler en daardoor lijk je beter benaderbaar. Ik geloof niet in bestuurders met een stropdas achter een gesloten deur.” Het liefst doet hij als voorzitter zo weinig mogelijk. “Je moet jezelf er niet in verliezen, je moet delegeren.” Hij werd voorzitter toen zijn vrouw op vakantie was. “Er werd al snel naar mij gekeken toen die plek vrijkwam. Ze zeiden dat je alleen een biertje hoefde te komen drinken bij het onderlinge tennistoernooi, daar had ik wel oren naar.” Hij doet het inmiddels 3 jaar. “Het gaat er vooral om dat je een goede sfeer en beleving creëert binnen je club.”

Van Caem is sinds 2010 voorzitter van SV Capelle. “Ook bij ons stopte de vorige voorzitter en werd er direct naar mij gewezen. Ik heb getekend voor het leven.” Hij doet van alles binnen de club. “Maar alleen wat ik leuk vind, of dat nu foto’s maken is of met de lootjes rondgaan. Ik ben er heus niet elke donderdag en zaterdag, het gaat erom dat je er bent als het echt nodig is.”

Inmiddels zijn bestuursleden Arno van Oosterhout en Gert-Jan van Baardwijk van SSC’55 ook aangeschoven. De rivaliteit tussen de drie clubs komt nog even ter sprake, Van Oosterhout hoefde niet lang na te denken over zijn keuze. Hoewel hij wat vrienden bij NEO’25 had voetballen, werd hij door zijn vader, SSC’55’er sinds de oprichting, naar de club van het geel en zwart gestuurd. “Anders moest ik mijn eigen voetbalschoenen maar kopen en hoefde ik niet te rekenen op zijn support langs de lijn.” Van Oosterhout stimuleerde op zijn beurt ook weer zijn zoon om voor SSC’55 te kiezen, hoewel ze in Kaatsheuvel wonen. De geel-zwarten hebben geen voorzitter, die rol wordt al een paar seizoenen verdeeld over vier bestuursleden, waaronder Van Oosterhout en Van Baardwijk. “Niemand wilde het alleen doen en we wilden ook niemand van buitenaf halen. Het werkt tot nu toe prima, ieder heeft zijn takenpakket.”

Derbygevoel
Het gaat er gemoedelijk aan toe, zo tussen de vier. Af en toe is het scherp als Van Caem uitlegt dat SV Capelle écht geen cent betaalt aan selectiespelers, maar de sfeer is over het algemeen opperbest. Laatstgenoemde biedt SSC’55 een krat bier aan als ze die middag Sleeuwijk verslaan, een directe concurrent in de titelstrijd. “Dan moet ik misschien niet flauw zijn en NEO’25 ook een krat gunnen als ze winnen.” Later die dag zal blijken dat hij zijn portemonnee op zak kan houden: NEO’25 pakt een punt, de andere twee ploegen verliezen.

De derby’s zijn speciale wedstrijden, hoewel de rivaliteit wat bekoeld is. “Het is goed voor de kas van de clubs, dat sowieso”, erkent Van Baardwijk, een clubman in hart en nieren. “Het scheelt gigantisch in de omzet.” Van Caem vertelt dat hij meestal minstens vijfhonderd man langs de lijn ziet staan bij de derby’s. De beleving wordt wel minder naarmate de wedstrijden vaker worden gespeeld, maar toch blijft het iets speciaals, die strijd om de eer van het dorp. Als we naar de ranglijst kijken, strijdt SV Capelle momenteel om promotie, doet NEO’25 goed mee in het linkerrijtje en knokt SSC’55 tegen degradatie. “Als wij niet promoveren, hoop ik toch volgend jaar in een derde klasse te zitten met SSC’55 en NEO’25”, laat Van Caem weten.

Een ander onderwerp waar de voorzitters graag met elkaar over sparren, is het enthousiast houden van oudere jeugdleden. “Ze gaan werken, met de vriendin weg op zaterdag of iets anders doen, waardoor de JO17 en JO19- teams leeglopen en het niveau minder wordt. Het gat naar het eerste wordt daardoor te groot, dan moet je maar net hopen op een goede lichting.” Zij krijgen het tot nu toe voor elkaar om spelers van buitenaf te vinden dankzij een groot netwerk en die vervolgens te enthousiasmeren om bij SV Capelle te komen voetballen. SSC’55 lukt dat niet en het gevolg is een degradatiestrijd. “We proberen jongens die weg zijn gegaan terug te halen, andere spelers zo ver krijgen lukt ons gewoon niet”, vertelt Van Baardwijk.

Voorspellingen
En dan de voorspellingen. SV Capelle gaat voor promotie. “Everstein wordt kampioen en wij promoveren via de nacompetitie.” NEO’25 wordt dit seizoen vierde of vijfde, denkt voorzitter Van der Schans. “Het zou mooi zijn om volgend seizoen of het jaar daarna SV Capelle achterna te gaan naar de tweede klasse.” SSC’55 knokt voor lijfsbehoud. “Hopelijk lukt dat direct, anders via de nacompetitie. We zullen er vol voor moeten strijden, dan kunnen wij van iedereen winnen.”

Na afloop schudden ze elkaar de hand en wensen ze elkaar het beste. De strijd tussen de lijnen zal altijd groot blijven, maar daarbuiten gaan SSC’55, NEO’25 en SV Capelle tegenwoordig prima samen.

Barendrecht wil brug slaan naar eerste elftal

Barendrecht gaat serieus werk maken van een goede doorstroming van de jeugd naar de A- en B-selectie van de club. Onder leiding van oud-speler Gert van der Wal wil de nieuw vormgegeven technische commissie een brug slaan naar het eerste elftal, zodat in de toekomst meer eigen spelers de stap kunnen maken.

Eén van de doelstellingen van de plannen is dat voor ieder seizoen vier van de 23 beschikbare plaatsen voor de A-selectie van de tweede-divisionist worden ingenomen door eigen opgeleide spelers. “Dat lijkt een voorzichtige doelstelling, maar we spelen wél op het hoogste amateurniveau van Nederland”, zegt Van der Wel, die in november vorig jaar werd aangesteld als bestuurslid technische zaken.

“Er moest wat gebeuren. Los van de invulling – we hadden geen bestuurslid technische zaken en ook geen hoofd jeugdopleiding – was er binnen de diverse geledingen van de club ook frustratie. Frustratie die voortkwam uit het ontbreken van samenwerking en onderlinge verbondenheid.” Aan plannen lag het zeker niet, benadrukt Van der Wal. “Die plannen waren vaak heel goed en mooi, maar het ontbrak aan de executie ervan: ze werden maar half uitgevoerd, stierven een mooie dood of gingen een eigen leven leiden. Na de presentatie ervan werd er onvoldoende vervolg aan gegeven. Daardoor werden die plannen door trainers naar eigen inzicht ingevuld, terwijl van bovenaf het toezicht ontbrak.”

Daarnaast was er ook onbegrip. “Iedereen begreep dat je voor het niveau waarop we met het eerste spelen spelers moeten aantrekken, maar er werden ook jongens van achttien, negentien jaar binnengehaald die nauwelijks een meerwaarde hadden. Die jongens versperden wel de weg van eigen jongens”, aldus Van der Wal. Barendrecht wil volgens Van der Wal toe naar een consistent beleid dat ook constant in de uitvoering in de gaten wordt gehouden. “We gaan er bovenop zitten. We moeten naar een cultuur toe waar het heel normaal is dat we ons vingertje opste- ken als er iets niet goed gaat.”

Om dat te bewaken heeft Barendrecht voor volgend seizoen Arno Kooij aangesteld als hoofd jeugd opleiding. “Hij is er voor de grote lijn. Hij moet de samenwerking en onderlinge verbinding verbeteren. Daardoor zal ook de kwaliteit van de jeugdopleiding toenemen”, denkt Van der Wal. “We hebben natuurlijk al een kwalitatief goede opleiding. We zijn niet voor niets een RJO. Daarom is het zo jammer dat we sommige punten uit het oog hadden verloren. Het heeft ons als club wel aan het denken gezet dat er heel veel bij ons opgeleide spelers nu bij Smitshoek of andere hoofd- of eersteklasser voetballen. Dat veel jongens die kant op gaan, heeft ook te maken met het managen van verwachtingen.”

“Het is maar voor een enkeling weggelegd om direct de weg van de jeugd naar de A-selectie te belopen. Daarom hebben we nu ook duidelijk gekozen om het tweede een opleidingsteam te laten zijn. Het is voor onze talenten de landingsplek. Daar krijgen die spelers de kans en de tijd om zich, op een goed niveau, te ontwikkelen. Niet onbeperkt, want als er geen progressie wordt gemaakt gaat die plek weer naar een andere speler. Ook daarin moeten we duidelijk communiceren.”

Daarnaast gaat Barendrecht wat scherper kijken naar de intocht van nieuwe spelers. Ook weer met het idee dat die spelers de ontwikkeling van eigen opgeleide spelers niet in de weg mogen zitten. Van der Wal: “Omdat we zo hoog spelen, hebben we een aantrekkingskracht. Spelers zien ons als een plek om zichzelf in de etalage te zetten. Je trekt echter wel, wat ik noem, gelukszoekers. Als ze niet slagen, zijn ze soms binnen een paar maanden weer weg. Dat is niet goed. Daarom gaan we er ook wat scherper inzitten bij de intake-gesprekken. Vertellen dat Barendrecht op een hoog niveau speelt is niet meer genoeg. Volgens ons is dit nodig om eigen spelers te beschermen.”

Cock Stedehouder komt zondagmorgen in model

VV Rhoon doet nooit tevergeefs een beroep op hem. Als de club hem nodig heeft, staat Cock Stedehouder (69) in de startblokken. Dus toen de vraag kwam of hij de vlag van assistent-scheidsrechter wilde oppakken bij de hoofdmacht, zei hij ja. Niet wetende dat hij te maken kreeg met een enorm noodweer in de uitwedstrijd tegen Pernis. “Het was alsof ze honderd emmers over mijn hoofd gooide. Ik was zeiknat. En koud dat ik het had.”

“Ik heb een tijdje geleden aangegeven dat dit ook meteen mijn laatste jaar wordt”, vervolgt Stedehouder. “Ik ben bijna zeventig en vind dat er een jonger iemand moet komen. Ik ben fit, maar je moet aan de lijn toch de nodige meters maken. Ik moet het zondag bezuren na een wedstrijd op zaterdag. Het duurt wel even voordat ik weer in model ben. Als ik dat vertel liggen die jongens van het eerste in een deuk.”

Hij heeft een haat-liefde verhouding met de spelers. “Het zijn allemaal keurig, nette jongens, maar aan de andere kant moeten ze ook wel eens een schop onder de kont krijgen. Ze zijn soms zo makkelijk. Ik ging als voetballer zelf altijd tot aan het gaatje, dat mis ik vaak. De trainer, Roland Venekamp, is een wereldgozer. De spelers kunnen de trainer maken en breken en ik ben van mening dat er momenten zijn dat ze hem in de steek laten. Dan gaat de bui- tenwacht zich roeren en zeggen dat het aan de trainer ligt. Daar heb ik dan wel moeite mee” Hij levert bewust deze boodschap af. “Ze weten dat ik maar één doel heb: een beter Rhoon. Daarom kan ik het wel zeggen. Ik mag best een steentje in de vijver gooien.”

Als voormalig havenarbeider heeft Stedehouder sowieso het hart op de tong. “Wereldclub”, zegt hij over Rhoon, de vereniging waar hij als 35e jarige voetballer neerstreek en nog speelde in de hoofdmacht. De blauwgele kant op sportpark Omloop is ook bekend terrein. Hij speelde er tien jaar in de hoofdmacht. “Destijds in de derde klasse. Daarna heb ik nog bij Zuiderpark gespeeld. Via Leo Wijntjes ben ik uiteindelijk bij Rhoon terechtgekomen. Ik fluit bij WCR nog regelmatig toernooitjes. Ik kom er graag.”

Hij bekleedde bij Rhoon tal van functies. Hij zat in het jeugdbestuur, gaf training. Hij was assistent van mister Rhoon, huidig Hellevoetsluis-trainer Edwin de Koning. “Vorig seizoen heb ik nog de A1 getraind.” “Ik ben één jaar scheidsrechterscoördinator geweest, maar daar was ik niet voor geknipt.” Via Rhoon kwam hij in contact met een organisatie die in de zomer kampen organiseert voor kinderen met een beperking. Bijna dertig jaar lang maakte Stedehouder deel uit van de organisatie. “Dat waren sportkampen. Het was geweldig om te doen. Die kinderen waren in en in gelukkig. Ouders kon je even een weekje ontlasten. Het heeft mij altijd een enorme voldoening gegeven.”

“Ik heb nog met mijn kop in het magazine Glans gestaan. Een heel verhaal erbij. Een rauwdouwer uit de Rotter- damse haven die zoiets deed, dat vonden ze bijzonder. Ik niet hoor. Ook bij Rhoon help ik waar nodig is. Dat zit gewoon in mijn aard. Als ik weet dat de leverancier komt, rij ik toch even naar de club om de spullen in ontvangst nemen. Met elkaar moeten we het doen.”

Vierpolders bijna veilig na gelijkspel tegen Den Bommel

Met het punt dat Vierpolders afgelopen zaterdag overhield aan de derby tegen Den Bommel (1-1) lijkt handhaving in de derde klasse vrijwel zeker. De ploeg van trainer Paul Bestebreur heeft met nog 6 duels te gaan 30 punten.

‘Het kan altijd nog fout lopen,’ aldus Bestebreur, ‘maar alleen als we vanaf nu geen punt meer pakken. Ik denk dat Vierpolders ook volgend seizoen derdeklasser is. We gaan het seizoen afmaken om een mooie plaats in het linkerrijtje te realiseren.’

Revanche
Hoewel er tegen Den Bommel niet werd gewonnen, was de 1-1 een mooie revanche voor de eerder dit seizoen op Oost Flakkee geleden 3-0 nederlaag. ‘In de eerste helft was Den Bommel beter,’ zag Bestebreur. ‘Maar na rust gingen we met een extra man op het middenveld spelen en namen we de wed- strijd over. Jesper Lakerveld maakte de 1-1 en er waren kansen op een tweede goal. Maar in de eerste helft had de bal al in de eerste minuut op de stip gekund toen Jamie de Jong bij een redding Johnno Bakker van Flakkee raakte. Dat gebeurde niet, dus bleef het bij maar een tegengoal. Ik denk dat de 1-1 de verhoudingen juist weergeeft.’

Thuis
Komende zaterdag speelt Vierpolders opnieuw thuis tegen De Jonge Spartaan.

Hans Dietvorst: het veelzijdige bestuurslid van Virtus

Als bestuurslid algemene zaken voert Hans Dietvorst (65) veel verschillende taken uit bij Virtus. Die rol is hem op het lijf geschreven, want de clubman probeert er op allerlei manieren voor te zorgen dat het verenigingsleven bij de blauw-witten intact blijft. En moderner wordt door handige innovaties.

Hans Dietvorst heeft een hoop meegemaakt in zijn leven. Urenlang kan de gepensioneerde Zevenbergenaar vertellen over banen die hij heeft gehad. Over avonturen die hij buiten werktijd om meemaakte én over zijn voetballoopbaan, die in het teken stond van zowel Virtus als Seolto. Binnenkort kunnen belangstellenden van alles te weten komen over Dietvorst. Als hij zijn autobiografie ‘De reis van de kreeft’ heeft voltooid. Hier in het knusse clubgebouw van Virtus, waar Dietvorst sinds een half jaar de functie van algemeen bestuurslid vervult. Beperkt de voetballiefhebber zich deze middag tot zijn markante voetballeven.

JEUGD
Dietvorst begon met voetballen bij Virtus, doorliep er alle jeugdteams. Speelde in het eerste en stapte toen over naar rivaal Seolto. “Ik had het hier tijdelijk niet meer naar mijn zin en stapte toen over naar de buurman. Lekker dichtbij toch?”, zegt hij droogjes. “Bij Seolto speelde ik vijf jaar, om vervolgens weer terug te keren naar Virtus.” Bij beide clubs speelde Dietvorst in zowel het eerste als tweede team. Na zijn loopbaan legde hij exact dezelfde route af die hij als speler bewandelde. De Zevenbergenaar werd jeugdvoorzitter bij Virtus, ging na tien jaar naar Seolto om daar bestuurslid en jeugdvoorzitter te worden en keerde vervolgens wederom terug bij de blauw-witten.

“Virtus is echt mijn club, ben al 41 jaar lid, maar ik kom ook graag bij Seolto hoor”, legt Dietvorst uit. “Vroeger was het raar als je dat zei, maar nu is daar geen sprake meer van. Er heerst gezonde rivaliteit tussen beide verenigingen.”

Bij Virtus was Dietvorst onder meer jeugdvoorzitter, lid van de activiteitencommissie en jeugdtrainer. Nu richt hij zich vooral op beleidsplannen van de club. “Ik houd me bezig met communicatie en financiële zaken”, legt hij uit. “Ik ben freelance ICT’er en probeer met technische en moderne middelen het verenigingsleven te verbeteren hier.”, Legt hij uit. “Zo heb ik een programma ontwikkeld waardoor iedere vrijwilliger eenvoudig de boekhouding kan doen bij een vereniging. Op onze tv-schermen probeer ik vaak ook korte blogs te publiceren over bestuurszaken, zodat iedereen weet wat we uitvoeren”, legt Dietvorst uit.

“Ik houd me echt met van allerlei zaken bezig en dat vind ik ook leuk. Ik hoop alleen dat meer jongeren zich aanmelden als clubvrijwilliger, nu zijn sommige leden belast met te veel taken”, vindt hij Naast al dat werk is Dietvorst ook nog ‘gewoon’ voetbalsupporter van Virtus. Op zaterdagen ziet hij regelmatig jeugdwedstrijden en op zondag staat hij meestal langs de lijn als het eerste speelt. Virtus 1 liep vorig seizoen verrassend als nummer twee van de ranglijst het kampioenschap mis en speelt dit seizoen geen rol in de titelrace in de competitie 3A. Dat vindt Dietvorst erg zonde.

“Er is kwaliteit genoeg, het zit het team helaas niet altijd mee”, zo analyseert het bestuurslid de prestaties van zijn club. “Maar onze jeugdteams spelen op hoog niveau en ons tweede team kan dit jaar misschien kampioen worden. Ook het damesteam is een niet meer weg te denken factor in onze vereniging; een hecht team dat naast sportieve prestaties op het veld ook zorgt voor gezelligheid in ons clubhuis.”

Meisjes krijgen hun eigen toernooi bij Smitshoek

Voetbalvereniging Smitshoek beleeft dit jaar een comeback. Na jaren van afwezigheid staat op de velden van de Barendrechtse club weer een meisjestoernooi op de rol. “Het werd tijd”, zegt toernooiorganisator Remco Verzijl, die ook teammanager is van de MO13-1 van de club.

Toernooien waren er bij Smitshoek al, maar de meisjes moesten een eigen toernooi ontberen. “We spelen wel al jaren uittoernooien, maar een echt eigen toernooi op je complex geeft toch even wat extra’s”, reageert Verzijl. Volgens hem is de komst van een meisjestoernooi ook de erkenning dat het meisjesvoetbal een belangrijke poot aan de Smitshoek-boom is. Naast een vrouwenelftal heeft de club twee MO13-teams, drie MO15-teams en twee MO17-2 teams. Daarnaast voetballen er meisjes in de onderbouw bij de jongens. “Er staat daarmee een stevige basis. Meisjesvoetbal is geen modegril, zoals lang is gedacht. Het meisjesvoetbal gaat niet meer weg. De club heeft dat ook onderkend en is hard bezig om de faciliteiten voor de meisjes op hetzelfde niveau te krijgen als dat van de jongens.”

Het niet hebben als een thuistoernooi voelde bij de enthousiaste begeleiding als een gemis. “De club heeft alle mede- werking gegeven”, zegt Verzijl. “Een goede datum vinden was nog niet zo gemakkelijk, want de ruimte op de agenda is beperkt.” “De ambitie was om voor alle teams een eigen toernooi te organiseren, maar dat bleek te ambitieus. Daarvoor is de capaciteit nog te beperkt. We willen het goed doen en daarom hebben we gekozen om een toernooi te houden voor de MO13- en MO15-teams tot aan de hoofdklasse. Volgend jaar hopen we ook de MO17, MO19 en mogelijk de vrouwen eraan toe te voegen.”

Dan ook wil Verzijl een internationaal tintje geven aan het toernooi. “We gaan in de zomer naar een driedaags internationaal toernooi in Maastricht en daar wil ik buitenlandse teams warm maken voor ons toernooi. Het is mijn doelstelling om van ons toernooi een begrip te maken.”Het toernooi heeft als naam Girls Cup gekregen. “Ik had graag het toernooi de naam van een oud-speelster van Smitshoek gegeven, maar qua prestaties is de vrouwentak van Smitshoek zeer bescheiden geweest, hoewel de historie van het vrouwenvoetbal bij de club teruggaat tot 1972.”

Op zaterdag 1 juni wordt er gespeeld in vijf poules met ieder vier ploegen. Deelnemende clubs zijn CVV Berkel, De Jonge Spartaan, Xerxes, SteDoCo, SHO, Barendrecht, Zwaluwen Vlaardingen, PPSC en Rotterdam United. “De poules zijn op kracht ingedeeld. Wedstrijden duren tweemaal vijftien minuten.” Extraatje is de strijd om de Gouden Schoen, waarbij speelsters de strijd met elkaar aangaan bij het nemen van penalty’s.

Verzijl zelf gelooft ‘heilig’ in de toekomst van het meisjesvoetbal. “Ik vind het geweldig. Ik ben zelf geen voetballer, ik heb altijd gehonkbald, maar als ik zie hoeveel plezier mijn dochter maar ook de overige meiden eruit halen, dat vind ik echt mooi. Weer of wind, ze staan altijd op het veld en altijd even fanatiek. Toen mijn dochter geboren werd zeiden mijn vrienden: jij hebt mazzel, jij hoeft later niet op zaterdagmorgen in de kou naar het voetbalveld…”

Bij Hans Verhart blijft tjoek achter slot en grendel

Hij diende als keeperstrainer menig amateurclub, maar toen trainer Roland Venekamp vorig jaar lente belde, had Hans Verhart er meteen oren naar om aan de slag te gaan bij Rhoon. “Ik heb Rhoon altijd gezien als goed geleide club. Geen gekkigheid, geen kapsones. Ik heb altijd gemerkt dat als je je openstelt voor anderen dat erg gewaardeerd wordt”, reageert Verhart (63) op de lofuitingen vanuit de club.

Het lijstje clubs waar hij trainer was is best indrukwekkend. “Ik ben ooit begonnen bij Rozenburg, waar ik met Perry Hoogstad een supertalent onder mijn hoede had. Bij Rozenburg speelde destijds ook Roland Venekamp. Een geweldig talent. Op het moment dat betaald voetbalclubs interesse hadden, kreeg hij die zware blessure aan beide enkels.” Zelf was hij een groot keeperstalent in de jaren zeventig. Sparta pikte hem op bij RKWIK in Vlaardingen. “Ik ben gescout door Hans Venneker.

Ik ben vier jaar contractspeler geweest. Ik was één van de drie keepers in de A-selectie. Eén van de andere was Pim Doesburg. Sparta speelde in die jaren bij de top 3, top 4 van de eredivisie. Ze hadden een echte topploeg met Nol Heijerman, Hans Eijkenbroek en Willy Kreuzer, een Oostenrijker die later nog naar Feyenoord werd getransfereerd. Ik speelde in het C-elftal, wat nu Jong Sparta is. Pim Doesburg was nummer één, mijn pech was dat hij fit en nooit geblesseerd was.”

Ondanks dat hij een nieuw contract kreeg voorgelegd, koos hij voor het amateurvoetbal. “Na twee seizoenen Fortuna Vlaardingen stond FC Utrecht op de stoep. Daar hadden ze een zekere Hans van Breukelen als keeper. Ik werkte destijds al en in die tijd was het nog niet zo dat je je financieel onafhankelijk kon spelen. Ik heb dus voor mijn maatschappelijke carrière gekozen.”

Als keeperstrainer bouwde hij een fraaie staat van dienst op. Hij was actief bij gerenommeerde amateurclubs. Bij Rhoon heeft hij in totaal acht keepers onder zijn hoede. “Vier senioren en vier jeugdkeepers, uit de A en B. Zo heb ik bij alle clubs gewerkt. Daarmee zorg je voor een constant opleidingsniveau.”

“Een oudere keeper vraagt om een andere benadering dan een jeugdkeeper. Een jeugdkeeper kan je nog sturen, bij een ervaren keeper gaat het veel meer om onderhouden. Het is hooguit bijschaven. Door met een groep van acht keepers te werken hou je voor jezelf ook diverse uitdagingen.”

Momenteel is Niels Ketting de nummer één onder de lat bij Rhoon. “We zijn met Bas Oster begonnen aan het seizoen, maar hebben na een wedstrijd of ze- ven, acht een switch gemaakt. Na alle plussen en minnen tegenover elkaar te hebben weggestreept, hebben we die keuze gemaakt. Joost van Wassenaar is de vaste keeper van het tweede.”

Als hij naar de eredivisie kijkt, valt hem op dat er veel buitenlandse keepers actief zijn. “Ik vraag me af hoe dat komt. Zijn onze keepers niet goed of trainen we niet goed?”

“Ik zie dat er door keeperstrainers heel veel klein wordt getraind. Daarmee bedoel ik dat er veel aandacht is voor kort werk, meevoetballen ook. Wij kregen vroeger vele voorzetten achter elkaar. Ik zie ook regelmatig allerlei hulpmiddelen, zoals een tjoek, die gebruikt worden. Ik richt me op de basis. De baas zijn in het strafschopgebied. Een bal stoppen is nog altijd je eerste taak als keeper.”

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.