Home Blog Pagina 687

Drie keer was scheepsrecht voor Ruben Kwetters en NOAD ’32

Na vier seizoenen in het tweede elftal van Achilles Veen maakte Ruben Kwetters afgelopen zomer de overstap naar NOAD ’32, nadat de club hem voor de derde keer vroeg over te stappen. Bij die club mag hij zich nu eerste elftal-speler noemen. Het is iets waar hij al een tijdje naar uitkeek. Het bevalt hem goed. En dat komt mede door de club waar hij is neergestreken. “Dit is een club waar je je snel thuis voelt.”

WIJK EN AALBURG – Op driejarige leeftijd begon Kwetters met voetballen bij Achilles Veen. Daar schopte hij het tot het tweede elftal. “Maar voor mijn gevoel bleef ik hangen bij het tweede. Het eerste zat er niet in. Dat was iets te hoog gegrepen, spelen in de Hoofdklasse. Maar ik wilde graag in een eerste elftal spelen. Dit was het derde jaar op rij dat NOAD mij vroeg. Ik dacht: ik ga het proberen.”

werktalent-breda banner

De overstap is Kwetters tot nu toe goed bevallen. “Al zijn de resultaten iets minder. Maar we hebben een leuke groep, het is gezellig onder elkaar. Het is wel een jonge groep”, zegt de 21-jarige middenvelder. “Eigenlijk wilde ik met NOAD gewoon bovenin meedraaien. Maar doordat een paar belangrijke spelers weg zijn gegaan is het een iets minder elftal. Dat merken we nu ook zeker, vooral de spelers die er nu al wat langer zitten. We moeten gewoon weer lekker gaan voetballen en punten gaan pakken. Natuurlijk is dat makkelijker gezegd dan gedaan, het is heel moeilijk zelfs. Maar we moeten positief blijven. Goed blijven trainen en wedstrijden scherp beginnen. En dan hopen dat we op die manier punten pakken.”

Na acht gespeelde wedstrijden bezet NOAD ’32 de laatste plaats in de derde klasse. Het is niet dat Kwetters daardoor meteen weer denkt aan een vertrek, juist niet. “Mochten we onverhoopt degraderen, dan is niet zo dat ik meteen zeg dat ik weg ga. Ik hoop dat we dan met z’n allen bij elkaar blijven en knokken om weer te promoveren.”

De jonge middenvelder heeft al een goed gevoel bij de rood-witten. “Het is een hele leuke club, waar je je al snel thuis voelt. Op het begin was het natuurlijk wel even wennen, na zoveel jaren bij Achilles Veen. Maar dit is een hele leuke en warme groep die mij snel heeft opgenomen. Ik kende er ook al een paar. Maar de hele club is leuk. Iedereen maakt een praatje, het is gezellig. En dat is heel belangrijk.”

Hoe de rest van het seizoen er uit gaat zien op het gebied van wedstrijden spelen en als het mag, met of zonder publiek, is nog een groot vraagteken. Kwetters heeft al geproefd aan leuke derby’s met veel mensen langs de kant. Het liefst speelt hij elke week op die manier. “Je merkt dat er meer supporters bij een eerste elftal komen kijken. Dat geeft een ander gevoel. Door corona is het niet, dan is het eigenlijk een stuk minder leuk. Voor wie voetbal je dan? Ik vind het ook altijd lekker om reacties van supporters te krijgen, dat maakt het veel leuker.”

Wat dat betreft gaat eigenlijk alles goed, is het alleen wachten op de punten om het plaatje perfect te maken. “Dat moet nog op gang komen.”

Klik hier voor meer informatie over NOAD’32
Klik hier voor meer artikelen over NOAD’32

Kantinejuffrouw Riëtte geniet bij Sparta ’30: “Ik doe lekker mijn ding”

Riëtte Groenenberg is al meer dan vijf jaar een begrip in de kantine van Sparta’30. De kantinejuffrouw geniet van elke bardienst en is vooral blij dat ze weer onder de mensen kan komen.

ANDEL – Zo’n vijf jaar geleden werd Riëtte gevraagd terug te keren als vrijwilligster in de kantine. Waarom ze een daarvoor gestopt was? “Dat kwam omdat een collega ook stopte, maar dan heb ik het ook over vijftien jaar geleden hoor.”

werktalent-breda banner

De goed gehumeurde gastvrouw doet het wekelijks met plezier en ook de leden zijn heel blij met haar. “Ik werk niet meer”, vertelt Riëtte. “Dus mij maakt het niet uit hoe laat het wordt. Ik kan de volgende dag toch wel uitslapen.”

Riëtte is bij Sparta’30 terecht gekomen door haar inmiddels overleden man. “Mijn overleden man woonde zo ongeveer daar. Hij maakte de kleedkamers schoon, maaide het gras, en heeft zelfs geholpen bij de bouw van de kantine. In die tijd heb ik al drie tot vier jaar achter de bar gestaan.”

Inmiddels heeft Riëtte een nieuwe vriend en die vindt het alleen maar prima dat ze haar vrije tijd besteed bij Sparta’30. “Die vindt het alleen maar leuk. Hij zegt ook altijd, ik doe biljarten en jij de bardiensten.”

mandemakers banner

Nu ze alweer vijf jaar terug is achter de bar, is ze een begrip bij de club. Ze kent iedereen wel, alleen de namen onthouden is een dingetje. “Ik ken eigenlijk iedereen wel van gezicht. Alleen ben ik heel slecht in namen. Vraag mij ook niet bij welk team ze horen, want alles staat hier toch door elkaar.”

De leden weten Riëtte te vinden en hebben soms zelfs speciale verzoeken. “Dan vragen ze of de kantine open mag zodat ze kunnen darten of pokeren.”

“Gezellig is het altijd. Er zijn ook altijd wel leuke feestjes. Dan gaat er een microfoon rond en wordt er door een aantal flink gezongen. De laatste tijd is dat wat minder natuurlijk, vanwege de maatregelen. Maar dat maakt het niet minder gezellig in ieder geval.”

Het leukste vindt Riëtte het als de teams voetbal op TV kijken. “Ik heb zelf geen verstand van voetbal. Maar als dan een team scoort, zijn de reacties altijd leuk om te zien. Die euforie of teleurstelling is mooi om te aanschouwen.”

Daarnaast heeft ze op zaterdag een hele fijne collega om mee samen te werken. “We voelen elkaar goed aan en dat maakt het extra prettig om te werken. We maken samen alles mee. Ook heb ik altijd de steun van de jongelui die de kratten dragen. Dat mag ik niet van ze doen. Wel verzorg ik nog altijd de hapjes op donderdag.”

Riëtte vertelt de verhalen in geuren en kleuren. Het typeert een doorsnee clubvrouw. En als het aan haar ligt gaat ze nog wel even door. Ze geniet van alle momenten en is blij dat ze zo onder de mensen is. “Ik ben er altijd als er iets op de club te doen is. Mensen weten mij ook te vinden. Dat is een prettig gegeven. Ik geniet van de dingen bij de club. Ik doe lekker mijn ding.”

Klik hier voor meer informatie over Sparta’30
Klik hier voor meer artikelen over Sparta’30

Niek van Oijen van VV Achtmaal: ‘Soms word ik aangesproken op het werk van Mark’

Ze zijn een tweeling, spelen allebei in het eerste van VV Achtmaal en helpen de club buiten de lijnen door middel van vrijwilligerswerk. Toch lijken Mark en Niek van Oijen nauwelijks op elkaar, al gaat het soms toch mis. “Dan worden we aangesproken op het werk van de ander, terwijl we daar dus niks mee te maken hebben, haha!”

Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

In de spotlights staan, dat is eigenlijk niks voor de 24-jarige tweeling. Toch willen ze door middel van deze aandacht wel degelijk iets bereiken. “Laten zien waarom het belangrijk is om iets voor de club te doen, samen de boel draaiende blijven houden. Dat willen we meegeven.” Die liefde voor Achtmaal begon voor allebei op zevenjarige leeftijd. “Alle vriendjes in de klas zaten ook op voetbal, dus dan ga je zelf ook. Maar wel nadat we ons zwemdiploma gehaald hadden!”

Gelijkenis

Daarna doorliepen ze samen alle jeugdelftallen, vertelt Mark. “Niek was wel echt een stuk beter. Dat moest ik gewoon accepteren.” Zijn jongere broer begint te lachen. “Je moet bescheiden blijven, hé? Nu zitten we qua niveau wel dichterbij elkaar hoor.” Als broers spreken ze elkaar in het veld ook makkelijker aan op een fout, vertellen ze. “Haha, gister nog”, lacht de oudste. “Ik vat dingen soms wat negatiever op, dan moet Niek het ontgelden.” Die knikt. “Ik ben het inmiddels wel gewend, dus dat is niet erg.” Omdat Mark uit huis is, zijn ze eigenlijk wel blij dat ze samen voetballen. “Daardoor zie je elkaar nog regelmatig, we delen ook dezelfde vriendengroep.” Qua uiterlijk lijken ze dus totaal niet op elkaar, ook als spelers is de gelijkenis ver te zoeken. “Ik ben wat groter en forser, een beetje de standaard centrale verdediger”, lacht Mark. “Ik juist wat lichter, niet per se sneller, maar meer echt een middenvelder”, aldus Niek. Maar behalve binnen de lijnen, zijn ze dus ook daarbuiten van grote waarde voor Achtmaal. De jongste van de twee is sinds twee jaar penningmeester bij de club. “Begonnen als ledensecretaris, na een jaartje ging ik dit doen. Vooral uit interesse voor financiën. Tijdens mijn studie deed ik ook maatschappelijk werk, het is goed om zoiets te doen.” Daar denkt zijn broer, als lid van het jeugdbestuur, dus precies zo over. “Ik doe eigenlijk alles om de jeugd te kunnen laten voetballen. Van de indelingen tot aan het aanstellen van trainers, voor het derde seizoen op rij nu.”

imcoda

Voldoening

Mark weet als geen ander hoe lastig het is om goede jeugdtrainers te vinden. “Zelf ben ik jarenlang trainer geweest, een beetje uit noodzaak, want ze liggen niet voor het oprapen.” Maar Achtmaal speelt een belangrijke rol binnen de familie Van Oijen. “Van huis uit zijn we daar wel een beetje mee opgegroeid, onze ouders zijn ook erg betrokken geraakt. We kunnen ook moeilijk ‘nee’ zeggen.” Ze doen het allebei met veel plezier, Niek trapt af. “Mensen zijn blij met de dingen die je doet, die waardering voel je. Als je een systeem opstelt en dat werkt, geeft dat een goed gevoel.” Vooral het gezamenlijke deel doet Mark goed. “Samen optrekken en zien hoeveel plezier die spelertjes hebben, dat geeft voldoening.” Daarbij denken ze vaak terug aan hun eigen tijd als jeugdspelertje. “Toen werd ook alles voor je geregeld, dan wil je wat terugdoen.” Zoals gezegd, worden ze nog weleens door elkaar gehaald. “Soms spreken ze mij aan als Mark, over de jeugd.” Al is dat zo slecht nog niet, voegt zijn broer toe. “Daardoor zijn de lijntjes wel heel kort en weten we eigenlijk meer. Twee horen meer dan één.” Door de jaren heen zijn ze qua uiterlijk minder op elkaar gaan lijken, toch hebben ze wat voetbal betreft hetzelfde doel. “Het komt nog niet helemaal uit de verf nu, mede door blessures, maar we willen gewoon lekker boven in die vierde klasse meedoen. Uiteindelijk moeten we een stabiele vierdeklasser worden, dat past bij de club.”

Klik hier voor meer informatie over VV Achtmaal.
Lees hier meer artikelen over VV Achtmaal.

Kees van Drimmelen: Het is leven als een prof bij TPO

Ze winnen misschien niet iedere wedstrijd, maar alles daaromheen is keurig netjes geregeld. Vandaar ook dat Kees van Drimmelen inmiddels al vijf jaar geniet van het ‘leven als een prof’ bij vijfdeklasser TPO. “In de verzorgingsruimte word je zó in de watten gelegd, dat moet je eigenlijk een keer zien!”

Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

De 27-jarige Van Drimmelen voelt zich dan ook helemaal thuis in Moerdijk. En dat terwijl hij oorspronkelijk uit Klundert komt. “Ik heb het grootste deel van mijn jeugd met veel plezier bij Seolto en VV Klundert gespeeld. Door mijn werk op zaterdag, heb ik de keuze uiteindelijk gemaakt voor TPO. Met name Jaap de Visser heeft mij echt overgehaald om hier te komen voetballen. En zonder spijt, moet ik zeggen.”

Aan alles gedacht

Vooral in de verzorgingsruimte is Van Drimmelen vaak te vinden. “Daar hebben we alles. Elektrische apparaten om blessures te verhelpen, fitnessapparatuur en altijd een boel vrijwilligers. Iedere zondag lig ik daar op de bank voor een massage, alsof je prof bent.” Dat zijn ze in Moerdijk niet, toch mag dat de pret zeker niet drukken. “Iedere zondag staat er een mannetje of 150, dat is voor ons niveau echt heel veel. We hebben zelfs een opkomsttune, werkelijk aan alles is gedacht. Als je niet zou weten dat dit vijfde klasse was, dan…” Een hechte gemeenschap, knus en een beetje kneuterig. “Die gezelligheid merk je op de zondagmiddag!” Met Tijs van Bragt heeft TPO een goede trainer voor de groep. “Hij snapt het spelletje en heeft goede en afwisselende trainingen. De groep is nog jong en af en toe wat zoekende.” Ondanks de soms wat mindere resultaten blijft, net als hijzelf, de trainer dus ook hangen. “Alles wordt voor hem geregeld. Als hij op het veld komt, ligt alles al klaar. Bovendien geniet hij ook van de gezelligheid.”

imcoda

Glimlach

Toch rook Van Drimmelen afgelopen zomer nog eens aan een wat hoger niveau, op wat vrije avonden bij oude club Virtus. “Dat was wel genieten. Ze coachen je continu aan, dan hoef je niet meer steeds achterom te kijken.” Hij vertelt het allemaal met een grote glimlach op zijn gezicht, want dat niveau had hij al een tijdje niet meer meegemaakt. “Het is hier meer een vriendenteam geworden, daarom speelt iedereen er ook nog.” Toch is het ieder jaar weer afwachten hoe de vlag erbij hangt. “Ik verwacht volgend seizoen eigenlijk wel een stuk of zes nieuwe namen uit het tweede. Er lopen zeker wat jonge jongens met potentie en die willen toch een keer op een ander niveau kijken.” Van Drimmelen probeert de moed erin te houden en is vooral bezig met dit seizoen. “Onze doelstelling is eigenlijk top vijf, we kunnen echt wel beter dan dit.” Daar moet hij als bepalende speler mede voor gaan zorgen. “Vorig jaar stond ik op ’10’, nu begon ik als centrale verdediger, maar ik sta inmiddels weer linksbuiten. Ik ben snel, heb een actie en een goed schot.” Met al die jonge gasten, vermaakt hij zich prima, toch denkt hij af en toe na over de toekomst. Op de vraag of hij TPO ooit zal verruilen om nog eens te ruiken aan een hoger niveau reageert hij tot slot. “Zeg nooit nooit, maar ik zie het niet snel meer gebeuren.”

Klik hier voor meer informatie over TPO
Lees hier meer artikelen over TPO

Floris van Dis vreet iedere meter op bij De Fendert

In de jeugd werkten ze al eens succesvol samen en na de terugkeer van Ad Palings als hoofdtrainer van De Fendert, is de samenwerking tussen hem en Floris van Dis weer in ere hersteld. De jongeling hoopt op nieuw succes, als linksback heeft hij in ieder geval al een basisplaats veroverd.

Na een goede start met twee overwinningen op rij, begon de motor van de derdeklasser toch even te haperen. Vooral de nederlaag tegen Seolto was een bittere pil die moest worden doorgeslikt, vertelt de twintigjarige Van Dis. “We speelden slecht, maar hadden alsnog moeten winnen. Dat is altijd extra teleurstellend.” Teleurstellingen die hij sinds zijn start bij De Fendert, niet al te vaak heeft moeten slikken. “Ik was vier jaar, toen ik hier kwam voetballen. Je woont hier, het is dichtbij en heel gezellig, dus dan is de keuze makkelijk. Op mijn negentiende maakte ik mijn debuut.” Hij weet het nog precies, misschien omdat hij er af en toe nog zwetend van wakker wordt ‘s nachts. “We speelden tegen WHS en ik stond uitgerekend op dat moment tegen de beste buitenspeler van de competitie. Dat werd helemaal niks.”

Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

Harde werker

Omdat de linksbackpositie op dat moment, door blessures en stoppende spelers, vaak een vraagteken was, stond Van Dis al vrij snel in de basis. En met succes. “Prinsenland uit, mijn tweede pot. Ik scoorde meteen!” Vanaf dit seizoen heeft hij, naar eigen zeggen, echt zijn plekje veroverd. De overstap naar de senioren ging hem dan ook redelijk gemakkelijk af. “Fysiek vond ik het wel meevallen, maar dat komt ook omdat ik wel van die duels houd. Hard spelletje, dat is wel mijn ding.” Toch had hij wel eventjes de tijd nodig om te wennen, moet hij bekennen. “Het tempo, maar vooral de slimmigheidjes. Of eigenlijk de viezigheidjes. Je ineens naar beneden trekken, dat soort dingen, dat was niet zo prettig kennismaken.” Dat soort dingen leer je alleen maar door wedstrijden te spelen, aan zijn inzet zal het in ieder geval niet liggen. “Ik ben een harde werker, vreet iedere meter op, tot aan het laatste fluitsignaal. Van mijn voetbalintelligentie moet ik het niet per se hebben.” De verdediger ziet zichzelf steeds weer een beetje beter worden. “Vooral verdedigend heb ik stappen gemaakt. Ik weet van mezelf dat ik vrij wild ben, dan ga ik te veel happen. Doet iemand een kapbeweging, lig ik drie meter verder. Daar ben ik rustiger in geworden. Aanvallend maak ik ook mijn doelpuntjes of geef ik assists, dus dat gaat goed.” Er zit nog meer in het vat, zo voelt hij. “Ik heb mijn snelheid mee, maar moet nu vooral aan de bal meer durf hebben. Gewoon ballen inpassen.”

imcoda

Jonge honden

Maar hoe goed hij ook wordt, De Fendert blijft zijn thuis. “Hopelijk kunnen we met deze jongens hoger gaan spelen. Er zit echt veel talent in de groep.” De doelstelling is wat Van Dis betreft dan ook duidelijk. “Eigenlijk horen we gewoon in die tweede klasse te spelen. De tegenstanders ken ik niet zo goed, maar we moeten van onze kracht uitgaan.” Die kracht zit hem misschien wel in de onderlinge band. “Je merkt dat we allemaal jonge honden zijn, willen heel graag. In de jeugd hebben veel gasten samengespeeld, daardoor ben je toch beter op elkaar ingespeeld.” In de JO17 deed hij dat dus al onder Palings. “Toen hadden we mooie resultaten, Ad is een goede trainer. Vooral veel bezig met teambuilding, om een hecht team te worden, dat is denk ik wel belangrijk.” Hoewel zijn trainer eigenlijk hetzelfde is als in de jeugd, merkt Van Dis toch een verschil. “Het leeft meer bij de senioren. Ik zou het geen prestatiedruk willen noemen, maar eigenlijk is het dat wel.” Met Palings voelt hij in ieder geval het vertrouwen. “Dat was bij de vorige trainer wat minder, dan voel je toch continu die ogen in je nek. Dan ga je zenuwachtig voetballen en daar word je niet beter van.” Ook buiten het veld zit het wel goed. “Donderdagavond is de kantine altijd lekker vol en op zaterdag is de gezelligheid niet kapot te krijgen, we doen het echt met elkaar.” Kortom, alle ingrediënten om te promoveren zijn aanwezig!

Klik hier voor meer informatie over VV De Fendert
Lees hier meer artikelen over VV De Fendert

Walking Football moet nog gaan lopen bij RSV aldus John Woestenberg

Voetballen tot na je 45ste, wie wil dat nou niet? Zoiets moeten ze ook bij voetbalclub RSV gedacht hebben en dus kwamen ze een aantal maanden geleden op het idee van Walking Football. Niet alleen om lekker op het veld te staan, maar vooral om gezellig bezig te zijn. Want dat is misschien nog wel veel belangrijker, vertelt voorzitter John Woestenberg.

Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

De doelgroep die ze bij de vereniging uit Rucphen aan proberen te spreken, is duidelijk. Ontstaan vanuit het Sportakkoord van de gemeente. “Het zijn eigenlijk de mensen die achter de gordijnen zitten, om het even oneerbiedig te zeggen, zo is het natuurlijk niet bedoeld. Die groep is vaak best eenzaam, op deze manier proberen wij ze een activiteit te geven. Want sporten en bewegen blijft natuurlijk gezond.” En dus draagt RSV daar graag aan bij, gestimuleerd door de gemeente. “Het Sportakkoord zet zich in voor doelgroepen binnen het dorp. Niet alleen om te kunnen sporten, maar vooral om in contact te komen met elkaar.”

Kijk om je heen

En dus keek Woestenberg, samen met zijn team aan vrijwilligers, eens om zich heen. “Wat kunnen we doen? Toen zagen we Walking Football.” Reinald Boeren, een bekende naam in de Brabantse voetbalwereld, houdt zich daar al langere tijd mee bezig. “Reinald geeft trainingen bij Cluzona en DWO, van daaruit heb ik hem benaderd. Hoe werkt dat? Waar moeten we rekening mee houden?” Dat gesprek beviel goed en dus stelde hij het voor aan het bestuur, inmiddels is de aanvraag al ingediend bij de gemeente. “Daar hebben we al een positief antwoord op gekregen. Ze zullen ons gaan ondersteunen, zodat we dit kunnen gaan opzetten binnen Rucphen.” De plannen worden in ieder geval al gemaakt. “We hebben een schema en een richtdatum, we zouden graag op de woensdagmorgen spelen. Maar dat is natuurlijk wel afhankelijk van wanneer iedereen kan.” Iedereen klinkt alsof er al tientallen aanmeldingen zijn binnengestroomd, maar dat ligt even anders, moet Woestenberg bekennen. “Tot nu toe hebben we één aanmelding. We hebben flyers in de kantine en willen ook nog langs winkels gaan, maar tot nu toe krijgen we weinig reactie. Dat is nog wel een probleem.” Toch maakt de voorzitter daar zich voorlopig nog niet al te veel zorgen om, hij benadrukt liever het belang van dit soort activiteiten. “Het is als vereniging belangrijk om ook aan de mensen te denken die wat ouder zijn en misschien een beetje eenzaam. Het gaat niet altijd om je eigen belang, kijk om je heen!”

imcoda

Derde helft

Naar die gemeenschap kijkt Woestenberg zelf dus zeker wel, maar hoe ga je ze bereiken? “Dat is nog wel een groot vraagstuk. De vraag is ook hoe ze komen, hebben ze daar hulp bij nodig? Het is voor sommigen wellicht best een stap.” Maar dat er behoefte is aan het spelletje, ziet hij ook binnen zijn eigen vereniging. “We hebben binnen RSV een grote groep oud-spelers die nu op vrijdagavond competitie spelen. Dat zijn een man of 30.” Hij ziet het zelf al helemaal voor zich. “Ze krijgen een kopje koffie, een koekje, kunnen een potje biljarten, een eigen ‘derde helft’. Ik denk dat we die mensen echt een leuk dagdeel kunnen bezorgen.” Maar om dat voor elkaar te krijgen, moet alles eerst goed geregeld worden, daar zijn ze nu druk mee. “In het voorjaar zouden we graag echt beginnen, rond maart of april. Dan is het ook lekker weer. Reinald heeft al toegezegd om de trainingen te komen geven, die wil ons graag vooruithelpen.” Om nog wat aanmeldingen binnen te halen, vertelt Woestenberg nog maar eens waarom Walking Football zo leuk is. “Je bent in beweging, samen en met elkaar. En de kans op blessures is er nauwelijks.” Voor nu mikken ze bij RSV op deelnemers vanaf een jaar of 45, aan alles is gedacht. “In samenwerking met fysiopraktijk Dynamico hebben we geregeld dat iedereen een bodyscan krijgt, zodat we zeker weten dat ze fit zijn. We willen niet voor verrassingen komen te staan.” Zelf kan hij in ieder geval niet wachten. “We hebben wel een mannetje of tien, vijftien nodig om te kunnen starten. Ik hoop dat we straks gewoon lekker samen op het veld staan!”

Voor meer informatie over RSV, klik hier.
Meer artikelen lezen over RSV, klik hier.

Justin Goverde kent prima start bij buurman Seolto

Een derby winnen en het seizoen is geslaagd. Zover willen ze bij Seolto nog niet gaan, maar dat ze blij zijn met de start van de competitie, dat mag duidelijk zijn. Na overwinningen op Klundert en De Fendert doet de derdeklasser uitstekend mee, doelman Justin Goverde is het slot op de moeilijk te passeren deur.

Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

Wie tegen de twintigjarige Goverde had gezegd dat hij ooit eerste doelman zou zijn bij Seolto, was waarschijnlijk heel vreemd aangekeken. Want, zo stelt hij zelf. “Goverde is van vroeger uit eigenlijk wel een beetje een Virtus-familie, dat kwam vooral door mijn opa.” Logischerwijs begon hij daar dan ook met voetballen. “Heel mijn jeugd, tot mijn achttiende. Bij het eerste hadden ze al een keeper, dus ging ik naar DHV.” Op advies van de toenmalige voorzitter. “Die kwam naar mij toe, dat ze een keeper zochten. Daar heb ik het twee jaar heel leuk gehad, maar Seolto was toch net wat dichterbij.”

Prestatiegericht

En dus maakte hij dit seizoen de overstap naar het oranje-witte deel van Zevenbergen, voor Goverde niet onbekend. “Daar zaten al heel veel vrienden, dus die stap was best wel logisch eigenlijk.” Dichterbij dus, maar wel bij de buurman van de club waar hij ooit was begonnen. “Op zondag kom ik nog weleens bij Virtus, dan vinden ze het vooral allemaal mooi dat ik hier in de basis sta. Ze gunnen het mij wel.” De clubs zijn volgens hem ook steeds meer met elkaar te vergelijken. “Vroeger was Virtus echt prestatie en Seolto plezier, maar je merkt dat ze hier nu ook steeds meer prestatiegericht worden. Ze willen meer zijn dan de tweede club van Zevenbergen.” Daar draagt hij zelf ook maar wat graag zijn steentje aan bij. “Op dinsdag en donderdag geef ik keeperstraining aan de jeugd, dat deden ze hier eerst nog niet. Dat is een goede stap, denk ik. Het wordt steeds serieuzer.”  Inmiddels voelt Goverde zich helemaal thuis. “Het was in het begin wel even wennen natuurlijk, als nieuweling. Maar ik ben echt goed opgevangen, heb het uitstekend naar mijn zin.” Dat hij het goed naar zijn zin heeft, komt ongetwijfeld ook door de goede resultaten. “Daar zijn we heel blij mee, vooral die overwinningen tegen Klundert en De Fendert waren echt lekker. Veel publiek, je kent sommige jongens van de tegenstander, dat soort potjes wil je winnen. Het is toch een beetje haat en nijd.”

imcoda

Leergierig

Die goede resultaten zag niemand echt aankomen, erkent hij. “De voorbereiding was matig, ook voor mezelf. We wonnen weinig en gingen met 352 een nieuw systeem spelen, dat was voor iedereen wennen. Uiteindelijk kregen we het net op tijd door.” Goverde kijkt tevreden terug op zijn eerste wedstrijden in het shirt van Seolto. “Ik sta lekker te keepen. We hebben drie treffers tegen, allemaal uit een hoekschop. Dat is voor een keeper enorm frustrerend, maar daar hebben we aan gewerkt.” Het vertrouwen in zijn verdedigers is groot. “Er staan drie ervaren gasten voor mij, dat is wel lekker. Daardoor geven we weinig weg.” Stiekem durft hij naar boven te kijken. “Misschien zit er wel een plek bij de eerste vijf in? Het gaat nu zo goed.” Daar hoopt hij zelf een belangrijke bijdrage aan te leveren, want de jongeling is leergierig. “Ik ben een meevoetballende keeper, met goede reflexen, maar zou op hoge ballen en steekballen nog genoeg kunnen verbeteren. Als je gaat, moet het voor honderd procent zijn. Dat vind ik nog lastig inschatten.” Vroeger leerde hij dat door naar Edwin van der Sar te kijken. “Door Van der Sar ben ik eigenlijk gaan keepen, dat was echt mijn voorbeeld, alles klopte bij hem.” Voordat hij aan een stapje hogerop denkt, wil Goverde eerst een paar jaar knallen bij Seolto. Keert hij ooit nog terug bij Virtus? Hij denkt even na. “Wat ga ik daarop zeggen? Het zou kunnen.”

Meer informatie over VV Seolto? Klik hier.
Klik hier voor meer artikelen van VV Seolto.

Angelique van Zitteren is het gezicht van het damesvoetbal bij Virtus

Ze is 51 jaar en tot vorig jaar nog actief als voetbalster bij Virtus, sterker nog. “Zonder corona, had ik nu waarschijnlijk gewoon nog gevoetbald.” Sindsdien is Angelique van Zitteren een beetje het gezicht geworden van het damesvoetbal binnen de club en dat is hard nodig. “We hebben geen jeugd meer en bij ‘dames 2’ moeten we het vooral allemaal zelf regelen.”

Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

Helemaal afscheid nemen van het spelletje kan Van Zitteren niet, vandaar dat ze gewoon nog regelmatig op het veld staat. “Om mee te trainen, misschien gaat het wel weer kriebelen. En als we er niet genoeg hebben, kan ik meedoen.” De liefde begon voor haar op elfjarige leeftijd. “Ik zat op handbal, maar dat was hem niet voor mij. Vond voetbal altijd al veel leuker. Iedere zaterdag kwam ik bij Virtus, want mijn vader voetbalde daar.” Tot de plaatselijke visboer, toevallig ook jeugdtrainer, haar vroeg eens mee te trainen. “Eindelijk mocht het! Toen heb ik het tegen iedereen verteld, de eerste training stonden we daar ineens met 22 meiden. Hebben we meteen een meisjesteam opgericht.”

Gezelligheid

Maar inmiddels is die populariteit bij de club uit Zevenbergen behoorlijk teruggelopen, moet ze eerlijk bekennen. “Vorig jaar hadden we nog een MO19, maar die is nu ook weg. Of dat nu met corona of andere dingen te maken heeft, is lastig te zeggen. We hebben alleen nog twee teams bij de senioren. En er spelen een aantal meisjes bij de jongens.” Ook bij ‘dames 2’, waar Van Zitteren zelf deel van uitmaakte, is de nood soms hoog. “Ik werd een beetje gebombardeerd tot aanspreekpunt, we hadden geen trainer en ook geen leider. Een soort ‘regelneef’ werd ik. Nu is mijn man leider en verzorgt de voorzitter af en toe de trainingen.” Eén keer in de week zorgen de speelsters zelf voor een training, legt ze uit. “Dat doen we om de beurt. Dat is eigenlijk hartstikke leuk, elke training is weer anders. Iedere week staat er weer iemand anders voor de groep.” Van Zitteren is nu medebegeleidster van het team, daar komt nog het nodige bij kijken. “Sponsoren regelen, trainingspakken verzorgen, dat soort dingen. We regelen het eigenlijk allemaal met elkaar.” Dat doen ze met genoeg plezier. “Ondanks de leeftijdsverschillen, zijn veel meiden vriendinnen. Het is een heel gezellig team.” Mede door die gezelligheid kan ze het niet laten om zelf ook nog geregeld een balletje mee te trappen, maar dat is niet de enige reden. “Je moet wel een beetje bezig blijven. De sportschool is niks voor mij. Buitenom voetbal, vind ik weinig sporten leuk. Dit blijft het leukste wat er is. Mijn kinderen voetballen bij Virtus, mijn man staat in de kantine. Je bent niet anders gewend.”

imcoda

Aanwas

Ze merkt dat het damesvoetbal binnen de club nog altijd moet knokken voor haar plekje. “Het blijft een apart eilandje binnen een vereniging. Er komt wel wat meer belangstelling vanuit ‘de heren’, maar nog lang niet genoeg.” Aan haar pleidooi voor het spelletje, kan het niet liggen. “Voetbal is gewoon heel erg leuk. Ik ben ermee opgegroeid, je ziet iedere dag voetbal op tv.” In haar tijd was het nog best gek dat een meisje op voetbal ging, herinnert ze zich. “Dat was niet algemeen geaccepteerd, vonden ze eigenlijk helemaal niks. Nu is het gelukkig heel normaal, zeker binnen Virtus. Het zou pas gek zijn als we hier geen vrouwenvoetbal meer zouden hebben.” Het zou wat haar betreft dan ook goed zijn als jonge meiden zich weer aan zouden melden bij de club, zodat er een meisjesteam opgericht kan worden. “Die aanwas heb je wel nodig. We zijn ooit eens actief bezig geweest, tijdens carnaval, maar niemand reageerde op onze flyers. Ik weet niet zo goed wat dat is.” Toch hoopt ze dat er in de toekomst nog wat stappen worden gezet. “Het loopt allemaal wel, maar we moeten het vooral zelf doen. Het zou mooi zijn als het in de toekomst iets meer vanuit de club zou komen!”

Klik hier voor meer informatie over Virtus
Lees hier meer artikelen over Virtus

Gaynio Aarts voelt zich thuis bij Rood Wit

Bijna vier jaar geleden kwam Gaynio Aarts als ‘vreemdeling’ binnen bij Rood Wit. Na de complete jeugdopleiding te hebben doorlopen bij Zundert, vond de rappe aanvaller het tijd voor iets nieuws. In Sint Willebrord werd hij met open armen ontvangen en voelt hij zich inmiddels helemaal thuis.

Op zeventienjarige leeftijd voerde Aarts al eens een gesprek met de eersteklasser, toen vond hij het nog te vroeg voor een overstap. Die kwam er een aantal seizoenen later dus wel. “Het draaide minder bij Zundert, dus het was voor mij een goed moment om ergens anders te gaan kijken. Ik miste een beetje de ambitie, op zondag wil ik echt gewoon winnen. Bij Rood Wit hadden ze die drive wel.” En dus waagde hij de stap naar Sint Willebrord, helemaal onbekend was hij daar niet. “Mijn moeder komt hier vandaan, dus dan heb je toch dat ‘theikes’ bloed. Kom je makkelijker binnen.” Al is het alleen maar omdat hij ze met Zundert regelmatig tegenkwam, het leverde een bijzondere situatie op, herinnert hij zich nog goed. “We speelden tegen elkaar, Rood Wit werd dat seizoen kampioen, maar wij maakten het met 2-2 nog spannend voor ze. Ik scoorde twee keer en kreeg vanaf de zijkant behoorlijk wat te horen, terwijl ik al in gesprek was met ze. Toen dacht ik nog: dat wordt wat als ik daar volgend jaar speel.”

Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

Moeilijke periode

Inmiddels is hij natuurlijk in de armen van de supporters gesloten, zijn vertrek bij Zundert was niet de makkelijkste. “Je laat wel vrienden achter, maar achteraf is het een heel goede keuze geweest. Dit is ook gewoon een gezellige dorpsclub.” Die gezelligheid was in zijn eerste seizoen, onder toenmalig trainer Jack Sweres, even ver te zoeken voor Aarts. “Ik draaide echt een goede voorbereiding en als nieuwe speler wil je natuurlijk meteen laten zien wat je kan. In een van de eerste wedstrijden scheurde ik na een kwartiertje mijn hamstring af, lag ik er zeven weken uit.” De inwoner van Zundert revalideerde, keerde weer terug in het elftal, tot het opnieuw misging. “Andere hamstring. Pas na de winterstop was ik weer fit, dat was een moeilijke periode. Je gaat op een hoger niveau spelen, probeert jezelf te bewijzen en dan krijg je dit.” Vanaf dat moment werd hem geadviseerd, toch dringend verzocht, een compressiebroek te gaan dragen. “Dat helpt echt. Af en toe heb ik nog een momentje, dat ik denk: toch niet weer? Maar het gaat goed, ik ben ook een positief persoon, dus probeer er niet al te veel aan te denken.” Ondanks een wat stroeve start, voelt Aarts zich helemaal thuis in Willebrord. “Ik wist in eerste instantie niet zo goed wat ik kon verwachten. Je wordt open ontvangen, het is een mooie club, met veel historie.” Dat begint met de bekende mentaliteit. “Altijd willen winnen, vol gas. En als dat niet met mooi voetbal kan, dan maar met strijd. Dat is wel kenmerkend voor Rood Wit.”

Echte klapper

Sinds zijn komst, is er wel het één en ander veranderd, vertelt hij. “De oudere jongens beginnen te stoppen. Jongens als Boy van Steen hebben vanaf de vierde klasse, tot nu eerste klasse, alles bij de club meegemaakt.” De nieuwe spelers hebben een iets andere mentaliteit, heeft Aarts gemerkt. “De jeugd is wat dat betreft wel anders. Minder gemeen als ik het zo kan zeggen.” Niet alleen dat is anders, ook de manier van spelen. Voor de van origine buitenspeler beste even wennen. “We spelen nu 442, dat is natuurlijk niet mijn favoriete opstelling, omdat je dan eigenlijk zonder vleugels speelt. Nu speel ik om de spits heen.” Inmiddels heeft hij daar zijn plekje gevonden. “Je kent de looplijnen, uiteindelijk maakt het je als speler ook alleen maar beter.” In die vier jaar maakte Aarts de nodige mooie momenten mee, al hoopt de vlugge aanvaller dat de echte klapper nog moet komen. “Vorig seizoen begonnen we heel goed, dat was wel een hoogtepunt. En je eerste doelpunt voor een nieuwe club vergeet je natuurlijk ook niet meer. Maar ik hoop dat we met Rood Wit nog eens kunnen verrassen en echt een prijs kunnen pakken, voor mijn gevoel zit dat er wel in.” Voorlopig kent de ploeg van Marco Groeneveld dit seizoen een moeizame start in de eerste klasse, maar zorgen maakt hij zich niet. “Onze doelstelling is middenmoot, zelf zou ik zeggen tussen plek vier en zes, maar Marco zegt vast vier en acht.” Gemakkelijk wordt het zeker niet, erkent hij. “Er zitten een hoop lastige ploegen tussen, verschillende tegenstanders. Een aantal knokploegen. Daar ligt normaal ook onze kracht, op karakter een wedstrijd eruit slepen.”

Fanatiek

Voor zichzelf heeft hij een duidelijk doel voor ogen. “Het klinkt heel cliché, maar ik wil gewoon belangrijk zijn voor het team. Met doelpunten en assists, minimaal tien goals.” Met zijn 25 jaar is er genoeg tijd en ruimte om door te groeien, maar Aarts is zich heel bewust van zijn eigen kwaliteiten. “Ik zit hier heel goed op mijn plek. Eerlijk gezegd zou ik ook niet weten of ik een hoger niveau aan zou kunnen. Halsteren is bijvoorbeeld heel mooi, maar ik denk niet dat ik daarvoor goed genoeg ben. Dat moet je ook van jezelf weten.” En dus hoopt hij nog eens met Rood Wit te kunnen stunten. “Waarom zouden we die hoofdklasse niet kunnen halen? Of een keer nacompetitie? Dat zou fantastisch zijn.” Aan trainer Groeneveld zal het in ieder geval niet liggen, weet hij. “Marco is een gouden vent. Hij is open en eerlijk, je kunt met hem over alles praten.” Toch heeft hij één kritiekpuntje, vertelt hij lachend. “Dat hij 442 speelt! Dat vind ik wel jammer.” Dan serieus. “Voetbalinhoudelijk is Marco sterk, hij leest het spelletje goed, dat merk je tijdens de besprekingen.” Ook in hun gezamenlijke fanatisme vinden ze elkaar. “Ik ben fanatiek, maar Marco is denk ik nog fanatieker. Soms doet hij mee tijdens trainingen of proberen we hem voor de gek te houden tijdens het afwerken, dan kan hij zich behoorlijk opwinden, haha!”

Klik hier voor meer informatie over Rood-Wit
Lees hier meer artikelen over Rood-Wit

Marcel de Bruijn en Jeffrey Apon samen verantwoordelijk voor de JO14 van Unitas’30

De één is al meer dan tien jaar jeugdtrainer, de ander kwam door toedoen van zijn collega voor de groep te staan. Inmiddels zijn Marcel de Bruijn en Jeffrey Apon samen verantwoordelijk voor de JO14 van Unitas’30 en dat doen de twee mannen niet alleen met heel veel passie, maar ook met ontzettend veel plezier. “We zijn er zo fanatiek mee bezig, dat er stiekem heel veel tijd in gaat zitten.”

Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

Die tijd steken ze er overigens met alle liefde in, De Bruijn al sinds 2010. “Het begon met het trainen van mijn zoon en dochter, maar na een paar jaar werd het tijd om afscheid te nemen. Dat deed ik met zoveel plezier, dat ik graag onafhankelijk verder wilde.” En dus volgde de 51-jarige Feyenoord-fan eerst de pupillencursus en haalde hij vervolgens zijn TC3. Voor Apon ligt het net even anders. “Ik heb bewust nooit mijn kinderen getraind, pas nadat ze volwassen waren, ben ik trainer geworden. Tot mijn 50ste heb ik zelf ook nog gevoetbald.” Om toch wat te blijven doen in de voetballerij, verdiepte de 53-jarige jeugdtrainer zich eens in het trainersvak. De Bruijn deed de rest. “Marcel vroeg of ik eens wat bij de JO9 wilde doen. Ik was meteen verslaafd.”

Inhoud

De oudste van de twee is nu bezig met zijn TC3, voor De Bruijn was er ook nog een andere reden om de jeugd te willen helpen. “Een tijd lang ben ik coördinator geweest, dan weet je hoe moeilijk het is om trainers te vinden. Ik ben gek van het spelletje.” De twee doen het samen, al staat Apon wat vaker voor de groep. “Marcel laat mij echt de dingen ervaren en leren, dat is voor mij heel prettig. We sparren veel.” Voor allebei is het mooiste van trainer zijn vrij duidelijk. “Je ziet ze iedere week beter worden, ook al zijn het kleine stapjes.” Maar niet alleen de spelers ontwikkelen zich, vertelt De Bruijn. “Je probeert jezelf ook te verbeteren. Als ik nu terugkijk, zou ik dingen heel anders doen. Toen was het vooral enthousiasmeren, nu is het veel meer voetbalinhoudelijk.” Wat is die inhoud voor de JO14? “Vooral de samenwerking tussen de linies. Ze spelen natuurlijk op groot veld, wat wordt er dan van je verwacht als je middenvelder bent? Hoe probeer je op te bouwen?” Daar gaat behoorlijk wat tijd in zitten, vertelt Apon. “We zijn heel gedetailleerd bezig, per speler. Dat kost veel tijd, maar levert ook veel op.” De Bruijn vult aan. “We hebben heel veel contact samen!”

imcoda

Nadenken

Die energie, wordt er ook in de rest van de jeugdopleiding ingestoken. Met resultaat. “We hebben met de JO14 en de JO16 nu twee prestatieteams. Met ons team spelen we in de tweede divisie, dan heb je soms een uitwedstrijd richting Den Haag, dat is prachtig.” Daar merken de twee heren nog wel een verschil. “Die trainen allemaal drie keer per week, daar is bij ons de ruimte niet voor. Dat zou nog een mooie stap kunnen zijn.” Ze gooien nog maar eens een balletje op, voor de toekomst. “Allemaal op dezelfde wijze spelen en trainen, een rode draad door de opleiding.” Maar tot nu toe is De Bruijn meer dan tevreden. “Als we vroeger tegen bepaalde grote clubs speelden, gingen we er altijd af. Nu zijn we ook in staat om te winnen. Het gaat om ontwikkelen, maar uiteindelijk wil je wel winnen.” Trainingen bestaan vooral uit voetbalvormen en oefeningen waarbij de spelers zelf na moeten denken, als alles lukt, rijden ze met een goed gevoel naar huis. “Als die jongens lekker hebben getraind, geeft dat voldoening.” Wat zijn hun verdere ambities? Apon begint. “Ik wil gewoon beter worden en zorgen dat ik die jongens zoveel mogelijk kan leren.” Ook De Bruijn zit prima op zijn plek. “Ik bekijk het per jaar, voor nu heb ik het heel goed naar mijn zin met ‘Jeff’.” Die ‘Jeff’, zelf Ajacied, vult hem tot slot nog even aan. “JO15 bij Feyenoord ziet hij wel zitten, haha!”

Klik hier voor meer artikelen over Unitas’30.
Klik hier voor meer informatie over Unitas’30.