Home Blog Pagina 1207

Wél Alpe d’HuZes, maar géén nacompetitie voor Alex Wagner

0

Hij had het nog zó uitgerekend: 1 juni met OVV de eerste ronde van de nacompetitie overleven, op donderdag 6 juni meedoen aan de sponsorfietstocht Alpe d’HuZes in Frankrijk en twee dagen later met OVV in de tweede ronde van de nacompetitie uitblinken. Alex(ander) Wagner kon zich, nadat de derde periodetitel op de laatste speeldag van de reguliere competitie naar Rhoon, dat notabene twee keer als kanonnenvlees voor OVV had gefungeerd, was gegaan, volledig concentreren op de beklimming van dé Nederlandse berg, bekend van de Tour de France.

“Ik had liever én gefietst én gevoetbald”, zegt de 29-jarige centrale verdediger van OVV. Het meedoen aan de Alpe d’HuZes, de jaarlijkse sponsorwandel- en fietstocht voor kankerfonds KWF, stond al een tijdje op zijn ‘bucketlist’. “Los van dat het een prachtige uitdaging is, die berg met de fiets bedwingen, moest ik dit gewoon doen. Die ziekte moet de wereld uit. Dat kan alleen als er nog meer onderzoek wordt gedaan.”

Hij reed die berg ook op voor zijn moeder, die tien jaar geleden overleed aan een progressieve vorm van longkanker. “Ze was pas 49 jaar. Belachelijk jong.”

Met een paar goede maten uit Oostvoorne vormde hij team 0181. “0181 is het kengetal van Oostvoorne. Toen we ons inschreven wisten we niet veel beters te verzinnen”, zegt Wagner. In de maanden voor dé dag haalden hij en zijn team voor meer dan zesduizend euro sponsorgeld op. Geld dus dat gebruikt gaat worden om allerlei vormen van kanker het hoofd te bieden.

Hij trainde hard en reed de recreantenvariant van de Amstel Gold Race. Op een indoortrainer beklom hij ‘virtueel’ de bekende berg in de Franse Alpen. “Met iedere bocht en iedere stijging nauwkeurig.”

In de praktijk genoot hij als klimgeit van de ambiance. “Het was een unieke ervaring. Die mensen, die sfeer. Het was ook heel emotioneel. Iedereen heeft zijn eigen verhaal bij die ziekte.”

Hij kwam er ook achter dat hij niet als klimmer geboren was. “Ach, dat wist ik natuurlijk wel. Ik ben meer van het doorstampen op de Hollandse wegen. Die zijn vooral vlak.”

Met twaalf kilometer bergop werden op al zijn klimkwaliteiten een beroep gedaan. Op sommige stukken was het stijgingspercentage twaalf, dertien procent. Wagner: “Soms had je het gevoel dat je stilstond.”

Meedoen aan Alpe d’’HuZes deed hem in ieder geval het deels mislukte seizoen bij OVV vergeten. “FC Binnenmaas was de terechte kampioen, maar met onze kwaliteiten hadden we zeker tweede kunnen worden”, is hij niet erg te spreken over de OVV-prestatie. “We kunnen niemand de schuld geven, alleen onszelf.”

“De vierde plaats was niet goed genoeg. We begonnen nog goed met een duidelijke overwinning op Rhoon. Misschien heeft die wedstrijd ons zand in de ogen gegooid. We dachten op dezelfde manier door te gaan als vorig seizoen. In de vierde klasse konden we ons dat permitteren, in de derde klasse duidelijk niet. Vooral oktober verliep dramatisch. We verloren in die maand alles. Tegen die achterstand hebben we het restant van het seizoen aangehikt. Uiteindelijk is dat ons ook opgebroken.”

Timo Lemmens wil geen minuut van Nova missen

0

Voor zijn laatste wedstrijd tegen Den Bommel kreeg Timo Lemmens van trouwe supporters van OVV 1 een fotoalbum in handen gedrukt. Het boek doorbladerend werd hij gepakt door de emotie. “Er staan foto’s in waarop mijn dochtertje voor het eerst op het voetbalveld was. Haar geboorte heeft heel veel met mij gedaan.”

De komst van de kleine Nova, een klein jaar geleden, veranderde het leven van de organisator van de Vaksportbeurs in Gorinchem, die dit jaar op 13 en 14 november wordt gehouden, voorgoed. Het gaf hem het zetje om met voetballen op niveau te stoppen. Volgend seizoen draagt hij niet het groen en wit van OVV, maar het blauw en zwart van een ‘vriendenteam’ bij fusieclub Poortugaal.

“Natuurlijk heb ik er goed over nagedacht”, zegt de controlerende middenvelder, die ‘pas’ 29 jaar is. “Ik ben ook niet over één nacht ijs gegaan. Mijn prioriteiten zijn de afgelopen jaar steeds meer bij andere zaken komen te liggen. Werk, gezin en daar komt ook bij dat ik ook op mijn zestigste fatsoenlijk uit mijn bed moet kunnen komen en een ommetje wil kunnen maken.”

De lange en ranke Lemmens werd in zijn carrière nogal eens getroffen door blessureleed. Als er iemand kan vertellen hoe het is om een knie-operatie te ondergaan, is het de inwoner van Schiedam wel. Vier keer moest één van zijn knieën onder het mes. Zijn laatste operatie was in 2012.

Het had een grote impact op zijn leven en zijn hobby. “Ik heb twee keer mijn kruisbanden afgescheurd van dezelfde knie. Ik had net een lange revalidatieperiode achter de rug toen het bij de eerste training weer mis ging.”

Zijn arts en fysiotherapeut legden hem geen voetbalverbod op, maar ze gaven wel aan dat hij zich in een risicogebied bevond. “Ik moest er voorzichtig aan gaan denken om te stoppen, was zo’n beetje de vertaling van hun advies.”

Lemmens hield zich daar, min of meer, half aan. De drang om meteen terug te keren op het veld was er niet, een nieuw revalidatieproces moest hij volgen of hij dat wilde of niet. “Na ruim anderhalf jaar begon het toch weer de kriebelen. Waarom ook niet, heb ik bij mezelf afgevraagd.”

Die gok leverde hem nog vijf mooie voetbaljaren op waarvan hij zegt dat hij ze nooit zou hebben willen missen. Zijn knie doet het nog best op wat ‘stijvigheid’ na. “Ik zal heel mijn leven thuis oefeningen moeten doen.”

De overstap van OVV van de zondag naar de zaterdag is wel een indirecte reden van zijn besluit. “Vooral omdat we in één klap werden teruggeworpen qua niveau. Vanuit de club was en is het een begrijpelijk besluit geweest, maar als speler streef je het hoogste na. We hadden twee fantastische jaren achter de rug. Kampioen in de tweede klasse en ons gehandhaafd in de eerste klasse.”

Even dacht hij erover om zijn heil elders te zoeken. “Er waren wat contacten met andere zondagclubs in de eerste klasse, maar ik heb het niet gedaan. OVV is mijn cluppie geworden. Bovendien ging praktisch het hele elftal naar de zaterdag mee.”

In de vierde klasse vonden Lemmens en zijn ploeggenoten weinig uitdaging. “Kampioen worden is altijd leuk, maar we zijn in dat jaar eerder slechter geworden dan beter”, concludeert hij. De optie om één keer te gaan trainen was er niet. “Omdat ik dat al deed”, gniffelt hij.

“Ach, iedereen bij OVV wist dat ik geen trainingsbeest was. Ik leefde puur voor de wedstrijden.”

Het nieuwe thuis van GHVV’13 is één met de polder

0

Na jaren van geduld uitoefenen krijgt GHVV’13 eindelijk zijn beloofde nieuwe accommodatie. In januari, drieënhalf jaar na de fusie van PFC uit Geervliet en HVV Bernisse uit Heenvliet, wordt sportpark Guldeland opgeleverd. Twee kunstgrasvelden, natuurgras op het hoofdveld en één gebouw. En alles is aangepast aan de omgeving.

Richard Ariens kan niet wachten op de oplevering van het nieuwe onderkomen van de fusieclub. De architect én directeur van Ziggurat uit Heenvliet maakte jaren geleden al het eerste ontwerp. “Ik heb diverse functies bekleed bij de club en heb ook in het bestuur gezeten”, zegt Ariens. “De plannen voor een nieuw sportpark waren er al heel lang. Volgens mij gaan die terug tot twaalf jaar geleden.”

Vijf jaar geleden deed het college van de gemeente Nissewaard een voorstel met de uitgangspunten voor het nieuwe complex. Door allerlei oorzaken liepen de ontwikkelingen vertraging op, maar eind vorig jaar kreeg GHVV’13 eindelijk groen licht. De club voelde zich, zo zei voorzitter Ad van der Bom, uit zijn lijden verlost. Ariens kan zich daar wel iets bij voorstellen. “Zowel het sportpark in Geervliet als dat in Heenvliet was compleet verouderd. Er mankeerde van alles. Onderhoud was niet meer te betalen.”

Veel langer dan gehoopt moest GHVV’13 werken met een constructie waarbij beide sportparken werden gebruikt. “Mét alle problemen van dien. Op twee parken voetballen betekent ook dat je faciliteiten moet organiseren. Alles moet twee keer. Ik was ook heel blij toen het definitieve jawoord van de gemeente kwam.”

Sportpark Guldepark is geen dertien in het dozijn-sportpark, zoals er tegenwoordig veel worden gerealiseerd. Door de unieke ligging in de Oude Guldelandpolder was de belangrijkste eis van de gemeente dat het een accommodatie zou worden dat zou passen bij de karakteristieke polder in de omgeving. Met andere woorden: het huis

van GHVV mocht het landschap geen geweld aan doen. “Met dat idee ben ik ook gaan tekenen”, geeft Ariens aan.

Een sportpark dus dat aansluit bij het typische landschap. Het betekende geen bovenmatig verenigingsgebouw met twee lagen. “We hebben maar één laag”, legt Ariens uit. “Het is een langgerekt gebouw, met alles erop en eraan wat een moderne voetbalvereniging nodig heeft. Aan twee kanten is een veranda waar je als toeschouwer onder een dak kan kijken naar twee velden. De noodzaak van een tribune wordt nu niet gezien. Los van het budget, dat ook zijn grenzen heeft, zal GHVV waarschijnlijk niet heel veel groter worden dan zes- misschien zevenhonderd leden. Een grotere maat is niet nodig. Eén van de eisen van de vereniging was dat het een gezellige kantine moest worden. Het moest vooral géén balzaal worden.”

Opvallend: het hoofdveld heeft straks ‘echt’ gras. “Daar is voor gekozen om een handreiking te doen naar de omwonenden. Gras is een natuurlijke invulling, kunstgras niet. Het hoofdveld is voor die omwonenden zichtbaar.” Op de twee andere velden komt een kunstgrasmat te liggen.

Afgelopen maand is een begin gemaakt met het bouwklaar maken van de grond en fundering van het verenigingsgebouw. Begin volgend jaar staat de oplevering gepland. Ariens: “Het gaat best snel. In september worden de velden aangelegd. Het enige spannende is wanneer het natuurgras is aangegroeid. In het ongunstigste geval kan er in de eerste weken alleen op kunstgras worden gespeeld.”

Nieuwe Raamsdonk-trainer Louis Roovers legt de lat hoog

Vanaf komend seizoen is Louis Roovers de nieuwe oefenmeester van Raamsdonk. Zijn opdracht is om degradatie uit de vierde klasse te voorkomen, maar de fanatieke coach is ambitieuzer. “We gaan voor een plek bovenin de middenmoot.”

Het voetbaljaar is afgelopen, maar Louis Roovers kijkt al enorm uit naar het seizoen 2019/2020. “Voetbal is alles wat de klok slaat”, zo zegt de man uit Raamsdonkveer, die in de regio niet alleen bekendstaat als trainer, maar ook door het indrukwekkende voetbalmuseum in zijn huis. Daarin is plaats voor onder meer vele wedstrijdprogramma’s, entreebewijzen en speldjes en het is dan ook niet vreemd dat de coach al veel informatie heeft verzameld over VV Raamsdonk, de club waar hij komende zomer onder contract staat. “Ik weet waar ik aan begin, heb mijn huiswerk gedaan. Ik kom uit de gemeente en volg deze club al erg lang. Het is een mooie en hechte vereniging, met een schitterend sportpark. Met veel passie en enthousiasme ga ik in augustus van start.”

VIJF NIEUWELINGEN
Louis Roovers had eerder Good Luck en RFC onder zijn hoede en was maar liefst twaalf jaar werkzaam bij Baronie, waar hij lange tijd technisch manager was en ook als trainer van het tweede en assistent van het eerste team fungeerde. Raamsdonk haalt dus een coach met een goed cv in huis en de man uit Raamsdonkveer wil zijn ervaring overbrengen op zijn selectie, die wordt versterkt met vijf nieuwe spelers. Het drietal Yordi Vissers, Frank van Wijk en Habbat Matte komt over van RFC Zaterdag 1 en Mike de Man ruilt SCO in voor Raamsdonk. Daarnaast keert ook Kees Schellekens terug op het oude nest. “Raamsdonk heeft geen JO19 en geen JO17 en het tweede team speelt op een laag niveau. Ik vind het daarom belangrijk dat ik een brede selectie heb van zeker achttien spelers, zodat er voldoende gezonde concurrentie is binnen de groep.”

MIDDENMOOT
Raamsdonk eindigde de afgelopen twee seizoenen als elfde in de vierde klasse en het jaar daarvoor werd de club tiende. De blauw-witten ontsnapten dus al drie keer op rij ternauwernood aan degradatie en daarom heeft Roovers een logische doelstelling meegekregen van het bestuur: degradatie naar de vijfde klasse voorkomen. Roovers neemt op voorhand echter geen genoegen met deze missie. Hij legt de lat direct een stuk hoger. “De club weet dat ik vol ambitie zit en altijd ga voor het hoogst haalbare. Ik wil daarom minimaal een mooie plek in de middenmoot behalen met Raamsdonk. Ook hoop ik jeugdspelers en hun ouders te betrekken bij de thuiswedstrijden van het eerste team, door telkens één team met ons de line-up te laten verzorgen. Hiermee wordt de binding tussen de selectie en de rest van de club verstevigd en dat zorgt hopelijk voor meer publiek langs de lijn.”

Roovers hoopt dat zijn spelers net zo gedreven zijn als hijzelf. “Als je op zondag van het veld stapt na een wedstrijd, moet je al alweer zin hebben in de training van dinsdag”, stelt hij. “Ik hoop dat we samen mooie dingen kunnen bereiken.”

Ronald van Boom wil nergens anders voetballen dan bij Terheijden

Hij werd er lid op zijn vijfde en is inmiddels al jaren een vaste basiskracht in het eerste team. Bij Terheijden zijn ze blij met clubjongens als Ronald van Boom (25) en de reserve-aanvoerder zelf is ook helemaal op zijn plek op sportpark Ruitersvaart, waar hij nog heel lang hoopt te voetballen.

Vlak voor een van de laatste trainingen van het seizoen neemt Ronald van Boom de tijd om terug te blikken op het voetbaljaar van Terheijden. De van oorsprong middenvelder, die dit seizoen ook vaak als verdediger werd opgesteld, is tevreden over de prestaties van de zwart-witten. “Met onze jonge selectie zijn we op een vijfde plaats geëindigd en dat vind ik een prima prestatie. We hebben veel teams onder ons gelaten op de ranglijst.” Het gat met de top vier in 4C was weliswaar groot, maar volgens Van Boom deed Terheijden niet veel voor die ploegen onder. “We hebben van geen één team tweemaal verloren, dat zegt wel iets denk ik.”

Van Boom speelde dit seizoen voor het vijfde achtereenvolgende jaar in de hoofdmacht van Terheijden, het dorp waar hij opgroeide en nog altijd woont. Als klein mannetje zette hij zijn eerste stappen op het fraaie sportpark Ruitersvaart en met zijn kameraden doorliep hij door de jaren heen alle selectie-elftallen. Halverwege het seizoen 2014/2015, toen Terheijden nog derdeklasser was, sloot hij als A-junior aan bij het eerste. “Helaas degradeerden we dat seizoen, maar het was voor mij persoonlijk wel een mooi jaar. Ik kon wennen aan het seniorenvoetbal, heb veel geleerd in die periode.”

Het eerste elftal van Terheijden bestaat bijna alleen maar uit clubjongens en de vereniging is niet groot. Van Boom vindt het logisch dat de vereniging in de vierde klasse speelt gezien de beperkte middelen. “Het is hartstikke leuk om in het eerste team te spelen. We hebben een gezellige groep en iedereen kent elkaar. We hebben niet zo veel spelers die gaan ‘lopen’ hier bij de club en sommigen die dat wel doen, zien we na een paar jaar weer terug. Persoonlijk wil ik nergens anders voetballen dan bij Terheijden.” De reserve-aanvoerder zou volgend seizoen tekenen voor een eindklassering op wederom de tweede plaats. “Dat zou top zijn. Maar misschien zit er meer in. Het zou gaaf zijn om een periodetitel te winnen en eerlijk gezegd denk ik ook dat dit team niet zou misstaan in de derde klasse.”

Van Boom droeg dit seizoen vaak de aanvoerdersband bij Terheijden, omdat captain Rik de Klerk soms ontbrak in de basiself vanwege blessures. De middenvelder is altijd aanwezig op trainingen en ontbreekt op zondag zelden. “In al die jaren heb ik één wedstrijdje gemist”, zegt hij. “Ik ben er altijd met veel plezier, zowel met wedstrijden als trainingen.”

Van Boom is blij dat het seizoen erop zit, maar is in augustus ook altijd weer gemotiveerd om te beginnen aan een nieuw voetbaljaar. Hij heeft nog een tip voor Fred Vrolijk, de trainerdie ook volgend seizoen voor de groep staat bij de zwart-witten. “Maak mij eerste aanvoerder”, zegt hij grinnikend. “We hebbennog nooit verloren als ik de band droeg. Dat lijkt me een prima reden toch?”

MO13-1 van OVV’67 twee keer kampioen

Het damesvoetbal bij OVV’67 floreert. Het vlaggenschip van de gemoedelijke dorpsclub speelt in de eerste klasse landelijk en het enige meisjesteam werd afgelopen jaar twee keer kampioen. Met het heden en de toekomst zit het dus wel goed in Oosteind.

Door de woorden van Ron Scheepmaker klinkt de trots voor de meisjes uit zijn team. Hij vormt samen met Corné, Herman, Patrick, Simone en Natascha de groep trainers van het enige jeugdteam dat de damestak van OVV’67 kent. De kern van de MO13-1 voetbalt inmiddels alweer een paar jaar samen, het is een hechte vriendinnengroep geworden van meisjes die elkaar door en door kennen. “De sfeer is supergoed, we doen ook veel buiten het voetbal samen. Zo hebben we al weleens penalty’s mogen nemen in de rust van een wedstrijd van NAC en spelen we geregeld een voorwedstrijd van de Dames 1, dan gaan we mee in de bus van de vrouwen.” De band tussen de senioren en de meisjes is hecht, met Simone en Natascha als directe link. Zij spelen in het eerste en zijn trainers van de MO13-1. Scheepmaker: “We ontbijten of lunchen zo nu en dan ook met beide teams samen.”

PLATTE KAR
Naast dat de sfeer binnen de MO13-1 goed is, heeft het team dit jaar ook nog eens laten zien echt goed te kunnen voetballen. Nadat ze in de MO11-1 al kampioen werden, grepen ze dit jaar twee keer de competitiewinst in de derde klasse: in het na- en voorjaar. “We hebben een heel leuk team en er zitten zeker speelsters in die de potentie hebben om op termijn Dames 1 te versterken. Dat is niet zo makkelijk, aangezien dat team vrij hoog speelt”, aldus Scheepmaker.

De platte kar mocht dit seizoen dus twee keer uit de schuur en de kampioensschaal draaide overuren. Het meidenvoetbal staat bij OVV’67 echt op de kaart, zo veel is wel duidelijk. Komend jaar wordt de MO13-1 de MO15-1. “En iedereen blijft. We krijgen er zelfs speelsters bij uit de omgeving, dat is hartstikke mooi en zegt genoeg over hoe ze het allemaal naar hun zin hebben.”

KIPPENHOK
Een groep van zes trainers lijkt groot, maar is zeer goed bruikbaar volgens Scheepmaker. “Daardoor kunnen we heel specialistisch trainen en de groep uit elkaar halen, waardoor het niet zo’n groot kippenhok wordt vol kakelende meiden. We oefenen bijvoorbeeld in groepjes op corners en nemen de keepsters apart.” Mochten meisjes uit de regio interesse hebben om bij OVV’67 te komen voetballen, dan zijn ze van harte welkom volgens de 54-jarige vader van keepster Sanne. “We kunnen ze heel goed gebruiken.”

Erik van der Giesen: ‘Ik wil met DHV voor het kampioenschap gaan’

Erik van der Giesen is vanaf komend seizoen de nieuwe hoofdtrainer van DHV. De 39-jarige oefenmeester komt over van Kogelvangers en kijkt uit naar zijn nieuwe uitdaging. Een gesprek met hem over zijn voetbalvisie, DHV en de degradatie.

Erik van der Giesen wist dat DHV tegen degradatie streed. Dat de ploeg uit Zevenbergschenhoek uiteindelijk uit de derde klasse viel, vindt hij jammer, maar is geen reden om alsnog af te zeggen. “Je tekent in januari en dan ga je ergens vol voor, of ze nou degraderen of niet.” Sterker nog, hij kan weer aan iets nieuws bouwen. “Met een frisse start ga ik DHV proberen zo snel mogelijk terug naar de derde klasse te brengen. Daar hoort deze club, het idee over voetbal in dit team klopt gewoon, de organisatie staat goed en alles is netjes verzorgd.”

OPNIEUW
Van der Giesen komt bij DHV na een periode van tien aaneengesloten jaren bij de Kogelvangers. Hij speelde vier jaar in het eerste, was vervolgens gedurende twee seizoenen de assistent van
hoofdtrainer Henk Vos en zwaaide de afgelopen vier jaar zelf de scepter. “Het wordt even wennen, maar ik vind het heel leuk. Het zijn weer totaal nieuwe gezichten en nieuwe karakters, bij Kogelvangers kende ik sommige jongens al vanuit de jeugd. Nu begin je weer opnieuw.”

Hij wilde een club in de buurt, die past bij zijn voetbalfi losofi e: aantrekkelijk en verzorgd voetbal spelen. “En dat heb ik bij DHV wel gezien.” Hij ziet ook dat er werk aan de winkel is, maar loopt daar niet voor weg. “We zullen komend seizoen in de vierde klasse moeten proberen de fysieke duels te vermijden, aangezien we voetballend beter zullen zijn dan de meeste tegenstanders.”

Van der Giesen is zelf een trainer die graag met zijn spelers spart. “Ik ga niet alles voorkauwen, wil dat mijn team meedenkt. Ik vraag tactisch veel van hen, ze moeten initiatief tonen. Ik ben niet het type dat 90 minuten langs de lijn staat te gillen.” Hij wil graag de bal hebben. “Voetbal is alleen leuk als je de bal zelf hebt en niet achter je man aan hoeft te hobbelen. Ik ben een trainer die echt houdt van het tactische spelletje, vind het enorm mooi om de tegenstander op dat vlak pijn te doen.”

KAMPIOEN
Hij heeft de afgelopen jaren veel geleerd, de transitie gemaakt van speler naar trainer. “Vanaf de zijlijn zie je alles, heb je het overzicht. Ik stond altijd in de spits en dan heb je geen flauw idee of de back goed kantelt of hoe de rechtsbuiten reageert bij balverlies, maar nu kun je dat allemaal in de gaten houden. Je ziet het totaalplaatje.”

Zijn doel voor komend seizoen is simpel: promotie. “Het liefst direct, want de nacompetitie is een loterij. Dat heeft DHV afgelopen seizoen ook ervaren, met die penaltyserie. Daar kun je honderd keer op oefenen, maar die druk tijdens zo’n moment valt niet na te bootsen. Ik wil voor het kampioenschap gaan.”

Niels Pheninckx: ‘Het voelt alsof ik nooit ben weggeweest bij Irene’58’

Irene’58 is geen grote club, maar het ledenaantal zit nog altijd in de lift. Niels Pheninckx ziet als trainer en lid van het jeugdbestuur dat veel mensen uit Den Hout en omgeving nauw betrokken zijn bij de vereniging. “We hebben een mooie club.”

Sinds zijn zoontje Rik startte met voetballen, is Niels Pheninckx weer helemaal terug bij ‘zijn’ Irene’58, de club waar hij zelf jarenlang met heel veel plezier speelde. Hij startte als trainer van de JO7, was dit jaar coach van de JO8 en volgend seizoen richt hij zich op het JO9-team, aangezien Rik uiteraard steeds een jaartje ouder wordt. “Het is prachtig om die kleine mannen te begeleiden, het voetbal draait voor hen echt nog puur om het plezier”, zegt Phenickx. “Alle jongens rennen achter de bal aan en uiteraard wil iedereen scoren.”

FEYENOORD
Een jongen die dat afgelopen heel vaak deed, is Jayden Schrauwen. De absolute uitblinker van de JO8 kwam op de radar van Feyenoord en zodoende speelt de pas 7-jarige dribbelaar komend seizoen bij de topclub uit Rotterdam. Dat maakt iedereen van Irene’58 erg trots en zijn trainer is vol lof over het talent. “Jayden is altijd met de bal bezig en hij stak afgelopen seizoen met kop en schouders boven de rest uit. Hij is een echt dribbelaartje, is snel en heeft een neusje voor de goal. Als team gaan we hem uiteraard ontzettend missen, maar we gunnen hem het beste. We gaan zijn ontwikkeling op de voet volgen”, zegt Pheninckx.

Naast jeugdtrainer is Pheninckx lid van het jeugdbestuur. In die functie bemoeit hij zich met de teamindeling en het begeleiden van trainers. Volgens hem zit de club in de lift. “We zijn geen grote club, maar veel mensen hebben nog altijd hart voor de vereniging. Ik heb goede hoo dat we komend seizoen een extra jeugdteam kunnen inschrijven voor de competitie, een goed teken. Ook is de betrokkenheid van iedereen uit Den Hout groot: bij derby’s van het eerste team is het lekker druk langs de lijn.”

TWEE TEGENGOALS
Jaren geleden stopte Pheninckx als speler van Irene’58 3 (zie het andere artikel op deze pagina). Hij werkte destijds zes dagen in de week en vond het wat ver gaan om een oppas te regelen zodat hij op zondagochtend kon ballen. Nu is Pheninckx blij om weer terug te zijn bij de club in een andere rol. “Het voetbal zelf mis ik niet, ik was ook niet zo’n ster”, zegt hij lachend. “Ik was een simpele rechtsback die het van zijn inzet moest hebben. Ze noemden me altijd twee tegengoals”, zo lacht hij. “Maar het is leuk dat ik oude bekenden weer tegen het lijf loop en ik zie ook weer veel duels van het eerste. Het is alsof ik nooit ben weggeweest.”

Zijn zoontje Rik kan volgens de trotse voetbalvader goed ballen. “Hij is net zoals ik een verdediger. Maar Rik kan met twee benen goed schieten en beschikt over een goed overzicht. Ik vind dat hij nu al meer bereikt heeft dan zijn vader”, zo besluit hij lachend.

Jos Pheninckx gaat nog een jaar door na glorieus kampioenschap

“Alleen als we kampioen worden, ga ik nog een jaar door als leider”, zei Jos Pheninckx (56) voorafgaand aan het seizoen tegen zijn mannen van Irene’58. En zo geschiedde: het derde elftal pakte de titel en dus zwaait de clubman ook komend seizoen de scepter bij het succesvolle vriendenteam.

Jos Pheninckx heeft een bloedhekel aan verliezen. Gelukkig was hij afgelopen seizoen zelden chagrijnig: het derde team van Irene’58 pakte namelijk op zeer overtuigende wijze de titel. De oranje-witten eindigden zeven punten boven nummer twee RWB en verloren in het gehele seizoen slechts één keer. “We hebben een aantal spelers die misschien wel meekunnen in ons eerste elftal”, zegt Pheninckx, die sinds jaar en dag al betrokken is bij het elftal. “Het is een echt vriendteam en daarom wil niemand ons elftal verlaten. Natuurlijk is het ook extra leuk om dat we zo goed presteren. Vaak haken we na de winterstop af in de titelstrijd, maar nu viel alles op zijn plek. Op de platte kar zijn we het hele dorp rondgereden, het was een mooi feest.”

INVALLEN ALS LEIDER
Pheninckx is al meer dan vijftig jaar lid van Irene’58. Hij speelde ongeveer tien seizoenen als rechtshalf in het eerste team van de club en na een knieblessure in 1989, werd hij actief als leider. “Ze vroegen me: ‘Jos, kun je één keer invallen als leider bij het tweede team?’ Nou, het is dus niet bij die ene keer gebleven”, zegt hij grinnikend. “Eerst werd ik actief bij het tweede, later werden we het derde, het vierde en nu zijn we weer Irene’58 3. Ik heb vele verjongingsperiodes meegemaakt, tegenwoordig zijn de meeste gasten zo tussen de 20 en 23 jaar, net zoals mijn eigen zoon Jordy.” De derde helft is volgens de clubman niet meer zoals vroeger, maar toch is de sfeer nog altijd opperbest na een wedstrijd. “Met een hoop spelers drinken we na de wedstrijd gezellig een biertje, zoals dat hoort.”

De coach, die een goedlopend hoveniersbedrijf heeft, is trots op Irene’58. “We hebben een goed bestuur, het eerste elftal draait prima en de club leeft enorm in de omgeving.” Vroeger was Pheninckx beide dagen van het weekend op de club, tegenwoordig voornamelijk op zondag. “In de wintermaanden ben ik op zaterdag consul en dus ben ik soms de boodschapper van slecht nieuws. Maar door de komst van het kunstgrasveld zijn er gelukkig minder afgelastingen dan vroeger.

DEZELFDE UITSPRAAK
Pheninckx maakte voorafgaand aan het seizoen de afspraak dat hij alleen leider van het derde zou blijven bij een kampioenschap. Belofte maakt schuld en dus is hij ook volgend seizoen leider van het team. “Blijkbaar heeft mijn uitspraak de jongens gemotiveerd”, zegt hij. “Ik heb nu dezelfde woorden uitgesproken. Alleen als we wéér kampioen worden, ga ik nog een seizoen door. Zo niet, dan ga ik met mijn vrouw voortaan fi etsen en dat soort dingen.” Hoopt zijn vrouw door die uitspraak dat het derde volgend jaar veel verliest? “Nee hoor”, zo zegt hij lachend. “Ze komt vaak kijken en gunt ons team veel succes. Ik ben benieuwd of we wederom de titel kunnen pakken.”

Madese Boys – NAC: al zeven jaar een feest

Madese Boys – NAC is een traditie geworden in de voorbereiding op het nieuwe seizoen. De Brabantse amateurs ontvangen de Bredanaars ook dit jaar weer: op 6 juli komt NAC op bezoek op sportpark De Schietberg.

Het is alweer de zevende editie van het duel tussen Madese Boys en NAC op sportpark De Schietberg. Het is te danken aan de hoofdsponsor van Madese Boys, de familie Den Reijer die onder meer Ponton Made en REK Europe runt, dat de profclub jaarlijks langskomt. “Onze hoofdsponsor heeft een touringcar en rijdt doordeweeks voor NAC en in de weekenden ook voor ons. Zij hebben kunnen regelen dat NAC jaarlijks bij ons op bezoek komt, wat voor ons natuurlijk heel gunstig is”, legt Cees Bossers (60) uit, die jarenlang voorzitter van de sponsorcommissie was, maar na dit jaar stopt als vrijwilliger.

SPECIAAL
De wedstrijden tegen NAC zijn niet alleen leuk, maar ook van groot belang voor Madese Boys. “Het is voor ons een verschrikkelijk mooie bron van inkomsten, die we ook keihard nodig hebben. Het scheelt nogal als dat wegvalt. We hebben de afgelopen jaren mooie dingen kunnen doen door deze traditie, mede door deze inkomsten hebben we de tribune en kleedkamers kunnen opknappen. De volgende uitdaging is het clubhuis een update geven.”

Maar het gaat om veel meer dan inkomsten. Het is een weekend vol feesten op sportpark De Schietberg. “Het blijft toch speciaal. We zetten een tent neer, op vrijdagavond is er dit jaar de Hollandse avond en op zaterdag is het altijd afgeladen vol. We ontvangen elk jaar tussen de duizend en vijftienhonderd mensen, dat is toch bijzonder. Na afl oop blijven de meesten ook hangen om gezellig na te praten.”

EERSTE GOAL
En voor de spelers van het eerste is het natuurlijk helemaal bijzonder, zo’n wedstrijd tegen de profs. “Vorig jaar scoorden we voor het eerst een doelpunt in die wedstrijd, dat was heel mooi.” Koen van der Pluijm was de gelukkige, in de wedstrijd die Madese Boys met 1-5 verloor.

Bossers, die dit jaar zijn opvolger in de sponsorcommissie nog inwerkt en daarna afscheid neemt als vrijwilliger, hoopt op net zo’n mooie editie als afgelopen jaren. “Als we weer tussen de duizend en vijftienhonderd mensen mogen ontvangen en het net zo’n feest wordt als afgelopen edities, ben ik tevreden.” De organisatie bestaat in totaal uit vijf man, aangevuld met vrijwilligers tijdens het weekend.

De wedstrijd begint op zaterdag 6 juli om 17.00 uur. Kaartjes kosten 7,50 euro in de voorverkoop en 10 euro bij de kassa op de wedstrijddag. Kidstickets, voor kinderen tot en met twaalf jaar, kosten 5 euro in de voorverkoop en 7,50 aan de kassa. De Hollandse Avond van 5 juli is gratis, die begint om 20.00 uur.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.