Home Blog Pagina 670

Jongeling Hugo van Hemert op zijn plek bij GDC

Hugo van Hemert zette zijn eerste stappen bij het eerste elftal van GDC als verdedigende middenvelder. Tijdens het huidige seizoen is hij een linie gezakt. Dat zie je vaker in het voetbal, dat ervaren spelers met de jaren van de voorhoede naar het middenveld gaan of van het middenveld naar de achterhoede. Van Hemert is echter geen ervaren speler, hij is zelfs de jongste speler van het vlaggenschip van GDC.

EETHEN – “Mijn allereerste wedstrijd bij het eerste elftal was toen ik zestien was, ik speelde toen zelf bij de Onder 19. Ik mocht een keer meedoen, invallen. Vanaf mijn zeventiende zat ik er vast bij”, kijkt de jonge voetballer terug op zijn debuut.

werktalent-breda banner

“Vorig seizoen kwam een nieuwe trainer, toen ben ik begonnen als verdedigende middenvelder. Altijd in de basis. Dit seizoen in het begin ook. Daarna ben ik naar achteren geschoven, nu ben ik echt centrale verdediger”, geeft de negentienjarige Van Hemert aan. Die nieuwe rol is even wennen. “Het middenveld is eigenlijk ook wel leuker, beetje stofzuigen en de duels aangaan. Aan de andere kant: achterin heb je het spel voor je. Ik ben niet zo heel groot, maar op zich wel sterk. Verdedigen is wel echt mijn ding, maar opbouw ook. En dat is ook de opzet, ik sta meer achterin voor de opbouw. Voor meer voetbal van achteruit.”

Met Van Hemert achterin heeft GDC in vier duels slechts één keer niet de nul gehouden. “Wat dat betreft gaat het best prima. En op zich vind ik het ook wel leuk. Het is rustiger, op het middenveld sta je in balbezit gelijk onder druk. Maar toch, in de toekomst hoop ik wel weer een stapje hogerop te zetten op het veld.”

mandemakers banner

Een stapje hogerop op het veld is de toekomst, een stapje hogerop qua club is niet iets waar Van Hemert aan denkt. Van jongs af aan speelt hij al in het geel en blauw van GDC. En de kans is groot dat hij dat altijd blijft doen. “Ik ben niet iemand die van nieuwe plekken houdt. Ik ben heel rustig. Ik zie het niet gebeuren dat ik naar een andere club ga. Ik ben hier lekker op mijn plek, dit is het beste voor mij.” GDC is de club waar hij graag komt. “Voetbal is wel echt mijn ding, mijn hobby. Het is niet dat ik hou van voetbal kijken, ik wil het vooral zelf doen. En de club is ook echt mijn ding. Mijn vader is hoofdsponsor van de jeugd. Hij staat ook altijd langs de lijn, met goede vrienden van hem. Dat vind ik ook altijd mooi. Mensen die langs het veld staan en je aanmoedigen. Daar moet ik het ook echt wel van hebben. Als je een goede bal speelt, bij een goede actie, dat ze je oppeppen.”

Hopelijk met publiek langs de lijn hoopt Van Hemert in de toekomst op succes met het eerste. De afgelopen twee jaar werd de competitie afgebroken, terwijl GDC bovenaan stond. Nu draait het ook weer mee in de top. “Dat eerste jaar was echt klote. Het is heel lang geleden dat GDC kampioen geworden is. Het is iets waar je van jongs af aan van droomt: bij het eerste zitten, kampioen worden. Dat zou wel heel mooi zijn als dat ooit mag lukken.”

Klik hier voor meer informatie over GDC
Klik hier voor meer artikelen over GDC

Melle Mandemakers is de enige Veense jongen in de selectie Achilles Veen

De trouwe supporters van Achilles Veen kennen hem allemaal. Hij is hun trots. Een uitzondering kunnen we Melle Mandemakers ook wel noemen. Mandemakers is een geboren en getogen Veense jongen en is de enige speler ‘van eigen bodem’ in het eerste van Achilles Veen.

VEEN – Is dat nou wel zo opvallend? Ja, dat is het. “Het is best bijzonder, ja. Voor mij is het een eer”, zegt Mandemakers (23) er zelf over. Veel amateurclubs in de hogere klasses zijn er niet vies van om spelers van buiten hun dorp of stad aan te trekken, maar nagenoeg alle clubs willen de binding met de supporters houden door middel van eigen jeugd in te passen. Achilles Veen wil dat ook, maar merkt dat de stap van de jeugd naar de top van de Hoofdklasse een grote is.

werktalent-breda banner

Mandemakers maakte die stap wel, zo’n vier jaar geleden. Als negentienjarig broekie stroomde hij door van het tweede seniorenelftal, naar het eerste: het uithangbord van Achilles Veen. “Ik voetbalde met mijn vrienden in het tweede, natuurlijk was het daardoor een moeilijke keuze toen ik gevraagd werd voor het eerste, maar aan de andere kant: je laat de kans om als Veense jongen in het eerste te kunnen spelen niet zomaar lopen. Al m’n vrienden gunden me deze stap ook.”

Vier jaar later kan geconcludeerd worden dat de stap naar het eerste absoluut een grote bleek te zijn. Het is Mandemakers nog niet gelukt om een vaste basisplek te veroveren. Hij moet het doen met wat invalbeurten en af en toe start hij vanaf het eerste fluitsignaal.

Dat de stap groot is, heeft Mandemakers aan de lijve ondervonden. “Je moet je voorstellen: in het eerste van Achilles Veen spelen alleen maar jongens die hun opleiding hebben gehad bij bvo’s (betaald voetbal organisaties, red.). Zij hebben hun hele jeugd nagenoeg iedere dag op hoog niveau getraind. Ik heb, op een klein en kort uitstapje na bij FC Den Bosch, heel mijn jeugd tweemaal per week getraind en een wedstrijd op zaterdag gespeeld bij Achilles Veen. Dat is nogal een verschil. Het is dus echt aanpoten.”

mandemakers banner

Veel speeltijd of niet: de trouwe fans van Achilles Veen zijn maar wat trots op ‘hun’ Veense jongen. “Ja, dat merk ik zelf ook wel. Als ik inval, hoor je ze ook nét wat harder klappen of juichen. Laatst maakte ik een belangrijke gelijkmaker, mijn vrienden in het tweede speelden op dat moment op het veld achter ons. Zij vertelden na afloop dat ze aan het gejuich konden horen dat ik had gescoord, haha. De dagen erna word ik in het dorp ook aangesproken over mijn goal, dat zijn wel heel leuke dingen.”

Het doel van Mandemakers was en is om die vaste plek bij de beste elf op te eisen, maar ook dit seizoen moet hij het hebben van invalbeurten. “Of dat niet frustrerend is? Ja, zo kan je het wel zeggen. Af en toe dan. Ik weet natuurlijk ook heel goed dat de club omhoog wil en daar heb je gewoon kwaliteit voor nodig. Maar als er dan weer een speler komt, denk je wel eens: is er weer eentje. Dat was vooral zo in mijn eerste twee jaar, nu ben ik er wel aan gewend.”

Mandemakers blijft hoe dan ook strijdbaar. “Ik bekijk alles per jaar. Als ik echt weinig kansen meer zie, kan het best zijn dat ik in het tweede bij mijn vrienden ga spelen. Maar ik vecht nu voor mijn kansen en wil de trainer laten zien waarom ik in de basis hoor. De supporters hier zijn al trots, maar ik zou ze maar wat graag nog trotser maken door een vaste basisspeler te worden bij Achilles Veen en om de club verder omhoog te helpen.”

Klik hier voor meer informatie over Achilles Veen.
Klik hier voor meer artikelen over Achilles Veen.

Stichting KozakkenBoys4All “We zijn echt een voetbalclub, maar we kunnen veel meer dan dat”

Més que un club! Het is het motto dat FC Barcelona al lange tijd draagt. Meer dan een club. Bij de Spaanse grootmacht heeft dat onder meer te maken met de culturele achtergrond, met de drang naar Catalaanse vrijheid. Het motto kun je nu ook op Kozakken Boys plakken. Niet omdat die club nu hoopt op een vrije rol in de gemeente Altena of dat het Werkendam als vrijstaat wil uitroepen. Eerder het tegenovergestelde. Met de Stichting KozakkenBoys4All neemt het maatschappelijke verantwoordelijkheid.

werktalent-breda banner

WERKENDAM – “De stichting is ontstaan omdat ik zelf al langer met het idee rondliep dat we op sociaal gebied als club de maatschappelijke verantwoordelijkheid nog concreter zouden kunnen invullen”, geeft Vincent Wijmans aan. Hij is voorzitter van de stichting. “We doen natuurlijk veel op het gebied van sport en voetbal. Maar we zijn zo’n grote club, met zoveel kennis aan boord en met zo’n groot bedrijvennetwerk, dat we meer kunnen.”

De stichting richt zich daarbij op mensen in de gemeente Altena. “Mensen die het moeilijker hebben, kwetsbaar zijn, afstand hebben tot de arbeidsmarkt of om een andere reden buiten de boot vallen. Ik zag het hier bij Kozakken Boys ook gebeuren met jongens die van voetbal af gingen. Ze raken uit zicht. Later hoor je dat het niet goed gaat. Dat ze van school af zijn, geïsoleerd zijn geraakt. Geen opleiding, geen werk.”

De club heeft de handschoen opgepakt om er echt mee aan de slag te gaan. Met de kennis van profclub Excelsior– dat een foundation heeft- zijn de eerste stappen gezet. “Net voor de zomer hebben we stichting opgericht, met als doel om de inwoners een helpende hand te bieden. Mensen die op het gebied van participatie, gezondheid of bijvoorbeeld welzijn in de knel komen. Wij willen een uitkomst bieden. De stichting is heel sociaal ingestoken. We zijn gelieerd aan Kozakken Boys, maar staan wel los van de vereniging. Al het geld dat naar de stichting gaat, via subsidie of sponsoring, wordt gestoken in de maatschappelijke projecten”, zegt Wijmans enthousiast.

Studie op het sportpark
Eén van de projecten die nu loopt is dat er op vrijdag een entreeopleiding is op het sportcomplex van Kozakken Boys. Dat is in combinatie met het Da Vinci College. “Het is een MBO-opleiding voor volwassenen. Het grote voordeel is dat ze zich in een schoolsetting niet op hun gemak voelen. Nu krijgen ze op ons complex onderwijs. Voordeel daarbij is dat wij als Kozakken Boys ook heel eenvoudig stageplaatsen kunnen regelen. Het mes snijdt daarbij aan twee kanten.”

Er wordt les gegeven in het sponsorhome, dat op die vrijdagmiddag anders toch leeg staat. “Dat is een prima leslokaal. Ze kunnen ook nog eens sporten bij ons, want de velden zijn overdag ook vrij.”

“Het is een hartstikke mooie ontwikkeling”, gaat Wijmans verder. “Het straalt bovendien ook uit naar twee kanten. Naar de club, vanuit het sociale aspect. Maar ook naar het eerste elftal bijvoorbeeld. Spelers van het eerste zien wat er gebeurd, die voelen zich betrokken. Het geeft verbondenheid binnen de club. We doen het met z’n allen. Barcelona zegt altijd: meer dan een club. In het Werkendamse doen wij dat. Natuurlijk staat voetbal op één. We zijn echt een voetbalclub. Maar we kunnen veel meer dan dat. Ik loop al wat langer bij de club rond. Als je ziet hoe belangrijk Kozakken Boys is voor mensen, daar sta je echt van te kijken. Ook voor mensen die niet voetballen. Mensen die komen op zaterdag een kopje koffie drinken bijvoorbeeld. Het gaat om het sociale aspect. En dat hebben wij nu nog breder getrokken.”

Wijmans is betrokken, dat merk je aan alles. Verbaasd soms ook. “Het is bijna niet voor te stellen dat jongeren in zo’n situatie komen. Dat besef je niet als je het niet ziet of hoort. Van statushouders is dat makkelijker te begrijpen. Die spreken de taal slecht, raken geïsoleerd. Maar Nederlandse jongeren, twintigers, dat snap je niet.” Ook voor die groepen loopt er een project. “Ze kennen helemaal niemand, hebben geen contacten. Hier op de club bloeien ze helemaal op. Ze worden gewaardeerd. In het project zijn een paar uur ingeruimd voor vrijwilligerswerk voor Kozakken Boys. Dat varieert van een stukje hovenierswerk, klusjes in de kleedkamer en schoonmaken tot het rondbrengen van presentatiegidsen naar bedrijven. Ze pakken allerlei klusjes op. Zo doen ze ritme en werkervaring op.”

Toekomst
Het team van KozakkenBoys4ALL is inmiddels al aardig groot. En divers. Met Sven van Ingen en Gwaeron Stout heeft het twee spelers uit het huidige eerste elftal. Quentin Jakoba speelde in het verleden voor Kozakken Boys, waar hij nu hersteltrainer is. Terwijl naast Wijmans ook Jeannine van Ekeren (jobcoach), Sanne Tamerus (Sport & Lifestyle Coach) en Irma Weeda (materiaalverzorgster bij het eerste en verantwoordelijk voor de social media van Kozakken Boys) betrokken zijn.

mandemakers banner

In mei 2021 ging de stichting daadwerkelijk van start. De grote vraag is nu: waar verwacht Wijmans over een paar jaar te staan? “In ruim een half jaar tijd hebben we vier projecten afgerond. We hebben de ambitie om het verder uit te bouwen. We hebben nu een aantal stakeholders gesproken die geïnteresseerd zijn, vanuit het bedrijfsleven. We hebben ook contacten met de gemeente, met wethouder Shah Sheikkariem zitten we om tafel om te kijken wat we nog meer kunnen betekenen. We kunnen wel heel veel dingen verzinnen, maar het is het belangrijkste dat er vanuit de gemeenschap zelf wordt aangegeven waar behoefte aan is. Als een bepaalde doelgroep in de knel zit, kunnen we kijken hoe wij een bijdrage kunnen leveren in de oplossing.”

Wijmans komt meteen met een voorbeeld. “Je hoort vaak dat vrouwen, specifiek met jonge kinderen, een afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Nooit gewerkt, jong moeder geworden en vaak alleenstaand. Die willen gaan werken, maar hoe doe je dat? Ze zijn vaak rond de dertig, geen opleiding en nooit gewerkt. En ze hebben kinderen. Daar kunnen we misschien iets voor betekenen. Maar je ziet ook steeds meer ouderen, van 60+, met de ziel onder de arm lopen. Misschien kunnen we daar activiteiten voor organiseren op onze club. De mogelijkheden zijn oneindig. We moeten alleen keuzes maken. Het is mijn ambitie om het goed te doen. Het hoeft niet per se heel groot, maar wat je doet moet je goed doen. Het moet resultaat opleveren voor de mensen waar je het voor doet. Hoe groot het dan uiteindelijk wordt, dat moet de toekomst uitwijzen.”

Klik hier voor meer artikelen over Kozakken Boys.
Meer informatie over Kozakken Boys: Klik hier.

Drie keer was scheepsrecht voor Ruben Kwetters en NOAD ’32

Na vier seizoenen in het tweede elftal van Achilles Veen maakte Ruben Kwetters afgelopen zomer de overstap naar NOAD ’32, nadat de club hem voor de derde keer vroeg over te stappen. Bij die club mag hij zich nu eerste elftal-speler noemen. Het is iets waar hij al een tijdje naar uitkeek. Het bevalt hem goed. En dat komt mede door de club waar hij is neergestreken. “Dit is een club waar je je snel thuis voelt.”

WIJK EN AALBURG – Op driejarige leeftijd begon Kwetters met voetballen bij Achilles Veen. Daar schopte hij het tot het tweede elftal. “Maar voor mijn gevoel bleef ik hangen bij het tweede. Het eerste zat er niet in. Dat was iets te hoog gegrepen, spelen in de Hoofdklasse. Maar ik wilde graag in een eerste elftal spelen. Dit was het derde jaar op rij dat NOAD mij vroeg. Ik dacht: ik ga het proberen.”

werktalent-breda banner

De overstap is Kwetters tot nu toe goed bevallen. “Al zijn de resultaten iets minder. Maar we hebben een leuke groep, het is gezellig onder elkaar. Het is wel een jonge groep”, zegt de 21-jarige middenvelder. “Eigenlijk wilde ik met NOAD gewoon bovenin meedraaien. Maar doordat een paar belangrijke spelers weg zijn gegaan is het een iets minder elftal. Dat merken we nu ook zeker, vooral de spelers die er nu al wat langer zitten. We moeten gewoon weer lekker gaan voetballen en punten gaan pakken. Natuurlijk is dat makkelijker gezegd dan gedaan, het is heel moeilijk zelfs. Maar we moeten positief blijven. Goed blijven trainen en wedstrijden scherp beginnen. En dan hopen dat we op die manier punten pakken.”

Na acht gespeelde wedstrijden bezet NOAD ’32 de laatste plaats in de derde klasse. Het is niet dat Kwetters daardoor meteen weer denkt aan een vertrek, juist niet. “Mochten we onverhoopt degraderen, dan is niet zo dat ik meteen zeg dat ik weg ga. Ik hoop dat we dan met z’n allen bij elkaar blijven en knokken om weer te promoveren.”

De jonge middenvelder heeft al een goed gevoel bij de rood-witten. “Het is een hele leuke club, waar je je al snel thuis voelt. Op het begin was het natuurlijk wel even wennen, na zoveel jaren bij Achilles Veen. Maar dit is een hele leuke en warme groep die mij snel heeft opgenomen. Ik kende er ook al een paar. Maar de hele club is leuk. Iedereen maakt een praatje, het is gezellig. En dat is heel belangrijk.”

Hoe de rest van het seizoen er uit gaat zien op het gebied van wedstrijden spelen en als het mag, met of zonder publiek, is nog een groot vraagteken. Kwetters heeft al geproefd aan leuke derby’s met veel mensen langs de kant. Het liefst speelt hij elke week op die manier. “Je merkt dat er meer supporters bij een eerste elftal komen kijken. Dat geeft een ander gevoel. Door corona is het niet, dan is het eigenlijk een stuk minder leuk. Voor wie voetbal je dan? Ik vind het ook altijd lekker om reacties van supporters te krijgen, dat maakt het veel leuker.”

Wat dat betreft gaat eigenlijk alles goed, is het alleen wachten op de punten om het plaatje perfect te maken. “Dat moet nog op gang komen.”

Klik hier voor meer informatie over NOAD’32
Klik hier voor meer artikelen over NOAD’32

Kantinejuffrouw Riëtte geniet bij Sparta ’30: “Ik doe lekker mijn ding”

Riëtte Groenenberg is al meer dan vijf jaar een begrip in de kantine van Sparta’30. De kantinejuffrouw geniet van elke bardienst en is vooral blij dat ze weer onder de mensen kan komen.

ANDEL – Zo’n vijf jaar geleden werd Riëtte gevraagd terug te keren als vrijwilligster in de kantine. Waarom ze een daarvoor gestopt was? “Dat kwam omdat een collega ook stopte, maar dan heb ik het ook over vijftien jaar geleden hoor.”

werktalent-breda banner

De goed gehumeurde gastvrouw doet het wekelijks met plezier en ook de leden zijn heel blij met haar. “Ik werk niet meer”, vertelt Riëtte. “Dus mij maakt het niet uit hoe laat het wordt. Ik kan de volgende dag toch wel uitslapen.”

Riëtte is bij Sparta’30 terecht gekomen door haar inmiddels overleden man. “Mijn overleden man woonde zo ongeveer daar. Hij maakte de kleedkamers schoon, maaide het gras, en heeft zelfs geholpen bij de bouw van de kantine. In die tijd heb ik al drie tot vier jaar achter de bar gestaan.”

Inmiddels heeft Riëtte een nieuwe vriend en die vindt het alleen maar prima dat ze haar vrije tijd besteed bij Sparta’30. “Die vindt het alleen maar leuk. Hij zegt ook altijd, ik doe biljarten en jij de bardiensten.”

mandemakers banner

Nu ze alweer vijf jaar terug is achter de bar, is ze een begrip bij de club. Ze kent iedereen wel, alleen de namen onthouden is een dingetje. “Ik ken eigenlijk iedereen wel van gezicht. Alleen ben ik heel slecht in namen. Vraag mij ook niet bij welk team ze horen, want alles staat hier toch door elkaar.”

De leden weten Riëtte te vinden en hebben soms zelfs speciale verzoeken. “Dan vragen ze of de kantine open mag zodat ze kunnen darten of pokeren.”

“Gezellig is het altijd. Er zijn ook altijd wel leuke feestjes. Dan gaat er een microfoon rond en wordt er door een aantal flink gezongen. De laatste tijd is dat wat minder natuurlijk, vanwege de maatregelen. Maar dat maakt het niet minder gezellig in ieder geval.”

Het leukste vindt Riëtte het als de teams voetbal op TV kijken. “Ik heb zelf geen verstand van voetbal. Maar als dan een team scoort, zijn de reacties altijd leuk om te zien. Die euforie of teleurstelling is mooi om te aanschouwen.”

Daarnaast heeft ze op zaterdag een hele fijne collega om mee samen te werken. “We voelen elkaar goed aan en dat maakt het extra prettig om te werken. We maken samen alles mee. Ook heb ik altijd de steun van de jongelui die de kratten dragen. Dat mag ik niet van ze doen. Wel verzorg ik nog altijd de hapjes op donderdag.”

Riëtte vertelt de verhalen in geuren en kleuren. Het typeert een doorsnee clubvrouw. En als het aan haar ligt gaat ze nog wel even door. Ze geniet van alle momenten en is blij dat ze zo onder de mensen is. “Ik ben er altijd als er iets op de club te doen is. Mensen weten mij ook te vinden. Dat is een prettig gegeven. Ik geniet van de dingen bij de club. Ik doe lekker mijn ding.”

Klik hier voor meer informatie over Sparta’30
Klik hier voor meer artikelen over Sparta’30

Niek van Oijen van VV Achtmaal: ‘Soms word ik aangesproken op het werk van Mark’

Ze zijn een tweeling, spelen allebei in het eerste van VV Achtmaal en helpen de club buiten de lijnen door middel van vrijwilligerswerk. Toch lijken Mark en Niek van Oijen nauwelijks op elkaar, al gaat het soms toch mis. “Dan worden we aangesproken op het werk van de ander, terwijl we daar dus niks mee te maken hebben, haha!”

Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

In de spotlights staan, dat is eigenlijk niks voor de 24-jarige tweeling. Toch willen ze door middel van deze aandacht wel degelijk iets bereiken. “Laten zien waarom het belangrijk is om iets voor de club te doen, samen de boel draaiende blijven houden. Dat willen we meegeven.” Die liefde voor Achtmaal begon voor allebei op zevenjarige leeftijd. “Alle vriendjes in de klas zaten ook op voetbal, dus dan ga je zelf ook. Maar wel nadat we ons zwemdiploma gehaald hadden!”

Gelijkenis

Daarna doorliepen ze samen alle jeugdelftallen, vertelt Mark. “Niek was wel echt een stuk beter. Dat moest ik gewoon accepteren.” Zijn jongere broer begint te lachen. “Je moet bescheiden blijven, hé? Nu zitten we qua niveau wel dichterbij elkaar hoor.” Als broers spreken ze elkaar in het veld ook makkelijker aan op een fout, vertellen ze. “Haha, gister nog”, lacht de oudste. “Ik vat dingen soms wat negatiever op, dan moet Niek het ontgelden.” Die knikt. “Ik ben het inmiddels wel gewend, dus dat is niet erg.” Omdat Mark uit huis is, zijn ze eigenlijk wel blij dat ze samen voetballen. “Daardoor zie je elkaar nog regelmatig, we delen ook dezelfde vriendengroep.” Qua uiterlijk lijken ze dus totaal niet op elkaar, ook als spelers is de gelijkenis ver te zoeken. “Ik ben wat groter en forser, een beetje de standaard centrale verdediger”, lacht Mark. “Ik juist wat lichter, niet per se sneller, maar meer echt een middenvelder”, aldus Niek. Maar behalve binnen de lijnen, zijn ze dus ook daarbuiten van grote waarde voor Achtmaal. De jongste van de twee is sinds twee jaar penningmeester bij de club. “Begonnen als ledensecretaris, na een jaartje ging ik dit doen. Vooral uit interesse voor financiën. Tijdens mijn studie deed ik ook maatschappelijk werk, het is goed om zoiets te doen.” Daar denkt zijn broer, als lid van het jeugdbestuur, dus precies zo over. “Ik doe eigenlijk alles om de jeugd te kunnen laten voetballen. Van de indelingen tot aan het aanstellen van trainers, voor het derde seizoen op rij nu.”

imcoda

Voldoening

Mark weet als geen ander hoe lastig het is om goede jeugdtrainers te vinden. “Zelf ben ik jarenlang trainer geweest, een beetje uit noodzaak, want ze liggen niet voor het oprapen.” Maar Achtmaal speelt een belangrijke rol binnen de familie Van Oijen. “Van huis uit zijn we daar wel een beetje mee opgegroeid, onze ouders zijn ook erg betrokken geraakt. We kunnen ook moeilijk ‘nee’ zeggen.” Ze doen het allebei met veel plezier, Niek trapt af. “Mensen zijn blij met de dingen die je doet, die waardering voel je. Als je een systeem opstelt en dat werkt, geeft dat een goed gevoel.” Vooral het gezamenlijke deel doet Mark goed. “Samen optrekken en zien hoeveel plezier die spelertjes hebben, dat geeft voldoening.” Daarbij denken ze vaak terug aan hun eigen tijd als jeugdspelertje. “Toen werd ook alles voor je geregeld, dan wil je wat terugdoen.” Zoals gezegd, worden ze nog weleens door elkaar gehaald. “Soms spreken ze mij aan als Mark, over de jeugd.” Al is dat zo slecht nog niet, voegt zijn broer toe. “Daardoor zijn de lijntjes wel heel kort en weten we eigenlijk meer. Twee horen meer dan één.” Door de jaren heen zijn ze qua uiterlijk minder op elkaar gaan lijken, toch hebben ze wat voetbal betreft hetzelfde doel. “Het komt nog niet helemaal uit de verf nu, mede door blessures, maar we willen gewoon lekker boven in die vierde klasse meedoen. Uiteindelijk moeten we een stabiele vierdeklasser worden, dat past bij de club.”

Klik hier voor meer informatie over VV Achtmaal.
Lees hier meer artikelen over VV Achtmaal.

Kees van Drimmelen: Het is leven als een prof bij TPO

Ze winnen misschien niet iedere wedstrijd, maar alles daaromheen is keurig netjes geregeld. Vandaar ook dat Kees van Drimmelen inmiddels al vijf jaar geniet van het ‘leven als een prof’ bij vijfdeklasser TPO. “In de verzorgingsruimte word je zó in de watten gelegd, dat moet je eigenlijk een keer zien!”

Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

De 27-jarige Van Drimmelen voelt zich dan ook helemaal thuis in Moerdijk. En dat terwijl hij oorspronkelijk uit Klundert komt. “Ik heb het grootste deel van mijn jeugd met veel plezier bij Seolto en VV Klundert gespeeld. Door mijn werk op zaterdag, heb ik de keuze uiteindelijk gemaakt voor TPO. Met name Jaap de Visser heeft mij echt overgehaald om hier te komen voetballen. En zonder spijt, moet ik zeggen.”

Aan alles gedacht

Vooral in de verzorgingsruimte is Van Drimmelen vaak te vinden. “Daar hebben we alles. Elektrische apparaten om blessures te verhelpen, fitnessapparatuur en altijd een boel vrijwilligers. Iedere zondag lig ik daar op de bank voor een massage, alsof je prof bent.” Dat zijn ze in Moerdijk niet, toch mag dat de pret zeker niet drukken. “Iedere zondag staat er een mannetje of 150, dat is voor ons niveau echt heel veel. We hebben zelfs een opkomsttune, werkelijk aan alles is gedacht. Als je niet zou weten dat dit vijfde klasse was, dan…” Een hechte gemeenschap, knus en een beetje kneuterig. “Die gezelligheid merk je op de zondagmiddag!” Met Tijs van Bragt heeft TPO een goede trainer voor de groep. “Hij snapt het spelletje en heeft goede en afwisselende trainingen. De groep is nog jong en af en toe wat zoekende.” Ondanks de soms wat mindere resultaten blijft, net als hijzelf, de trainer dus ook hangen. “Alles wordt voor hem geregeld. Als hij op het veld komt, ligt alles al klaar. Bovendien geniet hij ook van de gezelligheid.”

imcoda

Glimlach

Toch rook Van Drimmelen afgelopen zomer nog eens aan een wat hoger niveau, op wat vrije avonden bij oude club Virtus. “Dat was wel genieten. Ze coachen je continu aan, dan hoef je niet meer steeds achterom te kijken.” Hij vertelt het allemaal met een grote glimlach op zijn gezicht, want dat niveau had hij al een tijdje niet meer meegemaakt. “Het is hier meer een vriendenteam geworden, daarom speelt iedereen er ook nog.” Toch is het ieder jaar weer afwachten hoe de vlag erbij hangt. “Ik verwacht volgend seizoen eigenlijk wel een stuk of zes nieuwe namen uit het tweede. Er lopen zeker wat jonge jongens met potentie en die willen toch een keer op een ander niveau kijken.” Van Drimmelen probeert de moed erin te houden en is vooral bezig met dit seizoen. “Onze doelstelling is eigenlijk top vijf, we kunnen echt wel beter dan dit.” Daar moet hij als bepalende speler mede voor gaan zorgen. “Vorig jaar stond ik op ’10’, nu begon ik als centrale verdediger, maar ik sta inmiddels weer linksbuiten. Ik ben snel, heb een actie en een goed schot.” Met al die jonge gasten, vermaakt hij zich prima, toch denkt hij af en toe na over de toekomst. Op de vraag of hij TPO ooit zal verruilen om nog eens te ruiken aan een hoger niveau reageert hij tot slot. “Zeg nooit nooit, maar ik zie het niet snel meer gebeuren.”

Klik hier voor meer informatie over TPO
Lees hier meer artikelen over TPO

Floris van Dis vreet iedere meter op bij De Fendert

In de jeugd werkten ze al eens succesvol samen en na de terugkeer van Ad Palings als hoofdtrainer van De Fendert, is de samenwerking tussen hem en Floris van Dis weer in ere hersteld. De jongeling hoopt op nieuw succes, als linksback heeft hij in ieder geval al een basisplaats veroverd.

Na een goede start met twee overwinningen op rij, begon de motor van de derdeklasser toch even te haperen. Vooral de nederlaag tegen Seolto was een bittere pil die moest worden doorgeslikt, vertelt de twintigjarige Van Dis. “We speelden slecht, maar hadden alsnog moeten winnen. Dat is altijd extra teleurstellend.” Teleurstellingen die hij sinds zijn start bij De Fendert, niet al te vaak heeft moeten slikken. “Ik was vier jaar, toen ik hier kwam voetballen. Je woont hier, het is dichtbij en heel gezellig, dus dan is de keuze makkelijk. Op mijn negentiende maakte ik mijn debuut.” Hij weet het nog precies, misschien omdat hij er af en toe nog zwetend van wakker wordt ‘s nachts. “We speelden tegen WHS en ik stond uitgerekend op dat moment tegen de beste buitenspeler van de competitie. Dat werd helemaal niks.”

Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

Harde werker

Omdat de linksbackpositie op dat moment, door blessures en stoppende spelers, vaak een vraagteken was, stond Van Dis al vrij snel in de basis. En met succes. “Prinsenland uit, mijn tweede pot. Ik scoorde meteen!” Vanaf dit seizoen heeft hij, naar eigen zeggen, echt zijn plekje veroverd. De overstap naar de senioren ging hem dan ook redelijk gemakkelijk af. “Fysiek vond ik het wel meevallen, maar dat komt ook omdat ik wel van die duels houd. Hard spelletje, dat is wel mijn ding.” Toch had hij wel eventjes de tijd nodig om te wennen, moet hij bekennen. “Het tempo, maar vooral de slimmigheidjes. Of eigenlijk de viezigheidjes. Je ineens naar beneden trekken, dat soort dingen, dat was niet zo prettig kennismaken.” Dat soort dingen leer je alleen maar door wedstrijden te spelen, aan zijn inzet zal het in ieder geval niet liggen. “Ik ben een harde werker, vreet iedere meter op, tot aan het laatste fluitsignaal. Van mijn voetbalintelligentie moet ik het niet per se hebben.” De verdediger ziet zichzelf steeds weer een beetje beter worden. “Vooral verdedigend heb ik stappen gemaakt. Ik weet van mezelf dat ik vrij wild ben, dan ga ik te veel happen. Doet iemand een kapbeweging, lig ik drie meter verder. Daar ben ik rustiger in geworden. Aanvallend maak ik ook mijn doelpuntjes of geef ik assists, dus dat gaat goed.” Er zit nog meer in het vat, zo voelt hij. “Ik heb mijn snelheid mee, maar moet nu vooral aan de bal meer durf hebben. Gewoon ballen inpassen.”

imcoda

Jonge honden

Maar hoe goed hij ook wordt, De Fendert blijft zijn thuis. “Hopelijk kunnen we met deze jongens hoger gaan spelen. Er zit echt veel talent in de groep.” De doelstelling is wat Van Dis betreft dan ook duidelijk. “Eigenlijk horen we gewoon in die tweede klasse te spelen. De tegenstanders ken ik niet zo goed, maar we moeten van onze kracht uitgaan.” Die kracht zit hem misschien wel in de onderlinge band. “Je merkt dat we allemaal jonge honden zijn, willen heel graag. In de jeugd hebben veel gasten samengespeeld, daardoor ben je toch beter op elkaar ingespeeld.” In de JO17 deed hij dat dus al onder Palings. “Toen hadden we mooie resultaten, Ad is een goede trainer. Vooral veel bezig met teambuilding, om een hecht team te worden, dat is denk ik wel belangrijk.” Hoewel zijn trainer eigenlijk hetzelfde is als in de jeugd, merkt Van Dis toch een verschil. “Het leeft meer bij de senioren. Ik zou het geen prestatiedruk willen noemen, maar eigenlijk is het dat wel.” Met Palings voelt hij in ieder geval het vertrouwen. “Dat was bij de vorige trainer wat minder, dan voel je toch continu die ogen in je nek. Dan ga je zenuwachtig voetballen en daar word je niet beter van.” Ook buiten het veld zit het wel goed. “Donderdagavond is de kantine altijd lekker vol en op zaterdag is de gezelligheid niet kapot te krijgen, we doen het echt met elkaar.” Kortom, alle ingrediënten om te promoveren zijn aanwezig!

Klik hier voor meer informatie over VV De Fendert
Lees hier meer artikelen over VV De Fendert

Walking Football moet nog gaan lopen bij RSV aldus John Woestenberg

Voetballen tot na je 45ste, wie wil dat nou niet? Zoiets moeten ze ook bij voetbalclub RSV gedacht hebben en dus kwamen ze een aantal maanden geleden op het idee van Walking Football. Niet alleen om lekker op het veld te staan, maar vooral om gezellig bezig te zijn. Want dat is misschien nog wel veel belangrijker, vertelt voorzitter John Woestenberg.

Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

De doelgroep die ze bij de vereniging uit Rucphen aan proberen te spreken, is duidelijk. Ontstaan vanuit het Sportakkoord van de gemeente. “Het zijn eigenlijk de mensen die achter de gordijnen zitten, om het even oneerbiedig te zeggen, zo is het natuurlijk niet bedoeld. Die groep is vaak best eenzaam, op deze manier proberen wij ze een activiteit te geven. Want sporten en bewegen blijft natuurlijk gezond.” En dus draagt RSV daar graag aan bij, gestimuleerd door de gemeente. “Het Sportakkoord zet zich in voor doelgroepen binnen het dorp. Niet alleen om te kunnen sporten, maar vooral om in contact te komen met elkaar.”

Kijk om je heen

En dus keek Woestenberg, samen met zijn team aan vrijwilligers, eens om zich heen. “Wat kunnen we doen? Toen zagen we Walking Football.” Reinald Boeren, een bekende naam in de Brabantse voetbalwereld, houdt zich daar al langere tijd mee bezig. “Reinald geeft trainingen bij Cluzona en DWO, van daaruit heb ik hem benaderd. Hoe werkt dat? Waar moeten we rekening mee houden?” Dat gesprek beviel goed en dus stelde hij het voor aan het bestuur, inmiddels is de aanvraag al ingediend bij de gemeente. “Daar hebben we al een positief antwoord op gekregen. Ze zullen ons gaan ondersteunen, zodat we dit kunnen gaan opzetten binnen Rucphen.” De plannen worden in ieder geval al gemaakt. “We hebben een schema en een richtdatum, we zouden graag op de woensdagmorgen spelen. Maar dat is natuurlijk wel afhankelijk van wanneer iedereen kan.” Iedereen klinkt alsof er al tientallen aanmeldingen zijn binnengestroomd, maar dat ligt even anders, moet Woestenberg bekennen. “Tot nu toe hebben we één aanmelding. We hebben flyers in de kantine en willen ook nog langs winkels gaan, maar tot nu toe krijgen we weinig reactie. Dat is nog wel een probleem.” Toch maakt de voorzitter daar zich voorlopig nog niet al te veel zorgen om, hij benadrukt liever het belang van dit soort activiteiten. “Het is als vereniging belangrijk om ook aan de mensen te denken die wat ouder zijn en misschien een beetje eenzaam. Het gaat niet altijd om je eigen belang, kijk om je heen!”

imcoda

Derde helft

Naar die gemeenschap kijkt Woestenberg zelf dus zeker wel, maar hoe ga je ze bereiken? “Dat is nog wel een groot vraagstuk. De vraag is ook hoe ze komen, hebben ze daar hulp bij nodig? Het is voor sommigen wellicht best een stap.” Maar dat er behoefte is aan het spelletje, ziet hij ook binnen zijn eigen vereniging. “We hebben binnen RSV een grote groep oud-spelers die nu op vrijdagavond competitie spelen. Dat zijn een man of 30.” Hij ziet het zelf al helemaal voor zich. “Ze krijgen een kopje koffie, een koekje, kunnen een potje biljarten, een eigen ‘derde helft’. Ik denk dat we die mensen echt een leuk dagdeel kunnen bezorgen.” Maar om dat voor elkaar te krijgen, moet alles eerst goed geregeld worden, daar zijn ze nu druk mee. “In het voorjaar zouden we graag echt beginnen, rond maart of april. Dan is het ook lekker weer. Reinald heeft al toegezegd om de trainingen te komen geven, die wil ons graag vooruithelpen.” Om nog wat aanmeldingen binnen te halen, vertelt Woestenberg nog maar eens waarom Walking Football zo leuk is. “Je bent in beweging, samen en met elkaar. En de kans op blessures is er nauwelijks.” Voor nu mikken ze bij RSV op deelnemers vanaf een jaar of 45, aan alles is gedacht. “In samenwerking met fysiopraktijk Dynamico hebben we geregeld dat iedereen een bodyscan krijgt, zodat we zeker weten dat ze fit zijn. We willen niet voor verrassingen komen te staan.” Zelf kan hij in ieder geval niet wachten. “We hebben wel een mannetje of tien, vijftien nodig om te kunnen starten. Ik hoop dat we straks gewoon lekker samen op het veld staan!”

Voor meer informatie over RSV, klik hier.
Meer artikelen lezen over RSV, klik hier.

Justin Goverde kent prima start bij buurman Seolto

Een derby winnen en het seizoen is geslaagd. Zover willen ze bij Seolto nog niet gaan, maar dat ze blij zijn met de start van de competitie, dat mag duidelijk zijn. Na overwinningen op Klundert en De Fendert doet de derdeklasser uitstekend mee, doelman Justin Goverde is het slot op de moeilijk te passeren deur.

Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

Wie tegen de twintigjarige Goverde had gezegd dat hij ooit eerste doelman zou zijn bij Seolto, was waarschijnlijk heel vreemd aangekeken. Want, zo stelt hij zelf. “Goverde is van vroeger uit eigenlijk wel een beetje een Virtus-familie, dat kwam vooral door mijn opa.” Logischerwijs begon hij daar dan ook met voetballen. “Heel mijn jeugd, tot mijn achttiende. Bij het eerste hadden ze al een keeper, dus ging ik naar DHV.” Op advies van de toenmalige voorzitter. “Die kwam naar mij toe, dat ze een keeper zochten. Daar heb ik het twee jaar heel leuk gehad, maar Seolto was toch net wat dichterbij.”

Prestatiegericht

En dus maakte hij dit seizoen de overstap naar het oranje-witte deel van Zevenbergen, voor Goverde niet onbekend. “Daar zaten al heel veel vrienden, dus die stap was best wel logisch eigenlijk.” Dichterbij dus, maar wel bij de buurman van de club waar hij ooit was begonnen. “Op zondag kom ik nog weleens bij Virtus, dan vinden ze het vooral allemaal mooi dat ik hier in de basis sta. Ze gunnen het mij wel.” De clubs zijn volgens hem ook steeds meer met elkaar te vergelijken. “Vroeger was Virtus echt prestatie en Seolto plezier, maar je merkt dat ze hier nu ook steeds meer prestatiegericht worden. Ze willen meer zijn dan de tweede club van Zevenbergen.” Daar draagt hij zelf ook maar wat graag zijn steentje aan bij. “Op dinsdag en donderdag geef ik keeperstraining aan de jeugd, dat deden ze hier eerst nog niet. Dat is een goede stap, denk ik. Het wordt steeds serieuzer.”  Inmiddels voelt Goverde zich helemaal thuis. “Het was in het begin wel even wennen natuurlijk, als nieuweling. Maar ik ben echt goed opgevangen, heb het uitstekend naar mijn zin.” Dat hij het goed naar zijn zin heeft, komt ongetwijfeld ook door de goede resultaten. “Daar zijn we heel blij mee, vooral die overwinningen tegen Klundert en De Fendert waren echt lekker. Veel publiek, je kent sommige jongens van de tegenstander, dat soort potjes wil je winnen. Het is toch een beetje haat en nijd.”

imcoda

Leergierig

Die goede resultaten zag niemand echt aankomen, erkent hij. “De voorbereiding was matig, ook voor mezelf. We wonnen weinig en gingen met 352 een nieuw systeem spelen, dat was voor iedereen wennen. Uiteindelijk kregen we het net op tijd door.” Goverde kijkt tevreden terug op zijn eerste wedstrijden in het shirt van Seolto. “Ik sta lekker te keepen. We hebben drie treffers tegen, allemaal uit een hoekschop. Dat is voor een keeper enorm frustrerend, maar daar hebben we aan gewerkt.” Het vertrouwen in zijn verdedigers is groot. “Er staan drie ervaren gasten voor mij, dat is wel lekker. Daardoor geven we weinig weg.” Stiekem durft hij naar boven te kijken. “Misschien zit er wel een plek bij de eerste vijf in? Het gaat nu zo goed.” Daar hoopt hij zelf een belangrijke bijdrage aan te leveren, want de jongeling is leergierig. “Ik ben een meevoetballende keeper, met goede reflexen, maar zou op hoge ballen en steekballen nog genoeg kunnen verbeteren. Als je gaat, moet het voor honderd procent zijn. Dat vind ik nog lastig inschatten.” Vroeger leerde hij dat door naar Edwin van der Sar te kijken. “Door Van der Sar ben ik eigenlijk gaan keepen, dat was echt mijn voorbeeld, alles klopte bij hem.” Voordat hij aan een stapje hogerop denkt, wil Goverde eerst een paar jaar knallen bij Seolto. Keert hij ooit nog terug bij Virtus? Hij denkt even na. “Wat ga ik daarop zeggen? Het zou kunnen.”

Meer informatie over VV Seolto? Klik hier.
Klik hier voor meer artikelen van VV Seolto.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.