Home Blog Pagina 604

Victoria’04-SVV       uitslag 1-0.

In de wetenschap, dat bij winst het verschil met de enige concurrent op vijf punten zou komen, begon koploper Victoria’04 enigszins gespannen aan de wedstrijd. De thuisclub speelde behoedzaam en trachtte de wedstrijd onder controle te krijgen. Het in degradatiegevaar verkerende SVV knokte voor elke meter, doch elke Schiedamse aanval liep vast in de hechte defensie van de Vlaardingse formatie.

Doelpunt Victoria’04: Nils Gliszmann

De openingsfase deed vermoeden, dat Victoria’04 een ruime overwinning zou kunnen behalen. Binnen het eerste kwartier kreeg Nils Gliszmann een dot van een kans, maar zijn inzet werd door de uitstekende doelman van SVV gekeerd. Kort daarna zag Nailey Girigorie zijn doelgerichte poging stranden op de binnenkant van de paal van het SVV-doel. De bezoekers groeven zich in en lieten Victoria’04 het spel maken. De opbouw van Victoria’04 werd op het middenveld een halt toegeroepen, hetgeen de snelheid van het spel niet ten goede kwam.

ZZP_Timmerteam

Ook in de tweede helft had Victoria’04 het meeste balbezit. Echter, elke Vlaardingse aanval werd of vroegtijdig gestopt of de uitblinkende Schiedamse doelman redde zijn ploeg voor een grotere achterstand. Nar mate de wedstrijd vorderde legde Victoria’04 het accent op het behouden van de magere voorsprong.

Door deze overwinning kan volgende week bij winst in het uitduel tegen AGE-GGK de kampioensvlag worden gehesen in de Broekpolder.

Opstelling Victoria’04:
Jochem van der Hoff, Lars de Visser, Oscar Knecht, Robbin Winsveen, Nils Gliszmann (Donny van Balen), Jordi de Kimpe, Osman Ünnu, Jelle Blankestijn (Lucas Buter), Vincent van den Bogerd, Raydrick Kleinmoedig, Nailey Girigorie.

Klik de link voor een recent artikel over Victoria’04

In gesprek met Alex van Dorst van DSE

Vandaag spreken wij Alex van Dorst. De 29-jarige speler is momenteel bezig aan zijn dertiende seizoen voor de hoofdmacht van zijn club DSE. In het dagelijks leven is hij werkzaam als assistent bedrijfsleider in de Jumbo in Terheijden.

De NAC Breda supporter is zijn voetbalcarrière begonnen in Etten-Leur. “Ik ben als klein jongetje van zes jaar begonnen met voetballen bij VV Internos. Op dat moment speelde veel van mijn vriendjes bij VV DSE, dus besloot ik om vanaf de E-jeugd de overstap naar DSE te maken. Hier heb ik de gehele jeugd doorlopen en ben ik uiteindelijk in het eerste elftal komen te spelen. Dit vrijwel altijd als vaste basisspeler”, vertelt Van Dorst.

Als Alex terugkijkt naar waar hij het meest trots op is, is dat het clubgevoel wat gebleven is. “ Als ik naar de club kijk is er, ondanks dat de vereniging de afgelopen jaren zo snel gegroeid is, altijd een soort van familie cultuur is blijven hangen. Binnen de club kent iedereen elkaar en er hangt altijd een fijne sfeer”, aldus Alex. Ook is hij trots op zijn elftal. “ Wij worden door onze tegenstanders gezien als een gezellige groep gasten. Dit komt doordat we bij alle uitwedstrijden minimaal een uur na de wedstrijd blijven hangen om een feestje te bouwen in de kantine. Of we nou winnen of verliezen, we drinken er altijd samen een biertje op na de wedstrijd.”

Sportbrillen-Boptics-Etten-leur

De ambities van de centrale verdediger zijn niet meer heel groot. “Ik wil graag zo lang mogelijk belangrijk zijn voor het eerste elftal, maar zodra ik begin te merken dat ik jonge gasten in de weg ga zitten zal ik er zeker over na denken om plaats te maken. Wel wil ik dan nog belangrijk worden voor het tweede elftal”, aldus Alex.

Het hoogtepunt van de verdediger zijn de twee kampioenschappen die hij binnen heeft geslepen. “De eerste in 2010 toen we van de vijfde naar de vierde klasse promoveerde. De tweede zit nog iets verser in het geheugen. We werden op 19 mei 2019 kampioen in de vierde klasse waardoor we zijn gepromoveerd naar de derde klasse, waar we nu nog steeds in spelen. Het feest wat daarna los barstte was echt ongekend. Ik geloof niet dat een van mijn teamgenoten daarna ooit nog een groter feest heeft kunnen bouwen dan toen”, vertelt hij.

Buiten alle verplichtingen in het leven brengen vele van ons graag tijd door op de plaatselijke voetbalvereniging. Dit is ook niet anders voor Alex. “Voor mij is voetbal de belangrijkste bijzaak van het leven. Naast het werk en vrienden vind ik het heel fijn om met voetbal bezig te zijn. Of dit nu is door zelf te voetballen of voetbal te kijken. Ik denk dan ook dat ik na mijn carrière als speler graag trainer wil worden”, sluit Alex af.

Klik op DSE voor het laatste artikel van de club.

Remco Vos onderhoudt warme band met ZBC’97

Remco Vos is een 43-jarige veelzijdige vrijwilliger van de Zwijndrechtse club ZBC’97. Als oud-speler onderhoudt hij een warme band met de club. Hij is dan ook van plan om zijn werkzaamheden nog een tijd vol te houden.

Sport-centrum-dordrecht_internetbalk_2020

Remco is op elfjarige leeftijd begonnen als keeper in de jeugd van VV Zwijndrecht. Later fuseerde deze club samen met sc Bakestein in ZBC’97, waar Vos de club dus trouw is gebleven na de nieuwe samenwerking. Hij heeft gekeept bij zowel de zondag- als zaterdagelftallen. Inmiddels is de oud-keeper in heel wat functies gerold binnen de club, waaronder secretaris, leider van het tweede elftal, verzorger bij het eerste elftal, ledenadministrateur, sponsorcommissie, barmedewerker en jeugdkeeperstrainer.

ZBC’97 voor het leven
Destijds kwam Remco bij via-via bij de club terecht. “Ik ben een keer met een vriendje van de basisschool meegegaan en direct verkocht geraakt aan het spelletje én de vereniging”, zegt hij. Hij heeft dan ook een bijzonder warme band met de club, na al die actieve jaren. “Het feit dat ik al zo’n lange periode lid ben zegt denk ik wel voldoende. Ik kan mezelf dan ook absoluut niet in functie zien bij een andere vereniging. Mocht ik bij ZBC’97 stoppen, dan zal ik waarschijnlijk de amateurvoetbalwereld definitief gedag zeggen”, aldus Vos.

Promotievooruitzicht
ZBC’97 doet het inmiddels goed in de vierde klasse. Met 41 punten uit 21 wedstrijden staat de ploeg op een verdienstelijke tweede plek achter IFC, die al kampioen zijn geworden. Met een periodetitel in de pocket mag de ploeg dromen van promotie. “Ik zou heel graag zien dat we met het eerste elftal na dit seizoen eindelijk de stap kunnen maken en een stabiele derdeklasser te kunnen worden. Wie weet wat er dan allemaal nog meer mogelijk is”, zegt de oud-speler. “We hebben een kwalitatief sterke selectie, die dit seizoen vooralsnog gevrijwaard is gebleven van zware blessures. Het begin van het seizoen liep niet fantastisch, we hebben daarin onnodig behoorlijk wat punten gemorst. Momenteel gaat het sportief gezien lekker en kunnen we vechten voor nacompetitie”, voegt hij daaraan toe.

Ook de jeugd gaat door
De toekomst van de vereniging ziet hij rooskleurig in. “De jeugdafdeling is groeiende en beschikt over een begeleidingsteam dat zeer gedreven en gemotiveerd is om hier iets moois van te maken. Voor wat betreft de selectie hoop ik dat het verloop van de spelers aan het einde van het seizoen mee gaat vallen, want we hebben echt een heel leuke ploeg op dit moment”, verteld Remco. “Voor wat mezelf betreft beschik ik op dit moment nog over voldoende energie om door te gaan met alles waar ik voor de club mee bezig ben, ze zijn voorlopig nog niet van me af”, sluit de 43-jarige vrijwilliger mee af.

Klik op ZBC’97 voor het laatste artikel van de club.

René Bartels van FC Moerstraten heeft zijn laatste lijn getrokken

Zonder lijnen, geen voetbal. Dat klinkt even logisch als simpel, maar toch moeten ze iedere week opnieuw weer worden getrokken. Bij Moerstraten is René Bartels daar al bijna dertig jaar verantwoordelijk voor, maar het is tijd voor iemand anders. “We moeten het ook niet te zwaar maken, hé?”
Tic_253688
Hoelang het ook geleden is, de 60-jarige Bartels weet het nog precies. “In 1994 hadden ze een lijnentrekker nodig. Ik wilde het best doen, maar dan moest er wel een nieuwe kalkwagen komen. Die kwam er!” En dus nam de oud-speler, nadat hij in ’86 ook al leider van het tweede werd, ook die taak op zich. “Het is belangrijk om iets nuttigs te doen voor de samenleving. Zonder vrijwilligers kan een club niks.”

Sociale aspect
Die liefde voor Moerstraten begon al vroeg en zit er dus nog steeds. “Op mijn zesde werd ik lid. De beginjaren ’80 heb ik nog even twee seizoenen in het eerste gespeeld, tot een dubbele beenbreuk roet in het eten gooide.” Bartels voetbalde vervolgens nog bij het tweede, kreeg daar een klaplong en besloot zich te richten op het vrijwilligerswerk. Ondanks zijn kwaliteiten op het veld. “Iemand met veel loopvermogen en inzicht, meestal als ‘mid-mid’.”

Inmiddels geniet hij van het verenigingsleven en dat komt niet uit de lucht vallen. “Dat zit bij onze familie in het bloed. Mijn vader was ook altijd lid van allerlei verenigingen, mijn broers zitten bij Moerstraten en mijn twee zussen zijn ook maatschappelijk zeer betrokken.” Vooral het sociale aspect, vertelt hij. “Voetbal is leuk, maar de derde helft is minimaal zo belangrijk. Anders was ik waarschijnlijk al afgehaakt.”
Wibro_-255433Vanzelfsprekend
Als leider van het eerste elftal zit Bartels daar nog altijd middenin, maar toch zullen de meeste clubgenoten hem misschien wel kennen als dé lijnentrekker van Moerstraten. Die helaas bezig is aan zijn laatste seizoen. “Ik vind het nog steeds leuk, maar het is goed geweest. Elke week opnieuw, soms begint dat een beetje te wringen. Dan willen ze thuis ook weleens wat vrije tijd.” Voorheen op zaterdag, tegenwoordig vaak op vrijdag. “Met een uurtje ben je klaar. Het is heel vanzelfsprekend dat er lijnen op een voetbalveld staan, net als goals. Maar iemand moet dat wel elke keer doen. Het mooiste is dat je daardoor mensen hun sport kunt laten beoefenen.”

Voorlopig loopt Bartels nog gewoon wekelijks van zijn huis naar de club, maar hij maakt zich wel een beetje zorgen. “Moerstraten is heel klein, we hebben weinig jeugd, dan houdt het een keer op.” Als ze een beroep op hem moeten doen, staat hij klaar. Om te fluiten, de velden te keuren of inkopen te doen. Want vervelen, doet hij zich absoluut niet. “We hebben net een nieuwe puppy, stilzitten is niks voor mij.” Maar de komende tijd is hij vooral nog met iets anders bezig. “Kampioen worden met het eerste! Dat zou een unicum zijn…”

Klik op Moerstraten voor het laatste artikel over de club.

Anwar Tarfit ziet RBC Roosendaal ook zes jaar later nog stappen maken

Toen hij de overstap maakte speelde de club in de vierde klasse, was het stadion ‘leeg’ en had RBC nauwelijks aantrekkingskracht. Hoe anders is dat zes jaar later. Op de rand van promotie, een vereniging die leeft en een overvolle businessclub. Reden genoeg voor Anwar Tarfit om er een zevende seizoen aan vast te plakken.

Wibro_-255433

In het weekend van de overwinning tegen Kruisland, kwam dat allemaal samen voor de 27-jarige aanvaller. “Toen ik hier ging spelen, speelde Kruisland al in die tweede klasse. Nu winnen we gewoon van ze.” Ook de actie voor Oekraïne deed de Roosendaler veel. “Een mooi initiatief. Zoiets is toch wel gaaf om mee te maken, als amateurvoetballer.”

Mentaal sterk

Iets wat Tarfit sinds zijn stap naar de stadionclub al vaker heeft gedacht. “We hebben hier bij RBC echt iets neergezet, daar kijk je over een aantal jaar trots op terug.” Dat was toentertijd wel anders. “Niemand wilde toen eigenlijk komen, wat moest je in de vierde klasse gaan doen? Danny Mathijssen was nog trainer, met hem had ik een goed gesprek. Ik had vertrouwen in de ambities, dat gevoel heb ik nog steeds.” Lekker om de hoek, bij een club waar altijd iets gebeurt, weet Tarfit inmiddels. “RBC staat in de spotlights, alles wordt breed uitgemeten. Niet alleen de prestaties.” Clubliefde is hem na al die jaren dan ook niet vreemd. “Het liefste wilde ik met RBC die stappen maken, hier word ik gewaardeerd als voetballer. Het zijn ook de mensen om de club heen, echte RBC’ers.” Toch verloopt het seizoen voor de buitenspeler moeizamer dan je op voorhand zou denken. “Ik draaide een goede voorbereiding, maar liep een scheurtje op in mijn bovenbeen. Door verkeerde diagnoses en veel tegenslagen heb ik zes maanden lang geen bal aangeraakt. Pas nu begin ik weer fit te worden.” Hij knokte zich terug, maar makkelijk was het niet. “Het was zwaar, maar mentaal ben ik sterk. De afgelopen drie maanden heb ik keihard gewerkt om fysiek en conditioneel weer op niveau te komen.”

Tic_253688

Uitstraling

Dat lukte, maar Tarfit is heel kritisch op zichzelf. “Het gaat niet om mij, ik ben een echte teamspeler. Schakel om, maak veel meters, maar aan de bal is het nog niet genoeg. Daar werk ik hard aan. Gelukkig gaat het goed met het team, dat is het belangrijkste. Misschien ben ik soms iets te streng voor mezelf…” Net zoals de KNVB streng was voor RBC, vindt hij. “Vijf punten is wel extreem. Geweld keur ik natuurlijk altijd, zelf was ik er niet bij, dus dan heb je er al helemaal geen invloed op. Als team hebben we er goed op gereageerd.” Door die straf na een vechtpartij tegen TSC moest de Roosendaalse vereniging afstand doen van de koppositie, Tarfit ziet desondanks de stappen die worden gezet. “De uitstraling is een wereld van verschil. Als je ziet welke spelers er nu allemaal komen. Het is een stuk professioneler, alles is goed geregeld en er is nu zelfs een businessclub. Daaraan merk je dat het serieus is. Mijn eerste seizoen was het stadion ‘dood’, nu leeft de club.” Het vertrouwen in een kampioenschap is dan ook nog steeds groot. “We zijn in de ‘winning mood’ en lastig te verslaan. Daarom denk ik dat we kampioen gaan worden en anders hebben we het met een periode ook goed gedaan.”

Hoofdklasse

Dat doen ze sinds een aantal maanden met Ruud Pennings als opvolger van Robert Braber. “Ik vond het ontzettend erg voor Braber, daar heb ik echt wel een tijdje mee in mijn hoofd gezeten. Toen ik geblesseerd was, heeft Robert mij altijd gesteund. Dus dan is zoiets wel extra vervelend. Toch moeten we verder.” Met een Zeeuwse trainer dus. “Met Ruud heb ik een goede band, dat vind ik ook echt een toptrainer.” Tarfit legt uit waarom. “Hij straalt rust uit, heeft een tactisch plan en speelt gewoon altijd hetzelfde spelletje. We gaan uit van onze eigen kracht.” Ondanks het vertrek van een aantal spelers en dus de hoofdtrainer, ziet de oud-speler van Alliance het al helemaal voor zich. “Aan het begin van het seizoen heb ik gezegd dat we over drie jaar hoofdklasse spelen, daar hoop ik dan natuurlijk bij te zijn!”

Klik op RBC Roosendaal voor het laatste artikel van de club.

In gesprek met Niels van Holst van VV Philippine

De twintigjarige Niels van Holst is buitenspeler van VV Philippine 1. Op zevenjarige leeftijd is hij bij de club uit Zeeuws-Vlaanderen begonnen. Hierna heeft hij alle jeugdelftallen doorlopen totdat hij op zijn achttiende zijn debuut mocht maken in het eerste elftal. Hier is de aanvaller nu al twee seizoenen actief.

van-acker
Niels is in het dagelijks leven student aan de Avans Hogeschool in Breda. Hier studeert hij communication en multimedia design. “Ik woon hier nu ook al bijna vier jaar door de weeks. In het weekend kom ik altijd terug voor vriendin, vrienden, familie en voetbal. Doordat ik in Breda woon kan ik maar één keer per week trainen”, vertelt hij. Wel heeft de student even bij UVV Ulvenhout getraind met een paar teamgenoten. Zij hebben inmiddels ook de overstap naar die club gemaakt. In zijn vrije tijd is Niels graag met zijn vrienden, zijn vriendin of zijn familie. Verder doet hij ook soms boksen met zijn vrienden en zit hij af en toe achter de PlayStation.

Jeugd
In de F2 begon het jaren geleden allemaal voor van Holst. Daarna is hij direct doorgestroomd naar de F1. “Ieder jaar speelde ik wel met minimaal twee van mijn beste maten. In de E1 werden we daarna twee keer, najaar en voorjaar, op rij kampioen onder Arjan Sol”, vertelt hij. Vanaf de D werd het voor hem allemaal wat serieuzer: “Je hebt het spelletje meer door en daardoor werd het leuker. Daarnaast scoorde ik ook regelmatig wat zeker meehelpt.”

In de hogere jeugdelftallen zat Niels vaak op de bank bij het eerste en kreeg hij invalbeurten met nauwelijks speelminuten, waardoor zich nauwelijks kon laten zien. “Ik had er destijds geen zin meer in en mijn motivatie zakte steeds verder weg. Na anderhalf jaar gestopt te zijn geweest ben ik toch weer begonnen. Uiteindelijk wil je voetballen. Het is mijn passie en ik vind het heerlijk om wedstrijden te spelen. Daarom ben ik blij dat ik er nu gewoon in sta en lekker over het veld heen kan gaan. Ik vind het persoonlijk ook fijn als mijn familie komt kijken. Dan wil ik extra mijn best doen om hen trots te maken, iets wat ik erg belangrijk vind”, vult de buitenspeler aan.

Vooruitgang
In iedereens voetbal carrière zijn er momenten die je de rest van je leven bijblijven, zowel in positieve als negatieve zin. Eén van de hoogtepunten van Niels zijn de kampioenschappen in de E1. “Toch denk ik dat het meer een hoogtepunt is voor mij dat ik nu in de basis sta, omdat dit nu gewoon veel belangrijker is voor mij. Ik wil voetballen en dat doe ik nu weer. Het is fijn dat de trainer mij vertelt dat ik beter bezig ben dan eerst en dat er vooruitgang te zien is. Dit geeft mij persoonlijk een goed gevoel en meer vertrouwen”, aldus Van Holst. Dieptepunten vindt hij maar lastig te bedenken: “Als ik dan iets moet noemen is het toch een paar van mijn beste maten gestopt zijn om verschillende redenen. Het is leuk om met je vrienden te spelen en we konden samenspelen als geen ander.”
mzc
Vechten voor elkaar
Dit seizoen speelt de ploeg om lijfsbehoud in de derde klasse. “Helaas staan we niet best met het team en spelen we nu om bij de onderste drie te blijven”, zegt hij. Op dit moment staat de ploeg van Niels daar net boven, maar zijn er nog een paar wedstrijden te spelen. Het is dus alle hens aan dek voor Philippine. “Qua team zijn we wel gegroeid dit jaar. We vechten voor elkaar en willen voor elkaar werken. De sfeer is erg goed alleen belonen we onszelf nog te weinig”, vindt hij. Op persoonlijk vlak vindt Niels dat hij ook gegroeid is. “Ik heb mezelf in de basis gespeeld en ik denk dat ik dat verdiend heb. Het enige wat nog beter kan is het rendement. Dit is dan ook één van mijn doelen voor het slot van de competitie en volgend seizoen ”, sluit van Holst af.

Foto van Jessica van Ham

Klik op VV Philippine voor het laatste artikel over de club.

Joost van Tiggelen hoopt op een mooi afscheid bij NSV

Heel even, of eigenlijk één seizoen, probeerde Joost van Tiggelen het bij een andere club. Maar na een paar maanden in de jeugd van RBC Roosendaal, was het voor de verdediger wel duidelijk: zo snel mogelijk terug naar NSV. Daar genoot hij de afgelopen jaren met volle teugen, maar aan alles komt een einde. “Door corona wilde ik nog niet stoppen, hopelijk wordt het nu een mooi afscheid.”

Tic_253688

Als hovenier is dit voor Van Tiggelen (36) eigenlijk de mooiste tijd van het jaar. Lekker weer, een zonnetje en buiten aan de slag. Precies zoals hij heel zijn leven deed als voetballer van NSV. “Op mijn zesde ben ik hier begonnen. Opz dat uitstapje naar RBC na, ben ik nooit ergens anders geweest.” Gestimuleerd door ‘ons ma’, vertelt de inwoner van Nispen. “Die vond dat we maar moesten gaan sporten. Dat is aardig gelukt denk ik, haha!”

Toch kriebelen

Inmiddels staat de teller op meer dan 250 wedstrijden voor het eerste elftal van de dorpsclub, Van Tiggelen weet wel hoe dat komt. “Hier heb je echt dat teamgevoel. Bij RBC was het toch een ander soort mensen, veel meer ‘ikke ikke’, daar kon ik moeilijk aan wennen. Bij NSV ken je elkaar, maak je een praatje, gewoon een gezellige bende.” Toch had de routinier nooit verwacht onderdeel uit te maken van het vlaggenschip. “Daar was ik eigenlijk nooit zo mee bezig. De trainer kwam ooit eens kijken bij de jeugd, toen werd ik doorgeschoven, zo ging het eigenlijk.” Geen gemakkelijke stap, weet Van Tiggelen nog goed. “Ik was toen vijftien of zestien. De jongste en de kleinste, dan is het best wel aanpoten. Maar uiteindelijk heb ik het twintig jaar volgehouden.” Aan dat tijdperk komt na dit seizoen dus een einde, hij legt uit waarom. “Eigenlijk wilde ik vorig seizoen al stoppen, maar met corona was dat moeilijk, op die manier wilde ik geen afscheid nemen. Hopelijk kunnen we er nu nog wat moois van maken.” Die extra vrije tijd, door het stilleggen van de competitie, beviel hem best wel goed. “Daar waren ze thuis ook wel blij mee, dat papa er wat vaker was. Eigenlijk heb ik de voetbal toen niet echt gemist, dat was voor mezelf ook wel een signaal. Maar als je dan weer eenmaal begint, gaat het toch kriebelen.”

Wibro_-255433

Coachen

Dat is maar goed ook, want de resultaten in de vierde klasse zijn nog niet helemaal om over naar huis te schrijven. “We scoren moeizaam, dat is best belangrijk in voetbal. Maar als we zo door blijven gaan, wordt het hopelijk beter.” Toch is winnen voor Van Tiggelen niet het allerbelangrijkste. “Vooral plezier hebben en elkaar niet afzeiken. Als we op deze plek eindigen, maar lekker voetballen, dan vind ik het goed.” Daar helpt de competitie ook bij, vertelt hij. “Eerst zaten we bij veel Zeeuwse clubs, dan moest je echt een ‘eind’ rijden. Nu spelen we derby’s in de buurt, dat is veel leuker.” En dat doet de man die bijna met voetbalpensioen gaat tegenwoordig als centrale verdediger, maar dat was vroeger heel anders, vertelt hij. “Ik ben begonnen als linksbuiten, toen kwam ik in de spits en later nog op het middenveld.” Daar heeft Van Tiggelen overigens wel een verklaring voor. “Eigenlijk kan ik alles wel, maar niks heel erg goed. Een beetje allround. Op bijna elke positie is er altijd wel iemand beter dan ik. Nu is mijn grootste kwaliteit het coachen, echt snel ben ik niet meer.” En dus, lacht de NSV’er. “Als ze luisteren, dan komt het goed!” Als jeugdtrainer, heeft Van Tiggelen dan ook de nodige voetbalkennis in huis. “Dat doe ik inmiddels ook al een jaar of twintig. Met de A1 zijn we een aantal keer kampioen geworden, daar hebben we het soms nog steeds over.” Dat blijft hij dan ook zeker doen, wanneer hij straks gewoon weer te voet naar de club komt. “Dat vind ik misschien nog wel leuker dan zelf voetballen. Ze hebben gevraagd of ik assistent wil worden bij het eerste, daar moet ik nog even over nadenken. In ieder geval trap ik nog lekker een balletje bij het derde!”

Klik op NSV voor het laatste artikel van de club.

 

Jan van Etten kleurt bij HSC’28 binnen de lijntjes

Velden keuren, lijnen trekken, dug-outs schoonmaken en de kleedkamers openen. Voor Jan van Etten kan het nooit te gek. Want na ruim 56 jaar is zijn liefde voor HSC’28 nog altijd net zo groot als toen hij begon als voetballer. “We hebben allemaal het beste voor met de club, daarom geef je ook om elkaar.”
Wibro_-255433
Lid sinds zijn elfde en twintig jaar in het eerste. Voor Van Etten (67) begon zijn avontuur in Heerle dus al een tijdje geleden. “Vanaf 1965! Ik was geen technische voetballer, maar vooral een harde werker. Toch zijn we twee keer kampioen geworden en een keertje gedegradeerd, dat hoort er ook bij.” En voor wie denkt dat zelf voetballen lang verleden tijd is, heeft het mis. “Pas toen ik bijna 60 was, ben ik gestopt. Vooral voor het plezier, het tempo lag toen wel een stukje lager hoor!”

Kritisch
Vervolgens was Van Etten zeven seizoenen lang leider bij het eerste elftal, tegenwoordig brengt hij als consul de nodige uren door op het sportpark van HSC’28. “De velden onderhouden, lijnen trekken, het terras schoonmaken en troep opruimen.” Al is dat nog niet alles. “Vaak open ik ook de kantine en de kleedkamers, dan ben ik er toch.” En met alle liefde. “Ik vind het belangrijk om wat te doen, het is ook een soort hobby. Vaak is het leuk, maar ook weer niet altijd.” Toch geniet Van Etten er over het algemeen wel van. “De mensen die je leert kennen. Je bent hier opgegroeid, dan blijf je toch hangen. Qua prestaties gaat het misschien wat minder, maar het blijft net zo gezellig.”

Toch heeft hij één ding inmiddels wel geleerd. “Voor de complimenten moet je geen vrijwilliger worden, dan ben je verkeerd bezig.” Al kan hij dat ‘commentaar’ prima hebben. “Zelf ben ik ook behoorlijk kritisch, dus ik snap het wel, haha!” Vanaf 1987 besloot Van Etten om met die kritiek ook wat te gaan doen. “Toen ben ik begonnen in het bestuur, omdat je wil dat het zo goed mogelijk gaat met de club. Vrijwilligers zijn daarin ontzettend belangrijk.” Al ziet hij dat het steeds lastiger wordt om ze te verzamelen. “Mensen werken allemaal veel langer door, vroeger ging je sneller met pensioen.”
Tic_253688Clubliefde
Zelf ging hij onlangs met pensioen en dus is Van Etten, samen met zijn broer, regelmatig te vinden op de club. “Met Kees doe ik op vrijdag altijd de belijning. Zelf ben ik er eigenlijk dagelijks. Kijken in de kantine of er nog voorraad is, opruimen of afsluiten, er is altijd wat te doen.” Daarbij krijgt hij geregeld hulp van John Verbeek, die het onderhoud doet dat machinaal gedaan kan worden.

De inwoner van Heerle heeft in al die tijd heel wat zien veranderen, vertelt hij. “We zijn natuurlijk verhuisd, toen kregen we een eigen kantine, dat was wel even wat anders. Toen moesten we het ineens allemaal zelf gaan doen.” Daardoor moet de clubman ook iets verder fietsen om op zijn geliefde sportpark te komen. Al scheelt het maar weinig. “Vroeger was het alleen de straat uit, nog geen honderd meter. Nu woon ik op twee minuten van het veld, toch pak ik altijd lekker de fiets.” En dat blijft Van Etten voorlopig nog gewoon lekker doen. “Mijn liefde voor de club is enorm groot, maar er komt natuurlijk een moment om te stoppen. Maar nu nog even niet!”

Klik op HSC’28 voor het laatste artikel over de club.

Cindy van Osta van DVO’60: ‘Als ze verliezen, zijn ze niet blij hoor’

Toen een bekende van de familie eind vorig seizoen eens vroeg naar het G-voetbal bij DVO’60, begonnen bij Cindy van Osta de belletjes al te rinkelen. Dat zag de dochter van Piet, clubman in hart en nieren, wel zitten en dus rolt sinds een aantal maanden iedere woensdag en donderdag de bal. “Je krijgt er zoveel liefde voor terug.”
Tic_253688
Met een vader bij de club, was er voor Cindy van Osta eigenlijk weinig keuze, lacht ze. “Hij zit niet meer in het bestuur, is eigenlijk gestopt, maar doet meer dan ooit. Ik was drie weken oud, toen kwam ik al bij DVO. Echt hier opgegroeid dus.” Later ook als voetbalster. “Vanaf groep acht, tot een jaar of negentien.” Om vervolgens in de voetsporen te treden van haar vader. “Vervolgens werd ik trainster, kwam ik in jeugdcommissie en nu doe ik de kantine.”

Leuk en dankbaar
Heel misschien is dat allemaal een beetje uit de hand gelopen. “Ik zei altijd: ik ga het niet zo gek maken als mijn vader. Dat is misschien niet helemaal gelukt…” Want zoals gezegd, is Van Osta nu ook betrokken bij het G-team van DVO. “Het was er nog niet, maar we vonden het meteen heel erg leuk. Alleen, wat konden we verwachten?” Op zoek naar spelers, ging ze langs scholen en met succes. “Kinderen waren meteen enthousiast, zo begon het balletje echt te rollen. Begin dit seizoen zijn we van start gegaan.”

Samen met Jicho van Sprundel, oud-speler van de club, verzorgt ze op woensdag en donderdag de trainingen. “We zijn opgesplitst, omdat het anders qua leeftijden een te groot verschil was. We hebben een groep van vier kleintjes en eentje van negen kinderen.” Tussen de tien en twaalf jaar. “Op die leeftijd zijn er maar weinig voetbalteams, dat begint vaak bij de ouderen. Juist daarom is het zo leuk en dankbaar om te doen.” Ze benadrukt het belang nog maar eens. “Op sportgebied wordt deze groep vaak vergeten, door de maatschappij wordt er toch anders naar gekeken. Dat is onterecht.” En Van Osta kan het weten. “Vroeger hielden we met de familie altijd een toernooi en ging ik als klein meisje langs de deuren om lootjes te verkopen, de opbrengsten gingen naar gehandicaptensport, instellingen en scholen.”
Wibro_-255433Leerzaam
Helemaal nu, weet ze weer precies waarom. “Ze zijn zo dankbaar, maar ook ontzettend fel en fanatiek. Dat is fantastisch om te zien.” En uiteraard het belangrijkste: plezier. “Op woensdagmiddag gaat het er vooral om dat de kinderen bezig zijn met de bal en kennismaken met de sport. Het is lachen, gieren, brullen. Soms liggen ze te stoeien.” Met het fanatisme zit het wel goed, weet de Roosendaalse. “Zeker op donderdag willen ze écht, als ze verliezen, zijn ze niet blij hoor.” Hoewel Van Osta als trainster behoorlijk wat ervaring heeft, was dit wel even wennen, vertelt ze.

“Soms vraag ik ook aan ouders: hij reageert nu zo, wat moet ik doen? Daar leer ik zelf ook alleen maar weer van. Hoe kun je daar het beste mee omgaan?” Maar trainen blijft trainen. “We beginnen altijd met een warming-up, dan doen we iets met passen, afwerken en afpakken. De oefeningen zijn eigenlijk gewoon hetzelfde, maar dan een beetje aangepast.” Wedstrijden worden tot nu toe nog niet gespeeld, maar daar kan snel verandering in komen. “Dat willen we natuurlijk wel graag. Door corona hadden we even een valse start, dus misschien volgend seizoen!” Want als het aan Van Osta ligt, gaan ze hier nog heel lang mee door. “Soms merk je dat ouders heel beschermend zijn, we willen ze graag laten zien hoe leuk het kan zijn om te voetballen!”

Klik op DVO’60 voor het laatste artikel over de club.

Ivan Romme van RKVV Roosendaal geniet: ‘Die oprechte blijdschap’

Als leraar op een basisschool zit het helpen ontwikkelen van kinderen bij Ivan Romme in het bloed. Toen hij vanwege gezondheidsredenen zelf niet meer kon voetballen, begon hij een carrière als trainer. Na periodes bij Gastel en Baronie, doet de fanatieke jongeling dat nu niet alleen bij de KNVB, maar ook bij de JO16 van RKVV Roosendaal én met succes.

Tic_253688

Pas 25 jaar, maar al een schat aan ervaring als jeugdtrainer. Hoe dat zit, legt Romme zelf even uit. “Een paar seizoenen geleden ben ik gestopt als voetballer. Ik voetbalde bij Gastel, werd daar op mijn vijftiende jeugdtrainer en kwam via Baronie terecht bij Roosendaal.” Twee jaar geleden arriveerde de oud-voetballer bij de club. “Eerst bij de JO15, ik voelde me eigenlijk meteen thuis. Het is vijf minuutjes van mijn huis, dus dat is ideaal.”

Intrinsieke motivatie

Zijn passie heeft Romme dan ook al een tijdje gevonden. “Kinderen iets bijbrengen, of dat nu voor de klas is of op een veld. Je ziet ze groeien, een stukje ontwikkeling, maar plezier staat altijd voorop.” Toch zat het als speler nog niet helemaal in hem, moet hij toegeven. “Toen was ik absoluut niet iemand die veel stond te coachen. Een grote mond in het veld had ik al helemaal niet. Wel was ik altijd aan het observeren en van iedere trainer heb ik wel iets geleerd.” Het belangrijkste? “Dat je soms ook gewoon heel veel geduld moet hebben, helemaal met deze leeftijd. Het is inspelen op hun belevingswereld en op het juiste moment de knop omzetten. Van serieus naar lachen.” Hoe hechter de groep, hoe makkelijker dat gaat. “Dat zie je bij onze huidige groep. Je begint met allemaal individuen, daar moet je een team van maken. Dat ze elkaar aan gaan spreken op bepaalde dingen, een stukje intrinsieke motivatie. Als ze zelf echt graag willen, is het eigenlijk alleen maar begeleiden.” Romme geniet vooral van de interactie met zijn spelers. “Dat vind ik het leukste om te zien. Oprechte blijdschap of ontlading. Als je bijvoorbeeld ziet hoe ze zo’n kampioenswedstrijd beleven…” En hoewel plezier en ontwikkeling voorop staan, helpt een beetje resultaat altijd mee. “Het is een combinatie van alles, dat geeft de voldoening. Als je wint heb je plezier, dat beïnvloedt ook het teamproces op een positieve manier.”

Wibro_-255433

Bevestiging

Om dat voor elkaar te krijgen, moet er niet alleen hard, maar ook met een bepaald idee getraind worden. Romme neemt ons mee door de week. “Op maandag is het vaak techniek en tactisch. Hoe willen we drukzetten en hoe bouwen we op? Dinsdag staat in het teken van een conditionele prikkel en op donderdag spelen we veel partijvormen. Van groot naar klein, richting de wedstrijd.” Hij omschrijft zichzelf als een rustige trainer en iemand die veel bezig is met groepsdynamiek. “Dat is wel mijn kracht, denk ik. Verder houd ik van omschakelvormen en doen we nauwelijks droge loopvormen.” Met een kampioenschap tot gevolg. “We wisten dat we een goede groep hadden, maar iedereen wordt geaccepteerd. Elkaar helpen in balbezit en balverlies, samen omschakelen.” Het vervult Romme van trots. “Toen we wonnen van Engelen en SC ‘t Zand, dan voel je pas hoe trots je kunt zijn.” Behalve voor elkaar willen werken, heeft de JO16 van Roosendaal nog meer kwaliteiten, vertelt de trainer. “Echt goede buitenspelers, een ijzersterk middenveld en we krijgen weinig goals tegen.” En dat is bij meer mensen opgevallen. “Er zitten echt een paar jongens bij voor het eerste, dat weet ik zeker. Geregeld staan er ook scouts van profclubs langs de lijn, dat is toch een soort bevestiging.” Toch laat Romme zijn groep na dit seizoen los, een bewuste keuze. “Ik zou ze graag nog een paar jaar hebben, maar ik vind dat jeugdspelers verschillende trainers moeten hebben, dat is beter voor hun ontwikkeling. Dus volgend seizoen ligt er voor mij een mooie nieuwe uitdaging bij de JO14!”

Klik op RKVV Roosendaal voor het laatste artikel over de club.