Home Blog Pagina 654

Heerjansdam in voor- en rampspoed voor Peter de Vries

Ooit heette zijn functie ‘elftalleider’, maar Peter de Vries (65) mag zich bij Heerjansdam dankzij de KNVB tegenwoordig ‘teammanager’ noemen. De in Rotterdam opgegroeide clubman kan wel lachen om die ontwikkeling. Inhoudelijk blijft het werk gewoon hetzelfde voor De Vries, die vergroeid raakte met de voetbalvereniging en in moeilijke tijden veel warmte van zijn clubgenoten ervaarde.

phonedirect

Of De Vries het dorpje Heerjansdam inmiddels als volledig vertrouwd ervaart? “Zonder meer”, zegt de man die zijn jeugd in Rotterdam in het Oude Noorden doorbracht. “Ik ben van origine een echte Rotterdammer en heb met veel plezier in die stad gevoetbald. Eerst bij HOV, later bij Xerxes. Bij Xerxes heb ik voornamelijk in het tweede gespeeld en kwam tot één officiële wedstrijd voor het eerste.  Maar helaas: een fatale kruisbandblessure in 1978 op 22 jarige leeftijd zorgde ervoor dat ik moest stoppen.”

De Vries trouwde begin jaren tachtig met Karin en streek neer in het relatief bescheiden Heerjansdam. Toen zijn dochter Daniëla wel wat voelde voor een lidmaatschap bij de plaatselijke voetbalclub, kreeg ze natuurlijk toestemming. “Daniëla vond het erg leuk bij Heerjansdam. Via lokale scholen was er een actie geweest om meisjes enthousiast te maken voor het voetbal. Ik ging als teamleider in de zomer van 1991 bij de F2 aan de slag en voelde me al snel thuis. Het eerste  voetbalde in de jaren tachtig standaard in de eerste klasse, destijds nog het hoogste amateurniveau. Ik kwam in 1992 in het jeugdbestuur terecht en was daar tot begin 2004 actief.”

Dominos_voorjaar2021

Ook zoon Ricardo de Vries maakte heel wat meters en plezier op sportpark De Molenwei. Het leven lachte Huize de Vries toe, maar in 2004 kwam de rampspoed over het gezin. Bij de toen zestienjarige Ricardo werd een tumor in het hersenvlies vastgesteld, wat niet alleen veel leed tot gevolg had, maar ook een bestaan dat werd bepaald door ziekenhuisbezoek. “We hebben een heel moeilijke tijd gehad”, zegt De Vries, die 42 jaren lang bij een verzekeraar op de financiële administratie werkte. “Een jaar later kreeg ik zelf een hartstilstand. Er kwam zoveel op ons af dat Heerjansdam op een lager pitje kwam te staan. Gelukkig steunden de mensen op de club ons enorm. Hun warme reacties hebben ons heel goed gedaan. Ricardo heeft de verwijdering van de tumor overleefd, maar is in een rolstoel terecht gekomen. Het kostte best wat tijd om dat een plaats te geven.”

Langzaam maar zeker werd De Vries weer actief bij Heerjansdam, waar hij jeugdscheidsrechters ging begeleiden. Zeven jaar terug werd hem gevraagd of hij teammanager van de A-selectie wilde worden. “Elftalleider dus”, lacht De Vries breeduit. ‘’De KNVB houdt van mooie termen, dus sta ik als ‘teammanager’ op het wedstrijdformulier.” De inmiddels gepensioneerde De Vries vertelt dat hij  met veel toewijding ervoor zorgt dat de spelers van het eerste  en het tweede over heerlijk frisse voetbalkleding kunnen beschikken. “Die kleding blijft achter op de club. Het wassen is best veel werk, maar ik ben graag onder de mensen en ben voor een goed doel actief.”

De Vries bouwde vanaf 2014 een goede band op met zowel spelers, stafleden als de wasmachine. Het is per club verschillend wat de teammanager precies doet, weet hij. “Bij sommige verenigingen regelt hij ook de oefenduels. Dat wordt bij ons door de technische commissie gedaan. Door het hartinfarct kan ik mijzelf ook niet meer zoveel belasten als vroeger. Maar het gaat op zich goed en we zijn ook dankbaar dat Ricardo zijn weg heeft gevonden. Als het eerste speelt, werkt hij de sociale media bij.”

Ricardo ontmoette een leuke partner en werd onlangs voor de tweede keer vader. “Is dat niet mooi? Het leven is soms keihard, maar er zijn altijd waardevolle dingen. Ook Daniëla is actief bij Heerjansdam, zij is leidster van de MO-11 en levert ondersteunend werk op het gebied van communicatie. Mijn vrouw tenslotte is actief in de kantine. En ja, thuis doet zíj altijd de was.”

Klik op Heerjansdam voor het laatste artikel van de club.

Wilfred Poleij kneedt aan stijl jonge Smitshoek-keepers

Goed keepen is een vak, beweert Wilfred Poleij. Het is prachtig als de doelman een goede pass in de benen heeft, maar bovenal gaat het toch om ballen uit het doel ranselen. Vandaar dat hij jonge keepers bij Smitshoek met veel toewijding de kneepjes van het tegenhouden bijbrengt.

phonedirect

Poleij wil het niet teveel over zijn eigen zoon Mika hebben, maar halverwege het interview moet hem toch iets van het hart. Toen het getalenteerde keepertje op stage ging bij Feyenoord en het daar helemaal niet onverdienstelijk deed, koos de club voor een jongen die vooral goed kon voetballen. “Die jongen had een prachtige trap, maar de ballen werden min of meer per ongeluk tegen hem aangeschoten”, zegt de 37-jarige Polij, die in Zeeland opgroeide en als doelman voor gerenommeerde amateurclubs als VCV Vlissingen en Capelle uitkwam. “Niet omdat het mijn eigen zoon is hoor, maar dat vond ik toch heel vreemd. In Nederland hechten we naar mijn smaak teveel waarde aan meevoetballen bij keepers. Zorg nou eerst eens dat je gewoon die ballen uit het doel houdt.”

Enthousiast

Het is alweer vijf jaar terug dat Poleij zich over jonge keepers bij Smitshoek ging ontfermen. Zijn oudste zoon Noah meldde zich aan bij de Barendrechtse vereniging, waarna het haast logisch was dat diens vader zijn diensten aanbood. “In het begin heb ik samen met assistenten wel vijftig jonge keepers onder mijn hoede gehad. Dat was hartstikke leuk, omdat die jongens nog te kneden zijn. Ik vind het vooral mooi om de wat minder getalenteerde keepertjes wat bij te brengen. Het draait altijd al zoveel om de betere spelers. Als ik zie dat een jongen plezier krijgt in het keepen, heb ik het snel naar mijn zin. Ik probeerde ze echt enthousiast voor het keepersvak te maken.”

Omdat een doelman nu eenmaal altijd het risico loopt door de benen verrast te worden, hamerde de sympathieke en goedmoedige Poleij op het belang van het ‘knietje achter de bal.’ “Heel belangrijk, misschien wel de belangrijkste regel. Als de bal doorschiet, moet je er gewoon je knie achter hebben. Ook de techniek van het pakken van de bal hebben we veel geoefend. Hoe je je handen houdt, bedoel ik. Daarnaast zijn we veel bezig geweest met het klein maken van het doel. Als er een aanvaller op je afkomt, moet je het hem zo moeilijk mogelijk maken.”

Dominos_voorjaar2021

Zelf was Poleij een lijnkeeper die weinig vreemde fratsen uithaalde en het tegenhouden van de bal heilig had verklaard. Het leverde hem een zekere reputatie op in de wereld van het amateurvoetbal. Dat de KNVB de veldjes met het verstrijken van de tijd almaar kleiner maakt bij de jeugd, beschouwt hij voor doelmannen niet bepaald als een vooruitgang. “Nogmaals: ik snap dat de bond wil dat er goed positiespel gespeeld wordt en dat voetballers veel balcontacten maken. Maar voor de keeper is het natuurlijk hartstikke moeilijk om op zo’n klein veldje ballen te stoppen. Het doel blijft namelijk even groot, dat is het vreemde.”

Dat Poleij ook bij Spartaan ’20 als keeperstrainer werk verricht, doet niets af aan zijn waardering voor het beleid van Smitshoek. ,,Ik ben bij Spartaan terechtgekomen doordat Mika naar die club is gegaan. Dan speelt de liefhebber in mij op die zegt dat ik ook daar wat met keepers moet doen. Bij Smitshoek ben ik nu heel gericht bezig met de keepers van de Onder 12 en ik heb daar heel veel plezier in. Vaak genoeg is het bij verenigingen voorgekomen dat een team verloor omdat ze geen fatsoenlijke keeper hadden en er een speler op doel stond. Dat vind ik heel vervelend om te horen. Toen de keeperstrainer van het eerste van Smitshoek vorig jaar drie weken met vakantie was, heb ik zijn taken waargenomen. Maar dat vond ik wat minder leuk, omdat oudere jongens al helemaal hun eigen stijl hebben.”

Klik op VV Smitshoek voor het laatste artikel van de club.

“Stilstaan is geen optie”, aldus sponsorcommissielid Ruud Bijkerk van Poortugaal

Het voetbal van de hoofdmacht in de hoofdklasse mag gezien worden, maar ook ‘in de organisatie’ groeit sv Poortugaal mee. De sponsorcommissie gaat op de professionele en groene toer. “Stilstaan is geen optie”, aldus sponsorcommissielid Ruud Bijkerk.

phonedirect

De 67-jarige Bijkerk merkt dat doordat Poortugaal in de hoofdklasse speelt deuren open gaan die voorheen op slot bleven. “Hoofdklasse spreekt aan”, zegt hij. “De uitstraling is veel groter dan de eerste klasse. Voorheen was het vinden van een shirtsponsor altijd een heel gedoe. De bedrijven stonden niet in de rij. Nu hebben we zelfs meederen, Portex, een expediteur in de haven, Grando Keukens en Nsecure, een beveiligingsbedrijf. We zijn als hoofdklasser een stuk interessanter geworden.”

Nu prijken de drie bedrijven op de shirts van alle selectieteams vanaf onder dertien jaar. “Daarnaast hebben we nog een broeksponsor en twee mouwsponsors. Daar zijn we best trots op.”

Poortugaal heeft een sterk team opgetakeld om sponsors te werven en public relations te bedrijven. Inmiddels heeft de club zeventig sponsors die op allerlei manieren hun waar kunnen aanprijzen, zoals via reclameborden langs het veld, op de televisie in de kantine, website en op de wapperende vlaggen op het sportpark.

De komst van het sponsorhome – op het dak van het gebouw dat elf nieuwe kleedkamers herbergt – heeft de aantrekkingskracht nog eens extra vergroot. In het sponsorhome kunnen sponsors een drankje drinken, een hapje eten en hebben ze perfect uitzicht op het hoofdveld. “Vanwege corona hebben we het sponsorhome nog maar een paar keer kunnen gebruiken, maar het is een geweldige aanwinst”, zegt Bijkerk. “We blijven kijken hoe we onze accommodatie kunnen uitbreiden.”

Dominos_voorjaar2021

Zo loopt hij en voorzitter Jaap Smaling met het idee om de tribune op locatie Zuid – de naam van het oude complex van Oude Maas – te demonteren en te verplaatsen naar het hoofdveld. “De tribune kan dan mooi staan tegenover de hoofdtribune. Dan hebben we een klein stadionnetje gerealiseerd.” Als omroeper wordt Bijkerk al ‘stadionspeaker’ genoemd.

De plannen geven aan dat Poortugaal zich voortdurend blijft ontwikkelen. Ook op het gebied van sponsoring staat de sponsorcommissie open voor nieuwe mogelijkheden. Zo omarmden zij dit seizoen een nieuw initiatief, Green Boarding geheten. Roterende reclameborden langs het hoofdveld waarbij om de zoveel tijd reclameboodschappen en -uitingen zijn te zien in animatie via een LED-scherm. “We zijn druk bezig met de verkoop hiervan. Het bedrijf erachter levert landelijke reclames aan. De verdiensten die Poortugaal haalt, kunnen worden ingezet voor verduurzaming. We denken aan zonnepanelen op het dak van onze accommodatie en LED-verlichting op de velden. Met de stijgende energieprijzen geen overbodige luxe”, aldus Bijkerk. Daarnaast staat het bestuur op het punt om een ander plan goed te keuren. De sponsorcommissie wil de sponsoring van teams weer mogelijk maken. “We hebben vijftig teams om te sponsoren. Dat is nog een aardige markt. Daar kunnen we weer even mee vooruit.”

Klik op SV Poortgaal voor het laatste artikel van de club.

Edilson Pires al zes jaar coördinator van het 7 tegen 7 voetbal bij Rhoon

Edilson Pires (43) is aan zijn zesde seizoen bezig als coördinator van het 7 tegen 7 voetbal bij VV Rhoon. De club neemt niet deel aan de officiële KNVB-competitie, maar koestert de onderlinge gezelligheid. Dat er zo nu en dan iemand afzegt, is niet te vermijden bij mannen van in de dertig.

phonedirect

Pires lacht een tel en zet de schijnwerpers met veel eerlijkheid op team 3, de formatie waarvoor hijzelf uitkomt. “We noemen onszelf FC De Lamme en De Blinde”, zegt de man die in Nederland opgroeide maar wiens ouders van Kaapverdische afkomst zijn. “De meesten van ons zijn ouder dan 35 jaar en dan heb je het niet meer voor het zeggen. Wat pijntjes betreft, bedoel ik. Team 3 bestaat uit veertien man, maar er zijn er altijd wel een paar die afhaken. Niks aan te doen, gezellig is het toch wel.”

Het 7 tegen 7-voetbal bij VV Rhoon speelt zich af op vrijdagavond, wanneer elk van de zes teams twee wedstrijdjes van een half uur aflevert. Om acht uur gaan de ploegen van start, een half uur later is het einde van de eerste match een feit. Na een pauze van een kwartier volgt het tweede duel. “Aan het begin van het jaar maak ik een groot schema en we hebben ook een app-groep met de aanvoerders”, vervolgt Pires, die bij VV Rhoon terechtkwam doordat zijn zoon daar ooit voetbalde. “In het dagelijks leven ben ik ook leidinggevende, dus organiseren is wel aan mij besteed. We hadden ooit negen teams, maar de afgelopen jaren is er wat minder aanwas van nieuwe voetballers gekomen. Daarom zijn er nu nog zeven, waarvan er elke vrijdagavond eentje vrij is.”

Dat het 7 tegen 7-voetbal flink de vaart heeft genomen in de loop der jaren, heeft volgens Pires met twee zaken te maken. Allereest is er het gegeven dat VV Rhoon aanvoelt als een kleine familie, waar voetballers graag komen. Tel daarbij op een stevig stuk mond-tot-mond reclame en het succes is wel verklaard. “Buurmannen, neven en vrienden haken aan wanneer ze horen dat het zo gezellig is”, legt Pires uit. “Het niveau stelt niet extreem veel voor, ik schrijf niet eens de uitslagen op. Maar het is lekker om te bewegen en na afloop is er natuurlijk het goeie ouwe biertje. Wij hebben niet de behoefte om in een competitie van de KNVB uit te komen. Daar is het te recreatief voor.”

Dominos_voorjaar2021

Team 3, zegt Pires, bestaat uit vaders van jongens die samen met de zoon van de coördinator ooit in de jongste jeugd speelden. Een samenloop van omstandigheden maakte dat flink wat van de jonge voetballers naar BVV Barendrecht verkasten. “Vroeger bespraken we op vrijdagavond bij het biertje ook wel praktische zaken over het jeugdvoetbal. Wie er ging rijden bijvoorbeeld, of welke spelers er van andere teams geleend konden worden. Nu is dat dus niet meer aan de orde. We kunnen helemaal focussen op andere dingen.”

Dat VV Rhoon een leuk centje verdient aan het 7 tegen 7-voetbal, is volgens Pires belangrijk. “Clubs hebben het best moeilijk in coronatijd. Wij betalen contributie en leveren ook een bijdrage aan de baromzet. We doen het graag voor de club, we zouden het vrijdagavondvoetbal niet willen missen. Ik heb ooit eens voorgesteld om ook teams van Barendrecht en Smitshoek te laten meedoen. Maar we hebben het zo gezellig met elkaar, dat dat niet hoefde van onze voetballers.”

Klik op VV Rhoon voor het laatste artikel van de club.

Clemens Brand van Barendrecht is belangrijke schakel bij de JO12

“Ik vind het heerlijk om met die gassies bezig te zijn”, zegt Clemens Brand. De 42-jarige Barendrechter is één van de bevlogen jeugdleiders die BVV Barendrecht rijk is.

phonedirect

Op één van de laatste zaterdagen in december speelt de JO12-3 en JO12-4 tegen elkaar voor de competitie. Veld acht is het strijdtoneel. “Ik ben er geen fan van”, reageert Brand, die trainer en leider is van de JO12, maar ook coördinator is van de gehele breedtesportlijn van de onder 12. “Ik speel liever tegen een andere club dan een ander team van onszelf. Dat onderlinge gewedijver binnen je club, daar ben ik niet zo van.”

Dat de onder 12-lijn bij Barendrecht ook in tijden van een avondspertijd – de poort van De Bongerd gaat om vijf uur dicht – lekker kan spelen en trainen heeft het te danken aan Brand en de trainers. “Normaal gesproken trainen alle teams na vijf uur, maar het is ons gelukt om een training op woensdagmiddag te organiseren. Het is wat krap met trainers, maar die gasten kunnen wel trainen van kwart voor vier tot kwart voor vijf.”

Dominos_voorjaar2021

Zijn zoontje maakt ook deel uit van één van de teams, de JO12-4. Toen zoonlief wilde gaan voetballen zag Brand zijn eigen geschiedenis als voetballertje afspelen. “Ik ben opgegroeid in een echte Zuiderster-familie. Die club is opgegaan in BZC, Bloemhof Zuiderster Combinatie. Mijn familie liep daar hele dagen rond en is in allerlei functies actief geweest. Wat dat betreft heb ik het vrijwilligerswerk niet van een vreemde.”

Brands’ ouders verhuisde naar Barendrecht, waar hij om de hoek bij de plaatselijke BVV ging voetballen. “Dat heb ik gedaan tot en met de C. Ik was lang klein en kreeg vervolgens een groeispurt. Dat ging gepaard met behoorlijke groeipijnen. Ik ben gestopt. Als senior ben ik weer teruggekeerd.”

In die tijd wierp Brand zich ook op als jeugdleider. “Ik heb de F1, E5 en E3 gedaan. Martin Maat, die nu ook is ingestapt, was daar ook al bij.”

Na een periode zonder voetbal – Brand bouwde aan een gezin en een maatschappelijke carrière – werd zijn zoon lid van Smitshoek. “Natuurlijk  hebben we eerst bij Barendrecht gekeken. Eerlijk gezegd schrok ik wel, er waren weinig begeleiders. Mijn zoontje is gaan voetballen bij Smitshoek, ook omdat we daar toen ook woonden.”

Uiteraard stelde Brand zich beschikbaar als trainer en leider. “Ik heb Smitshoek leren lekken als een leuke vereniging. Daarvoor had ik er ander beeld van.” Zijn verhuizing naar oud-Barendrecht bracht hem weer in de schoot van zijn oude liefde, BVV Barendrecht. “Het was praktischer dat mijn zoontje lid werd van Barendrecht. Het was om de hoek.”

“Dat is inmiddels drie seizoenen geleden. Je merkt aan alles dat er bij de club meer structuur is gekomen. Er staat een goede organisatie. Ik ben eerst trainer geweest van de onder 10 en onder 11. Vervolgens heeft de club me ook gevraagd als coördinator van de onder 12. Ik ben als coördinator de schakel tussen trainers en technische commissie.”

Klik op Barendrecht voor het laatste artikel van de club.

Jordi Dekker van Poortugaal zit alleen thuis nóg op de bank

Poortugaal kende een uitstekend eerste deel van de competitie in de hoofdklasse. Voor Jordi Dekker waren de eerste drie maanden een periode van uitersten. Hij kwam zelfs op de bank terecht, maar vocht zich, op een voor hem onbekende positie, terug in de basis.

phonedirect

Dekker voert zijn dagelijkse werkzaamheden ‘op hoogte’ uit. De speler van Poortugaal, die opgroeide bij VV Smitshoek, is van beroep kraanmachinist. “We zitten in de bulksector”, zegt hij over het bedrijf waar hij al weer een paar jaar werkt. “Voorheen werkte ik bij een groter bedrijf dat 24/7 draaide. Dat was niet ideaal in combinatie met voetballen, want ik moest ook regelmatig in de avonduren werken.”

“Wat kan een goede kraanmachinist? Inschatten, haha.”

Aan het begin van het seizoen verging de immer vrolijke Dekker het lachen bij Poortugaal hee eventjes. Trainer Peter Klomp zette hem op de bank na wat mindere prestaties. “Ik zocht naar mijn ritme, ik was zeker niet goed, maar dat gold eigenlijk voor de hele ploeg. De voorbereiding was heel matig. Zeker op dat moment vond ik het niet terecht dat ik op de bank werd gezet.”

Dominos_voorjaar2021

Het was een situatie waar Dekker moeilijk mee om kon gaan. “Ik geloof dat ik in die periode niet echt prettig was voor mijn omgeving. Ik werd er chagrijnig van. Op de bank zitten doe ik thuis al genoeg. Bij Poortugaal wil ik spelen en niet toekijken.”

De ‘verbanning’ duurde niet lang, want toen er een vacature in de spits ontstond greep Dekker zijn kans. Hoewel van origine geen aanvaller is, meldde hij zich bij zijn trainer dat hij open stond voor de vacante positie. “Er was even geen plaats voor mij op het middenveld, dus moest ik naar andere wegen zoeken”, verklaart hij. “Ik kón spelen. Dat was voor mij het belangrijkste.” Dekker vulde zijn taak vervolgens meer dan aardig in. Als aanspeelpunt werd hij al snel een belangrijke schakel in het Poortugaalse aanvalsspel. Hij gaf assists en pikte zijn goaltjes mee. Inmiddels doet zijn trainer ook regelmatig weer een beroep op ‘middenvelder’ Dekker. “In feite heb ik mijn kansen op speeltijd vergroot. Ik speel óf op het middenveld óf in de spits.” Zijn voorkeur: het middenveld. “In de spits is het leuk voetballen als we de partij zijn die in de aanval zijn. Zijn we de onderliggende ploeg, dan ben je snel geïsoleerd.”

Dat hij vrolijk door het leven stapt, heeft ook te maken met de uitstekende prestaties van Poortugaal, dat al negentien punten verzamelde en daarmee de nummer zeven op de ranglijst is. “We hebben vorig seizoen kort aan het niveau van de hoofdklasse kunnen ruiken. Hoewel maar kort was dat wel een belangrijke periode. We hebben ons als team ontwikkeld. We hebben niet alleen een plan A, maar ook een plan B en zelfs een plan C. Daar hebben onze tegenstanders het erg lastig mee. Ons geeft dat vertrouwen.”

Naast voetballen voor Poortugaal 1 is Dekker trainer van de JO14-1 van zijn club. “Ik ben al jaren jeugdtrainer, daar ben ik mee begonnen toen ik bij Smitshoek speelde. Ik vind het leuk om mijn kennis en visie over te dragen aan die jongens. De JO14 is een talentvolle lichting. Ze spelen tweede divisie. De kans is best groot dat ik over een paar jaar met één van die jongens samen speel in het eerste.”

Klik op Portugaal voor het laatste artikel van de club.

Julian Geelhoedt speelt al bijna tien jaar bij vv Altena

De Hankse Julian Geelhoedt (27) speelt alweer bijna tien jaar bij vv Altena. Als speler van het eerste en aanvoerder legt hij de lat het liefste hoog voor zichzelf. Hij vindt het, sinds zijn transfer naar de club in Nieuwendijk, belangrijk om samen met het team zo hoog mogelijk te spelen. 

“Bij Be-Ready ben ik begonnen met voetballen, ik speelde daar mijn hele jeugd. Vervolgens bracht Antoine Hoevenaren mij op zestienjarige leeftijd naar het eerste elftal van de club, die op dat moment nog vijfde klasse speelde”, vertelt Julian. Dit mocht echter niet al te lang duren bij Be-Ready: “In mijn laatste wedstrijd voor Be-Ready promoveerde we naar de vierde klasse. Na twee seizoenen in het eerste elftal kreeg ik de kans om naar op dat moment eersteklasser vv Altena te gaan, waarbij ik na lang twijfelen heb besloten de stap te maken.”

werktalent-breda banner

Verblijf

Dat het hem bevalt bij de club is wel duidelijk; “Door het fijne gevoel bij de club en de fijne selecties inclusief staf zit ik er nog steeds. Momenteel ben ik bezig aan het negende seizoen in Nieuwendijk waarvan het zesde seizoen als aanvoerder. Elk jaar, met uitzondering van corona-seizoenen, was er wel een degradatie, promotie of nacompetitie, maar dat houdt het ook wel weer spannend.” Als je een kleine tien jaar voor een club speelt, kan je ervan uitgaan dat het bevalt.

Bijblijven

Er zijn wel een paar momenten die Geelhoedt niet snel vergeet: “Ik heb een kampioenschap en twee promoties meegemaakt bij vv Altena.” Helaas brengen de jaren ook wat dieptepunten met zich mee. “De corona periode waarin we niet konden voetballen waardoor seizoenen niet werden afgemaakt. Met name seizoen 2019-2020 waarin we vijf punten los stonden en kampioen zouden worden, tijdens het jubileumjaar van de club. Helaas werd dat seizoen vroegtijdig beëindigd door de pandemie. Dat seizoen had dus eigenlijk bij de hoogtepunten moeten staan. Ik was graag met deze groep de eerste klasse ingegaan.”

mandemakers banner

Toekomstbeeld

Gelukkig brengt een tegenslag zoals die ook weer vastberadenheid voor het volgende seizoen. “We gaan onze ongeslagen status dit seizoen ongetwijfeld een keer verliezen, aan ons om dat moment zo lang mogelijk uit te stellen. We hebben veel blessuregevallen en een tijd niet gespeeld vanwege corona, dus ik ben benieuwd waar we nu staan. Verder zullen we het van wedstrijd tot wedstrijd bekijken om goede resultaten te halen. We kijken wel waar ons dat aan het eind van het seizoen brengt”, aldus Julian. “Voor de nabije toekomst is het voor vv Altena van belang dat de selectie op peil blijft, om zo volgend jaar met een nieuwe trainer verder te bouwen aan de basis die de afgelopen jaren is gelegd.”

 

Klik op de link voor een ander artikel van vv Altena

Aad de Sterke wil oude Bolnes-tijden laten herleven

SV Bolnes is volgens Aad de Sterke een club die ‘heel wat markante figuren’ in de gelederen heeft gehad. Het was lange tijd een vereniging die volop bruiste. Helaas zijn zowel de ambiance als het ledenaantal flink teruggelopen. Echte Bolnessers, van wie De Sterke er één is, willen oude tijden laten herleven.

phonedirect

Als jonge voetballer ervoer De Sterke in de jaren zeventig al dat de couleur locale bij SV Bolnes er eentje van warmte was. Later, als speler van de A-selectie, dronk hij naar hartenlust zijn pilsjes in de kantine, die na het beroemde Rotterdamse café Melief Bender als tweede locatie in Nederland een bierkelder bevatte. “Ik heb schitterende tijden bij Bolnes meegemaakt”, vervolgt De Sterke zijn verhaal. “Er liepen altijd zeer kleurrijke mensen bij de club rond, onder wie Krijn Legerstee, over wie ik een boek aan het schrijven ben. De laatste vijftien jaar heeft de club echter flink terrein verloren aan andere verenigingen binnen Ridderkerk. Het ledenaantal is enorm afgenomen en de echte Bolnes-cultuur van sfeer en gezelligheid heeft daaronder geleden.”

Zelfs gezinnen die hun huis hebben in het buurtschap Bolnes, kiezen er tegenwoordig voor om hun kinderen van Slikkerveer of RVVH lid te maken. Het is een ontwikkeling die De Sterke maar moeilijk verkroppen kan. “Samen met een paar echte Bolnessers van weleer hebben we de koppen bij elkaar gestoken om een revival te bewerkstelligen”, zegt de man die verschillende bedrijven runt, waaronder een administratiekantoor en een consultantsbureau op het gebied van financieel management. “We vinden het doodzonde dat de club zo is afgegleden. Er is een stichting ‘Vrienden van Bolnes’ in het leven geroepen die de club in financieel opzicht ondersteunt en speerpunten voor de toekomst heeft geformuleerd. Daarnaast hebben oud-spelers als Cor Bak en Koos van Weijen zitting genomen in de Technische Commissie.”

Dominos_voorjaar2021

Niveau

Pratend over de speerpunten, weet De Sterke dat drie zaken van cruciaal belang zijn. “Het niveau van het eerste en tweede elftal moet omhoog, waarbij de sfeer in de kantine verbeterd wordt. Daarnaast willen we het ledenaantal vergroten, dat is in de loop der jaren van bijna duizend naar iets meer dan tweehonderd gekrompen. Tenslotte heeft de accommodatie een stevige opfrisbeurt nodig. Ons complex is erg verouderd en is nodig aan vernieuwing toe.”

Bolnes is één van de weinige clubs die nog niet over kunstgras beschikt, weet De Sterke. Met de gemeente Ridderkerk hebben de ‘Vrienden van Bolnes’ en de vereniging in nauw overleg de afspraak kunnen maken dat ze met een goed plan kunnen komen om de club weer op niveau te brengen. “Dan zal de gemeente rustig bekijken hoe zij Bolnes kan helpen. We hebben goed contact met de gemeente en zijn daar erg blij mee. Omdat we tegen Rotterdam-Zuid aanliggen en veel leden uit de Beverwaard hebben, vielen we lange tijd een beetje tussen wal en schip. In Ridderkerk zei de gemeente: ‘je hebt veel Rotterdamse leden, dus ga maar naar de gemeente Rotterdam. Terwijl ze in Rotterdam juist zeiden: ‘je hoort bij Ridderkerk, dus je moet echt daar zijn.”

Hoe dan ook: De Sterke bespeurt al de nodige verbetering de afgelopen maanden. De Champions League Kids bijvoorbeeld, mag een groot succes genoemd worden. “We organiseren wedstrijddagen voor jonge kinderen die dan tegen elkaar spelen en een gerenommeerd team vertegenwoordigen. Paris Saint-Germain bijvoorbeeld, of AC Milan, of Bayern München. Omdat ‘De Vrienden’ zelf best over wat geld beschikken, hebben we mooie tenuetjes kunnen aanschaffen. Kinderen spelen bijvoorbeeld in het shirt van Paris Saint-Germain met de naam Messi op hun rug. De Champions League Kids wordt goed georganiseerd en is onderdeel van het nieuw geformuleerde jeugdbeleidsplan, dat onder regie van ex-Bolnes speler Arjan Otto en jeugdvoorzitter José Sparreboom verder wordt uitgerold binnen het buurtschap Bolnes en op de twee basisscholen. Dat is belangrijk als je jonge voetballers naar je club wilt krijgen. Het kán niet zo zijn dat echte Bolnes-gezinnen voor Slikkerveer of RVVH kiezen. Daarnaast bieden we clinics aan en leuke activiteiten voor jongeren. Uiteindelijk hopen we via mond-tot-mond-reclame weer een groeiende aanwas van leden te krijgen.”

klik op Bolnes voor het laatste artikel van de club.

Clemens Bastiaansen van Rijsoord aast op ontsnappingsroute

Clemens Bastiaansen staat dit seizoen met Rijsoord voor de loodzware opgave om handhaving in de hoofdklasse te bewerkstelligen. Dat moet hij doen met een elftal met veel onervaren spelers. Bastiaansen heeft in zijn eentje een rijkere voetbalgeschiedenis dan zijn selectie. “Deze jongens willen graag investeren in zichzelf.”

phonedirect

Zelf is hij blij om weer op het veld te staan. De afgelopen twee jaar was Bastiaansen actief als docent van de KNVB en trainde hij geen club. “Mijn laatste club was Achilles Veen in de hoofdklasse. Ik miste het trainen en daarom was ik blij dat ik van Rijsoord deze kans kreeg.”

Hij wist dat hij niet een gespreid bedje kwam en dat Rijsoord zich in de hoofdklasse staande zien moet te houden met minimale middelen. In de zomer arriveren aan de Vlasstraat geen dure aankopen, wel vooral talenten die in zichzelf willen investeren en die Rijsoord als uithangbord en springplank voor zichzelf zien. Het verwachtingspatroon ligt parallel daaraan. “Ik vind het juist een uitdaging om deze ploeg verder te brengen”, zegt Bastiaansen. “In de voorbereiding verloren we kansloos van ploegen uit de eerste klasse. Inmiddels hebben we flink wat stappen gezet. We zijn begonnen met 4-3-3 en na acht wedstrijden zijn we overgestapt naar 4-4-2. Dat past beter bij de kwaliteiten in onze selectie. Ons snelheid in de omschakeling komt daardoor wat beter tot zijn recht. Sinds we 4-4-2 zijn gaan spelen, zijn we ook punten gaan pakken.”

Dominos_voorjaar2021

Rijsoord blijft in de ogen van de volgers van de hoofdklasse degradatiekandidaat nummer één. Bastiaansen aast desondanks op een ontsnappingsroute: “De eerste stap is om rechtstreekse degradatie te ontlopen.”

Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig was het verzamelen van Panini-voetbalplaatjes van spelers uit de eredivisie en eerste divisie helemaal in. Als speler van Willem II had Bastiaansen, inmiddels 64 jaar, ook een eigen plaatje. “Dat was voetbal in een andere tijd”, zegt hij met een grijns. “Ik ging van Prinsenbeek, dat in de derde klasse speelde, naar het internaat van Willem II. Je ging intern, dat ging zo. Tegenwoordig worden de talentjes al op zesde, zevende weggeplukt door de bvo’s, maar toen sloot je op veel oudere leeftijd aan.”

In het seizoen 1977/1978 debuteerde Bastiaansen in het eerste elftal van de Tilburgers. “Meteen in mijn eerste seizoen promoveerden we, via de nacompetitie. Wij moesten op de laatste speeldag met 3-0 winnen van Telstar en FC Groningen, waar toen nog de jonge Erwin en Ronald Koeman speelden, moest gelijkspelen bij Fortuna Sittard. Dat gebeurde.”

Bastiaansen speelde daarna zes seizoenen in de eredivisie. “Ik was geen technicus, wel een harde werker en iemand met een groot loopvermogen.” Daarna speelde hij nog voor FC Eindhoven en RBC Roosendaal. Met die laatste club haalde hij de bekerfinale. “Dat was wat hoor, want we speelden in de eerste divisie. De finale was in het oude stadion van Ajax. Cruijff was trainer bij Ajax en Van Basten, De Wit en Spelbos speelden er. Bij rust was het 0-0. Uiteindelijk verloren we met 3-0.”

Op zijn éénendertigste trok Bastiaansen de grens over. Hij speelde nog jaren voor de Belgische clubs Turnhout en FC Hoogstraten. “Dat was het derde niveau. In België was het voetballend minder, maar er werd fysieker gespeeld dan in Nederland. Ik heb het nog tot mijn 38ste volgehouden. Daarna ben ik speler/trainer geworden van een club. In Nederland is dat ondenkbaar, maar in België ging het prima.”

Bastiaansen was nooit fullprof. “Ik heb altijd les gegeven als gymdocent. Nu werk ik als docent op de opleiding sport en bewegen.”

Klik op Rijsoord voor het laatste artikel van de club.

Arno Kooij van Barendrecht “We hebben de afgelopen jaren forse stappen gezet”

Barendrecht blijft zich met de jeugdopleiding doorontwikkelen. “We hebben de afgelopen jaren forse stappen gezet, maar er is altijd nog winst te behalen”, zegt Arno Kooij, hoofd jeugd opleiding van de club.

phonedirect

Ook bij BVV Barendrecht is het weer even improviseren. Met zo’n kleine honderd jeugdelftallen lukt het in normale tijd maar net om elk elftal aan de trainingsuren te laten komen, laat staan hoe dat is in een periode van een avondlockdown waarbij voetballers om vijf uur van de velden worden gejaagd. “Er zijn wat teams die overdag trainen, doordat de trainers beschikbaar zijn, maar het overgrote deel kan doordeweeks niet trainen”, zegt Kooij. “We kunnen ze gelukkig nog wel bezighouden op zaterdag, met wedstrijden of, als ze geen wedstrijden hebben, met trainingen.”

Kooij begon in de zomer van 2019 als hoofd jeugd opleiding op De Bongerd. Sindsdien lopen de coronamaatregelen als een rode draad door het Barendrechtse voetballeven. “Het maakt het allemaal wel een stuk lastiger. Sessies met trainers kan nu even niet vanwege de groepsgrootte. Maar we proberen wel zo veel mogelijk voortgang erin te houden. We willen niet dat het proces stilvalt.”

Dominos_voorjaar2021

Kooijs’ voornaamste opdracht was om meer samenhang te realiseren. “Er was hier al een behoorlijke basis”, zegt hij. “Bij TOGB, waar ik zeven seizoenen hoofd jeugd opleiding ben geweest, was dat er niet. Daar moest het echt vanaf nul worden opgebouwd. Bij Barendrecht was de kennis – goede trainers – al in huis. Alleen schortte het aan de samenwerking tussen trainers van diverse leeftijdsgroepen. Er werd goed training geven, maar er was nauwelijks van een rode draad in de manier van werken.”

Inmiddels is de samenwerking een stuk verbeterd. Dertien coördinatoren en de leden van de technische commissie zorgen er met Kooij voor dat er niet zomaar iets gedaan wordt, maar dat er gehandeld wordt naar een Barendrecht-‘handboek’. “We zijn hard bezig om een eigen smoelwerk te krijgen”, noemt Kooij (56) dat. “Onze werkwijze is gebaseerd op een breed draagvlak. Het werkt niet als Arno Kooij zou zeggen hoe het moet en dat dàt uitgevoerd moet worden.  Dan is het niet duurzaam. Hoe we opleiden moet van ons allemaal komen.”

Daarbij geldt de filosofie voor alle jeugdteams, of het nu om de JO15-1 gaat of de JO15-6. “We rollen onze visie verenigingsbreed uit. Onervaren trainers krijgen handvatten en kunnen altijd terugvallen op de kennis van de ervaren en gediplomeerde trainers.”

Het voetbal ontwikkelt zich dus en Barendrecht moet zich dus ook ontwikkelen. Vandaar dat de club de speelwijze onder het loep neemt. “We willen komen tot een herkenbare speelstijl die past bij de club. Met de trainers zijn we daarover in gesprek. Zij hebben daar een belangrijke stem in. Het is natuurlijk veel meer dan 5-3-2 of 4-3-3. Als je ergens voor kiest moet je dat ook trainbaar maken. Daar hebben ze ook hun ideeën bij.”

“We werken in de opleiding al veel met spelprincipes. Tot en met vijftien jaar speelden de teams in principe met 4-3-3. Daarna is het goed om kennis te maken met andere speelwijzen, zoals 5-3-2 of 4-4-2.”

Barendrecht kijkt niet alleen in de eigen keuken. Het maakt ook gebruik van expertise van organisaties als MNC Bright en partners als Feyenoord. Kooij: “In deze tijd is belastbaarheid van spelers een issue. We hebben daarom Feyenoord gevraagd of ze ons daar bij kunnen helpen. Om ons door te ontwikkelen zullen we  een lerende organisatie moeten blijven.”

klik op Barendrecht voor het laatste artikel van de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.