Home Blog Pagina 462

Westerweele vertrekt met pijn in het hart bij ’s-Heer Arendskerke

Waar een tijd is van komen, is er vaak ook eentje van weer gaan. Na vier seizoenen is dat moment voor Kees Westerweele er nu ook als trainer van derdeklasser ’s-Heer Arendskerke. De trainer vertrekt door de voordeur én met pijn in het hart.

“Ik heb altijd gezegd dat een trainer na twee of maximaal drie seizoenen weer moet weggaan omdat een groep dan meestal toe is aan wat nieuws. Toch heb ik er hier bij ’s-Heer Arendskerke nog een vierde seizoen aan vastgeplakt. De wens van het bestuur en vanuit de spelersgroep waren dat ik door zou gaan. En zelf had ik ook het gevoel dat ik nog niet klaar was, dat was overigens al voordat we degradeerden. Begin vorig seizoen stopten ook bepalende spelers zoals Justin le Conte en Michiel Bouwman. Dat vang je niet zomaar op en bleek ook. Het zou mooi zijn om de ploeg weer achter te laten als tweedeklasser, maar ik besef dat er dan nog heel wat moet gebeuren.”

Tien seizoenen is Westerweele nu bij verschillende clubs in Zeeland actief als hoofdtrainer, terwijl hij bij RCS nog een periode assistent-trainer was. De afgelopen vier jaar was hij drie jaar actief in de tweede klasse en nu in de 3e Klasse A, waar de ploeg halverwege in de middenmoot staat. “De andere zes teams hebben zich allemaal versterkt, terwijl wij iemand erbij kregen vanuit de JO19 en ons tweede elftal. Vanuit de club hoorde je geluiden ‘dan worden we maar kampioen’ toen we degradeerden. Maar dat word je niet zomaar even. Terugkeren na één seizoen is het lastigste wat er is en dat blijkt ook.”

Een strijdbare ploeg, zo typeert de oefenmeester zijn elftal, maar ook wisselvallig. “In de beslissende wedstrijden zijn we nog niet goed genoeg. Dat is jammer, maar ook te verklaren als je alle selecties van de topteams naast elkaar zet. Ik vind het een geweldige groep, een geweldige club ook om voor te werken en dat heb ik hier met veel plezier en toewijding gedaan. Ik hoop dat we na de winter onze huid zo duur mogelijk verkopen en blijven ontwikkelen.”

Waar én of hij komend seizoen als trainer elders actief is, dat is nog onduidelijk. “Ik zie wel wat er komt en ga ook alleen aan de slag als het niveau goed is en ik perspectief zie. Voorlopig richt ik alles op het restant van dit seizoen. Ik wil het hier goed afmaken, het liefst met een prijs. De deur uitlopen met een periodetitel of misschien nog meer zou mooi zijn. Maar nog belangrijker vind ik dat de mensen hier zeggen: de afgelopen vier jaar hebben we wat geleerd, zijn we gegroeid en hebben we het fijn gehad.”

Klik op vv ‘s-Heer Arendskerke voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv ‘s-Heer Arendskerke voor meer informatie over de club.

Jaimy Matthews wil vooral fit blijven en waarde tonen bij MZC’11

Het zag er in de jeugd niet direct naar uit, dat een basisplek in het eerste elftal van MZC’11 erin al snel zou inzitten. Toch wilde Jaimy Matthews (21) graag iedereen het ongelijk bewijzen, inclusief dat van hemzelf. In zijn tweede seniorenseizoen is hij echter vrijwel altijd basisspeler bij de ploeg die uitkomt in de Zaterdag 2e Klasse G. ‘Ik ben harder en extra gaan trainen om mijn kans te pakken als ik die zou krijgen en dat is me gelukt.’

Maar dat wil niet zeggen dat de rechtsbuiten nu tevreden is. “Zeker niet! Want ik wil nog constanter worden, blessurevrij blijven en vooral belangrijk zijn voor het elftal. Vorig seizoen was ik nog geen basisspeler en heb ik het vooral moeten doen met invalbeurten om te laten zien wat ik waard was. Maar dit jaar heb ik de trainer kunnen overtuigen en heb ik de kansen die ik heb gekregen wel gepakt. Het is dan alleen balen dat je door een blessure weer eventjes een pas op de plaats moet maken.”

De smalle selectie bij de Schouwse formatie noopte Matthews wel om toch op de bank plaats te nemen, terwijl hij nog niet volledig fit was. “Dat is helaas de realiteit waarin we zitten. Onze selectie is relatief smal, zeker als je écht wilt meedoen om de prijzen op dit niveau. Want het is een pittige klasse met een aantal derby’s, maar zeker ook met ervaren teams uit de Rotterdamse regio. Daardoor presteren we nog te wisselvallig en is het zaak om vooral de wedstrijden tegen directe concurrenten te winnen. De middengroep is heel breed, terwijl er een paar teams kwalitatief misschien bovenuit steken.”

Matthews begon in de jeugd van SKNWK, maar toen hij naar Zierikzee verhuisde ging hij daar voetballen. “Ik speelde meestal niet in de selectieteams, maar vooral in de tweede elftallen bij de jeugd. Als tweedejaars B-junior zat ik destijds lekker in vorm en toenmalig trainer Arie van der Zouwen wilde me bij de selectie halen. Dat ging toen niet door en daarna ben ik doorgestroomd naar de JO19 om vervolgens alsnog in de selectie terecht te komen. Daar maak ik nu twee volledige seizoenen deel van uit en dat bevalt perfect. Jammer dat we vorig seizoen de nacompetitie niet hebben gered, maar hopelijk kunnen we dit seizoen opnieuw een prijs pakken. Dat zou in elk geval wel heel mooi zijn.”

Toch ziet Matthews een manco als het gaat over de breedte van de selectie. “We moeten soms een beroep doen op jongens van het tweede en vanuit de JO19, dat is niet ideaal en al zeker niet als je bovenin wilt meestrijden. Concurrentie maakt je als speler in mijn ogen altijd beter en dat is nu soms niet zo. Ik heb ook al sinds de voorbereiding last van een knieblessure die me soms wel wat belemmerd, al doe ik er alles aan om te kunnen spelen. Maar ik probeer het niet teveel te overzetten, mede ook omdat ik in het restant nog zoveel mogelijk wil spelen dit seizoen. Dus als ik rust kan pakken, dan doe ik dat zeker.”

Zelf hoopt hij nog jaren bij de club uit zijn woonplaats te kunnen voetballen, op dit niveau en eventueel ooit in de eerste klasse. “Hier heb ik mijn plek gevonden. Bij de club voetballen veel vrienden ook in het tweede en in de JO19. Dus dat is prettig. Er zit wel potentie in voor de toekomst qua doorstroming en dat is ook wel nodig om de selectie op peil te brengen. Voor de eerste klasse zijn we nu nog niet klaar, maar je weet nooit hoe het plaatje er over een paar jaar uitziet. Als we de kans krijgen, dan moeten we die altijd pakken.”

Klik op sv MZC’11 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op sv MZC’11 voor meer informatie over de club.

Smitshoek gooit aspirant-scheidsrechters niet voor de leeuwen  

Smitshoek heeft een plan ontwikkeld om het scheidsrechterstekort bij de vereniging tegen te gaan. Nieuwe scheidsrechter worden intensief begeleid. “We gaan ze op professionele manier bijstaan”, aldus scheidsrechterscoördinator Jeff Muller.

Smitshoek speelt wekelijks 45 thuiswedstrijden en ongeveer de helft moet worden ingevuld door de scheidsrechters van de vereniging. Dat is een hele puzzel. “Het gaat allemaal net, maar soms ook net niet”, zegt Muller. “Met kunst- en vliegwerk krijgen we het rond, maar het komt ook voor dat we leiders en trainers moeten vertellen dat ze zelf moeten zorgen voor een scheidsrechter. Er is dan gewoon geen scheidsrechter meer beschikbaar.”

Het scheidrechterskorps van Smitshoek slinkt al enige jaren. Muller zegt dat hij een pooltje heeft van tussen de twintig en vijfentwintig scheidsrechters die op wekelijkse basis een wedstrijd fluiten. “Het is heel krap, sommige scheidsrechter fluiten op zaterdag twee wedstrijden of in een uitzonderlijk geval drie, maar dat willen ze zelf heel graag.”’

Muller behoort zelf tot de arbiters die per speelronde twee wedstrijden fluiten. “Junioren, maar ook senioren. Ik loop gemiddeld per wedstrijd negen kilometer, dus het is best pittig.”

Corona heeft het scheidsrechtersbestand bij Smitshoek ook uitgedund, geeft Muller aan. “We zijn er zeker zeven, acht kwijtgeraakt. Scheidsrechters die de voorkeur geven aan andere dingen, een andere tijdsbesteding. We zitten nu op een kritisch punt.”

Daarom schreef Muller een plan om het aantal scheidsrechters bij zijn club uit te breiden. Werving speelt daarbij een grote rol – dat gaat bij Smitshoek via de leeftijdscoördinatoren – maar Muller wil ook zorgen dat aspirant-scheidsrechters niet snel afhaken. “Daarom gaan we ze op een professionele manier begeleiden. Ik heb een zestal mensen bereid gevonden, veelal oudere, gestopte scheidsrechters, die willen begeleiden. We hebben een headset aangeschaft waardoor zij kunnen communiceren met de scheidsrechter op het veld. We hebben die onlangs voor de eerste keer geprobeerd. Dat werkte prima. Een jonge scheidsrechter van zestien jaar floot een JO19-wedstrijd. Normaal had die jongen dat nooit aangedurfd, maar met mijn begeleiding vanaf de kant wel.”

Muller mikt voor nieuwe scheidsrechters niet alleen op de jeugd. “We proberen ook oudere voetballers die stoppen met voetballen over te halen om scheidsrechter te worden. Fluiten is leuk en ze blijven betrokken bij de club.”

Daarnaast wil Muller de uitbetaling, die nu op jaarbasis plaatsvindt, naar twee keer per jaar te brengen. “Bij ons krijgt een scheidsrechter die een jeugdwedstrijd fluit vijf euro, voor een seniorenwedstrijd is dat tien euro. We hopen hiermee mensen te prikkelen om ook een wedstrijdje te gaan fluiten.”

Klik op Smitshoek voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Smitshoek voor meer informatie over de club.

Ronard Venekamp moet creatief zijn bij VV Rhoon

In een seizoen vol degradatiedruk is het voor Rhoon in de derde klasse punten sprokkelen. “Het is een jaar van buffelen, we moeten niet te veel baaldagen hebben”, zegt trainer Ronard Venekamp.

Halverwege de competitie bevindt Rhoon zich in 3C aan de onderkant van de middenmoot. Normaal gesproken een positie die rust geeft, maar in een seizoen, waarin maar liefst twee degradanten zijn en drie clubs gedwongen worden tot het spelen van de nacompetitie, een penibele situatie. “Wie deze degradatieregeling heeft bedacht, weet het in ieder geval heel spannend te maken”, reageert Venekamp (43). “Ik vraag me ook af waarom het zo rigoureus moest, de KNVB had het ook gefaseerd kunnen invoeren. Aan ons de opdracht vijf teams onder ons te houden.”

En dat doet Rhoon in een competitie met veel onbekende tegenstanders. Op SSS en Oud-Beijerland na waren alle opponenten aan het begin van dit seizoen een open boek. “We hebben, toen de indeling bekend werd, ook protest ingediend bij de KNVB. We hadden veel liever in 3F gespeeld. Meer derby’s, meer aansprekende tegenstanders. Ik moet zeggen dat de afstanden mij in deze afdeling meevallen. Internos in Etten-Leur is onze verste rit. De meeste uitwedstrijden lijken verder weg dan ze zijn.”

De grootste uitdaging van Venekamp is zijn eigen elftal. “Er zijn in de zomer vijf, zes oudere spelers gestopt en daar zaten zeker drie, vier jongens uit de basis bij. Die plekken hebben we opgevuld met jongens uit het tweede elftal. Dat, gecombineerd met veel blessures, heeft gezorgd voor een moeizaam begin. Ik heb noodgedwongen jonge spelers meer speelminuten moeten geven. Van rustig brengen was geen sprake.”

En er werd van de oud-speler van Rozenburg ook de nodige creativiteit verwacht, vooral in de voorhoede. “Ricardo Merlaar is een tijdje geblesseerd geweest. Maurice Heijboer, onze spits de afgelopen jaren, is na vorig seizoen gestopt. Brendon Taylor staat nu voorin, dat is eigenlijk onze linksback, maar omdat ik een goede tweede linksback had, was dit de beste optie.”

Eén uitslag van de eerste competitiehelft steekt er bovenuit: de 8-0 nederlaag van Rhoon. “IFC wint ook met grote cijfers van SSS. Die worden met twee vingers in de neus kampioen. Ik heb niet eerder zo’n goed team gezien in de derde klasse, ook Nieuwerkerk niet.”

Venekamp is bezig aan zijn zevende seizoen op sportpark De Omloop, waarvan vijf seizoenen als hoofdtrainer. De kans dat hij na dit seizoen vertrekt is groot. “Aan het begin van dit seizoen heb ik dat de club al laten doorschemeren. Vijf seizoenen is best een lange tijd. Ik denk dat het tijd is voor een nieuwe prikkel, voor mij en voor de club. Binnenkort zal ik met het bestuur om tafel gaan, ik ga er niet geheimzinnig over doen.”

Klik op VV Rhoon voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VV Rhoon voor meer informatie over de club.

Jan Reurings over kaderbeleid binnen verenigingen

We spreken vandaag met Jan Reurings. Jan helpt amateurclubs met het verder organiseren van hun jeugdafdeling en daarin meer structuur brengen. ‘’Meeste amateurclubs hebben vrijwilligers die hun best doen om alle zaken geregeld te willen hebben en ik wil daaraan toevoegen dat ze nadenken over: wat ze precies willen? En hoe je dat gaat doen?’’ Reurings is bezig met hen te helpen hoe je beleid kan opzetten en hoe je dat in de praktijk kan uitvoeren.

Waar kijk je naar?

Jan heeft voor zichzelf een model ontwikkeld om een analyse van de jeugdafdeling te kunnen maken. ‘’Vanuit die analyse kijk ik naar wat voor club het is en wat de ambities van die club zijn. In die analyse kan ik aan gaan tonen waar de verbeter- en sterke punten liggen. Als je dat plaatje hebt kun je vanuit daar toewerken naar het in beeld brengen hoe je dit kunt aanpakken/verbeteren en hoe je dit in de praktijk kan doen. De thema’s zijn in grote lijnen altijd wel: verenigingsbeleid, jeugdbeleid, jeugdvoetbalbeleid, kaderbeleid. Ik kijk naar de jeugdafdeling die niet alleen uit voetbalmensen bestaat maar ook uit mensen die verantwoordelijk zijn voor de randvoorwaarden om zo goed mogelijk met voetballen bezig te kunnen zijn. Ik kijk daarbij echt naar jeugdbeleid, daar waar veel naar jeugdvoetbalbeleid wordt gekeken. Dit is iets wat eigenlijk pas later aanbod komt.’’

Reurings hanteert de zienswijze dat voetballen ‘de kern van de zaak’ is. Is er geen voetbal dan is de club er natuurlijk ook niet. ‘’Maar ik kijk ook naar: wat is er allemaal nodig om zo goed mogelijk met voetballen bezig te zijn en hoe kun je daar invulling/richting aangeven. Ik kijk dus breder dan alleen het voetballen.’’

Knelpunten
We vroegen wat er vaak voor knelpunten te vinden zijn binnen een amateurclub. ‘’Dat er niet een éénduidige manier is van werken. Iedereen doet zijn eigen ding en doet dat op zijn eigen manier. Er is geen gezamenlijke bedoeling om te willen realiseren. Dit moet je met elkaar afstemmen. Er is geen éénduidige visie hoe je met leren voetballen omgaat. Hierin doet iedereen het een beetje op zijn of haar eigen manier. En het is vaak zinvol om te kijken op welke manier omgegaan wordt met jeugdbeleid binnen de vereniging. Elke vereniging heeft een eigen cultuur. Die speelt een grote rol bij de manier waarop van alles wordt gedaan en uitgevoerd.”

”Er zijn clubs die vooral prestatiegericht zijn (dan is er vaak vooral aandacht aan de eerste teams). Hier is niks mis mee natuurlijk, want dit is een keuze. Andere clubs kiezen voor een breder belang. Die besteden veel aandacht aan alle kinderen. Deze willen vooral ook alle kinderen aandacht geven want die zorgen ervoor dat de jeugdafdeling groter kan worden en blijven. Bij prestatieve clubs krijgt juist die groep vaak de minste aandacht. Voetballen is er voor alle kinderen. Dan is het van belang alle kinderen aandacht te geven. Die hebben net zo goed behoefte aan goede coaches die in staat zijn om zinvolle trainingen te geven en die wedstrijden coachen op een manier dat het voor de kinderen nuttig en leerzaam is.’’

Iedereen verdient aandacht
Voor Jan begint jeugdbeleid en jeugdvoetbalbeleid met het feit dat iedereen aandacht verdient. Alle kaderleden en vrijwilligers verdienen aandacht vanuit de club. ”Vaak is het nog: Als iemand langs de lijn staat en die is een paar keer wezen kijken dan wordt er al gauw gevraagd of die een team wil coachen. Hij/Zij Krijgt te horen waar de materialen liggen en dan mag die beginnen. Ik vind dat je vanuit de club aandacht moet geven aan die mensen zodat ze merken dat de club hen erbij wil hebben en ook dat je als club zorgt dat die mensen te weten komen hoe je met trainingen en wedstrijden omgaat. Zo komt het meer van twee kanten. De KNVB probeert hier veel in te doen maar hebben niet de mankracht om dit goed in te vullen. Daarom is een bredere ondersteuning van clubs van groot belang. Ik begin vaak daar waar de KNVB stopt met ondersteunen.”

Opleidingen zien ontwikkelen
Reurings heeft altijd bij opleidingen bij KNVB gewerkt. Daarin heeft hij veel gedaan voor de ontwikkeling van het jeugdvoetballen. Nu als ZZP heeft hij zich hierin verder ontwikkeld en probeert hij clubs te helpen. ‘’Ik heb veel mensen opgeleid bij de KNVB. Dertig jaar geleden in 1990 heb ik de eerste cursus technisch jeugd coördinator ontwikkeld. In dat kader heb ik de opleidingen zien ontwikkelen en mijn bijdrage/inbreng geleverd. Ik ben ook altijd docent geweest van cursussen KNVB (trainer). Hierin heb ik alle cursussen gegeven tot en met de UEFA A jeugd. Ik heb me altijd verdiept in hoe verenigingen in elkaar steken en hoe je hierbinnen richting kunt geven aan de ontwikkelingen die bij een amateurvereniging van belang zijn.’’

Ontwikkelingen
Samen met Jan keken we naar de ontwikkelingen/veranderingen van de afgelopen dertig jaar. ‘’Ten eerste is de grootste verandering dat vroeger, van nature, veel meer kader vanuit de club kwam als tegenwoordig. En het is nu veel belangrijker om goed te kijken hoe je met je kaderbeleid om gaat. Heel veel clubs besteden hier te weinig aandacht aan. De clubs slagen er ook niet in om ouders te laten zien wat er in de jeugd nodig is voor het beleid.’’ Reurings heeft hierbinnen zelf ook veel gedaan wat leidde tot ouders die zichzelf aan gingen melden om bepaalde rollen te gaan vervullen. ‘’De ouders kregen begrip voor hoe de situatie eruitzag. Ik heb me erin verdiept hoe je in de jeugdafdeling duidelijk kan maken wat er allemaal nodig is en hoe je dit communiceert. Ik help clubs om duidelijk te maken aan de leden en ouders wat er nodig is”

‘’Iedereen is een uniek persoon, maar ik help de club wel met het duidelijk maken aan iedereen welke kant een club op wil en op welke manier de club dit wil doen. Bijvoorbeeld door een missie op te stellen, kernwaarden te bepalen en door te kijken naar hoe je die gaat vertalen. Door een visie te ontwikkelen geef je inhoud aan je jeugdopleiding.’’

Tot een gezamenlijke visie/missie komen
Jan begint met mensen uit het bestuur en commissies samen te komen om te kijken wat de clubs willen qua missie/kernwaarden/visie. ‘’Sommigen willen meer presteren en er zijn ook clubs die willen dat alle kinderen met plezier naar de club toekomen en met plezier trainen en voetballen. Vanuit daar krijg je een beeld wat voor club het is. Bijvoorbeeld een prestatieclub of een familieclub. Of een club die een combinatie wil. Op basis daarvan kan je met die mensen zeggen, oké hoe wil je erover drie of vier jaar uitzien. Dan krijg je vanzelf een missie. Door kernwaarden te bedenken en toe te voegen krijgt het uitwerken van de missie een richting die voor de club van belang is. De visie is van belang om de missie en de kernwaarden te vertalen naar de praktijk.”

Mensen dichter bij elkaar brengen
We vroegen ons af of je niet vaak te maken krijgt met mensen die botsen met elkaar tijdens zo’n gesprek. Vaak bij de gesprekken blijkt dat mensen op verschillende manieren kijken naar thema’s die voor een club van belang zijn. Door het gesprek aan te gaan lukt het vaak om mensen dichter bij elkaar te brengen zodat ze meer hetzelfde gaan denken over hoe ze naar de toekomst kijken. Verder is het van belang dat er aandacht is voor het duidelijk maken van wat een bepaalde rol voor betekenis en inhoud heeft. Als iemand training gaat geven, ga je eerst een kennismakingsgesprek voeren waarbij je verwachtingen uitspreekt voordat iemand daadwerkelijk aan de slag gaat. Het is goed om te weten wat je van elkaar verwacht. Vaak gaat het bij een club over trainingen inhoudelijk maar niet over het orde houden. Dat is toch echt een van de grootste knelpunten voor beginnende coaches. Belangrijk is het om daar veel aandacht aan te geven’’

Jan helpt de club met het opleiden van hun kader. Daarnaast helpt hij mensen die andere mensen willen helpen oftewel de coach traint de coach. Jan helpt de club in het structuur aanbrengen van gedrag. ‘’Je merkt regelmatig dat op trainingen niet echt wordt getraind maar dat het meer een soort bezigheidstherapie is.’’ Reurings organiseert bijeenkomsten bij de club met de verschillende geledingen van de club. Een van de onderwerpen is het ontwikkelen van een beeld over de cultuur en het klimaat waardoor er een meer eenduidig beeld bij mensen ontstaat over wat gerealiseerd wil worden. Dit doet hij door het organiseren van een gesprek met verschillende mensen uit de club en komt daarbij achter de cultuur van de club.

‘’Vanuit hier kom je tot de kern van de club en kan je een verdiepingsslag maken in het ondersteunen van de clubs. Je gaat een onderscheid maken tussen wat wel en niet passend is binnen de missie/visie van de club. Ik heb nu een aantal clubjes die heel verschillend zijn. Maar met mijn visie en mijn model kan ik de clubs op maat ondersteunen.’’ Nu heeft hij bijvoorbeeld een club (SC ’t Gooi) die bestaat uit 70% meiden/vrouwen (’t Gooi, Hilversum). ‘’Deze club heeft een andere steun nodig dan een club waar bijna geen meisjes actief zijn.’’

‘Help het mij zelf te doen’
Jan loopt al een jaartje of zestig rond in de voetballerij en heeft hierdoor veel lijntjes, daardoor heeft hij een groot netwerk. ‘’Steeds meer mensen weten mijn ideaal (het voetbalgymnasium), waarbij ik mensen binnen de club wil opleiden.’’

Jan komt bij een club één keer in de veertien dagen langs. ‘’Daarbij gaan we eerst het beleid duidelijk maken binnen de club en organiseren we kaderbijeenkomsten. Niet alleen voor voetbalkader maar ook voor bestuurlijk organisatorisch kader. Dan kijken we naar hoe we met voetbal om willen gaan, op welke manier we met leren voetballen om willen gaan en dat er daarvoor randvoorwaarden georganiseerd moeten worden. Dit gebeurt gefaseerd door het seizoen heen, wat ga je in welke periode doen? Als iets in de stijgers is gezet kijken we naar hoe we het in de praktijk gaan brengen.’’ Jan begeleidt, waarbij de clubs het vervolgens zelf moeten doen. ‘’Je moet mensen helpen met hoe ze het zelf kunnen doen. Dit heb ik vanuit het onderwijs geleerd. Ik ben 25 jaar gymnastiek leraar geweest en de filosofie hier was: ‘help het mij zelf te doen’. Daaraan heb ik gekoppeld dat de ontwikkeling van het individu centraal staat.’’

Heeft u nog belangrijke tips die u mee wilt geven die verenigingen mee kunnen nemen?
Mensen hebben het vaak over een veilige omgeving maar niemand heeft een echt goede uitleg voor wat een veilige omgeving is (Jan wel). ‘’Ik heb door de jaren heen geleerd hoe je een veilige omgeving kunt creëren. De harmonische omgeving is waar mensen zich gerespecteerd voelen en zonder oordelen benaderd worden. Het persoonlijk belang mag niet boven het belang van de groep staan.’’ Jan maakt een gezamenlijk plan met een omgeving die daaraan wil werken. ‘’Het is bij veel clubs belangrijk om daar goed aandacht aan te besteden!’’

Klik op Jan Reurings voor zijn laatste artikel!

RVVH verlengt met hoofdtrainer Kevin Vink

Inmiddels is Kevin Vink tweeëneenhalf seizoen de hoofdtrainer van ons eerste elftal en de huidige samenwerking wordt door beide partijen als zeer prettig en constructief ervaren. Dit heeft geresulteerd in het verlengen van de overeenkomst met Kevin als hoofdtrainer bij RVVH 1.

Kevin zal dus komend seizoen 2023/2024 zijn vierde seizoen ingaan als hoofdtrainer van RVVH 1.

Namens het Bestuur van vv RVVH
TC vv RVVH

Bron: RVVH

Klik op RVVH voor de laatste artikelen over de club.
Klik op RVVH voor meer informatie over de club.

V.V. Olympia’60 uit Dongen opzoek naar nieuwe hoofdtrainer

V.V. Olympia’60 uit Dongen heeft een vacature voor een hoofdtrainer voor in het seizoen 2023-2024. Er wordt gezocht naar een energieke en gekwalificeerde hoofdtrainer met onderstaande eigenschappen en manier van werken.

Ambitieus
– Olympia 1 naar de derde klasse !
– Bouwen en leidinggeven aan een kwalitatief hoogwaardige selectie 1, 2 en JO-19
– Actief zicht houden op bovengenoemde teams
– Met zicht op lange termijn (bouwen aan structureel succes)

Manier van werken
– Brede en gevarieerde oefenstof met doel om spelers individueel en het team als geheel te
ontwikkelen.
– In staat tot goede wedstrijdanalyses en dit gebruiken in wedstrijdbesprekingen, trainingen,
etc…
– Aandacht voor het individu (speltechnisch en sociaal)
– Nauwe samenwerking met JO-19 en Olympia 2, met duidelijke afspraken (zoals op
donderdag zijn de selecties rond voor 1,2 en JO19-1)
– Duidelijke communicatie en samenwerking met TC
– De hoofdtrainer onderschrijft het technisch beleidsplan en handelt daar naar.

Sociaal aspect
– In staat om goed tussen en boven de spelers te bewegen
– Goed kunnen navigeren binnen alle geledingen van de vereniging
– In bezit van VOG document
– Actief bij evenementen (ledenvergadering, allemaal Olympia)
+pluspunten:
– Breed netwerk
– Geïnteresseerd in overige teams, buiten de selectie elftallen.
– Volledige focus op Olympia

Bij interesse kun je je reactie sturen naar TC@olympia60.nl.
Ook voor aanvullende informatie kun je op dit e-mailadres terecht.
De eerste gesprekken met kandidaten zullen worden gepland op 18 en/of 20 januari a.s.

Klik op V.V. Olympia’60 voor meer informatie.

Ruud Boessen stort zich vol opgave op WCR

Ruud Boessen wordt bij WCR de nieuwe technische man. Hij volgt in die rol Jan de Groote op. De Rhoonse club krijgt met Boessen iemand die er ‘honderd procent’ voor gaat.

“Het is het moment om het stokje over te dragen”, zegt De Groote. “Ik woon al een paar jaar in Drenthe en hoewel ik regelmatig in Rhoon ben is dat geen ideale situatie. Ruud is een man met ervaring en een netwerk. Hij kan mijn rol perfect overnemen.”

Boessen meerde afgelopen zomer aan bij WCR, waar hij dit seizoen keeperstrainer is van de selectie. “Ik train vier keepers”, zegt de 55-jarige oud-doelman. “Ik heb in een verleden bij Oude Maas gespeeld en ik ken nog wat jongens die nu in het eerste van WCR zitten. ‘Kom lekker naar ons toe’, zeiden ze. Ze wisten dat ik geen nee zou zeggen.”

Boessen mag dan 55 jaar zijn, hij beleeft het voetbal nog net zo als toen hij twintig was. Hij sloot zijn actieve carrière niet eens zo lang geleden af. “Op mijn vijftigste heb ik nog bij Overmaas tussen de palen gestaan.”

Zijn carrière is lang en bestrijkt een groot aantal clubs. Bij het ter ziele gegane TOGR was hij doelman van de hoofdmacht en zat hij later ook in het bestuur voor de technische zaken. Een functie die hij nu dus ook bij WCR gaat bekleden. “De basis is en blijft gezelligheid en een goede sfeer”, reageert hij. “Ik vind het leuk om activiteiten te organiseren. Niet alleen voor het eerste, maar voor de hele vereniging. Ik ben iemand die zich volledig stort op een club.”

Zijn knowhow en netwerk komen straks goed van pas als er voor het nieuwe seizoen weer een elftal moet worden samengesteld. “Goed je ogen en oren open houden”, zegt hij daarover. “Het is niet meer zoals vroeger, dat elftallen lang bij elkaar blijven. Ook bij WCR zijn jaarlijks wel zes, zeven mutaties. De opengevallen plaatsen moeten worden ingevuld.”

“We hebben geen tweede selectie-elftal. We werken nu met een selectie van 25 man. Dat lijkt veel, maar door blessures komt dat neer op achttien spelers.”

Na een allesbehalve overtuigende start in de competitie is WCR vanaf oktober begonnen aan een opmars in de vierde klasse F. Daardoor heeft het een prima uitgangspositie voor de tweede competitiehelft. “Het kampioenschap is geen must, maar we willen wel minimaal de nacompetitie halen. Als club hebben we de ambitie om de derde klasse te halen.”

Klik op WCR voor de laatste artikelen over de club.
Klik op WCR voor meer informatie over de club.

Özkar Catir met Bolnes ‘in de herbouwing’

“We moeten geduld hebben en tegelijkertijd het proces tijd gunnen”, zegt Özkar Catir, na een matige start van Bolnes 1 in de vierde klasse. De Ridderkerkers hadden gehoopt de bekersuccessen voort te zetten in de competitie, maar daarin spelen zij vooralsnog een bijrol.

Catir kende als verantwoordelijk technische man een heftige ‘overschrijvingsperiode’ in mei en juni. Toen hij met de selectie van vorig seizoen de balans opmaakte, bleken maar veertien spelers van plan Bolnes in het nieuwe seizoen trouw te blijven. “Veertien spelers waarvan ook nog eens vier veteranen, waaronder mijzelf”, zegt hij. “Er moest wat gebeuren.”

Catir haalde met Burak Dogan en Murat Gök twee ‘namen’ binnen, waarna via het netwerk nog eens 22 andere nieuwe spelers naar sportpark Bolnes kwamen. “Veel ongezien”, zegt de technisch coördinator, die zelf als voetballer nog de gloriedagen van de eerste klasse meemaakte. “Ik heb spelers gegoogeld, om toch maar iets van ze te weten te komen.”

Toen de markt dichtging, bleek Bolnes een aardige selectie te hebben, maar wel met veel spelers die een jaar niet of nauwelijks hadden gevoetbald of een paar jaar helemaal niet. “Dat gegeven hebben we onderschat”, zegt hij met de wijsheid van nu. “In de voorbereiding draaiden het eigenlijk als een trein. We speelden goed, ook tegen veel hoger spelende teams. In de beker wonnen we drie keer. In de competitie bleek echter al snel het effect van een grote groep spelers die min of meer een lange periode inactief zijn geweest. Veel pijntjes, veel blessures. Voor onze nieuwe trainer John Bravenboer is het nog steeds lastig werken doordat veel spelers nog niet helemaal fit zijn.”

Zelf speelde Catir ook al, noodgedwongen, mee. “Dat was bij Moerkapelle. De bedoeling was om te gaan kijken, maar ik moest me meteen omkleden en ben in de tweede helft nog ingevallen. Ik ben 42 en in mijn nadagen. Dat lijkt me niet de bedoeling.”

Catir, die in het dagelijkse leven projectmanager is, heeft goede hoop dat de situatie zich snel gaat verbeteren. “Over de kwaliteit in het team maak ik mij geen zorgen, het gaat erom dat alle spelers fit worden. Daar gaat een hele tijd overheen. Dat is niet ideaal, maar wel de situatie waarmee we te dealen hebben.”

Catir is ongeveer de laatste om het op te geven. “Oh, nee, beslist niet. We wisten toen we aan dit proces begonnen, dat het niet makkelijk zou worden. Ik ben 36 jaar lid van Bolnes en deze club is belangrijk voor mij.”

Catir maakt sinds 2015 deel uit van de ‘Vrienden van Bolnes’, dat bestaat uit clubiconen die toezicht houdt op de dagelijkse gang van zaken. “Als club hebben we de afgelopen jaren grote stappen gezet. Onze jeugd groeit als kool. Ten opzichte van vorig seizoen hebben we twee jeugdteams meer ingeschreven. Er melden zich wekelijks nieuwe jeugdspelertjes.”

En bij die positieve ontwikkeling hoort volgens Catir ook een vlaggenschip dat als uithangbord van de club fungeert. “Ik ben ervan overtuigd dat dit project gaat slagen. De resultaten vallen nu wat tegen, maar het gaat straks zeker draaien.”

Klik op SV Bolnes voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SV Bolnes voor meer informatie over de club.

Clubicoon Koen Warners doet stapje terug bij SC Monster

Als er iemand genoemd kan worden als voorbeeld clublegende bij SC Monster is het, naast Ruud Zuiderwijk, natuurlijk Koen Warners wel. Koen speelde zijn hele leven in Monster. Liever was hij nog een jaar doorgegaan, maar Warners heeft zijn keuze gemaakt. Hij is deze zomer gestopt met selectievoetbal. De afgelopen zeventien jaar leefde hij voor SC Monster.

Hoe vaak is Koen Warners (35) door de poorten van Sportpark Polanan naar binnen gelopen? Dat moet ontelbaar vaak zijn. Al zijn hele leven lang komt hij naar het sportpark om te doen wat leuk vindt: voetballen voor SC Monster. Op zeventienjarige leeftijd maakt hij zijn debuut in het eerste elftal van RKSVM, na de fusie werd dat SV Polanen en later Sportclub Monster. Uiteindelijke speelde Warners maar liefst 392 officiële wedstrijden in de hoofdmacht. ,,Ik was zeventien toen ik mocht debuteren, nu ben ik 35. Ik voel me niet oud, maar stiekem zijn er toch flink wat jaren voorbij gegaan bij deze mooie club. De keuze om te stoppen met selectievoetbal was niet gemakkelijk. Eigenlijk had ik nog een jaar door gewild. Ik voel me fit genoeg en mijn niveau is nog in orde. Maar ik stop liever nu, dan dat mensen gaan roepen dat ik te lang doorga.

Ik was van plan om helemaal te stoppen met voetballen en andere dingen te gaan doen. Dat gaat niet gebeuren wat ik ga samen met Patrick Johler, die na een jaar gestopt te zijn weer zijn schoenen heeft aangetrokken, voetballen in het derde elftal. Dat is een hele jonge talentvolle lichting die wij met z’n tweeën gaan begeleiden. Daarbij moet je denken hoe de jongens zich moeten gaan voorbereiden op seniorenvoetbal. Het is in mijn ogen een hele mooie uitdaging. Zelf heb ik van alle trainers wel dingen geleerd, mijn laatste trainer in de jeugd, Marcel van Zeijl, heeft mij op het middenveld gezet en vervolgens heb ik daar 18 seizoenen gespeeld.

En vervolgens zijn we met Reinier van Mierlo twee keer kampioen geworden in de vijfde en vierde klasse. Hij heeft mij persoonlijk getriggerd om beter te worden met bepaalde opdrachten tijdens periodes. Daarna, onder Wim Baggerman, zijn we doorgestoten naar de tweede klasse. Op mijn 21e mocht ik aanvoerder zijn en werd ik bij alles betrokken. Trainer Marten Glotzbach woonde bij mij om de hoek. Vaak zat ik vrijdagavond bij Marten aan tafel en praatten we uren over voetbal. Het was voor mij ook een harde klap dat Glotzbach na de degradatie naar de derde klasse na vijf jaar moest vertrekken bij de club, terwijl zijn contract net was verlengd. Marten was een echte clubman en wist van de selectiespelers echt alles. Een ander dieptepunt voor mij was dat ik tijdens de kampioenswedstrijd tegen Schipluiden al na drie minuten mijn middenvoetsbeen brak.

Gelukkig werden we toen wel kampioen. Natuurlijk ga ik het spelen in het eerste elftal enorm missen. Wat ik het meeste ga missen is het overwinningsgevoel. Dat je de hele week samen keihard traint om zaterdag de winst te pakken. Vorige seizoen pakten we maar liefst 62 punten, verloren er maar twee wedstrijden. In elke ander klasse zouden we kampioen zijn geworden, maar FC Skillz uit Den Haag, een bij elkaar gekocht team, werd kampioen. Tijdens de nacompetitie waren we niet scherp en daardoor snel uitgeschakeld. Dat is echt megazonde want SC Monster hoort in mijn ogen thuis in de tweede klasse. Dat is ook een klasse waar meer wordt gevoetbald en dat past ons beter dan het vechtvoetbal in de derde klasse. Dit seizoen geef ik ze een goede kans om te promoveren.’’

Klik op SC Monster voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SC Monster voor meer informatie over de club.