Home Blog Pagina 906

In gesprek met Henk Honders van SCZ

Hij was jarenlang keeper, bestuurslid en scheidsrechter, momenteel is Henk Honders vooral buiten de wedstrijden op de velden van SCZ te vinden. De 71-jarige clubman zorgt dat het sportpark er altijd fraai bijligt en is daarnaast fervent aanhanger van het eerste team.

Vroeger was Henk Honders een talentvolle keeper, die helaas op 25-jarige leeftijd al moest stoppen met voetbal door een vervelende blessure. Op de velden van SCZ behaalde hij als voetballer daarom weinig successen, maar als scheidsrechter daarentegen liep iedereen al snel met hem weg. “Ik ben na die blessure gaan fluiten en dat heb ik tot mijn 68ste volgehouden”, zegt hij terecht met gepaste trots. “Ik heb jarenlang voor de KNVB gefloten en ook bij de club vond ik het altijd heel leuk. Of ik veel gezeik over me heen kreeg? Bijna nooit! Met een flinke portie spelregelkennis, humor en inlevingsvermogen win je al snel het respect voor de spelers. In hele regio was ik een graag geziene gast.”

SCZ 1
Nog steeds bezoekt Honders geregeld wat clubs, maar dan alleen als het eerste van zijn geliefde SCZ een thuiswedstrijd speelt. “Ik ben ook nog twintig jaar vaste vlagger geweest bij dat team, dat deed ik ook met veel plezier. En nu kijk ik graag naar die jonge honden, die samen een heel leuk elftal vormen”, zegt Honders. “In het verleden heb ik met dat team mooie dingen meegemaakt, zoals promoties. Dat zijn momenten die je altijd bijblijven.”

Altijd klusjes
Honders is scheidsrechterscoördinator en keeperstrainer van SCZ. Daarnaast is de supervrijwilliger dagelijks op het sportpark te vinden om schoon te maken, op te ruimen en de velden te onderhouden. “Voetbal en SCZ zijn mijn alles”, zegt Honders. “Ik krijg gelukkig veel complimenten over ons mooie sportpark. Ik baal er alleen van dat we niet zo veel vrijwilligers hebben. Ik kan af en toe wel wat hulp gebruiken.”

 

Klik hier voor meer artikelen over SCZ
Klik hier voor meer informatie over SCZ

VoetbalJournaal Beveland, najaar 2020

Lees hier de krant</

In gesprek met Marco Ernest van VVC’68

HALSTEREN – Ongeslagen is trainer Marco Ernest dit seizoen nog met zijn ploeg VVC’68. Maar ook niet zo gek misschien met slechts twee gespeelde duels in de Zaterdag 4e klasse B. En bovendien is hij met zijn elftal nog actief in het bekertoernooi. Al blijft het giswerk over wat er nog allemaal gaat volgen voor amateurvoetballend Nederland.

HappyPoint_desinfectie
“We hadden een heel goede voorbereiding, speelden tegen veel wedstrijden tegen sterke tegenstanders. Daarin behaalden we goede resultaten, ook in de beker zijn we nog steeds actief en hebben we het goed gedaan. Net zoals we ook de competitie goed zijn begonnen, al hebben we daar slechts twee wedstrijden gespeeld. Eentje werd afgelast vanwege het weer en de andere vanwege corona. Tot het uiteindelijk na de 1-2 winst bij Smerdiek helemaal stopte voorlopig. Jammer, maar we hebben er allemaal mee te dealen.”

In het tussenseizoen hadden trainer en club hun zaakjes goed voor elkaar en zagen ze enkele jongens de gelederen komen versterken. Want waar Ernest vertrok bij de club toen ze nog tweedeklasser waren, daar keerde hij vorig seizoen terug voor zijn tweede termijn als VVC-trainer in de vierde klasse. “We hebben daarop een doelstelling gemaakt, dat we op termijn willen terugkeren op een hoger niveau. Daar hebben we gericht ook de selectie op versterkt en dat is gelukt. Alleen gooide vorig seizoen de coronapandemie roet in het eten en ook nu stokt de lijn omhoog weer even.”

Toch ziet de ervaren trainer de toekomst positief te gemoed. Hij prijst de gretigheid van zijn spelersgroep, die na de eerste coronagolf vol overgave lang is blijven doortrainen tijdens de zomerperiode. “En daar hebben we in de voorbereiding zeker ons voordeel mee gedaan. Iedereen was nagenoeg fit en we waren scherp. Dat zag je ook terug in onze resultaten en ons veldspel. En ook nu is de bereidheid groot om binnen de grenzen van de maatregelen er alles aan te doen om toe te blijven werken naar onze doelstelling, namelijk promotie naar de derde klasse.”

Elke training minimaal zestien tot achttien selectiespelers die verdeeld over vier groepjes van vier met verschillende trainers én de keeperstrainer aan de slag zijn. Een ongekende luxe voor de trainer die toch blij is om op het veld te kunnen staan. “Je wilt graag ergens naartoe werken, trainen om wedstrijden te spelen en winnen. Maar, als ik zie hoe gretig en gedreven deze spelers zijn, dan is het toch mooi om op trainingsavonden er te staan. We trainen in kleine groepjes en staan met verschillende trainers in twee sessies op het veld. Zo blijft iedereen actief en scherp. Het is voor mij als trainer weer een andere dimensie. Je krijgt nieuwe inzichten en het vraagt ook nieuwe creativiteit qua oefenvormen. Maar als ik zie dat er elke keer zestien tot achttien jongens zichzelf volledig geven, dan zit dat wel goed.”

En dat allemaal met maar één uiteindelijk doel: promotie. “Dat is geen arrogantie, maar puur om onszelf die druk ook op te leggen. We moeten daar gewoon vol voor gaan, dat zijn we gezien deze selectie ook verplicht vind ik. En van deze trainingen word je nooit slechter. Je leert bij, blijft fit en investeert in jezelf en in de groep. Al vind ik het nog altijd vreemd, dat de KNVB niet toestaat om in competitieverband nu vijf wissels toe te passen. Op die manier kan je goed kijken naar belastbaarheid van spelers, heb je als trainer in deze tijd van corona ook meer opties. Jongens raken minder snel overbelast enzovoorts. In het betaald voetbal mag het wel, maar bij de amateurs niet. Ik heb daarover een brief gestuurd naar de KNVB, maar kreeg daar geen duidelijke reden voor.”

Feit blijft wel, dat Ernest tot op heden een bijzondere terugkeer beleeft bij VVC’68. Vorig seizoen met een afgebroken competitie en ook nu weer met een gedwongen break. “Het wordt afwachten, maar het volledige programma nog afwerken, dat gaat lastig worden denk ik. Als je ziet hoeveel wedstrijden dat zouden zijn. Zaak voor ons is in ieder geval om zo lang mogelijk ongeslagen te blijven en ervoor te zorgen, dat al onze trainingsarbeid en inspanningen uiteindelijk beloond gaan worden. Al moeten we dat uiteraard nog altijd helemaal zelf zien te realiseren.”

Klik hier voor meer informatie over VVC’68
Klik hier voor meer artikelen over VVC’68

VV Alem is uitgerekend in jubileumjaar terug in de derde klasse

Voor het eerst in 27 jaar speelt VV Alem weer in de derde klasse. Een promotiefeestje zat er voor de oranje-witten niet in en de viering van het 90-jarig clubjubileum is door de coronamaatregelen uitgesteld. Voor voorzitter Tonny van Lent (60) is het glas echter halfvol. Hij ziet dat het goed gaat met de oudste club van de Bommelerwaard.

HappyPoint_desinfectie

Op 2 september 1930 werd er in Alem een voetbalclub opgericht. C. Steenbekkers offerde een stuk weiland op voor de aanleg van een voetbalveld en telefoonpalen werden in de houtzagerij van Joh. Kollenburg vakkundig verzaagd tot doelpalen: VV Alem was geboren. Het weiland voldeed echter niet aan de eisen van de KNVB en dus verhuisde de vereniging al snel naar een stuk grond tegenover Café van Ingen. Daar hadden de spelers de ‘luxe’ dat ze zich konden omkleden in een stal onder de kroeg. In 1958 verhuisde de club naar een terrein langs de dijk aan de Jan Klingenweg, waar de oranje-witten 90 jaar na oprichting nog altijd voetballen.

Jubileumweek
Het draaiboek voor alle festiviteiten om dit heugelijke feit te vieren, lag al klaar. Maar door de coronamaatregelen werd de jubileumweek met één jaar uitgesteld naar september 2021. “We hadden een gave voetbalwedstrijd gepland en wilden een feesttent op ons terrein plaatsen met daarin activiteiten voor jong en oud”, zegt voorzitter Tonny van Lent. “Maar nu staan onze plannen in de koelkast. We hopen dat we volgend jaar ons jubileum alsnog kunnen vieren. We zijn de oudste club in de hele Bommelerwaard en dat terwijl Alem slechts 650 inwoners telt. Dat is bijzonder en onze leden verdienen een mooi feest.”

Promotie
Dat geldt overigens ook voor de mannen van hoofdtrainer Ben Hoek. Ondanks de voortijdige beëindiging van het seizoen 2019/2020 promoveerde VV Alem 1 naar de derde klasse, maar het feest viel wel in het water. De club eindigde het seizoen als nummer twee in de vierde klasse E, maar een verzoek van de club voor promotie werd door de KNVB gehonoreerd. “Daar was iedereen blij om en de jongens hebben dit verdiend”, aldus Van Lent. “We hadden minder duels gespeeld dan koploper RKTVC, de minste verliespunten én het beste doelsaldo. Er kwamen plekken vrij in de derde klasse en daarom zijn wij samen met RKTVC doorgeschoven.”

Bloeiende toekomst
VV Alem speelde in het seizoen 1993/1993 voor het laatst in de derde klasse en de start van het nieuwe seizoen was hoopgevend. Trainer Ben Hoek beschikt over een brede selectie en Van Lent denkt daarom dat het vlaggenschip niet kopje onder gaat in de sterke derde klasse, waarin het onder meer buurman en rivaal DSC treft. “We hebben een elftal vol eigen jongens dat goed genoeg is voor dit niveau.” Van Lent, zelf al 52 jaar lid van de club, ziet dat het goed gaat met VV Alem. “We hebben maar liefst vijf seniorenteams, veel vrijwilligers en de fusering van onze jeugdteams met Heerewaarden en RKVSC bleek een goed besluit. Ik geloof in een bloeiende toekomst voor VV Alem.”

 

Klik hier voor meer artikelen over VV Alem
Klik hier voor meer informatie over VV Alem

 

 

In gesprek met Leonard van Utrecht van VV Van Nispen

Aan het lijstje van wekelijkse werkzaamheden, kon Leonard van Utrecht dit seizoen die van veldtrainer van zaterdagtweedeklasser Van Nispen toevoegen. “Ik ken de jongens goed, ook van buiten het voetbal om”, zegt de oud-prof over zijn nieuwe job. “We trainen wél serieus.”

HappyPoint_desinfectie
De Noordwijker is nog niet zo lang geleden begonnen aan een nieuwe carrière. Hij is als zij-instromer aan de slag gegaan als leerkracht op basisschool Het Bolwerk in Sassenheim. “Dat bevalt me tot nu toe uitstekend”, vertelt hij. “Ik had en heb nog steeds mijn eigen voetbalschool, maar dat klapte in de lockdownperiode in elkaar. Ik ben daarom op zoek gegaan naar iets wat zekerheid biedt.” Heel raar dat hij bij die zoektocht uitkwam bij leerkracht van een basisschool is het niet, want Van Utrecht volgde in zijn jonge jaren één jaar de Pabo. “Ik was twintig en had toen andere dingen aan mijn hoofd.”

Van Utrecht werd prof bij Excelsior, het Italiaanse Padova, Cambuur Leeuwarden en ADO Den Haag. De kinderen in zijn klas waren nog niet geboren toen hij betaald voetbal speelde. “Tegenwoordig pakken ze meteen de computer erbij. ‘Meester, hoe is uw achternaam’ en ze googelen. Toen waren ze er snel achter dat ik prof was geweest. Dat vonden vooral de jongens wel stoer, zo’n meester.”

“Er wordt bij onze basisschool lesgegeven volgens de Dalton-methode. Die is er vooral op gericht om kinderen zelf te laten ontwikkelen. Dat is een visie die ik ook heb.”

Van Utrecht was nog niet zo lang geleden hoofd jeugd opleidingen bij Noordwijk. “Ik heb dat tweeënhalf jaar gedaan. Ik ben erachter gekomen dat dàt uiteindelijk niets voor mij was. Het is te veel bureauwerk en te weinig veldwerk. Dat is toch wat ik het allerliefste doe. Daarnaast ben ik er achter gekomen dat, wil je iets echt veranderen, je veel tijd nodig hebt. We hebben bij Noordwijk een mooi beleidsplan gemaakt voor de toekomst, maar de punten ervan uitvoeren was een stuk lastiger. Als je betere trainers wil, moet je investeren en als het geld er niet is, wordt je beperkt in je mogelijkheden.”

Inmiddels staat hij weer op het veld op sportpark Duinwetering. “Ik train de JO17-2 en de JO19-1. Die laatste groep doe ik met Bram Marbus.”

Daarnaast aanvaardde hij dus de klus om veldtrainer te worden van zaterdagtweedeklasser Van Nispen. Een groot aantal spelers uit Noordwijk en omstreken streek een paar jaar geleden neer in De Zilk, omdat ze wel op standaardniveau wilde spelen, maar niet meer de verplichting wilde om wekelijks twee keer te trainen. “Ik ken de jongens goed. Sven Hensbergen, de initiatiefnemer van het project, is jaren geleden nog eens naar mij toe gekomen met de vraag wat ze moesten doen, want bij Noordwijk vonden ze geen gehoor.”

“Uiteindelijk is het ze heel goed bevallen. Ze zijn inmiddels twee keer gepromoveerd en spelen in de tweede klasse op een zeer aardig niveau.”

Op dat niveau wil Van Nispen ook graag blijven. Van Utrecht legt de lat zelf liever wat hoger. “De jongens zijn tevreden als ze bovenin het rechtterrijtje eindigen, ik wil in het linkerrijtje komen.” Zijn invloed met één training is beperkt. “Dat is zo, maar dit zijn wel jongens die in het verleden op een hoger niveau hebben gespeeld. Voetballen hoef je niet te leren.”

“Ik heb aan het begin van het seizoen gevraagd: wat willen jullie? Leuke bezigheidstherapie of écht serieus trainen. Ze kozen unaniem voor het laatste. We hebben inmiddels het systeem omgegooid. Ik vond dat 4-4-2 beter past bij de kwaliteiten in de selectie. Ik ben er bij wedstrijden niet altijd bij, maar wel vaak.”

Klik hier voor meer informatie over Van Nispen
Klik hier voor meer artikelen over Van Nispen

In gesprek met Coen Sampon van Z.V.V. Pelikaan

Coen Sampon (41) is een voetballer en aanvoerder van Z.V.V. Pelikaan. Hij is in 1987 begonnen met voetballen als acht jarig jongetje. Nu, ruim 33 jaar later is hij nog altijd een trotse Peli. Coen heeft helaas nooit heel hoog gespeeld bij Pelikaan. Hij mocht ooit een helft meespelen bij het tweede elftal, maar hij is bij het huidige elftal toch wel op zijn plek.

Sport-centrum-dordrecht_internetbalk_2020

Coen is begonnen bij Pelikaan met veel plezier, nu zoveel jaar later heeft hij nog evenveel plezier in het spelletje. “Ik ben als pupil begonnen en ik vond het gelijk heel leuk. Je leert nieuwe vrienden kennen en je leert samen te werken en te spelen. Ik heb alle jeugdteams doorlopen en op 18 jarige leeftijd ben ik de senioren terecht gekomen. En nu, op een veteranenleeftijd voetbal ik nog steeds met veel plezier. Ik speel nu in Pelikaan 9 en ik probeer als captain het zeer uiteenlopende zooitje ongeregeld bij elkaar te houden en te zorgen dat er in ieder geval op zaterdag 11 man op het veld staan. Ondanks een selectie van 24 man is dat nog best een opgave”.

Coen probeert natuurlijk elk jaar kampioen te worden. Maar de voetballer van Pelikaan hoopt sowieso nog een lange tijd te mogen door spelen met de jongens waar hij al zo lang mee speelt. “Ik speel al ruim 20 jaar in de lagere klasse. Kampioen worden proberen we natuurlijk elk jaar. Ik hoop in ieder geval nog lang te mogen voetballen en dan zeker met de jongens met wie ik al meer dan 30 jaar in een team zit. Het ging aan het begin van het seizoen voorspoedig. We deden het best goed in de competitie tot het corona virus roet in het eten gooide”.

Kampioenschappen zijn een aantal van de hoogtepunten in de carrière van Coen. “De twee kampioenschappen in 2007 en 2014, de buitenlandse wedstrijden, de avondjes weg en een BBQ als afsluiter van het seizoen zijn echt dingen waar je het voor doet als voetballer. Als je echt voor je plezier voetbalt zijn dat de belangrijkste zaken. Op persoonlijk vlak hebben we als club of team een hoop mensen verloren. Dat weegt in geen enkel opzicht op tegen een verloren wedstrijd. Dit is voor mij dan ook duidelijk een dieptepunt in het voetbal”.

Coen vergelijkt zich met een voetballer die hij vroeger mee maakte. “Als jonge voetballer vond ik Maldini en Rijkaard geweldig, verdedigers die met flair spelen. Al lijkt mijn spel meer op dat van Marco Materazzi. Een tikkeltje lomp en soms wat hard, maar natuurlijk altijd de intentie om de bal te spelen. Nou zijn er veel vrijwilligers die ik heel erg waardeer maar onze wedstrijd secretaris Angelique Versteeg krijgt toch wel een pluim. Ze regelt het allemaal voor ons senioren en doet dat voortreffelijk”.

De voetballer van Pelikaan heeft er nooit spijt van gehad dat hij op voetbal is gegaan. “Voetbal is een teamsport, je leert mensen en vrienden kennen, je wordt er sociaal van en het is ook nog eens goed voor je beweging. Daarom heb ik ook nooit een seconde spijt gehad dat ik ben gaan voetballen. Met Jelle, Wilco en Dimitri speel ik al meer dan 30 jaar en we gaan nog minstens 20 jaar door”.

Meer informatie over ZVV Pelikaan? Klik hier.
Klik hier voor een ander artikel over ZVV Pelikaan.

In gesprek met Erwin van Dis van Pelikaan

Erwin van Dis was vaste waarde bij tweedeklasser Pelikaan en droeg altijd trots de aanvoerdersband. Na vijf ingrepen aan zijn knieën hoopt hij in het nieuwe jaar de draad weer op te pakken.

Sport-centrum-dordrecht_internetbalk_2020
ZWIJNDRECHT – Op 18-jarige leeftijd brak Van Dis, in een wedstrijd tegen SSV’65 in Goes, al eens zijn sleutelbeen Daarna bleef blessureleed hem achtervolgen. Op zijn 22ste scheurde hij voor het eerst een kruisband in een knie af. Acht weken later volgde dezelfde rampblessure aan zijn andere knie. ,,Noem het toeval of pech. Ik werd geopereerd aan die eerste knieblessure, waar alleen de meniscus in de rechterknie kapot zou zijn. Bij de kijkoperatie werd duidelijk dat toch ook de kruisband was afgescheurd. Dat hadden ze gemist op de scan. De kruisband werd in de Medinova Kliniek in Rotterdam niet gerepareerd omdat mijn bovenbeen niet sterk genoeg zou zijn om alles op te vangen.”

Van Dis stond na acht weken weer op het veld, maar toen ging het op de training opnieuw mis: hij scheurde een kruisband in de linkerknie af. Er volgde een operatie aan de rechterkruisband omdat hij daar meer problemen van ondervond dan van de linkerknie. ,,Die operatie lukte niet volledig. De band was niet goed vastgezet aan het bot.” Van Dis werd ongeveer zelf een deskundige op het gebied van kruisbandblessures. ,,Ik herstelde volgens het bekende protocol. Daarna heb ik drie tot vier jaar gevoetbald zonder kruisbanden in beide benen.”

Rentree
Het ging met die vermaledijde knieën weer mis in de aanloop naar het vorig seizoen. ,,Ik heb toen besloten om mij in oktober 2019 aan mijn eerste knie te laten opereren. In maart 2020 is de andere gerepareerd.” Deze keer in Breda omdat hij weinig vertrouwen meer had in de kliniek in Rotterdam. Voor beide knieën staat een herstel van negen maanden. ,,Ik was inmiddels weer aan het optrainen en het gaat goed. Ik hoopte nog voor de winterstop mijn rentree te maken, maar door corona wordt dat wat later. Dat komt mij niet zo slecht uit.” Het laatste nieuws is dat Erwin van Dis op 6 november voor de vijfde keer is geopereerd nadat er wat irritatie binnen een knie was. Er is een stukje bot verwijderd. En, nu moet hij weer helemaal het ventje zijn. ,,Ik loop alweer zonder krukken en hoop na anderhalf jaar weer snel aan te sluiten. Corona is uiteraard voor iedereen supervervelend, maar ik heb daardoor heel wat wedstrijden minder gemist. Dat is voor mij de enige plezierige bijkomstigheid.”

Van Dis – hij is inmiddels 28 jaar – weet begrijpelijkerwijs alles van kruisbandblessures. ,,Je ziet het zo vaak om je heen. Ik kan het niet hardmaken, maar ik ben ervan overtuigd dat de kunstgrasvelden vaak de oorzaak zijn. Mijn broer heeft ook al twee kruisbandblessures opgelopen. Zo weet ik bij onze club nog drie voorbeelden. En elke week lees je er wel een bericht over.”

Erwin van Dis is een volwaardig lid van ‘de Peli-familie’. Lid vanaf zijn vijfde jaar, dus in 2022 kan hij zijn zilveren speld voor 25 jaar lidmaatschap ophalen. Zijn broers Arnold en Rutger spelen eveneens bij Pelikaan, maar in een lager elftal. Van Dis weet uit ervaring dat Pelikaan het dit seizoen lastig krijgt in de Rotterdamse tweede klasse. ,,In de voor mij wat leukere tweede klasse in Zuid I draaien wij altijd wel bovenin mee. Nu is het puntjes sprokkelen.”

Klik hier voor meer informatie over Pelikaan
Klik hier voor meer artikelen over Pelikaan

N.I.V.O Sparta, Club van de Week: Kees Vogelzang

Het is vandaag weer een nieuwe dag voor N.I.V.O Sparta als Club van de Week. We spreken vandaag met jeugdtrainer Kees vogelzang (49). Voordat Kees jeugdtrainer was, is hij nog scheidsrechter, grensrechter en steward geweest en deed hij de wedstrijdverslagen. Nu is hij al tien jaar actief als jeugdtrainer.

HappyPoint_desinfectie
Door de degradatie van VV Zaltbommel in 1994 is Kees naar N.I.V.O Sparta gegaan om daar te gaan voetballen. “Ik was daar inmiddels ruim zes seizoen speler van het eerste. Ik was twee keer gepromoveerd via kampioenschappen, maar ook twee keer gedegradeerd en dat schoot niet op. Omdat het gras groener was aan de andere kant van het hek (en dat was letterlijk, want de 2 clubs lagen tegen elkaar), ben ik bij N.I.V.O gaan voetballen. Dat had vanwege de toenmalige rivaliteit tussen de clubs heel wat voeten in de aarde. N.I.V.O speelde op zaterdag en twee klassen hoger. Dat was aanpoten voor mij, maar het lukte me toch om ook daar in het eerste terecht te komen. Aanvankelijk speelde ik veel wedstrijden, maar gaandeweg de jaren kreeg ik steeds meer last van langdurige blessures en speelde ik ook regelmatig in het tweede elftal, in de reserve hoofdklasse. Toch was ik er nog bij, met het eerste elftal, toen het lukte om in seizoen 1999/2000 via periodekampioenschappen naar de tweede klasse KNVB te promoveren, in de finale tegen SVW. De eerste promotie in 47 jaar en het werd een knalfeest.”

Het seizoen na de promotie raakte Kees zwaar geblesseerd, waardoor hij nog maar een aantal wedstrijden in de hoofdmacht heeft gespeeld. “Ik heb nog een paar seizoenen in het tweede en derde gespeeld, maar ik moest helaas met achillespees klachten stoppen. Het was klaar. Ik ging ook niet meer kijken, het deed te veel pijn om niet actief te zijn. Pas toen mijn oudste zoon Koen wilde gaan voetballen (7 jaar later) kwam ik weer in de picture. Alleen maar omdat zijn team geen trainer had en niemand van de ouders had voetbalervaring. Dus ben ik dat samen met Arjen van de Wal tijdelijk gaan doen. Later kwam Marco Oomen er bij, met wie ik nu samen de JO19-3 train. Tijdelijk trainer worden, dat is een beetje uitgelopen. Inmiddels zijn we al weer 10 jaar jeugdtrainer. Honderden trainingen en wedstrijden. De kleintjes van toen, zijn inmiddels allemaal een kop groter dan wijzelf. Eerlijk is eerlijk, het is gewoon leuk om te doen.”

Ondanks dat Kees bij VV Zaltbommel is begonnen, is zijn band met de club erg goed. “Ik woon mijn hele leven al in Zaltbommel en ik hou van voetbal. Dan is de keuze zo gemaakt. Aanvankelijk kende ik ook geen diepe geneigdheid voor N.I.V.O Sparta. Ik wilde gewoon op een iets hoger niveau spelen. Ik werd door velen bij de vereniging bezien als een persoon met een groen-wit hart, in plaats van rood-wit en sommigen lieten dat ook gewoon merken. Echter door de jaren heen is er wel een liefde gegroeid. Dat mag ook wel, we zijn inmiddels meer dan 25 jaar verder. Daarnaast is vv Zaltbommel al twaalf jaar ter ziele. Als je ziet hoeveel mensen er nu rondlopen, vrijwilligerswerk doen, trainer zijn, die ooit daar voetbalden, dan kun je zeggen dat er een zeer succesvolle integratie van voetbal DNA heeft plaatsgevonden. Ik ken hier gewoon veel mensen met wie ik vriendschappelijke banden onderhoud. En het voetbal, of dat nu als supporter, trainer, of scheidsrechter is, is de spil waarom het draait. Het is ter ontspanning. Dat woord schuilt niet voor niets in het acroniem N.I.V.O.”

“Inmiddels heb ik dan een groep jeugdspelers, waarvan er een groot gedeelte al tien jaar bij mij traint. Die ken je van haver tot gort, zowel qua voetbalkwaliteit, als persoonlijkheid. Het is onmogelijk om dan geen band te ontwikkelen met deze gasten. Zij maken de vereniging. Hier draait het om en niet om die ene jongen of dame met die exceptionele skills. Maar om die honderden die niet in spotlight staan, maar gewoon voetballen, omdat het leuk is om te doen. Dat is mijn band.’’

Kees hoopt met deze groep die hij nu traint, door te kunnen blijven gaan, minstens tot aan de senioren. ‘’Het liefst met zo aantrekkelijk mogelijk voetbal, want ondanks dat ik meestal als een verdediger wordt betracht (Ik begon ooit als aanvallende middenvelder), hou ik van dominant en aanvallend voetbal. Daarnaast hoop ik gewoon een rol te kunnen blijven spelen in de ontwikkeling van spelers. Ik denk niet meer op het niveau van de jongere jeugd, hoe schitterend het ook was om te doen, maar zo vanaf de puberteit loopt het anders. Het heeft een andere dynamiek en vergt meer van de trainer. Gewoon dingen meegeven, in en om het veld. Van slimmigheidjes, tactische zaken, tot discipline en loyaliteit. Het op een juiste manier uitdragen van je vereniging, dus met fatsoen en respect. Het hoeven geen engeltjes te zijn, maar men moet wel bepaalde kernwaarden eerbiedigen, die allemaal onder de noemer sportiviteit vallen. Daarnaast is het mijn hoop dat we jeugdspelers kunnen binden aan de vereniging op een wijze dat zij hier ook actief blijven zodra de volwassenheid lonkt en werk of school hen verder van Zaltbommel brengt. Liefst als voetballer, maar ook als vrijwilliger en natuurlijk supporter. De kantine moet ook gevuld blijven natuurlijk.”

Het seizoen begon redelijk voor het team van Kees. “Ik zag een stijgende lijn in ons voetbal. We hadden zicht op een leuke voortzetting, waarbij je mee kan doen om de hoogste plaatsen. We overleefden ook de poulefase van de beker. Maar helaas, dat is allemaal van de baan vanwege Covid-19. Ik hoop nu dat we überhaupt weer aan het voetballen toekomen. De KNVB heeft het plan om verkorte competities te beginnen voor de lagere jeugdklassen van de O13 t/m O19, waarna er een tweede verkorte competitie zal plaatsvinden. Het zal leiden tot totaal 14 competitiewedstrijden en dat is best veel. Blessures liggen op de loer, zeker na deze lange periode zonder wedstrijden. Dan heb je nog de situatie omtrent spelers die 18 jaar zijn of worden. Gaat dat een probleem opleveren?”

“Het is een tijd van onzekerheid, er is nog vrij weinig substantieels om naar toe te werken. Dat is bij de spelers, maar ook bij de staf merkbaar. We trainen om te trainen. Leuk, maar het mist een spanningsboog, want zaterdag heb je geen wedstrijd. Het is die krachtmeting in het weekend, die er toch voor zorgt dat veel spelers 100% willen geven op de training. Nu is dat iets minder, ik merk het aan kleine dingen. Net even wat minder geven, in bepaalde oefeningen, iets eerder stoppen met lopen. Het verslappen van de concentratie. Het kost af en toe veel inspanning om het er toch in te houden. Ik ben best fanatiek. Gelukkig is de opkomst vooralsnog heel hoog. Daar ben ik ontzettend blij mee. Ik hoop dat we dat in de komende maanden, met soms koud en nat weer, dit vol kunnen houden.”

Tot slot geeft Kees nog een blik op de toekomst. ‘’In het grotere plaatje is het de bedoeling dat we vanuit de jeugd, spelers weten te ontwikkelen die N.I.V.O Sparta na een hoger plan kunnen tillen. Kortom, leverancier worden en blijven voor de hoofdmacht. Wat het doel van de vereniging zelf precies is, is een overweging die altijd discussie geeft. Willen we de club zijn die, net als nu, een sterke sociale functie heeft binnen de samenleving of wordt het, louter, streven naar het hoogste (zoals promotie naar de hoofdklasse). En, moeten deze twee doelen elkaar bijten? Ik ben voor een geleidelijke versterking van de club. Naar mijn mening moeten we de binding met onze leden en de samenleving koesteren, onderhouden en het liefst uitbreiden, ondanks het toenemende individualisme.  Zeker nu we niet voetballen, zal iedereen toch wel voelen hoe belangrijk het is, om een plek te hebben waar je bij elkaar kan komen. Het vermaak vinden je in het bekijken of spelen van een wedstrijd. Een pilsje of een frisdrankje er bij, samen met je teamgenoten of vrienden. Dat samenkomen, samenzijn is je functie, je fundament. Vereniging…het woord zelfs, zegt het als. En van daaruit, bouwen aan een toekomst waar we met onze hoogste vertegenwoordigende elftallen ook zo hoog mogelijke klassen proberen te bereiken, zonder te overstrekken. Ik denk dat we met het huidig bestuur en beleid, onder andere het behoud van de huidige technische staf heel goed op weg zijn.”

“Mensen die weten wat er speelt in de vereniging en die voorheen, bij de jeugdopleiding, actief zijn geweest. Zeker in deze tijd waar heel veel clubs, waaronder de onze, heel wat hindernissen moeten overwinnen, is stabiliteit het allerbelangrijkste. Dus, laten we eerst het Coronatijdperk overwinnen en dan kijken we weer verder. Eén horde te gelijk.”

Foto: Marco Oomen

Klik hier voor meer informatie over N.I.V.O Sparta
Klik hier voor meer artikelen over N.I.V.O Sparta

In gesprek met Robin van der Salm van VV Maasdijk

“Het is wel afkicken, hoor”, zegt Robin van der Salm over de competitiestop. “Normaal gesproken was ik een paar keer in de week op de club, nu ben ik weken niet geweest.”

HappyPoint_desinfectie

Op het veld dartelt de jeugd van Maasdijk. De club heeft een spelletjescircuit gemaakt. In het grote doel op het hoofdveld hangt een doek met gaten. Wie de bal door de gaten weet te schieten krijgt punten.

“Je moet steeds wat andere dingen verzinnen”, zegt Van der Salm, die moet bukken om niet geraakt te worden. “Bij de grotere clubs hebben ze tig teams, wij hebben vaak maar twee of drie teams in een leeftijdsklasse. Met de onderlinge oefenwedstrijden ben je zo klaar.”

Van der Salm was jarenlang jeugdvoorzitter van Maasdijk. “Ik ben er eigenlijk al heel jong ingerold”, vertelt hij. “Ik voetbalde zelf nog toen ik bij de jeugd ben gaan helpen. Eerst heb ik nog een team getraind, maar dat heb ik niet zo lang gedaan. Ik ben meer van het regelen. Ik ben daarna al snel wedstrijdsecretaris voor de F-, E- en D-jeugd geworden. Vervolgens heb ik vijf, zes jaar de functie van jeugdvoorzitter geha. Die heb ik tot een jaar of twee, drie geleden uitgeoefend. Ik ben nog steeds betrokken bij de jeugd. Ik regel de toernooien. Dat wil zeggen met Pasen het Westlands kampioenschap, dat bij de JO13 altijd bij ons wordt gehouden. Daarnaast organiseer ik nog wat andere thuistoernooien. Ik hoef daardoor niet elke week meer aan de bak. Als je wedstrijdsecretaris bent, kan je niet zeggen: nu even niet. Ik wilde van die verplichting af.”

De inbreng van Van der Salm, die het als voetballer zelf schopte tot een paar optredens in de hoofdmacht van Maasdijk 1, bleef niet beperkt tot de jeugd. Hij is al jaren de vaste grensrechter bij het eerste elftal. “Kritiek hoort erbij”, zegt hij over die rol. “Als grensrechter doe je het nooit goed. Ik verbaas me er soms nog over wat supporters uitkramen. Ik hou me altijd Oostindisch doof. Ik probeer mijn werk zo goed mogelijk te doen.”

Zijn rol bij Maasdijk is echter veel groter dan die van de man die af en toe voor buitenspel of een ingooi vlagt. Hij maakt onderdeel uit van de staf. “Patrick Fieret, die destijds trainer was, heeft mij een management-achtige rol gegeven. Zo noemde hij dat. In die tijd is ook het idee geboren om met het team naar het buitenland te gaan. Dat trainingskamp regelde ik. We zijn een aantal jaren naar Gran Canaria geweest. Patrick kende het daar al. We hadden zelf alles geregeld. Dat was best een gedoe met financiën. De club wilde wel een bijdrage doen, maar niet alles betalen. We moesten zelf ook acties organiseren om het benodigde geld bij elkaar te krijgen, maar iedere keer was het weer top. De afgelopen jaren houden we ons trainingskamp in Nederland. Dat is anders, maar zeker niet minder leuk. Het bestuur had een voorkeur voor een trainingskamp voor de hele selectie. Begrijpelijk, vandaar dat we nu in Nederland blijven.”

Van der Salm hoopt dat Maasdijk snel weer terugkeert in de derde klasse. “Je mist de derby’s, met duizend man langs de lijn. Vooral Lyra was voor ons de wedstrijd van het jaar.”

 

Klik hier voor meer artikelen over VV Maasdijk
Klik hier voor meer informatie over VV Maasdijk

In gesprek met Fokke van Oostrum van HVC’10

Fokke van Oostrum werd onlangs tijdens de ledenvergadering uitgezwaaid voor zijn jarenlange trouwe dienst als commissie- en bestuurslid bij eerst Hoekse Boys en later HVC’10. Weggaan doet hij echter niet. “Doe niet zo gek, joh. Ik heb nu alleen wat meer vrijheid. Het moeten is er vanaf.”

HappyPoint_desinfectie

Amper drie turven hoog was hij toen hij voor het eerst binnenwandelde bij Hoekse Boys, niet wetende dat de Hoekse club de rest van zijn leven zijn tweede thuis zou worden. “Mijn broer sleepte mij mee naar het veld. Ik had in het begin geen idee wat ik er moest. Ik ben mijn broer nog eeuwig dankbaar voor dat hij mij heeft meegenomen.”

“Ik heb tot mijn 38ste, 39ste gevoetbald, maar ik was toen al volop bezig met activiteiten”, zegt Van Oostrum (51), die als verzorger werkt in een verpleeghuis in Vlaardingen. “Ik heb nog even de D-tjes training gegeven, maar mijn hart lag meer bij het organiseren. Kampen, maar ook vooral wedstrijdzaken trok mij. Ik ben destijds als algemeen bestuurslid het bestuur ingekomen, maar ik heb me altijd bekommerd om wedstrijdzaken. Ik heb jarenlang de oefenwedstrijden geregeld. Ik heb er, denk ik, wel duizend gedaan. Vroeger kreeg je nog dat blad van de KNVB op print, Officiële Mededelingen heette dat, met alle wedstrijden voor de komende weken. Ik zat die helemaal uit te pluizen op zoek naar teams die niet hoefde te spelen.”

Hij was jarenlang op zaterdagmorgen de man die het hek van het slot haalde en de koffie in de kantine aanzette. “Bij slecht weer was ik al om half zeven op de club. Dan liep ik eerst met Bram Noordam en later met Henk Sterkenburg de velden af. Nu is het helemaal gemoderniseerd en gaat alle informatieoverdracht via sportlink. Ik bel onze pr-man Jaco Kaijen en die zet de afgelastingen op de website. Vroeger was je druk aan het bellen met andere clubs. Dan hoopte je dat ze daar ook vroeg aanwezig waren. Als ik de lijst met afgelaste wedstrijden had, sprak ik een bandje in. Als mensen dan naar een speciaal nummer belde, hoorde ze mijn stem. In die tijd had ik de bekendste stem van Hoek van Holland, haha.”

“Toen ik nog vrijgezel was, was ik hele dagen op de club. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds een uur of zes. Ik haalde het kantinegeld op en bracht het cashgeld weer op. Dat heb ik wel geminderd. Ik ben inmiddels getrouwd en mijn jongens van acht en elf jaar oud voetballen ook. Bij thuiswedstrijden van het eerste probeer ik altijd op de club te zijn, om scheidsrechters en ook bestuursleden van tegenstanders te ontvangen.”

“Ik stop niet met alles, hoor, maar ik wil het wel wat rustiger aan gaan doen. Op mijn werk heb ik veel onregelmatige diensten, ik wil mijn jongens zien voetballen en ook de verandering in voetbalbeleving heeft meegespeeld om te stoppen als bestuurslid. Het vrijwilligerswerk is tegenwoordig meer op projectbasis.”

De fusie tussen Hoekse Boys en Hoek van Holland heeft hij altijd toegejuicht. “Het was hét moment om bij de gemeente nog wat voor elkaar te boksen. Op onze hoogtepunt zaten we op 750 leden, nu schommelen we tussen de 620 en 630. Dat is niet slecht als je bedenkt dat er in Hoek van Holland weinig wordt gebouwd.”

Hij herinnert zich nog een beslissingswedstrijd om het kampioenschap bij HVC’10. “Het zal een jaar of acht geleden zijn. Monster en PPSC waren gelijk geëindigd in de derde klasse. Wij hadden een mooi matje liggen. In die tijd werd de recette van een beslissingswedstrijd verdeeld door de thuisvereniging en de twee spelende teams. Monster wilde daar niet aan. Ik ben akkoord gegaan en dat werd mij niet in dank afgenomen door de penningmeester. We hebben die dag een historisch hoge kantineomzet gehad. Er waren tweeduizend man en het was prachtig weer. Er was verlenging en de bierpomp bleef maar draaien. De voorzitter en ik hebben overal in Hoek van Holland bier moet laten aanslepen. De omzet was gigantisch. Daar plaag ik de penningmeester nog wel eens mee.”

 

Klik hier voor meer artikelen over HVC’10
Klik hier voor meer informatie over HVC’10