Home Blog Pagina 671

Angelique van Zitteren is het gezicht van het damesvoetbal bij Virtus

Ze is 51 jaar en tot vorig jaar nog actief als voetbalster bij Virtus, sterker nog. “Zonder corona, had ik nu waarschijnlijk gewoon nog gevoetbald.” Sindsdien is Angelique van Zitteren een beetje het gezicht geworden van het damesvoetbal binnen de club en dat is hard nodig. “We hebben geen jeugd meer en bij ‘dames 2’ moeten we het vooral allemaal zelf regelen.”

Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

Helemaal afscheid nemen van het spelletje kan Van Zitteren niet, vandaar dat ze gewoon nog regelmatig op het veld staat. “Om mee te trainen, misschien gaat het wel weer kriebelen. En als we er niet genoeg hebben, kan ik meedoen.” De liefde begon voor haar op elfjarige leeftijd. “Ik zat op handbal, maar dat was hem niet voor mij. Vond voetbal altijd al veel leuker. Iedere zaterdag kwam ik bij Virtus, want mijn vader voetbalde daar.” Tot de plaatselijke visboer, toevallig ook jeugdtrainer, haar vroeg eens mee te trainen. “Eindelijk mocht het! Toen heb ik het tegen iedereen verteld, de eerste training stonden we daar ineens met 22 meiden. Hebben we meteen een meisjesteam opgericht.”

Gezelligheid

Maar inmiddels is die populariteit bij de club uit Zevenbergen behoorlijk teruggelopen, moet ze eerlijk bekennen. “Vorig jaar hadden we nog een MO19, maar die is nu ook weg. Of dat nu met corona of andere dingen te maken heeft, is lastig te zeggen. We hebben alleen nog twee teams bij de senioren. En er spelen een aantal meisjes bij de jongens.” Ook bij ‘dames 2’, waar Van Zitteren zelf deel van uitmaakte, is de nood soms hoog. “Ik werd een beetje gebombardeerd tot aanspreekpunt, we hadden geen trainer en ook geen leider. Een soort ‘regelneef’ werd ik. Nu is mijn man leider en verzorgt de voorzitter af en toe de trainingen.” Eén keer in de week zorgen de speelsters zelf voor een training, legt ze uit. “Dat doen we om de beurt. Dat is eigenlijk hartstikke leuk, elke training is weer anders. Iedere week staat er weer iemand anders voor de groep.” Van Zitteren is nu medebegeleidster van het team, daar komt nog het nodige bij kijken. “Sponsoren regelen, trainingspakken verzorgen, dat soort dingen. We regelen het eigenlijk allemaal met elkaar.” Dat doen ze met genoeg plezier. “Ondanks de leeftijdsverschillen, zijn veel meiden vriendinnen. Het is een heel gezellig team.” Mede door die gezelligheid kan ze het niet laten om zelf ook nog geregeld een balletje mee te trappen, maar dat is niet de enige reden. “Je moet wel een beetje bezig blijven. De sportschool is niks voor mij. Buitenom voetbal, vind ik weinig sporten leuk. Dit blijft het leukste wat er is. Mijn kinderen voetballen bij Virtus, mijn man staat in de kantine. Je bent niet anders gewend.”

imcoda

Aanwas

Ze merkt dat het damesvoetbal binnen de club nog altijd moet knokken voor haar plekje. “Het blijft een apart eilandje binnen een vereniging. Er komt wel wat meer belangstelling vanuit ‘de heren’, maar nog lang niet genoeg.” Aan haar pleidooi voor het spelletje, kan het niet liggen. “Voetbal is gewoon heel erg leuk. Ik ben ermee opgegroeid, je ziet iedere dag voetbal op tv.” In haar tijd was het nog best gek dat een meisje op voetbal ging, herinnert ze zich. “Dat was niet algemeen geaccepteerd, vonden ze eigenlijk helemaal niks. Nu is het gelukkig heel normaal, zeker binnen Virtus. Het zou pas gek zijn als we hier geen vrouwenvoetbal meer zouden hebben.” Het zou wat haar betreft dan ook goed zijn als jonge meiden zich weer aan zouden melden bij de club, zodat er een meisjesteam opgericht kan worden. “Die aanwas heb je wel nodig. We zijn ooit eens actief bezig geweest, tijdens carnaval, maar niemand reageerde op onze flyers. Ik weet niet zo goed wat dat is.” Toch hoopt ze dat er in de toekomst nog wat stappen worden gezet. “Het loopt allemaal wel, maar we moeten het vooral zelf doen. Het zou mooi zijn als het in de toekomst iets meer vanuit de club zou komen!”

Klik hier voor meer informatie over Virtus
Lees hier meer artikelen over Virtus

Gaynio Aarts voelt zich thuis bij Rood Wit

Bijna vier jaar geleden kwam Gaynio Aarts als ‘vreemdeling’ binnen bij Rood Wit. Na de complete jeugdopleiding te hebben doorlopen bij Zundert, vond de rappe aanvaller het tijd voor iets nieuws. In Sint Willebrord werd hij met open armen ontvangen en voelt hij zich inmiddels helemaal thuis.

Op zeventienjarige leeftijd voerde Aarts al eens een gesprek met de eersteklasser, toen vond hij het nog te vroeg voor een overstap. Die kwam er een aantal seizoenen later dus wel. “Het draaide minder bij Zundert, dus het was voor mij een goed moment om ergens anders te gaan kijken. Ik miste een beetje de ambitie, op zondag wil ik echt gewoon winnen. Bij Rood Wit hadden ze die drive wel.” En dus waagde hij de stap naar Sint Willebrord, helemaal onbekend was hij daar niet. “Mijn moeder komt hier vandaan, dus dan heb je toch dat ‘theikes’ bloed. Kom je makkelijker binnen.” Al is het alleen maar omdat hij ze met Zundert regelmatig tegenkwam, het leverde een bijzondere situatie op, herinnert hij zich nog goed. “We speelden tegen elkaar, Rood Wit werd dat seizoen kampioen, maar wij maakten het met 2-2 nog spannend voor ze. Ik scoorde twee keer en kreeg vanaf de zijkant behoorlijk wat te horen, terwijl ik al in gesprek was met ze. Toen dacht ik nog: dat wordt wat als ik daar volgend jaar speel.”

Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

Moeilijke periode

Inmiddels is hij natuurlijk in de armen van de supporters gesloten, zijn vertrek bij Zundert was niet de makkelijkste. “Je laat wel vrienden achter, maar achteraf is het een heel goede keuze geweest. Dit is ook gewoon een gezellige dorpsclub.” Die gezelligheid was in zijn eerste seizoen, onder toenmalig trainer Jack Sweres, even ver te zoeken voor Aarts. “Ik draaide echt een goede voorbereiding en als nieuwe speler wil je natuurlijk meteen laten zien wat je kan. In een van de eerste wedstrijden scheurde ik na een kwartiertje mijn hamstring af, lag ik er zeven weken uit.” De inwoner van Zundert revalideerde, keerde weer terug in het elftal, tot het opnieuw misging. “Andere hamstring. Pas na de winterstop was ik weer fit, dat was een moeilijke periode. Je gaat op een hoger niveau spelen, probeert jezelf te bewijzen en dan krijg je dit.” Vanaf dat moment werd hem geadviseerd, toch dringend verzocht, een compressiebroek te gaan dragen. “Dat helpt echt. Af en toe heb ik nog een momentje, dat ik denk: toch niet weer? Maar het gaat goed, ik ben ook een positief persoon, dus probeer er niet al te veel aan te denken.” Ondanks een wat stroeve start, voelt Aarts zich helemaal thuis in Willebrord. “Ik wist in eerste instantie niet zo goed wat ik kon verwachten. Je wordt open ontvangen, het is een mooie club, met veel historie.” Dat begint met de bekende mentaliteit. “Altijd willen winnen, vol gas. En als dat niet met mooi voetbal kan, dan maar met strijd. Dat is wel kenmerkend voor Rood Wit.”

Echte klapper

Sinds zijn komst, is er wel het één en ander veranderd, vertelt hij. “De oudere jongens beginnen te stoppen. Jongens als Boy van Steen hebben vanaf de vierde klasse, tot nu eerste klasse, alles bij de club meegemaakt.” De nieuwe spelers hebben een iets andere mentaliteit, heeft Aarts gemerkt. “De jeugd is wat dat betreft wel anders. Minder gemeen als ik het zo kan zeggen.” Niet alleen dat is anders, ook de manier van spelen. Voor de van origine buitenspeler beste even wennen. “We spelen nu 442, dat is natuurlijk niet mijn favoriete opstelling, omdat je dan eigenlijk zonder vleugels speelt. Nu speel ik om de spits heen.” Inmiddels heeft hij daar zijn plekje gevonden. “Je kent de looplijnen, uiteindelijk maakt het je als speler ook alleen maar beter.” In die vier jaar maakte Aarts de nodige mooie momenten mee, al hoopt de vlugge aanvaller dat de echte klapper nog moet komen. “Vorig seizoen begonnen we heel goed, dat was wel een hoogtepunt. En je eerste doelpunt voor een nieuwe club vergeet je natuurlijk ook niet meer. Maar ik hoop dat we met Rood Wit nog eens kunnen verrassen en echt een prijs kunnen pakken, voor mijn gevoel zit dat er wel in.” Voorlopig kent de ploeg van Marco Groeneveld dit seizoen een moeizame start in de eerste klasse, maar zorgen maakt hij zich niet. “Onze doelstelling is middenmoot, zelf zou ik zeggen tussen plek vier en zes, maar Marco zegt vast vier en acht.” Gemakkelijk wordt het zeker niet, erkent hij. “Er zitten een hoop lastige ploegen tussen, verschillende tegenstanders. Een aantal knokploegen. Daar ligt normaal ook onze kracht, op karakter een wedstrijd eruit slepen.”

Fanatiek

Voor zichzelf heeft hij een duidelijk doel voor ogen. “Het klinkt heel cliché, maar ik wil gewoon belangrijk zijn voor het team. Met doelpunten en assists, minimaal tien goals.” Met zijn 25 jaar is er genoeg tijd en ruimte om door te groeien, maar Aarts is zich heel bewust van zijn eigen kwaliteiten. “Ik zit hier heel goed op mijn plek. Eerlijk gezegd zou ik ook niet weten of ik een hoger niveau aan zou kunnen. Halsteren is bijvoorbeeld heel mooi, maar ik denk niet dat ik daarvoor goed genoeg ben. Dat moet je ook van jezelf weten.” En dus hoopt hij nog eens met Rood Wit te kunnen stunten. “Waarom zouden we die hoofdklasse niet kunnen halen? Of een keer nacompetitie? Dat zou fantastisch zijn.” Aan trainer Groeneveld zal het in ieder geval niet liggen, weet hij. “Marco is een gouden vent. Hij is open en eerlijk, je kunt met hem over alles praten.” Toch heeft hij één kritiekpuntje, vertelt hij lachend. “Dat hij 442 speelt! Dat vind ik wel jammer.” Dan serieus. “Voetbalinhoudelijk is Marco sterk, hij leest het spelletje goed, dat merk je tijdens de besprekingen.” Ook in hun gezamenlijke fanatisme vinden ze elkaar. “Ik ben fanatiek, maar Marco is denk ik nog fanatieker. Soms doet hij mee tijdens trainingen of proberen we hem voor de gek te houden tijdens het afwerken, dan kan hij zich behoorlijk opwinden, haha!”

Klik hier voor meer informatie over Rood-Wit
Lees hier meer artikelen over Rood-Wit

Marcel de Bruijn en Jeffrey Apon samen verantwoordelijk voor de JO14 van Unitas’30

De één is al meer dan tien jaar jeugdtrainer, de ander kwam door toedoen van zijn collega voor de groep te staan. Inmiddels zijn Marcel de Bruijn en Jeffrey Apon samen verantwoordelijk voor de JO14 van Unitas’30 en dat doen de twee mannen niet alleen met heel veel passie, maar ook met ontzettend veel plezier. “We zijn er zo fanatiek mee bezig, dat er stiekem heel veel tijd in gaat zitten.”

Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

Die tijd steken ze er overigens met alle liefde in, De Bruijn al sinds 2010. “Het begon met het trainen van mijn zoon en dochter, maar na een paar jaar werd het tijd om afscheid te nemen. Dat deed ik met zoveel plezier, dat ik graag onafhankelijk verder wilde.” En dus volgde de 51-jarige Feyenoord-fan eerst de pupillencursus en haalde hij vervolgens zijn TC3. Voor Apon ligt het net even anders. “Ik heb bewust nooit mijn kinderen getraind, pas nadat ze volwassen waren, ben ik trainer geworden. Tot mijn 50ste heb ik zelf ook nog gevoetbald.” Om toch wat te blijven doen in de voetballerij, verdiepte de 53-jarige jeugdtrainer zich eens in het trainersvak. De Bruijn deed de rest. “Marcel vroeg of ik eens wat bij de JO9 wilde doen. Ik was meteen verslaafd.”

Inhoud

De oudste van de twee is nu bezig met zijn TC3, voor De Bruijn was er ook nog een andere reden om de jeugd te willen helpen. “Een tijd lang ben ik coördinator geweest, dan weet je hoe moeilijk het is om trainers te vinden. Ik ben gek van het spelletje.” De twee doen het samen, al staat Apon wat vaker voor de groep. “Marcel laat mij echt de dingen ervaren en leren, dat is voor mij heel prettig. We sparren veel.” Voor allebei is het mooiste van trainer zijn vrij duidelijk. “Je ziet ze iedere week beter worden, ook al zijn het kleine stapjes.” Maar niet alleen de spelers ontwikkelen zich, vertelt De Bruijn. “Je probeert jezelf ook te verbeteren. Als ik nu terugkijk, zou ik dingen heel anders doen. Toen was het vooral enthousiasmeren, nu is het veel meer voetbalinhoudelijk.” Wat is die inhoud voor de JO14? “Vooral de samenwerking tussen de linies. Ze spelen natuurlijk op groot veld, wat wordt er dan van je verwacht als je middenvelder bent? Hoe probeer je op te bouwen?” Daar gaat behoorlijk wat tijd in zitten, vertelt Apon. “We zijn heel gedetailleerd bezig, per speler. Dat kost veel tijd, maar levert ook veel op.” De Bruijn vult aan. “We hebben heel veel contact samen!”

imcoda

Nadenken

Die energie, wordt er ook in de rest van de jeugdopleiding ingestoken. Met resultaat. “We hebben met de JO14 en de JO16 nu twee prestatieteams. Met ons team spelen we in de tweede divisie, dan heb je soms een uitwedstrijd richting Den Haag, dat is prachtig.” Daar merken de twee heren nog wel een verschil. “Die trainen allemaal drie keer per week, daar is bij ons de ruimte niet voor. Dat zou nog een mooie stap kunnen zijn.” Ze gooien nog maar eens een balletje op, voor de toekomst. “Allemaal op dezelfde wijze spelen en trainen, een rode draad door de opleiding.” Maar tot nu toe is De Bruijn meer dan tevreden. “Als we vroeger tegen bepaalde grote clubs speelden, gingen we er altijd af. Nu zijn we ook in staat om te winnen. Het gaat om ontwikkelen, maar uiteindelijk wil je wel winnen.” Trainingen bestaan vooral uit voetbalvormen en oefeningen waarbij de spelers zelf na moeten denken, als alles lukt, rijden ze met een goed gevoel naar huis. “Als die jongens lekker hebben getraind, geeft dat voldoening.” Wat zijn hun verdere ambities? Apon begint. “Ik wil gewoon beter worden en zorgen dat ik die jongens zoveel mogelijk kan leren.” Ook De Bruijn zit prima op zijn plek. “Ik bekijk het per jaar, voor nu heb ik het heel goed naar mijn zin met ‘Jeff’.” Die ‘Jeff’, zelf Ajacied, vult hem tot slot nog even aan. “JO15 bij Feyenoord ziet hij wel zitten, haha!”

Klik hier voor meer artikelen over Unitas’30.
Klik hier voor meer informatie over Unitas’30.

Justin Houtzager heeft ‘The American Dream’ bij Moerse Boys

Hij doorliep bij Baronie alle jeugdelftallen, maar kreeg uiteindelijk nooit een kans in het eerste. En dus besloot Justin Houtzager drie jaar geleden dat het tijd was voor een nieuwe uitdaging. Die vond hij in Moerse Boys, toch heeft de verdedigende middenvelder voor volgend seizoen één grote droom: ‘The American Dream’. 

Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

Aan de vooravond van zijn derde seizoen bij de hoofdklasser uit Zundert, blikt Houtzager desgevraagd nog een keertje terug op zijn overstap. “Ik speelde altijd in de hoogste jeugdteams, maar toen ik naar de senioren moest, was trainer Jurriaan van Poelje heel duidelijk. Ze hadden geen plannen met mij, ik moest naar het tweede.” Dat hield Houtzager een jaartje vol, maar heel erg van harte ging dat niet. “Daar bestond je eigenlijk niet. Je hoopt op een kans, maar die kwam er nooit.”

Menselijker

En dus had de 22-jarige inwoner van Breda al snel door dat hij ergens anders voor zijn kans moest gaan, via Sem Herijgers rolde het balletje al snel richting Moerse Boys. “Die had daar al gespeeld en wilde graag weer terug. Ik wilde zelf op een zo hoog mogelijk niveau spelen, ging op gesprek en trainde mee, dat beviel heel goed. Uiteindelijk promoveerden ze naar de hoofdklasse, dat was een geluk.” Van die keuze heeft Houtzager tot op de dag van vandaag geen spijt. “Het eerste seizoen was het knokken voor mijn plekje, maar die heb ik inmiddels wel veroverd. Het is door corona nog wachten op mijn eerste volledige seizoen, maar ik heb al gemerkt hoe het hier leeft.” Een verschil met Baronie, vertelt hij. “Meer supporters en alles is goed geregeld. Menselijker, zou ik het kunnen noemen. Daar is alles op het eerste gericht, hier is er veel meer samenhang tussen de jeugd, het eerste en het tweede.” De kans die ze hem bij Moerse Boys dus boden om op hoofdklasse-niveau actief te zijn, heeft hij met beide handen aangegrepen. “Ik speel elke wedstrijd, dus kan het niveau prima aan. Als verdedigende middenvelder speel ik graag duels. Hard werken en meters maken, zodat de creatieve jongens hun ding kunnen doen.”

imcoda

Mooie ervaring

De start van het seizoen bezorgt hem tot dusverre een dubbel gevoel. “Voetballend is het prima, maar de bal valt er maar niet in. Dat is bij voetbal toch best wel belangrijk.” Toch geeft het spel genoeg vertrouwen, zo gaat hij verder. “Eerst wilden we ons zo snel mogelijk handhaven, maar nu vind ik dat we voor de middenmoot moeten gaan.” Over trainer Jurgen Arnouts is de jongeling dan ook zeer tevreden. “Hij ziet het spelletje en is heel duidelijk. Overlegt veel met zijn spelers, al ben ik zelf wat rustiger, dan luister ik gewoon.” Voorlopig doet hij dat nu nog in het Nederlands, maar dat kan volgend jaar zomaar anders zijn. Al zitten daar nog wat haken en ogen aan. “Ik wil graag in Amerika gaan studeren en voetballen, maar dan moet ik wel dit jaar mijn diploma Sportkunde halen. En daarnaast moet ik nog ‘voetbalbeeldjes’ knippen en plakken, maar ik ben niet de handigste met de laptop, haha!” Rond december moet hij zich dan laten zien in een zogeheten ‘showcase’ wedstrijd. “Dat is gewoon in Nederland. Dan komen trainers kijken, als je het dan goed doet, bieden ze je een beurs aan. Daar kun je vervolgens uit kiezen.” Een druk en warrig jaar, dat voor Houtzager uiteindelijk moet resulteren in een mooie ervaring in het buitenland. “Ik ga vooral voor de voetbal en het avontuur, maar dan moet ik het wel goed doen op school. Dus voorlopig moet ik vooral daar even extra hard mijn best doen!”

Klik hier voor meer informatie over Moerse Boys.
Lees hier meer artikelen over Moerse Boys.

Ad Brood doet alles voor zijn tweede liefde DSE

Onlangs werd Ad Brood tijdens de ALV van DSE gehuldigd voor zijn 55-jarig lidmaatschap bij de club. Een eervolle vermelding die gezien zijn verleden en heden bij de Etten-Leurse vereniging niet meer dan terecht is, gelukkig is de liefde geheel wederzijds. “Het is mijn tweede huwelijk, later zou ik begraven willen worden in een shirt van DSE.” 

Overigens is de 67-jarige Brood daar, voor de goede orde, totaal nog niet mee bezig. De sportfanaat zit nog lang niet stil. “Ik kan het af en toe niet laten om toch nog een balletje mee te trappen, dat zou je op mijn leeftijd eigenlijk niet meer moeten doen, maar het blijft zó leuk.” En dat voetbal zo leuk was, wist het erelid van de club al op tienjarige leeftijd. “Buren van mijn ouders waren medeoprichters van DSE, dus die vroegen natuurlijk geregeld: ‘Moet jij niet gaan voetballen?’ Dat wilde ik wel.Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

Buitengebied

Vanaf dat moment begon het boek zichzelf te schrijven, maar dat het zo dik zou worden, had Brood toen waarschijnlijk ook niet verwacht. “Ik heb vijftien jaar in het eerste gespeeld, vanaf de A’tjes werd ik jeugdleider en tot een aantal seizoenen geleden deed ik dat bij de zondag 5.” Maar het rijtje gaat nog even door. “Ruim 25 jaar lang heb ik in het bestuur gezeten, was ik jeugdvoorzitter en deed ik de activiteitencommissie.” Het laat meteen zien wat zijn ‘probleem’ is. “Ik kan geen ‘nee’ zeggen. Dus als ze vragen of ik iets wil doen, doe ik het. Vragen ze of ik de dames wil vervoeren, dan rijdt de gek weer!” Hij weet nog goed hoe het er in zijn tijd als leider aan toeging. “Toen moest je de wedstrijdformulieren zelf nog invullen. Veertien namen en rugnummers. Dat moest allemaal kloppen, soms ging dat fout. Moest je de naam gaan achterhalen van iemand die een kaart had gekregen.” Maar ook als voetballer was het iets anders dan nu. “We trainden in het buitengebied, liepen de koeien nog op het veld.” Hij bewaart goede herinneringen aan die tijd. “In ’77 werden we kampioen, dat was een heel festijn. Een jaar later werd ik speler van het jaar. Een hardwerkende rechtsback.”

imcoda

Geweldige eer

Nadat hij later ook nog jeugdtrainer werd, vond zijn vrouw het op een gegeven moment wel genoeg. Hij ging vervolgens uit het bestuur, toch kan hij het niet laten. “Op woensdag en vrijdag zijn we met vrijwilligers bezig om het sportpark netjes te houden, dat is toch je visitekaartje.” Hoewel hij zichzelf ‘een beetje gek’ noemt, geniet hij er met volle teugen van. “De waardering die je krijgt, het praatje dat ze komen maken, je kent iedereen.” Dat heeft ook zijn vrouw meermaals ondervonden, vertelt hij. “Als we door Etten-Leur lopen, spreken mensen je aan. Dat is het verenigingsleven, zeg ik dan.” DSE kan met recht een groot deel van zijn leven genoemd worden. “Het is één grote familie, zo gezellig. Het blijft een uitlaatklep.” Daar doet hij dan ook met alle liefde alles voor. “Als ik op het complex kom, heb ik binnen het kwartier vijf nieuwe functies. Maar gelukkig kan ik het allemaal nog!” De waardering die hij krijgt, liegt er dan ook niet om. “Tijdens de viering van het 50-jarig jubileum, werd ik benoemd tot erelid. Dat is het mooiste wat mij ooit is overkomen. Toen stond ik echt te springen op dat podium, een geweldige eer.” Voor zijn 55-jarig lidmaatschap werd hij onlangs dus ook gehuldigd, al is hij eigenlijk al langer lid. “Na een wisseling van secretaris, is de telling opnieuw begonnen. Ik ben stiekem al 58 jaar lid.” Een standbeeld hoeft hij daar absoluut niet voor, met één ding zou je hem nog veel gelukkiger maken. “We hebben echt nog wat vrijwilligers nodig, zodat we lekker door kunnen blijven gaan met zijn allen!”

klik hier voor meer artikelen over VV DSE.
Klik hier voor meer informatie over VV DSE.

Eric Ros is meer dan teammanager bij Sprundel

Als je het hebt over een clubman in hart en nieren, zullen ze bij Sprundel waarschijnlijk allemaal denken aan Eric Ros. Begonnen op zijn zevende, vijftien jaar in het eerste elftal en inmiddels teammanager. “Als we allemaal een beetje bijdragen, kunnen we het samen ontzettend leuk houden.”

Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

Het is eigenlijk het eerste waar de 42-jarige Ros zelf over begint. “Ik ben zeker een kind van de club, dat kun je wel zo zeggen.” Heel gek is dat niet, want op een jaartje Internos na, loopt hij er eigenlijk al heel zijn leven rond. Begonnen tijdens een vriendjes- en vriendinnendag. “Gewoon om te kijken of het wat voor mij was. Veel vrienden zaten hier al, dan mag je een keer mee.” Dat heeft hij geweten. “Ik was altijd met voetbal bezig, samen met mijn andere broer. Op veldjes, pleintjes of bij ons in de tuin.”

Biertje doen

Op zijn 34ste vond Ros het wat betreft eerste elftal ‘welletjes’, maar dat wil zeker niet zeggen dat hij niet meer op het veld staat. “We zijn met een aantal jongens in een lager elftal gaan spelen, dat doen we nu nog steeds. Net zo fanatiek als vroeger, maar het gaat vooral om het zien van je maten en een biertje doen.” Al kan hij er, door zijn nieuwe functie als teammanager bij het eerste, dit seizoen niet altijd bij zijn. “Soms kan het nog net, maar anders gaat het eerste elftal natuurlijk voor.” Hij kijkt met veel plezier terug op zijn eigen tijd bij het vlaggenschip. “Ik ben begonnen als middenvelder, maar na een jaar of zes liep ik een zware knieblessure op. Lag er een jaar uit en knokte mij daarna weer terug in het team.” Wel op een andere positie. “In de verdediging. Het laatste jaar kwam ik weer op het middenveld terecht, terwijl ik in de jeugd altijd spits was geweest.” De drie kampioenschappen vergeet hij nooit meer. “Meteen in het eerste seizoen dat ik bij de selectie zat, werden we kampioen in de vijfde klasse.” Ros weet wel welk niveau het beste bij Sprundel past. “We zijn top vierde klasse en onderkant derde. Dan is het gewoon knokken voor wat we waard zijn.” Dat knokken doet hij nu dus vanaf de zijlijn, hij ziet een talentvolle groep binnen de lijnen. “Ze zijn jong, maar kunnen echt goed voetballen. Er komt alleen wel wat meer bij kijken, een stukje ervaring of slimmigheid.”

imcoda

Steentje bijdragen

Daar probeert hij een bijdrage aan te leveren. “We geven ze het vertrouwen, omdat ons dat op de lange termijn gaat helpen. Foutjes zullen worden afgestraft, maar dat leren ze alleen door die wedstrijden te spelen.” Dat Ros nu teammanager is, had hij zelf misschien ook niet helemaal verwacht. “Ik ken Patrick Arnouts, de huidige trainer, al van kleins af aan. We hebben samen gevoetbald en hij is zelfs mijn trainer geweest. Dus toen bekend was dat hij naar Sprundel kwam, belde hij mij in januari op: ‘Wil je teamleider worden?’ Daar moest ik wel even over nadenken.” Met een drukke baan en de nodige kilometers die hij daarvoor vanuit Breda dagelijks moet rijden, was het zoeken naar vrije tijd. Die vond hij al snel. “Een jonge groep, daar wilde ik voor de toekomst graag mijn steentje aan bijdragen.” Wat doet hij precies als teammanager? “Ik heb eigenlijk drie functies. De trainer ondersteunen, als een soort assistent, vertrouwenspersoon zijn voor de spelers en organisatorisch alles regelen.” Ook met het spelletje bemoeit hij zich dus. “Op donderdagavond zitten we altijd even bij elkaar, om het over de tactiek en de selectie te hebben.”

Saamhorigheid

Na al die jaren kent Ros natuurlijk iedereen bij de club, hij is vooral trots op de vrijwilligers. Daar begon hij zelf ook al vroeg mee. “Als jeugdspeler ben ik leider en trainer geweest van een ploegje, later zat ik nog in de jeugdcommissie, in de ‘TC’ en was ik mede-initiatiefnemer van SV Sprundel Beachsoccer. Een vereniging als Sprundel draait op vrijwilligers, dat is een stukje saamhorigheid.” Hij geeft een voorbeeld. “Bij het tweede hebben we nu geen trainer, dus doen oud-spelers en een oud-trainer om de beurt een training. Dat toont wel aan wat voor club dit is.” Met twee spelers binnen de selectie speelde hij nog samen, ook zijn fanatisme kan hij prima kwijt in zijn nieuwe functie. “Je probeert natuurlijk langs de lijn gewoon rustig te zijn, het spelletje te analyseren. Continu roepen heeft geen zin.” Hij zit dan ook prima op zijn plek. “Ik geniet van het moment, maar wat mij betreft blijf ik dit nog wel een paar jaar doen.” Tot slot blikt hij vooruit op het seizoen in de derde klasse. “Het wordt zwaar, maar de doelstelling is om ons te handhaven. Dat zit er zeker in. We zijn een voetballend team, als die jongens vertrouwen krijgen, komt het goed.” Het resultaat van de wedstrijd tegen DSE was misschien teleurstellend, maar de sfeer voor, en na de wedstrijd maakte veel goed. “Op zaterdagavond, met veel publiek, vuurwerk en na afloop een disco in de kantine.” Maar winnen of verliezen, Ros kent geen plek waar hij liever is. “Het is fijn om hier te zijn!”

Klik hier voor meer informatie over SV Sprundel
Lees hier meer artikelen over SV Sprundel

Jens Huijbregts gaat fluitend naar de top bij VV Wernhout

Na vijf operaties aan zijn knie, zat er voor Jens Huijbregts eind 2018 niets anders op dan zijn voetbalschoenen aan de wilgen te hangen. Om toch betrokken te blijven bij zijn twee grote liefdes, voetbal en Wernhout, ging hij op zoek naar een nieuwe passie. Nu komt hij als scheidsrechter fluitend naar de club.

Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

Kleine stappen maken grote sprongen. Want de droom van Huijbregts is groot, maar begint klein. “Om wedstrijden te mogen fluiten, moet je eerst verenigingsscheids worden. Die cursus, bij de KNVB, begint deze maand.” Na vier bijeenkomsten, vier wedstrijden onder begeleiding en online cursussen is de 26-jarige dan eindelijk officieel bevoegd om wedstrijden van Wernhout te fluiten. Al is dat pas het begin, hij is er blij mee. “Door mijn blessures mocht ik zelf niet meer voetballen. Jeugdtrainer was niet zo mijn ding, vlaggen deed ik al bij het eerste, tot ze zeiden: Is scheidsrechter niet wat voor jou?” Daar was hij zelf ook wel benieuwd naar en dus volgde Huijbregts wat cursussen en floot hij een aantal wedstrijden. “Dat beviel eigenlijk heel goed. Ik heb denk ik wel de eigenschappen om een goede scheids te zijn. Mijn conditie is goed, ik blijf rustig onder druk en door mijn werk als teamleider loop ik niet weg voor verantwoordelijkheid.”

imcoda

Uitdaging

Maar zoals gezegd, ligt zijn lat hoger dan wedstrijden bij Wernhout fluiten, al weet hij zelf ook nog niet zo goed waar die precies ligt. “Ik sta natuurlijk nog heel erg aan het begin. Hoe gaat mijn knie het houden? Ik heb geen eindstation in mijn hoofd, het is een grenzeloze ambitie. Maar ik ga wel voor minimaal hoofdklasse.” Hij somt de vervolgopleidingen vervolgens moeiteloos op. “Dat is nog heel ver weg, maar ambitie mag er zijn toch?” Als voetballer, werd zijn interesse eigenlijk al gewekt. “Dat moet ik toch makkelijk beter kunnen? Het helpt wel als je zelf gevoetbald hebt, dan heb je toch meer ‘feeling’ met het spelletje. Als je maar consequent en duidelijk bent, accepteren spelers het veel sneller. Emotie hoort ook bij voetbal.” Tijdens wedstrijden op tv kijkt hij met interesse naar scheidsrechters, vooral die uit Spanje. “Ik heb al vaak voor de grap gezegd: met tien jaar ervaring, kan ik dat toch ook? Dat valt nog vies tegen denk ik.” Vooral de complimenten van spelers, na een wedstrijd, doen hem goed. “Zeuren hoort er ook gewoon bij, je probeert toch zo’n scheidsrechter te bespelen. Ik ben heel benieuwd hoe ik het allemaal ga vinden, kijk echt uit naar die uitdaging en moeilijke wedstrijden, dat geeft energie!”

Klik hier voor meer informatie over VV Wernhout.
Klik hier meer artikelen over VV Wernhout.

Jurgen van Kuijck van VVR ziet populariteit van damesvoetbal

Op de vraag of het damesvoetbal nog altijd populair is in het amateurvoetbal? Daar antwoorden ze bij VVR op met een volmondige ‘ja’! Sinds dit seizoen hebben ze een selectiebeleid bij de dames, zijn er twee ‘veteranen’ teams voor 30+ en wordt er in iedere leeftijdscategorie gevoetbald. Jurgen van Kuijck, jeugdcoördinator van de meiden, ziet het allemaal tevreden aan. 

Hij zorgt dat iedereen voldoende hesjes krijgt, dat er genoeg ballen zijn en staat de trainers bij. Eigenlijk zorgt Van Kuijck er kortgezegd voor dat er gevoetbald kan worden. En dat kan vanaf dit seizoen dus in groten getale, vertelt de vader van twee voetballende dochters trots. “In alle leeftijden, van de MO9 tot de MO19, hebben we een meidenteam. Dat is toch wel uniek voor een klein dorpje.” Twee jaar geleden vroegen ze Van Kuijck, die ook trainer is van de MO17 en assistent bij de selectie, of hij de rol van coördinator op zich wilde nemen. “Mijn dochters voetballen hier ook, dan wil je toch graag meehelpen. Ik viel af en toe al in als leider of om te vlaggen, het is leuk als ze lekker kunnen voetballen. Dat is bij de jongens iets meer vanzelfsprekend dan bij de meisjes.”

Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

Actief bezig

Waar bij de mannen alles al tot in de puntjes geregeld was, zijn ze ook bij de meiden op de goede weg. “Alle trainers hebben nu bijvoorbeeld hun eigen sleutels, zodat ze altijd bij de ballen en hesjes kunnen. Het zijn kleine dingetjes, maar daar begint het wel mee.” Dingen beter regelen dus, Van Kuijck doet het graag voor de club waar hij sinds zijn vijfde rondloopt. “Ik heb achttien jaar in het eerste gespeeld en werd al vroeg leider. Wat dat betreft ben ik eigenlijk altijd wel betrokken geweest.” Dat is hij nu dus niet alleen als coördinator en aanspreekpunt, maar ook als trainer. Dat blijft stiekem het leukste. “Je ziet die meiden gewoon beter worden. Voorheen vonden ze het vooral gezellig om samen in één team te zitten, maar ze worden steeds fanatieker. Dat zie je op zaterdag terug.” Ook de club neemt het steeds serieuzer, te beginnen met een selectiebeleid voor de senioren. Een goede stap, denkt hij. “Daardoor wordt het niveau alleen maar hoger. Er zitten veel meiden onder, dus de aanwas is er straks zeker wel. Daar zijn we actief mee bezig, met vriendinnendagen bijvoorbeeld. Maar ook onderling steken ze elkaar nog steeds aan om op voetbal te gaan.”

Beleidsplan

Niet alleen op het veld, ook daarbuiten is iedereen bij VVR een onderdeel van de club. “We organiseren een kamp, voor jongens en meiden, of gaan naar buitenlandse wedstrijden. Binnen het bestuur merk je dat iedereen echt achter het damesvoetbal staat, dat is goed.” Van Kuijck ziet een aantal verschuivingen in de afgelopen jaren. “Meisjes gaan steeds jonger op voetbal, daardoor leren ze al op vroege leeftijd echt voetballen. Het niveau is dan gewoon hoger.” Daar helpen hun goedgevulde jeugdselecties ook bij, denkt hij. “Vroeger moest je nog weleens een leeftijdscategorie overslaan, dat hoeft nu niet meer. We hebben genoeg speelsters, af en toe schuiven we om elkaar te helpen, maar dat is geen probleem.” Maar gedreven als hij is, ziet hij nog genoeg ruimte voor verbetering in de komende tijd. “We zouden graag een beleidsplan in willen voeren voor het damesvoetbal. Wat willen we precies bereiken? Als we doorgroeien naar de derde klasse, zou dat al een mooie stap zijn. Maar ook, hoe trainen we? Als we de jeugd op dezelfde manier laten trainen als de senioren, zijn ze dat al gewend. Is die stap straks veel kleiner. Daar denken we nu over na!”

Klik hier voor meer informatie over VVR
Lees hier meer artikelen over VVR

Gerben Potters: trotse aanvoerder van Schijf 

Met zijn 28 jaar viel Gerben Potters tijdens de maatregelen precies buiten de boot. De bal lag dan ook een lange tijd stil bij derdeklasser Schijf, maar inmiddels rolt hij weer als vanouds. Dat doen ze sinds dit seizoen met een nieuwe aanvoerder en daar is Potters maar wat trots op. “Dat ik dat mag zijn, vind ik heel bijzonder.” 

Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

Als accountmanager van een distributeur voor cosmetica, is de centrale verdediger van Schijf regelmatig op de weg. Sinds de laatste weken dan weer, althans. “Wij verkopen alles wat erin zit, eerst was het allemaal online, nu mogen we weer op pad.” Een beeld dat parallel loopt met het afgelopen voetbaljaar. “De situatie werd alleen maar slechter en slechter, toen bekend werd dat de competitie niet meer hervat zou worden, zijn we gestopt met trainen. Dan is de lol er wel vanaf. Als je zondag niet speelt, en de zondag daarop en die daarop…”

Meevoetballende keeper

Gefrustreerd keek hij toe, hoe zijn jongere teamgenoten wel gewoon mochten trainen. “Ik was in de zomer net 28 geworden, dan sta je daar. Uiteindelijk hebben we tot eind mei getraind, toen twee maanden rust gehad en daarna begonnen met de voorbereiding.” En dat was toch even wennen, vertelt hij. “Voetballen verleer je niet, maar je moet toch weer even dat ritme krijgen.” Al was het spelen van wedstrijden zonder publiek, ook absoluut geen feest. “Dan was het aankomen, omkleden, spelen en na het douchen meteen naar huis. Daarvoor zit je niet bij Schijf.” Dat doet Potters, op twee uitstapjes na, al vanaf zijn zesde. “Van mijn ouders moest ik eerst mijn zwemdiploma halen, daarna mocht ik op voetbal.” Vervolgens stond hij jarenlang onder de lat, maar toen hij zeven seizoenen geleden terugkeerde op het oude nest, ging het roer om. “Ik wilde graag in een eerste elftal spelen en terug naar waar ik was begonnen. Het plezier in keepen was ik wel een beetje verloren, toen ben ik gaan voetballen.” De transitie naar verdediger maakte hij, naar eigen zeggen, zonder al te veel problemen. “Ik was altijd al een meevoetballende keeper, dus dat zat er wel in.” Een echte dorpsclub, waar hij iedereen kent, maar inmiddels niet meer woont. “Drie jaar geleden ben ik verhuisd naar Roosendaal. Op straat word je echt aangesproken, ze kennen je van de voetbal, dat is wel leuk. We zijn een vriendenteam, iedereen is loyaal naar de club. Eigenlijk spelen we al jaren met dezelfde jongens.”

imcoda

Andere mentaliteit

Van die vriendengroep, is hij vanaf nu dus aanvoerder. En dat maakt hem trots. “Aanvoerder van een eerste elftal. Het was voor mij een beetje de volgende stap, dus ik probeer die rol zo goed mogelijk op te pakken.” Een rustige leider, zo omschrijft hij zichzelf. “Veel coachen, maar wel rustig. Ik zal nooit gaan schelden.” Na vier seizoenen in de derde klasse, waarvan er twee niet werden afgemaakt, is het doel voor dit jaar duidelijk. “Zo snel mogelijk veilig spelen en dan kijken of we ergens in de middenmoot kunnen eindigen. Uiteindelijk hopen we door te groeien tot een stabiele derdeklasser.” Met een jonge en talentvolle, maar krappe groep, moet dat dit seizoen gaan gebeuren. “We moeten wel een beetje vrij blijven van schorsingen en blessures, maar het is leuk om die jonge gasten op sleeptouw te nemen. Ik moet dan vaak terugdenken aan mijn tijd, toen ik net bij de senioren kwam. Nu probeer ik ze te vertellen hoe het is om die stap te maken.” Daarin ziet hij toch wel een hoop verschillen. “De mentaliteit van de jeugd is nu wel anders. Toen ik die leeftijd had, was het echt een eer om voor het eerste elftal te mogen spelen. En ging je op zaterdagavond echt niet stappen, nu is het leven buiten de voetbal ook heel aantrekkelijk.” Als aanvoerder probeert hij, in ieder geval op het veld, het goede voorbeeld te geven. “Ik ben een speler die voorop in de strijd gaat, moet het hebben van mijn duelkracht en kopduels. Met mijn techniek kan ik het in ieder geval niet compenseren.” Tot slot heeft hij, net als iedere voetballiefhebber, maar één wens. “Dat het weer een normaal seizoen wordt, met supporters!”

Klik hier voor meer informatie over VV Schijf
Lees hier meer artikelen over VV Schijf

Roy Jacobs is opeens de oudste bij Zundert

Je zou het misschien niet zeggen en ook zelf staat hij ervan te kijken, maar met zijn 30 jaar is Roy Jacobs dit seizoen de oudste binnen de selectie van derdeklasser Zundert. Juist die ervaring probeert de verdediger, op weg naar promotie, over te dragen op zijn teamgenoten. “Ze willen graag beter worden, dat is gaaf om te zien.” 

Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

Hij schrikt er zelf ook een beetje van, als hij er zo eens over nadenkt. “Schijnbaar ben ik ineens alweer de oudste. Toen ik veertien jaar geleden bij het eerste kwam, liepen er allemaal gasten van mijn leeftijd. Nu ben je met 30 echt het opaatje van de selectie.” Sinds anderhalf seizoen is Jacobs, na een aantal uitstapjes bij Baronie, Moerse Boys en in België, terug bij de club waar het begon. “Ik was een jaar of vier, toen begon ik hier bij de kabouters. Dat was toen alleen nog trainen, op mijn zestiende maakte ik mijn debuut.”

Door de vingers

De inwoner van Zundert kreeg een dochtertje, keerde terug, maar moest in het begin wel weer even wennen. “Lekker dichtbij. Je bent toch een hoger niveau gewend, de intensiteit ligt lager. Gelukkig hebben we een goede groep, die echt klaar is voor een stapje omhoog.” En dus is het zaak om al die jongens bij elkaar te houden, weet hij uit ervaring. “Acht jaar geleden, hadden we bij Zundert ook een heel goede groep, maar dat team viel compleet uit elkaar. Als we dat nu kunnen voorkomen, komt er echt een mooie tijd aan.” Veel bekende gezichten, trof hij bij terugkomst dus niet. “Een stuk of twee denk ik, de rest zijn allemaal jonge gasten.” Dat was voor Jacobs dan ook niet de belangrijkste reden om terug te keren. “Ik omschrijf Zundert altijd een beetje als een club die de grenzen opzoekt. Spelers krijgen hier meer vrijheid om dat te doen.” Hij geeft een voorbeeld van vroeger. “Het is ook wel meer een gevoel, moet ik zeggen. Maar in mijn eerste periode, gedroegen we ons niet echt als een eerste elftal. Spelers kwamen vaak laat thuis na het stappen, maar speelden de volgende dag wel gewoon. Dat werd door de vingers gezien, je wordt niet in een hokje geduwd.” Zoals gezegd heeft Jacobs, vroeger middenvelder nu verdediger, ondertussen alles wel zo’n beetje gezien. Daarmee probeert hij het team te helpen. “In België heerst een andere mentaliteit, is het altijd volle bak. Bij Zundert deden we het vaak wel op tachtig procent, dat probeer ik nu te laten zien.”

imcoda

Professioneler

Zelf was hij ook niet het braafste jongetje van de klas, maar juist dat helpt hem nu, zo denkt hij. “Dat kan ik die jongens wel meegeven. Het is mooi om te zien dat ze er echt voor openstaan, ze willen graag en nemen dingen van je aan. Ze hebben echt de intentie om beter te worden.” Dat is niet alleen op het veld het geval, heeft de routinier gemerkt. “In de loop van de jaren is Zundert professioneler geworden. Met Ruud Verheijen hebben we bijvoorbeeld een hersteltrainer, maar ook het bestuur heeft een nieuwe toon gezet. Anders waren we hier nu nooit geweest.” De tijden zijn sowieso wel een beetje veranderd, vertelt hij. “Jongens lopen niet meer buiten de boot, daardoor kunnen we stappen maken, zijn we een stukje stabieler dan voorheen.” En dat is nodig, want de ambities van Jacobs liggen hoog. “We zijn verplicht om bij de eerste drie te eindigen en te promoveren. Het allermooiste zou zijn als we aan het einde van het seizoen gewoon met die schaal staan. Op eigen kracht, dat moet voor ons de grootste drijfveer zijn.” Daar hoopt hij zelf een belangrijke bijdrage aan te leveren, maar misschien wat anders dan hij gewend was. “Ik ben niet meer zo op de voorgrond met goals en assists, of een pass over 50 meter. Het elftal moet goed functioneren, dan maken we uiteindelijk de meeste kans!”

Klik hier voor meer informatie over VV Zundert
Lees hier meer artikelen over VV Zundert

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.