Home Blog Pagina 1064

In gesprek met Jolanda Nanlohy vrijwilligster DFC

Jolanda Nanlohy (55) is vrijwilligster bij de voetbalvereniging DFC in Dordrecht. Ze doet al ruim acht jaar vrijwilligers werk. Jolanda vindt de sport voetbal dan ook erg leuk om naar te kijken. Ze houdt zich bezig met de bar- en de keukenwerkzaamheden.

Jolanda is wekelijks op de zaterdag te vinden op de voetbalclub DFC om wedstrijden te bekijken. ‘’Een belangrijk onderdeel van de zaterdag is het vieren van de derde helft, wat ik ook erg belangrijk vind.’’ Zegt ze me een brede glimlach. Door de weeks werkt de vrijwilligster in de horeca. De liefde voor het Dordtse DFC is ontstaan door haar vriend Cees. ‘’Hij was al onderdeel van de club als leider van het eerste elftal. Zo heb ik de liefde voor de club overgenomen.’’

De vrijwilligster draait twee keer in de maand een bar- of keukendienst bij de club. ‘’Ik houd me bezig met de bar- en keukenwerkzaamheden. Wat ik het leukste vind om te doen is het werk achter de bar. Ik vind het zo’n gezellige vereniging, iedereen kent elkaar.’’

Jolanda heeft ook nog een boodschap voor mensen die betrokken zijn bij voetbalclubs. ‘’Iedereen zou vrijwilliger moeten worden, omdat een club draait op vrijwilligers. Een voetbalclub heeft geen geld om personeel in dienst te nemen. Door vrijwilligerswerk blijven de prijzen aantrekkelijk voor de klanten.’’

Een van de leukste herinneringen aan de vereniging van Jolanda is haar vijftigste verjaardagsfeest, die zij bij de vereniging heeft mogen geven. ‘’Dit is een herinnering aan de club die ik nooit zal vergeten.’’

Meer informatie over DFC? Klik hier.
Klik hier voor een ander artikel over DFC.

Club van de week: VV Oostkapelle met Johan Dagevos

Johan Dagevos (40) is in het dagelijks leven stratenmaker, maar ook is hij vaak te vinden bij VV Oostkapelle. Johan is vrijwilliger bij de club en probeert zoveel mogelijk te helpen bij alles wat nodig is. Van lampen vervangen tot in de kantine staan, Dagevos staat altijd klaar voor de club.

Johan groeide op in Oostkapelle en heeft hier ook gevoetbald. Helaas was dit volgens hem niet heel succesvol. “Ik heb het nooit heel ver geschopt maar dat vind ik niet zo erg. Door mijn baan in de horeca was het toen ook lastig combineren, omdat ik vaak in het weekend moest werken.” Tegenwoordig richt Dagevos zich met zijn clubliefde op het onderhoud van het sportpark.  Naar eigen zeggen is Johan gemiddeld acht uur per week te vinden bij VV Oostkapelle. Hier probeert hij bij zoveel mogelijk dingen te helpen.

Wij waren benieuwd wat de vrijwilliger motiveert om zoveel tijd in de club te steken. “Ik ben van mening dat iedereen een nette sportaccommodatie verdiend en ik wil zorgen dat de kinderen kunnen blijven sporten.” Als er iets moet gebeuren op de club wordt Johan vaak als een van de eerste bereikt, dan probeert hij altijd voor de club klaar te staan.

Dagevos zit inmiddels al twaalf seizoenen in de kantinecommissie. Ook is Johan 6 jaar lang leider geweest van het vierde, in totaal dus al achttien jaar vrijwilligerswerk bij Oostkapelle. Maar hij zegt dat het nog niet verveeld en het nog steeds plezier geeft. “Ik zie het niet als werk. Als ik er ben, ben ik gewoon lekker bezig. Er zijn ook vaak wel bekende en onder de mensen zijn vind ik altijd wel leuk.” Johan vermeld wel dat hij niet de enige is die dit soort vrijwilligerswerk doet voor de club. “Ik ben toevallig het aanspreekpunt van de kantine commissie, maar er zijn nog zeker meer mensen die zich inzetten voor de club.”

Er gaan momenteel gesprekken over het verhuizen van het complex van Oostkapelle. Johan zou het jammer vinden als dit zal gebeuren. “Ik hoop niet dat we moeten verhuizen, want we hebben een prachtige accommodatie. Ik weet wel dat als we wat nieuws krijgen dat alles moderner en vernieuwd is, maar dan verlies je toch een beetje de sfeer.”

Wat de vrijwilliger in de toekomst wil gaan doen weet hij nog niet precies. Wel is Johan ervan overtuigd dat hij voorlopig nog niet stopt met het helpen bij de club. “Ik zie nog geen reden om te stoppen. Momenteel heb ik er veel plezier in, en zolang ik er plezier in heb blijf ik me altijd inzetten voor de club.” Aldus Johan Dagevos.

De eerst volgende wedstrijd van Oostkapelle is tegen Nieuwenhoorn. Dit is een bijzonder affiche, want deze wedstrijd duurt namelijk nog maar twintig minuten. Dit komt omdat de wedstrijd vorige keer werd stil gelegd. De scheids besloot de wedstrijd te staken bij een 1-4 achterstand van Oostkapelle. dit kwam omdat de scheidsrechter het gevoel had dat hij te veel commentaar kreeg. Het wordt dus een lastige poging om deze wedstrijd nog om te buigen naar een overwinning. Johan hoopt dat deze wedstrijd een leermoment was voor beide kanten. “In mijn ogen had de scheidsrechter een ongelukkige dag, maar daar moet je als speler mee leren omgaan. Jammer dat het zo gelopen is, maar we kijken vooruit en laten we hopen dat dit een les is geweest voor ons als VV Oostkapelle!”

Meer informatie over de club vindt u hier.

Lees hier een ander artikel over VV Oostkapelle.

In gesprek met Jeffrey Rhemrev van IFC

Jeffrey Rhemrev (17) is speler van de voetbalclub IFC in Hendrik-Ido-Ambacht. Hij is dit seizoen een belangrijke schakel op het middenveld van de JO19-2.

De 17-jarige middenvelder speelt sinds dit seizoen bij IFC. ‘’Ik voetbalde hiervoor van mijn vijfde tot mijn zestiende bij de voetbalclub ASWH uit Hendrik-Ido-Ambacht. Ik werd op mijn zestiende gescout voor FC Dordrecht en besloot mee te trainen. Uiteindelijk koos ik er toch voor om bij voetbalclub IFC te gaan voetballen. Ik heb in mijn voetbalcarrière voornamelijk in selectieteams gezeten. Dit jaar speel ik in JO19-2 op derde klasse niveau.’’

Als hoogtepunt uit Jeffreys carrière benoemt hij het moment dat hij gescout werd door FC Dordrecht. Helaas heeft de middenvelder ook dieptepunten gekend. ‘’Helaas heb ik ook te maken gehad met dieptepunten, namelijk een blessure aan mijn sleutelbeen en aan mijn knie.’’ Jeffrey wil dit seizoen bij IFC afronden, maar twijfelt om volgend seizoen in het selectieteam van ASWH te gaan voetballen. Daarnaast lijkt het hem ook erg leuk om een vriendenteam op te starten.

Hoewel het seizoen onlangs weer is begonnen, gaat het nog niet naar verwachting. ‘’We staan nog in de top 5, daar ben ik trots op. Ik vind dat ik op dit moment goed presteer en heb mijn focus en plezier teruggevonden. Mijn doel is om dit seizoen met mijn team in de top drie te eindigen.’’

‘’Mijn passie ligt bij het sport vak. Ik volg op dit moment een sport gerelateerde opleiding en ik ga jaarlijks op wintersport waar ik veel snowboard. Naast het voetballen loop ik ook stage bij IFC. Ik ben assistent-trainer en geef wekelijks training aan Jo-11 2.’’

Wat betreft zijn voorbeeldvoetballer is Jeffrey groot fan van oud Feyenoorder, Georginio Wijnaldum die dezelfde positie in het veld bekleedt. Ook is de middenvelder lovend over de achttienjarige spits Job uit zijn team. ‘’Job heeft rust aan de bal en maakt zijn kansen af.’’ Aldus Jeffrey.

Meer informatie over IFC? Klik hier.
Klik hier voor een ander artikel over IFC.

Luciano van Harlingen van Sliedrecht kan tweede plaats gestolen worden

Met Sliedrecht kon hij vorig seizoen de hoofdklasse al bijna aanraken. In de verlenging van de finale van de nacompetitie maakte DETO een einde aan de promotieaspiraties van Luciano van Harlingen. De 29-jarige linksbuiten hoopt dit seizoen op ‘genoegdoening’.

“Het gaat tussen ons en Kloetinge”, is de inwoner van Hardinxveld, die werkzaam is in de jeugdzorg, duidelijk. “Ik zou niet weten wie er nog tussen moet komen. Nieuw-Lekkerland? Nee, te wisselvallig. LRC, nee óók niet.” Het nieuwe jaar is goed begonnen voor Sliedrecht en Van Harlingen. En dat zonder te spelen. Koploper Kloetinge ging in de inhaalwedstrijd tegen Heerjansdam met 3-1 onderuit. Daardoor is de achterstand van Sliedrecht op de Zeeuwse nummer één geen zeven maar vier punten. “Het is weer helemaal open”, zegt Van Harlingen, die liever geen nacompetitie meer speelt. “Ik ben sowieso wel klaar met tweede plaatsen. Het lijkt wel of we er een abonnement op hebben. In mei kampioen worden en lekker vakantie vieren. Dat heeft wel mijn voorkeur.”

Het meest recente nacompetitie-avontuur zit bij hem nog vers in het geheugen. Sliedrecht reikte vorig seizoen tot de finale. Daarin was DETO/Twenterand met 3-1 te sterk. De teleurstelling leek nog door te werken in de eerste wedstrijd van dit seizoen. Bij Kloetinge werd met 3-0 verloren. “Heel erg ongelukkig”, noemt hij dat verlies. “Wij vielen aan, zij scoorden.” Ondanks dat Sliedrecht onderweg onnodige punten morste, pikte het wel aan bij Kloetinge. “We hebben heel veel kwaliteit”, meent Van Harlingen, die al zo veel jaren meeloopt dat hij het kan weten. Hij mag dan bijna de dertig aantikken, de sleet zit er nog niet op bij de linksbuiten. “Volgens mij ben ik nog net zo snel als vroeger. Die explosiviteit is niet minder geworden.” Intussen zit er veel ervaring in zijn bagage. Hij was nog geen twintig toen hij van Sliedrecht overstapte naar LRC Leerdam, dat dat seizoen ervoor naar de hoofdklasse was gepromoveerd. “Je had toen nog geen topklasse. Met LRC speelden we tegen alle groten van het amateurvoetbal. Spakenburg, IJsselmeervogels, Kozakken Boys, GVVV. Mooi hoor.”

Toen Sliedrecht naar de eerste klasse promoveerde keerde hij terug op sportpark De Lockhorst. Hij droeg een belangrijk steentje bij in de promotie naar de hoofdklasse. “We promoveerden via de nacompetitie. Ik weet nog dat we in de eerste ronde in de eerste wedstrijd dik hadden verloren. We moesten de tweede wedstrijd met vier doelpunten verschil winnen om door te gaan. Niemand had er fiducie in. In de kleedkamer werd gezegd dat we er een mooie wedstrijd van moesten maken voor de jongens die zouden vertrekken. In de eerste helft was het al 4-0. Alles ging erin. Uiteindelijk wonnen we met 8-2. In de finale kwam het op strafschoppen aan. Ik scoorde in de wedstrijd en in de penaltyserie.” Als flankspeler gedijt hij in elk systeem. “Of dat nu 4-3-3 is, of dat we met twee spitsen spelen, in ieder systeem kan ik wel goed uit de voeten. Ik heb ook regelmatig als linkermiddenvelder gespeeld.” Hij is zoals zo vaak tegenwoordig een linksbuiten met een rechterbeen. “Maar ik kom niet graag naar binnen. Ik ben meer de man van buitenom. Een passeerbeweging en dan een voorzet op maat.”

Meer informatie over Sliedrecht? Klik hier.
Klik hier voor een ander artikel van Sliedrecht.

Robbie Jonkman moet met goede generatie Terneuzense Boys wennen aan niveau

“We wisten dat we het zwaar zouden krijgen dit seizoen”, zegt Robbie Jonkman als de positie van Terneuzense Boys ter sprake komt in de eerste klasse C. De voetballers uit de Zeeuwsvlaamse plaats sluiten de rij van veertien teams. Bij ieder andere club zou de noodklok luiden, in Terneuzen niet. “Al mogen we best wel wat meer degradatievoetbal gaan spelen”, vindt Jonkman.

De assistent-trainer is van mening dat de nieuwkomer in de eerste klasse dat aspect nog helemaal beheerst. “We willen het graag nog te mooi doen. De echte over-mijn-lijk mentaliteit ontbreekt nog. Dat wil niet zeggen dat de jongens er niet voor gaan. Voor veel is het ook een nieuwe situatie.”

Vorig seizoen werd Terneuzense Boys enigszins verrassend kampioen van de tweede klasse. “Zeker als je weet dat we dat seizoen ervoor iets van zesde waren geworden. Dan verwacht je niet meteen dat je een kampioenskandidaat bent.” Terneuzense Boys groeide onder aanvoering van trainer Hubert van den Hemel en assistent Jonkman in het seizoen. “Kampioen worden als je het niet verwacht is het allerleukste”, weet Jonkman (43). Het feestje ijlde nog een paar maanden door. De kampioensschaal verdween op de dag van het behaalde kampioenschap uit de kleedkamer en dook daarna op de vreemdste plekken weer op, zoals bij het bekende televisieprogramma Voetbal Inside, waar de schaal als onderlegger van bitterballen fungeerde. De lokale media berichtten regelmatig over de schaal, die pas na maanden weer bij de club opdook. “Tot op de dag weet ik niet wie erachter heeft gezeten. Publicitair was het wel slim, we hebben veel aandacht gekregen”, lacht Jonkman.

Hoek, Kloetinge en Goes zijn de bekendste Zeeuwse clubs die ook behoorlijk aan de weg timmeren. Terneuzense Boys daarmee vergelijken is volgens Jonkman onzin. “Wij betalen geen stuiver. Wij zijn een echte familieclub, die nu het geluk heeft van een goede generatie. Als er al spelers van buitenaf komen, doen ze dat vanwege onze waarden en sportieve ambities.”

De promotie naar de eerste klasse verleidde afgelopen zomer Douwe Zegers (JVOZ), Dangelo Martien (VC Vlissingen) en de Belgische doelman Antonie Notte de overstap naar het Zuidersportpark te maken. “Zelfs met die drie hebben we het lastig, maar het verschil in niveau met de tweede klasse is enorm. We spelen tegen geweldige ploegen, als voetballiefhebber kan ik daar van genieten.” Na de zomer keert Notte niet meer terug tussen de palen. Hij wordt keeper van het Belgische KFC Heusden. “Antonie woonde in Gent. Dat is veertig minuten van Terneuzen”, aldus Jonkman. Het noopte de technische leiding op zoek te gaan naar een extra doelman. “Dat is al lastig en zeker in de uithoek waar wij zitten.”

Zelf genoot Jonkman, die in het dagelijkse leven bouwt aan de infrastructuur, zijn voetbalopleiding bij Hoofdplaat, een dorpje van nog geen duizend zielen op korte afstand van Terneuzen. “Ik was vijftien toen ik in het eerste elftal debuteerde. We speelden of vijfde of vierde klasse.”

Jonkman, technisch sterk, maar een beetje lui, zocht en vond bij Terneuzense Boys het avontuur. “Ik heb een tijd in het eerste gespeeld, maar ook een lange periode in het tweede. Mijn nadagen sleet ik als verdediger. Ook in het tweede had ik het naar mijn zin, vandaar dat ik tot mijn 36ste ben doorgegaan.” Na drie seizoenen als trainer verbonden te zijn geweest aan Terneuzense Boys 2 is hij nu bezig aan zijn derde seizoen als assistent-trainer van de hoofdmacht. “”Ik zit prima op mijn plek.”

Meer informatie over Terneuzense Boys? Klik hier.
Klik hier voor een ander artikel over Terneuzense Boys.

Club van de week: VV Oostkapelle met Ingmar Vos

Ingmar Vos (25) is sinds afgelopen oktober penningmeester bij VV Oostkapelle. Nadat zijn opleiding aan de universiteit in Tilburg was afgerond, ging hij aan de slag bij een accountants kantoor. Hier werkt Remco inmiddels anderhalf jaar. Naast dat Vos penningmeester is bij Oostkapelle, voetbalt hij zelf ook bij deze club.

Ingmar is voor een aantal dingen verantwoordelijk bij de club. “Ik zorg voor de contributies, inning van het geld, facturen die op tijd betaald worden, de boekhouding bij houden, eigenlijk de meeste geld zaken bij de club probeer ik te regelen.”

De 25 jarige penningmeester is aan zijn functie gekomen doordat de vorige penningmeester weg ging bij de club. “Ik werd benaderd bij een wedstrijd van het eerste. Er werd aan mij gevraagd of ik het leuk zou vinden om de functie van penningmeester op me te nemen. Ik heb er een tijdje over nagedacht, en na ook een tijdje te hebben meegelopen besloot ik om deze functie op mij te nemen.

Vanaf jongs af aan speelt Ingmar al bij Oostkapelle. “Ik vind het ontzettend gezellig op deze club. Het is echt een dorpse vereniging waar iedereen elkaar kent. Het is een mix van jong en oud op de club. Dus wat dat betreft is het echt een leuke club.”

Op zevenjarige leeftijd begon de penningmeester zelf al met voetbal. Dit deed hij bij de club waar hij nu ook penningmeester is, VV Oostkapelle. Momenteel voetbalt Ingmar in de vierde klasse op zaterdag. Dit is volgens hem ook niet te serieus maar gewoon voor zijn plezier. “Het is allemaal niet te streng en te serieus. We doen dit gewoon voor ons plezier.” Op dit moment staat het team van Ingmar op de negende plek. “Het is wel voor verbetering vatbaar” grapte de penningmeester.

Penningmeester zijn van een club kost natuurlijk wel wat tijd. Meestal probeert Vos alles te regelen op een dag in de week, maar als er af en toe iets meer toe doen is gaat hij dit niet uit de weg. Ingmar is ook nog druk bezig met een studie. Hij vindt het wel belangrijk om een goede combinatie te vinden qua tijd. Zodat hij hier niet mee in de knoop komt in zijn agenda. “Voorlopig past het nog met de tijd, en ik vind het ook leuk om te doen dus ik blijf het proberen te combineren.”

Wat de toekomst brengt voor Vos weet hij nu nog niet zeker. “Ik heb nog een bestuurstermijn van drie of vier jaar. Tegen die tijd zie ik wel hoe ik er voor sta. Maar voorlopig ben ik nog zeker niet van plan om te stoppen” Ingmar concludeert dus dat hij nu nog plezier heeft als penningmeester. Maar wat hij later gaat doen weet het bestuurslid nog niet.

De eerst volgende wedstrijd van Oostkapelle is tegen Nieuwenhoorn. Dit is een bijzonder affiche, want deze wedstrijd duurt namelijk nog maar twintig minuten. Dit komt omdat de wedstrijd vorige keer werd stil gelegd. De scheids besloot de wedstrijd te staken bij een 1-4 achterstand van Oostkapelle. dit kwam omdat de scheidsrechter het gevoel had dat hij te veel commentaar kreeg. Het wordt dus een lastige poging om deze wedstrijd nog om te buigen naar een overwinning. Ingmar was zelf niet aanwezig bij deze wedstrijd. Hij kan dus niet oordelen of het staken terecht of onterecht was.

Meer informatie over de club vindt u hier.

Lees hier een ander artikel over VV Oostkapelle.

Luc Delmee is schot in de roos voor Heerjansdam

De prestaties voor de winterstop van Heerjansdam vielen behoorlijk tegen, maar één man manifesteerde zich wel: ‘alleskunner’ Luc Delmee stelde trainer Ron Timmers op geen enkele manier teleur. “Ik ben pas tevreden als we ook met het elftal beter gaat presteren”, toont de 21-jarige Barendrechter zijn verantwoordelijkheidsgevoel.

Cathay

Heerjansdam bereidde zich onder de Spaanse zon voor op de tweede competitiehelft. In Benidorm liet Delmee in de oefenwedstrijd met tweedeklasser Teylingen zien dat hij zijn scherpte ook in 2020 heeft behouden. Dankzij zijn drie treffers wonnen de ‘Dammers’ met 4-2.

Delmee sloeg tijdens de feestdagen de stand in de eerste klasse C  in sportlink bewust even over. De nummer drie van vorig seizoen bivakkeert slechts op de elfde plaats. “We hebben vijf keer gelijkgespeeld. Dat schiet niet echt op”, baalt Delmee als hij geconfronteerd wordt met de lage positie op de ranglijst. “We hebben echt onnodig wedstrijden of niet gewonnen of gelijkgespeeld. Ik denk dat het bij elkaar zeker zes punten heeft gekost.”

Het is een stevige streep door de rekening van Heerjansdam, dat hoog had ingezet en had gehoopt mee te kunnen doen om de bovenste plaats. Delmee heeft de hoop dat zijn ploeg een rol van betekenis kan spelen nog niet verloren. “Met een goede serie ziet de wereld er opeens heel anders uit.”

Over zijn eigen prestaties kan hij tevreden zijn. Met vijf doelpunten en drie assists maakte hij een glansrijke rentree op sportpark Molenwei. “Ik klaag niet. Ik speel en dat is toch de enige manier om mezelf te ontwikkelen.”

Bij zijn vorige club Smitshoek stond hij te boek als een groot talent. Van een definitieve doorbraak kwam het bij de hoofdklasser echter niet. Ondanks dat hij na de winterstop vorig seizoen negen wedstrijden in de basis stond, koos hij voor een avontuur bij Heerjansdam. “Ik heb een leeftijd bereikt waar op je moet spelen. Die zekerheid had ik bij Smitshoek niet. Het tweede speelt op een hoog niveau, maar als voetballer wil je in een eerste elftal spelen. Als het niet bij Smitshoek kan, dan maar ergens anders. Ik zag het niet zitten om nog een jaar de bank warm te houden.”

Hij volgde het spoor van Jordy Dekker en Giovanni Smit, die eerder van Barendrecht naar Heerjansdam waren vertrokken. “Zij kwamen met positieve verhalen over de club. Groot voordeel aan Heerjansdam is dat het om de hoek ligt. Ik ben er vanuit mijn huis in tien minuten.”

Trainer Ron Timmers had al snel in de gaten dat Delmee een alleskunner is. “Ik heb in de eerste competitiehelft overal op het middenveld en de aanval wel gespeeld. Ik denk dat dat wel anders was geweest als we wat minder blessures hadden gehad. Mede door die blessures moest de trainer schuiven. Veelal zag hij mij als ideale man voor een andere positie. Dat is een compliment, maar aan de andere kant moet die veelzijdigheid niet mijn valkuil worden. Ik speel zelf het liefst of op tien of in de spits. Op een gegeven moet ik me ook specialiseren.”

Tussentijdse versterking
Heerjansdam heeft in de winterstop de selectie versterkt met Siebren Hoekstra en Mike Sloof. Beiden keren daarmee terug bij de voormalig zaterdaglandskampioen. Verdediger Sloof maakte tot vorig seizoen deel uit van het eerste elftal, maar haakte af vanwege werkomstandigheden. Hoekstra speelde voor Jong Holland uit Curaçao. De KNVB heeft zijn overschrijving inmiddels goedgekeurd.

Meer informatie over Heerjansdam? Klik hier.
Klik hier voor een ander artikel van Heerjansdam.

Wim Zwamborn is WNC’s duizendpoot

Zijn woning staat op zeshonderd meter van het complex van WNC en dat is maar goed ook, want Wim Zwamborn is veel bij de Waardenburgse trots te vinden. Héél veel. Zijn veelomvattende ‘baan’ is maar in één woord te vangen: duizendpoot.

Zwamborn, in het dagelijkse leven kraanmachinist, kan weer een beetje lachen. Dat heeft alles te maken met de cheque die zijn club net voor kerst mocht ontvangen van de Vriendenloterij. Als ‘Club van de Week’ ontving WNC een bedrag van tienduizend euro. “Een mooier kerstcadeau konden we ons niet wensen”, reageert Zwamborn, die onder het motto ‘niet geschoten is altijd mis’ een paar maanden geleden een mailtje stuurde naar de Vriendenloterij. De 57-jarige Waardenburger verkeerde destijds in een geheel andere gemoedstoestand. Kort daarvoor was er voor de tweede keer in anderhalf jaar tijd ingebroken bij WNC, waarbij twee grasmaaiers en twee trekkers waren gestolen. Zwamborn ontdekte de inbraak. “Toen ik aankwam stond het hek open en bekroop mij meteen het gevoel dat er iets niet pluis was. Op het moment dat je een lege container ziet, springen de tranen in je ogen.”

“We zijn een makkelijk doelwit, hé”, vervolgt hij. “We liggen naast de snelweg. Een snellere vluchtroute is er niet.” Inmiddels heeft WNC camera’s opgehangen. Bij de minste of geringste beweging komt er bij Zwamborn een melding binnen. “Ik ben al een paar keer om zes uur ’s ochtends uit bed gesprongen. Bleek het om een kat te gaan.”

Zwamborn trekt de lijnen op de velden, verzorgt de kleding en het materiaal van alle teams, doet de wedstrijdzaken, fluit wedstrijden en is algemeen bestuurslid van WNC. Als er nog tijd over, doet hij ‘alle voorkomende werkzaamheden’. Voor hemzelf is het een vanzelfsprekendheid. Zoals hij na iedere werkdag tussen vier en vijf uur ’s middags even een kijkje komt nemen op de club. “Vaak eet ik thuis snel en ga daarna naar de club.” Hij heeft bij WNC een zesdaagse werkweek. Van maandag tot en met zaterdag loopt hij op de club rond. “Er is altijd wat te doen.”

“Ik ben ook een tijdje scheidsrechter geweest voor de KNVB. Ik floot wedstrijden op zondag derde en vierde klasse. Daar ben ik op een gegeven moment mee gestopt. Mijn vrouwen en kinderen hadden ook aandacht nodig. Bovendien kreeg ik niet de meest aantrekkelijke wedstrijden. Ik speelde toen nog zelf. De KNVB zag liever dat ik mij volledig zou concentreren op het fluiten.”

Nu fluit hij op zaterdag één, soms twee wedstrijden bij WNC. “De leeftijd gaat ook tellen, hé. Zodra ik het niet meer kan belopen, stop ik, heb ik altijd gezegd. Zoals ik ook altijd één lijn trek. Ik fluit regelmatig mijn zoon, maar als hij geel krijgt, maak ik daar gewoon melding van. Ik moffel niks weg.” Hij is ook al jaren wedstrijdsecretaris. Het digitale wedstrijdformulier kent voor hem geen geheimen meer. “Tik, tik, tik en klaar. Ideaal hoor. Vroeger moest je alles met de hand doen. Eerst wilde ik er niet aan, maar nu het er is, geweldig.”

WNC heeft 250 leden, vijf senioren- en tien jeugdteams. Dat is precies goed, vindt Zwamborn. “We hoeven niet groter te worden hoor. Ik kom wel eens bij grote clubs. De mensen daar kennen elkaar niet eens. Laat ons maar dat gezellige cluppie blijven.” Dat is onveranderd gebleven, ook toen WNC besloot om spelers te gaan betalen. “Dat is allemaal netjes geregeld, maar daar bemoei ik mij niet mee. De jongens van buiten passen heel goed bij de club. Dat is belangrijk. Doen we het met alleen Waardenburgse jongens, dan stopt het in de derde klasse. Spelen op eerste klasse-niveau vind ik persoonlijk een stuk aantrekkelijker. Beter voetbal, maar ook betere wedstrijden. We hebben dit seizoen al twee keer Roelof Luinge over de vloer gehad. Dat is een genot om die man aan het werk te zien. En een plezier dat hij heeft. Hij was na afloop niet weg te krijgen.”

Meer informatie over WNC? Klik hier.
Klik hier voor een ander artikel van WNC.

In gesprek met KNVB scheidsrechter Jester Francisca

Jester Francisca (28) is al vanaf zijn drieëntwintigste actief als scheidsrechter bij de KNVB. Zijn carrière in het voetbal begon echter al eerder. De in Zwijndrecht woonachtige Francisca was in het verre verleden actief als speler én als keeper in de jeugdafdeling van E.B.O.H. en speelde twee jaar in de senioren bij Dubbeldam. De oud-leerling van het CIOS is al vijfenhalf jaar werkzaam als fitness instructeur en daarnaast verzorgd hij huis aan huis personal training voor bedrijven.

Voordat Jester op drieëntwintigjarige leeftijd begon met fluiten was de Zwijndrechter voetbaltrainer. Vanwege zijn toenmalige opleiding sport & bewegen is Jester in het trainersvak gerold. Hij was tien jaar lang actief als trainer bij de jeugd van E.B.O.H. en Oranje Wit. Het laatste jaar van zijn trainerscarrière was Jester assistent-trainer van het tweede elftal van Oranje Wit. Dit jaar was Jester alleen aanwezig op de doordeweekse trainingsavonden omdat hij een nieuwe passie had gevonden op de zaterdagen. Francisca was namelijk begonnen met fluiten. ‘’Ik was destijds het plezier in het training geven aan het verliezen. Ik denk dat dat kwam, omdat ik de binding met de jongere generatie verloor. In mijn tijd voetbalde je buiten tot het donker was en tegenwoordig ligt de prioriteit bij de jeugd toch meer op zaken als een smartphone en de opleiding. Dit vind ik wel begrijpelijk, maar het lukte me niet meer om spelers echt te raken. Daarom heb ik het hoofdstuk als trainer ook afgesloten voor mezelf.’’

Toen de passie voor het training geven minder werd, kwam het fluiten op zijn pad. ‘’Voor het CIOS moest ik een vrije ruimte invullen’’. Toen zag Jester een oproep van niemand minder dan Danny Makkelie op zijn Facebookpagina langs komen. ‘’Ik besloot voor de grap een bericht te sturen naar Danny met het idee dat hij toch niet zou reageren, aangezien hij het erg druk had. Tegen mijn verwachting in reageerde Makkelie en vertelde hij me dat hij het leuk vond dat ik mee wilde doen en waar ik me in kon schrijven voor de cursus.’’ In deze cursus, waar Danny Makkelie toevallig ook zijn docent was, leerde Jester alles over het scheidsrechtersvak wat er in acht avonden te leren viel.

Na het volgen van de curcus ging Jester er niet van uit dat hij het fluiten zo leuk zou vinden. ‘’Ik dacht even de vrije ruimte voor mijn opleiding in te vullen’’. Echter vond de arbiter een passie die hij tot op de dag van vandaag nog steeds voelt. ‘’Je zou kunnen zeggen dat ik toevallig in het scheidsrechters vak gerold ben, maar ik ben ook wel een betweter dus het is ook wel iets dat altijd bij mij heeft gepast.’’

‘’Om scheidsrechter te kunnen zijn heb je denk ik wel een bepaald karakter nodig.’’ Een oud-trainer was daar belangrijk in voor jester. ‘’Hij zei altijd: je moet met plezier het veld in gaan, maar je moet wel alles kunnen en willen zien.’’ Jester benadrukt ook dat het functioneren als scheidsrechter geen makkelijke taak is. ‘’De nadruk wordt tegenwoordig heel erg op de arbitrage gelegd op het moment dat het niet loopt of als er een belangrijke wedstrijd verloren wordt. Het is ook niet makkelijk om daarmee om te gaan.’’

Jester, die het belangrijk vindt om rust uit te stralen in het veld, is positief over dit seizoen. ‘’Voor mijn gevoel gaat het redelijk, Ik heb geen reden om te klagen.’’ Tegenwoordig is de arbiter actief op het één na hoogste niveau bij de jeugd. ‘’Bij de jeugd fluit ik op landelijk niveau, de top amateurploegen en BVO’s tot aan de eerste divisie.’’ Daarnaast is de Zwijndrechter ook actief op de zondag. ‘’Op de zondag fluit ik senioren elftallen in de reserve hoofdklasse en in de derde klasse. Soms fluit ik ook wel eens een wedstrijd in de tweede klasse.’’

Over het fluiten van twee wedstrijden in een weekend is Jester enthousiast. ‘’Ik kan niet stil zitten en ik heb conditie zat. Af en toe denk ik na een wedstrijd, is dit alles? Dan heb ik het wel over het loopwerk natuurlijk. Als scheidsrechter vind ik het erg belangrijk om fit te zijn en dat ook uit te stralen.’’ Al is de fysieke gesteldheid niet alles volgens Jester. Een oud-trainer van hem had hier een mooie uitspraak over. ‘’Harde lopers zijn doodlopers’’ Deze opmerking is Jester in al die jaren bijgebleven en nog steeds begint hij te lachen als hij het er over heeft. ‘’Je moet er natuurlijk voor uitkijken dat je niet te fanatiek over komt, anders kom je al snel chaotisch over.’’

Het hoogtepunt van Jester tot nu toe is de wedstrijd Oranje Wit 1 – Wieldrecht 1. ‘’De omstandigheden waren minder fijn, want ik moest een scheidsrechter gaan vervangen die al in de 31e minuut uitviel vanwege een blessure aan de hamstring. Het was de wedstrijd Oranje Wit tegen Wieldrecht in de knock-out fase van de beker. De drukbezochte wedstrijd stond op dat moment nog 0-0. Ik werd uit het publiek gehaald. Normaal ga je natuurlijk niet naar een wedstrijd met het idee dat je in kan gaan vallen. Ik had die dag al een wedstrijd gefloten en ik dacht laat ik eens lekker naar een wedstrijdje gaan kijken in de buurt. Uiteindelijk ging het gewoon goed en kreeg ik de complimenten van beide ploegen.”

Naast een mooi hoogtepunt kent Jester ook een vervelend dieptepunt. ‘’Een aantal jaar geleden tijdens de wedstrijd van het toenmalige OMC tegen Raamsdonk. Ik toonde een speler van OMC de rode kaart, omdat ik hem hoorde vloeken met een hele lelijke ziekte. Vervolgens kwam hij verhaal halen, haalde hij me onderuit en schopte hij me twee keer tegen het hoofd. Voordat hij me een derde keer kon raken was ik op tijd weg en toen moest ik echt even rennen.’’ Na dit vervelende incident ontving Jester veel steun van collega-scheidsrechters, vrienden en familie. ‘’Ik ben daarna kort in traumatherapie geweest en dat heeft me goed geholpen.’’ Het weekend na het incident is Jester gelijk weer gaan fluiten. ‘’Vanuit de KNVB werd er de weken daarna begeleiding meegestuurd naar de wedstrijden. Hier ben ik de KNVB erg dankbaar voor.’’

In de toekomst hoopt Jester in de eredivisie van de jeugd te gaan fluiten en in de senioren hoopt hij ooit de tweede en derde divisie te bereiken. ‘’ik hoop ooit wekelijks de 0-19 van clubs als Feyenoord, PSV en Ajax te mogen fluiten.’’ Of hij ooit zijn ambities gaat waarmaken weet Jester niet. ‘’Ik hoop het op termijn wel te bereiken, maar je weet het nooit zeker.’’

Francisca kijkt graag naar de scheidsrechters in de eredivisie. ‘’Natuurlijk vind ik Bjorn Kuipers de beste scheidsrechter die we hebben, maar ook kijk ik graag naar Danny Makkelie, Serdar Gözübüyük, Dennis Higler en Bas Nijhuis.’’ Maar Jester heeft andere voorbeelden. ‘’Echte voorbeelden voor mij zijn toch Pierluigi Collina en Massimo Busacca. Die straalde vroeger al een bepaalde autoriteit uit. Niet dat ze macht wilde uitoefenen, maar ze straalde uit dat ze een natuurlijke gezaghebber waren. Dat is iets wat ik hartstikke mooi vind om te zien.’’

Als afsluiter heeft Jester een mooie boodschap voor alle beginnend scheidsrechters. ‘’Je moet weten waar je talenten en kwaliteiten liggen. Kies niet één specifiek voorbeeld en probeer van iedereen wat te leren. Je bent namelijk jezelf en daarom moet je ook je eigen persoonlijkheid ontwikkelen.’’

lees hier het vorige artikel over KNVB scheidsrechter Sam van de Graaf.

In gesprek met KNVB scheidsrechter Jester Francisca

Jester Francisca (28) is al vanaf zijn drieëntwintigste actief als scheidsrechter bij de KNVB. Zijn carrière in het voetbal begon echter al eerder. De in Zwijndrecht woonachtige Francisca was in het verre verleden actief als speler én als keeper in de jeugdafdeling van E.B.O.H. en speelde twee jaar in de senioren bij Dubbeldam. De oud-leerling van het CIOS is al vijfenhalf jaar werkzaam als fitness instructeur en daarnaast verzorgd hij huis aan huis personal training voor bedrijven.

Voordat Jester op drieëntwintigjarige leeftijd begon met fluiten was de Zwijndrechter voetbaltrainer. Vanwege zijn toenmalige opleiding sport & bewegen is Jester in het trainersvak gerold. Hij was tien jaar lang actief als trainer bij de jeugd van E.B.O.H. en Oranje Wit. Het laatste jaar van zijn trainerscarrière was Jester assistent-trainer van het tweede elftal van Oranje Wit. Dit jaar was Jester alleen aanwezig op de doordeweekse trainingsavonden omdat hij een nieuwe passie had gevonden op de zaterdagen. Francisca was namelijk begonnen met fluiten. ‘’Ik was destijds het plezier in het training geven aan het verliezen. Ik denk dat dat kwam, omdat ik de binding met de jongere generatie verloor. In mijn tijd voetbalde je buiten tot het donker was en tegenwoordig ligt de prioriteit bij de jeugd toch meer op zaken als een smartphone en de opleiding. Dit vind ik wel begrijpelijk, maar het lukte me niet meer om spelers echt te raken. Daarom heb ik het hoofdstuk als trainer ook afgesloten voor mezelf.’’

Toen de passie voor het training geven minder werd, kwam het fluiten op zijn pad. ‘’Voor het CIOS moest ik een vrije ruimte invullen’’. Toen zag Jester een oproep van niemand minder dan Danny Makkelie op zijn Facebookpagina langs komen. ‘’Ik besloot voor de grap een bericht te sturen naar Danny met het idee dat hij toch niet zou reageren, aangezien hij het erg druk had. Tegen mijn verwachting in reageerde Makkelie en vertelde hij me dat hij het leuk vond dat ik mee wilde doen en waar ik me in kon schrijven voor de cursus.’’ In deze cursus, waar Danny Makkelie toevallig ook zijn docent was, leerde Jester alles over het scheidsrechtersvak wat er in acht avonden te leren viel.

Na het volgen van de curcus ging Jester er niet van uit dat hij het fluiten zo leuk zou vinden. ‘’Ik dacht even de vrije ruimte voor mijn opleiding in te vullen’’. Echter vond de arbiter een passie die hij tot op de dag van vandaag nog steeds voelt. ‘’Je zou kunnen zeggen dat ik toevallig in het scheidsrechters vak gerold ben, maar ik ben ook wel een betweter dus het is ook wel iets dat altijd bij mij heeft gepast.’’

‘’Om scheidsrechter te kunnen zijn heb je denk ik wel een bepaald karakter nodig.’’ Een oud-trainer was daar belangrijk in voor jester. ‘’Hij zei altijd: je moet met plezier het veld in gaan, maar je moet wel alles kunnen en willen zien.’’ Jester benadrukt ook dat het functioneren als scheidsrechter geen makkelijke taak is. ‘’De nadruk wordt tegenwoordig heel erg op de arbitrage gelegd op het moment dat het niet loopt of als er een belangrijke wedstrijd verloren wordt. Het is ook niet makkelijk om daarmee om te gaan.’’

Jester, die het belangrijk vindt om rust uit te stralen in het veld, is positief over dit seizoen. ‘’Voor mijn gevoel gaat het redelijk, Ik heb geen reden om te klagen.’’ Tegenwoordig is de arbiter actief op het één na hoogste niveau bij de jeugd. ‘’Bij de jeugd fluit ik op landelijk niveau, de top amateurploegen en BVO’s tot aan de eerste divisie.’’ Daarnaast is de Zwijndrechter ook actief op de zondag. ‘’Op de zondag fluit ik senioren elftallen in de reserve hoofdklasse en in de derde klasse. Soms fluit ik ook wel eens een wedstrijd in de tweede klasse.’’

Over het fluiten van twee wedstrijden in een weekend is Jester enthousiast. ‘’Ik kan niet stil zitten en ik heb conditie zat. Af en toe denk ik na een wedstrijd, is dit alles? Dan heb ik het wel over het loopwerk natuurlijk. Als scheidsrechter vind ik het erg belangrijk om fit te zijn en dat ook uit te stralen.’’ Al is de fysieke gesteldheid niet alles volgens Jester. Een oud-trainer van hem had hier een mooie uitspraak over. ‘’Harde lopers zijn doodlopers’’ Deze opmerking is Jester in al die jaren bijgebleven en nog steeds begint hij te lachen als hij het er over heeft. ‘’Je moet er natuurlijk voor uitkijken dat je niet te fanatiek over komt, anders kom je al snel chaotisch over.’’

Het hoogtepunt van Jester tot nu toe is de wedstrijd Oranje Wit 1 – Wieldrecht 1. ‘’De omstandigheden waren minder fijn, want ik moest een scheidsrechter gaan vervangen die al in de 31e minuut uitviel vanwege een blessure aan de hamstring. Het was de wedstrijd Oranje Wit tegen Wieldrecht in de knock-out fase van de beker. De drukbezochte wedstrijd stond op dat moment nog 0-0. Ik werd uit het publiek gehaald. Normaal ga je natuurlijk niet naar een wedstrijd met het idee dat je in kan gaan vallen. Ik had die dag al een wedstrijd gefloten en ik dacht laat ik eens lekker naar een wedstrijdje gaan kijken in de buurt. Uiteindelijk ging het gewoon goed en kreeg ik de complimenten van beide ploegen.”

Naast een mooi hoogtepunt kent Jester ook een vervelend dieptepunt. ‘’Een aantal jaar geleden tijdens de wedstrijd van het toenmalige OMC tegen Raamsdonk. Ik toonde een speler van OMC de rode kaart, omdat ik hem hoorde vloeken met een hele lelijke ziekte. Vervolgens kwam hij verhaal halen, haalde hij me onderuit en schopte hij me twee keer tegen het hoofd. Voordat hij me een derde keer kon raken was ik op tijd weg en toen moest ik echt even rennen.’’ Na dit vervelende incident ontving Jester veel steun van collega-scheidsrechters, vrienden en familie. ‘’Ik ben daarna kort in traumatherapie geweest en dat heeft me goed geholpen.’’ Het weekend na het incident is Jester gelijk weer gaan fluiten. ‘’Vanuit de KNVB werd er de weken daarna begeleiding meegestuurd naar de wedstrijden. Hier ben ik de KNVB erg dankbaar voor.’’

In de toekomst hoopt Jester in de eredivisie van de jeugd te gaan fluiten en in de senioren hoopt hij ooit de tweede en derde divisie te bereiken. ‘’ik hoop ooit wekelijks de 0-19 van clubs als Feyenoord, PSV en Ajax te mogen fluiten.’’ Of hij ooit zijn ambities gaat waarmaken weet Jester niet. ‘’Ik hoop het op termijn wel te bereiken, maar je weet het nooit zeker.’’

Francisca kijkt graag naar de scheidsrechters in de eredivisie. ‘’Natuurlijk vind ik Bjorn Kuipers de beste scheidsrechter die we hebben, maar ook kijk ik graag naar Danny Makkelie, Serdar Gözübüyük, Dennis Higler en Bas Nijhuis.’’ Maar Jester heeft andere voorbeelden. ‘’Echte voorbeelden voor mij zijn toch Pierluigi Collina en Massimo Busacca. Die straalde vroeger al een bepaalde autoriteit uit. Niet dat ze macht wilde uitoefenen, maar ze straalde uit dat ze een natuurlijke gezaghebber waren. Dat is iets wat ik hartstikke mooi vind om te zien.’’

Als afsluiter heeft Jester een mooie boodschap voor alle beginnend scheidsrechters. ‘’Je moet weten waar je talenten en kwaliteiten liggen. Kies niet één specifiek voorbeeld en probeer van iedereen wat te leren. Je bent namelijk jezelf en daarom moet je ook je eigen persoonlijkheid ontwikkelen.’’

lees hier het vorige artikel over KNVB scheidsrechter Sam van de Graaf.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.