Home Blog Pagina 568

Actie VV Papendrecht voor Duchenne levert € 6.460 op!

Op zaterdag 18 juni zette Voetbalvereniging Papendrecht zich in voor mensen die lijden aan de spierziekte Duchenne.
0240516_veru_VJAlblasserwaard[3285]
De bijzonder succesvolle actie in het teken van De Duchenne40 heeft een dikke 6 mille opgeleverd voor Duchenne Parent Project. Een prachtig resultaat na een middag zweten onder tropische omstandigheden.

Door een peloton prominente leden, waaronder good old Arie Sterrenburg, werd 40 kilometer gefietst door de Merwelanden en de Alblasserwaard. Onderweg zorgden IJssalon Gebo Gelato Papendrecht en Restaurant De Burgemeester, een aanrader in Bleskensgraaf, voor de broodnodige verkoeling en verfrissing. De wheelers zelf legden een schaduwrijke omloop van bijna 11 km af, dwars door Papendrecht. Zij werden bij de finish onthaald met een erehaag, gevormd door het in groten getale opgekomen publiek. Het succes werd tot in de late uurtjes gevierd, in een sfeervolle derde helft op het Rood-Zwarte Plein. Richard Vermeij zorgde daarbij belangeloos voor de muzikale omlijsting.

De organisatie dankt iedereen die, op welke wijze dan ook, heeft bijgedragen aan deze bijzondere dag waar VV Papendrecht zich van haar beste maatschappelijke kant heeft laten zien.

Klik op Papendrecht voor het laatste artikel over de club.

VoetbalJournaal Dordrecht, voorjaar 2022

Lees hier de krant</

Erwin Verheij nieuwe hoofdtrainer S.V. Capelle

Erwin Verheij (45 jaar) uit Wijk en Aalburg zal met ingang van het seizoen 2022-2023 de nieuwe hoofdtrainer zijn van S.V. Capelle.

mandemakers banner
Er is een contract voor een jaar afgestemd met de intentie om een langdurige samenwerking aan te gaan. Erwin heeft gevoetbald bij Well en NOAD’32. Na zijn voetbalcarrière was hij als trainer actief bij Almkerk 2 en de eerste elftallen van ONI, Well, Noordeloos en NOAD’32. S.V. Capelle wenst Erwin veel plezier en sportief succes toe bij onze vereniging.
Klik hier voor het laatste nieuwsbericht van S.V. Capelle.

Bij Excelsior Maassluis is Kevin Ringeling lekker op zijn plek

Zijn droom om voetballer te worden, kreeg pas vorm toen hij met het profvoetbal flirtte. Na verschillende pogingen bij een aantal betaald voetbalorganisaties zwaaide Kevin Ringeling zijn droom vanwege blessureleed definitief gedag. Ondertussen richt hij zich op zijn studie pedagogische wetenschappen, maar voetbal speelt nog steeds een belangrijke rol. “De jongens hier weten dat ik gezelligheid belangrijk vind, maar de sportieve uitdaging moet er ook zijn.”

MAASSLUIS – Kevin Ringeling was al acht jaar toen hij ging voetballen. Daarvoor speelde hij korfbal. Waarom hij korfbalde, weet hij niet meer. Hij vond het gewoon leuk. Dat veranderde toen Ringeling verhuisde. Al zijn vriendjes op school speelden voetbal. Op het schoolplein, op straat en bij S.V. Den Hoorn. Ringeling ging zelf op voetbal en stroomde in bij de F10. Daar bleek al snel dat hij talent had. In het volgende seizoen mocht Ringeling bij de F1 meespelen.

Vanaf dat moment doorliep Ringeling alle jeugdselecties bij S.V. Den Hoorn. Zijn talent werd in die tijd ook in de provincie opgemerkt. Sparta Rotterdam zocht contact met Ringeling en zijn vader. De Spangenaren boden hem een stage aan. Die kans greep Ringeling met beide handen aan. “Het was een flinke stap. Ik speelde voetbal met een ander type jongens dan waar ik in Den Hoorn mee voetbalde. Ik moest wennen. Na een tijdje kreeg ik te horen dat ze mijn niveau niet voldoende vonden om te mogen blijven. Dat was jammer, maar ik keerde met veel plezier terug naar Den Hoorn.”

ZZP_Timmerteam
Ringeling speelde bij Den Hoorn wederom in de selectie-elftallen. Zijn aanwezigheid bleef wederom niet onopgemerkt. “Sparta benaderde ons voor een tweede keer. Ik mocht weer stage lopen, met onder andere Rick van Drongelen. Uiteindelijk vonden ze het niveauverschil tussen Den Hoorn en Sparta dusdanig groot, dat ze twijfelden. Ik had ondertussen wedstrijden gespeeld, lekker meegetraind. Helaas is het niets geworden. Dat was balen. Om mezelf uit te dagen en het niveauverschil te verminderen, waren mijn vader en ik in gesprek met Alphense Boys. We bereikten mondeling een akkoord, maar toen kwam Excelsior Rotterdam om de hoek kijken.”

De deal met Alphense Boys ging niet door. “Bij Excelsior Rotterdam mocht ik op spoedstage komen. Ik koos voor hen, omdat het als de logischere stap voelde. Dat pakte goed uit. Ik speelde erg veel en trainde vaak, ook met hogere elftallen. Ik speelde met Danilho Doekhi centraal achterin. Danilho (verdediger Vitesse, red.) was aanvoerder. Toen hij doorschoof, werd ik de aanvoerder van het elftal.”

Toch moest Ringeling bij Excelsior Rotterdam vertrekken. “Dat begreep ik niet. Bij Sparta vertelden ze me tenminste waar ik aan kon werken. Zij legden uit wat de reden was waarom ik niet mocht blijven. Dat was bij Excelsior Rotterdam niet zo. De nieuwe trainer wilde liever met jongens werken die hij al kende van een eerdere periode bij de club. Het had niets met mijn niveau te maken. Tachtig procent van mijn elftal kon gaan. Dat was erg rot.”

Nieuwe stap
Nadat Ringeling bij Excelsior werd weggestuurd, was de verdediger van plan om weer bij S.V. Den Hoorn te gaan spelen. “Dat leek me fijn. Lekker met mijn vrienden voetballen. Wat is er mooier dan dat? Ik had zelf ook minder zin om moeite in mijn voetbalcarrière te steken. Uiteindelijk kreeg ik een telefoontje uit Maassluis. Zij vertelden me dat ze het zonde vonden om met mijn talent in de kelderklasse rond te blijven lopen. Ik werd gevraagd om me aan Excelsior Maassluis te verbinden. Dat wilde ik, maar op één voorwaarde; mijn vriend Tobias Kleijweg moest mee naar Maassluis. Anders wilde ik het niet. We zijn toen met zijn tweetjes en onze vaders naar Maassluis gegaan. Dat klikte. Gingen Tobias en ik allebei bij Maassluis voetballen.”

Ringeling was snel op zijn plek op Dijkpolder. Hij speelde net als bij Excelsior Rotterdam alle wedstrijden en daarin viel hij op, meer dan ooit. “Ik werd benaderd door zaakwaarnemers en er was interesse van clubs buiten Zuid-Holland. Cambuur informeerde naar me, maar ook Go Ahead Eagles. Bij die laatste ben ik stage gaan lopen. Toen Go Ahead degradeerde, belandde de club in een soort chaos. De tweede stagedag die ik zou lopen, ging toen niet door.”

Toch kreeg Ringeling een nieuwe kans. “Henk van Stee van Sparta belde me. Hij zag het in mij zitten en heeft de gok genomen om me naar Sparta te halen. Ik moest beginnen bij Jong Sparta om te kijken of ik het aankon en vanuit daar zouden ze verder kijken. Ik draaide pas vier weken mee bij Jong toen ik tijdens een aantal vrije dagen een belletje van Van Stee kreeg. Of ik morgen om negen uur op de club kon zijn. Vanwege een blessure was er ruimte gekomen in de selectie. Ik trainde zes weken mee in de voorbereiding. Op de eerste wedstrijddag zat ik bij de selectie. Dat was fantastisch.”

Blessureleed
“Het gaf veel energie om bij de selectie te horen. Helaas raakte ik na zes weken geblesseerd aan mijn enkel. Hoopvol startte ik mijn revalidatie. Ik wilde sterker terugkomen en had vertrouwen dat dat zou lukken. Toen ik was hersteld, ging het na een week al mis. Op de training landde iemand op mijn enkel. Ik was weer terug bij af. Dat was mentaal zwaar. Mijn enkels bleken er zo slecht aan toe, dat ik mijn oude niveau niet meer zou terugkrijgen. Vooral op het gebied van snelheid was veel capaciteit verloren gegaan.”

“Toen Sparta naar de Eredivisie promoveerde, stond ik ondanks mijn blessure op de lijst voor de eerste training. Er was iets misgegaan in de communicatie tussen de medische en technische staf. Ik liep nog op krukken. In de winterstop gaf ik aan dat ik wilde stoppen bij Sparta. Dat was een moeilijke keuze. Ik sprak er veel met geliefden, mijn zaakwaarnemer en Sparta over, maar het was mijn besluit. Ik moest mijn droom laten varen. De angst voor een nieuwe blessure was te groot.”

“Nu speel ik bij Excelsior Maassluis, nog steeds met Tobias. We vormen een soort vriendenteam. Ik heb het naar mijn zin. Ik studeer ook en het is fijn te combineren. We trainen drie keer in de week en ik heb ook ruimte om het studentenleven mee te pikken. Ik zou niet willen voetballen bij een club waar ik geen band mee heb. Met Excelsior Maassluis is die er zeker. De jongens hier weten dat ik gezelligheid belangrijk vind, maar de sportieve uitdaging moet er ook zijn. Ik wil met deze club heel graag een mooi bekeravontuur neerzetten. Of hoge ogen gooien in de Tweede Divisie. Hoe lang mijn enkels het nog volhouden? Weet ik niet. Ik blijf in ieder geval spelen tot het niet meer kan. Het voetbal is mij te lief.” (CG)

Bron: Tweede Divisie Krant

Klik op Excelsior Maassluis voor het laatste artikel van de club

Emiel Wendt op jacht naar clubrecord bij VV Noordwijk

Op een kort zomeravontuur in de Verenigde Staten na bleef Emiel Wendt zijn hele voetballeven VV Noordwijk trouw. Ondanks belangstelling van buurclub Rijnsburgse Boys verlengde de 27-jarige aanvaller, die op 14 mei de barrière van tweehonderd wedstrijden gaat beslechten, zijn contract op Duinwetering opnieuw met twee seizoenen. “De ambities om de top aan te gaan vallen, gaven de doorslag. En natuurlijk de sfeer.”

NOORDWIJK – Marken. Het schiereiland in het Markermeer, dat 1.745 inwoners telt, vormt niet alleen een toeristische trekpleister. Het Noord-Hollandse dorp is tot het jaar 2028 het project waar Wendt zich vijf dagen in de week op focust. Sinds oktober is de aanvalsleider van VV Noordwijk officieel Ontwerpleider bij het project Dijkversterking Marken. “De overheid heeft de normering van waterveiligheid van dijken aangescherpt. Ik zit nu dagelijks op ons kantoor in Amsterdam (van aannemersbedrijf de Vries & van de Wiel, red.) achter mijn PC ontwerpen te maken. Hoe dichter de realisatiefase nadert, des te vaker ik in Marken aanwezig zal zijn.”

IT-RijnsburgEen uitdaging die uitstekend aansluit op zijn opleiding Waterbouwkunde aan de Technische Universiteit in Delft. “Ik kende nooit het vooruitzicht om profvoetballer te kunnen worden. Op mijn vijftiende, toen ik van de C1 rechtstreeks naar de A1 van VV Noordwijk doorstroomde, trainde ik mee met ADO Den Haag. Daarbij bleef het. Ik mis het niet. Het is me altijd enorm goed bevallen bij Noordwijk. En nog steeds. In het najaar sprak ik met Rijnsburgse Boys. Dat klopt, maar het is toch mooier om met je eigen club op het hoogste amateurniveau te spelen. Bij Noordwijk ligt mijn volledige voetbalhistorie. De club was met meer jongens in gesprek, die aflopende contracten kenden. Ik verlengde als eerste. Ik dacht ook als het eerste schaap over de dam is, volgen er meer. En dat gebeurde. Nick van Staveren, Sander Bosma, Toer Bouwman, Dylan Rietveld en Lars Jansen tekenden daarna allemaal bij.”

De ambities van de club spelen daarin een belangrijke rol. “Zo hoog mogelijk spelen en de top aan gaan vallen. Niet binnen één, twee of drie jaar, maar volgens een opgesteld plan waaraan vele geledingen van de club bijdragen.” Op welke wijze draagt Wendt als aanvoerder bij? “Door veel doelpunten te maken, haha. Ik probeer nieuwe spelers in de groep zich welkom te laten voelen. Ze wegwijs te maken. Een probleem is dat zelden. De selectie bestaat uit een mix van talent en oudere gasten. De sfeer binnen de spelersgroep voelt als een soort kameraadschap. Ook buiten het veld. Met zijn allen gaan we na afloop naar de kantine en daarna lekker door naar de boulevard aan zee. Dat groepsgevoel speelt uiteraard positief mee in onze prestaties. Andere club beschikken over grote budgetten en ook dit seizoen werd ons een lastig jaar toegeschreven. Maar we doen mee om de plekken tussen drie en acht. Naar onderen hoeven en willen we niet meer kijken.”

Wendt, die op 2,5 kilometer van het sportpark woont, vormt opnieuw een gevaarlijk spitsenkoppel met Nick van Staveren. “Ik ben blij dat hij weer fit is. We voelen elkaar uitstekend aan en scoren allebei gemakkelijk. Door acties van onze flegmatieke buitenspelers en steekpasses van onze middenvelders worden we in de zestien aan het werk gezet. We doen het met zijn allen.”

Verenigde Staten

In de zomer van 2018 voetbalde Wendt drie maanden in de Verenigde Staten. Voor Dayton Dutch Lions, dat uitkomt in de USL Premier Development League en eigendom is van drie Nederlandse bedrijven. “Ik nam contact op met Mike Mossel, eigenaar van een van de drie bedrijven. Tjeerd Westdijk, destijds ploeggenoot bij Noordwijk, had die stap vijf jaar eerder gezet en legde het contact. Op zaterdag werden we kampioen van de Hoofdklasse met Noordwijk. Op zondag zat ik in het vliegtuig naar de Verenigde Staten. Naar een geheel andere wereld.”

Met vijf andere spelers betrok hij de villa van een van de eigenaren. “Met twee Amerikanen, een Cubaan, een Fransman en nog een Nederlander. Mats Wolthuis uit Groningen, ik kende hem niet, maar daar werd hij mijn maatje. We speelden vaak twee tot drie wedstrijden per week. De competitie werd in drie tot vier staten afgewerkt. Dat betekenden busreizen van zes tot zeven uur. Ik scoorde vijf keer in veertien wedstrijden. Het voetbal was van Hoofdklasseniveau. Dayton is niet zo bruisend als Amsterdam. Een plattelandsstadje in de staat Ohio met een landklimaat. In de zomer is het dertig graden, uit het niets kan er onweer met keiharde stormen losbarsten. In de winter vriest het.”

Vooral in het begin keek Wendt zijn ogen uit. “Toen ik voor de eerste keer in een Walmart kwam zeker. Een voorbeeld? Wij kennen in Nederland een rek met daarin een paar pakken cornflakes. Daar vind je complete rijen met van voor tot achteren allemaal zakken en bakken cornflakes. Cincinnati is dichtbij. We zijn daar met een opblaasband de rivier (Ohio, red.) stroomafwaarts afgegaan. Ik heb in de Verenigde Staten mooie ervaringen beleefd. Toen ik terugkwam, sloot ik direct aan voor de start van ons eerste seizoen in de Derde Divisie. Werden we weer kampioen. Die jaargang was magisch. Het mooie is dat de kern van die ploeg nog steeds voor Noordwijk speelt. Drie jongens, Martijn le Congé, Brayen Bröcker en Westdijk, zitten nu bij HBS in Den Haag. Gaan we op zondag met zijn allen weleens kijken. Doen we een hapje en een drankje en halen we herinneringen op.”

Ook dit seizoen draagt Wendt zijn herkenbare rugnummer 31. “Het nummer waarmee ik tien jaar geleden mijn debuut maakte. Ik heb het altijd gehouden. Ik ben ook op de 31e jarig (augustus, red.). Dat past mooi. Voor elk seizoen wordt gevraagd of ik bijvoorbeeld 9 of 11 wil, maar 31 hoort nu bij me.” Volgens planning speelt Wendt op 14 mei tegen AFC zijn tweehonderdste wedstrijd in het eerste elftal. “Mijn vader Andries ben ik net voorbij. Hij staat op 196, omdat hij nog naar Rijnsburgse Boys ging. Hij had daar een kroeg, ‘t Uitje. Hij ziet elke wedstrijd van het eerste elftal van Noordwijk. Hij was een libero, de vrije man achterin. Ik probeer juist de aanjager in de voorste linie te zijn. Wat wel overeenkomt is onze winnaarsmentaliteit.” Het clubrecord van meeste wedstrijden is in handen van Jos Smits met 344. “Dan moet ik nog even doorgaan. Extra balen dat het vorige seizoen door corona zo snel werd beëindigd. Ik ben in ieder geval goed op weg.” (SB)

Bron: Tweede Divisie krant

Klik op VV Noordwijk voor het laatste artikel van de club

 

Dennis van der Plas over unieke serie bij Rijnsburgse Boys

Hij stond bijna op de grens van stoppen. Omdat de oorzaak van zijn knieklachten en de termijn van zijn revalidatieperiode keer op keer geen concrete antwoorden opleverden, verscheen de doemgedachte steeds vaker in zijn hoofd. Vierenhalf jaar later is Dennis van der Plas verlost van alle zorgen. De centrale verdediger van Rijnsburgse Boys miste dit seizoen geen minuut en vormt achterin een stabiele factor. “Af en toe sta ik er bij stil dat het heel anders had kunnen lopen.”
IT-Rijnsburg
RIJNSBURG – Het is de linkerknie. Juist het schietbeen van Dennis van der Plas. Het gewricht bezorgde de nu 28-jarige verdediger veel kopzorgen. Op 18 november 2017 tegen Jong FC Groningen overstrekte hij de knie. Het sein van een frustrerende periode. Veertien maanden stond hij aan de kant en leidde dat uiteindelijk tot zijn afscheid bij Quick Boys. “In die tijd was ik niet altijd even gezellig. Telkens als ik wilde gaan hardlopen, ontstonden weer pijnscheuten. Steken in mijn knie. Moest ik mijn rondje afbreken.”

Een mri-scan volgde, een kijkoperatie. De klachten bleven. “In het ziekenhuis ontstond het moment dat de artsen ook niet meer wisten waar de pijn precies vandaan kwam. Of wat ze konden doen. Ook een sportarts kon geen hulp bieden. Ik stelde mezelf de vraag hoe lang ik nog wilde doorgaan om proberen de oorzaak te achterhalen. Dat waren moeilijke momenten. Ik vroeg me af wanneer ik de keuze ging maken om er helemaal mee op te houden”, vervolgt Van der Plas, sinds januari 2017 werkzaam als logistiek planner bij een plantenkwekerij in Rijsenhout.

Een ontmoeting in het sponsorhome van Quick Boys, waar Van der Plas zijn eerste bal trapte en met het eerste elftal mooie successen beleefde, bracht de uitkomst waarnaar hij op zoek was. “Ik raakte aan de praat met een personal trainer die in Katwijk bij Vitaal Trainer werkt. Mijn klachten kwamen hem bekend voor. Hij had eens vaker een speler helemaal teruggebracht. Destijds wilde hij die weg ook met mij inslaan. Hij beschouwde het als een mooie uitdaging. Na een goed gesprek enkele dagen later gaf hij aan veel vertrouwen in het traject te hebben. En belangrijker in een goede afloop.”

Rentree
Twee, vaker drie dagen in de week bracht Van der Plas een bezoek aan de personal trainer. “De spierkracht in mijn knie optrainen, bleek de juiste aanpak. Ik kreeg steeds minder last en werd helemaal pijnvrij.” Op 9 maart 2019 volgde de beloning met een rentree tegen ASWH. “Sindsdien heb ik nauwelijks last meer van mijn knie. Alleen na een langere rustperiode, als de zomer- of winterstop voorbij is, voel ik soms enkele steken. In deze periode, van veel wedstrijden in korte tijd, heb ik helemaal geen klachten. Angst heb ik ook niet. Het had heel anders kunnen aflopen, dat klopt. Ik ben ook de medewerkers van FMT fysiotherapie van Quick Boys dankbaar, die elke keer voor me klaarstonden als ik ze nodig had en me vaak moed inspraken.”

Voor Van der Plas volgde daarna een nieuwe klap. De strijd om terug te keren in het elftal mondde uit in een verloren gevecht. Trainer Jan Zoutman, onder wie hij altijd speelde, was ontslagen en diens opvolgers Erik Assink en Edwin Grünholz maakten andere keuzes. “Ik kwam niet meer aan spelen toe. Zat op de bank bij het eerste elftal, deed af en toe met het tweede mee. Ik was 26 jaar, wilde wekelijks voetballen. In het voorjaar van 2020 maakte ik een van de moeilijkste keuzes uit mijn loopbaan om Quick Boys te verlaten. Ik speelde nooit voor een andere club. Heb heel veel meegemaakt, beleefde een mooie tijd bij de club. Als eerste schiet me daarbij het kampioenschap in de Hoofdklasse B (2016, red.) binnen.”

Hoofdstuk
In de jaargang 2016/17, het debuutseizoen van Quick Boys in de Derde Divisie, miste Van der Plas geen minuut. “Ik ben op een goede manier weggegaan. Ik sloot een hoofdstuk in mijn leven af, zo beschouw ik het. Daarin voel ik totaal geen bewijsdrang. Het kampioensshirt, dat ik meekreeg, geeft me mooie herinneringen. Het is jammer dat ik niet officieel afscheid heb kunnen nemen. Corona gooide roet in het eten.” Rijnsburgse Boys betekende de ideale oplossing. “Toen ik bekendmaakte te vertrekken, kreeg ik snel een appje van bestuurslid Gerrit Paauw. De gesprekken voelden vanaf het begin heel goed. Ik wilde graag op het hoogste amateurniveau actief blijven. Bij Rijnsburg kon ik me opnieuw laten zien. Als het mooi weer is, kan ik nog steeds met het fietsje naar de club. Vijftien tot twintig minuten vanuit het centrum van Katwijk, waar ik dichtbij het strand woon.”

Bij de Uien miste Van der Plas dit seizoen als enige speler geen minuut in competitie- of bekerverband. “Een geheim? Dat heb ik helaas niet paraat. Er komt geluk bij kijken met betrekking tot blessures en ik probeer een beetje rekening te houden met bijvoorbeeld mijn rust en voeding. Voor elke wedstrijd gooi ik door middel van een foamroller mijn benen los. Daarnaast zorg ik ervoor dat ik nooit een duel half inga. Maar ik blijf natuurlijk afhankelijk van de keuze van de trainer. Hij bepaalt de opstelling. Ik kan tijdens trainingen en wedstrijden alleen maar mijn best doen.”

Trainer Henk Wisman toont veel vertrouwen in Van der Plas. “Het voelt niet fijn om mezelf op te hemelen, maar voor mijn gevoel ben ik een stabiele factor. Op het veld doe ik niet snel gekke dingen en verdedigend houd ik me aan mijn taken. Ik ken mijn rol. Mijn man uitschakelen en de bal inleveren bij een van de middenvelders. Ik ben blijkbaar het type dat de trainer zoekt om de balans in het team te houden.”

Dit seizoen is Rijnsburgse Boys telkens rond plek vijf te vinden. “Ik weet niet of het slim is om uit te spreken, maar met ons team moeten we bovenin meedraaien. In het voorjaar kregen we de goede lijn gelukkig weer te pakken. We lieten dit seizoen onnodige punten liggen, dat is jammer. Je ziet sowieso dat er dit seizoen in de Tweede Divisie na de winterstop veel kan veranderen.” Van der Plas hoopt zijn unieke serie vol te kunnen houden. “Dat zou mooi zijn. Dat had ik jaren geleden nooit durven geloven.”

Bron: Tweede divisie krant

Klik op Rijnsburgse Boys voor het laatste artikel over de club.

Na twaalf jaar zwaait clubicoon Leon Bot af bij Kozakken Boys

Liever was hij nog een jaar doorgegaan, maar Leon Bot heeft zijn keuze gemaakt. Aan het einde van het seizoen stopt hij met voetballen. De afgelopen twaalf jaar leefde hij voor zijn Kozakken Boys, maar er wacht een nieuw leven op hem. “Ik hoor wel eens van gasten dat ze op wintersport zijn gegaan. Dat lijkt mij ook lachen!”
mandemakers banner
WERKENDAM – Hoe vaak is Leon Bot door de poorten van Sportpark De Zwaaier naar binnen gelopen? Dat moet ontelbaar vaak zijn. Al twaalf jaar komt hij wekelijks trouw naar Werkendam om te doen wat hij leuk vindt: voetballen voor Kozakken Boys. “Twaalf jaar… Het is nogal wat, hè? Ik was negentien toen ik hierheen kwam. Nu ben ik 32. Ik voel me niet oud, maar stiekem zijn er toch flink wat jaren voorbij gegaan sinds ik hier kwam. Straks is het toch echt voorbij.”

“De keuze om te stoppen was niet gemakkelijk. Eigenlijk had ik nog een jaar door gewild. Ik voel me fit genoeg en ook is mijn niveau nog in orde. Maar ik moest de knoop doorhakken. In de coronaperiode zei mijn vriendin tegen mij dat ik zonder voetbal veel relaxter was. Daar had ze gelijk in. Op een wedstrijddag hoef je mij niet te vragen of ik ’s ochtends nog mee ga naar de stad. Dan wil ik mijn dingetjes doen. Je bent vier keer per week met het voetbal bezig. Het is zo’n groot deel van je leven. Ik ga het enorm missen. Het voetbal neemt zo veel tijd in beslag. Ik moest een keuze maken. Mijn vriendin en ik verwachten een dochtertje en mijn werk bij Outfit Company Wear wordt ook steeds belangrijker. Ik had het gevoel dat je maar twee dingen tegelijk goed kan, dus er moest er eentje weg. Dat werd dus het voetbal.”

“Wat ik het meest ga missen is het overwinningsgevoel. Dat je de hele week samen keihard traint om zaterdag de winst te pakken”, Bot moet een beetje lachen, “Dat is dit seizoen natuurlijk niet vaak aan de orde. Maar geloof me, er is niets mooiers dan op een vol sportpark de drie punten binnenslepen. Dat is een machtig gevoel.”

Herinneringen ophalen
“Wat mij het meest is bijgebleven, zijn mijn beginjaren hier. Er speelde hier toen nog veel jongens uit de regio. Dat was een gezellig team met Sjoerd van der Waal (volgend seizoen hoofdtrainer ASWH, red.) en Richie Basoski. Uiteraard was het sportief interessant, maar ook buiten het veld was het leuk samen. Na elke wedstrijd was het lol in een volle kantine. We hadden ook de traditie om na elke uitwedstrijd een souvenirtje mee te nemen. Zo hebben we ooit een spandoek bij BVV Barendrecht meegenomen. We hebben ook ooit een poging gedaan om ergens een kampioenschaal mee vandaan te nemen. Dat is niet gelukt, maar wat hebben we gelachen.”

“Er is zo veel moois om op terug te kijken. De afgelopen jaren is Kozakken Boys zo enorm gegroeid qua niveau. Ik weet nog goed dat we topklasser werden. Dat kampioenschap was een prachtig moment voor de club. Een ander moment wat ik nooit meer vergeten, is de laatste speeldag van het seizoen 2017/18. Op de laatste speeldag speelden we thuis tegen Katwijk. Het hele sportpark stond vol met mensen.

Op dat moment stond Katwijk één punt boven ons. Wij moesten winnen om kampioen te worden. Katwijk kwam om niet te verliezen. We hebben enorm ons best gedaan. In de laatste minuten waren we dichtbij een doelpunt…”, Bot wendt zijn blik af richting de goal, “Ik zie die bal nog op de kruising uit elkaar klappen. Die ging er net niet in. Geen kampioenschap dus.”
werktalent-breda bannerThuis in Werkendam
“Al vanaf dag één had ik een goede match met de club. Ik ben hier naartoe gehaald door Michel Langerak. Hij nam mij mee vanuit Leerdam naar Werkendam. Daar ben ik hem nog steeds dankbaar voor. De cultuur van Kozakken Boys past bij mij als speler. Dat voelde ik vanaf het begin. Dit is de grootste club van de regio. Als jongen uit de buurt wil je niets liever dan hier slagen. Ik kan met trots zeggen dat dat is gelukt.”

Bot voelt zich thuis in Werkendam. Dat lijkt een familiekwaal. Pa Bot en grootvader Bot steunen hun (klein)zoon door dik en dun. “Dat vind ik nog steeds fantastisch. Mijn opa is al negentig jaar. Hij is er nog elke thuiswedstrijd. Mijn vader en zijn vriendin zijn er vaker bij. Zo zijn we laatst nog samen naar Katwijk gereden voor de uitwedstrijd. Als we bij HHC Hardenberg moeten voetballen, plakt mijn vader er een weekendje Overijssel aan vast. Mijn vader en opa zijn een soort Werkendammers geworden. Mijn vader wordt hier zelfs liefkozend Botje genoemd.”

In Werkendam is het voor sommigen lastig om te geloven dat het tijdperk Leon Bot er straks echt op zit. Er is al weken sprake van een afscheidswedstrijd en binnen de club is men ervan overtuigd dat Bot na zijn afzwaaien nog actief blijft voor Kozakken Boys. “Daar ga ik zelf nog niets over zeggen. Er is ook een leven na voetbal. Dat wil ik nu eens meemaken. Ik hoor wel eens van gasten dat ze op wintersport zijn gegaan. Dat lijkt mij ook lachen!”

Voor clubiconen in de dop heeft Bot slechts een simpele tip: “Word één met de club. Dat is voor niet-Werkendammers nog belangrijker, denk ik. Als je hier hard werkt, zorgt dat je geen kapsones hebt en gewoon normaal doet. Als je Werkendam achter je hebt staan, kun je alles aan. Ik ga het hier heel erg missen.”

Bron: Tweede Divisie krant

Klik op Kozakken Boys voor het laatste artikel over de club.

Traditie Jan van Gils-toernooi weer terug bij TPO

Traditiegetrouw is het bij TPO eind mei tijd voor het jaarlijkse Jan van Gils toernooi. Ter nagedachtenis aan de veel te jong overleden Moerdijker, draagt het toernooi vanaf 2015 zijn naam. Jan Eestermans is betrokken bij de organisatie en kan na twee coronajaren niet wachten. “Na de finale, samen met de kinderen van Jan, is altijd weer een bijzonder moment.”

Bouwbedrijf-Jos-Vrolijk

Zelf is hij overigens, na 40 jaar bij TPO, ook ‘behoorlijk verbonden’ aan de club. “In de jeugd gevoetbald en later diverse functies. Voorzitter, als verzorger en tegenwoordig fluit ik af en toe een wedstrijdje.” Een jaar of acht geleden kwam daar ook de organisatie van het toernooi bij. “Opgezet door vrijwilligers, via Jan ben ik daar eigenlijk bij betrokken geraakt.” Veel te vroeg overleden. “Hij deed alles! Dit toernooi moest zijn naam krijgen, als eerbetoon aan hem.”

Soort reünie
Na twee jaar corona, is het binnenkort dus eindelijk tijd voor editie nummer zeven. “We hebben opnieuw wel even getwijfeld, maar besloten om het toch te doen. Inmiddels zitten we al op negentien aanmeldingen, twintig is wel de max. Maar we hebben ook een wachtlijst, dus de teams kunnen gewoon mailen.” De voorbereidingen voor donderdag 26 mei zijn in volle gang. “Kleedkamers, doeltjes, veldjes. Het voetballen staat echt centraal, een beetje de Olympische gedachte. Winnen is aardig, maar het gaat om meedoen.” Vanuit heel de regio komen liefhebbers die dag richting TPO, Eestermans geniet er al jaren van. “Het ontspannen samen bezig zijn. Tegelijkertijd is het ook een soort reünie, met zoveel bekenden.” Aan alles wordt gedacht. “Eén ding hebben we niet in de hand, dat is het weer. Verder is er gezelligheid, goede scheidsrechters, lekker eten, een DJ en een speeltoestel.” Wat geeft na al die edities nog steeds de voldoening? “Om half zes is de finale, dan zitten we als organisatie met een biertje en zeggen we tegen elkaar: het is weer goed gegaan. Dat blijft een mooi moment.” En dat moment wordt altijd nog net een beetje meer speciaal. “De kinderen van Jan proberen daar ook altijd bij aanwezig te zijn, dat blijft heel bijzonder.”

imcoda

Trots
Want dat ze Jan bij TPO nooit zullen vergeten, dat mag duidelijk zijn. “Er is altijd één team, dat heet: ‘Motte gij niet werken?’ Dat was een gevleugelde uitspraak van Jan.” Eestermans kan dan ook niet wachten om weer lekker te gaan voetballen, zeven tegen zeven. “Het is een sportieve strijd en gaat eigenlijk nooit te ver. En iedereen die eraan meewerkt, doet dat met dezelfde drive.” Het zorgt stiekem voor wat trots. “Een klein dorp, met een kleine vereniging, maar het lukt ons iedere keer weer. Spelers van overal, komen een dagje hiernaartoe. Het is dat stukje sfeer, lastig te typeren, ons kent ons.” Toch houdt de medeorganisator nog een kleine slag om de arm. “Waar ik het meeste naar uitkijk? Dat de competities beslist zijn en we precies weten wie er komen. Dan kunnen we verder met de organisatie en beginnen aan de schema’s. Die nacompetitie geeft toch een stukje onzekerheid.” En dus: “Aanmelden kan nog steeds!” Dat kan via 7tegen7@ziggo.nl

Klik op TPO voor het laatste artikel van de club.

 

Klaas Haag is onmisbaar voor Kogelvangers

Niet alles wat Klaas Haag dagelijks moet doen bij Kogelvangers doet hij altijd met evenveel plezier, maar dan toch wel met liefde. Want ondanks dat hij zelf niet de allerbeste voetballer was, is de 60-jarige vrijwilliger onmisbaar voor de club. “Als niemand het doet, wordt het een bende.”

Jos-Vrolijk

En dus moet je weleens wat extra’s doen, dat weet Haag inmiddels als geen ander. “Vanaf mijn tiende kom ik al bij Kogelvangers, eerst natuurlijk als voetballer, tot mijn 40ste.” Een gezelligheidsvoetballer, zoals hij zichzelf noemt. “Altijd zo laag mogelijk, in het vierde elftal. Goed was ik niet, maar wel fanatiek. En we hadden een leuk team. De derde helft, daar deden we het om.”

Handje helpen
Na zijn actieve carrière op het veld, was het tijd voor die daarbuiten. Een imposant rijtje. “Ik ben scheidsrechter geweest, grensrechter bij het eerste en jeugdtrainer. Nu zit ik in het onderhoudsteam en keur ik als consul de velden.” Met een mannetje of negen, op de vrijdagmiddag. “Lijnen trekken, veldjes uitzetten, snoeien en schoonmaken. Alles om het er hier normaal uit te laten zien.” Daar zit voor Haag meteen zijn zwakke punt. “Ik kan er niet tegen als iets niet goed gaat, dan wil ik het zelf doen. Dus nu doe ik dat een beetje coördineren. Kreeg wat meer tijd van mijn werk, zag die mannen bezig en dacht: laat ik een handje helpen. Ze zijn allemaal wat ouder dan ik, die kunnen wel wat hulp gebruiken.” En dat bevalt prima. “Kogelvangers is mijn club, ik woon in Willemstad, dan groeit dat. Je kent iedereen hier.” De complimenten doen hem goed, ze weten Haag dan ook vaak te vinden. “Aan wie kunnen ze het vragen? Dan komen ze toch meestal bij mij. Er zijn ook nog steeds te weinig vrijwilligers, maar ze zijn wel onmisbaar.”

Sportbrillen-Boptics-Etten-leur

Even nabespreken
Op zaterdag staat de clubman in hart en nieren langs de lijn bij het eerste. “Samen met het onderhoudsteam. Ook de uitwedstrijden pakken we mee als het kan. Na de wedstrijd even een nabespreking, hé?! Met een biertje.” Maar ook doordeweeks is Haag geregeld op het sportpark te vinden. “Dan komen die kleintjes vragen of ik iets voor ze kan pakken, dat vind ik mooi om te zien. Ze kennen me inmiddels wel. Soms moet je even optreden, dan ben je de boeman, maar dat hoort er ook bij. Anders slopen ze alles of laten ze al die rotzooi liggen.” Als grensrechter van het vlaggenschip maakte hij ooit promotie naar de tweede klasse mee, was dat zijn verdienste? “Haha, soms moet die vlag wel even omhoog. Maar je probeert zo eerlijk mogelijk te zijn.” De toekomst ziet hij tot slot positief tegemoet. “Er zit echt een leuke groep voetballers aan te komen!”

Klik op VV Kogelvangers voor het laatste artikel over de club.

Killian van Mil heeft met Katwijk de titel te pakken

KATWIJK – Killian van Mil (22) ruilde in 2020 het strakke regime van het profvoetbal in voor de gezelligheid van de amateurkantine. Hij verliet de jeugd van ADO Den Haag om bij Katwijk te komen voetballen. Als ‘klassieke linksbuiten’ van de 21ste eeuw vormt hij dit seizoen samen met Ahmed El Azzouti en Marciano Mengerink een dodelijk aanvalstrio.

Hoe bevalt het bij Katwijk?
“Ik heb het zeker naar mijn zin hier. Mooie club, mooie fans. Als wij een uitwedstrijd spelen gaan er vaak vier- à vijfhonderd mensen mee, dat was bij Jong ADO Den Haag wel anders. Daar speelde ik vaak voor een paar ouders en dat was het.”
IT-RijnsburgWat neem je mee van je tijd bij ADO Den Haag?
“Amateurvoetbal is heel iets anders dan jeugdvoetbal. Dat onderschatten heel veel spelers. Dit is echt mannenvoetbal, dan red je het niet alleen op talent. Het is een pittige stap. Je speelt tegen mannen die de beuk erin gooien, dus je moet wel mee. Met alle respect, maar toen ik bij ADO speelde, speelden we tegen jongens van dezelfde leeftijd. Dat is héél iets anders. Ik denk dat het voor Jong Sparta en Jong Volendam alleen maar goed is voor hun ontwikkeling dat ze bij ons in de competitie zitten.”

Is dat het grootste verschil?
“Nou, er zit natuurlijk ook een verschil in serieusheid. Bij ADO train je elke dag 110 procent en daarna ben je met herstel bezig. Je leeft echt voor het voetbal. Bij Katwijk is dat anders. Jongens werken nog naast het voetbal. Sommige spelers gaan na de training de kantine in. Biertje, bacootje, hapje uit de frituur. Ik denk dat dat het grootste verschil is. Het is gezelliger.”

Wil je nog terug naar het profvoetbal?
“Ik heb zeker de ambitie om terug te keren in het betaald voetbal, maar het moet niet te lang duren. Straks ben je 25 en dan moet je ook bij jezelf te rade gaan of het er nog inzit. De coronaperiode heeft natuurlijk niet meegeholpen. Daardoor ben je twee jaar van je ontwikkeling kwijt.”

Wat als het niet lukt?
“Dan zit ik goed bij Katwijk en ga ik bij mijn vader in het bedrijf werken. Studeren is niks voor mij. Iedereen om me heen is ook elektricien, loodgieter, die sector. Dus ik denk dat ik dan bij mijn vader in de bouw ga werken.”

Hoe zou je jezelf beschrijven als voetballer?
“Ik vind mezelf een klassieke buitenspeler. Wel één van deze tijd. Bal ingespeeld krijgen, actie maken, naar binnen komen en dan afwerken. Met deze tijd bedoel ik backs eroverheen die een voorzet kunnen geven en een buitenspeler die met zijn verkeerde been op de vleugel staat. Dat zie je tegenwoordig bijna overal.”

Als jij altijd maar naar binnen gaat, hoe maakt El Azzouti dan al die doelpunten?
“Ik weet niet of jij weleens de doelpunten van Ahmed hebt gezien. Die heeft mij niet nodig, haha. Hij maakt altijd van die rare doelpunten. Keeper die een bal loslaat, een afgeslagen bal die voor zijn voeten valt. Hij maakt van die frommeldoelpunten. We staan nu allebei op elf doelpunten (per 29 april, red.), maar onderling is het niet zo’n strijd. We mogen elkaar, dus we gunnen het elkaar. Maar misschien dat hij het wel zo voelt. Hij is de spits, dus hij moet ook meer doelpunten maken dan ik.”

Hoe komt het dat jullie zo slecht uit de winterstop waren gekomen?
“Ik weet het niet. Misschien dat sommige jongens toch last hebben van druk. We hadden twee, drie maanden niet gevoetbald en dat haalt de flow eruit. Voor corona waren we echt één team, iedereen vocht voor elkaar, we voelden ons onoverwinnelijk. Nu missen we dat een beetje. Je speelt eerst gelijk tegen TEC, daarna verlies je van Koninklijke HFC. Ik denk dat dat impact heeft gehad. Gelukkig pakten we het op tijd weer op.”

Doen jullie buiten het voetbal nog aan teambuilding?
“We hebben enkele activiteiten op de planning staan. We konden natuurlijk lang niet veel doen door corona. Nu is dat eindelijk een beetje voorbij, dus kunnen we wat regelen. We gaan binnenkort een hapje eten, misschien een keer bowlen. Het is belangrijk voor de teambuilding dat we dat doet. Dan groei je als groep dichter naar elkaar. Je hoeft het dan ook niet de hele avond over voetbal te hebben.”

De zomer komt eraan, ligt de zwembroek al klaar?
“Zeker, ik ga heel graag naar het strand. Ik kom uit Monster, dat ligt driehonderd meter van het strand af, dus je groeit ermee op. Lekker liggen vind ik wel lekker. Ik hoef niet te beachvolleyballen of op vakantie naar van die dorpjes toe. Leg mij maar lekker twee weken ergens op het strand in Spanje. Dan vermaak ik me prima. Ik heb geen zin om met 35 graden door een stad te lopen en de toerist uit te hangen. Even lekker niks doen is ook lekker.”

Waar zien we je over vijf jaar?
“Hopelijk in het betaald voetbal. Zo niet, dan hoop ik een hele mooie periode te hebben bij Katwijk. Ik heb geen voorkeur voor een club in het betaald voetbal. Een ploeg in de Keuken Kampioen Divisie of in de Eredivisie zou leuk zijn. Feyenoord zou een droom zijn, maar je moet realistisch blijven. Misschien een avontuur in het buitenland, maar dan in een warm land, haha.”(JA)

Bron: Tweede Divisie krant

Klik op Katwijk voor het laatste artikel over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.