Home Blog Pagina 688

Justin Houtzager heeft ‘The American Dream’ bij Moerse Boys

Hij doorliep bij Baronie alle jeugdelftallen, maar kreeg uiteindelijk nooit een kans in het eerste. En dus besloot Justin Houtzager drie jaar geleden dat het tijd was voor een nieuwe uitdaging. Die vond hij in Moerse Boys, toch heeft de verdedigende middenvelder voor volgend seizoen één grote droom: ‘The American Dream’. 

Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

Aan de vooravond van zijn derde seizoen bij de hoofdklasser uit Zundert, blikt Houtzager desgevraagd nog een keertje terug op zijn overstap. “Ik speelde altijd in de hoogste jeugdteams, maar toen ik naar de senioren moest, was trainer Jurriaan van Poelje heel duidelijk. Ze hadden geen plannen met mij, ik moest naar het tweede.” Dat hield Houtzager een jaartje vol, maar heel erg van harte ging dat niet. “Daar bestond je eigenlijk niet. Je hoopt op een kans, maar die kwam er nooit.”

Menselijker

En dus had de 22-jarige inwoner van Breda al snel door dat hij ergens anders voor zijn kans moest gaan, via Sem Herijgers rolde het balletje al snel richting Moerse Boys. “Die had daar al gespeeld en wilde graag weer terug. Ik wilde zelf op een zo hoog mogelijk niveau spelen, ging op gesprek en trainde mee, dat beviel heel goed. Uiteindelijk promoveerden ze naar de hoofdklasse, dat was een geluk.” Van die keuze heeft Houtzager tot op de dag van vandaag geen spijt. “Het eerste seizoen was het knokken voor mijn plekje, maar die heb ik inmiddels wel veroverd. Het is door corona nog wachten op mijn eerste volledige seizoen, maar ik heb al gemerkt hoe het hier leeft.” Een verschil met Baronie, vertelt hij. “Meer supporters en alles is goed geregeld. Menselijker, zou ik het kunnen noemen. Daar is alles op het eerste gericht, hier is er veel meer samenhang tussen de jeugd, het eerste en het tweede.” De kans die ze hem bij Moerse Boys dus boden om op hoofdklasse-niveau actief te zijn, heeft hij met beide handen aangegrepen. “Ik speel elke wedstrijd, dus kan het niveau prima aan. Als verdedigende middenvelder speel ik graag duels. Hard werken en meters maken, zodat de creatieve jongens hun ding kunnen doen.”

imcoda

Mooie ervaring

De start van het seizoen bezorgt hem tot dusverre een dubbel gevoel. “Voetballend is het prima, maar de bal valt er maar niet in. Dat is bij voetbal toch best wel belangrijk.” Toch geeft het spel genoeg vertrouwen, zo gaat hij verder. “Eerst wilden we ons zo snel mogelijk handhaven, maar nu vind ik dat we voor de middenmoot moeten gaan.” Over trainer Jurgen Arnouts is de jongeling dan ook zeer tevreden. “Hij ziet het spelletje en is heel duidelijk. Overlegt veel met zijn spelers, al ben ik zelf wat rustiger, dan luister ik gewoon.” Voorlopig doet hij dat nu nog in het Nederlands, maar dat kan volgend jaar zomaar anders zijn. Al zitten daar nog wat haken en ogen aan. “Ik wil graag in Amerika gaan studeren en voetballen, maar dan moet ik wel dit jaar mijn diploma Sportkunde halen. En daarnaast moet ik nog ‘voetbalbeeldjes’ knippen en plakken, maar ik ben niet de handigste met de laptop, haha!” Rond december moet hij zich dan laten zien in een zogeheten ‘showcase’ wedstrijd. “Dat is gewoon in Nederland. Dan komen trainers kijken, als je het dan goed doet, bieden ze je een beurs aan. Daar kun je vervolgens uit kiezen.” Een druk en warrig jaar, dat voor Houtzager uiteindelijk moet resulteren in een mooie ervaring in het buitenland. “Ik ga vooral voor de voetbal en het avontuur, maar dan moet ik het wel goed doen op school. Dus voorlopig moet ik vooral daar even extra hard mijn best doen!”

Klik hier voor meer informatie over Moerse Boys.
Lees hier meer artikelen over Moerse Boys.

Ad Brood doet alles voor zijn tweede liefde DSE

Onlangs werd Ad Brood tijdens de ALV van DSE gehuldigd voor zijn 55-jarig lidmaatschap bij de club. Een eervolle vermelding die gezien zijn verleden en heden bij de Etten-Leurse vereniging niet meer dan terecht is, gelukkig is de liefde geheel wederzijds. “Het is mijn tweede huwelijk, later zou ik begraven willen worden in een shirt van DSE.” 

Overigens is de 67-jarige Brood daar, voor de goede orde, totaal nog niet mee bezig. De sportfanaat zit nog lang niet stil. “Ik kan het af en toe niet laten om toch nog een balletje mee te trappen, dat zou je op mijn leeftijd eigenlijk niet meer moeten doen, maar het blijft zó leuk.” En dat voetbal zo leuk was, wist het erelid van de club al op tienjarige leeftijd. “Buren van mijn ouders waren medeoprichters van DSE, dus die vroegen natuurlijk geregeld: ‘Moet jij niet gaan voetballen?’ Dat wilde ik wel.Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

Buitengebied

Vanaf dat moment begon het boek zichzelf te schrijven, maar dat het zo dik zou worden, had Brood toen waarschijnlijk ook niet verwacht. “Ik heb vijftien jaar in het eerste gespeeld, vanaf de A’tjes werd ik jeugdleider en tot een aantal seizoenen geleden deed ik dat bij de zondag 5.” Maar het rijtje gaat nog even door. “Ruim 25 jaar lang heb ik in het bestuur gezeten, was ik jeugdvoorzitter en deed ik de activiteitencommissie.” Het laat meteen zien wat zijn ‘probleem’ is. “Ik kan geen ‘nee’ zeggen. Dus als ze vragen of ik iets wil doen, doe ik het. Vragen ze of ik de dames wil vervoeren, dan rijdt de gek weer!” Hij weet nog goed hoe het er in zijn tijd als leider aan toeging. “Toen moest je de wedstrijdformulieren zelf nog invullen. Veertien namen en rugnummers. Dat moest allemaal kloppen, soms ging dat fout. Moest je de naam gaan achterhalen van iemand die een kaart had gekregen.” Maar ook als voetballer was het iets anders dan nu. “We trainden in het buitengebied, liepen de koeien nog op het veld.” Hij bewaart goede herinneringen aan die tijd. “In ’77 werden we kampioen, dat was een heel festijn. Een jaar later werd ik speler van het jaar. Een hardwerkende rechtsback.”

imcoda

Geweldige eer

Nadat hij later ook nog jeugdtrainer werd, vond zijn vrouw het op een gegeven moment wel genoeg. Hij ging vervolgens uit het bestuur, toch kan hij het niet laten. “Op woensdag en vrijdag zijn we met vrijwilligers bezig om het sportpark netjes te houden, dat is toch je visitekaartje.” Hoewel hij zichzelf ‘een beetje gek’ noemt, geniet hij er met volle teugen van. “De waardering die je krijgt, het praatje dat ze komen maken, je kent iedereen.” Dat heeft ook zijn vrouw meermaals ondervonden, vertelt hij. “Als we door Etten-Leur lopen, spreken mensen je aan. Dat is het verenigingsleven, zeg ik dan.” DSE kan met recht een groot deel van zijn leven genoemd worden. “Het is één grote familie, zo gezellig. Het blijft een uitlaatklep.” Daar doet hij dan ook met alle liefde alles voor. “Als ik op het complex kom, heb ik binnen het kwartier vijf nieuwe functies. Maar gelukkig kan ik het allemaal nog!” De waardering die hij krijgt, liegt er dan ook niet om. “Tijdens de viering van het 50-jarig jubileum, werd ik benoemd tot erelid. Dat is het mooiste wat mij ooit is overkomen. Toen stond ik echt te springen op dat podium, een geweldige eer.” Voor zijn 55-jarig lidmaatschap werd hij onlangs dus ook gehuldigd, al is hij eigenlijk al langer lid. “Na een wisseling van secretaris, is de telling opnieuw begonnen. Ik ben stiekem al 58 jaar lid.” Een standbeeld hoeft hij daar absoluut niet voor, met één ding zou je hem nog veel gelukkiger maken. “We hebben echt nog wat vrijwilligers nodig, zodat we lekker door kunnen blijven gaan met zijn allen!”

klik hier voor meer artikelen over VV DSE.
Klik hier voor meer informatie over VV DSE.

Eric Ros is meer dan teammanager bij Sprundel

Als je het hebt over een clubman in hart en nieren, zullen ze bij Sprundel waarschijnlijk allemaal denken aan Eric Ros. Begonnen op zijn zevende, vijftien jaar in het eerste elftal en inmiddels teammanager. “Als we allemaal een beetje bijdragen, kunnen we het samen ontzettend leuk houden.”

Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

Het is eigenlijk het eerste waar de 42-jarige Ros zelf over begint. “Ik ben zeker een kind van de club, dat kun je wel zo zeggen.” Heel gek is dat niet, want op een jaartje Internos na, loopt hij er eigenlijk al heel zijn leven rond. Begonnen tijdens een vriendjes- en vriendinnendag. “Gewoon om te kijken of het wat voor mij was. Veel vrienden zaten hier al, dan mag je een keer mee.” Dat heeft hij geweten. “Ik was altijd met voetbal bezig, samen met mijn andere broer. Op veldjes, pleintjes of bij ons in de tuin.”

Biertje doen

Op zijn 34ste vond Ros het wat betreft eerste elftal ‘welletjes’, maar dat wil zeker niet zeggen dat hij niet meer op het veld staat. “We zijn met een aantal jongens in een lager elftal gaan spelen, dat doen we nu nog steeds. Net zo fanatiek als vroeger, maar het gaat vooral om het zien van je maten en een biertje doen.” Al kan hij er, door zijn nieuwe functie als teammanager bij het eerste, dit seizoen niet altijd bij zijn. “Soms kan het nog net, maar anders gaat het eerste elftal natuurlijk voor.” Hij kijkt met veel plezier terug op zijn eigen tijd bij het vlaggenschip. “Ik ben begonnen als middenvelder, maar na een jaar of zes liep ik een zware knieblessure op. Lag er een jaar uit en knokte mij daarna weer terug in het team.” Wel op een andere positie. “In de verdediging. Het laatste jaar kwam ik weer op het middenveld terecht, terwijl ik in de jeugd altijd spits was geweest.” De drie kampioenschappen vergeet hij nooit meer. “Meteen in het eerste seizoen dat ik bij de selectie zat, werden we kampioen in de vijfde klasse.” Ros weet wel welk niveau het beste bij Sprundel past. “We zijn top vierde klasse en onderkant derde. Dan is het gewoon knokken voor wat we waard zijn.” Dat knokken doet hij nu dus vanaf de zijlijn, hij ziet een talentvolle groep binnen de lijnen. “Ze zijn jong, maar kunnen echt goed voetballen. Er komt alleen wel wat meer bij kijken, een stukje ervaring of slimmigheid.”

imcoda

Steentje bijdragen

Daar probeert hij een bijdrage aan te leveren. “We geven ze het vertrouwen, omdat ons dat op de lange termijn gaat helpen. Foutjes zullen worden afgestraft, maar dat leren ze alleen door die wedstrijden te spelen.” Dat Ros nu teammanager is, had hij zelf misschien ook niet helemaal verwacht. “Ik ken Patrick Arnouts, de huidige trainer, al van kleins af aan. We hebben samen gevoetbald en hij is zelfs mijn trainer geweest. Dus toen bekend was dat hij naar Sprundel kwam, belde hij mij in januari op: ‘Wil je teamleider worden?’ Daar moest ik wel even over nadenken.” Met een drukke baan en de nodige kilometers die hij daarvoor vanuit Breda dagelijks moet rijden, was het zoeken naar vrije tijd. Die vond hij al snel. “Een jonge groep, daar wilde ik voor de toekomst graag mijn steentje aan bijdragen.” Wat doet hij precies als teammanager? “Ik heb eigenlijk drie functies. De trainer ondersteunen, als een soort assistent, vertrouwenspersoon zijn voor de spelers en organisatorisch alles regelen.” Ook met het spelletje bemoeit hij zich dus. “Op donderdagavond zitten we altijd even bij elkaar, om het over de tactiek en de selectie te hebben.”

Saamhorigheid

Na al die jaren kent Ros natuurlijk iedereen bij de club, hij is vooral trots op de vrijwilligers. Daar begon hij zelf ook al vroeg mee. “Als jeugdspeler ben ik leider en trainer geweest van een ploegje, later zat ik nog in de jeugdcommissie, in de ‘TC’ en was ik mede-initiatiefnemer van SV Sprundel Beachsoccer. Een vereniging als Sprundel draait op vrijwilligers, dat is een stukje saamhorigheid.” Hij geeft een voorbeeld. “Bij het tweede hebben we nu geen trainer, dus doen oud-spelers en een oud-trainer om de beurt een training. Dat toont wel aan wat voor club dit is.” Met twee spelers binnen de selectie speelde hij nog samen, ook zijn fanatisme kan hij prima kwijt in zijn nieuwe functie. “Je probeert natuurlijk langs de lijn gewoon rustig te zijn, het spelletje te analyseren. Continu roepen heeft geen zin.” Hij zit dan ook prima op zijn plek. “Ik geniet van het moment, maar wat mij betreft blijf ik dit nog wel een paar jaar doen.” Tot slot blikt hij vooruit op het seizoen in de derde klasse. “Het wordt zwaar, maar de doelstelling is om ons te handhaven. Dat zit er zeker in. We zijn een voetballend team, als die jongens vertrouwen krijgen, komt het goed.” Het resultaat van de wedstrijd tegen DSE was misschien teleurstellend, maar de sfeer voor, en na de wedstrijd maakte veel goed. “Op zaterdagavond, met veel publiek, vuurwerk en na afloop een disco in de kantine.” Maar winnen of verliezen, Ros kent geen plek waar hij liever is. “Het is fijn om hier te zijn!”

Klik hier voor meer informatie over SV Sprundel
Lees hier meer artikelen over SV Sprundel

Jens Huijbregts gaat fluitend naar de top bij VV Wernhout

Na vijf operaties aan zijn knie, zat er voor Jens Huijbregts eind 2018 niets anders op dan zijn voetbalschoenen aan de wilgen te hangen. Om toch betrokken te blijven bij zijn twee grote liefdes, voetbal en Wernhout, ging hij op zoek naar een nieuwe passie. Nu komt hij als scheidsrechter fluitend naar de club.

Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

Kleine stappen maken grote sprongen. Want de droom van Huijbregts is groot, maar begint klein. “Om wedstrijden te mogen fluiten, moet je eerst verenigingsscheids worden. Die cursus, bij de KNVB, begint deze maand.” Na vier bijeenkomsten, vier wedstrijden onder begeleiding en online cursussen is de 26-jarige dan eindelijk officieel bevoegd om wedstrijden van Wernhout te fluiten. Al is dat pas het begin, hij is er blij mee. “Door mijn blessures mocht ik zelf niet meer voetballen. Jeugdtrainer was niet zo mijn ding, vlaggen deed ik al bij het eerste, tot ze zeiden: Is scheidsrechter niet wat voor jou?” Daar was hij zelf ook wel benieuwd naar en dus volgde Huijbregts wat cursussen en floot hij een aantal wedstrijden. “Dat beviel eigenlijk heel goed. Ik heb denk ik wel de eigenschappen om een goede scheids te zijn. Mijn conditie is goed, ik blijf rustig onder druk en door mijn werk als teamleider loop ik niet weg voor verantwoordelijkheid.”

imcoda

Uitdaging

Maar zoals gezegd, ligt zijn lat hoger dan wedstrijden bij Wernhout fluiten, al weet hij zelf ook nog niet zo goed waar die precies ligt. “Ik sta natuurlijk nog heel erg aan het begin. Hoe gaat mijn knie het houden? Ik heb geen eindstation in mijn hoofd, het is een grenzeloze ambitie. Maar ik ga wel voor minimaal hoofdklasse.” Hij somt de vervolgopleidingen vervolgens moeiteloos op. “Dat is nog heel ver weg, maar ambitie mag er zijn toch?” Als voetballer, werd zijn interesse eigenlijk al gewekt. “Dat moet ik toch makkelijk beter kunnen? Het helpt wel als je zelf gevoetbald hebt, dan heb je toch meer ‘feeling’ met het spelletje. Als je maar consequent en duidelijk bent, accepteren spelers het veel sneller. Emotie hoort ook bij voetbal.” Tijdens wedstrijden op tv kijkt hij met interesse naar scheidsrechters, vooral die uit Spanje. “Ik heb al vaak voor de grap gezegd: met tien jaar ervaring, kan ik dat toch ook? Dat valt nog vies tegen denk ik.” Vooral de complimenten van spelers, na een wedstrijd, doen hem goed. “Zeuren hoort er ook gewoon bij, je probeert toch zo’n scheidsrechter te bespelen. Ik ben heel benieuwd hoe ik het allemaal ga vinden, kijk echt uit naar die uitdaging en moeilijke wedstrijden, dat geeft energie!”

Klik hier voor meer informatie over VV Wernhout.
Klik hier meer artikelen over VV Wernhout.

Jurgen van Kuijck van VVR ziet populariteit van damesvoetbal

Op de vraag of het damesvoetbal nog altijd populair is in het amateurvoetbal? Daar antwoorden ze bij VVR op met een volmondige ‘ja’! Sinds dit seizoen hebben ze een selectiebeleid bij de dames, zijn er twee ‘veteranen’ teams voor 30+ en wordt er in iedere leeftijdscategorie gevoetbald. Jurgen van Kuijck, jeugdcoördinator van de meiden, ziet het allemaal tevreden aan. 

Hij zorgt dat iedereen voldoende hesjes krijgt, dat er genoeg ballen zijn en staat de trainers bij. Eigenlijk zorgt Van Kuijck er kortgezegd voor dat er gevoetbald kan worden. En dat kan vanaf dit seizoen dus in groten getale, vertelt de vader van twee voetballende dochters trots. “In alle leeftijden, van de MO9 tot de MO19, hebben we een meidenteam. Dat is toch wel uniek voor een klein dorpje.” Twee jaar geleden vroegen ze Van Kuijck, die ook trainer is van de MO17 en assistent bij de selectie, of hij de rol van coördinator op zich wilde nemen. “Mijn dochters voetballen hier ook, dan wil je toch graag meehelpen. Ik viel af en toe al in als leider of om te vlaggen, het is leuk als ze lekker kunnen voetballen. Dat is bij de jongens iets meer vanzelfsprekend dan bij de meisjes.”

Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

Actief bezig

Waar bij de mannen alles al tot in de puntjes geregeld was, zijn ze ook bij de meiden op de goede weg. “Alle trainers hebben nu bijvoorbeeld hun eigen sleutels, zodat ze altijd bij de ballen en hesjes kunnen. Het zijn kleine dingetjes, maar daar begint het wel mee.” Dingen beter regelen dus, Van Kuijck doet het graag voor de club waar hij sinds zijn vijfde rondloopt. “Ik heb achttien jaar in het eerste gespeeld en werd al vroeg leider. Wat dat betreft ben ik eigenlijk altijd wel betrokken geweest.” Dat is hij nu dus niet alleen als coördinator en aanspreekpunt, maar ook als trainer. Dat blijft stiekem het leukste. “Je ziet die meiden gewoon beter worden. Voorheen vonden ze het vooral gezellig om samen in één team te zitten, maar ze worden steeds fanatieker. Dat zie je op zaterdag terug.” Ook de club neemt het steeds serieuzer, te beginnen met een selectiebeleid voor de senioren. Een goede stap, denkt hij. “Daardoor wordt het niveau alleen maar hoger. Er zitten veel meiden onder, dus de aanwas is er straks zeker wel. Daar zijn we actief mee bezig, met vriendinnendagen bijvoorbeeld. Maar ook onderling steken ze elkaar nog steeds aan om op voetbal te gaan.”

Beleidsplan

Niet alleen op het veld, ook daarbuiten is iedereen bij VVR een onderdeel van de club. “We organiseren een kamp, voor jongens en meiden, of gaan naar buitenlandse wedstrijden. Binnen het bestuur merk je dat iedereen echt achter het damesvoetbal staat, dat is goed.” Van Kuijck ziet een aantal verschuivingen in de afgelopen jaren. “Meisjes gaan steeds jonger op voetbal, daardoor leren ze al op vroege leeftijd echt voetballen. Het niveau is dan gewoon hoger.” Daar helpen hun goedgevulde jeugdselecties ook bij, denkt hij. “Vroeger moest je nog weleens een leeftijdscategorie overslaan, dat hoeft nu niet meer. We hebben genoeg speelsters, af en toe schuiven we om elkaar te helpen, maar dat is geen probleem.” Maar gedreven als hij is, ziet hij nog genoeg ruimte voor verbetering in de komende tijd. “We zouden graag een beleidsplan in willen voeren voor het damesvoetbal. Wat willen we precies bereiken? Als we doorgroeien naar de derde klasse, zou dat al een mooie stap zijn. Maar ook, hoe trainen we? Als we de jeugd op dezelfde manier laten trainen als de senioren, zijn ze dat al gewend. Is die stap straks veel kleiner. Daar denken we nu over na!”

Klik hier voor meer informatie over VVR
Lees hier meer artikelen over VVR

Gerben Potters: trotse aanvoerder van Schijf 

Met zijn 28 jaar viel Gerben Potters tijdens de maatregelen precies buiten de boot. De bal lag dan ook een lange tijd stil bij derdeklasser Schijf, maar inmiddels rolt hij weer als vanouds. Dat doen ze sinds dit seizoen met een nieuwe aanvoerder en daar is Potters maar wat trots op. “Dat ik dat mag zijn, vind ik heel bijzonder.” 

Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

Als accountmanager van een distributeur voor cosmetica, is de centrale verdediger van Schijf regelmatig op de weg. Sinds de laatste weken dan weer, althans. “Wij verkopen alles wat erin zit, eerst was het allemaal online, nu mogen we weer op pad.” Een beeld dat parallel loopt met het afgelopen voetbaljaar. “De situatie werd alleen maar slechter en slechter, toen bekend werd dat de competitie niet meer hervat zou worden, zijn we gestopt met trainen. Dan is de lol er wel vanaf. Als je zondag niet speelt, en de zondag daarop en die daarop…”

Meevoetballende keeper

Gefrustreerd keek hij toe, hoe zijn jongere teamgenoten wel gewoon mochten trainen. “Ik was in de zomer net 28 geworden, dan sta je daar. Uiteindelijk hebben we tot eind mei getraind, toen twee maanden rust gehad en daarna begonnen met de voorbereiding.” En dat was toch even wennen, vertelt hij. “Voetballen verleer je niet, maar je moet toch weer even dat ritme krijgen.” Al was het spelen van wedstrijden zonder publiek, ook absoluut geen feest. “Dan was het aankomen, omkleden, spelen en na het douchen meteen naar huis. Daarvoor zit je niet bij Schijf.” Dat doet Potters, op twee uitstapjes na, al vanaf zijn zesde. “Van mijn ouders moest ik eerst mijn zwemdiploma halen, daarna mocht ik op voetbal.” Vervolgens stond hij jarenlang onder de lat, maar toen hij zeven seizoenen geleden terugkeerde op het oude nest, ging het roer om. “Ik wilde graag in een eerste elftal spelen en terug naar waar ik was begonnen. Het plezier in keepen was ik wel een beetje verloren, toen ben ik gaan voetballen.” De transitie naar verdediger maakte hij, naar eigen zeggen, zonder al te veel problemen. “Ik was altijd al een meevoetballende keeper, dus dat zat er wel in.” Een echte dorpsclub, waar hij iedereen kent, maar inmiddels niet meer woont. “Drie jaar geleden ben ik verhuisd naar Roosendaal. Op straat word je echt aangesproken, ze kennen je van de voetbal, dat is wel leuk. We zijn een vriendenteam, iedereen is loyaal naar de club. Eigenlijk spelen we al jaren met dezelfde jongens.”

imcoda

Andere mentaliteit

Van die vriendengroep, is hij vanaf nu dus aanvoerder. En dat maakt hem trots. “Aanvoerder van een eerste elftal. Het was voor mij een beetje de volgende stap, dus ik probeer die rol zo goed mogelijk op te pakken.” Een rustige leider, zo omschrijft hij zichzelf. “Veel coachen, maar wel rustig. Ik zal nooit gaan schelden.” Na vier seizoenen in de derde klasse, waarvan er twee niet werden afgemaakt, is het doel voor dit jaar duidelijk. “Zo snel mogelijk veilig spelen en dan kijken of we ergens in de middenmoot kunnen eindigen. Uiteindelijk hopen we door te groeien tot een stabiele derdeklasser.” Met een jonge en talentvolle, maar krappe groep, moet dat dit seizoen gaan gebeuren. “We moeten wel een beetje vrij blijven van schorsingen en blessures, maar het is leuk om die jonge gasten op sleeptouw te nemen. Ik moet dan vaak terugdenken aan mijn tijd, toen ik net bij de senioren kwam. Nu probeer ik ze te vertellen hoe het is om die stap te maken.” Daarin ziet hij toch wel een hoop verschillen. “De mentaliteit van de jeugd is nu wel anders. Toen ik die leeftijd had, was het echt een eer om voor het eerste elftal te mogen spelen. En ging je op zaterdagavond echt niet stappen, nu is het leven buiten de voetbal ook heel aantrekkelijk.” Als aanvoerder probeert hij, in ieder geval op het veld, het goede voorbeeld te geven. “Ik ben een speler die voorop in de strijd gaat, moet het hebben van mijn duelkracht en kopduels. Met mijn techniek kan ik het in ieder geval niet compenseren.” Tot slot heeft hij, net als iedere voetballiefhebber, maar één wens. “Dat het weer een normaal seizoen wordt, met supporters!”

Klik hier voor meer informatie over VV Schijf
Lees hier meer artikelen over VV Schijf

Roy Jacobs is opeens de oudste bij Zundert

Je zou het misschien niet zeggen en ook zelf staat hij ervan te kijken, maar met zijn 30 jaar is Roy Jacobs dit seizoen de oudste binnen de selectie van derdeklasser Zundert. Juist die ervaring probeert de verdediger, op weg naar promotie, over te dragen op zijn teamgenoten. “Ze willen graag beter worden, dat is gaaf om te zien.” 

Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

Hij schrikt er zelf ook een beetje van, als hij er zo eens over nadenkt. “Schijnbaar ben ik ineens alweer de oudste. Toen ik veertien jaar geleden bij het eerste kwam, liepen er allemaal gasten van mijn leeftijd. Nu ben je met 30 echt het opaatje van de selectie.” Sinds anderhalf seizoen is Jacobs, na een aantal uitstapjes bij Baronie, Moerse Boys en in België, terug bij de club waar het begon. “Ik was een jaar of vier, toen begon ik hier bij de kabouters. Dat was toen alleen nog trainen, op mijn zestiende maakte ik mijn debuut.”

Door de vingers

De inwoner van Zundert kreeg een dochtertje, keerde terug, maar moest in het begin wel weer even wennen. “Lekker dichtbij. Je bent toch een hoger niveau gewend, de intensiteit ligt lager. Gelukkig hebben we een goede groep, die echt klaar is voor een stapje omhoog.” En dus is het zaak om al die jongens bij elkaar te houden, weet hij uit ervaring. “Acht jaar geleden, hadden we bij Zundert ook een heel goede groep, maar dat team viel compleet uit elkaar. Als we dat nu kunnen voorkomen, komt er echt een mooie tijd aan.” Veel bekende gezichten, trof hij bij terugkomst dus niet. “Een stuk of twee denk ik, de rest zijn allemaal jonge gasten.” Dat was voor Jacobs dan ook niet de belangrijkste reden om terug te keren. “Ik omschrijf Zundert altijd een beetje als een club die de grenzen opzoekt. Spelers krijgen hier meer vrijheid om dat te doen.” Hij geeft een voorbeeld van vroeger. “Het is ook wel meer een gevoel, moet ik zeggen. Maar in mijn eerste periode, gedroegen we ons niet echt als een eerste elftal. Spelers kwamen vaak laat thuis na het stappen, maar speelden de volgende dag wel gewoon. Dat werd door de vingers gezien, je wordt niet in een hokje geduwd.” Zoals gezegd heeft Jacobs, vroeger middenvelder nu verdediger, ondertussen alles wel zo’n beetje gezien. Daarmee probeert hij het team te helpen. “In België heerst een andere mentaliteit, is het altijd volle bak. Bij Zundert deden we het vaak wel op tachtig procent, dat probeer ik nu te laten zien.”

imcoda

Professioneler

Zelf was hij ook niet het braafste jongetje van de klas, maar juist dat helpt hem nu, zo denkt hij. “Dat kan ik die jongens wel meegeven. Het is mooi om te zien dat ze er echt voor openstaan, ze willen graag en nemen dingen van je aan. Ze hebben echt de intentie om beter te worden.” Dat is niet alleen op het veld het geval, heeft de routinier gemerkt. “In de loop van de jaren is Zundert professioneler geworden. Met Ruud Verheijen hebben we bijvoorbeeld een hersteltrainer, maar ook het bestuur heeft een nieuwe toon gezet. Anders waren we hier nu nooit geweest.” De tijden zijn sowieso wel een beetje veranderd, vertelt hij. “Jongens lopen niet meer buiten de boot, daardoor kunnen we stappen maken, zijn we een stukje stabieler dan voorheen.” En dat is nodig, want de ambities van Jacobs liggen hoog. “We zijn verplicht om bij de eerste drie te eindigen en te promoveren. Het allermooiste zou zijn als we aan het einde van het seizoen gewoon met die schaal staan. Op eigen kracht, dat moet voor ons de grootste drijfveer zijn.” Daar hoopt hij zelf een belangrijke bijdrage aan te leveren, maar misschien wat anders dan hij gewend was. “Ik ben niet meer zo op de voorgrond met goals en assists, of een pass over 50 meter. Het elftal moet goed functioneren, dan maken we uiteindelijk de meeste kans!”

Klik hier voor meer informatie over VV Zundert
Lees hier meer artikelen over VV Zundert

Sven van Zwam van Internos is niet gekomen om af te bouwen

Hij voetbalde in de jeugd van RBC Roosendaal en NAC Breda, vertrok jaren later naar Dosko en via omzwervingen bij Rood Wit en Halsteren keerde Sven van Zwam afgelopen zomer bij Internos terug op de plek waar het voor hem allemaal begon. En dat doet hij in de vierde klasse zeker niet om af te bouwen. “Ik ben pas 25, binnen drie jaar moeten we twee keer promoveren!”

Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

De aanvaller met een gouden linkerbeen zag, ondanks zijn nog jonge leeftijd, dus al een hoop van het Brabantse voetbalwereldje. Toch keert hij nu dus alweer terug, hij legt uit waarom. “Zeker bij Halsteren was het echt investeren om basisspeler te worden. Mede door corona heb ik daar de afgelopen twee jaar nauwelijks gespeeld, dat zag ik niet nog een seizoen zitten. Uiteindelijk ben je als klein jongetje op voetbal gegaan om lekker plezier te hebben.”

Mooiste tijd

En waar kun je dat beter vinden, dan de club waar je bent opgegroeid? “Dat maakte het voor mij ook niet echt een moeilijke keuze. Veel vrienden voetballen hier en het plan om terug te komen in die tweede klasse, sprak mij wel aan.” Want nadat Internos de stap van de zondag naar de zaterdag maakte, moest het weer onderaan beginnen. Een verschil met zijn vorige clubs. “Bij Dosko speelde ik in de hoofdklasse en heb ik, ondanks dat we degradeerden, wel een leuk jaar gehad. Rood Wit was mijn mooiste tijd, in de eerste klasse.” Bij Halsteren ging hij in de hoofdklasse vervolgens op zoek naar zijn plafond. “Ik weet zeker dat ik dat niveau aankan, maar uiteindelijk heb ik door omstandigheden weinig kansen gehad. Dat maakt het wel jammer.” Vooral op zijn tijd in Sint Willebrord kijkt hij dus met een grote glimlach terug. “We promoveerden toen bijna naar de hoofdklasse, dat had niemand verwacht.” En ondanks dat hij nooit met tegenzin naar de trainingen ging, heeft hij nu bij Internos het echte plezier weer terug. “Ik wilde niet nog een seizoen hebben waarin het net wel of net niet spelen zou zijn. Na ongeveer anderhalf jaar amper voetballen, had ik het gevoel dat ik dit moest doen.” De uitdaging sprak Van Zwam aan. “Ons sportief omhoog werken. Het niveau op de trainingen is hoger dan in de competitie, dat zie je ook wel aan de uitslagen, maar we gaan niet zomaar kampioen worden.”

imcoda

‘Hallertje’

Sinds zijn vertrek vijf jaar geleden is er het nodige veranderd, zo vertelt hij. “Het is een minder grote club geworden. Ze zijn ook niet voor niks van zondag naar zaterdag gegaan, anders waren de problemen nog groter geweest. Unitas is nu de grootste club van Etten-Leur, aan ons om Internos weer op de kaart te zetten.” En dat de aanvaller, die voorheen ook regelmatig centraal achterin speelde, niet is gekomen om uit te voetballen, dat mag duidelijk zijn. “We zijn verplicht om te promoveren. Het liefste speel ik hier weer gewoon op hoger niveau. Daarom heb ik gezegd: binnen drie jaar moeten we weer in die tweede klasse zitten, gelukkig waren ze dat met mij eens.” De grote uitslagen geven niet altijd evenveel voldoening, maar als spits probeert hij er natuurlijk zoveel mogelijk te maken. “Ik zak veel in, de ’10’ vind ik eigenlijk de leukste positie, dus daar kom ik zo best vaak uit.” Bij Dosko was dat heel anders, weet hij nog. “Die zagen in mij de ideale ‘cv’, maar zelf speel ik liever wat dichter bij de goal.” Inmiddels staat de teller op zes treffers, Van Zwam mikt op de twintig. Al is de inwoner van Etten-Leur vooral blij dat hij weer mag voetballen, want dat was nog maar even de vraag. “Ze hadden mij niet goed aangemeld, daardoor mocht ik de eerste vier officiële wedstrijden niet meedoen. Een ‘Hallertje’…” Hij voelt zich tot slot weer als een vis in het water. “Het is zo heerlijk om weer op het veld te staan, lekker met je vrienden. We zijn allemaal nog best jong, dus als we bij elkaar blijven, kunnen we straks een leuke rol spelen in die tweede klasse!”

Klik hier voor meer informatie over Internos
Lees hier meer artikelen over Internos

Tim van de Dool ‘SVC zit in ons bloed, het is een familiedingetje’

Onverwachte overwinningen, veel doelpunten en een mooie plek in de tussenstand. Voor de 21-jarige Tim van den Dool had het seizoen met SVC niet beter kunnen beginnen. Het kind van de club, zoals hij zichzelf noemt, had deze start om eerlijk te zijn dan ook niet zien aankomen. “Dit had niemand verwacht, maar is wel lekker natuurlijk!”

Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

Een kind van de club is, als je het verhaal kent, eigenlijk heel logisch. “Van kleins af aan zit ik al bij SVC, vanaf dat ik vijf jaar was. Mijn zus en vader hebben hier ook gevoetbald, dus het is een familiedingetje. Het zit in ons bloed.” Al vanaf jonge leeftijd maakte Van den Dool, spits van beroep, kennis met het vlaggenschip van de club. “Op mijn vijftiende trainde ik al mee, toen ik zeventien was zat ik vast in het eerste. Dat was best zwaar, als ik er zo over nadenk.” Dat legt hij graag even uit. “Qua duelkracht is het echt heel anders. In de jeugd maak je even makkelijk een actie, nu niet meer, die omschakeling is wel even wennen. Daar heb ik wel een jaar of twee voor nodig gehad.”

Dromen

Inmiddels heeft hij die knop wel omgezet, getuigen ook de positieve woorden van trainer Joost Hulshof. “Tim is onze aanvalsleider, gaat voorop in de strijd en heeft een neusje voor de goal. Ik verwacht dat hij binnen een niet al te lange tijd zowel op, als buiten het veld, de echte leider van ons team zal zijn.” Zelf twijfelt hij daar nog aan. “Dat weet ik niet hoor. Ik ben de jongste van het team, dan is dat toch lastig.” Aan zijn inzet zal het in ieder geval niet liggen. “Ik ben een hardwerkende en meevoetballende spits. Binnen het veld ben ik vrij rustig en stil, maar daarbuiten ben ik iets meer aanwezig, haha. Dan hebben we het veel over voetbal”, voegt hij snel nog toe. Ondanks de goede start, zet Van den Dool niet al te hoog in wat betreft een eindrangschikking. “Onze doelstelling is eigenlijk gewoon om in die vierde klasse te blijven, alles daarboven is meegenomen. Maar we moeten nu ook niet al te vroeg gaan juichen.” Juichen doet hij overigens zelf regelmatig, na zes wedstrijden staat de teller al op achter treffers. Hoeveel gaat hij er dit seizoen maken? “Aan het begin van het seizoen zei ik dat ik er minimaal vijftien wilde maken, laten we nu twintig zeggen.” Hoewel handhaven dus het voornaamste is, droomt de jongeling af en toe stiekem even weg. “Meedoen voor de eerste periode? Dat zou heel mooi zijn!”

Klik hier voor meer informatie over SVC
Lees hier meer artikelen over SVC

Juup Sonnemans en Estienne Kerstens hebben samen één droom bij VV Hoeven

De één maakte vorig seizoen al de overstap naar het vlaggenschip van Hoeven, de ander deed dat aan het begin van dit seizoen. Toch zien Juup Sonnemans en Estienne Kerstens het allebei als een leerjaar, op weg naar het uiteindelijke doel: basisspeler worden.

Door hun leeftijdsverschil, Kerstens is achttien en Sonnemans twintig, speelden ze een groot deel van hun tijd bij de jeugd niet samen. Toch is de manier waarop ze, op vijfjarige leeftijd, bij de club terechtkwamen, nagenoeg identiek. De jongste van de twee begint. “Mijn vader voetbalde zelf altijd bij DSE, dus het zat al in de familie.” Sonnemans vult aan. “Die van mij zat bij Hoeven, net als veel vrienden. Dus echt een keuze was het niet.” Pas in de B’tjes kwamen de twee elkaar tegen in hetzelfde team. “Toen eindigden we in de middenmoot, in de A1 ging het een stuk slechter. Stonden we laatste, tot de competitie door corona werd onderbroken.” De weg van Kerstens naar het eerste elftal was er een met hobbels. “Ik heb nog in de C3 gespeeld. Als je een slecht jaar had gehad en niet mee mocht doen aan de selectietrainingen, kwam je daar terecht.”

Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

Tempo

Uiteindelijk kwam dat dus goed, nu spelen ze samen bij de senioren. Best even wennen, vertelt Sonnemans. “Het voelt voor mij, omdat vorig seizoen maar kort was, ook als het eerste seizoen. Het gaat sneller, je moet net weer een beetje slimmer zijn. Dit jaar gebruik ik gewoon om daaraan te wennen.” Zijn ploeggenoot knikt instemmend. “Meer fysieke duels, er wordt harder gespeeld. Daardoor ligt het tempo ook wat hoger.” Dat tempo ligt bij Kerstens, als rechtsbuiten, overigens ook niet laag. “Ik gebruik graag mijn snelheid, om daarna een voorzet te kunnen geven. Meer assists dan goals.” Sonnemans moet de doelpunten juist voorkomen. “Het liefste speel ik als verdedigende middenvelder, stevige duels aangaan. Lekker tackles maken.” Over elkaar zijn ze louter positief. “Juup is een technische middenvelder, met een goed inzicht en een steekpass in zijn benen.” Kerstens heeft volgens zijn collega alles wat een buitenspeler nodig heeft. “Snel, goed schot en een individuele actie.” Al blijft die nuchter. “Haha, je moet het nog wel allemaal uitvoeren!”

imcoda

Eén droom

Met Gijs Smulders staat er sinds begin vorig seizoen een nieuw gezicht voor de groep, van beide kanten nog een beetje wennen, vertelt het tweetal. “Zijn trainingen zijn anders, een stukje feller en serieuzer. Dat moet nog een beetje landen.” Maar voor de twee jongelingen biedt zijn komst perspectief, meent Sonnemans. “Hij geeft jonge jongens wel de kans, dus dat is voor ons ideaal natuurlijk.” Die kans hopen ze allebei met beide handen aan te pakken. “Het belangrijkste is wel dat je blijft voetballen, dus dat mag ook in het tweede zijn. Gewoon zoveel mogelijk minuten maken, zodat je in dat ritme blijft”, vertelt Kerstens. Aan de sfeer bij de club zal het in ieder geval niet liggen. “Het is gewoon Hoeven, dat is ons-kent-ons. Altijd veel publiek, feestje in de kantine. Je wordt met open armen ontvangen.” Voorlopig zitten ze dan ook prima op hun plek, samen hebben ze één droom. “Vaste basisspeler worden bij 1 en veel wedstrijden winnen!” Waar ze dat dit seizoen gaat brengen in de derde klasse, vinden ze lastig te zeggen. “Als we ons handhaven, hebben we een mooi seizoen. Alles daarboven is meegenomen, een periode en nacompetitie spelen zou wel heel leuk zijn.”

Klik hier voor meer artikelen over VV Hoeven.
Klik hier voor meer informatie over VV Hoeven.