Home Blog Pagina 803

Mysterieuze zandvlakte op het terrein van VV Baardwijk

 

Aan de Akkerlaan in Waalwijk ligt op de parkeerplaats van v.v. Baardwijk een mysterieuze zandvlakte van zo’n 40 x 25 meter en 50 cm hoog, zo’n 500m3 zand. De definitie van mysterieus is geheimzinnig en onverklaarbaar.

In het geval van de zandvlakte op het parkeerterrein doet het bestuur van v.v. Baardwijk nog geheimzinnig maar zal het de komende dagen het onverklaarbare gaan verklaren.

Hou de website van v.v. Baardwijk en de Social Media kanalen van de club in de gaten.

werktalent_255550

Klik hier voor meer informatie over VV Baardwijk
Voor meer artikelen van VV Baardwijk klik hier

 

 

Dilettant geeft trainers een gereedschapskist

Met de aanstelling van Michel Boere als hoofd jeugdopleiding dit seizoen sloeg Dilettant een nieuwe weg in. Er is meer aandacht voor de structuur, wat betere training en nog meer plezier moet opleveren bij de Krimpense voetbaljeugd.

Het is fris buiten, maar het zonnetje schijnt wel uitbundig als de MO13 en MO15 van Dilettant zich opmaken voor een onderling partijtje. Sommige speelsters kunnen niet wachten om te beginnen. Het tafereel ontlokt bij Boere een grote glimlach op het gezicht. “Het plezier, dat er bij die meiden vanaf straalt, dat wil je bij elk jeugdlid zien. Dat is uiteindelijk ook het belangrijkste doel. Hoe je het ook inkleedt, plezier staat mijlenver voorop.”

Boere maakte een jaar of vijf jaar geleden kennis met Dilettant. “Het is het klassieke verhaal. Mijn zoontje wilde voetballen. Ik kende de club verder niet, maar ik wilde graag wel wat doen. Ik ben eerst leider en trainer geworden. Zo heb ik de club gaandeweg van binnenuit beetje bij beetje leren kennen.”

Een paar dingen viel Boere op: aan enthousiaste en bevlogen trainers had en heeft Dilettant geen gebrek, de onderlinge samenhang was daarentegen minder. “Ik denk dat veel clubs daar last van hebben”, zegt hij. “Een trainer heeft een idee en handelt daar naar. Eén gedachtegoed ontbreekt daardoor. Het gebeurde, niet met opzet, maar op gebied van samenwerking was er veel ruimte voor verbetering.”

Boere, werkzaam in een grote organisatie als logistiek manager, durfde samen met twee andere Dilettanters de klus wel aan. “We hebben onze plannen ontvouwd aan het bestuur. Daarbij hebben we wel aangegeven dat dit geen traject is voor één jaar. Vandaar dat we ons hebben gecommiteerd aan drie seizoenen.”

  De eerste veranderingen waren niet meteen op het veld zichtbaar. “Het eerste wat we hebben gedaan is de trainers meer inspraak geven bij de teamindelingen. Voorheen werd dat van hogerhand gedaan. Wij vinden dat het juist een ding moet zijn van trainers. Zij kennen de spelers, hebben een paar keer per week met ze te maken. Komen ze er niet uit, dan zijn wij er. We hebben niet de luxe als dorpsclub dat we vijf teams hebben in elke leeftijdscategorie. En je weet, het past altijd nét niet qua spelers.”

“Door de inbreng van de trainers heb je ook een beter verhaal richting ouders. Het proces is duidelijk en transparant. De trainers komen samen tot een resultaat.”

Inmiddels is Dilettant ook gestart met de tweede fase: structuur in trainingen. “Om te voorkomen dat de ene trainer dit doet en de andere trainer dat.”

Dilettant heeft daarvoor een leeftijdskaart ontwikkeld. Het KNVB-voetbalplan dient als basis. “Op die kaart staan basisvaardigheden die passen bij de leeftijd van de speler of speelster. Het is geen boekwerk, maar echt een kaart. Elke trainer kan die kaart op elk willekeurig moment inzien. Hij kan daar via de Rinus-app oefeningen bij zoeken. Hoe ouder een speler wordt, hoe meer basisvaardigheden er op de kaart staan.”

Een typische Dilettant-speelwijze hoeft daardoor niet bedacht te worden. “De speelwijze is te vinden in een verzameling van kaarten. Als spelers achttien jaar zijn, hebben ze een opleidingstraject gevolgd dat aansluit bij de speelwijze van het eerste en tweede team.”

Boere verwacht dat de invoering nog even tijd nodig heeft. “Je zult uiteraard je trainers goed moeten begeleiden, maar ze hebben in ieder geval een gevulde gereedschapskist tot hun beschikking. Klaar ben je natuurlijk nooit. De manier van voetballen verandert, maar er gaan en komen ook trainers.”

Voor meer informatie over Dilettant, klik hier.
Meer artikelen lezen over Dilettant, klik hier.

Raymond ten Voorden hoopt toch nog een keer op tweede klasse met Tholense Boys

Waar het de laatste jaren vaak wisselvallig was, daar was Tholense Boys dit seizoen wél voortvarend uit de startblokken geschoten.  Raymond ten Voorden was dan ook teleurgesteld dat het seizoen geen vervolg kreeg.

“Dat was zeker jammer. We doen elk jaar altijd wel bovenin mee, al hebben we de laatste seizoenen niet gebracht wat er in ons vermogen ligt denk ik. Dat was nu wel het geval en waren we goed vertrokken. Iedereen was scherp en we stonden er conditioneel ook goed op. Dat zag je ook terug in wedstrijden. Maar helaas zullen we nog even geduld moeten hebben voordat we weer aan onze doelstellingen kunnen werken.”

De centrale verdediger doorliep de jeugd bij Tholense Boys tot zijn negende om toen de vertrekken naar de jeugdopleiding van RBC Roosendaal. Daar bleef hij vijf seizoenen en maakte toen de overstap naar MOC’17. Een aantal jaar geleden keerde hij terug op Tholen op voorspraak van de toenmalige trainer Erwin de Nijs, die nu inmiddels werkzaam is bij hoofdklasser RKSV Halsteren. “Dat was toen een mooi moment om terug te keren bij de club waar ik me toch goed op mijn plek voel. Ik speel wekelijks en heb het gevoel dat ik van waarde ben voor de ploeg. Dat is wel een prettige gedachte. Ik heb de afgelopen jaren regelmatig wel weer aanbiedingen gehad van andere clubs, maar ik hoef niet zo nodig meer weg. Het complete plaatje zou dan zo goed moeten zijn, dat ik het echt als een stap vooruit zie wil ik nog een keer hier weggaan. Maar voorlopig heb ik hier nog voldoende om voor te voetballen en ik wil graag met deze club de stap omhoog proberen te realiseren.”

Want een aantal seizoenen geleden promoveerde Tholense Boys na jaren eindelijk weer een keer naar de tweede klasse, het niveau waarop de club graag actief wil zijn. Al liep dat toen uit op een teleurstelling. “Alles wat toen mis kon gaan ging ook mis. Blessures, pech in wedstrijden, onverklaarbare fouten en ga zo maar door. Het was echt een rampseizoen met degradatie tot gevolg helaas. Sindsdien zijn we er niet meer in geslaagd om terug te keren, wat wel onze ambitie is en blijft.”

En die doelstelling zal de ploeg moeten gaan najagen met een nieuwe trainer aan het roer, want Arie van der Zouwen volgt Kees de Rooij op die vertrekt naar SC Gastel. “Dat zal ook weer wennen worden, maar ik heb er alle vertrouwen in. Ik heb goede verhalen gehoord over de nieuwe trainer die ook een grote staat van dienst heeft. Hopelijk kunnen we de vorm die we dit seizoen toonden ook straks weer op de mat leggen. We hebben in elk geval de gehele coronaperiode doorgetraind, dat heeft de technische staf echt geweldig gedaan om de boel scherp en gemotiveerd te houden. We hebben een leergierige groep die al jarenlang bij elkaar speelt. Met jongens van Tholen en een aantal van buitenaf die zich inmiddels al goed thuis voelen en goed opgenomen zijn. Daarnaast kloppen ook enkele jongens uit de JO19 op de deur en willen enkele spelers van het tweede elftal de stap maken richting de selectie. Dat is een goede ontwikkeling denk ik en het zegt ook veel over de filosofie binnen de club. Spelers op het veld hebben waarmee ook het publiek zich kan identificeren. En die willen knokken om met Tholense Boys zo goed mogelijk te presteren.”

Dat is ook de ambitie die overheerst bij Ten Voorden, die dit seizoen bij afwezigheid van Auke Bovenberg zelfs de aanvoerdersband droeg. “Een geweldige eer om dat te mogen doen. Trots ook om dan tijdens wedstrijden als eerste me je ploeg het veld op te lopen. Die reeks wedstrijden en die eer die pakken ze me niet meer af, al is het geen doel op zich. Er telt maar een ding en dat is de club en het teambelang. Daaraan moet ieder zich ondergeschikt maken om uiteindelijk een zo hoog mogelijk niveau te bereiken. En hopelijk lukt het ons om de ambitie om te zetten in stabiele resultaten. Dat zou geweldig zijn in elk geval”.

Voor meer informatie over Tholense Boys klik hier.
Voor meer artikelen over Tholense Boys klik hier.

Corona helpt Joost Wesdorp en Halsteren Zaterdag niet echt mee de stap omhoog te maken

Waar sommigen al één of misschien wel twee seizoenen zijn ‘gered’ van degradatie door de coronapandemie, daar geldt voor Halsteren zaterdag 1 twee keer het tegenovergestelde. Ambitieus al ze zijn en hoe ze ook sportief gezien er al twee seizoenen bovenuit steken in de derde klasse zaterdag, een promotie heeft het nog altijd niet opgeleverd.

“Zuur, héél zuur is dat. En ook best frustrerend al beseffen we ons wel dat het nog altijd máár over voetbal gaat. Al wil je als speler altijd het hoogst haalbare bereiken en daar worden ze nu al twee seizoenen bij Halsteren in geremd. Zelf was dit mijn eerste seizoen weer terug bij de club waar ik in de jeugd begon met voetballen en was het na een handjevol wedstrijden alweer voorbij. Daarin hebben we aangetoond, dat we ook dit jaar maar één doel hadden en dat was promotie”, zegt middenvelder Joost Wesdorp.

Hij doorliep de jeugd bij RKSV Halsteren en trok daarna richting Heerle om zich te verbinden aan HSC’28. Daarna volgde een overstap richting Tholense Boys, nu competitiegenoot én titelconcurrent van zijn huidige club in de 3e Klasse B. Zijn terugkeer naar de zaterdagtak van Halsteren was na Tholense Boys een logische stap. “Ik heb in het verleden wel op zondag gevoetbald bij de senioren, maar dat trekt me de laatste jaren niet meer zo. Je ziet ook dat steeds meer clubs de overstap maken naar het zaterdagvoetbal. Ik wil gewoon lekker op een mooi niveau mijn wedstrijden voetballen op zaterdag, dan met vrienden lekker kunnen stappen en op zondag was wedstrijden kijken in de buurt. Die indeling van mijn weekend bevalt me al een aantal jaren uitstekend, al is het nu wel danig behelpen, omdat wedstrijden natuurlijk niet gespeeld worden helaas.”

Vrienden waarmee hij vroeg al samenspeelde vroegen hem om terug te keren bij Halsteren zaterdag om daar met elkaar toe te werken naar hun doel: voetballen in de tweede klasse. En omdat hij zich niet helemaal meer op zijn plek voelde bij Tholense Boys besloot Wesdorp terug te keren. “En dat bevalt uitstekend. We hebben een geweldige groep, zowel qua sfeer als ook voetbaltechnisch. Dat laten we denk ik ook zien in de wedstrijden die we spelen en het elftal staat natuurlijk niet voor niets al twee seizoenen bovenaan. Al heb ik wel gemerkt, dat vooral het plezier en de lol in het spelletje voor mij een steeds grotere rol beginnen te spelen. En hier bij Halsteren ervaar ik beide dus dat is een bevestiging dat ik de juiste stap heb gezet.”

De 25-jarige Wesdorp speelt doorgaans zijn wedstrijden centraal op het middenveld in de ploeg van trainer Remco van Haaren, die net als de rest van de voltallige selectie heeft aangegeven ook komend seizoen door te gaan. “Dat is wel prettig, net zoals de gehele groep ook doorgaat. Want iedereen wil hier maar één ding: met elkaar die gestelde doelstelling realiseren en dus de stap omhoog maken naar de tweede klasse. Ik denk ook dat wij daar, gezien de kwaliteiten en groeipotentie die in deze spelersgroep zit, ook thuishoren. Maar je moet er eerst en vooral wel zien te komen en dat is de afgelopen jaren, mede ook ingegeven door corona natuurlijk, nog niet gelukt.”

En om er straks vanaf de start direct te staan traint Wesdorp al die tijd al door. Met de ploeg één keer per week en daarnaast doet hij ook nog vijf keer per week krachttraining en werkt hij twee keer per week aan zijn conditie. “Je merkt dat het op het veld soms lastig is om de focus vast te houden als je traint zonder tastbaar doel op korte termijn. Maar ik ben zelf geen stilzitter en moet dus bezig blijven. Om sterker te worden en fit te blijven, want we moeten er klaar voor zijn als we straks eindelijk weer mogen voetballen en ein-de-lijk kunnen proberen om die stap die we zo graag voor ogen hebben ook daadwerkelijk te gaan zetten.”

Meer artikelen lezen over RKSV Halsteren? Klik hier.
Klik hier voor meer informatie over RKSV Halsteren.

Leon van der Meer is niet weg te slaan bij Excelsior

“Een wereldbaan”, zo omschrijft Leon van der Meer zijn functie bij Excelsior. Naast een fulltime-dienstverband als locatiebeheerder is de 50-jarige inwoner van Krimpen aan den IJssel ook vrijwilliger bij de Kralingse club. “Mooier als dit is er niet.”


Van der Meer heeft het op deze zaterdag druk met gedag zeggen tegen bekenden. Aangezien hij iedereen kent op Woudestein, gaat er geen minuut voorbij zonder een vriendelijk woord of gebaar. Of toch wel: zijn timmermansoog valt op het net van één van de doelen. “Even het net om het haakje doen.”

Normale zaterdagen zijn erg hectisch, zegt Van der Meer. “In coronatijd is dat nog niet eens de helft. Je bent soms wel een halve politieagent. We zijn heel streng met het coronabeleid. Er komt niemand op het sportpark die er niet mag zijn. We willen niet het risico lopen dat we boetes krijgen. Excelsior heeft wel een naam hoog te hoog te houden.”

Van der Meer kan het weten, want hij is een ‘jongen van Excelsior’. Hij werd twee straten verderop geboren en groeide op in de wijk waar de club op een voetstuk staat. Hij is al jaren vrijwilliger bij de profs. Dat doet hij nog steeds. Hij is dit seizoen één van de weinigen die daardoor de thuiswedstrijden van Excelsior 1 ‘live’ kan zien. “Als er problemen zijn, probeer ik ze ter plekke op te lossen”, zegt Van der Meer. “Dan kan een omgevallen reclamebord zijn of een ander technisch mankement. Als ik het zelf niet kan repareren bel ik de juiste mensen.” Hij kan zich nog een voorval herinneren van een kapotte boiler in de kleedkamer van de gasten. Uitgerekend PSV was op bezoek. “Uiteindelijk hadden ze gewoon warm water. Als Excelsior willen we een goede gastheer zijn.”

Hij werkte jarenlang in de haven, in de continue-dienst. Toen dat door fysiek ongemak niet meer kon, kreeg hij van Excelsior zijn droombaan aangeboden. “Ik heb moeten solliciteren hoor, maar ik weet zeker dat ik als jongen van Excelsior een streepje voor had. Ik was destijds de tweede locatiebeheerder. Herman Brinkman, de locatiemanager, was er al. Sinds vorig jaar is Brono Brons erbij gekomen. Herman houdt zich voornamelijk bezig met wedstrijdzaken, inschrijving van nieuwe leden en algemene zaken. Brono doet administratie en kantinebeheer. Ik ben meer van het buitengebeuren. Ik probeer de boel zo netjes mogelijk te houden. Ik haal onkruid weg op de paden, verzorg de reclameborden, let op de ballenvangers. Daarnaast doe ik veel reparatiewerkzaamheden in het clubgebouw. Ik schilder en doe allerlei andere klusjes. Op trainingsdagen is er altijd iemand van ons aanwezig om trainers te helpen met materiaal of andere zaken. Op zaterdag is het een lange dag. Normaal zijn we hier dan al om half zeven. Dan maken we alles klaar en zetten alle veldjes uit. De allerjongste jeugd speelt in de WorldCup, daarboven spelen ze in de Europa League en Champions League. Dat is een gekrioel van kinderen en als er geen corona is, van ouders.”

Naast vrijwilliger in het stadion treedt hij regelmatig op als assistent-teammanager van de vrouweneredivisieploeg van Excelsior. “Ik ga vaak mee naar uitwedstrijden. Dan verzorg ik hand- en spandiensten en op de terugweg zorg ik in de bus dat die meiden allemaal een pannenkoek uit de magnetron krijgen.”

Klik hier voor meer artikelen over Excelsior Rotterdam
Klik hier voor meer informatie over Excelsior Rotterdam

Beyhan Konak nieuwe hoofdtrainer Leerdam Sport

Leerdam Sport’55 gaat de voetbaljaargang 2021-2022 in met een nieuwe hoofdtrainer. Beyhan Konak treedt aan als opvolger van Yoni Sahertian, die drie seizoenen bij de vierdeklasser werkzaam is geweest. Maar ook op accommodatiegebied gebeurt er voldoende bij de club.

De zoektocht van Leerdam Sport’55 naar een nieuwe hoofdtrainer kreeg begin mei dan toch een succesvolle afronding met het vastleggen van Beyhan Konak (zie foto). Die zoektocht was namelijk in maart van dit jaar noodgedwongen verlengd, toen de club via de sociale mediakanalen kenbaar had gemaakt dat de kandidaat voor het hoofdtrainerschap had afgezegd en de vacature opnieuw open was gesteld.

Een maand later kwam er dan toch witte rook vanaf de Quirinus de Palmelaan. Beyhan Konak (42), woonachtig in Tiel waar hij speelde voor TEC en Theole, meldt zich straks in de voorbereiding op het nieuwe seizoen als keuzeheer die moet gaan trachten om Leerdam Sport weer op te stuwen in de vaart der voetbalvolkeren. Zijn voorganger Yoni Sahertian, die aan de slag gaat bij het eveneens in de vierde klasse uitkomende Kamerik, meldde namelijk in de aanloop naar het kortstondige seizoen 2020-2021 dat Leerdam Sport een stap omhoog moest maken. Konak, die in de jeugdopleiding van FC Den Bosch actief was als speler, heeft ook als trainer bij TEC en Theole gewerkt.

Krediet

Leerdam Sport hoopt op termijn de vruchten te plukken van het jeugdbeleid en de doorstroming van de talenten vanuit de opleiding naar de eerste selectie. Wel maakte de club inmiddels bekend dat Lafayette Leerdam het komende seizoen die spelersgroep zal komen versterken. Lafayette (24), een aanvaller die ook als middenvelder uit de voeten kan, komt over van Faja Lobi KDS uit Utrecht. Hij speelde eerder voor SV Nieuw Utrecht en Papendorp.

Op accommodatiegebied is er ook goed nieuws te melden. De gemeenteraad van Vijfheerenlanden is akkoord gegaan met het verstrekken van een krediet voor het nieuwe clubgebouw van Leerdam Sport’55, ontworpen door Eric van Beuningen van Croonen Architecten. Voorzitter John Boekelman van de Leerdamse club ontvouwde al eerder het tijdspad: ,,De planning is nog steeds dat de gehele bouw en aanleg is afgerond bij de start van het seizoen 2022-2023 en wij dan over een schitterend nieuw complex beschikken. Ik ben ervan overtuigd dat wij met Leerdam Sport, met de uitstraling van een mooi en modern complex in de groeiwijk Broekgraaf en ook daarbuiten, weer een bloeiende vereniging gaan worden.’’

Klik hier voor meer informatie over Leerdam Sport’55

Klik hier voor meer artikelen over Leerdam Sport’55

Topschutter SVW Mounir el Ouazizi komt superfit uit coronaperiode

Mounir el Ouazizi, vleugelaanvaller bij zaterdag-tweedeklasser SVW, behoort tot de fitste sporters. Hij traint bij zijn club, waar hij in de zomer van 2019 aansloot, op donderdag en houdt zich als personal trainer dagelijks fit via zijn eigen school. Daarnaast voetbalt hij iedere dag op Rotterdamse pleintjes.

El Ouazizi is, zeker in deze coronatijd, fulltime met zijn lichaam bezig. De Rotterdammer is in zijn eigen stad docent communicatie, studieloopbaancoach en topsportbegeleider opleiding sportmarketing management. Daarnaast student master stadspedagogiek bij de Erasmus Universiteit. ,,Als ik mijzelf niet in beweging zou houden, ging het goed mis. Ik werk al geruime tijd vanuit huis. Ik begeleid mijn studenten online via ‘Teams’. Het lijkt erop dat wij een dag per week naar school mogen gaan.”

Fit zijn en blijven is niet alleen belangrijk voor het fysieke aspect, maar ook voor je mentale gezondheid, vindt El Ouazizi. ,,Daarom train ik zoveel in mijn vrije tijd. Dagelijks ben ik met een groepje van zes bezig met krachttraining en daarna voetballen tegen andere teams. Het is leuk elkaar weer even te zien. Datzelfde geldt overigens ook voor de trainingen bij SVW. Van één training wordt men  niet direct fitter, maar ik zie het ook als teambuilding.”

Bij SVW zijn er een aantal nieuwe spelers bijgekomen. Claudi Nzita (Alblasserdam), Denzel Libretto (Altena) en Abdurahman Zencirkiran (GJS) sluiten nieuw aan bij de groep. Verder blijft de sectie van trainer Tutu N’Dona compleet. ,,Dat ziet er goed uit, want het is belangrijk dat wij in de breedte sterker worden.”

Geduld

Mounir el Ouazizi voorziet dat spelers straks tegen spierblessures aanlopen. ,,Wij gaan voluit trainen en er zijn spelers die echt niet veel hebben gedaan. Er zullen individueel grote verschillen zijn tussen de echt fitte jongens en een aantal dat is achtergebleven. Er gaan zeker spierblessures ontstaan. Door het vele thuiswerken heeft een aantal jongens nauwelijks bewogen. De trainers willen hun team in de gestelde tijd op het oude niveau krijgen. Zij zullen geduld moeten hebben en niet meteen volle bak gaan.”

El Ouazizi is 33 jaar en dus ‘slachtoffer’ van de vreemde 27-jaargrens waarboven sporters niet aan het groepsproces mogen deelnemen. ,,Dat slaat echt helemaal nergens op. Ik kom wel aan mijn trekken. Sinds kort werk ik met mijn nieuwe bedrijfje als personal trainer. Ik ga met de mensen buiten aan de slag. Met het oog op corona is dat veel beter. Het lijk een trend te worden, want buiten trainen is veel leuker dan binnen. Gelukkig zie ik ook hier bij ons in het Zuiderpark in Rotterdam, heel veel mensen die dagelijks aan het sporten zijn. Ik ben blij dat een deel van de mensen beseft dat er individuele sport nodig is om fit te blijven en hun eigen lichaam uitdagen.”

Knallen

Op een Rotterdams pleintje traint El Ouazizi ook regelmatig de vrouwenselectie van ZVG/Cagemax en Unitas. ,,Dat zijn fanatieke meiden hoor. Ze rijden zomaar even 120 kilometer voor zo’n training. Ik geef ook training aan jeugdspelers. Mogelijk zit er op termijn een voetbaltrainer in mij.” Ooit wordt het weer met de voetbalclubs volle bak trainen en knallen, verwacht hij. ,,Het vaccineren gaat niet al te snel. Ik verwacht dat er volgend seizoen niet eens op tijd met de competitie gestart gaat worden. Soms vraag ik mij af waarom wij ons zo druk maken. Voetbal is voor ons een van de belangrijkste zaken in het leven, maar in de ziekenhuizen strijden nog steeds mensen voor hun leven.”

Zelf verwacht El Ouazizi bij SVW de draad weer op te pakken. In zijn eerste seizoen bij de ‘streepjes’ was hij meteen clubtopscorer. ,,Het was natuurlijk heel leuk dat wij uiteindelijk toch naar de tweede klasse promoveerden. Voor mij was dat niet de eerste promotie. Ik vierde al eens een feestje bij DOTO, RVVH, DRL, Deltasport en Unitas. Het niveau bij RVVH, dat top van Nederland speelde, was mijn mooiste tijd. Ik heb waardering voor Kozakken Boys, dat het met trainer Rick Adjei op dat hoogste niveau nog steeds zo goed doet.”

Klik hier voor meer informatie over SVW

Klik hier voor meer artikelen over SVW

Bij John van der Veeken wijkt alles voor plezier

Hij heeft een contract voor ‘onbepaalde’ tijd bij SPV’81. John van der Veeken heeft zijn voetballot verbonden aan dat van de Polsbroekse meisjes. “Bij ons draait alles om plezier. Liever een kippenhok dan haantjesgedrag.”

Van der Veeken is behalve voetbal- ook gezelligheidsdier. “Ik vind het belangrijk dat alle meiden in het team het leuk en gezellig hebben. Het resultaat is van ondergeschikt belang. Ik zal nooit boos worden omdat we een wedstrijd verliezen. Ik zie bij tegenstanders wel eens leiders die witheet worden. Dan hoor ik dat ze straftraining krijgen. Daar zakt mijn broek echt van mij af. Dat zou ik nooit doen. Dan spelen die meiden een keer wat minder. Nou en?”

Het karakter van Van der Veeken past bij de gemoedelijkheid van SPV’81. Van der Veeken is echter geen volbloed-Polsbroeker. “Ik ben import”, zegt hij lachend. “Ik ben hier twintig jaar geleden komen wonen. Mijn vrouw woonde hier al. Ik ben zelf opgegroeid in Utrecht. Tien minuten lopen en we waren in de binnenstad. Dan is Polsbroek een heel andere wereld. Voordat ik hier kwam heb ik nog gewoond in Houten, Nieuwegein en IJsselstein. Ik was dus het afbouwen.”

In aanraking met de plaatselijke voetbalclub kwam hij pas nadat dochter Elize op voetballen ging. “Ze hebben mij erbij gekregen”, lacht de 37-jarige onderhoudsman. “Ik zie het als een groot goed, onze gezamenlijke passie. Maar ik trek haar niet voor, hoor.”

Dat kan Elize (11), die in groep 7 van de enige basisschool van Polsbroek zit, bevestigen. “Hij kan best streng zijn, maar alleen tegen mij.” ‘Pa’ wil dat graag nuanceren. “Tegen je eigen kind durf je net wat meer te zeggen. Ze heeft haar dag ook wel eens niet en dan zeg ik dat eerlijk.”

Dochterlief heeft een belangrijke positie in het veld. Ze is keepster. “Ik heb gewoon gekeken wie is er niet bang is voor de bal. Nou, Elize niet. Ze doet het prima. In de competitie waarin we spelen zit ze ook boven het gemiddelde niveau van keepers. De keeperstraining schiet er wel vaak bij in. Ik geef in mijn eentje training. De gehele groep vraagt mijn volle aandacht.”

Aan het begin van het seizoen is de trainers- en leidersfunctie bij het Polsbroekse meisjesteam zo’n beetje als eerste ingevuld. “De club weet dat ik meegroei met dit team. Ik ben ooit begonnen met deze meiden toen ze zeven jaar oud waren. Inmiddels zijn we de MO13. We spelen in de 8 tegen 8-competitie. We hebben elf speelsters, maar omdat we een kleine club zijn is het leeftijdsverschil wel groot. We hebben een paar meiden van elf, twaalf, maar ook een paar van negen jaar. Fysiek gezien is er vaak een verschil met tegenstanders. Sommige clubs, waar wij tegen spelen, hebben drie, vier meisjesteams. Die hebben dus allemaal meisjes van twaalf jaar.”

Hij zou zijn meidenteam voor geen goud willen inwisselen voor een talentvolle jongenselftal. “Bij jongens is er vaak een grote onderlinge competitie, zo van ‘ik ben beter dan jij’. Dat is bij meisjes helemaal niet. Daar gaat het veel meer om het groepsgevoel. Dat spreekt mij enorm aan.”

Voor meer informatie over SPV’81, klik hier.
Meer artikelen lezen SPV’81, klik hier. 

Mosselman kan niet wachten tot het nieuwe seizoen weer begint met NOAD’67

Hij speelde dit seizoen slechts vier competitiewedstrijden met NOAD’67, maar daarin moest Pjotr Mosselman liefst twintig keer een bal uit het net vissen. De goalie wil dit jaar dan ook zo snel mogelijk vergeten en kan niet wachten tot het nieuwe seizoen weer begint.

“Het was een voorbereiding en competitiestart waarin vrijwel alles tegenzat. Maar welke keeper kan zeggen dat hij twintig goals tegen krijgt in vier duels, met nul punten laatste staat en toch niet is gedegradeerd…. Want dat we in die vier gespeelde wedstrijden puntloos bleven én zoveel goals rond de oren kregen, dat lag enerzijds aan een stuk inzet en anderzijds door domme persoonlijke fouten. En als het dan eenmaal tegenzit, dan is het moeilijk om dat om te draaien. Zélfs als de competitie nog maar aan het begin staat. Het is aan ons als ploeg nu zaak om het volgend seizoen weer op te pakken en te laten zien dat we zeker in die derde klasse thuishoren.”

Mosselman speelt inmiddels alweer tien seizoenen voor de derdeklasser uit Sint-Philipsland, waarvan hij de laatste zes seizoenen als basisspeler onder de lat staat. “Ik heb mijn gehele jeugd bij WHS gespeeld in Sint Annaland, waar ik overigens nog altijd woon. Dus zeker die derby’s tegen elkaar zijn voor mijn altijd wel extra speciaal. Je bent er dan toch op gebrand om het zo goed mogelijk te doen en die wedstrijden te winnen. Dat wil je natuurlijk altijd, maar toch lijkt het wel alsof we tegen ploegen uit de directe omgeving iets extra’s kunnen brengen. Al hebben we de laatste seizoenen ook wel geregeld aan de verkeerde kant van de score gestaan. En dan weet ik al dat ik het op het dorp een tijdje ‘aan moet horen’ haha. Zeker van een van mijn beste vrienden Machiel den Engelsman die voor WHS speelt en honderd meter van me vandaan woont. Maar dat is ook weer de charme van derby’s natuurlijk.”

Waar NOAD’67 een aantal jaren geleden altijd wel tot de ploegen in de linkerrij kon worden gerekend, daar is de laatste seizoenen echter een neerwaartse lijn ingezet, iets wat volgens Mosselman ook goed te verklaren is. “We hebben simpelweg de afgelopen jaren een hoop aan kwaliteit ingeleverd. Bepalende spelers die gestopt zijn of in een lager elftal zijn gaan spelen. En de aanwas die vanuit de jeugd of elders kwam die is helaas niet heel groot. Dus hebben we een smalle selectie én een hoop onervarenheid. En dat zie je dan ook terug in de resultaten. De wil is er vaak wel, maar de spoeling is gewoon soms erg dun en dat is wel jammer.”

Hij kan er zelf over meepraten, want sinds enkele jaren is hij de onbedreigde nummer één onder de lat, want een echte concurrent dient zich voorlopig niet aan. In de jeugd zijn wel enkele keepers maar die zijn nog niet oud genoeg om een rol van betekenis te kunnen spelen. Ik probeer ze daarin tijdens de training wel te helpen en stimuleren, maar een concurrent die me het vuur aan de schenen legt die is er vooralsnog niet. Net zoals we geen keeperstrainer hebben momenteel. Gelukkig hebben we in de afgelopen coronaperiode voldoende oefenvormen gedaan, ook in vier- en tweetallen waarbij ik voldoende aan mijn trekken ben gekomen. We moeten er met z’n allen het beste van maken en ervoor zorgen dat we volgend seizoen weer laten zien wat we echt kunnen.”

Want Mosselman is er van overtuigd dat hij zich  met NOAD’67 prima moeten kunnen handhaven in de derde klasse van het zaterdagvoetbal. “Al moet je er dan wel zelf alles er aan doen en kunnen we als ploeg niet verslappen. We krijgen overigens ook een nieuwe trainer, al is nog niet bekend wie dat gaat worden. Iedereen begint dan weer ‘op nul’, wat hopelijk weer voor nieuw elan zorgt. En het is te hopen dat we scherper én beter van start gaan dan dit seizoen. Al kan het ook niet veel slechter als je nul punten haalt… Maar we zijn nog steeds derdeklasser dus dat is al bij al toch een meevaller.”

Klik hier voor meer informatie over NOAD’67.
Klik hier voor meer artikelen over NOAD’67.

Dragen van jubileumshirt PPSC laat op zich wachten

De viering van het honderdjarig bestaan moest iets magisch worden, maar in plaats van een uitbundig feest vol met activiteiten bleef PPSC door corona met een enorme kater over. Nu de club op 30 april 101 jaar werd, is de grootste lol er wel vanaf bij voorzitter Rick Bronwasser. “Hoe verder we wegkomen van het moment hoe lastiger het wordt om enthousiast te blijven.”

Technisch gezien zit PPSC nog altijd in de periode van jubileumviering. Na de aftrap van de activiteiten in het kader van het honderdjarig jubileum begin januari 2020 zijn alle activiteiten weliswaar op de lange baan geschoven, maar niet definitief gecanceld. “We hadden wilde plannen met een groot feest ter afsluiting”, zegt Bronwasser. “Alle plannen zijn afgeblazen. Het heeft geen zin om met de huidige omstandigheden iets te plannen. Pas als we weer terug zijn bij het oude normaal kunnen we weer gaan denken om iets te organiseren. Je zal dan meteen de vraag moeten stellen ‘wat past’. Het is dan waarschijnlijk inmiddels anderhalf jaar na onze werkelijke verjaardag.”

Eigenlijk herinnert alleen het speciaal ontworpen jubileumshirt aan het honderdjarig bestaan. “Het was de bedoeling dat alle spelers, jeugd en senioren, dit seizoen in dat shirt hadden gespeeld. Nou, voordat we iedereen hadden voorzien van het shirt stopte de competitie. We zijn op een gegeven moment maar overgegaan tot het uitdelen aan de diverse teams. Een feestelijk gevoel is er al lang niet meer. De shirts lagen te verstoffen in de kast.” De club liet overigens de historische datum van 30 april 2020 niet zomaar voorbijgaan. Midden in de eerste lockdown werd dat digitaal gevierd. “Via sociale media hebben we wat filmpjes gemaakt en uitgezonden. Het was onze eer te na om niets te doen. Eén filmpje bestond uit oud-trainers die terugkeken op hun tijd bij PPSC. We hadden toen nog de hoop dat we later dat jaar nog iets konden organiseren, niet dus.”

Bronwasser is in ieder geval blij dat PPSC de huidige crisis goed doorstaat. “Financieel is het pittig, maar we plukken nu ook de vruchten van jaren verantwoord beleid. Dat en de enorme inzet van onze vrijwilligers maakt mij een trotse voorzitter.”

Klik hier voor meer informatie over PPSC
Lees hier meer artikelen over PPSC