Home Blog Pagina 1209

Vertrekkende Jonathan van Eerd verlaat UVV’40 door de voordeur

Met een dubbel gevoel verruilt Jonathan van Eerd (24) deze zomer UVV’40 voor Almkerk. De spits vindt het moeilijk om na drie seizoenen de club uit Ulvenhout te verlaten, maar de ambitieuze spits heeft ook enorm veel zin in een nieuw avontuur in de eerste klasse van het zaterdagamateurvoetbal.

Er waren vier clubs die in de slotfase van het afgelopen seizoen hengelden naar de diensten van Jonathan van Eerd. De Bredase goalgetter draaide een goed seizoen met UVV’40 waarin hij veelvoudig scoorde en dat wekte de interesse van Almkerk, JEKA, Sarto en TSC.

“Ik ben ooit begonnen bij Baronie en daarom viel de keuze voor JEKA eigenlijk al af”, zegt Van Eerd. “Ik ben naar Almkerk gereden en daar werd ik direct overtuigd”, zegt de aanvaller. “Almerk trainer Ad van Seeters is een gedreven coach met wie ik graag samen wil werken en ook lijkt het me een mooi avontuur om in het zaterdagvoetbal te spelen. Die wereld is nieuw voor me.”

BARONIE
Van Eerd twijfelde of hij wel wilde vertrekken bij UVV’40. De Bredanaar speelde de afgelopen drie seizoenen met veel plezier in het groene shirt van de Ulvenhouters en bouwde een goede band op met de spelers van de club. Jaren daarvoor, ongeveer tot zijn zestiende, droeg Van Eerd een ander groen tricot, namelijk dat van Baronie.

Bij de Bredase grootmacht genoot hij van een goede opleiding, maar op zijn zestiende stopt hij plots met voetbal. “Op mijn vijftiende werd ik gescout door de KNVB. Dat was leuk, maar hierna was ik een tijdje klaar met de sport. Ik genoot met volle teugen van het studentenleven en de daarbij behorende feesten”, zegt hij grinnikend.

LOYALITEIT
Op zijn negentiende besloot hij toch weer te gaan voetballen en UVV’40 bleek de juiste club voor Van Eerd. Onder leiding van trainer Johan Gabriëls groeide de vereniging uit van een laagvlieger in de vierde klasse tot een stabiele derdeklasser en Van Eerd bleek het scoren nog niet te zijn verleerd. “Gezelligheid en goede prestaties gingen hand in hand bij UVV”, zegt de aanvaller. “Gelukkig bleek ik nog een aardig balletje te kunnen trappen. Het was even wennen, maar ik werd steeds fitter en kon belangrijk zijn voor het team. Ik twijfelde over een vertrek, want ik vind het moeilijk om de groep in de steek te laten, ik ben een loyaal persoon. Maar uiteindelijk heb ik besloten dat ik nu op een hoger niveau aan de bak wil.”

Van Eerd heeft zin in het avontuur bij Almkerk en wil graag het maximale uit zijn voetbalcarrière halen. Nu wél. “Ik heb een best lange periode niet gevoetbald en daarom ben ik nu extra gedreven om optimaal te presteren. Ik wil er alles aan doen om nog op een zo hoog mogelijk niveau te spelen en ben erg benieuwd hoe het me bij Almkerk bevalt.”

De Bredanaar weet niet zo goed wat hem in de eerste klasse te wachten staat, hij laat het allemaal rustig op zich afkomen. “Ik ga hard trainen en hopelijk kan ik ook bij Almkerk veel scoren.” UVV’50 is straks uit het oog van Van Eerd, maar zeker niet uit zijn hart. “Op zondagen ga ik daar regelmatig kijken”, zo besluit hij.

Lorenzo Boudewijns is trots op terugkeer bij zijn Boeimeer

Een oude bekende keert komend seizoen als hoofdtrainer terug op sportpark Heksenwiel. Lorenzo Boudewijns hoopt met het volledig gerenoveerde team van Boeimeer 1 een mooie start te maken in de zaterdag vierde klasse.

Na drie seizoenen Molenschot was Lorenzo Boudewijns toe aan een nieuwe uitdaging als hoofdtrainer. De groei van het zaterdagvoetbal sprak de Bredanaar erg aan en toen bekend was dat ‘zijn’ Boeimeer op die dag ging spelen, wist Boudewijns dat dit zijn kans was. “Ik heb altijd bij Boeimeer gevoetbald, heb er alle jeugdteams doorlopen en debuteerde ooit als vijftienjarig ventje in het eerste”, zo haalt hij herinneringen op. “Mijn trainerscarrière begon ik na mijn spelersloopbaan bij Boeimeer 2 en ik ben er trots op dat ik nu terugkeer bij deze mooie club als hoofdtrainer”, aldus Boudewijns.

VEEL TALENT
Op de achtergrond kreeg Boudewijns mee dat het zijn oude cluppie niet al te best verging de laatste jaren. “Afgelopen seizoen had het eerste structureel te weinig spelers en de trainingsopkomst was dramatisch. Dat doet pijn, want Boeimeer is een grote club met een fraai sportpark. Ik ben blij met de keuze om op zaterdag te gaan spelen en erg enthousiast om aan het nieuwe seizoen te beginnen. Er loopt enorm veel talent rond bij Boeimeer. Sommige jongens stopten of verkasten naar andere clubs omdat ons eerste op zondag speelde, dat verandert nu dus. Voor hen wordt nu een onzichtbare drempel tussen de junioren en senioren weggenomen en daardoor kunnen zij zich blijven ontwikkelen. Ikzelf was dus vijftien jaar toen ik mijn debuut mocht maken in het eerste van Boeimeer en ik voel nog de trots, energie en liefde voor de sport die ik toen voelde.”

PASSIE EN RESPECT
Boudewijns staat bekend als een goede en ook strenge trainer, die zijn elftal wil motiveren. “Bij Boeimeer 1 was er de laatste jaren veel gezeur, maar in mijn team zal er geen plaats zijn voor ego’s. We zijn één team en met veel plezier, passie en respect voor de sport willen we elke zaterdag een mooie wedstrijd spelen.” Achter de schermen is Boudewijns de laatste weken flink bezig geweest om een representatief elftal op de been te brengen en hij is tevreden over de groep die er vanaf augustus staat.

“Jongens uit andere elftallen zijn weer bereid om voor het eerste te gaan spelen en er zijn ook spelers van andere verenigingen die terugkeren bij Boeimeer”, zegt hij. “De hele club moet een boost krijgen door de nieuwe start die we maken.”

De trainer hoopt dat Boeimeer wordt ingedeeld in een competitie met veel lokale tegenstanders. “Hopelijk komen we terecht in een poule met tegenstanders als Oosterhout, The Gunners en Baronie zaterdag. Vroeger was het niveau in het zaterdagvoetbal dramatisch, maar dat is veranderd. Ik denk dat we vol aan de bak moeten en formuleer nog geen doelstelling. We zullen zien waar we eindigen.”

Met Molenschot speelde Boudewijns altijd op zondag. Wat gaat hij nu voortaan doen op de tweede dag van het weekend? “Lekker genieten met mijn gezin”, zegt hij. “Maar ik sta ook regelmatig bij Molenschot langs de lijn. Het is een fantastische club, waar ik graag ga kijken.”

Dion Meyvis luistert naar zijn Boeimeer-hart

Het vlaggenschip van Boeimeer voetbalt vanaf komend seizoen op zaterdag en dat komt Dion Meyvis (22) goed uit. De clubman speelde op die dag al zijn potjes met het derde team en keert na een halfjaar terug in het team waar hij het liefst in speelt: Boeimeer 1.

Dion Meyvis speelt heel zijn voetballende leven al bij BSV Boeimeer. Hij doorliep er alle jeugdteams en na een periode in het tweede werd de verdediger vervolgens een vaste waarde in het eerste team van de blauw-witten. Als laatste man kende hij een fraai eerste seizoen in de hoofdmacht van Boeimeer. Het team eindigde toen als tweede in de vierde klasse, maar hierna was het over met de pret. Het jaar erna finishte de club als tiende, het seizoen erop als twaalfde en afgelopen seizoen pakte Boeimeer als nummer laatst slechts acht punten in die competitie. “Boeimeer heeft veel leden, een mooie historie en een prachtig sportpark. Vroeger in de jeugd speelden we op hoog niveau en het deed pijn dat we steeds verder afzakten”, zegt Meyvis. “Afgelopen seizoen haakte de ene na de andere speler af in het eerste en ikzelf besloot in de winterstop ook om het team te verlaten. Ik vond het leuker om met zaterdag 3 te ballen.”

In dat team spelen de vrienden van Meyvis en de Bredanaar beleefde een mooi halfjaar in het derde elftal van Boeimeer. “Normaal gesproken ben ik verdediger, maar in het derde pikte ik als spits regelmatig mijn goaltje mee”, zegt hij lachend. “Natuurlijk lag het niveau stukken lager, maar het was een leuk halfjaar. In de tweede seizoenshelft heb ik nog wel een paar potjes meegedaan in het eerste team omdat ze standaard spelers tekortkwamen, maar daarin viel weinig eer te behalen. Het was tijd voor verandering.”

Vanaf volgend seizoen waait er een frisse wind door de club. Boeimeer 1 speelt dan in de vierde klasse zaterdag en Meyvis en andere Boeimeer-mannen keren terug in het vlaggenschip van de blauw-witten. “We luisteren naar onze Boeimeer-harten en willen de club weer vooruithelpen”, zegt hij. “Lorenzo Boudewijns ken ik goed, hij is een fi jne trainer die je weet te motiveren.

Hij gaat als nieuwe trainer de club zeker helpen. Ik raakte tijdens een gesprek met hem erg enthousiast: met een vernieuwde selectie hopen we de club weer op de kaart te zetten. Mijn vrienden van het derde snappen dat ik terugkeer naar de selectie. Ze weten dat ik het liefst op een zo hoog mogelijk niveau speel.”

Wat verwacht Meyvis van het voetbal in de zaterdag vierde klasse? “Ik denk dat we veel tegen dorpsclub spelen en vaak zijn dat pittige potjes”, zo weet Meyvis na vele jaren in Boeimeer 1. “Ik vind het moeilijk om het niveau in te schatten, maar ik denk dat we met onze groep in de middenmoot kunnen eindigen.” Blijft Meyvis spelen als spits of keert hij terug in de defensie? “Ik vind het leuk om aanvaller te zijn, maar ik denk dat de trainer me gewoon weer achterin zet”, zegt hij grinnikend.

Kasper Riemslag trekt zijn been niet terug bij Gesta

Het eerste elftal van RKVV Gesta bestaat voornamelijk uit clubjongens en Kasper Riemslag is één van hen. De 24-jarige middenvelder maakt al jarenlang onderdeel uit van het vriendenteam en hij geniet ervan om bij de vierdeklasser op het randje te spelen. “Ik bezorg mijn tegenstander graag een moeilijke middag.”

Kasper Riemslag is blij dat het seizoen erop zit. De middenvelder verschijnt altijd met veel plezier voor trainingen en wedstrijden op de club, maar vindt het fijn dat het zomerstop is. Wie het stressvolle seizoenslot van Gesta analyseert, kan inderdaad begrijpen dat ze bij Galder En Strijbeek Ten Aanval blij zijn dat er even niet gevoetbald wordt. De rood-witten bungelden een lange periode onderaan de ranglijst, maar slaagden er op de allerlaatste speeldag in om zich rechtstreeks veilig te spelen in de vierde klasse. “Het was een behoorlijk hectisch seizoen dat gelukkig op een mooie manier eindigde”, zegt Riemslag. “Het was spannend. Het verschil tussen de nummer laatst en negen was slechts twee punten, met Gesta eindigden we door ons goede doelsaldo op de veilige elfde plaats.”

FYSIEK VOETBAL
Riemslag is niet vies van een fysiek potje voetbal, net als zijn meeste teamgenoten. “Bij Gesta spelen we goed als we er met z’n allen stevig tegenaan gaan, inzet is belangrijk”, zo analyseert de middenvelder het elftal waar hij al een aantal jaren in speelt. Als middenvelder speelt hij regelmatig op het randje. “Ik wil graag mijn tegenstander een moeilijke middag bezorgen door hem uit te schakelen op een faire manier, maar soms pak ik geel. Volgens mij had ik dit seizoen een stuk of negen gele kaarten, maar ik houd het niet helemaal bij. Onze leider gelukkig wel, die laat het me weten als ik weer eens geschorst ben”, zegt hij grinnikend. Net zoals de meeste spelers van het vlaggenschip is Riemslag van jongs af aan lid van de gezellige dorpsclub, waar het volgens hem erg sfeervol is. “Gesta is een mooie en hechte club. Iedereen kent elkaar en het eerste is een soort vriendenteam. Maar zelden vertrekt er iemand bij de vereniging en ikzelf zou ook nergens anders willen spelen: Gesta is mijn club.”

In het seizoen 2014/2015 promoveerde Riemslag met Gesta naar de vierde klasse en sindsdien spelen de rood-witten op dat niveau. Kort na dit succes stond Gesta zelfs op de drempel van de derde klasse, maar die historische promotiedroom viel helaas in duigen in de nacompetitie. “Die duels waren geweldig, maar helaas verloren we van NOAD. Ik vind dat Gesta thuishoort in de middenmoot van de vierde klasse, maar vorig jaar hadden we het ook al moeilijk. Via de nacompetitie handhaafden we ons ten koste van PCP.”

In de vierde klasse geniet Riemslag vooral van de derby’s met andere dorpsclubs. “Potjes tegen teams als Achtmaal en RSV zijn leuk: er is dan veel publiek en de thuisspelende club regelt vaak een feestje voor de derde helft. De spelers kennen elkaar en de sfeer is dan altijd goed. Ik speel liever tegen andere kleine ‘boerenclubs’, in plaats van tegen verenigingen uit Breda of Roosendaal. Volgend seizoen staan er ongetwijfeld weer veel leuke derby’s op de kalender.”

Bavels Lisa Jansen: ‘Wedstrijd om nooit te vergeten’

Van een volgepakt sportpark voor een bekerduel tegen Ajax, naar een degradatiekraker met het tweede team: Lisa Jansen kende een bijzonder seizoen. De speelsters van vv Bavel sloot het jaar met gemengde gevoelens af, na een seizoenstoetje met het tweede.

“Ieder potje is een wedstrijd op zich”, antwoordt de 28-jarige vleugelflitser Lisa Jansen op de constatering dat haar seizoen van uitersten aan elkaar hangt. De bekerwedstrijd tegen Ajax van halverwege het voetbaljaar was het absolute hoogtepunt, zelfs een van de mooiste momenten uit haar carrière. “Once in a lifetime. Wij wisten al snel dat Ajax een stip aan de horizon was, gezien onze route in het bekertoernooi. Nadat we ons kwalificeerden voor die wedstrijd, zijn we er iedere dag mee bezig geweest. Steeds was er wel iemand die begon over zaken als wat we konden regelen voor de supporters, onze speelwijze en wie er bij Ajax mee zouden doen.”

KIPPENVEL
De dag zelf werd door Jansen beleefd als een droom, ondanks het resultaat. “Het begon al bij aankomst, hoe het aangekleed was. Het was ook drukker dan ik me voor had kunnen stellen (zo’n duizend toeschouwers waren naar sportpark De Roosberg gekomen, red.), ik liep echt met kippenvel rond. Sjaaltjes, boekjes, spandoeken: aan alles was gedacht. En dan die opstelling van Ajax, ze speelden niet bepaald met een B-ploeg.” Dat Bavel zou verliezen, stond vooraf al vast. De ploeg was echter geenszins van plan zich in te graven. “We hebben 20 minuten leuk meegedaan en daarna werd het een Ajax-show. We hebben dat ondergaan, zijn met drie achterin blijven spelen. We verloren met 0-13, maar dat we de bus niet hebben geparkeerd, siert ons wel denk ik.” De Bavelse dames brachten in juni nog een bezoekje aan een wedstrijd van het Nederlands team op het WK vrouwen. “Als je dan jouw directe tegenstander, Kika van Es, in de basis ziet staan, is het niet zo shocking dat ze me aan alle kanten passeerde.”

TE LAAG
Het bekerseizoen was dus absoluut geslaagd voor Bavel, aan het competitiejaar houdt Jansen gemengde gevoelens over. “We wisten inmiddels dat we hoofdklassewaardig waren en hadden onze ambities dan ook bijgesteld. We wilden in eerste instantie voor de top 3 gaan, later ook voor een periodetitel. Het lag dichtbij elkaar, maar onze zevende plek op de eindrangschikking is te laag gezien ons spel. We hebben het laten liggen tegen de ploegen die op papier minder zijn.” Dat ze zelf tien weken aan de kant stond met een enkelblessure, frustreerde de fanatieke aanvalster enorm. “Ik ben in die periode iedere wedstrijd gekomen om te filmen en heb tijdens elke training wel iets geprobeerd te doen. Dat frustreerde vaak, na een paar rondjes lopen kon ik niet meer verder.”

Ze mocht gezien haar beperkte aantal wedstrijden in het eerste nog meedoen aan de nacompetitie met Bavel 2, die ploeg knokte afgelopen seizoen voor lijfsbehoud in de eerste klasse. Jansen deed ook in die duels haar stinkende best, het maakt voor haar inzet niet uit tegen wie of op welk niveau ze speelt.

Jansen weet dat komend seizoen lastiger zal worden voor het eerste. “Als we echt iets hadden gewild, moest het afgelopen jaar gebeuren. Onze gehele defensie vertrekt en dus moeten we weer gaan bouwen. We krijgen er gelukkig ook wat goede speelsters bij, dus we gaan niet in de problemen komen. Hopelijk kunnen we binnen drie jaar onze ambitie bewerkstelligen: promoveren naar de topklasse.”

Ronald de Ruyter maakt binnen én buiten het veld meters voor Groen Wit

Groen Wit heeft absoluut geen tekort aan spelers en ook sportief gaat het de Bredase club uit de wijk Princenhage voor de wind. Volgens de voetballende penningmeester Ronald de Ruyter kan de vereniging wel een hoop nieuwe vrijwilligers gebruiken.

Ronald de Ruyter is geen speler die tegenstanders passeert met flitsende trucjes of een medespeler vijftig meter verderop aanspeelt met een loepzuivere steekpass. Hij moet het in het veld als linksback vooral hebben van zijn geleverde arbeid en dat doet hij elke zondagochtend graag voor zijn Groen Wit 3. “Ik ben nu 35 jaar en na de wedstrijd heb ik regelmatig last van pijntjes. Ik loop namelijk heel veel en probeer zowel voorin en achterin belangrijk te zijn voor het team”, zegt hij.

Ook buiten de lijnen maakt de Bredanaar veel meters voor de vereniging waarvan hij al vanaf zijn zesde lid is. Als penningmeester regelt hij het innen van de contributie en betaalt hij facturen en daarnaast probeert hij met de andere bestuursleden Groen Wit vooruit te helpen. Qua ledenaantal is dat overigens niet meer de doelstelling. “Op zaterdag hebben we inmiddels een ledenstop. Ons sportpark telt maar twee velden en op de eerste dag van het weekend krijgen we de planning soms al amper rond”, legt De Ruyter uit. “Een derde veld zal er door onze ligging middenin de wijk Princenhage nooit komen en dus is dit de enige optie.”

VRIJWILLIGERS
Op andere gebieden valt er volgens De Ruyter nog een hoop winst te behalen voor Groen Wit. De club schreeuwt om nieuwe vrijwilligers ,op de algemene ledenvergadering kwam dit onderwerp uitgebreid ter sprake. “We streven ernaar dat ieder team twee leiders heeft. Gelukkig is het afgelopen seizoen gelukt om dit voor elkaar te krijgen, maar we missen een heleboel vrijwilligers. Denk aan trainers, mensen die achter te bar willen staan en ga zo maar door. Trouwe clubmensen vervullen nu soms dubbelfuncties omdat taken anders niet worden uitgevoerd en dat is geen goede trend. We hopen dat meer mensen een vrijwilligersfunctie willen vervullen bij Groen Wit. Wellicht is het een idee dat we onze leden op een andere manier benaderen. ‘Wat doe jij voor onze club als je lid wordt?’, is misschien een vraag die we moeten stellen aan nieuwkomers. Zonder vrijwilligers geen club, dat moet iedereen goed beseffen. Ikzelf vind het hartstikke leuk om wat te doen op vrijwillige basis. Ik help de club en dat geeft me een goed gevoel.”

Volgens De Ruyter is Groen Wit ‘een hele mooie club’, die bovendien enorm multicultureel is. “Het derde bestaat uit Nederlanders, Antilianen, Marokkanen, een Syriër en een Chinees. En ook in het eerste team spelen gasten met verschillende nationaliteiten. Ik vind het mooi dat we op zo’n klein sportpark met al die verschillende culturen elk weekend samen genieten van zowel recreatief als prestatiegericht voetbal. Voetbal is voor iedereen, het maakt niet uit welke achtergrond je hebt”, zegt De Ruyter.

De mix van verschillende culturen en voetbaltalent kan leiden tot mooie prestaties, zo bewezen de teams van Groen Wit dit seizoen. Het tweede elftal van de club promoveerde, het eerste liep dezelfde prestatie nét mis en vele jeugdteams werden kampioen. “Sportief gezien hebben we niks te klagen, maar we hopen wel op nieuwe vrijwilligers.”

Martijn van Galen bouwt zonder zijn zoon verder bij Groen Wit

Martijn van Galen behaalde in zijn eerste jaar bij Groen Wit direct de nacompetitie om promotie. Ook komend seizoen staat hij voor de groep bij de derdeklasser, maar hij kan dan niet meer beschikken over zijn eigen zoon Tijn (19), die naar Baronie vertrekt.

Stiekem vindt Martijn van Galen het niet erg dat Groen Wit ook volgend seizoen in de derde klasse speelt. “Uiteraard streef je als coach het hoogst haalbare na, maar ik denk dat promotie niet direct heel positief was geweest voor onze selectie”, zegt de trainer.

“Bij Groen Wit vinden we het belangrijk dat jeugdspelers zo snel mogelijk naam kunnen maken in het eerste team en in de tweede klasse is dat moeilijk. Daarin moet je opboksen tegen grotere clubs met veel middelen: dat was een lastig verhaal geweest. Maar ik baal er ook wel van dat we met 4-2 verloren van Terneuzen. We speelden namelijk goed, we hadden verdiend om een ronde verder te komen.”

KORTE LIJNTJES
Na periodes bij TVC Breda, RBC en Klundert, kreeg Van Galen dit jaar de kans als hoofdtrainer van Groen Wit. De voormalig profvoetballer van onder meer RBC en KV Mechelen kende de club uit Princenhage maar al te goed, omdat zijn eigen zoon al een flinke poos speelde bij de derdeklasser. “Op zaterdag coachte ik Klundert en op zondag stond ik altijd bij Tijn te kijken”, zegt hij. De lijntjes met het bestuur van Groen Wit waren kort en zodoende nam Martijn van Galen dit seizoen de taken over van Osman Erbas. “Met een kleine spelersgroep hebben we maximaal gepresteerd”, zo analyseert de trainer het seizoen.

“We speelden in een zware competitie: het zegt iets dat Waspik met 24 punten onderaan is geëindigd. Met ons technische en aanvallende voetbal hebben we hele goede wedstrijden gespeeld. Sowieso was het een goed jaar voor de club: ons tweede elftal is gepromoveerd naar de eerste klasse, ook een zeer knappe prestatie.”

Groen Wit is een multiculturele club en ook het elftal van Van Galen kent veel nationaliteiten. “Vanwege de Ramadan zijn we aan het einde van het jaar vroeger op de avond gaan trainen. Sowieso is er veel wederzijds respect tussen mij en de spelersgroep. Ik verlang van mijn spelers dat ze hun best doen in de wedstrijden en op trainingen en dat ze meedenken over keuzes die we als groep maken”, zegt de trainer. “Die samenwerking is erg goed en ik ben blij dat ik volgend jaar ook trainer ben van Groen Wit. Als groep kunnen we nog veel progressie boeken.”

De trainer moet het volgend seizoen wel stellen zonder zijn zoon. Tijn, net als zijn vader een rasechte aanvaller, vertrekt naar stadgenoot Baronie. De club had hem al langer op het oog en Tijn treedt met zijn overstap in de voetsporen van zijn vader.

“Baronie is een prachtige club, ik heb er altijd met veel plezier gespeeld en ik begrijp zijn keuze”, zegt Van Galen. “De club had hem al langer op de radar en bij Baronie kan hij erg veel leren. Het niveau ligt er veel hoger dan hier, dus hij zal aan de bak moeten. Ik ben trots op hem. Ikzelf hoop met Groen Wit wederom een mooi jaar te beleven in de derde klasse.”

Eric Hellemons (NAC): ook buiten de lijnen opleider

Eric Hellemons staat voor zijn vierde seizoen als hoofd jeugdopleiding van NAC Breda. De 48-jarige oud-prof constateert dat het de goede kant op gaat met de talentenafdeling van de Parel van het Zuiden, maar ziet tegelijkertijd nog genoeg ruimte voor verbetering. “De bal verbroedert.”

Vanaf komend seizoen zit de gehele jeugdafdeling van NAC Breda op één plek, sportpark Heksenwiel. Daar waar de oudere jeugd nu al op dat complex speelde en trainde, zaten de jongeren nog in Breda bij WDS’19. De centralisatie zorgt ervoor dat alles nog professioneler, harmonieuzer en vloeiender opgepakt kan worden. Het is iets waar hoofd jeugdopleiding Eric Hellemons zich sinds zijn komst sterk voor heeft gemaakt.

“Dit is echt een belangrijke stap, we krijgen 200 vierkante meter eigen ruimte op dat sportpark. We gaan die inrichten met een krachthonk, bespreekruimte, videoruimte, kamer om gesprekken te voeren enzovoort. Een van de grasvelden van voetbalclub Boeimeer op dit sportpark wordt een kunstgrasmat. Het is een langgekoesterde wens van ons, om met zijn allen op één complex te zitten. Vanaf daar kunnen we de volgende stap zetten.”

Hellemons is sinds zijn komst voortvarend aan de slag gegaan. In samenwerking met de directie heeft hij onder meer extra budget losgepeuterd voor de jeugd en trainers, die meer uren kunnen maken. Sommigen combineren het trainerschap met de functie van scout en komen zo aan een fulltimebaan, in de JO17 en JO19 zijn de trainers voor 0,8 fte aangesteld. “Daardoor hebben ze meer gelegenheid om zich voor te bereiden, te overleggen. Ik investeer liever in mensen dan in een extra zak met ballen.”

SCHOOL
Wat Hellemons ook belangrijk vindt, is een goede samenwerking met onderwijsinstellingen en amateurvoetbalverenigingen. Met de middelbare scholen in Breda wordt regelmatig gereflecteerd. “We zijn kritisch naar elkaar toe en kijken waar het beter kan, zo hebben we nu een verbeterd rooster voor de jeugdspelers. De spelers uit de JO19 en JO17 kunnen elke dag om 14.00 uur trainen, de JO13 tot en met JO15 om 14.30 uur. Dat is een enorme vooruitgang, het gaat om maatwerk.” Hellemons vindt de prestaties op school van de spelers een prioriteit. “Niet iedereen wordt voetballer, het is daarom van belang dat ze een diploma halen.” NAC werkt nauw samenmet het Graaf Engelbrecht, Scala en Stedelijk Gymnasium in Breda. De amateurvoetbalverenigingen zijn van groot belang voor NAC, daar halen zij de talenten vandaan, een goede verstandhouding met hen is dan ook noodzaak. NAC nodigt ze regelmatig uit voor bijeenkomsten, toernooitjes of andere activiteiten. “We gaan ook regelmatig op de koffie, zodat het contact persoonlijk is en de lijntjes kort zijn. Ze moeten weten dat zij ook dingen van ons kunnen vragen, bijvoorbeeld hulp als ze ergens tegenaan lopen. We proberen ze tevens altijd tijdig en netjes te informeren als we iemand scouten.”

De scouting van NAC verloopt in drie regio’s. De Bredanaars willen de talenten het liefst zo dicht mogelijk in de buurt scouten, de jongste jeugd op maximaal 20 kilometer, de wat oudere jeugd tot Bergen op Zoom, Dordrecht, Gorinchem en de grens met België en de oudste jeugd tot Zeeland. “Je kunt weleens een uitzondering maken voor een exceptioneel talent, maar we houden het liever echt in de regio.” De Bredase club heeft zelf een scoutingapparaat, maar kan moeilijk alle wedstrijden zien. Naast tipgevers zijn de amateurclubs op dit vlak van belang. “Zij vormen ook onze oren en ogen.”

HANDVOL CONTRACTEN
Uiteindelijk is het doel van elke jeugdopleiding om zo veel mogelijk jongens klaar te stomen voor het eerste. Zo ook bij NAC. Wat dat betreft is Eric Hellemons trots op het feit dat vijf jeugdspelers afgelopen jaar een contract hebben getekend. Jethro Mashart, Sydney van Hooijdonk, Yassine Azzagari, Sabir Agougil en Jan Paul van Hecke zetten hun krabbels onder een verbintenis. “Daarnaast hebben verschillende spelers uit onze jeugdopleiding de afgelopen jaren uitnodigingen gehad van vertegenwoordigende elftallen, naast die van Nederland ook van Curaçao en Burundi.” Dat er ook vier spelers weggekocht zijn door de top drie, vindt Hellemons jammer, maar erkent hij aan de andere kant als een compliment voor de opleiding.

GUDELJ
Het gaat sowieso goed met het niveau van de jeugd bij NAC. Alle teams spelen op het hoogste niveau of zetten stappen richting de top. De JO19 speelt momenteel in een eredivisie met de beste
acht ploegen van Nederland. “Dat is echt top, zij zijn drie keer gepromoveerd in de afgelopen drie jaar en eindigen nu steeds vijfde of zesde op dat niveau.” De basis was al gelegd, maar dankzij wat extra budget en verschillende aanpassingen heeft de jeugdopleiding zich nog verder ontwikkeld in de afgelopen jaren. “We investeren in de spelers, niet alleen in de voetballer. Iedere speler is een mens, een kind dat fouten mag maken, in gedrag en uitvoering. Daar moet je doorheen kunnen prikken. We zijn volhardend, de trainers hebben een goede ambitie en drive, zijn duidelijk en transparant naar zowel ouders als spelers.” Uiteindelijk hoopt iedere opleider natuurlijk op het afleveren van een topper. “Je hoopt op de volgende Nemanja Gudelj, die de stap zet naar de absolute top. Dat zijn de krenten in de pap, maar voor hen doe je het niet alleen. Kinderen die het niet redden wil je wel een goede basis meegeven. Daarom vind ik dat diploma ook zo belangrijk.”

De functie bevalt Hellemons prima, hij geniet ervan om dagelijks alle jeugdspelers vol plezier over het veld te zien rennen. “De bal zorgt voor verbinding en verbroedering – dat vind ik echt gaaf om te zien. En als een jongen als Yassine dan invalt bij NAC 1 en we zijn ouders met tranen in hun ogen zien rondlopen, maakt ons dat ook heeltrots.” Hij zit op zijn plek bij NAC. “Deze club is qua supporters en beleving ongekend. Het zit altijd afgeladen vol, is echt een volksclub en die intensiteit vind ik prachtig. Hopelijk komen we zo snel mogelijk terug naar het hoogste niveau, daar waar NAC hoort.”

SAB staat er goed voor

Pieter van Ginneke is sinds begin dit jaar de nieuwe voorzitter van sv SAB. De 60-jarige Bredanaar heeft genoeg ambities voor de komende periode en is blij dat hij nu de tijd en ruimte heeft om zijn club te helpen.

Sinds afgelopen februari staat Pieter van Ginneke aan het roer van sportvereniging Sint Anna Boys. Hij loopt al meer dan veertig jaar rond op sportpark Ruitersboslaan en voelt zich daar dan ook helemaal thuis. “Ik heb zo’n beetje alle functies bekleed binnen de vereniging: ik ben leider, trainer en bestuurslid geweest. SAB is één grote familie, de mensen kennen elkaar goed. We hebben vrij trouwe leden, zelden verlaat iemand de club.”

Nadat hij zijn fysiotherapiepraktijk had overgedragen aan zijn zoon en een collega, kreeg hij meer tijd om zich op andere zaken te richten. Zoals SAB. “Ik heb aardig wat ambities voor de komende periode als voorzitter. Zo gaan we de kleedkamers aanpakken en denken we aan ledverlichting.” Dat kan allemaal, mede dankzij het fi nancieel rustige vaarwater waarin SAB terecht is gekomen. “We hebben aardig wat sponsoren, via de reclameborden, kleding, spandoeken en de club van 100”, aldus Van Ginneke, die de afgelopen jaren de sponsorcommissie leidde. “Daarnaast hebben wij veel welwillende leden, die graag hun handen uit de mouwen steken voor de club. Het is lastiger om mensen te vinden die het allemaal willen organiseren, dat wil ik nu oppakken.”

Verder gaat het gewoon hartstikke goed met de club, constateert de preses. “We hebben komend seizoen een dameselftal, team voor 35plussers, Walking Football en het ledenaantal neemt toe. We timmeren druk aan de weg, werken aan activiteiten om nog meer mensen te trekken. Zo zijn we gestart met de SAB Academie, een team vol grote talenten dat bij de voetbalschool Voetbal met Passie traint en bij SAB competitie speelt. Als we die jeugd kunnen behouden voor SAB, krikt dat het niveau van onze vereniging omhoog.”

Kortom, Van Ginneke is nu aleen tevreden voorzitter. En dan moeten zijn ambities nog vervuld worden.

Oefenmeester Meindert Dijkstra: ‘Mijn gevoel bij SAB is echt bijzonder’

Meindert Dijkstra en sv SAB kunnen niet zonder elkaar. De nu 52-jarige oefenmeester nam een jaar geleden afscheid van het amateurvoetbal, met een ‘SABbatical’ zoals hij het zelf omschrijft, maar keerde na zes maanden alweer terug. De lokroep van zijn voetballiefde valt niet te weerstaan.

SAB was voor Meindert Dijkstra zijn eerste club als jong voetballertje van 6 jaar, dat schept sowieso al een band voor het leven. Hij werd al snel opgepikt door NAC Breda en later volgde een mooie carrière bij onder meer Notts County, RBC, Willem II en Top Oss, maar SAB bleef altijd zijn ‘cluppie’. Dat Sint Anna Boys hem later de kans gaf om als hoofdtrainer op eigen benen te staan, versterkte die band alleen maar. Hij kende een mooi jaar als hoofdtrainer op het sportpark Ruitersboslaan. SAB was een jaar eerder kampioen geworden in de vijfde klasse, waarna een pittig jaar werd verwacht. Dijkstra kreeg het echter voor elkaar om SAB direct naar promotie te loodsen. “In 2018 heb ik negentien wedstrijden met SAB gespeeld en er geen één verloren”, zegt Dijkstra met een knipoog. “We speelden drie keer gelijk, de rest wonnen we.”

KINDEREN
Het was duidelijk dat SAB een ongekend zware strijd te wachten stond in de derde klasse afgelopen seizoen. De ploeg begon hortend en stotend en uiteindelijk kwam het dieptepunt halverwege het voetbaljaar, met het ontslag van Marc de Weerd. De club kwam vervolgens uit bij de enige man die SAB zou kunnen redden: Meindert Dijkstra. “Ze wilden mij terug hebben, door mijn werkwijze die ze kenden van een jaar eerder. Ik had eigenlijk met mezelf afgesproken een jaar niets te doen, tijd te maken voor mijn kinderen. Ik heb een eigen zaak, daarnaast kennen de meesten mijn dochter Caitlin wel, die bij Ajax speelt. Ik heb ook nog twee zoons op wie ik ontzettend trots ben, Marvin voetbalt bij JEKA en Justin is net afgestudeerd aan het hbo. Het zijn fantastische kinderen en ik wilde meer tijd met hen spenderen. Maar toen deze vraag langskwam, hoefde ik toch niet heel lang na te denken.”

Hij overlegde met zijn kroost, zij waren unaniem: ‘Gewoon doen, pap.’ En dus volgde Dijkstra zijn hart en keerde hij terug aan de Ruitersboslaan. “Ik weet niet of ik het bij een andere club ook had gedaan, maar het gevoel bij SAB is heel bijzonder. Ik ben ze altijd blijven volgen. Ik ben er met 100 procent overtuiging ingestapt, helaas hebben we het uiteindelijk niet gered.”

Als de wedstrijden 80 minuten hadden geduurd, was SAB waarschijnlijk ergens in de middenmoot geëindigd. De ploeg heeft veel punten gemorst in de slotfase. “Maar je eindigt uiteindelijk waar je hoort”, is Dijkstra reëel. “We staan na die twee promoties op rij nu weer met beide voetjes op de grond.”

WINNAARS
Voor Dijkstra was al snel duidelijk dat hij ook komend seizoen voor de groep zou staan. “De jongens hebben de koppen bij elkaar gestoken en gezegd: ‘Trainer, wij willen allemaal blijven.’ Het zijn allemaal winnaars, niemand geeft op. Daarnaast heb ik de selectie in de breedte wat uit kunnen bouwen en is de bereidheid vanuit de jeugd aanwezig om ons te versterken waar nodig.”

SAB keert komend seizoen dus terug in de vierde klasse. De 52-jarige Bredase oud-prof verwacht geen ‘walk in the park’. “In de vierde klasse komt het ook niet vanzelf, iedereen zal komend seizoen extra gebrand zijn om van ons te winnen, van de ploeg die uit de derde klasse komt. De competities worden sterker, op dit niveau spelen ook gewoon teams die een paar jaar geleden nog in de tweede klasse stonden.” Het doel van Dijkstra is duidelijk: hij wil een ‘prijsje’ pakken en voor de nacompetitie gaan. “Hopelijk kunnen we in de flow van 2017-2018 komen. Het zou mooi zijn om wat meer te gaan winnen, dan komt het plezier vanzelf weer terug.”

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.