Home Blog Pagina 472

FC Lisse-sluitpost Erik Cummins: projectleider tussen de palen

Erik Cummins (34) verdedigde in zijn carrière de doelen op de vier hoogste voetbalniveaus van Nederland. Hij stond talloze wedstrijden in de Eredivisie en Keuken Kampioen Divisie onder de lat en vertrok vervolgens naar de Derde Divisie. Dit seizoen leert hij samen met FC Lisse de wetten van de Jack’s League. “Hier ben ik gewoon Erik.”

Het is even lastig om met Erik Cummins in contact te komen. De doelman is druk; hij werkt vijf dagen per week van zeven tot vier uur. Daarnaast staat hij ook nog eens vier keer per week op het voetbalveld. Uiteindelijk weet de doelman een gaatje in zijn agenda te vinden als hij voor zijn werk onderweg is. “Ik ben net vertrokken vanuit Rijnsburg. Ik had een zakelijk gesprek”, vertelt hij aan de telefoon. De keeper heeft geen goede herinneringen aan het voetbalgekke dorp in de Bollenstreek. Enkele dagen eerder kreeg hij daar nog vier treffers om de oren. “Daarom rijd ik hier nu weer snel weg”, klinkt het lachend.

Cummins vertelt dat hij een projectleider bij een asbestsaneringsbedrijf is. “Ik ben een beetje de spil in het web. Zelf saneer ik niks.” Een groot verschil met zijn vorige fulltimebaan. Toen stond hij onder de lat bij profclubs. Terwijl hij zijn auto de snelweg opstuurt, vertelt Cummins over zijn carrière. De doelman groeide op in Rotterdam en hij speelde in zijn jeugd voor DCV in Krimpen aan den IJssel. Daar belandde hij op het papiertje van de scouts van Feyenoord. Op jonge leeftijd vertrok hij naar de topclub en op zijn zestiende tekende hij een driejarig profcontract. Hij speelde samen met onder meer Georginio Wijnaldum en vertrok uiteindelijk naar FC Utrecht. In de Domstad debuteerde hij in de Eredivisie. Later speelde hij voor Go Ahead Eagles en SC Cambuur.

“Terugkijkend heb ik een mooie tijd gehad. Ik had het voor geen goud willen missen. Zo debuteerde ik in Deventer op mijn verjaardag en speelde ik in Leeuwarden tegen Ajax en in de kwartfinale van de KNVB Beker tegen FC Twente.” Toch zullen de meeste voetbalfans de goalie kennen van zijn enige profdoelpunt. “Ja inderdaad, nu je het zegt. Die was ik zelf bijna vergeten.” In een duel tegen Excelsior schiet de doelman een verre uittrap richting de één-op-één staande aanvaller Alex Schalk. De spits glijdt weg, maar de bal schiet door. Collegadoelman Jordy Deckers verkijkt zich totaal op de stuiterende bal. “Nog bijna wekelijks komt er iemand op terug. Dan kennen ze mijn naam en gaan ze googelen. Het blijft iets leuks. Ik had mijn tijd in het betaald voetbal nooit willen missen. Achteraf besef je pas hoe snel het ging. Als ik met mijn vriendin op zondagavond naar Studio Voetbal kijk, is het voor haar amper te beseffen dat ik daar enkele jaren tussen stond.”

Zijn laatste jaar op het hoogste niveau was ironisch genoeg één van zijn beste. “Ik speelde alles in Leeuwarden, maar kreeg helaas geen contractverlenging.” Doelman en fans begrepen er niks van. Hij was het hele seizoen een betrouwbare kracht en behaalde met het team de play-offs waarin de ploeg na strafschoppen werd uitgeschakeld door FC Dordrecht. “Ik had het naar mijn zin, alleen wilde Cambuur doorontwikkelen. Daar doe je niks aan.” Cummins hoopte op een nieuw avontuur, maar er kwam niks dat zijn aandacht trok. Hij zat vol twijfels. Tot de keeper plots een bericht op LinkedIn kreeg. “FC Lisse. Zij zochten snel een keeper en voor mij voelde het direct goed. Het was een mooi moment om terug naar de ‘echte wereld’ te gaan.” Bij Lisse wilde hij gaan werken aan zijn maatschappelijke carrière. Hij had niet meer de illusie dat zijn carrière een enorme vlucht zou nemen. “Ik verwachtte juist eerder een gestage daling. Ik ben blij met mijn besluit. Hier wordt er niet dagenlang over je gesproken door analisten. Bij Lisse ben ik een half uur na de wedstrijd gewoon weer Erik. Ongeacht het wedstrijdverloop.” In de Tweede Divisie staat de mens centraal. Iets dat volgens de doelman bij de profs weleens vergeten wordt. “Mede daardoor was het aanbod van Lisse perfect. Ik kon zonder druk van opkomende sociale media mijn werk met hobby gaan combineren en verder aan de toekomst werken. Dat was ideaal.”

Jaren eerder was Cummins al stilletjes begonnen met zijn toekomst. Als keeper van Go Ahead Eagles volgde hij naast het voetbal een hbo-opleiding. “Ik woonde in mijn eentje in Deventer en de hele dag series kijken is ook niks. Al die jonge spelers zijn van het gamen en de hele rattaplan. Ik besloot via de VVCS een opleiding te volgen. Het vergde enige intrinsieke motivatie, maar uiteindelijk slaagde hij met een 8.5 gemiddeld. “Na mijn profcarrière ben ik gaan solliciteren. Overal nodigden bedrijven me uit en overal hoorde ik dat ze liever iemand met meer werkervaring kozen. Uiteindelijk kon ik via via als rekruteerder aan de slag bij een uitzendbureau.” Werk en school zat altijd in hem. Als talentje van Feyenoord waste hij zomers de borden in een restaurant en in diezelfde jaren haalde hij zijn havo-diploma. Hij probeerde het zelfs nog op de Hogeschool van Rotterdam. Dat plan bleek uiteindelijk iets te ambitieus toen hij naar Utrecht vertrok.

Cummins, die in de zomer graag boeken leest, kwam in zijn eerste seizoen voor FC Lisse terecht in een overgangsjaar in de Derde Divisie. De twee jaar daarna wilde de ploeg promoveren. “Beide keren gooide corona roet in het eten terwijl we goed presteerden. Driemaal was gelukkig scheepsrecht.” Dit jaar maakt de club haar rentree op het derde niveau van Nederland. “We moeten zorgen dat we erin blijven en dan zien we aan het einde wel waar we staan.” Dat is geen formaliteit. Dat weet ook de doelman die soms verbaasd is over het hoge niveau in de Tweede Divisie. “Er lopen echt goede spelers rond en de sfeer op de vaak mooie accommodaties is beter dan bij sommige KKD-clubs.” Het spektakel in de derby tegen vv Noordwijk is wat anders dan de verre uitwedstrijd die hij met Cambuur tegen Helmond Sport speelde. “Eerst rijd je een paar uur vanuit Leeuwarden en dan speel je voor drie fans en een paardenkop. Ik maakte zelfs een keer drie uitwedstrijden tegen de meest zuidelijke clubs in één week mee. Dan is dit wel beter. Als het aan mij ligt komt er nog lang geen einde aan.” (TVS)

Klik op FC Lisse voor de laatste artikelen over de club.
Klik op FC Lisse voor meer informatie over de club.

Halim Aouladsaid kan niet zonder Quintus

Iedereen bij Quintus kent Halim Aouladsaid wel en andersom kent Halim ook bijna iedereen van Quintus. Voetballen is zijn grootste passie. Jarenlang was hij te vinden op de velden van VV Naaldwijk als selectiespeler van de zondag afdeling. Op vijftienjarige leeftijd rolde Halim het trainersvak in en nu bijna 30 jaar later doet hij dat nog steeds met veel liefde. ‘’Kampioen worden is leuk, maar ik ga puur voor de gezelligheid.’’

Naaldwijker Halim Aouladsaid (44) begon met voetballen bij VV Naaldwijk op zondag. ‘’Ik zat in de selectie maar speelde mijn meeste wedstrijden in het tweede elftal. Helaas stopte in 2012 de club met voetballen op zondag. Nu fluit ik bijna elk zondag nog een wedstrijd op het Sportpark De Hoge Bomen. Kan ik ook gelijk mijn conditie op pijl houden.’’ Op vijftienjarig leeftijd rolde hij het trainersvak in bij Naaldwijk. Daar trainde hij verschillende elftallen. Daarna vroeg Schipluiden mij om hoofdtrainer te worden van de A-junioren. Na vier jaar kreeg ik de kans bij Lyra. Daar werden we ongeslagen kampioen.

Daarna keerde ik weer terug bij Naaldwijk als trainer van het tweede elftal. Toen kwam ik Marcel Zaat van Quintus tegen en vroeg mij of ik trainer wilde worden van de A-junioren. Na een goed gesprek waren we er snel uit. Halim heeft dat drie jaar gedaan, maar is daarna niet vertrokken en een echte Quintus– -man geworden. De jaren daarna heeft hij training gegeven aan verschillende leeftijdscategorieen van de F tot de B junioren en was hij vaak bereidt om ergens in te stappen waar ze hem op dat moment goed konden gebruiken. Vorige jaar was hij leider van het tweede elftal en lid van de Technische Commissie. Daarnaast fluit hij al jaren bijna wekelijks wel een wedstrijd.
Dit seizoen heeft de club weer een nieuwe uitdaging voor Halim kunnen vinden. Omdat de selectie namelijk dusdanig groot is heeft Quintus besloten om sinds jaren weer drie elftallen te vormen. Clubman Aouladsaid was nog vrij en wilde heel graag het derde elftal onder zijn hoede nemen als trainer en coach.

,,Het is voor een club als Quintus supermooi dat we een grote selectie hebben en daardoor zelf drie elftallen hebben. Het derde elftal traint net als het eerste en tweede elftal twee keer per week. Er is wekelijks goed contact tussen de trainers van het eerst en het tweede. Richard Langeveld, de trainer van het eerste elftal, bepaald welke jongens hij nodig heeft. Wat overblijft wordt verdeeld over het tweede en derde elftal. Het derde elftal is echt een superleuke groep. De jongens gaan voor elkaar door het vuur.
Het is ook een mooie mix tussen jong en oud. De JO-19 kunnen zo ervaring op doen in het derde elftal, mochten we spelers te kort komen. Wij spelen vaak tegen elftallen waar spelers in zitten die jaren in het eerste elftal hebben gespeeld en nu een beetje afbouwen. Die trainen vaak één keer per week of helemaal niet. Plezier en gezelligheid staat bij ons voorop. Gezien vaak het grote leeftijd verschil en de fitheid van ons elftal moeten we dit seizoen mee kunnen spelen voor promotie.’’

Klik op vv Quintus voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv Quintus voor meer informatie over de club.

NOAD’32 JO19-1 is echt naar elkaar toegegroeid

Vandaag gaan we in gesprek met de JO19-1 selectie van NOAD’32. We spreken met Noah Timmermans, hij is achttien jaar en speelt met sommige jongens al sinds de F-jes. Vandaag vertelt Noah Timmermans meer over zijn elftal.

‘’Wij zijn NOAD’32 JO19-1. We zien onszelf als een team dat bestaat uit een vriendengroep die openstaat voor de eerste, de tweede en derde helft. Wij hebben in een ver verleden een instagram account opgericht. Hier plaatsen wij destijds cynische en sarcastische foto’s en verhalen over de gebeurtenissen van ons team. Dit proberen we ook terug te brengen in de altijd amuserende wedstrijdverslagen. In dit team hebben ook veel jongens een bijnaam.’’

Dit team is een samenstelling van twee hechte teams, de O17 en de O19. ‘’Samen zijn wij een team geworden. We hebben vanaf dit seizoen een nieuwe trainer, Jan Hendriks. Een man met een duidelijke visie, om ons klaar te stomen voor de selectie. Met gedisciplineerde trainingen zet hij ons op scherp voor de wedstrijden op zaterdag. Het mooie van dit team is dat we voor elkaar willen werken, dit was in het verleden wel eens anders. Dit seizoen is speciaal en heeft de trainer ons bij elkaar gebracht. Dit seizoen is ook speciaal door de mensen die erbij zijn gekomen. Sem de Jong uit Sprang-Capelle heeft sinds dit seizoen de overstap gemaakt van Neo’25 naar ons gezellige elftal.
Ook oude bekende Dominik Biniak is sinds dit seizoen terug en maakte in de derby tegen Wilhelmina’26 de winnende, een fantastische rentree. Ook cultheld Rodney is sinds dit seizoen na drie jaar afwezigheid van de partij. Hij heeft voor nu de voetbalschoenen aan de wilgen gehangen, maar is nu onze vaste grensrechter.’’

Omdat dit team uit twee teams bestaat moesten de mannen erg naar elkaar groeien. In beide elftallen was de band niet sterk en bestonden de teams uit losse groepjes. ‘’In dit seizoen zijn wij een hechte vriendengroep geworden die voor elkaar vechten en in de derde helft samen gezellig een pilsje drinken. Op trainingen maken wij in de eerste gebruik van een gezellig lulpraatje, maar daarna gaan we serieus trainen.  Jan en zijn manager Edwin van wijk hebben dit seizoen hulp van een flinke staf. Corné en Corné, fenomenen van dit elftal. Samen hebben ze jaren in het eerste gestaan, nu staan ze wekelijks paraat om trainingen van een topniveau te geven. Wij voelen ons dit jaar ook gezien en dat komt door de professionele houding in dit elftal en de sponsoren die wij hebben. Die hebben dit seizoen gezorgd voor nieuwe tassen, jassen, polo’s en trainingsjacks.’’

We horen al verschillende namen. Daarom wilden we weten of er nog verschillende typetjes zijn ontstaan in dit team. ‘’Ins ons team vol bijnamen bestaan alleen maar kleurrijke figuren. Er is dit seizoen één man opgestaan. Lord James, deze man is net zestien en niet de grootste, maar heeft een schot in de benen daar is heel het land van Heusden en Altena bang voor. Hij verdiende de naam omdat hij ons altijd uit de brand helpt. Het liedje ‘My little lady’ wordt nu dus uit volle borst meegezongen: ‘My little Jamie’.
Wie we ook niet kunnen vergeten is Jesse de Poep, deze jongen is sympathiek buiten het veld, maar in het veld vreet hij je op. Zo kalm dat hij is, in de wedstrijd slaat hij om als het blad van de boom. Zeurpiet van het elftal is Leo. Hij is 90% van de tijd geblesseerd, maar als hij meedoet heeft hij wel een frisse haarband in. Jappie en Tatta, het duo waar je altijd om moet lachen, het mooiste van deze twee is dat ze zichzelf helemaal lam drinken maar op zaterdag hun steentje bijdragen. Als laatste onze Diesel, hij heeft altijd even wat tijd nodig om op te warmen maar wanneer deze vent warm is, zet hij tegenstanders op stelten door het druk zetten.’’

De mannen zijn erg veel naar elkaar toegegroeid. Wij vroegen of dit kwam door hoogte- en dieptepunten die ze hebben meegemaakt en of zij daar iets meer over konden vertellen. ‘’Het absolute dieptepunt zijn de jaren dat sommigen van ons getraind hebben onder de culthelden Manus en Barry. Zij namen ons volkomen terecht niet serieus. Wij speelden destijds vijfde klasse voetbal en ook hier werden geen successen behaald. En dat is nog zacht uitgedrukt. Hier ontstond Cultheld Drico Verhoeven, die sinds dit seizoen is vertrokken naar het fantastische Zeeland. Dit was een groot verlies, want sinds dit seizoen begint wonderbaarlijk genoeg te draaien.
Ook sinds het vertrek van routinier luuk is er eindelijk wat snelheid op de linkerflank. Het hoogtepunt van onze tijd in dit team is toch ook de tijd van Manus en Barry. Hier is ook ons account ontstaan, maar als we spreken over een absoluut hoogtepunt i dat misschien dit gehele seizoen. We hebben ons ontwikkeld tot een ploeg die voor elkaar wil werken en winnen. Dit seizoen heeft er ook voor gezorgd dat wij dichter bij elkaar zijn gekomen.’’

Tot slot wilden we het nog hebben over de ambities van dit team. ‘’Wij zijn een gretige ploeg en leggen de lat voor onszelf altijd hoog. Onze ambitie is dus ook om in de voorjaarscompetitie kampioen te worden. In de huidige tweede fase hadden wij hier kansen voor maar het balletje rolde de verkeerde kant op. Wij geloven erin dat wij kans maken op het kampioenschap in de derde fase. Daar gaan wij hard voor trainen’’, sluit Noah af.

Klik op NOAD’32 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op NOAD’32 voor meer informatie over de club.

Herman Kok van VFC beleeft nieuwe avonturen met de zondag

Als de hoofdmacht van VFC thuis speelt is Herman Kok (53) altijd als eerste op de club. “Dat vind ik heerlijk. Ik open alles, zet de cornervlagen erin, laat de koffie pruttelen. Dan ben ik helemaal in mijn hum.”

Zestien jaar is hij als teammanager betrokken bij het vlaggenschip van de Kwekkers op zondag. “Het hoort gewoon bij mijn leven. Ik werk op zaterdag, de zondag is voor VFC.”

Kok is zo’n teammanager die altijd klaar staat voor de spelers en trainers in de selectie. “Ik heb me altijd ondergeschikt gemaakt. Het gaat om die jongens. Ik probeer ervoor te zorgen dat ze alleen maar aan de wedstrijden hoeven te denken en niet over andere zaken als ‘heb ik mijn broekje of shirtje’ wel bij me.”

Als een speler voor de wedstrijd de kleedkamer instapt, ligt alles al klaar. Inloopshirt, shirt met het goede rugnummer en broekje. En ook over een natje en drankje hoeven ze zich, dankzij Kok, ook geen zorgen te maken. “Voor de sokken moeten ze zelf zorgen. Als ik aan het einde van de dag wat mis, weten ze dat ze een appje van mij krijgen.”

In die zestien jaar was hij één jaar geen teammanager. Kok hierover: “De toenmalige trainer vond de begeleidingsstaf te groot. Bas de Vos, met wie ik kon lezen en schrijven, moest weg. Dat vond ik heel erg. Uit solidariteit ben ik ook gestopt. Maar ik kon het niet loslaten. Ik was als toeschouwer bij alle wedstrijden. Na een goed gesprek ben ik na een jaar weer teruggekomen.”

VFC is in West II nog één van de weinige clubs die op zondag actief is. Het zorgt ervoor dat de tweedeklasser zijn wedstrijden dit seizoen vooral in het Brabantse speelt. “Het is een nieuw avontuur. Naar Den Haag was ook niet alles. We maken wat meer kilometers, maar qua reistijd valt het ook wel weer mee. Als je ergens midden in Den Haag moest spelen, was je ook zo driekwartier onderweg. We zitten nu weer nieuwe complexen en de sfeer en ambiance bij de Brabantse clubs bevallen me wel.”

Klik op VFC Vlaardingen voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VFC Vlaardingen voor meer informatie over de club.

‘Werken bij Excelsior Maassluis een genot’

Dogan Corneille maakt begin oktober bekend dat hij na het lopende seizoen stopt als hoofdtrainer van Excelsior Maassluis. De 48-jarige oefenmeester is momenteel bezig aan zijn vijfde seizoen als eindverantwoordelijke bij de tweededivisionist.

“Ondanks dat ik het nog altijd heel erg naar mij zin heb bij Excelsior Maassluis wordt het na vijf seizoenen tijd voor een nieuw hoofdstuk in mijn trainerscarrière”, zegt Corneille op de website van de club.

Corneille, die eerder trainer was bij RVVH, Alphense Boys, de jeugd van Feyenoord, Kozakken Boys, IJsselmeervogels, Noordwijk en Willem II (assistent), volgde in de zomer van 2018 Jeroen Rijsdijk op als hoofdtrainer bij de Tricolores.

“Ik kijk erg uit naar het restant van dit seizoen waarin we tot nu toe aardig meedraaien, maar zeker nog groeiende zijn. Hierna moeten er weer nieuwe impulsen komen van een andere trainer.”

Excelsior Maassluis is een geweldige vereniging die alles in staat stelt om op topniveau te acteren. Het is een waar genot om hier werkzaam te mogen zijn, maar ik vind het zelf belangrijk om ook weer op tijd plaats te maken voor een vervanger’, aldus Corneille, die zich in Maassluis als een vis in het water voelt. “Het opleiden van talentvolle jeugdspelers spreekt mij erg aan”, zei hij vorig seizoen nog.

Vanaf de eerste dag dat hij de Lavendelstraat inliep, omarmde Corneille die visie. Hij werkt met een ervaren groep basiskrachten die Excelsior al jaren trouw is en een grote bulk aan jeugdig talent, dat aan zijn lippen hangt en zijn voetballessen gretig opslurpt. “Het is natuurlijk een heel verschil of je traint met gearriveerde spelers of met jongens die net komen kijken. Over die eerste groep hoef ik me geen zorgen te maken, want die hebben we niet. Wij denken niet na of we talenten voor de leeuwen gooien, nee we gooien ze. In acht, negen van de tien gevallen komt er uit wat er in zit. Wat wij bij Excelsior Maassluis doen komt voort uit een groot pakket samenwerking. Dat proces vindt plaats in de jeugdopleiding, de technische commissie, de scouting en bij ons in de selectie.”

Dat Corneille zijn huidige werkgever tijdig laat weten na dit seizoen toe te zijn aan een nieuw hoofdstuk in zijn trainerscarrière, geeft Excelsior Maassluis tijd en ruimte genoeg om een waardig opvolger te zoeken. Volgens technisch directeur Niels Redert zoekt de club naar een trainer ‘met het Excelsior Maassluis– DNA.’

Klik op Excelsior Maassluis voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Excelsior Maassluis voor meer informatie over de club.

Jager en pitbull kleuren CION-vrouwen

De één heeft een neusje voor goals, de ander moet je zeven keer voorbij op weg naar het doel. Lilian van Leeuwen en Destiny Rivas kleuren als jager en pitbull het vrouwenteam van CION. “Het blijven hangen na afloop is vaste prik.”

‘Twee gescoord, maar wel verloren’, laat Lilian van Leeuwen na de 3-2 nederlaag van CION in de uitwedstrijd tegen MVV’27 in Maasland weten. ‘Helaas’, voegt ze eraan toe.

Van Leeuwen is buiten het veld moeder van drie kinderen, waarvan de oudste tien en de jongste drie, maar eenmaal omgekleed in het CION-tenue verandert ze in een heel ander mens. Een jager op zoek naar doelpunten. “Dat spits zijn”, zegt ze bijna verontschuldigend, “zit gewoon in me. Als ik de bal heb, wil ik maar één ding: naar dat doel toe.”

Soms heeft ze oog voor een medespeelster, vaak ook besluit ze het ‘zelf’ te doen. Een verwijtende blik van een ploeggenoot krijgt ze niet snel. “Lil is onze beste speelster”, verklaart teamgenoot Destiny Rivas, Van Leeuwens’ maatje in het team. “Ze kan zó goed voetballen. Als je heel eerlijk bent, is ze veel te goed voor dit niveau. Ze kan makkelijk twee klassen hoger mee en dan blinkt ze nog uit.”

Van Leeuwen kreeg haar voetbalopleiding bij Zwaluwen en dat ze talent had viel ook RVVH op. De Ridderkerkse club, spelend in de topklasse, destijds het hoogste niveau, wilde de thuiszorgmedewerkster maar wat graag inlijven. “Ik trainde mee in de voorbereiding op het nieuwe seizoen, maar heb uiteindelijk niet gespeeld voor RVVH. Ik raakte zwanger van mijn eerste kindje.”

Ze speelde bij Excelsior Maassluis, maar verkaste drie seizoenen geleden naar CION waar ze vooral veel gezelligheid vindt. “We zijn hier met vriendinnen onder elkaar. Voetballen vinden we belangrijk, maar de gezelligheid erna ook. We blijven altijd lang hangen om na te praten.”

Dat was voor Destiny Rivas (22) ook de hoofdreden om bij CION te gaan spelen. “Ik heb inmiddels zo’n beetje alle Vlaardingse clubs geprobeerd, maar CION is het helemaal”, zegt ze stellig. Ook zij lijkt in een ander mens te veranderen als ze het veld is opgelopen en het eerste fluitsignaal klinkt. Waar Van Leeuwen negentig minuten op zoek gaat naar goals, bijt Rivas zich volledig vast in een tegenstander. “Ze is echt een pitbull”, reageert Van Leeuwen. Rivas zelf kan om die kwalificatie van haar vriendin wel lachen. “Haha. Het klopt wel dat je mij zeven keer voorbij moet. Sterker, ik laat het gewoon niet gebeuren.”

Het liefste speelt ze op het middenveld, maar trainer Mente Bruning kan haar niet missen op de linksback. Dat heeft niet alleen te maken met haar standvastigheid als verdedigster, maar ook met haar onuitputtelijke drang om de linkerkant te bestrijken. Ze is een moderne wingbacker. “Ik heb altijd veel energie.”

Zowel Van Leeuwen als Rivas voorspellen een seizoen van vallen en opstaan voor hun team, dat grotendeels nieuw is. “We spelen ook nog eens in de vierde klasse, omdat de vijfde klasse is opgeheven”, zegt Van Leeuwen. Rivas: “De nadruk ligt op de ontwikkeling van het team dit seizoen. Samen leren spelen is belangrijker dan onze positie in de eindrangschikking”, aldus Rivas, die met een opvallend rugnummer, 22, speelt. “Dat wilde ik graag. Dat is een zogenaamd engelennummer. Met dat nummer op mijn rug voel ik me het lekkerst. Er was geen shirt met 22, dus moest het apart gedrukt worden. Erg, hé?”

Klik op CION Vlaardingen voor de laatste artikelen over de club.
Klik op CION Vlaardingen voor meer informatie over de club.

Marco Groenendijk laat zijn club Deltasport niet vallen

Marco Groenendijk (54) leeft een veelzijdig leven. Hij behoorde in de jaren negentig tot de subtop van het Nederlandse darten en is inmiddels een verwoed sportvisser in een gesponsord team. Op zaterdagmiddag hanteert hij voor Deltasport de grensrechtersvlag.

Die vlag had hij eigenlijk al diep in een kast opgeborgen, maar toen niet één, twee, drie een vervanger was gevonden vervolgde Groenendijk zijn carrière aan de zijlijn bij Deltasport. “De vrijwilligers staan niet in de rij, zeker niet om wekelijks als grensrechter actief te zijn. Het is vaak een ondankbare taak. Het alternatief is dat er een speler vlagt, maar dat vind ik armoe.”

Groenendijks zoon speelt bij Deltasport in het zesde elftal. Hij was jaren geleden ook de reden om naar het veld te togen. Eerst bij DVO’32, later bij Victoria’04. Bij beide clubs stond Groenendijk ook als trainer op het veld. Toen zoonlief verkaste naar Deltasport kreeg de roodzwarte club er een extra kracht bij op het trainingsveld. “Ik heb een jaar de jongste jeugd getraind. Op een gegeven moment was er geen jeugd meer. Ton Pattinama heeft mij gevraagd of ik niet grensrechter wilde worden van het eerste elftal. Dat heb ik vijf seizoenen gedaan. Ik ben nu min of meer interim-grensrechter. Ik ben er, maar als er viswedstrijden zijn, gaat dat voor. Richting mijn sponsor, Wout van Leeuwen hengelsport, heb ik verplichtingen. Meestal zijn de wedstrijden op zondag, maar een enkele keer gaan we ook op zaterdag op stap. Wedstrijden duren doorgaans zes uur.”

In zijn jonge jaren deed hij een andere sport met passie: darten. De in Delft opgegroeide Groenendijk deed in het Haagse mee aan een clubcompetitie en kon meer dan een aardig pijltje gooien. “Ik heb in wedstrijden en toernooien regelmatig tegen Raymond van Barneveld en Co Stompé, de toppers van toen, gestaan. Ik heb ook wel eens van ze gewonnen. Het verschil was dat zij fulltimeprof werden en ik er een reguliere baan naast had. Daardoor kon ik veel minder uur trainen. En darten is vooral veel gooien en trainen.”

Als grensrechter is hij vaak het mikpunt van kritiek bij wedstrijden. Spelers, trainers en publiek: ze weten het allemaal beter. “Van trainers kan ik dat nog wel hebben, want dat is vaak ook een spel. Maar wat toeschouwers soms uitkramen, dat is ongelofelijk. Ik vind dat ook steeds erger worden. Acceptatie is ver te zoeken.”

“Ik denk dat ik één van de eerlijkste grensrechters ben van de regio. Als het geen buitenspel is, vlag ik ook niet. De jongens zeggen dan wel eens: steek die vlag nou omhoog, maar zo ben ik niet. Ik maak deel uit van het arbitrale trio en probeer die taak zo goed en eerlijk mogelijk uit te voeren. Ik ontvang ook bij de thuiswedstrijden ook de scheidsrechter en maak een praatje. Een scheidsrechter komt ook maar alleen. Het is ook enorm lastig voor zo’n man als je met grensrechters te maken hebt die te pas en te onpas hun vlag voor buitenspel omhoog houden.”

Klik op sv Deltasport voor de laatste artikelen over de club.
Klik op sv Deltasport voor meer informatie over de club.

Ben van Mil beschrijft bij MVV’27 het heden en archiveert het verleden

Supporters die een wedstrijd van de hoofdmacht van MVV’27 hebben gemist, hoeven nooit te wanhopen. Clubverslaggever Ben van Mil zorgt altijd dat er razendsnel een verslag staat op de website. De 65-jarige Maaslander beschrijft niet alleen het heden, maar bekommert zich ook om het archief van de club.

In de bestuurskamer van MVV’27 hangt een prachtige foto. Zwartwit en duidelijk uit andere tijden. “Dat is 1969”, zegt Van Mil die net de opstelling van MVV’27 voor de wedstrijd tegen SC Monster aan het doornemen is. “Die foto is gemaakt tijdens een bekerwedstrijd tegen CSVD Delft, de voorloper van Vitesse Delft. MVV’27 won het duel met 3-2 en dat was verrassend, omdat wij toen in de vierde klasse speelden en CSVD in de tweede klasse.”

Van Mil, die inmiddels mag genieten van zijn vervroegd pensioen, heeft verstand van het heden en verleden van de Maaslandse club. Zelf kwam hij nooit tot grootste daden bij zijn club, maar had wel een basisplaats in het achtste team. “Mijn sterkste helft speelde ik in de derde helft”, grinnikt hij.

Al zo’n elf jaar is Van Mil de vaste verslaggever van het eerste elftal van MVV’27. Door wind en weer volgt hij de verrichtingen van zijn club en ook toen door corona geen publiek welkom was, hield hij de aan huis gekluisterde aanhang op de hoogte van de prestaties van de Maaslandse jongens. “Ik mis af en toe eens een wedstrijdje vanwege vakantie”, zegt hij. “Maar 90, 95 procent van de wedstrijden ben ik er bij. Oefenwedstrijden wil ik nog wel eens laten lopen, maar bij beker- en competitieduels sta ik vrijwel altijd langs de kant.” En mocht ik toch niet aanwezig kunnen zijn dan neemt onze voorzitter Pieter van Rijs deze taak over.

Van Mil bevindt zich dan altijd tussen de dug-outs van beide trainers. “Dat doe ik bewust, omdat ik dan goed de aanwijzingen en commentaren van de trainers kan volgen. Sta je aan de andere kant, dan mis je dat allemaal. Ik wil een zo goed mogelijk verslag kunnen maken van de wedstrijd.”

Direct na de wedstrijd doet hij één drankje, daarna flitst hij naar huis. Dezelfde avond nog staat het concept van het verhaal klaar. “Zondagmorgen stuur ik het vervolgens naar Gerard Jordaan die de website beheert. Hij zorgt ook voor de foto’s en voor tien uur ’s morgens staat het complete verslag op de website.”

Van Mil begon ooit in 2011 bij de uitwedstrijd tegen NSVV. “Rob Zwaard, mijn voorganger, kon niet en hij vroeg mij om hem een keer te vervangen. Blijkbaar beviel het, want al snel daarna werd mij gevraagd of het ik voortaan altijd wilde doen.”

Hij raadpleegt zijn archief om de uitslag te achterhalen. “Ah, 2-3 winst, zie ik. Ik kan me de wedstrijd verder niet goed meer herinneren.”

Waar andere clubverslaggevers hun club soms met een nogal gekleurde bril op volgen, daar valt meteen de objectiviteit van Van Mils pennenstreken op. “Natuurlijk schrijf ik het vanuit MVV’27-kant, maar ik zie wel eens verslagen bij andere clubs waarin frustraties worden afgereageerd op scheidsrechter en/of tegenstander. Dat doe ik niet. Ik probeer de wedstrijd zonder vooroordeel te kijken. Zo beoordeel ik ook het spel van MVV’27. Goed is goed, slecht is slecht. Ik zal echter nooit spelers persoonlijk afvallen. Ik schrijf wel eens dat het een slechte teamprestatie is, maar ik noem geen namen. De jongens in het veld doen ook in hun best. Ze zijn geen profs, hé.”

Andere clubs nemen soms zijn verslagen van de website over. “Dat zie ik vooral als een compliment. Ik krijg eigenlijk maar heel zelden commentaar op een stuk en meestal is dat positief. Ik vind het belangrijk dat de trainer, spelers en toeschouwers zich enigszins kunnen herkennen in het stuk.”

Elk verslag, dat ook gestuurd wordt naar Waterwegsport.nl,  is ongeveer vijf- tot zeshonderd woorden lang. “Het ligt een beetje aan wat er in de wedstrijd gebeurt. Ik kort het verslag in tot vierhonderd woorden en dat stuur naar de lokale krant, de Midden Delfland Krant/De Schakel. Stuur je de lange versie naar deze krant, dan is de kans groot dat men het niet wil afdrukken vanwege plaatsgebrek.

Alle wedstrijden waar hij verslag van doet verdwijnen meteen in het archief wat hij namens MVV’27 bijhoudt. Twintig jaar geleden kon Van Mil het niet over zijn hart verkrijgen dat er wat oude boeken in een kast in de bestuurskamer lagen te verstoffen. “Er werd helemaal niks meegedaan. Als je trots bent als club op je geschiedenis, dan moet je dat ook goed bijhouden.”

Van Mil begon aan een klus die hem tot de dag van vandaag bezighoudt. Lachend: “En ik ben nog lang niet klaar en heb natuurlijk het voordeel dat ik nu niet meer werk. Dagelijks ben ik er wel zoet mee. In de beginjaren ben ik veel geweest op de archieven van de gemeenten Schiedam, Vlaardingen en Naaldwijk om kranten in te zien. Tegenwoordig zijn veel kranten online te bekijken, maar veel van die noodzakelijke kranten zijn van de laatste pakweg veertig jaar helaas nog niet in te zien.

Regelmatig krijgt hij van oud-leden foto’s en ander materiaal. “Ik heb een tijdje geleden weer een grote hoeveelheid clubbladen gehad. Daarmee hoop ik de verzameling compleet te krijgen”.

“In de eerste jaren van onze club was er niet of nauwelijks iets vastgelegd”, vervolgt Van Mil. “Wat er toen wel was, heb ik inmiddels verzameld. Onze club speelde toen, de jaren voor de tweede wereldoorlog, in de ZAC, de zaterdagmiddagcompetitie, een wilde competitie die vanuit Vlaardingen was opgezet.” Een gat in het archief zit er over de oorlogsjaren. “Dat komt omdat er een tijdje, vanaf 1943, niet meer werd gevoetbald. Veel mannen doken onder of waren afgevoerd  voor de Arbeitseinsatz in Duitsland. In 1946 heeft de club een doorstart gemaakt. In sportief opzicht hebben we goede en minder goede jaren gekend. Bij de doorstart begon MVV’27 op het laagste niveau en groeide eind zestiger jaren gestaag door naar de derde klasse van de KNVB. Dat was in de tijd dat de eerste klasse het hoogste amateurniveau was. Tot de zomer van 2015 speelden we in de tweede klasse en inmiddels dus al weer een paar jaar derde klasse. Als dorpsclub, die niet aan betalingen doet, ben je afhankelijk van een goede lichting om hogerop te komen. Bij MVV’27 maken we ons over het algemeen drukker over bijvoorbeeld het Oktoberfest dan over de resultaten.” Het credo van MVV’27 is dat men naast het sportieve aspect ook een belangrijke rol wil spelen in het sociaal-maatschappelijk leven van veel Maaslanders.”

Klik op MVV’27 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op MVV’27 voor meer informatie over de club.

SBC Vrouwen 1 gaat voor de top vijf

Vandaag hebben we het samen met Fleur, Maartje, Roos, Kim en Guus over SBC Vrouwen 1. De meiden zijn ongeveer zeven jaar geleden begonnen met dit team en vertellen vandaag meer over hun team.

 Het elftal is in 2015 ontstaan, zeggen de meiden. ‘’De meiden uit beide dorpen waren van de leeftijd van twaalf tot en met veertien en hadden toen altijd bij de jongens gespeeld. Ons eerste seizoen speelden we als Schoondijke/Breskens MC1 wat later de MB1 en MO19 werd. Sinds 2020 zijn we Vrouwen 1 geworden. Dit samen met drie spelers van Cadzand, dit maakt ons SBC VR1.’’

In dit team hebben de meiden een hele goede band met elkaar. ‘’In de acht jaar dat we samen voetballen hebben we nooit ruzie of iets dergelijks gehad. De meeste meiden uit Breskens voetballen al sinds de jeugd (bij VV Breskens) samen met elkaar. Dat geldt ook voor de meiden uit Schoondijke (bij VV Schoondijke). Sterker nog, bij de warming-up voor onze allereerste training stond er een rijtje Schoondijke aan de linkerkant en een rijtje Breskens aan de rechterkant, maar aan het einde van de training hadden we zoveel plezier met elkaar. We hebben sindsdien nooit meer zo gestaan.’’

Het elftal is dus in 2015 al ontstaan. De meiden hebben veel meegemaakt samen, wij vroegen ons af of er verschillende hoogte- en dieptepunten zijn waar zij ver kunnen vertellen. ‘’Ons hoogtepunt was in de corona tijd. We zijn toen gaan hardlopen om geld op te halen voor Marthe, een meisje uit Breskens die een paar teams jonger voetbalde.
Zij is erg lang heel ziek geweest en haar droom was om Danielle van de Donk te ontmoeten. Uiteindelijk hebben we zo’n 3000 ,- opgehaald en heeft FC Robinstijn er 10 en 11 december voor gezorgd dat ze naar Lyon kon vliegen en drie droom waar kon maken. Onze voetballende hoogtepunten zijn de eerste drie seizoenen toen we achter elkaar kampioen werden en de halve finale beker haalden. Die hebben we helaas met 1-2 verloren van HSSC’61. Maar dat is al langer geleden en een groot deel van die meiden is gestopt of zijn naar een andere club. 

Een meer recent hoogtepunt was de bekerfinale 2019, we moesten toen tegen SteDoCo MO19. Zij speelden twee klassen hoger en wonnen daar alles in de dubbele cijfers. We dachten dat als we het onder de tien houden mogen we blij zijn. Het was 30 graden en we hadden maar twaalf spelers. We waren met zijn allen aan het verdedigen maar na een halfuur kwamen we er een keer uit en scoorde zowaar de 0-1. Onze dag kon niet meer stuk, iedereen speelde enorm goed met name onze keepster Tessa.
Ja wat die had gegeten weten we nog steeds niet. Ook onze hulp keeper Lois voorkwam een doelpunt op de doellijn met haar handen waar geen penalty voor werd gegeven. Op een gegeven moment was de tegenstander in onze zestien aan het rond passen omdat ze niet wisten hoe ze moesten scoren. Helaas wisten ze er er een kwartier voor tijd toch een te maken en gingen we naar penalty’s. We verloren die helaas wel, maar wat een wedstrijd was dat zeg.’’

Aan de trainingen zal het in ieder geval niet gelegen hebben. ‘’We hebben al sinds het begin twee trainers, dat is fijn want ze vullen elkaar vaak aan en zo zijn de trainingen altijd verschillend. Guus is al vanaf 2015 onze trainer, hij trainde ons in Schoondijke, de andere trainer, Carlo, geeft ons training in Breskens. Hij is dit seizoen onze trainer geworden. De trainingen bij Guus zijn veelal bal gericht. En hij durft er hier en daar wel eens een loopoefening door te gooien. Ook doen we al jaren vaak dezelfde afwerk oefening waar hij als kaatser fungeert. De trainingen in Breskens zijn lastiger, we hebben daar een kleiner stuk veld. Dus we doen daar vaak meer pass oefeningen en werken aan onze techniek.’’ 

Verder wilden we weten of er binnen het team kleurrijke figuren rondlopen. ‘’Een van e jongste meiden, Lois, vermaakt ons altijd met haar verhalen. Wanneer zij niet op training is, vragen we ons altijd af waarom het zo stil is die avond. Ook hebben we Kelly. Kelly is er vorig seizoen bijgekomen en ze houdt wel van gezelligheid met het team. Of het nou een drankje is na de wedstrijd of een balletje trappen als er geen training is, Kelly is er bij.
Ook zorgt ze ervoor dat ons Instagram account niet uitsterft. Dan hebben we nog Maartje die ons vaak vermaakt met leuke uitspraken zoals het hebben van een Marenne-teen (omdat Marenne op haar teen had gestaan). Of toen Marenne haar pink had gebroken maar ‘gelukkig had ze er twee’. Overigens kan ze volgens ons goed tot vier tellen. Ook moeten we Walter, onze coach niet vergeten, want zonder hem zou er veel mis gaan. Hij zorgt altijd voor de ballen, bidons, de was en het rijschema en hij komt altijd even een kort kijkje nemen op de training met de hond.’’

Tot slot wilden we het ook hebben over de ambities van dit team. We wilden dit jaar graag de top vijf halen. Toen we zes punten uit de eerste twee wedstrijden hebben gehaald leek dat een haalbaar doel. Alleen lijken we, mede door blessures, net niet tot ons recht te komen. We willen in ieder geval graag nog de teams die dicht bij ons staan op de ranglijst verslaan’’, sluiten de dames af.

Klik op SBC voor de laatst artikelen over de club.
Klik op SBC voor meer informatie over de club.

Adam Poortman van HVC’10 slaat zijn vleugels uit

Adam Poortman maakte als zeventienjarige onder trainer Pim van der Hoorn zijn debuut in het eerste elftal van HVC’10. Daarna ging het ineens snel met de carrière van Hoekenees Poortman. Hij werd in zijn debuut jaar uitgekozen als talent van het jaar en maakte zijn opwachting in het Westlandselftal. Nog geen jaar later besloot hij te stoppen met keepen en koos voor een baan in de horeca. Uit Hoek van Holland komen vaak goede keepers zoals Edgar En Jesper Leerdam, Bryan en Rowdy Janssen en Roy Kortsmit.

Adam Poortman (23) was een kind van de club. Hij begonnen met voetballen bij de E-junioren en al snel bleek hij veel talent te hebben voor het keepersvak. ‘’Bij de D en C junioren was ik keeper van de 1 en speelde ik na mijn eigen wedstrijd als veldspeler vaak ook nog mee met een ander elftal. Het liefst was ik tijdens mijn jeugdperiode de hele dag op het Sportpark van HVC’10 aan het voetballen of spelen met vriendjes.
En natuurlijk hoorde daar dan altijd een patatje of zakje chips bij.’’ Poortman was talentvol en maakte al op zeventienjarige leeftijd zijn debuut in het eerste elftal. ,,In het seizoen 2017/18 begon ik in de A’tjes. We stonden tijdens de winterstop bovenaan en graag was ik doorgegaan om aan het einde kampioen te worden met mijn vrienden. Alleen de nood was hoog bij het eerste elftal omdat Mitchell Smit het plezier in het voetbal was verloren en stopte. Tweede doelman Dennie Storm raakte zwaar geblesseerd.

Dus besloot ik net voor kerst mijn kans te pakken. Vanaf de eerste wedstrijd ging het goed. Ik heb toen maar liefst 300 minuten geen doelpunt tegen gekregen. Uiteindelijk eindigde we netjes in de middenmoot. Zelf draaide ik een goed half seizoen en werd bij de club uitgekozen als talent van het jaar. Talent van het jaar in het Westland ging aan mijn neus voorbij en ging in mijn ogen terecht naar Bram Wennekers (Lyra). Als slagroom op de taart kreeg ik zelfs een uitnodiging voor het Westlands elftal. We speelden toen een wedstrijd tegen Excelsior Rotterdam, dat was echt supergaaf om mee te maken.
De 7-3 nederlaag was na de wedstrijd snel vergeten. Ik kon vertrekken naar Westlandia, maar na een goed gesprek met de trainers Henk de Zeeuw en Dick Bos koos ik voor mijn kans bij HVC’10 omdat ik gezien mijn jonge leeftijd elke week moest keepen. Tijdens het nieuwe seizoen kwamen de keepers Vincent Madern (FC s’Gravenzande) en Tom Spek (RAS) naar HVC.

Na anderhalve wedstrijd kreeg ik al te horen dat ik geen eerste keeper zou worden. Dat was toen jammer en baalde ik van, maar de trainer is de baas en maakt zijn eigen keuzes. In oktober ging ik in de horeca werken en besloot ik te stoppen met voetballen. Ik was er toen gewoon klaar mee en wilde geld gaan verdienen, om daar leuke dingen van te gaan doen. Ik heb een hele korte carrière gehad als keeper en heb er waarschijnlijk niet alles uitgehaald. Spijt heb ik nu zeker niet en eigenlijk vind ik het nu ook wel lekker geen verplichtingen meer te hebben. Ik mis het voetbal ook niet.
Ik werk nu bij Mijn Torpedoloods in Hoek van Holland als kok. Eind van dit jaar vertrek ik naar Bonaire om daar te gaan werken voor een Italiaans restaurant. Daar heb ik echt super veel zin in, omdat koken echt mijn grote passie is. Bonaire heb ik ontdekt tijdens de corona periode en ik was op slag verliefd. De bedoeling is voorlopig één jaar, maar misschien kom ik wel nooit meer terug naar Nederland.’’

Klik op HVC’10 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op HVC’10 voor meer informatie over de club.