Home Blog Pagina 1208

Van Klippel naar Schuurmans: trots en vertrouwen

Mark Klippel geeft na vijf seizoenen het stokje waar ‘Madese Boys 1’ op staat over aan Dion Schuurmans. Klippel sloot zijn periode in Made met een dubbel gevoel af, nadat een goed seizoen niet bekroond werd. Het VoetbalJournaal sprak beide trainers.

Mark Klippel heeft de afgelopen jaren alles uit Madese Boys gehaald, in een concurrentiestrijd met ploegen die veel meer middelen tot hun beschikking hadden. Hij begon in het seizoen 2014-2015 met een zevende plek, vervolgens kwamen twee magere jaren met een tiende en negende eindrangschikking, maar de afgelopen seizoenen ging het uitstekend op De Schietberg. Waar de mannen uit Made vorig jaar in de finale van de nacompetitie om promotie pas na strafschoppen werden uitgeschakeld, grepen ze in mei net naast een ticket voor het seizoenstoetje in de tweede klasse. “Daardoor houd ik er toch een dubbel gevoel aan over, we hadden een bekroning verdiend op basis van onze prestaties”, is Klippel eerlijk. Dat een dubieuze beslissing van de arbiter in de slotseconden van de laatste wedstrijd in de reguliere competitie een streep zette door de periodetitel, maakt de nasmaak alleen maar zuurder.

Klippel zag Madese Boys dit seizoen gemakzuchtig beginnen, maar gedurende het seizoen groeien. De mentaliteit van de spelers is altijd optimaal geweest, maar dat heeft ze wellicht juist opgebroken. “Onze manier van spelen kost veel kracht.”

TROTS
Toch verlaat hij Madese Boys met vooral mooie herinneringen. “We mogen trots zijn op wat we hebben gepresteerd. We hebben het met bijna alleen maar jongens uit Made gedaan, tegen ploegen die de middelen hebben om spelers van buitenaf te halen en uit een grote jeugdopleidingkunnen putten.” Klippel heeft de afgelopen seizoenen ook weer aardig wat jeugdspelers kunnen inpassen. “Daardoor is het ook een fase wat minder gegaan, waarin het rommelde in de spelersgroep omdat de oudere garde een pas op de plaats moest maken. De afgelopen twee seizoenen zijn weer heel goed verlopen.”

Hij gunt zijn opvolger het beste. “De kern blijft, dit team moet ook volgend seizoen weer goed mee kunnen draaien in de tweede klasse.” Zelf gaat Klippel aan de slag als assistent-trainer van Halsteren.

DION SCHUURMANS
Zijn opvolger is Dion Schuurmans. De twee kennen elkaar van de wedstrijden tussen SCO, waar Schuurmans de laatste twee jaar trainer was, en Madese Boys. “Mark heeft heel goed werk verricht in Made”, is Schuurmans positief.

De nieuwe oefenmeester hoopt zijn steentje bij te dragen aan de ontwikkeling van Madese Boys. “Het is een elftal dat staat en wat goed is, moet je vooral zo houden. Ik zie echter wel mogelijkheden, heb bijvoorbeeld wat wedstrijden gezien waarin het minder ging. Ik wil ze meerdereopties aanreiken, voor als het een keer niet loopt. Ik hoef ze echt niet meer te leren hoe je een bal goed inspeelt, maar kan ze wel laten zien hoe je als team optimaal functioneert.” De 48-jarige oefenmeester heeft veel zin in de uitdaging. “Ik kom uit Lage Zwaluwe en Madese Boys was voor ons altijd de grote buurman. Als we met Zwaluwe tegen teams uit Made speelden, waren dat immer mooie clashes. Het is een karaktervolle club, waar je niet graag tegen speelt. En dat is een compliment voor hen.”

De visie van Madese Boys om het vooral met eigen jongens te doen, spreekt Schuurmans ook aan. “Daar kan ik me heel goed in vinden.”

Hans Gelens: ‘VCW kan nóg beter!’

VCW kende een seizoen dat de boeken in gaat als succesvol. De club was in de winterstop al zo goed als veilig en ging vervolgens freewheelend het voorjaar in. Keeper Hans Gelens wil altijd meer en denkt dat de club uit Wagenberg ook beter kan.

Hoge Vucht werd uit de competitie gezet en hekkensluiter Boeimeer had nog maar één punt: VCW wist tijdens de winterse pauze al dat het ook volgend jaar in de vierde klasse mocht spelen. Een goede prestatie voor de kleine dorpsclub, maar doelman Hans Gelens is niet helemaal tevreden. “We hebben een paar onnodige nederlagen geleden, hadden anders nog wat plaatsjes kunnen klimmen op de ranglijst.”

TEGENGOALS
Waar een spits het veld op stapt met een honger naar doelpunten, is de doelman gretig om in samenwerking met zijn aluminium vrienden het netje niet te laten bollen. Met 54 tegendoelpunten was VCW qua defensie de beste van het rechterrijtje afgelopen seizoen. “Ik kan ook wel iets hoor”, zegt Gelens lachend. “Maar het kan altijd beter. Ik vind 54 te veel, het zijn er toch ruim twee per wedstrijd. Er zaten een paar flinke zeperds bij, we hebben volgens mij in drie wedstrijden twintig doelpunten tegen gekregen.” Hij kijkt altijd in de spiegel. “Ik kijk eerst naar mezelf, van die 54 zullen er zeker 10 zijn geweest waarbij ik iets niet helemaal goed deed.”

Maar uiteindelijk blikt Gelens toch met een tevreden gevoel terug op het seizoen. Waar VCW vorig jaar nog een gelukje nodig had om in de vierde klasse te blijven, een aantal ploegen verkaste naar zaterdag waardoor de mannen uit Wagenberg zich toch handhaafden, ging het dit seizoen op eigen kracht. “Je weet na zo’n ontsnapping dat maar één ding telt: handhaving. Je zet je schouders eronder en gaat ervoor. Dat is dit seizoen goed gegaan.”

TOEKOMST
Of Gelens verwacht deze prestaties te kunnen overtreffen? “Makkelijk. Als je kijkt naar de kwaliteiten die we al hebben en de talenten die er nog aankomen vanuit de jeugd, moeten wij stappen kunnen zetten. We hebben nu al jongens van 19 en 20 jaar oud in het eerste rondlopen die zich echt goed ontwikkelen en een vrij ambitieuze trainer, die combinatie kan ons hopelijk nog eens naar een vijfde of zesde plek helpen.”

Met de 30-jarige keeper onder de lat. “Een vertrek is voor mij in al die jaren dat ik bij VCW speel, sinds mijn vijfde, nooit een serieuze optie geweest. Ik kom hier al van kinds af aan, ken iedereen. Het zou als verraad voelen om hier weg te gaan.” Maar mocht er een talentvolle jongen bij de selectie komen die klaar lijkt voor de plek onder de lat in het eerste, dan maakt Gelens graag plaats. “Als ik zie dat het iemand is die graag wil en veel potentie heeft, ga ik hem daarbij helpen.” En zelf ziet hij zich dan nog wel in het derde elftal voetballen, met zijn vrienden. “Dan berg ik mijn handschoenen op en ga ik lekker weer in het veld staan, hoewel mijn kwaliteiten daar niet al te best tot hun recht komen.”

Tom Rijvers: ‘Ik ben en blijf SCO’er’

SCO verlaat het zondagvoetbal met een goed gevoel. De ploeg streed lang tegen degradatie, maar wist uiteindelijk boven de nacompetitiestreep te eindigen. De doelpunten van Tom Rijvers waren dit seizoen van onschatbare waarde.

De teller bleef uiteindelijk steken op negentien voor Tom Rijvers. De 21-jarige aanvaller annex middenvelder van de nummer tien van de derde klasse B eindigde daarmee op een derde plek op de topscorerslijst in zijn competitie. Een mooie prestatie, waar hij zelf ook tevreden over is. “Ik begon goed, raakte geblesseerd, maar deed na mijn rentree weer hetzelfde als voor de blessure: scoren en belangrijk zijn.”

Hij was de afgelopen jaren vaak ernstig geblesseerd, is dan ook blij met een seizoen dat buiten een kwetsuur rond de winterstop prima is verlopen. Dat SCO boven de degradatiestreep is geëindigd, stemt hem helemaal tevreden. “Daar hadden we vooraf voor getekend. We hebben een jong team, wisten dat het lastig zou worden. Onze doelstelling was directe handhaving, het is spannend geworden, maar we hebben het voor elkaar gekregen. We hebben bewezen als collectief alleen maar sterker te zijn geworden, hoewel we misschien wat individuele kwaliteiten hebben ingeleverd afgelopen zomer. Het leek wel alsof we meer voor elkaar over hadden.”

ZATERDAG
Volgend jaar speelt SCO op zaterdag, de Oosterhouters moeten in de vierde klasse van die afdeling beginnen. “Ik ben blij dat we dit seizoen zo hebben afgesloten. Hiermee geven we ook een signaal af aan de zaterdagclubs: wij zijn niet gestopt op zondag omdat we het niet meer aankonden, maar omdat de toekomst volgens ons op zaterdag ligt.”

Het doel is dan ook een directe promotie vanuit de kelder van het zaterdagvoetbal. “Ik denk, maar dat zeg ik nu, dat de vierde klasse zaterdag voor ons wat te laag is. Zeker aangezien we Robin van den Noort terugkrijgen, hij is een garantie voor doelpunten.” Rijvers hoopt zelf ook van waarde te zijn met zijn doelpunten en assists. “Robin en ik zullen elkaar de doelpunten moeten gunnen, haha. We hebben vroeger ook geregeld samengespeeld, dus dat moet helemaal goedkomen. SCO wordt er alleen maar beter van en daar gaat het om.”

OOSTERHOUT
Zelf had Rijvers ook de mogelijkheid om te vertrekken. “De andere zondagclubs uit Oosterhout hadden interesse, maar dat zijn geen opties voor mij: ik ben een echte SCO’er. Er was ook een zaterdagclub die me wilde hebben, daar heb ik nog even over getwijfeld, maar ik heb uiteindelijk toch al vrij snel besloten bij SCO te blijven. Al mijn vrienden spelen op zaterdag, dus kijk ik er ook wel naar uit om na de wedstrijd met hen de kantine in te duiken.”

Jorco de Kok: Oosterhout wil ‘met plezier presteren’

Voetbalvereniging Oosterhout richt de blik vooruit. Achter de wolken van een teleurstellende eindrangschikking in de derde klasse schijnt een voorzichtig zonnetje. De club heeft een duidelijk plan voor de toekomst, waarmee promotie moet worden bewerkstelligd.

Jorco de Kok is sinds begin dit jaar de technische man bij Oosterhout. De oud-trainer van het eerste elftal combineerde die functie afgelopen seizoen nog met zijn rol als hoofdtrainer van Virtus, maar richt zich vanaf 2019- 2020 volledig op Oosterhout. En hij zal zich niet vervelen: er is genoeg werk te doen. “We hebben de afgelopen anderhalf jaar een stap gezet in de doorstroming van de jeugd naar de senioren, maar willen meer.”

KWALITEIT
De vereniging heeft een plan gemaakt waarmee de jeugd stappen moet zetten. ‘Met plezier presteren’, luidt het motto. “We willen voor de jeugd kwaliteit garanderen, waardoor we ze kunnen behouden voor onze vereniging. Het mag allemaal wat professioneler, zodat we ze aan kunnen bieden wat ze nodig hebben. Denk dan bijvoorbeeld aan een derde trainingsmoment in de week. Als we ze voor Oosterhout behouden, profi teert de seniorenselectie daar uiteindelijk van.” Want, zo ziet de 43-jarige De Kok, eigenlijk is een plek in de middenmoot van de derde klasse te laag gezien de uitstraling van de club. “We hebben een complex dat niet misstaat in de eerste klasse of zelfs hoofdklasse en zitten in een wijk die groeit. Daar moeten we van profiteren.”

Het eerste doel is de tweede klasse bereiken en daarin een stabiele kracht worden. Dan moet het anders dan afgelopen seizoen, weet ook De Kok. “Komend jaar moeten we om de prijzen meedoen, promotie is zeker mogelijk met de nieuwe spelers die we erbij krijgen.” Er is specifiek gezocht naar jongens met ervaring die de talenten kunnen helpen en bereid zijn zich voor langere tijd aan Oosterhout te binden. Zij komen de huidige selectie, die grotendeels intact blijft, versterken. “Wij willen geen clubhoppers, maar jongens die een stapje extra voor de vereniging willen zetten. Denk dan bijvoorbeeld aan ook eens een jeugdtraining geven, junioren kunnen van de ervaring van dit soort jongens profiteren.” De Kok benut onder meer zijn eigen netwerk, hij loopt al jarenlang mee in de voetbalwereld en weet waar de buitenkansjes rondlopen.

PROMOTIE
Als spelers vanuit de Derde Divisie Oosterhout komen versterken, trekken zij het niveau van de gehele vereniging omhoog. Talenten die in het eerste komen, pikken aan en liften daarop mee. Uiteindelijk wil Oosterhout met zo veel mogelijk eigen jongens de stap naar de tweede klasse zetten. “En hopelijk kunnen we op den duur zelfs nog verder groeien, naar een niveau dat past bij ons complex.” Maar eerst die stabiele tweedeklasser worden. “Dat moet binnen twee tot drie jaar lukken.”

Ronald Blankert geniet bij VV Oosterhout

Ronald Blankert (44) is een onmisbare vrijwilliger voor voetbalvereniging Oosterhout. De vader van twee voetballende kinderen is regelmatig 25 uur per week bezig bij de club van het zwartwitte tricot. Hij staat achter de bar, is terreinmedewerker én zit in de toernooicommissie.

Ronald Blankert is een clubman pur sang. Hij komt niet ergens binnen om puur vanaf de zijlijn toe te kijken, maar steekt liever de handen uit de mouwen als hij zich bij een vereniging thuis voelt. “Mijn kinderen zijn vijf jaar geleden naar Oosterhout gekomen. Ze voetbalden eerst ergens anders, maar daar verliep het niet naar wens. Ze wilden op een hoger niveau voetballen en kregen hier die kans.” Het beviel vanaf dag één uitstekend. “Ze voelden zich direct thuis.”

BARMAN
Blankert wist genoeg: zijn kinderen zitten bij Oosterhout prima op hun plek. Hij ging om zich heen kijken wat hij bij kon dragen voor de club en vond de functie van barman. “Daar ben ik mee begonnen, ik hou van de sociale contacten die je hebt als je achter de bar staat. Ik hoorde al vrij snel dat ze ook nog een terreinmedewerker zochten en ben toen gaan informeren.” Daarmee was zijn wens om vrijwilligerswerk te doen nog niet volledig ingewilligd. “Ik vernam dat ze maar één iemand hadden voor de toernooicommissie en die stopte ermee. Met een groepje mensen hebben we het toen opgepakt, Oosterhout zonder de organisatie van toernooien vonden wij niet kunnen.”

Inmiddels is hij zo’n 20 tot 25 uur per week actief bij Oosterhout. “Ik vind het fi jn om de club te helpen, het is zo’n leuke vereniging en ze kunnen altijd wel mensen gebruiken. Het kost veel tijd, maar een vereniging bestaat nou eenmaal uit vrijwilligers.” Blankert heeft ook nog een fulltimebaan én een gezin naast zijn vrijwilligerswerk, leidt dus een druk bestaan.

BRAND
De brand die het oude complex in 2016 verwoestte, was ook voor Blankert een grote schok. “Ik had afgesloten die bewuste avond, rond 19.30 uur. 2,5 uur later werd ik gebeld dat er brand was. Ik kan mezelf niks verwijten, weet zeker dat ik alles goed had afgesloten en het vuur was ook niet in de keuken ontstaan.” Maar het deed natuurlijk wel wat met de enthousiaste vrijwilliger. “Alles was weg, al die herinneringen.” Je moet door, besefte Blankert al snel. Dat er nu weer zo’n schitterend complex staat, doet hem veel deugd. “Dat ga je absoluut extra waarderen. Je ziet mensen die hier binnenkomen echt met open mond om zich heen kijken, wat wil je als club nog meer?”

Hij ziet dat de aantrekkingskracht van de club ook groot is en hoopt dat Oosterhout stappen kan zetten in de toekomst. “Ik hoop dat we een gezonde club mogen blijven, die zowel bij de senioren als de jeugd groeit. Een vereniging waar iedereen lekker kan voetballen, met een eerste elftal dat steeds beter wordt.”

Leon Bergmans en Arthur Hauf staan klaar voor geblesseerde RFC’ers

Ze zijn beiden betrokken bij een eigen selectieteam, maar Leon Bergmans en Arthur Hauf werken ook intensief samen. Iedere geblesseerde RFC’er mag zich doordeweeks melden bij het enthousiaste duo, dat klaarstaat om voetballers en voetbalsters zo snel mogelijk van hun klachten af te helpen.

RFC heeft zowel een zaterdag- als een zondagselectie en ieder eerste elftal heeft ook een eigen technische staf. Beide teams trainen op dinsdag en donderdag en op die dagen kunnen spelers de verzorgingsruimte binnenlopen die gedeeld wordt door Leon Bergmans en Arthur Hauf. Laatstgenoemde van het tweetal is altijd als eerste bij RFC omdat ‘zijn’ jongens van Zaterdag 1 vroeg op de avond trainen, maar vaak is Bergmans niet veel later dan zijn compagnon aanwezig op het sportpark. “Ik kan thuis zitten wachten totdat Zondag 1 gaat trainen, maar dat is saai”, zegt de Waalwijker. “Vaak ben ik ook lekker vroeg bij RFC. Ik maak een praatje met iedereen en uiteraard help ik Arthur met spelers en speelsters die kampen met pijntjes of serieuze kwetsuren. Het is pas mijn eerste seizoen bij de club, dus ik moest even wennen, maar ik voelde me al direct thuis.”

Hauf loopt al veel langer mee bij RFC. Hij was eerst betrokken bij het eerste team van Good Luck, dat altijd op zaterdag speelde, en na de fusie is hij betrokken gebleven bij het selectieteam dat op die dag voetbalt. De weekenden van de verzorger, die doordeweeks werkzaam is bij het ministerie van Defensie als sporthersteltrainer, zijn goed gevuld. “Op zaterdag zit ik langs de lijn bij de jongens van RFC Zaterdag 1 en op zondag doe ik hetzelfde bij WDS’19 1 in Breda. En uiteraard ben ik op dinsdag en donderdag met Leon op de club om jongens met pijntjes en serieuze kwetsuren te behandelen”, zegt hij.

LANGS DE LIJN
Zowel Hauf als Bergmans is een echte voetballiefhebber en beide verzorgers genieten enorm van het spelletje langs de lijn. “Zondag 1 is een ontzettend leuk elftal”, zegt Bergmans. “Ik vind het prachtig om te zien dat de jongens voor elkaar door het vuur gaan. Ze knokken voor elk duel en elk punt, dat kan ik altijd enorm waarderen in een elftal”, zegt de betrokken verzorger. Ook de in Made woonachtige Hauf geniet langs de lijn van het voetbal van zijn team en houdt daarnaast nauwkeurig bepaalde spelers in de gaten. “Ik let op de jongens die kampen met pijntjes en ik trek direct de trainer aan zijn jasje als ik zie dat een speler niet verder kan. Gelukkig luisteren de oefenmeesters altijd naar me”, lacht de enthousiaste verzorger. Wie voetbalt, loopt het risico om geblesseerd te raken. Kwetsuren aan hamstrings, kuiten en de liezen komen het meeste voor bij RFC. “Het geeft een kick als jij ervoor kunt zorgen dat een geblesseerde speler na een paar weken weer zo fris als een hoentje over het veld loopt”, zegt Hauf. “Ik vind het prachtig hoe ze herstellen, er is niks mooiers dan te zien hoe de jongens na een tijdje weer vrolijk over het veld huppelen.” De twee zorgen goed voor de spelers van hun elftallen, maar Bergmans benadrukt dat alle clubleden welkom zijn doordeweeks om zich te laten verzorgen bij RFC. “Onze deur staat voor iedereen open, Arthur en ik helpen iedereen graag.”

RFC dolblij met groen licht voor nieuwbouw

29 mei 2019 was een mooie dag in de nog prille geschiedenis van fusieclub RFC. Op die dag stemde de gemeenteraad van Geertruidenberg in met het plan voor het nieuwe clubgebouw op het sportpark aan de Kloosterweg. Een langgekoesterde wens van de club gaat hiermee in vervulling.

Raamsdonksveerse Football Club is opgericht in de zomer van 2017, toen Veerse Boys en Good Luck besloten om de krachten te bundelen. De twee clubs speelden voor de fusie al op hetzelfde sportpark, dus een verhuizing van locatie was niet nodig. In Raamsdonkveer waren ze het er al snel over eens dat er één nieuw clubgebouw moest komen voor RFC, gelegen op een centrale locatie op het sportcomplex. Maar tot op de dag van vandaag is dat plan nog niet voltooid. De oorspronkelijke clubgebouwen van Good Luck en Veerse Boys worden beide nog gebruikt. Daar komt vanaf 2020 eindelijk verandering in, tot opluchting van voorzitter Gerben van Herwijnen. “Dit is een mooie stap voor RFC. De samensmelting van beide clubs is al erg goed verlopen en deze ontwikkeling is een logische en noodzakelijke stap. Iedereen zit straks samen in één gebouw in plaats van verdeeld over twee ruimtes.”

ZEVEN SCENARIO’S
Samen met de gemeente wil de club vanaf januari 2020 starten met de bouw van een nieuw, klimaatneutraal clubgebouw tussen de velden 3 en 4 in, waar nu een groenstrook, een fietspad en een sloot ligt. Het kostte een hele hoop tijd voor er eindelijk groen licht was voor het plan. “Het eerder gepresenteerde plan bleek na aanbesteding te duur. Vervolgens zijn er maar liefst zeven scenario’s onderzocht. Uiteindelijk bleek het eerste plan het beste”, zegt Herwijnen. Het nieuwe clubgebouw moet vanaf het seizoen 2020/2021 gereed zijn en bestaat uit twaalf kleedkamers, een verzorgingsruimte en uiteraard een mooie kantine. “Totdat het gebouw klaar is, blijven de twee clubgebouwen gewoon open, dat is voordelig. De club lijdt dus niet onder de nieuwbouwactiviteiten”, zo stelt de voorzitter.

JUISTE KEUZE
Ook Alain Timmermans is enorm blij met de plannen. Samen met enkele andere vrijwilligers zit hij in een adviesgroep wat betreft de nieuwbouw bij RFC en hij stelt dat de gemeenteraad de juiste keuze heeft gemaakt. “Een groepje van RFC’ers met een bouwkundige achtergrond heeft goed werk verricht, ik ben wat later ingestapt en heb meegeholpen om de gemeente te overtuigen van dit plan. Het clubgebouw komt op een prachtige locatie, in het midden van het sportpark. Het is een goede zaak om de oude twee te slopen en straks in te trekken in deze hypermoderne ruimte.”

Timmermans ziet dat het goed gaat met RFC. “De mogelijkheden zijn enorm door de fusie. We hebben veel teams, het is lekker druk op het sportpark en de sfeer is hier goed”, zegt de vrijwilliger, die ook jeugdleider is. ,,Ik werk zelf ook in de bouwwereld en ben blij dat ik met mijn kennis de club kan helpen. Het clubgebouw gaat ongetwijfeld heel gaaf worden, RFC krijgt een enorme boost straks als het klaar is. Dat duurt helaas nog even: het liefst beginnen we morgen al met bouwen.”

Interne scouting bij TSC: iedereen op zijn niveau

TSC is trots op de structurele plek in de top 100 jeugdopleidingen van Nederland en zet stappen om die kwaliteit te behouden. Sinds drie jaar is de interne scouting actief, waardoor iedere voetballer gegarandeerd op zijn niveau speelt. Wilfred de Jong is de organisator van dat concept en spreekt er vol enthousiasme over.

Voetbalvereniging TSC is ambitieus, of het nu om de seniorenselectie of de jeugdopleiding gaat. De club uit Oosterhout wil zijn leden de beste kwaliteit bieden. De interne scouting binnen de jeugdopleiding hoort daar sinds drie jaar bij. “We hadden al langer de wens om iets met de scouting te doen”, vertelt Wilfred de Jong, die een groep van in totaal zeven interne scouts aanstuurt. “Dat is ingegeven door twee factoren: we kwamen hier en daar weleens een pareltje in een lager team tegen, die eigenlijk al te lang onder zijn niveau speelde. Dat kwam dan omdat hij bijvoorbeeld later is ingestroomd en wij daar geen zicht op hebben gehad. Daarnaast wordt er bij TSC weleens geshopt door betaald voetbalorganisaties. Dat gat moet opgevuld worden, dan is het handig als wij weten welke speler in aanmerking komt om doorgeschoven te worden.”

SCOUTS
De Jong was al onderdeel van de technische commissie binnen de club en ging aan de slag. Hij keek onder meer rond bij JEKA in Breda, dat een soortgelijk concept gebruikt. Inmiddels staat de interne scouting van TSC als een huis. De Jong stuurt een groep van scouts aan die van de JO10 tot en met de JO15 wedstrijden bekijkt. Elk team wordt drie keer per seizoen bekeken, door drie verschillende scouts. Zo wordt de objectiviteit gewaarborgd. Iedere scout heeft zelf gevoetbald of is trainer geweest. “De selectieteams laten we buiten beschouwing, daar hebben we al afdelingscoördinatoren en de trainers voor. De talenten in die teams kennen we al goed.”

De instroom binnen de JO17 en JO19 is verwaarloosbaar en TSC vindt het te vroeg om op jongere leeftijd dan de JO10 te scouten. Aan het einde van ieder seizoen volgt het selectieproces, waarin jongens die kans maken doorgeschoven te worden naar een selectieteam een uitnodiging krijgen voor wat trainingen en wedstrijden. “Wij letten wel op dat we daar niet te veel spelers voor uitnodigen, dan moet je uiteindelijk alleen maar meer jongens teleurstellen en dat willen we niet.”

KRUISING
De technische coördinatoren en trainers van de selectieteams hakken de knopen door. De geluiden vanuit TSC zijn tot nu toe erg positief. “We zorgen er op deze manier voor dat we geen spelers rond hebben lopen die onder hun niveau spelen, daar iedere keer drie man uitspelen en de bal in de kruising schieten. Dat is één wedstrijd leuk, maar eigenlijk gewoon zonde.”

Een ander voordeel voor TSC is dat ouders nu weten dat hun kinderen echt kundig beoordeeld zijn. “We kunnen goed beargumenteren dat we ze bekeken hebben, door drie paren ogen op drie verschillende momenten. Door die uitleg hebben ouders er sneller vrede mee. Als wij iemand vragen, denken we ook echt dat hij een kans maakt.”

Ton Cornelissen heeft ‘enorm veel zin’ in komend seizoen bij TSC

TSC heeft met Ton Cornelissen een brok ervaring binnengehaald voor komend seizoen. De hoofdtrainer kent het klappen van de zweep, werkte de afgelopen jaren bij Kozakken Boys en is actief in de scouting van RKC Waalwijk. Zijn Oosterhoutse roots en de uitstraling en ambitie van TSC overtuigden hem voor de gepromoveerde Tavenu Sparta Combinatie te kiezen.

Het zijn drukke weken voor Ton Cornelissen. Door de plotselinge promotie van RKC naar de Eredivisie draait hij overuren. Hij is continu op jacht naar voetbaltalent om RKC te versterken. “Daarom voelde ik ook dat het te veel werd bij Kozakken Boys. Ik heb daar hartstikke mooie jaren gehad, maar drie keer per week trainen in combinatie met de wedstrijd op zaterdag én RKC zorgde ervoor dat het te druk werd.”

AMBITIE
Toen de mogelijkheid om hoofdtrainer van TSC te worden op zijn pad kwam, moest hij dan ook even nadenken. Toch tekende hij. “Twee keer per week trainen, maar wel bij een ambitieuze club: het klopt gewoon.” Hij kijkt ernaar uit om met TSC in de tweede klasse aan de slag te gaan. “Deze club hoort op een hoger niveau dan de derde klasse te spelen en wil dat ook. Ik heb de afgelopen maanden mijn vrije uren benut om TSC eens goed door te lichten en het ziet er goed uit. Ik ken de club sowieso al vanuit mijn Oosterhoutse jeugd, daarnaast lopen er veel bekenden van me rond. In de jeugd zit echt veel potentieel en er werken vakbekwame mensen. De randvoorwaarden zijn goed en de accommodatie is piekfijn in orde. De ambities van de club spreken me ook aan, het is een enorm mooie uitdaging.”

Hij lichtte de selectie door, keek afgelopen seizoen al wat wedstrijden van 1, 2 en jeugdteams en zag genoeg kwaliteit rondlopen. “Hiermee kun je het ook in een tweede klasse goed doen.” Hij kijkt eerst naar de jeugd, voor hij zijn netwerk benut om eventuele buitenkansjes aan te trekken. “Als we iets missen in het team en dat ook niet rondloopt in de jeugd, gaan we pas verder kijken.”

AANVALLEN
Cornelissen omschrijft zichzelf als een ‘zeer gedreven trainer’. “Ik heb een duidelijke visie, ben helder in mijn communicatie en ga van mijn eigen kracht uit.” Het zal even omschakelen worden voor Cornelissen, die met Kozakken Boys in de top van de Tweede Divisie speelde. “Maar het spelletje komt op hetzelfde neer. Ik wil met mijn team verzorgd voetbal spelen, met veel druk naar voren, maar het moet wel in balans zijn. Ik wil zo aanvallend mogelijk voetballen, maar niet als dat onverantwoord is. Als je niet kunt winnen, moet je zorgen dat je niet verliest.” De 55 jarige oud-topscorer van NAC Breda kijkt uit naar zijn nieuwe klus. “Ik heb enorm veel zin en vertrouwen in deze uitdaging. We gaan proberen TSC terug omhoog te helpen.”

Multicultureel PCP eindelijk terug in de vierde klasse

Toen PCP in 2010 kampioen werd in de vijfde klasse, stond Perry van Schijndel (22) als kleine jongen langs de lijn. Afgelopen seizoen was hij zelf onderdeel van de spelersgroep die ervoor zorgde dat de Bredanaars eindelijk weer terugkeren naar de vierde klasse.

Perry van Schijndel groeide op in de buurt van Sportpark Lage Kant en liep als klein mannetje al rond bij PCP, die club die hij een warm hart toedraagt. “We zijn geen grote, maar wel een hechte club”, zegt de Bredanaar, die altijd wandelend naar de trainingen liep. “Het is altijd gezellig bij de vereniging, de sfeer is heel relaxed. Toen ik jonger was, had PCP wat meer jeugd. Helaas hebben we nu nog maar twee jeugdelftallen. Maar toch zijn er altijd weer senioren die het leuk vinden om bij onze mooie club te komen voetballen en de meesten gaan er ook niet meer weg.”

MULTICULTUREEL TEAM
Van Schijndel was de afgelopen jaren niet altijd zeker van een basisplaats in het eerste, maar was afgelopen seizoen wel een belangrijke schakel in het team van Peter Maaskant, dat glorieus kampioen werd in het vijfde klasse B. PCP hield concurrent FC Dordrecht Amateurs op vier punten en het doelsaldo van 92 om 32 was indrukwekkend. Het team baarde opzien doorde vele technische jongens, die allemaal andere roots hebben. PCP bestaat behalve uit een groepje Nederlanders uit een Pool, Mexicaan, Portugees, Nigeriaan, een Nederlandse Antiliaan en Fransman. Daarnaast herbergt de selectie uit enkele spelers met Marokkaanse of Turkse roots.

“In besprekingen is de voertaal af en toe Engels en dat gaat soms moeizaam. Maar als het balletje rolt, gaat alles vanzelf”, aldus Van Schijndel. “We barsten van de individuele kwaliteiten en dat hebben we ook bewezen. Maar eigenlijk hadden we nog veel meer goals moeten maken, want de meeste potjes wonnen we best overtuigend. Onze laatste man heeft geloof ik tien keer gescoord, dat zegt genoeg.”

Zelf maakte de rechtsback ‘slechts’ twee doelpunten, maar Van Schijndel speelde niet het hele seizoen in het eerste. “Ik heb een tijdje in het vijfde gespeeld bij mijn vrienden toen ik mijn basisplaats kwijt was, maar op verzoek van mijn trainer heb ik de laatste twaalf wedstrijden weer meegedaan.

Ik vind het leuk om in het eerste te spelen, maar ik doe net zo graag een potje met het vijfde mee. Als ik maar 90 minuten kan voetballen, dat vind ik het belangrijkste. Voetbal is namelijk mijn alles, het liefst speel ik zeven dagen per week. Ik heb bijna geen training gemist dit jaar en ook nu het seizoen voorbij is, ben ik veel buiten te vinden om te voetballen.”

Als supporter was Van Schijndel erbij toen PCP in 2010 kampioen werd in de vijfde klasse. In 2012 daalde Postcunt Concordiam Pulchra weer af naar de vijfde klasse en sindsdien speelden de groen-witten tot dit seizoen onafgebroken op dit niveau.

“Het is bijzonder dat ik nu als speler het kampioenschap kon vieren”, aldus de clubman. “We hebben bij PCP een mooi kampioensfeestje gevierd. Er was vuurwerk toen we met de schaal aankwamen op het sportpark, erg gaaf om mee te maken.”

PCP moet zich kunnen handhaven in de vierde klasse, zo denkt Van Schijndel. “We hebben kwaliteit genoeg om in de middenmoot te eindigen, maar laten we ons eerst maar zo snel mogelijk veilig spelen.”

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.