Home Blog Pagina 586

Van Nijnatten van VV Schijf speelde al meer dan duizend duels

Hij speelde tot zijn 40ste in het eerste, kwam tot meer dan 1000 wedstrijden voor de club en is nog steeds actief in het vijfde van Schijf. Wat betreft Ad van Nijnatten kun je zonder overdrijven stellen dat voetbal best een belangrijke rol speelt in zijn leven en wat hem betreft, is het nog lang niet klaar. “Het spelletje is té leuk en fysiek is het nog te doen.”
Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk
En dat laatste is al een prestatie op zich, want Van Nijnatten is inmiddels 61 jaar. Maar het geluk is aan zijn zijde, vertelt hij. “Ik heb al veel van mijn leeftijdsgenoten zien stoppen, allemaal door blessures. Daar ben ik zelf behoorlijk van gevrijwaard gebleven, op een gescheurde enkelband na. Een paar weken in het gips en we konden weer.”

Enorm gegroeid
Op de vraag wanneer hij is begonnen, moet de oud-speler van het eerste elftal dan ook even goed nadenken. “Ik weet niet precies hoe vroeg, maar volgens mij op mijn achtste. Meteen toen er bij Schijf jeugd kwam, ben ik gaan voetballen.” Van Nijnatten weet nog goed waarom. “Je bent er geboren, gaat er ook naar school, dus dan is het logisch. Familie en vrienden, gewoon lekker voetballen.” En dat lekker voetballen, deed de verdediger dus behoorlijk lang op goed niveau. “Tot mijn 40ste ongeveer, een paar keer werden we kampioen. Inmiddels speel ik in het vijfde, ook alweer een jaar of twintig.”

Toen hij eenmaal ‘te oud’ werd voor het eerste en het fysiek begon te voelen, deed de clubman dus een stapje terug, veel heeft hij zien veranderen in die tijd. “Heel het sportcomplex heb ik zien ontstaan, met al die verschillende velden. Vroeger begonnen we op een soort koeienwei en moesten we omkleden in een stal, dan had je geen water om te douchen hoor.” Dat is allemaal net een beetje beter geworden, vertelt Van Nijnatten. “De vereniging is enorm gegroeid. Toen hadden we twee seniorerenteams, dat zijn er inmiddels vijf. En natuurlijk de damesafdeling.”

Nog even door
Voor zichzelf zit de lol er nog altijd goed in. “Het vijfde is echt een vriendenteam en dat bevalt prima. Het spelletje blijft gewoon ontzettend leuk, lekker met die bal bezig zijn. Ik heb een kantoorbaan, dan is het wel fijn om af en toe naar buiten te kunnen, haha!” Maar ook in de kleedkamer vermaakt Van Nijnatten zich prima. “Elkaar voor de gek houden, voetbalhumor, de welbekende sfeer.” En na 50 jaar voetballen, loopt het aantal wedstrijden al snel op. “Dat zijn er inmiddels al wel meer dan 1000 en aan stoppen heb ik eigenlijk nog nooit gedacht.” In tegenstelling tot zijn broers. “Ik speelde met drie broers in het vijfde, dus in totaal met zijn vieren, maar die anderen zijn ondertussen al gestopt. En dat terwijl ik de oudste ben…”

Sportbrillen-Boptics-Etten-leur Van die ervaring maakt Van Nijnatten nu dankbaar gebruik, vertelt hij. “Nu moet ik het vooral van mijn inzet en conditie hebben. Ik ben nooit echt een technische voetballer geweest, meer een harde werker. Een beetje inzicht en een portie werklust.” Altijd in de verdediging. “Achterin heb ik wel zo’n beetje overal gespeeld. Van rechtsback tot centrale verdediger. In het vijfde speelde ik in het begin als ‘mid-mid’, tegenwoordig weer lekker in de verdediging. Dan heb je toch het spelletje voor je.” En daar gaat hij voorlopig nog wel eventjes mee door. “Ik heb het enorm naar mijn zin, fysiek is het nog te doen, dus gaan we door. Samen met mensen sporten, de sociale contacten, een pilsje, dat blijft toch het leukste?”

Klik op Schijf voor het laatste artikel over de club.

Minikamp VVGZ ondanks de regen een fantastisch kamp

Na twee jaar van afwezigheid kon er eindelijk weer eens een normaal minikamp georganiseerd worden op VVGZ. Ondanks de vele regenval was dit voor alle jongens en meisjes weer een van de hoogtepunten van het seizoen!

TuinverzorgingDeBergden_voorjaar2021

Dat er eindelijk weer kon worden begonnen met het opbouwen van de tenten, was voor veel vrijwilligers een mooie bijkomstigheid. “Helaas hadden we niet het hele terrein voor ons zelf want het eerste elftal moest zijn laatste competitiewedstrijd nog thuis spelen en daar komt altijd wel publiek bij kijken”, zegt de organisatie. Gelukkig was de rest van het terrein wel beschikbaar. “Daar werd goed gebruik van gemaakt. Het was behoorlijk warm weer en daarom werd besloten om een helft bij het eerste te gaan kijken, wat een mooie gebeurtenis was want het elftal scoorde flink de tweede helft, wat tot een 6-3 overwinning geleid heeft”, zeggen ze. Terecht was na afloop de juichtirade richting de kampdeelnemers van de spelers, een fantastisch gebaar.

Het donkere bos
Bij een kamp horen natuurlijk allemaal activiteiten. Na het eten werd het programma nog volop afgewerkt en werd iets na negen uur de opdracht gegeven om een lange broek en jas aan te gaan doen voor het dierengeluidenspel in het Noordpark. “Aan de oudste deelnemers van het kamp werd nu gevraagd om dier te zijn en dat vonden sommige spannend, maar de meesten wel leuk. De rest ging met hun eigen team en enkele begeleiders naar het donkere bos van het Noordpark. Mooi om te zien was de spanning bij de jongste die je van hun gezicht kon aflezen. Het spelletje is toch iets wat ze niet zo vaak meegemaakt hebben zo in het donker en dat is toch best wel spannend voor ze”, wordt er lachend verteld. Na een uur speuren werd iedereen weer terugverwacht op het sportpark, waar inmiddels het hoofdveld verlicht was.

Glowfootball
Waar de jongste groep naar bed ging, was het aan de oudsten om nog een spel te voltooien. “Het spel voor de oudere groep was voor de kampstaf ook een nieuwe activiteit, wat de nodige spanning met zich meebracht. Waar eerst de lichten van het hoofdveld nog volop bloeide, werd daar nu plaats gemaakt voor de donkere avond en glowfootball in the dark. “Dat het zo donker werd, maakte het nog meer bijzonder en gaf dit spel een hele leuke ervaring voor de spelers. Die gaven achteraf ook allemaal aan het een zeer geslaagde activiteit te vinden”, zegt één van de kampleiders.

Extra deelnemers
Nadat er in de nacht vele regenbuien het terrein gepasseerd waren, scheen de zon in de ochtend en leek het even een mooie dag te gaan worden. “Dat was fijn, want op deze dag kwamen ook de allerjongste voetbaljeugd (J-07) een dagje mee doen met het minikamp. Deze mini’s deden ongeveer hetzelfde programma als de rest, alleen kregen zij tussen de middag al een patatje met wat lekkers en een ijsje. Echter daarna ging het eerst zachtjes en daarna steeds harder regenen, maar de deelnemers bleven het weer trotseren totdat ze allemaal klaar waren met het vastgesteld programma”, wordt er trots verteld.

DeGeusSchilderwerken_voorjaar2021

Lovend
Er zijn ook nog lovende woorden over vanuit de kampleiders. “Tot slot willen we nog wel enkele mensen bedanken die het mogelijk gemaakt hebben dat het minikamp georganiseerd kon worden, namelijk de op- en afbouwers van de tenten, de Jumbo die de boodschappen gesponsord heeft, de overige sponsors, de keepers van de penalty’s, de keukendames, de werkploeg, de leiders en wie ik nu verder nog vergeten ben want zonder jullie kunnen wij dit niet regelen en organiseren, nogmaals dank hiervoor. Op naar het zesendertigste minikamp, dus tot volgend jaar”, wordt er afgesloten.

Klik op VVGZ voor het laatste artikel van de club.

Sterren van Morgen organiseert internationaal toernooi

Op 11 en 12 juni wordt er een toernooi georganiseerd door de Sterren van Morgen. Hier komen grote clubs uit Nederland, Frankrijk en België om tegen elkaar te spelen. Een echte kans voor de spelers om te shinen en zichzelf voor eens en altijd op de kaart te zetten.

Het bereik van het toernooi is ruim 250 jongeren, een aardig aantal dus. “De jongeren die deelnemen zijn al geruime tijd in beeld bij ons. Het bereik en de interactie tussen Sterren van Morgen en de jongeren uit de wijk is juist iets waar we bekend om staan”, zegt een van de organisatoren. Ook met dat idee is het toernooi opgericht. “Door de jaren heen is een sterke band ontstaan tussen ons, de jongeren en hun ouders. We weten in welke situaties de jongeren leven waardoor wij op de hoogte zijn van de kwetsbaarheid van de doelgroepen die we bereiken”, aldus Sterren van Morgen.

Verbondenheid
Niet alleen het voetballen is het doel, maar het wordt ook als middel gebruikt voor verbinding. “Er zijn in totaal 120 jongeren die zullen deelnemen, maar daar omheen komen nog meer kinderen op het event af om de Sterren aan te moedigen. We gebruiken het spelletje ook voor verbinding en iedereen is dan ook welkom. Het is fijn om samen te zijn, na twee jaar stil te hebben gezeten door corona. Tevens is het van belang te investeren in het positieve contact met jongeren en ze kansen te geven die ze mogelijk maar een keer in hun leven meemaken. Wellicht stimuleert het ook andere jongeren uit Breda om een kijkje te komen nemen bij onze stichting”, vertelt de organisatie.

Maatschappelijke functie
Dat voetbal kan verbinden staat buiten kijf. Daarnaast is er ook een educatieve boodschap aan het toernooi verbonden. “We zijn tijdens het toernooi ook bezig met maatschappelijke thema’s en is er aandacht voor sport, beweging, saamhorigheid, verdraagzaamheid en sportiviteit. Ook kan het helpen minder het gevoel te hebben van beperkt te zijn in mogelijkheden als gevolg van minder financiële middelen, een andere afkomst en het opgroeien in een aandacht wijk. We willen de jongeren het gevoel geven dat ze meetellen in de maatschappij, dat alles mogelijk is in het leven ongeacht je afkomst of sociale en economische afkomst”, vinden ze.

Uitzonderlijk
Sterren van Morgen begint steeds meer en meer een begrip te worden in regio Breda en ver daarbuiten. Niet alleen helpen ze als stichting jongeren op diverse levensgebieden wanneer ze even een duwtje in de rug nodig hebben, maar ook het deelnemen aan zo’n toernooi is een unieke kans. “Wij willen benadrukken dat de kans om PSG en FC Paris uit te nodigen in onze stad uniek is. We hopen dat de gemeente ons in de toekomst zal blijven steunen met onze plannen, dat is voor beide partijen een win-win situatie. Voor de jongeren is het een onvergetelijke gebeurtenis om nooit meer te vergeten”, sluiten ze af.

Lees meer over Sterren van Morgen op onze site!

Sprundel heeft een ‘superteam’ vol talenten

Eens in de zoveel tijd komt er bij iedere club een superlichting voorbij. Een groep spelers barstend van het talent, spelplezier en motivatie om de top te halen. Bij Sprundel is dat dit jaar het geval, maar de vraag is voor hoelang. “Ze hebben bijna allemaal al stage mogen lopen bij een profclub.”

Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

Voor Henk den Breejen, samen met Berry den Braber verantwoordelijk voor het van origine JO9-team, een genot om mee te mogen werken. “Dit is makkelijk training geven. Ze willen allemaal zó graag, dat kan iedereen.” De oud-voetballer van onder meer Halsteren, MOC’17 en natuurlijk Sprundel, geniet dan ook ontzettend van de JO10-3, zoals ze nu heten. “Weet je wat het leukste is van deze leeftijd? Ze hebben niks anders, geen studie of uitgaan, alleen voetbal.”

Balverliefd
En dat zie je terug. “Het enthousiasme, het plezier in die ogen. Als begeleider probeer je dat teamgevoel te stimuleren, winnen is leuk, maar niet het belangrijkste.” Of toch wel? “Je zoekt altijd naar de juiste ‘combi’. Beter maken, resultaat halen, maar allemaal mét plezier. Anders werkt het niet.” Maar dat het werkt, dat weet Den Breejen inmiddels maar al te goed. “We hebben zeven jongetjes, zes daarvan zijn op stage geweest bij een profclub.” Heeft hij ze dan nog wel iets te leren? “Ze moeten vooral niet bang zijn om fouten te maken. Lekker dribbelen en acties maken.” Overspelen, samen omschakelen en de bal zo snel mogelijk terug willen hebben. “Ik zeg altijd: balverliefd met en zonder bal. Helaas kan er maar één iemand de bal hebben, dan moet je hem meteen weer af proberen te pakken.” En dus doen Den Breejen en zijn collega trainer alles met de bal. “Positiespelletjes, wedstrijdelementjes, spelletjes. Dat soort dingen.” Maar ook tactisch wordt er al het één en ander getraind. “Bijvoorbeeld drie tegen twee. Wat moeten de aanvallers dan doen? En hoe kun je dat verdedigen? Op een heel kinderlijke manier.” Aan hun fanatisme zal het in ieder geval niet liggen. “Berry en ik zijn allebei enorm fanatiek. Soms pakken we het bord erbij, om wat uit te kunnen leggen.”

imcoda

Genieten
In een competitie van zes tegen zes, maar zonder echte doelman. “We hebben geen vaste keeper, dus dat wisselen we door. Dat heeft ook zo zijn voordelen.” Eén daarvan is de opbouw, vertelt Den Breejen. “De bal zomaar door de lucht naar voren schieten, dat doen we niet. Ik heb liever balverlies, omdat we op willen bouwen, dan dat we zo scoren.” Maar waar komen al die talenten ineens vandaan? “Het verschil was onderling best groot, dus toen hebben we het team aangevuld met een drietal spelertjes. Onder andere met een spelertje uit België, via Voetbalschool TIC, en eentje uit Wouw. Dat vonden ze bij Sprundel een goed idee.” Begonnen als JO9, in de hoofdklasse. “Toen wonnen we alles met dubbele cijfers, dat was niet meer leuk. Via de KNVB kwamen we toen in de JO10 hoofdklasse, dat was net iets te zwaar, dus nu zitten we één klasje lager. Dat is perfect.” Want hoewel je van verliezen veel leert, moet je daar natuurlijk wel de balans in vinden. “Fysiek was het verschil te groot, nu krijgen ze net wat meer tijd om te voetballen. Door te winnen, krijg je plezier.” En dus is het niet voor niks dat clubs als NAC en PSV om de hoek komen kijken. “Waarschijnlijk zal dit team uit elkaar vallen, maar dat is ook een mooi compliment.” Toch baalt Den Breejen daar stiekem wel een beetje van. “Dan ben ik zelf geen trainer meer en dit is toch wel heel leuk.” Maar niet getreurd. “Dan sta ik weer als ouder langs de lijn, daar kan ik ook enorm van genieten!”

Klik op Sprundel voor het laatste artikel van de club.

Braspenning werkt hard binnen en buiten het veld bij Hoeven

Een harde werker, op en buiten het veld. Want met een vader in de akkerbouw, is het voor Rick Braspenning van Hoeven meer dan doelpuntjes prikken. De spits van de derdeklasser hoopt ooit het bedrijf over te nemen, maar geniet voorlopig nog even van zijn minuten in het blauw. “Als ‘ons pa’ eruit rolt, moet ik erin rollen.”

Sportbrillen-Boptics-Etten-leur

Maar zover is het voor de 21-jarige aanvaller gelukkig dus nog niet, want bij Hoeven heeft hij het uitstekend naar zijn zin. “Op mijn zesde ben ik begonnen, tussendoor heb ik drie seizoenen bij RBC Roosendaal gespeeld, de rest van de tijd zat ik hier.” Dat is niet voor niks. “De gezelligheid, sfeer en beleving, dat vind je hier allemaal. En je kent ondertussen ook iedereen.” Zijn overstap van de jeugd naar de senioren, verliep voor Braspenning voorspoedig, vertelt hij. “Die was eigenlijk niet zo groot, misschien ook omdat er nog meer spelers van de A’tjes toen die stap maakten.”

Bijgesteld
Dat was nodig ook. “Het elftal bestaat nu uit een paar jonge jongens, maar ook wat ouderen. Want als sommige spelers gaan stoppen, dan moeten wij er wel staan.” Met een plek in de middenmoot van de derde klasse, lukt dat voorlopig best aardig. “Daar mogen we denk ik niet over klagen. Onze doelstelling was eerst handhaving, die hebben we ondertussen wel bijgesteld.” Sterker nog: “We mochten stiekem hopen op de tweede periode, maar dat is helaas niet gelukt. Eigenlijk hebben we dat zelf een beetje verprutst.” Braspenning mikt nu op een plekje bij de eerste vijf, in een wisselvallige competitie. “De bovenste ploegen zijn voetballend sterk, maar de onderkant is vooral fysiek. Dat is voor ons nog weleens lastig, wij zijn toch wat kleiner en lichter. Onze kracht ligt meer in het voetballende gedeelte en achter de linies duiken.” Dat komt toevallig, of misschien wel niet, precies goed uit voor de inwoner van Hoeven. “Ik ben snel en heb behoorlijk wat diepgang, dus daar kan ik vaak wel van profiteren.” Met elf goals is de teller dit seizoen al aardig opgelopen, toch blijft hij kritisch. “Voor dit seizoen ging ik voor de dubbele cijfers, dus dat is gelukt. Het is netjes, maar kan altijd beter. Soms mis ik nog wat overzicht.”

Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

Werk gaat voor
Maar als Braspenning niet bezig is met verdedigers zijn hielen laten zien of doelpunten maken, staat hij dus op het land. “Als ik niet voetbal, is het thuis hard werken.” In het akkerbouwbedrijf van zijn vader, met aardappelen, uien en suikerbieten. “Twee jaar geleden ben ik gestopt met school, dat was niet mijn ding. Ik ben meer van het werken en hier is het druk genoeg.” Van maandag tot en met zaterdag. “Voor mij voelt het niet als hard werken, maar voor een ander waarschijnlijk wel.” Desondanks vindt Braspenning ergens nog een beetje tijd om assistent te zijn van de B1. “Soms merk je dat wel met de voetbal, maar het komt eigenlijk zelden voor dat ik een training moet missen. Eén keertje tot nu toe en heel misschien af en toe bij de jeugd. Ik probeer er altijd te zijn, maar werk gaat voor.” Ooit overnemen is het doel, tot die tijd geniet de doelpuntenmaker nog van het spelletje. “Voorlopig blijf ik hier gewoon nog lekker voetballen, maar als ‘ons pa’ eruit rolt, moet ik erin. Dan heb ik op zondag weinig tijd meer over…”

Klik op Hoeven voor het laatste artikel van de club.

Van Victor Valdés naar het middenveld bij RSV

Na een aantal kampioenschappen in de jeugd, maakte Stijn Kerstens aan het begin van dit seizoen de definitieve overstap naar het eerste elftal RSV. Daar speelde de jongeling zichzelf in de basis en dus bevalt die stap hem prima. “Iedereen wordt goed opgevangen, dat maakt het een leuke groep.”

Voor Kerstens voelt RSV dan ook al een tijdje als een warm bad, begint hij te vertellen. “Ik kom zelf gewoon van Rucphen, dus vanaf mijn zevende begon ik hier met voetballen. Mijn broer Thijs en vrienden zaten er al, dan is het simpel.” Al duurde dat wel even. “Wat later dan de rest, denk ik. Daarvoor voetbalde ik gewoon op straat.”

Graag de bal
En op die pleintjes, of later de veldjes, had Kerstens altijd één favoriete speler. Een opmerkelijke, kunnen we wel zeggen. “Dat was Victor Valdés, de doelman. Mijn vader was keeper, zo werd ik fan. Als we dan gingen voetballen, was ik Valdés. Ik had ook een shirtje van hem.” Maar in de voetsporen treden van zijn vader én de Spaanse oud-doelman van Barcelona, dat zat er geen moment in. “In de jeugd speelde ik altijd op ’10’, nu speel ik meer hangend aan de rechterkant. Een soort ‘rechtsmidden’.” En dat bevalt prima. “Ik kan in principe op alle posities voorin of op het middenveld uit de voeten. Ik ben graag aan de bal en in balbezit kan ik nu veel naar binnen komen.” Dat doet de technische Kerstens dan ook gretig. “Haha, ik maak best wel de nodige meters…” Ook buiten de lijnen heeft de achttienjarige middenvelder het uitstekend naar zijn zin. “Gezelligheid staat hoog op het lijstje. We hebben een gezellig team, met ook nog wat vrienden uit de jeugd.” Aan die periode heeft de inwoner van Rucphen sowieso goede herinneringen. “We hadden echt een leuke lichting, onder meer in de JO19. Middenmoot tweede klasse. Een paar keer zijn we kampioen geworden en onze ouders stonden altijd langs de lijn, dat was een leuke tijd.”

Veel schoppen
Maar begin dit seizoen kwam er aan die tijd dus een einde, toen Kerstens de overstap maakte naar het vlaggenschip van de vierdeklasser. “Vorig jaar zat ik al een keer of drie op de bank en mocht ik invallen, nu zit ik er vast bij.” En dat is wennen. “In de jeugd was je natuurlijk veel beslissender, maar voetballend is het wel te doen. Alleen fysiek en conditioneel is het een behoorlijke stap, je krijgt nogal wat trappen!” Toch heeft hij die omschakeling moeiteloos gemaakt, want op één uitzondering na, vinden we Kerstens tot nu toe altijd terug in de startopstelling. Daarover heerst tevredenheid, over de prestaties een stuk minder. “De resultaten vallen gewoon tegen, het is nu hopen dat we in de vierde klasse kunnen blijven. Daar heb ik alle vertrouwen in.” Waar ligt het aan? “We hebben best wel veel blessures gehad, dus dan is het lastig om ingespeeld te raken. Die jongens beginnen nu weer fit te worden, dus hopelijk scheelt dat.” Met een groep die bestaat uit een vijftal doorgeschoven spelers van de JO19, aangevuld met wat ervaring, heeft Kerstens maar één doel: nacompetitie ontlopen. “Nu moeten we gewoon puntjes blijven pakken, want ik vind dat we echt in deze competitie thuishoren.”

Sportbrillen-Boptics-Etten-leur

Belangrijk worden
En dat zegt hij niet voor niks. “Voetballend doen we echt niet voor ze onder, maar we scoren te weinig. De laatste wedstrijden creëren we meer kansen, maar hebben we ook een aantal keer gewoon pech gehad. Een combinatie van die twee dingen eigenlijk.” Aan zijn trainer ligt het in ieder geval niet, vindt Kerstens. “Jaimy (van Wortel) doet het goed. Zijn trainingen zijn gevarieerd, hij kent al onze tegenstanders en tijdens besprekingen is hij enorm voorbereid.” Dat, samen met veel wedstrijdelementen, maakt dat het talent voorlopig nog allesbehalve denkt aan een vertrek bij RSV. “Ik vind het hier gewoon heel leuk en voetbal met veel plezier. Er valt nog genoeg te bereiken.” Want zijn ambitie is simpel. “Belangrijk worden, met doelpunten en assists!”

Klik op RSV voor het laatste artikel van de club.

Keeper Van der List van Noordhoek heeft één doel: punten pakken!

Een uitstekend weekend en dus even nagenieten van de overwinning op ‘aartsrivaal’ SVC. Goed voor het zelfvertrouwen van de ploeg, van Joël van der list, maar vooral broodnodige punten. Want de doelman van Noordhoek weet: “Dit was heel hard nodig!”
Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk
Niet alleen drie punten, maar ook de nul. Dat leidt vanzelfsprekend tot grote tevredenheid bij de keeper van de vierdeklasser. “Dat is niet vaak gelukt, terwijl het toch eigenlijk best wel goed staat…” En dat is behoorlijk frustrerend, vertelt Van der List. “Het staat als een huis, maar die één of twee kansjes gaan er dan toch iedere keer net in.”

Zit meer in
In zijn tweede seizoen bij Noordhoek kunnen de resultaten dus wat beter, maar toch is de 24-jarige doelverdediger helemaal op zijn plek. “Ik was gestopt bij Victoria’03, toen ze hier een keeper zochten. Joeri Reuvers vroeg of ik niet een keertje mee wilde trainen. Dat beviel eigenlijk meteen heel goed.” En dat is niet voor niks. “Het is een leuke en gezellige groep, maar het belangrijkste voor mij: ik heb weer plezier.” Een warm bad dus. “Een kleine, maar sfeervolle club. Iedereen staat voor elkaar klaar, daardoor voel ik me nu al thuis.”

Maar zoals gezegd, valt een plek in de onderste regionen van de vierde klasse toch een beetje tegen. “Dat is niet waar we horen te staan. We werken allemaal hard, maar hebben hier en daar toch wat pech.” Waar zit hem dat in? “Te veel kansen laten liggen, dat heeft ons al behoorlijk wat punten gekost. Het zit er wel in, maar het is er nog niet echt uitgekomen.”

Passie en strijd
Toch is het vertrouwen bij Van der List nog altijd groot. “De laatste weken pakken we steeds meer punten, de overwinningen beginnen te komen. En, alle directe concurrenten krijgen we nog.” Want het doel, dat is duidelijk. “Niet degraderen. Ik vind ook echt dat we in deze competitie thuishoren. Het gaat ons lukken!” Aan zijn eigen instelling zal het in ieder geval niet liggen. “Ik ben een fanatieke keeper, met veel passie en strijd. Veel aan het coachen, maar ook voetballend steeds beter. En ik kan slecht tegen mijn verlies, daar heb ik zo’n hekel aan.”

Sportbrillen-Boptics-Etten-leur En dus kijkt de inwoner van Oudenbosch op tv graag naar één specifieke collega. “Buffon, dat is mijn grote voorbeeld. Die straalt altijd passie uit.” Tegelijkertijd hoopt Van der List daar wat van op te steken. “Tijdens een wedstrijd let ik altijd op de keepers. Hoe staan ze opgesteld? Hoe reageren ze?” Want aan ambities geen gebrek. “Ik zou graag nog een stapje willen maken, naar de derde klasse bijvoorbeeld. Misschien wel met Noordhoek?”

Klik op Noordhoek voor het laatste artikel over de club.

Doorgebroken Van de Wijdeven wacht lang herstel bij Internos

Pas negentien jaar, doorgebroken bij het eerste en voorheen spelend met rugnummer tien. Voor Lars van de Wijdeven kon het dit seizoen allemaal niet op. Maar net toen de buitenspeler van Internos steeds meer minuten mocht maken, ging het helemaal mis. “De ‘knak’ was bizar, alsof ik alles in mijn knie afscheurde.”

Sportbrillen-Boptics-Etten-leur

En dat laatste bleek na een MRI-scan in het ziekenhuis te kloppen. “Daar zagen ze dat mijn voorste kruisband is afgescheurd, dus dat wordt een maandenlange revalidatie.” De jongeling had vooraf zelf al niet heel veel hoop op een goede uitslag. “Ik schreeuwde het uit van de pijn, werd met een ambulance van het veld gereden.” En dat terwijl Van de Wijdeven iets deed, wat hij vermoedelijk al meer dan duizend keer heeft gedaan. “Gewoon de bal voorgeven, maar mijn knie bleef staan. Mijn been ligt nu gestrekt, in het drukverband en ik zit onder de pijnstillers.”

Lastig opladen
Dat duel met FC Bergen zal het kind van de club snel willen vergeten, want tot nu toe was het huwelijk vooral een succesverhaal. “Sinds mijn zesde ben ik hier lid, vanaf de F’jes en nooit ergens anders geweest. Het voelt als een soort thuis, loop hier al zó lang rond. Net als mijn vader.” Sinds dit seizoen maakt Van de Wijdeven ook vast deel uit van de eerste selectie, een ander wereldje, vertelt hij. “Dat was wel even aanpassen aan het niveau. De fysieke duels, maar vooral de snelheid van het spelletje.” Toch lijkt de linkspoot die omschakeling snel te hebben gemaakt. “Ik kreeg steeds meer minuten en tegen FC Bergen maakte ik mijn basisdebuut. Het ging dus de goede kant op, maar dan loopt het zo af…” Aan zijn instelling ligt het in ieder geval niet. “Een doel had ik niet echt, maar je weet dat je jezelf moet bewijzen. Het is gewoon knokken voor een plekje.” In een leuke groep, met maar één doelstelling. “Promoveren! We horen niet thuis in de vierde klasse, maar kampioen worden is nog een behoorlijk karwei. Als we winnen van MOC’17, dan zijn we er denk ik.” Maar soms is dat lastig opladen, als het ‘te makkelijk’ gaat. “De uitslagen zijn vaak hoog en fouten worden niet echt afgestraft. Veel ploegen zakken met tien man in, dat is voor niemand leuk.” En dus zijn de kwaliteiten van de linksbuiten meer dan welkom. “Behoorlijk snel, fysiek sterk en een goed linkerbeen.”

Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

Liefhebber
Dat is overigens niet altijd zo geweest, vertelt Van de Wijdeven eerlijk. “Ik ben begonnen als linksback, maar toen was ik ook behoorlijk fors en niet zo fit. Door te groeien en de sportschool heb ik dat wel ingehaald. In de A’tjes speelde ik vaak op het middenveld, als ’10’.” Zijn nieuwe positie was wennen, maar valt inmiddels goed in de smaak. “Dat is, denk ik toch wel, de plek waar ik het gevaarlijkste ben. Met een voorzet of een actie.” Voorlopig wacht het talent nog op zijn eerste treffer in dienst van het vlaggenschip, maar daar maakt Van de Wijdeven zich nog niet al te druk om. Hij geniet vooral van zijn teamgenoten. “Ik ben veruit de jongste, maar kan het met iedereen heel goed vinden. Het is ook echt een vriendengroep, tijdens carnaval zijn we nog met heel het team gaan feesten.” Vanuit zijn huis kan hij de velden van Internos nog net niet zien liggen, over een vertrek denkt hij dan ook absoluut niet na. “Die ambities heb ik nooit echt gehad, ik heb het hier veel te erg naar mijn zin.” Heel gek is dat niet, want de pechvogel is een groot voetballiefhebber, vertelt hij. “Fan van NAC, maar ook van Barcelona. Onlangs ben ik nog met een paar vrienden naar een wedstrijd geweest. Een soort bucketlist dingetje.” Behalve van Messi, geniet hij ook van De Bruyne. Iets dichterbij huis is Van de Wijdeven lovend over trainer Paul van Dijk. “Hij is heel rustig en zorgt dat we niet te gehaast gaan voetballen.” Hopend op een goed herstel, heeft hij tot slot nog één wens. “Met Internos terug naar waar we horen!”

Klik op Internos voor het laatste artikel van de club.

Willem Lambregts van DSE ging van het hoogste naar het laagste

Dat een loopbaan in de voetballerij onverwachtse wendingen kan nemen, dat is bij iedere liefhebber wel bekend. Voor Willem Lambregts van DSE is dat niet anders. De inwoner van Etten-Leur ging van hoofdtrainer van het eerste, naar trainer van de JO7. Of zoals hij het zelf met gevoel voor humor zegt: “Van het hoogste naar het laagste.”

Maar voor wie denkt dat de 33-jarige oefenmeester daar problemen mee heeft, die heeft het behoorlijk mis. Want tijdens zijn eerste seizoen bij ongeveer de jongste jeugd kijkt hij zijn ogen uit. “De kinderen zijn ‘voetbalgek’, willen alleen maar voetballen. Ze hebben geen andere zorgen, het is puur plezier.” Maar hoe raakte Lambregts daar opeens verzeild? “Het zoontje van mijn vrouw ging altijd mee naar DSE, dus wilde hij op een gegeven moment natuurlijk zelf ook op voetbal. Maar, zei hij: Wil jij dan training geven? Daar kon ik geen ‘nee’ op zeggen.”

Geen verwachtingen
Een hele omschakeling, lacht de oud-trainer van het eerste elftal. “Daar had ik me natuurlijk wel op ingesteld. Hier ben je echt bezig met de beginselen van het voetbal. Aannemen, passen en schieten, dat soort dingen.” Maar als het goed is, zie je dat later terug, hoopt Lambregts. “Door daar nu aandacht aan te besteden, is de basistechniek in ieder geval goed. Van dribbelen tot overspelen.” Want schieten, dat doe je met de wreef, toch? “We noemen dat nu ‘met de veters’, dan weten ze precies wat we bedoelen. Je ziet dat de kindjes die er vanaf het begin al bij waren, dat nu echt onder de knie beginnen te krijgen.”

Maar één ding blijft ook voor hem nog wel even wennen. “De concentratie! Na een paar minuutjes moet je echt wat anders gaan doen.” Als bonusvader geeft hij dus ook het zoontje van zijn vrouw training, hoe is dat? “Tot nu toe heel leuk, al is het soms ook wel lastig. Thuis moet hij natuurlijk al naar mij luisteren en nu ook nog op de training, haha!” Trainingen die iedere keer weer anders zijn, vertelt Lambregts. “Je moet eigenlijk geen verwachtingen hebben, want vaak gaan ze niet zoals je wilt. Dan zijn ze moe, van school of een kinderfeestje.”

Communiceren
Die vermoeidheid ligt voor hemzelf ook op de loer, want het aantal spelertjes is exorbitant gestegen. “We begonnen met zes kindjes, nu zijn er 26 lid en komen er nog zes op proef. Met 32 hebben we echt een probleem.” En dus moest er naar ondersteuning worden gezocht. “Inmiddels hebben we er twee ouders bij en drie jongens van de JO15, anders is het niet te doen. Vijf spelers per trainer is wel de max.” Helemaal omdat er natuurlijk wel wat geleerd moet worden. “Aan het einde van het seizoen ga je echt zien dat ze in een jaar veel gegroeid zijn. De bal aan kunnen nemen, schieten en een goede techniek. Die groei zie je nu al.” Heel anders dan bij de senioren, vertelt Lambregts. “Dan ben je veel meer bezig met het team en de tactiek.”

Daar was hij, na drie jaar als trainer van het vlaggenschip van DSE, stiekem een beetje klaar mee. “De jongste werd geboren en die kleine wilde voetballen, dan zou ik nog een dag extra op de voetbal zijn. Doordeweeks, maar ook het hele weekend was ik dan weg. Die motivatie had ik niet meer, het was mooi geweest.” Hij blikt terug op die periode. “Daarvoor zat ik natuurlijk ook nog vier jaar bij het tweede, dus voor mijn gevoel zat ik aan mijn houdbaarheidsdatum. Eigenlijk was het eerste seizoen bij één, meteen het beste. Daarna kwam corona.” Wat heeft hij, behalve van het gloriejaar en promotie naar de derde klasse, geleerd van zijn tijd als hoofdtrainer? “Vooral het communiceren, dat is bij de senioren eigenlijk het allerbelangrijkste. Waarom iemand niet of juist wel speelt, vooral heel veel praten en uitleggen.”
Sportbrillen-Boptics-Etten-leurUit het wereldje
En hoewel Lambregts vanuit zijn eigen carrière allesbehalve een trainingsbeest was, geniet hij daar als trainer juist ontzettend van. “Het leukste vond, en dat vind ik nog steeds, dat je iets van de training terugziet in de wedstrijd. Dat is bij die kleintjes hetzelfde, maar dan op een ander niveau.” Dat geldt eigenlijk hetzelfde voor zijn eigen prestaties binnen de lijnen. “Ik heb twee keer mijn kruisband gescheurd en de tweede keer heb ik hem niet meer laten maken. Daarom speel ik nu op een lager niveau, dat gaat prima.” Het hoofdtrainer zijn bij de senioren, mist Lambregts verrassend genoeg allerminst. “Als trainer was ik altijd te bereiken, daar zit enorm veel tijd in. Ik heb natuurlijk wel gedacht: wat wordt het, ga ik het missen? Maar met die kleine mannetjes is er gewoon weer iets voor in de plaats gekomen.”

De kans lijkt dan ook niet heel groot, dat hij ooit weer terugkeert. “Ik had mijn UEFA C, moest mijn UEFA B halen, maar daar had ik geen motivatie voor. Inmiddels heb ik dat diploma ook laten verlopen. Voorlopig heb ik die ambities niet en vind ik het wel goed zo, anders ben je ook te lang uit het wereldje.” Met de JO7 is dat duidelijk anders. “Ik ga wel mee naar de JO8, maar daarna is het denk ik wel tijd voor een andere trainer. Weet je wat het ook is? Elke vereniging heeft moeite om vrijwilligers te krijgen, als je zoon dan gaat voetballen, ben ik iemand die graag wil helpen.” Het plezier maakt het dat allemaal meer dan waard. “Je ziet die ventjes genieten. Voetbalvriendjes maken, dat is het mooiste wat er is!”

Klik op DSE voor het laatste artikel over de club.

Jordy Bollaart van Unitas’30: ‘Mijn hoogtepunt is bereikt’

Topscorer van Unitas’30, koploper van de eerste klasse is met zijn elftal gepromoveerd naar de hoofdklasse. Genoeg ingrediënten om er nog een jaartje aan vast te plakken, zou je zeggen, maar niet voor Jordy Bollaart van Unitas’30. De spits gaat zich na dit seizoen richten op het trainerschap.


Hoewel de 32-jarige aanvaller net kampioen is geworden, kijkt hij stiekem al reikhalzend uit naar zijn volgende stap. Die van jeugdtrainer. “Ik kreeg van Unitas de kans om trainer te worden van de JO23, daar heb ik enorm veel zin in. UEFA C heb ik al, mocht ik het nou echt zó leuk vinden, ga ik ook B doen.” Helemaal nieuw in het trainerswereldje is Bollaart overigens niet. “Drie jaar lang heb ik de JO14 en JO15 gedaan, dat beviel goed. Jeugd motiveren is mooi om te doen.” Dat zal volgend jaar net een beetje anders zijn. “Het gaat nu echt om spelers afleveren voor het eerste, dan moet je ook tactisch en technisch bezig zijn.”

Voetjes op de grond
Het voetbaldier, zoals hij zichzelf omschrijft, is inmiddels alweer bezig aan zijn twaalfde seizoen bij Unitas’30. “Oorspronkelijk kom ik van Lage Zwaluwe, maar toen mijn ouders naar Etten-Leur verhuisden, kwam ik na een jaartje heen en weer reizen hier terecht. Bij deze club had ik het beste gevoel en dat heb ik nog steeds.” Dat blijkt, lacht Bollaart. “Iedereen denkt vaak dat ik gewoon uit de jeugd kom hier. Ik voel me thuis, het is een soort volksclub, niemand doet uit de hoogte.” Al zou dat gezien de resultaten best een keertje mogen, maar ook Bollaart blijft met beide voetjes op de grond. “We hebben de laatste weken wat punten verspeeld, maar niemand had denk ik verwacht dat we het zo goed zouden doen. Nu kan je maar voor één ding gaan, dat is kampioen worden.”

Een verklaring voor die goede prestaties, heeft de routinier wel. “We zijn een grote vereniging, dat levert goede jeugd op. Die jonge gasten hebben echt kwaliteit.” Maar ook zelf heeft Bollaart, met bijna twintig treffers, een behoorlijk aandeel in het succes. “Ik ging eerst voor vijftien, nu hoop ik op minimaal 25.” Met een klein bedankje voor zijn buitenspelers. “Als spits ben ik niet het type dat drie man gaat passeren, ik ben wel afhankelijk van de ballen die ik krijg. Maar heb niet veel kansen nodig en kan goed koppen.”

Spelletje missen
Maar ondanks die mooie cijfers, komt er na dit seizoen dus een einde aan de voetballoopbaan van Bollaart. “Na een zware wedstrijd op kunstgras, voel ik het gewoon. De selectie is breed genoeg om een ‘nieuwe Jordy’ te vinden.” Al is dat nog niet alles. “Ik wil het moment dat ik op de bank kom te zitten voor zijn. Als ik trainer was, had ik mezelf al een paar keer wissel gezet. Gelukkig heb ik het vertrouwen gekregen en heeft het goed uitgepakt.”

En dus doet hij er de komende tijd, met bezoekjes aan de fysio, nog alles aan om fit te blijven. Aan motivatie geen gebrek. “Het laatste jaar zul je altijd herinneren. Hoe mooi is het om af te sluiten als topscorer en met een kampioenschap?” Wil hij de hoofdklasse dan nog niet even meemaken? “Dat zeggen veel mensen. Maar dan gaan we echt niet alles winnen, wordt de sfeer minder en draait het straks uit op een teleurstelling.” Toch gaat de liefhebber het spelletje enorm missen. “Zolang ik mij kan herinneren, sta ik op een voetbalveld. Een dolletje, potje voetballen, het blijft het leukste wat er is. Dat heeft de huidige generatie toch wat minder.”

Ontdekkingsreis
Die passie hoopt Bollaart komend seizoen over te dragen op zijn spelers van de JO23. “Er staat een mooie selectie, dus daar hoefde ik niet lang over na te denken. De dinsdag en donderdag zijn dan weer gevuld, gelukkig geen zwart gat, haha!” Stiekem is hij daar in zijn achterhoofd al onbewust wat meer mee bezig. “Hoe zet Ajax bijvoorbeeld druk? De laatste jaren kijk ik ook vaker naar trainers, hoe ze dingen oplossen. Negen van de tien keer komt een analyse uit, dat vind ik heel knap.”

Ook voor hem zal het een ontdekkingsreis worden. “Wat voor trainer ik ben? Nog geen idee. Die eigen speelstijl wil ik gaan creëren.” Een paar dingen neemt hij in ieder geval mee, uit zijn ervaring als speler. “Corners. Die zijn in te studeren, daar moet je er zeker drie van hebben en de bezetting voor de goal, als een buitenspeler een voorzet gaat geven.”

Klik op Unitas’30 voor het laatste artikel over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.