Home Blog Pagina 670

Eén-tweetje met de keepers van V.V. Serooskerke

De selectie van V.V. Serooskerke heeft twee keepers tot zijn beschikking. Zij spelen al een aantal jaar samen en hierdoor is naast de concurrentiestrijd, ook een vriendschap opgebouwd. Jordi Suurmond is al veel seizoenen de vaste kracht bij het eerste, waar Jens van den Broeke hem onder de lat vandaan probeert te keepen.

Jordi (29) is woonachtig in Oost-Souburg, samen met Kim. Zijn werkgever is Impuls Zeeland, waar hij Investment Manager is. Zijn hobby’s zijn voetballen (ook het geven van training), naar Ajax gaan en padellen. Van zijn vierde tot en met zijn zesde heeft hij bij Zeeland Sport gevoetbald. Na deze periode heeft hij van zijn zesde tot en met zijn zestiende bij RCS gespeeld. Toen hij bij de F-junioren speelde heeft hij de helft gevoetbald en de helft gekeept en vanaf de E1 is hij vaste keeper geworden. Jordi is na de B-junioren een nieuw hoofdstuk begonnen door de overstap van RCS, waar hij derde divisie speelde, naar Serooskerke1 te maken. Met Serooskerke is hij momenteel actief in de tweede klasse, waar hij na een schouderblessure in zijn eerste seizoen, 13 seizoenen onder de lat staat.

De tweede keeper van Serooskerke, Jens (25) komt oorspronkelijk uit Serooskerke en heeft hier heel zijn carrière doorgebracht. Momenteel is hij werkzaam bij Rijkswaterstaat als weginspecteur en zorgt hij ervoor dat men veilig van A naar B kan rijden. Verder brengt Jens graag tijd door op zijn motor en vindt hij het leuk om te vissen aan het water. Jens is begonnen met de mini’s van Serooskerke. “In de F’jes was ik altijd een voetballer en vond ik het leuk om op de flanken te spelen en voorzetten te geven. Toen ik in de E’s speelde ben ik vaste keeper geworden, na een wedstrijd waar ik mijn doel schoonhield”, vertelt Jens. In de jeugd was er een goede lichting, waarmee hij in de eerste klasse speelde. In die periode is zijn team uitgeroepen tot sportteam van het jaar tijdens het sportgala, georganiseerd door de Gemeente Veere. “Met dit voetbal vriendengroepje ben ik ook door gegaan naar de D1, C1 en uiteindelijk B1. Waar we in alle teams 2e klasse speelden. Vervolgens vervroegd over gegaan naar de A, waar ik veel geleerd heb van het fysieke spel waarmee ik te maken kreeg. Uiteindelijk ben ik ook vervroegd over gegaan naar de eerste selectie om vervolgens als 2e keeper met het 2e direct kampioen te worden van de 2e klasse onder leiding van Jacco Nelen. Ik ben vanaf seizoen 2014/2015 speler van de eerste selectie.”

Eigenschappen

Wij vroegen de twee keepers naar de beste en slechtste eigenschappen van elkaar. Zo vertelt Jordi: “Jens staat voor je klaar als het nodig is. Hij is dus erg behulpzaam. Dat is zowel tijdens trainingen als buitenom het veld.” Volgens Jordi is Jens hier heel erg in verbeterd, maar tijdens de eerste jaren dat hij bij de eerste selectie zat, nam hij te snel genoegen met zijn rol als tweede keeper. Jens onderschatte destijds zijn eigen kwaliteiten en was op te veel momenten gemakzuchtig.

Jens vertelt: “Jordi is iemand die heel erg betrokken is, hij vraagt altijd aan mij hoe het gaat met mijn werk of privé, maar hij doet ook alles voor het team en voor de vereniging. Hij is actief als keeperstrainer voor de jeugd en in de sponsorcommissie. Hij is iemand die alles in de details goed wilt regelen en overal rekening mee houdt.” Jens geeft aan dat Jordi misschien iets vaker nee moet zeggen, vanwege het feit dat hij al heel veel doet.

Carrièreverloop

Jordi vertelt over de carrière van Jens het volgende: “Ik denk dat Jens een goede ontwikkeling heeft doorgemaakt en een stabiele factor is geworden in het tweede elftal van Seroos. Echter heb ik vaak genoeg tegen hem gezegd dat hij ervaring in een eerste elftal mist. Het is als zoon van de voorzitter en met veel vrienden bij Seroos natuurlijk lastig om naar een andere club toe te gaan. Alleen hij heeft absoluut de kwaliteiten om eerste keeper te zijn, maar hij moet ervaring op dat niveau op doen. Een kwaliteitsverschil tussen een eerste en tweede elftal is aanwezig. Het is net een stapje sneller en fysieker, maar ook tactischer. Oftewel, ervaring op doen in een eerste elftal komt je ontwikkeling als keeper ten goede. Hij maakt het mij al een aantal jaren flink lastig om mijn plek te behouden. Het verschil tussen lastig maken en daadwerkelijk mijn plek verliezen, kan zomaar komen door het gebrek aan wedstrijden op tweede of derde klasse niveau.”

Wij vroegen ook Jens naar zijn mening, over de carrière van Jordi. “Jordi heeft veel meegemaakt in zijn carrière als eerste keeper van Seroos, degraderen en weer promoveren. Ook heeft hij goede momenten. Hij heeft vaak punten heeft gepakt door goede wedstrijden te keepen, zoals ook tijdens penalty series bij bekerwedstrijden. Jordi is ook iemand die constant wil presteren. Als het wat minder gaat tijdens wedstrijden, wordt dit meteen besproken op trainingen en werd daar gelijk op getraind. De dingen die we trainde, zijn absoluut verbeterd. Om een voorbeeld te noemen over penalty’s, in het begin noemde hij zich Jasper Cillessen, nadat erop getraind is, kan hij nu zeggen dat hij Tim Krul heet.”

0250985_onlinebanner_Klaverblad_VJGoeree

Pijnlijk moment

Een dieptepunt van Jordi is de degradatie met Seroos naar de derde klasse. “Het was extra pijnlijk dat we in de nacompetitie verloren van Oostkapelle. Het hoogtepunt is het kampioenschap in de derde klasse, twee seizoenen later”, vertelt hij. Het elftal was enorm stabiel waarin zij 17 wedstrijden de nul hebben gehouden en maar 14 tegengoals hebben geïncasseerd.

Voor Jens was het dieptepunt in 2017 waar Ado de opponent was. “In de tweede helft mocht ik opdraven, en het begon redelijk. Ik had niet echt wat aan de goals kunnen doen tot het noodlot toesloeg. Ik kreeg een inspeelbal vanaf de zijkant en ik besloot deze direct weg te trappen. Door dat ik mijn lichaam draaide, kwam de bal eerst op mijn linkervoet, en stuiterde zo over mijn rechter waarmee ik wilde trappen. Uiteindelijk kwam daar een goal uit. Pijnlijke blunder voor veel publiek.”

Concurrentiestrijd maar toch vrienden

De reden dat Jordi is blijven hangen bij Seroos is omdat Jens de mentaliteit van Seroos kenmerkt. “In het veld stroop je de mouwen op en strijd je voor elkaar, maar na de wedstrijd of training is de gezelligheid belangrijk. Het is een kenmerk van een echte dorpsclub. Ik denk dat we elkaar daarom op trainingen goed uitdagen, maar buitenom het veld ook goed met elkaar overweg kunnen.”

Volgens Jens kunnen hij en Jordi het heel goed met elkaar vinden. Jens vertelt hierover het volgende: “Zowel binnen als buiten het voetbalveld maken we grappen of hebben we serieuze gesprekken. Als het erom gaat zijn we ontzettend gefocust en willen we kosten wat het kost de nul houden tijdens een partijvorm op trainen. We willen van elkaar winnen en laten dat zien door goed keeperswerk. Deze manier van strijden houdt ons scherp en dat zien we terug in de wedstrijd.”

Samengevat is het een gezonde concurrentiestrijd op het veld, maar zijn de twee keepers daarbuiten vrienden.

We vroegen de jongens waar zij elkaar zien over tien jaar, Jordi zegt hierover het volgende: “Allereerst hoop en denk ik dat hij gelukkig is samen met zijn vriendin Lisa. Daarnaast verwacht ik dat Jens meerdere seizoenen in het eerste elftal heeft gekeept, maar twijfel ik wel of hij dat over 10 jaar nog steeds doet. Het zou mij niks verbazen als hij voor die tijd een bewuste keuze maakt om op een lager niveau te voetballen. Het werken op onregelmatige tijden speelt daarin een rol. Als dat weg valt, zie ik hem over tie jaar nog in het eerste van Seroos staan.”

Ook vroegen wij Jens naar de toekomst van Jordi: “Ik zie Jordi over tien jaar voorzitter zijn van VV Serooskerke. Ik denk dat hij over tien jaar samen met zijn vrienden in een elftal zit als voetballer. Daarnaast zie ik hem als succesvolle manager, vader van twee kinderen en samen met zijn vrouw Kim genieten van een mooi leven.”

Klik de link voor een ander artikel van V.V. Serooskerke

Jeugdtak vv Rijsoord draait op volle toeren

Stilzitten is geen optie voor de jeugdcommissie van VV Rijsoord. Die houding heeft de club geen windeieren gelegd, want midden in de coronaperiode maken de Kraaien een opmerkelijke bloei door. “We draaien op volle toeren”, aldus Sabrina Boekhout, jeugdvoorzitter a.i.

“Vraag mij niets over voetbal, daar heb ik geen verstand van”, waarschuwt Boekhout. Maar organiseren kan je wel aan haar uitbesteden. Het andere mensen enthousiast maken is ook één van haar kwaliteiten. “Toen ik bijna twee jaar geleden werd gevraagd voor deze functie heb ik even goed moeten nadenken. Maar voorzitter Ramon de Borst verzekerde me dat het voetbaldeel mij uit mijn handen werd genomen door de technische commissie. Van de technische kant van voetbal heb ik namelijk geen kaas gegeten. Ik vind het leuk om dingen te organiseren en mensen enthousiast te maken.”

Dominos_voorjaar2021

Dat zijn eigenschappen die juist in coronatijd extra goed van pas komen. Om alle coronahindernissen te nemen moesten immers heel wat sprongen gemaakt worden de afgelopen anderhalf jaar. “We hebben zo veel mogelijk geprobeerd te blijven trainen en voetballen, voor zo ver dat mogelijk was en is”, zegt Boekhout. “We hebben toen de competitie stillag ook van alles georganiseerd. In die periode is het aantal hulpouders gigantisch toegenomen. Van alle kanten kwam er vrijwillige hulp. In die periode hebben we ook veel tijd en energie gestoken in diverse acties, waaronder de Grote Club Actie. Dat leverde ruim achtduizend euro op.”

Geld, dat gebruikt werd om het jeugdhome een flinke opknapbeurt te geven. “Daar was het wel aan toe”, zegt Boekhout. “We hebben de boel geverfd, er is een nieuwe bank gekomen, een nieuw voetbaltafelspel en een airhockeyspel. We hebben ook het logo – een kraaitje – opgefrist. Dat staat op de voordeur en is op diverse plekken in de jeugdhome te vinden.”

phonedirect

Jeanne Schuitemaker, 75 jaar inmiddels, is al jaren het gezicht van het jeugdhome. ‘Sjaan’ is er altijd om de jeugd van Rijsoord na een wedstrijd of training van een drankje en snoepje te voorzien. “We zijn enorm trots op ons jeugdhome”, zegt Boekhout. “Het geeft ook ons sociale gezicht aan. Je moet bij Rijsoord leuk kunnen voetballen, maar prettig naast het voetballen kunnen ontspannen. Je moet er thuis voelen. Het jeugdhome is als een huiskamer.”

Dat die ‘formule’ aanslaat, blijkt uit de groei die de jeugdtak doormaakt. Inmiddels heeft de club 375 jeugdspelertjes. “Er zijn veel meisjes bijgekomen. Inmiddels hebben we al zeven meisjesteams. Daar zijn we ontzettend blij mee.”

In mei en juni van dit jaar kreeg de club een golf van nieuwe aanmeldingen. Boekhout: “We hebben meegedaan aan het Oranjefestival. Dat het zo’n succes zou worden, hadden we niet kunnen dromen. Daarna is de stroom met nieuwe kinderen op gang gebleven.”

“Ook al zijn we dit seizoen nog maar vier maanden onderweg, voetballen beperkt wordt toegelaten, zijn we als jeugdcommissie aan het knallen.  Met een afgeronde AH-actie, Clubsupport bij de Rabobank, 10.480 euro aan de Grote Clubactie-opbrengsten en de kerst drive-thru voor alle kids van JO en MO9/11/13 verslaan we onszelf.”

 

Klik op de link voor een recent artikel over vv Rijsoord

Voetbal en opvoeden hand in hand bij Voetbalschool

André van de Velde kent het belang van een degelijke motorische ontwikkeling van kinderen. Bij zaterdageersteklasser RVVH geeft hij leiding aan de Voetbalschool, waar jongeren van vier tot zeven jaar kennis maken met de basisbeginselen van bewegen en voetbal. Dat een strenge hand op sommige momenten nodig is, kan hij allerminst ontkennen. “Respect is heel belangrijk.”

Van de Velde is een relatief oude vader, bekent hij lachend aan het begin van het interview. Terwijl hijzelf reeds 51 verjaardagen heeft gevierd, is zoontje Luca nog slechts zes lentes oud. Toen het ventje zich aanmeldde bij RVVH, voelde Van de Velde de aantrekkingskracht om zich verdienstelijk te maken in de jeugdopleiding van de Ridderkerkse club. “Ik ben een echte RVVH-man”, zegt hij niet zonder trots. “Ik heb lange tijd als keeper bij de vereniging gespeeld, nooit kwam ik uit voor een andere club. Ik was niet overdreven getalenteerd, maar pendelde een beetje heen en weer tussen het tweede en derde elftal. Eén keertje heb ik reserve gezeten bij een competitieduel van het eerste. En in een oefenwedstrijd tegen NSVV had ik zelfs een basisplaats. Die mijlpalen pakken ze me niet meer af.”

Dominos_voorjaar2021

Als coördinator van de Voetbalschool ziet Van de Velde elke week weer dat een kind niet vroeg genoeg kan beginnen met de sport. Althans, als het de ambitie heeft om hogerop te komen. “We hebben op donderdagavond drie kwartier training en spelen op zaterdag onderlinge wedstrijdjes. Je ziet gewoon dat kinderen baat hebben bij de trainingen en dat is hartstikke leuk. Voor de allerjongsten houden we het simpel: we doen een spelletje als tikkertje, dribbelen met de bal, schieten de bal naar elkaar over en doen een klein partijtje. De wat ouderen, dan heb ik het over kinderen van zes en zeven haar, werken met een gediplomeerde trainer ook gericht aan hun motorische ontwikkeling.”

Dat laatste, weet Van de Velde, is hard nodig in een tijd waarin binnen zitten tot kunst is verheven en de spelcomputer geregeld het dagelijks leven domineert. Met specifieke loopvormen en rekoefeningen valt er gelukkig veel winst te behalen. “Voor de allerjongsten zijn die oefeningen nog te moeilijk”, vervolgt Van de Velde, die bij benzinegigant Tango verantwoordelijk is voor de verwerking van de BTW. “Wat wél voor alle leeftijden geldt, is dat de kinderen zich gedisciplineerd moeten gedragen. Als ze het terrein opkomen, wil ik dat ze mij of een andere trainer een boks geven. En als wij een oefening uitleggen, willen we dat de voetballertjes luisteren.”

phonedirect

Het komt soms voor dat de balorigheid in een kind even opsteekt en hij door de uitleg van Van de Velde en zijn kompanen heen praat. Of dat hij simpelweg te laat op het trainingsveld verschijnt. Dan krijgt hij een waarschuwing van de coördinator, die de jeugdige voetballer bij drie waarschuwingen het ongewenste gedrag laat bespreken met zijn vader of moeder. “Met het bijbrengen van respect kun je niet zorgvuldig genoeg zijn”, zegt Van de Velde. “Het is natuurlijk geen ramp als een kind drie waarschuwingen krijgt, maar we laten het niet ongemerkt voorbij gaan. Een voetballer maakt deel uit van een team en goed gedrag is daarom wenselijk. Het gebeurt ook weleens dat we geen partijtje op de training spelen omdat teveel kinderen in de groep zich niet goed hebben gedragen.”

Dat de goeden dan onder de kwaden moeten lijden, vindt Van de Velde vanzelfsprekend ook vervelend. “Ik krijg dan weleens commentaar van ouders, die zeggen dat hun kind zich netjes heeft gedragen. Zij vinden het dan onterecht dat er geen partijtje is gespeeld. Ja, jammer dan, zo werken wij nu eenmaal. Op zaterdag kunnen ze sowieso de schade inhalen. Dan komen we met z’n allen naar RVVH om lekker onderlinge wedstrijdjes te spelen. Als je naar de betere voetballers in de jeugd van RVVH kijkt, zie je dat zij eigenlijk allemaal vroeg zijn begonnen met voetballen. We doen het niet voor niets, zullen we maar zeggen. Als ze van het veld aflopen, willen we wél dat minstens één van de trainers het ziet, als ze gaan plassen bijvoorbeeld. We willen graag overzicht houden, dat is voor iedereen het beste.”

 

Klik op de link voor een ander artikel over RVVH

 

Voetbalbroers hopen bij Zuidland op promotie

Twee broers zie je in de voetballerij wel vaker, maar in één team is vrij uniek. Bij derdeklasser Zuidland hebben ze er binnen de eerste selectie zelfs vier, van twee verschillende families. Kai en Morris de Hoog voetballen sinds een aantal seizoenen samen en daar genieten ze zichtbaar van. “We gunnen elkaar het beste.”

249967_CPI

Allebei begonnen ze al vroeg met voetballen bij de club waar ze nu samen in het eerste spelen. “Eigenlijk vanaf dat het mocht, ben ik hier meteen gaan voetballen. Na een aantal seizoenen bij Spijkenisse, kwam ik als A-junior weer terug”, vertelt Morris. Ook Kai was er vroeg bij. “Vanaf mijn vijfde, denk ik. Eerst moest ik mijn zwemdiploma’s halen, toen mocht ik!” De twintigjarige Morris weet nog goed hoe het er vroeger aan toeging. “We waren altijd samen aan het voetballen. Op vakantie, op het schoolplein, we deden niet anders. Allebei bloedfanatiek, niet willen verliezen van elkaar, zonder ruzie te maken.” Zijn 22-jarige broer moet lachen als het onderwerp ter sprake komt. “Dat waren de mooiste tijden, lekker zorgeloos voetballen. We zochten altijd een speler uit om te zijn, ik was vaak Iker Casillas. Dus als keeper, op straat, dat was niet goed voor mijn kleding.”

Serieuzer

Van de pleintjes naar het eerste elftal van Zuidland, want sinds twee seizoenen spelen ze samen. Volgens Morris het mooiste wat er is. “Ook voor onze ouders, die moeten niet meer kiezen nu, haha!” Niet alleen buiten, maar ook binnen het veld zijn ze vaak bij elkaar in de buurt. “Ik speel als centrale verdediger en Kai als ‘6’. Dus eigenlijk staat hij vlak voor mij. We voelen elkaar goed aan, dus dat is wel een voordeel.” Lijken ze op elkaar als voetballer? “Eigenlijk helemaal niet! Morris is een voetballende verdediger, terwijl ik het veel meer van de duels moet hebben.” Ook qua mentaliteit is er een duidelijk verschil, moet de oudste toegeven. “Hij is wat serieuzer en heeft meer de wil om er alles uit te halen, dat heeft er bij mij altijd wel een beetje aan ontbroken. Morris is op zijn twintigste echt wel verder dan dat ik op die leeftijd was.” Toch zou zijn jongere broertje graag een kwaliteit van hem over willen nemen. “Kai is fysiek echt heel sterk, dus ik zou zijn duelkracht wel willen hebben.” Andersom is de oudste dan weer jaloers op de trap van de centrale verdediger. “Die legt er zo tien per wedstrijd op de stropdas bij de rechtsbuiten, dat vind ik toch wel heel knap.”

Opstomen

Ondanks dat ze inmiddels niet meer allebei thuis wonen, de middenvelder woont in Kralingen, weten ze elkaar nog altijd te vinden. “Natuurlijk bij de club, maar thuis nog vaak genoeg. Onze moeder werd er op een gegeven moment gek van, dat het altijd alleen maar over voetbal ging.” Hoe gaat dat tijdens trainingen of wedstrijden? “Ik wilde altijd nog eens samenspelen met hem, dus het is bijzonder dat we nu in één team zitten. Soms vind ik Morris wat arrogant, een beetje kan soms goed zijn, maar het moet niet te erg worden. Dat zeg ik dan af en toe tegen hem, maar echt ruzie hebben we eigenlijk nooit.” Ondanks dat hij wat jonger is, laat Kai toch de coaching over aan zijn broertje. “Hij staat achter mij, dus kan het veel beter neerzetten. We communiceren goed samen en zijn ook geen haantjes, dus we luisteren echt wel.” En dus kan Morris naar hartenlust opstomen. “Dan weet ik dat Kai mijn positie overneemt, zonder te zeggen doet hij dat.” De oudere broer is naast speler ook nog trainer van de JO16, maar de doelstelling voor het eerste is wat hem betreft duidelijk. “Promoveren naar die tweede klasse. Niet iedereen durft het uit te spreken, maar ik vind wel echt dat we daarvoor moeten gaan.” Voorlopig hopen ze dat dus nog samen te bereiken, maar Kai denkt niet dat ze voor eeuwig samen zullen blijven spelen. “Morris kan en moet hoger gaan spelen. Hij moest het eerst hier even laten zien, daar is hij mee bezig.” Voor zichzelf heeft hij een heel ander doel voor ogen. “Ooit hoop ik hier aanvoerder te worden. Als ik dat heb bereikt, is mijn voetbalcarrière geslaagd!”

Klik voor meer artikelen over VV Zuidland.
Klik voor meer informatie over VV Zuidland.

Kees en Ilona passen perfect bij Zuidland

Een karakteristieke dorpsclub die draait op vrijwilligers. Zo omschrijft Kees Bevaart ‘zijn Zuidland‘ het liefste. Het is dan ook niet gek dat 41-jarige inwoner van Zuidland in de 25 jaar dat hij er al komt de nodige taken heeft vervuld. Tegenwoordig zorgt hij, samen met zijn vrouw Ilona, dat iedereen er netjes bij loopt.

249967_CPI

Als zesjarig jongetje begon Bevaart met voetballen bij de club op het dorp, zoals dat zo vaak gaat. Een periode van tien jaar was hij eventjes weg, om acht jaar geleden weer terug te keren. “Je hebt gewoon die sociale binding, kent iedereen van gezicht. Dat verlies je eigenlijk nooit.” Na vier jaar als jeugdtrainer en drie jaar als pupillencoördinator, zorgt hij nu dus alweer een jaartje of drie voor de kleding. “Eigenlijk werd mijn vrouw in eerste instantie gevraagd, nu doen we het samen.”

Passen

En daar komt, ook bij een gemoedelijke club als Zuidland, het nodige bij kijken. “We zorgen dat alle teams kleding hebben, maar regelen ook de ballen en de hesjes.” Voor de dagelijkse dingen weet iedereen ze inmiddels wel te vinden, vertelt hij. “Een groter shirt of een lekke bal, dan kloppen ze bij ons aan.” Aan het einde van het seizoen wordt de kleding weer netjes ingeleverd, een drukke periode. “We hebben nu een ander kledingmerk, dus daar gaan we gefaseerd in over. Oude kleding innemen en zorgen voor nieuwe.” Vooral september en oktober zijn drukke maanden, weet hij uit ervaring. “Dan komen de nieuwe spelertjes, die moeten allemaal weer nieuwe kleren hebben. Dan zijn we denk ik wel vijf keer per week op de club, zo’n tien uur in totaal. In de wintermaanden is dat misschien maar een halfuurtje.” Maar het is meer dan dat. “Zo meteen begint het nieuwe kalenderjaar, dan zijn wij alweer druk bezig met de kleding voor komend seizoen. Het wedstrijdtenue wordt voor ons op maat gemaakt, maar dat kan best drie maanden duren.” En uiteraard moet dat allemaal precies passen. “Het is een andere pasvorm dan gewone kleren. Dat proberen we praktisch op te lossen door ze even te laten passen, anders zit je straks met een veel te grote maat.” Maar ook de ballen vragen genoeg aandacht. “Tegenwoordig heb je verschillende maten. Kleiner, groter, lichter of zwaarder.” De luchtdruk in de bal doet hij op ervaring. “Haha, dat weet je ondertussen wel een beetje.”

Nieuw nummer

Voor Bevaart is het de normaalste zaak van de wereld. “De club draait op vrijwilligers, dat is ook een stukje verantwoordelijkheid. Als je kinderen hier voetballen, moet je ook wat terugdoen, anders vallen er gaten. Je wilt dat ze hier lekker met plezier kunnen voetballen, daar moet je wat voor over hebben.” Voor zichzelf haalt hij er nog altijd voldoening uit. “Als dingen goed gaan, is het leuk om te doen. Je ziet die gasten er netjes bij lopen op het veld, dat is mooi om te zien. Een bepaalde uitstraling, allemaal met dezelfde tas.” Het maakt hem trots. “Zo slecht hebben we het bij Zuidland nog niet voor elkaar, denk ik dan. Het is echt een eenheid, alles is op dezelfde manier gedrukt.” Gelukkig wordt zijn werk gewaardeerd, merkt Bevaart. “Vanuit het bestuur zeker wel, bij ouders of spelers merk je soms nog wat onwetendheid. Als ze het gister hebben gevraagd, verwachten ze dat het vandaag geregeld is. Maar zo werkt het niet, ik zit niet de hele dag thuis te wachten natuurlijk. We zijn geen Bol.com.” Tot voor kort wist misschien niet iedereen dat Kees en Ilona samen verantwoordelijk waren voor de kleding, die tijd is nu voorbij. “Een beetje op de achtergrond vinden we helemaal niet erg. Anders worden we elke keer op het sportpark aangesproken op van alles. Nu moeten we misschien een nieuw nummer nemen, haha! Soms is ‘nee’ ook een antwoord.” Maar voorlopig blijven ze het gewoon nog lekker doen. “We vinden het leuk, dus waarom niet!”

Klik op Zuidland voor het laatste artikel van de club

Het keepen laat Danny Spelde nooit los

Danny Spelde (35) speelde veertien jaar in het eerste van RVVH.  Als jeugdkeeper was hij actief voor Feyenoord en Sparta Rotterdam, waarna de doelman in het amateurvoetbal zijn sporen ruimschoots verdiende. Nu is Spelde trainer van de keepers van de A-selectie en leidt hij op zondag jonge doelmannen op.

Spelde kwam uit voor de landelijke jeugd van Feyenoord en Sparta Rotterdam. “Maar dat is lang geleden hoor”, lacht de in Rotterdam opgegroeide Spelde, die in de dagelijks leven begeleider is op een woongroep voor verstandelijk gehandicapten. “Ik ben vooral bekend als doelman van RVVH. Mede door een kruisbandblessure heb ik het betaalde voetbal niet gehaald. Maar ik heb later een prima tijd in het amateurvoetbal gehad. Ik speelde een paar jaar voor Barendrecht en ben toen naar RVVH gegaan. In combinatie met mijn maatschappelijke loopbaan, was dat erg leuk”, aldus Spelde die anderhalf jaar geleden vanwege een kruisbandblessure moest stoppen bij RVVH.

Dominos_voorjaar2021

Spelde meerde aan bij de Ridderkerker vereniging op het moment dat zij net gedegradeerd was naar de tweede klasse zaterdag. Het was aanvankelijk de bedoeling om met zijn nieuwe club in de eerste klasse te spelen. “Maar RVVH had een slecht seizoen, waardoor we met best veel nieuwe spelers in de tweede klasse moesten beginnen. Ook Giovanni Franken bijvoorbeeld, maakte deel uit van de selectie. Er heerste geen enorm prestatieklimaat toen wij ons bij RVVH aanmeldden. Langzaamaan is daar verandering in gekomen.”

RVVH zette in het seizoen 2008/2009 aan voor een opmars die uiteindelijk zou leiden tot een positie in de Topklasse, voorheen het hoogste amateurniveau. Mario Papavoine trad aan als voorzitter en hij nam geen genoegen met een zesjescultuur. “We promoveerden meteen twee keer op rij en RVVH werd een prestatieclub. Er kwamen spelers van buitenaf. In de hoofdklasse behaalden we steeds hogere klasseringen en in 2015/2016 promoveerden we zelfs naar de Topklasse. Dat we het daarin maar één seizoen volhielden, was een financiële kwestie. We hadden met afstand het laagste budget en konden niet op tegen veel rijkere clubs die een bredere selectie hadden.”

phonedirect

Zelf, zegt Spelde, bleef hij in zijn beginjaren bij RVVH niet overdreven lang plakken in de kantine. Later stond hij zichzelf steeds meer toe om met zijn teammaten een pilsje te pakken. “Spelers van buitenaf vertrokken en RVVH kreeg weer een ploeg met eigen jongens. Echte clubmannen die het leuk vonden om met elkaar in de kantine te zitten. Zelf werd ik ook losser naarmate ik ouder werd. Ik heb duidelijk gezien hoe RVVH de afgelopen jaren aan gezelligheid heeft gewonnen.”

Als keeperstrainer van de A-selectie geeft Spelde leiding aan drie keepers. “Kristijan Nikolic is de eerste keeper, hij is 22 jaar. Hij kan nog veel leren, maar ook nu doet hij het al goed. Over Joris Blaak (21) en Tim Elkhuizen (27), die tweede keeper is, ben ik ook tevreden. Wat is er voor een keeperstrainer mooier dan met jonge,  gretige gasten te werken?”

Eigen keepersschool

Spelde is in het bezit van het zogenoemde diploma’s keeperscoach 2 en 3. De cursus die kan leiden tot het bezit van het zogenaamde PRO-diploma, was hem net wat te prijzig: tienduizend euro. “Maar met mijn opleiding heb ik heel wat bagage. Ik heb ook een eigen keepersschool en geef op zondagmorgen clinics bij RVVH voor alle keepers van RVVH maar ook van andere clubs die daar behoefte aan hebben. Hartstikke leuk om te doen, ik breng al die jongens graag wat bij. Er is gelukkig veel animo,  ik heb 3 verschillende leeftijdsgroepen, 7 tot en met 10, 11 tot en met 14 en 15 tot en met 18 jaar. Joris Blaak assisteert mij met heel veel plezier.”

Jonge jongens zien het niet meer als een afgang om op doel te staan, lacht Spelde, die zelf keeper werd bij gebrek aan kwaliteit als veldspeler. “Vroeger ging je keepen als je verder niks kon. Mijn vader drong er bij mij op aan dat ik tussen die palen moest gaan staan. Nu zie je dat keepers net zo gewaardeerd worden als sterke veldspelers. Het is heel dankbaar om elke week weer met een club enthousiaste gasten te mogen werken. Maar de groep op zondag breidt zich steeds uit. Ik heb de keepersschool bewust kleinschalig gehouden, maar sluit niet uit dat ik assistenten nodig heb in de toekomst en ook de zondagmiddag zal moeten gebruiken.”

 

Klik de link voor een ander artikel van RVVH

Menno Leening: ‘Het is heel divers en je moet continu reageren’

Steeds minder sportzaken en steeds meer online. Het is een ontwikkeling die Menno Leening, eigenaar van Sport2000, de laatste jaren steeds meer ziet. Maar wie denkt dat hij daardoor bij de pakken neer gaat zitten heeft het mis, want juist in deze tijden kijkt hij naar de mogelijkheden. “Dat is het leukste van je werk, reageren op wat er gebeurt.”

Eind 2010 nam hij de winkel in Spijkenisse over, maar al 25 jaar lang weten de mensen de sportzaak te vinden. Dat is dan ook meteen hun kracht, vertelt Leening. “Je bent een soort lokale held. Er zijn maar weinig sportwinkels meer, dus moet je ontzettend actief zijn.” Toch, hoe gek dat ook klinkt, had hij liever een goede concurrent in de buurt gehad. “Daar hebben we eigenlijk meer baat bij, dan hebben de mensen iets te kiezen. Wij kunnen niet alles hebben, terwijl dat online veel makkelijker is.” Leening zag het hebben van een eigen sportzaak op jonge leeftijd al voor zich. “Ik ben begonnen als stagiair, toen verkoper en zo doorgegroeid. Het leukste is het echte contact met de klant. Dat maakt het werk zo divers, iedereen is op zoek naar wat anders.”

Reageren

Luisteren wat de mensen willen, is sowieso heel belangrijk, vertelt de 42-jarige eigenaar. “Veel contact met de verenigingen en op de werkvloer aanwezig zijn, daar pas je de collectie op aan.” Helemaal in deze tijd, moeten ze boven op de voorraad zitten, legt hij uit. “Met het hebben van ‘Nike teamwear’ zijn we uniek, maar de productie loopt achter. Het is continu schakelen, wat komt er wel?” Als fanatiek tennisser weet hij als geen ander hoe belangrijk het materiaal is. “In de winkel zorgen we niet alleen voor een uitgebreid assortiment, maar ook voor de kennis. Klantgerichtheid moet onze kracht zijn.” Op het verlanglijstje van Leening staat nog één wens. “De winkel moet opgeknapt worden. De ruimte is perfect, daardoor heb je juist contact met de klant.” Zoals gezegd, is het steeds weer reageren op de actuele ontwikkelingen. “Nu wordt er minder gevoetbald, dus verkoop je weinig voetbalschoenen. Maar verlichting om hard te lopen is juist weer heel populair. Toen de sportscholen dicht moesten, ging iedereen skeeleren en verkochten we in drie maanden tijd meer dan 300 yogamatjes. Daar moet je op reageren, dat maakt het zo leuk en uitdagend.”

Vrouwen RVVH gesteund door trouwe sponsors

Het damesvoetbal bij RVVH is van en hoog niveau. Het eerste elftal komt uit in de Topklasse A, terwijl het tweede slechts één afdeling lager speelt. Dat laatste doet Ridderkerker Richard van der Giessen (50) erg goed. Hij is sponsor van het team en juicht het toe dat zijn vrouw de hoofdmacht steunt.

Tweede elftallen, er valt best een tijdje over te filosoferen. Heel wat bevlogen voetbalvolgers zullen stellen dat het team volledig in dienst moet staan van het eerste, dat maar al te vaak profiteert van het voorbereidende werk van ‘2’. “Het tweede is naar mijn smaak te vaak een ondergeschoven kindje”, zo begint makelaar Van der Giessen zijn verhaal. “Alle aandacht gaat doorgaans naar het eerste en ook sponsoren hebben veel meer belangstelling voor de hoofdmacht. Toen ik in 2018 begon als sponsor, was het mijn wens om het tweede te steunen. Zij werken net zo hard voor succes en dat mag best beloond worden.”

Dominos_voorjaar2021

Van der Giessen speelde als jongeling voor RVVH en reikte tot het team dat destijds nog B1 heette. Op de linkervleugel viel hij op door zijn werklust, loopvermogen en voorzet. Jaren later bracht een speling van het lot hem opnieuw in contact met de eersteklasser. “Mijn vrouw Marjan runt een uitvaartonderneming en verzorgde de begrafenis van een familielid van een speelster van het eerste. De dames hadden een klik met elkaar en Marjan werd gevraagd om eens na te denken over een stukje sponsorschap. Zij is daar toen op ingegaan, met wederzijds enthousiasme.”

Omdat RVVH de laatste jaren steevast grote ambities koesterde met de damestak, werd de hulp van Marjan buitengewoon gewaardeerd. Namens haar bedrijf voorzag ze het eerste team van winterjassen, hartslagmeters en andere spullen die wijzen op een hoog prestatieniveau. “Ik ben vervolgens zelf met mijn makelaarskantoor sponsor van het tweede geworden”, zegt Van der Giessen, die met zijn bedrijf in het centrum van Ridderkerk gevestigd is.  “Ik koop kleding voor de dames en daarnaast hebben Marjan en ik allebei een tien meter lang reclamebord op de nieuwe tribune. Het geeft ons een goed gevoel dat we het vrouwenvoetbal en de vereniging kunnen ondersteunen. Het mannenvoetbal krijgt al veel aandacht en de sfeer binnen de damestak is heel positief.”

phonedirect

Dat de beide echtgenoten maar sporadisch een duel van de vrouwen kunnen aanschouwen, heeft veel te maken met het werk. “Ik werk als makelaar zes dagen per week. De huizenmarkt staat onder hoogspanning en ook op zaterdag moet ik aan de bak. Marjan kan iedere moment worden gebeld door de familie van een overleden persoon. Ook zij is op zaterdag heel vaak met werk bezig. Maar als er een sponsoravond is, zijn we er altijd bij. Ook als het niet zo goed uitkomt, vinden we dat we ons gezicht moeten laten zien. De club neemt de moeite om het dan gezellig te maken met een hapje en een drankje. We vinden het jammer dat er soms maar weinig sponsoren aanwezig zijn. Gelukkig zijn er altijd speelsters van de selectie aanwezig. Dat stellen we erg op prijs.”

Eind november zette de iconische voorzitter Mario Papavoine na tien ambtsjaren een stap terug om ruimte te maken voor een nieuws gezicht: Stefan Komduur. De man die met zijn havenbedrijf Pelt en Schreijer BV elk jaar tienduizenden euro’s in RVVH stak, wist maar al te goed dat je sponsoren niet genoeg waarderen kan. ‘’Wij kennen Mario niet zo heel goed, maar hij komt altijd naar ons toe wanneer wij bij RVVH zijn. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar het gaat vaak genoeg heel anders. Je krijgt er een goed gevoel van als je bijdrage op prijs wordt gesteld. RVVH is gewoon en heel fijne club.”

Dat de vrouwen van zowel RVVH 1 als 2 niet aan een topseizoen bezig zijn, bezorgt Van der Giessen geen maagzweer. Onlangs nog verloor het eerste, dat eerder de ambitie om in de eredivisie te spelen hardop uitsprak, met liefst 0-7 van koploper Saestum, dat weinig te duchten had van speelsters als Vivianne Verheijen, Alyssa Dijkstra en Evy Bergmans. “Een minder jaartje hoort erbij soms. Ik weet dat het eerste niet hoog staat, maar de dames herpakken zich wel weer.”

 

Klik de link voor een ander artikel van RVVH

Henk Kraak: ‘Botlek is toch wel een beetje mijn clubje geworden’

Hij moet er zelf duidelijk ook nog een beetje aan wennen. Op zijn site staat ‘Klussenier Henk Kraak’ namelijk nog altijd als keeper van VV Spijkenisse, maar de oud-doelman is inmiddels toch alweer acht jaar lang lid van Botlek. Tegenwoordig als technische man van de selectie en dat bevalt prima.

Toch zal voor veel voetballiefhebbers de naam van de 42-jarige Kraak onlosmakelijk verbonden blijven met Spijkenisse. “Ik heb zo’n zes jaar lang als tweede doelman in het eerste gestaan en daarvoor zat ik in een vriendenteam. Dus ik ken de club goed.” Toch maakte hij een rondreisje door Voorne-Putten, zoals hij het zelf noemt. “Tot de B’tjes voetbalde ik bij Simonshaven, toen vertrok ik voor twee jaar naar Excelsior, maar ik vond voetballen met mijn vrienden toch leuker.” Via Spijkenisse keerde hij weer terug op het oude nest, na twee jaar Rozenburg en een jaartje Hekelingen streek hij neer bij Botlek. “Ze zochten een keeperstrainer en voor mij was het plezier in keepen wel een beetje minder geworden.”

249967_CPI

Goede weg

Kraak hing op zijn 34ste de keepershandschoenen aan de wilgen, pakte de handschoen als keeperstrainer op, maar na vijf seizoenen was het tijd voor iets nieuws. “Ik ben één seizoen trainer geweest van de JO19, maar dat was toch niet helemaal mijn ding.” Technische man voor de eerste selectie van de derdeklasser is dat wel. “Ik ben eigenlijk verantwoordelijk voor alle voetbaltechnische zaken. Het binnenhalen van spelers, het organiseren van trainingskampen, alles rondom de selectie probeer ik te regelen.” Vanwege corona maakte hij nog geen volledig seizoen mee, toch ziet hij een stijgende lijn. “Botlek is een gezellige vereniging, maar het sportieve aspect werd af en toe een beetje vergeten. Het ging meer om bier drinken. Nu zijn ook de prestaties weer belangrijk.” Toch mag de gezelligheid niet vergeten worden, voegt hij snel toe. “Dat gaat in de derde klasse nog altijd wel voorop, maar winnen helpt daar natuurlijk wel bij.” Hij merkt een duidelijk verschil met de tijd dat hij net binnenkwam bij de club. “Tweede klasse en alles ging vanzelf. Goede spelers kwamen en de sfeer was goed. Daarna hebben we wel in een mindere fase gezeten, met vertrekkende spelers, nu zijn we weer op de goede weg.”

Aan de rem trekken

Die goede weg zijn ze ingeslagen met een jonge ploeg, samen willen ze omhoog. “De gemiddelde leeftijd van onze groep is 21 jaar, dat kost tijd.” En dat geduld is er, vertelt Kraak. “De voorbereiding was goed, maar we zitten gewoon in een sterke competitie. Ik denk echt dat er zes of zeven ploegen zijn die mee kunnen in die tweede klasse. We doen het nu vooral met echte jongens van Botlek, dat is mooi om te zien.” De inwoner van Spijkenisse doet het dan ook met alle liefde. “Ik ben er zeker vier dagen in de week mee bezig. De trainer helpen, ik doe alles voor ze. Soms moeten ze even aan de rem trekken.” Want voetbal blijft voor hem het mooiste wat er is. “Ik houd van dat spelletje. Af en toe baal ik nog steeds dat ik het zelf niet meer kan doen. Botlek is echt mijn clubje geworden, hopelijk kan ik hier nog mooie dingen meemaken.” Daar zal hij vermoedelijk nog even op moeten wachten. “We zijn aan iets aan het bouwen, maar daar hebben we allemaal veel vertrouwen in. Dit seizoen is onze doelstelling om in de middenmoot te eindigen, maar daarvoor moeten we iedere wedstrijd honderd procent zijn. Een beetje minder en foutjes worden afgestraft.” Misschien dat zijn eigen ervaring daar nog een bijdrage aan kan leveren. “Ik was een meevoetballende keeper, met een goede trap. In een seizoen had ik best wat assists. De mooiste tijd was bij Rozenburg, maar bij Spijkenisse had ik bijvoorbeeld Adrie Poldervaart als trainer. Dat zijn mooie herinneringen.”

Fantastische functie

Na een moeizame start en een laatste plaats, moet er nu wel echt gewonnen gaan worden. “De organisatie zit goed in elkaar, we voetballen leuk, maar je moet wel wedstrijden winnen. Lovende woorden zijn mooi, maar het draait uiteindelijk om overwinningen.” Ook voor zichzelf is hij daar wel aan toe. “Ik was wel het type voetballer dat hield van een feestje, maar in het veld stroopte ik altijd de mouwen op.” Toch maakte hij niet alleen mooie momenten mee, moet hij eerlijk bekennen. “Bij Simonshaven degradeerden we eigenlijk door een fout van mij, ook dat soort dingen vergeet je nooit meer.” Als technische man heeft hij zijn draai bij Botlek helemaal gevonden en dus komt hij, als het aan hemzelf ligt, nog vele jaren op het scootertje naar de club. “Deze functie is fantastisch! Trainer zijn is eigenlijk niks voor mij, keeperstrainer deed ik vooral om de club te helpen. Hopelijk mag ik dit nog heel lang blijven doen. Zorgen dat die jongens niks tekortkomen, daar geniet ik van.”

Kik op Botlek voor het laatste artikel van de club.

Bjorn Hoek: ‘Voorzitter bij Zwartewaal? Wie weet!’

Hij is het jongste bestuurslid van Zwartewaal en volgens de huidige voorzitter de toekomst van de club. Of de 28-jarige Bjorn Hoek over een paar jaar daadwerkelijk de baas is bij de vierdeklasser weet hij zelf nog niet, voorlopig is hij prima op zijn plek als secretaris. “Ik kon voor geen meter voetballen, zo kan ik toch nog van waarde zijn.”

Toch begon Hoek, die naast Zwartewaal ook groot Feyenoord-fan is, net als iedereen met voetballen. “Vanaf mijn zesde, maar op een gegeven moment viel de ploeg uit elkaar. Dat heb je bij een klein dorpje. Ik heb na de A’tjes nog even in een vriendenteam gezeten, inmiddels ben ik al een jaar of drie gestopt.” Voor zelf voetballen was hij dus niet helemaal in de wieg gelegd, maar afscheid nemen van ‘zijn clubje’ kon hij toch ook niet. “Het is ons-kent-ons en doe maar normaal, dan doe je gek genoeg. De derde helft is hier minimaal net zo belangrijk.”

Woordje klaar
Want het dorp waar hij is geboren en opgegroeid, mag straks niet zonder voetbalclub zitten. “Inmiddels woon ik in Brielle, maar ik heb hier 22 jaar lang gewoond. Je ziet dat er steeds minder dingen te doen zijn op het dorp, maar zo’n voetbalvereniging mag niet verdwijnen. Daar moet je samen naartoe kunnen blijven gaan, dat is iets sociaals. Kinderen moeten hier lekker kunnen voetballen.” En dus zet Hoek zich met alle liefde in voor Zwartewaal. “Eerst als algemeen bestuurslid. Ik had altijd wel mijn woordje klaar, dus toen zeiden ze: Als je het altijd zo goed weet, kom er dan maar eens bij zitten. Zo is het eigenlijk begonnen.” Vanaf juni 2015 keek hij een jaar of drie mee met oud-secretaris Rob Kroon, om diezelfde functie vervolgens over te nemen. “We wisten dat hij ging stoppen, dus dat was een vooraf bedacht plannetje. Nu ben ik zo’n tweeënhalf seizoen actief als secretaris.” Vanzelfsprekend hoort daar een takenpakket bij. “Tegenwoordig gaat alles wat betreft het ledenbestand digitaal. Ik ben vooral bezig met Sportlink en overschrijvingen regelen, eigenlijk een beetje het reilen en zeilen van de vereniging.” Daarvoor is hij minimaal één avond op de club, veel kan vanuit huis. “Dat ligt ook een beetje aan de periode. Bij een nieuw seizoen is het natuurlijk drukker met overschrijvingen. Nu ben ik bezig met het trainingskamp in Spanje en het innen van de contributie.”

249967_CPI

Verjonging
Naast dat hij vroeger training gaf en leider was, is hij nu ook nog actief in de kantine. “De inkoop en verkoop doe ik tegenwoordig ook, zorgen voor het assortiment.” Natuurlijk is Hoek er op zaterdag ook altijd bij, hij hoopt dat Zwartewaal die functie voorlopig nog heel lang kan vervullen. “Er zijn natuurlijk meer clubs bij ons in de buurt, dus dan is het hard knokken om je hoofd boven water te houden. Onze functie binnen het dorp mag niet verloren gaan, dat is het sociale leven van de mensen hier.” Ook financieel staat de club voor een aantal uitdagingen de komende tijd. “De kantine moet weer op slot en niemand weet wanneer we weer open mogen. Ook met de gemeente lopen bepaalde afspraken, daar houden we ons netjes aan, daar moet wel wat tegenover staan. We doen net zo goed mee.” Zijn werk geeft hem nog altijd genoeg voldoening. “Als je ziet dat iedereen het naar zijn zin heeft en plezier maakt, dat is het belangrijkste. Als de mensen klagen over heel kleine dingen, weet je dat wij ons werk goed doen.” Met het leeftijdsverschil binnen het bestuur, heeft Hoek geen enkel probleem. “Ik was 22 toen ik erbij kwam, toen stonden ze best wel even gek te kijken denk ik. Daar merk ik niks van.” Doen waar je goed in bent, zo vertelt hij. “Voetballen was niet zo mijn ding, dingen regelen wel.” Hij hoopt dan ook dat een aantal leden in zijn voetsporen treden. “Een beetje verjonging binnen het bestuur zou mooi zijn, dat is nooit slecht.” Of hij over een aantal jaar voorzitter is, durft hij niet te zeggen. “Voorlopig hebben we het prima voor elkaar en hoop ik dit nog wel een paar jaar te mogen doen. Maar wie weet als ze het ooit vragen…”

Klik voor meer artikelen over Zwartewaal.
Klik voor meer informatie over Zwartewaal.