Home Blog Pagina 447

‘Bijdragen aan een gezonder leven voor kinderen’

Zich vervelen, op de bank hangen of met hun telefoon spelen. Dat behoort bij de sport-bso in Zegge tot de verleden tijd. Want sinds september is het daar, na school, tijd voor extra lichaamsbeweging. “We willen kinderen graag gezonder het leven door helpen.”

Was getekend, Kim van Greevenbroek. Hij is samen met Dion Landstra medebestuurder van Stichting Kinderopvang Mariadonk. “Daar waren we, vanuit onze missie en visie, al langer mee bezig. Vooral de oudere kinderen vinden het wachten dan niet meer zo leuk, die gaan zich vervelen.” En dus dachten ze in Zegge bij zichzelf: “Is een sport-bso niet iets voor ze? Meer beweging en kennismaken met sport en spel.” Landstra vult aan. “Je ziet een duidelijke verandering in de behoefte, kinderen willen meer uitgedaagd worden. En dit idee past natuurlijk ook heel goed in een gezondere leefstijl.”

Stukje bekendheid

Al waren ze daar bij de bso al eerder mee bezig, vertelt Van Greevenbroek. “Op het vlak van voeding, hadden we al eerder een samenwerking met TIC. Die leverden al een bijdrage.” Ook sinds een jaar of vier, tijdens de zogeheten tussenschoolse opvang. “Toen kwam Gijs (Bogers) al tijdens de middaguren, om te bewegen met de kinderen.”  Dat wordt nu, op de voetbalvelden van voetbalclub DIOZ, alleen nog maar meer uitgebreid. “Daar heb je natuurlijk veel meer mogelijkheden en je creëert ruimte.” Een logische samenwerking overigens. “Die relatie lag er al, onder meer omdat we al langere tijd hoofdsponsor zijn van de jeugd. We hebben ons plan voorgesteld aan het bestuur, die waren meteen enthousiast.” Het mes snijdt op die manier aan twee kanten, weet Landstra. “Voor hen is het natuurlijk ook een stukje bekendheid.”

Spelvreugde

Maar wat gaan ze daar nou precies doen? Van Greevenbroek geeft een korte samenvatting. “We willen ze heel breed kennis laten maken met allerlei sporten. Hockey, tennis, volleybal, basketbal en natuurlijk voetbal. En bij slecht weer? Dan kunnen we naar binnen. Voor tafeltennis, tafelvoetbal, schaken, dammen of andere spelletjes.” Voorlopig alleen nog op dinsdag en donderdag, maar straks ook op maandag. Onder leiding van iemand van TIC en een pedagogisch medewerker. “Een sportinstructeur en iemand die de kinderen opvoedkundig begeleidt. Twee werelden dus.” Niet alleen landelijk, maar ook in de gemeente Rucphen is bewegen dan ook een belangrijk thema.
“En het is toch ook veel leuker om echt lekker bezig te zijn?” De eerste reacties zijn positief en dus hoopt het tweetal op een mooi vervolg. “We hebben nu gemiddeld acht kinderen per middag, daar hopen we natuurlijk op meer aanwas. Het is echt hoe meer zielen, hoe meer spelvreugde. Dat staat op één. De ruimte is er!”

Klik op v.v. DIOZ voor de laatste artikelen over de club.
Klik op v.v. DIOZ voor meer informatie over de club.

Onderhoudsploeg gedijt in nieuwe kleding

Ze zijn de stille krachten op de achtergrond bij IFC, maar o zo onmisbaar: de mannen van de OnderhoudsPloeg IFC (OPI). En ze worden af en toe (stilletjes) in de watten gelegd.

Van Nieuwenhuizen Daktechniek kregen zij onlangs nieuwe warme jassen om ook in de wintermaanden hun klussen op het terrein op sportpark Schildman te kunnen voltooien. En door Jumbo van Daalhuizen waren eerder dit seizoen al nieuwe polo’s geschonken. De OPI bestaat inmiddels uit veertien vrijwilligers die drie keer per week bij IFC te vinden zijn en die allerhande klussen oppakken: van onderhoud tot schilderwerkzaamheden, van elektriciteitsklussen tot het opknappen van de reclameborden en –uitingen. Onmisbare krachten op de achtergrond van de club, die hun werk met liefde doen maar dus ook regelmatig een blijk van waardering krijgen.

Foto gemaakt door: Jeroen van der Sman

Klik op IFC voor de laatste artikelen over de club.
Klik op IFC voor meer informatie over de club.

Katwijk-aanvaller Tim Freriks is een huismus die altijd terugkomt

Tim Freriks (24) behoort tot de jongere spelers van vv Katwijk. Toch heeft de Zaandammer al een indrukwekkend rijtje clubs achter zijn naam staan. Hij zwierf van Noord-Holland tot Groningen en van Utrecht tot Zuid-Holland. “Maar er gaat niks boven Zaandam”, zegt hij lachend. Daar komt hij uiteindelijk altijd weer terug.

Elk steegje en gangetje van Zaandam kent Freriks op zijn duimpje. De Zaanse Schans en de typisch groene huisjes in de stad vallen hem niet eens meer op. “Bij amateurclub PSCK begon het lang geleden allemaal. Op vijf minuutjes fietsen van mijn ouderlijk huis. Toen was ik er wat sneller dan die veertig minuten die ik tegenwoordig in de auto zit naar het verre Katwijk”, glimlacht de voetballer die op elke positie in de voorste linie kan spelen.

Bij PSCK, een club die later fuseerde tot Hercules, behoorde Freriks in elk team tot de betere spelertjes. Soms had hij daardoor het gevoel dat hij een bepaalde uitdaging miste. “Regelmatig ging het te makkelijk voor mij. Ons team speelde in een lagere jeugdklasse waardoor ik amper tegenstand had en veel scoorde. Om die reden switchte ik van club en begon ik bij KFC Koog aan de Zaan. De jeugdelftallen van die club spelen op wat hogere niveaus en ik verwachtte daar meer uitdaging te vinden.” Hij vond die direct. In het begin had de spits het, tot zijn eigen verbazing, zelfs heel zwaar in het nieuwe team. Hij zat midden in een felle groeispurt en kampte daardoor met fysieke pijntjes. “Waar ik normaal één van de beteren was, behoorde ik nu plots tot de minderen van het team. Ik zat op de bank en het liep allemaal niet vlekkeloos.” Gaandeweg vond de tweebenige speler alsnog zijn plekje in het dorpje boven Zaandam. “Het klinkt een beetje cliché, maar dat had eigenlijk vooral met ouderwets hard werken te maken. Ik geloofde in mezelf en wilde dat ook aan anderen laten zien.

Eigenlijk kwam alles eruit in de wedstrijd AFCKFC. “Bij ons waren er nooit scouts, maar in het grote Amsterdam natuurlijk wel. Ik speelde één van mijn betere wedstrijden in het zwartblauw en scoorde zelfs een prachtige hattrick.” Die prestatie viel scouts van Eredivisieclub FC Groningen op. Zij boden hem een proeftraining bij de groen-witten aan en daar overtuigde hij de trainers van zijn kwaliteiten. Hij mocht aansluiten bij de club. “Van de een op de andere dag verliet ik Zaandam voor een pleeggezin in Groningen. Voor mij was dat een zware tijd. De familie waar ik toen woonde ving mij perfect op, maar ik miste thuis.” Vaak ging hij ’s avonds laat terug naar huis en reed hij de volgende morgen om een uur of vijf in de morgen weer naar het hoge Groningen. “Ik ben een huismus. Voor mij is het lastig om langere tijd weg te zijn uit mijn vertrouwde omgeving. Hier heb ik al mijn familie en vrienden. Daar hecht ik veel waarde aan. Ik kan hun niet zomaar loslaten en achterlaten.”

Tactisch
Qua voetbal ging het hem, tot zijn eigen verbazing, een stuk beter af. “Dat komt denk ik doordat ik vanuit de amateurwereld kwam. Daardoor zit er nog veel rek in en leer je erg veel in korte tijd. Voor het eerst train je twee keer per dag en ben je een stuk meer tactisch bezig.” De eerste periode schoten zijn prestaties op het veld omhoog. Hij kon het niveau goed aan en scoorde in totaal 27 keer voor Groningen O19 en O21. “Ik speelde met de Japanner Ritsu Doan (oud PSV, red.) samen en ik haalde ook het eerste elftal. Helaas kwam het nooit van een definitieve doorbraak in de Euroborg.” Wel leerde hij een hoop toen hij op zichzelf ging wonen in de Martinistad. “Daardoor kan ik nu bijvoorbeeld koken en wassen.” Hij ervaarde dat het schoonhouden van je huis een absolute must is. “Ik was eens aan het slapen met de deuren van mijn balkon wijd open. Opeens word ik wakker van aparte geluiden. Ik dacht: wat krijgen we nou! Twee grote meeuwen waren mijn appartement binnengevlogen en maakten alle etensrestjes soldaat.” De geschrokken Freriks spoedde zich terug naar zijn slaapkamer en de slaapkop sloot zich daar bijna één uur op totdat de vogels weer letterlijk gevlogen waren. “Ik was bang voor ze. Voor hetzelfde geld vallen ze mij aan”, zegt hij lachend. Na het voorval hield hij zijn kamer een stuk netter. “En de ramen waren plots wat vaker dicht”, grijnst hij.

Gevoel
Om alsnog de Eredivisie te halen, besloot hij het bij FC Utrecht te proberen. “Helaas had ik veel last van een chronische darmontsteking en het was afwachten hoe en wanneer ik zou herstellen. Daardoor kwam het er eigenlijk maar niet van.” Freriks speelde amper en hij nam een rigoureuze beslissing. “Ik deed één grote stap terug om er vervolgens enkele vooruit te kunnen zetten.” Het bleek de juiste keuze voor de speler. Na een succesvol seizoen bij OFC Oostzaan meldde tweededivisionist vv Katwijk zich. “Ik kreeg meerdere aanbiedingen, maar zij waren de eerste en ik had gelijk een goed gevoel.” Wat dat gevoel veroorzaakte, vindt de aanvaller lastig uit te leggen. “Het heeft denk ik te maken met de sfeer die ik proef wanneer ik een sportcomplex oploop. Als ik dan om me heen kijk bij het veld, de tribunes en de kantine voel ik vanzelf of ik me ergens thuis kan voelen”, legt hij uit.

In de kustplaats liet hij al snel zijn voeten spreken. Het eerste seizoen (door de coronapandemie onderbroken) scoorde hij gelijk in zijn officiële debuut en in het tweede jaar won Freriks de titel met Katwijk in de Tweede Divisie. “Mijn eerste echte kampioenschap”, klinkt het trots. Hij was bij elf doelpunten betrokken (vijf goals en zes assists) en de multifunctioneel inzetbare speler had daarmee een belangrijk aandeel in de grote prijs. “Om het te vieren, zijn we met z’n allen enkele dagen naar Ibiza gegaan. Met zestig man hebben we de tent helemaal op z’n kop gezet. Het was gekkenhuis.” Dit jaar hoopt hij weer een reis te mogen maken. Dat zou betekenen dat de aanvaller een tweede kampioenschap aan zijn palmares mag bijschrijven. “Ik zou graag nog eens naar Ibiza gegaan. Dat is me erg goed bevallen en mag van mij zeker nog wel een keer”, besluit hij dagdromend. (TVS)

Klik op vv Katwijk voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv Katwijk voor meer informatie over de club.

Bram de Bruin: Rotterdammer in Rijnsburg-shirt

Lee Towers, Jules Deelder en Gerard Cox. Stuk voor stuk rasechte Rotterdammers met hart voor de stad. Wie ook in dat rijtje past? Rijnsburgse Boys-middenvelder Bram de Bruin (25). “Ik ben geboren in Capelle aan den IJssel, maar in de Maasstad ben ik opgegroeid en hier wil ik ook nooit meer weg.”

De afstand tussen Rotterdam en Rijnsburg is ruim veertig kilometer. Onder ideale omstandigheden een ritje van net geen drie kwartier. “Maar helaas zit ik meestal wat langer in de auto. In de drukke avondspits en met alle opstoppingen in het centrum van de mooie Maasstad zit ik al gauw boven het uur.” Voor De Bruin is dat totaal geen probleem. De linkspoot zit elke keer weer rustig achter het stuur van zijn bolide. “Ik ga echt niet weg uit de stad om wat minder reistijd te hebben. Ben je gek, daar is het hier veel te mooi voor”, grijnst hij.

Samen met zijn vriendin woont de middenvelder sinds dit jaar in een nieuwbouwwoning in Rotterdam-Zuid. Een groot deel van de zomervakantie besteedde het koppel aan de inrichting van hun paleisje. “Nu is het zo goed als klaar en we zijn er hartstikke blij mee. We boffen enorm met dit huisje in hartje stad.” Alles is op fietsafstand en daar is hij maar wat blij mee. “In een kwartiertje ben je in hartje centrum. Dat is toch geweldig. Ik zie mezelf nooit meer in een andere stad wonen en ik moet ook bekennen dat ik van vertrouwde plekken houd. Iets wat ik niet zo goed ken, boeit me dan ook niet”, vertelt de voetballer die zich in het dagelijks leven bezighoudt met marketingopdrachten voor een detacheringsbureau.

In Rotterdam wonen zijn vrienden met wie de linkspoot regelmatig een hapje gaat eten. “Soms pakken we gezellig een terrasje met z’n allen. Of ik dan ook een biertje drink? Jazeker, dat hoort er gewoon bij en ik weet zelf hoe ver ik kan gaan. Maar ik ga niet ontkennen dat ik nooit dronken op het Stadhuisplein heb gestaan”, klinkt het lachend. Met diezelfde vrienden sport De Bruin regelmatig. Zo houdt hij van padellen en ze hebben samen een groepsapp waarin de groep afspreekt om te voetballen. “Dat is ontstaan in de coronaperiode. Toen had je immers niet veel te doen en van dat binnen zitten word je ook moe.” De appgroep bleef ook na de pandemie bestaan en er kwamen zelfs nieuwe leden bij. “Als er iemand zin heeft om lekker te ballen, appt diegene. Als het even kan, ben ik zeker iemand die gelijk de fietst pakt. Het blijft hartstikke leuk om ergens op een pleintje in de stad met je maten te voetballen.”

Droom
De Bruin woont net onder de rook van De Kuip. Het stadion van de club waar hij in zijn jeugd één jaartje voor uitkwam. Hij speelde in de E’tjes bij Feyenoord samen met rechtsback Bert Koomen die bij Rijnsburgse Boys opnieuw zijn teamgenoot is. Verder zat hij met jongens als Calvin Verdonk (NEC) en Jari Schuurmans (FC Dordrecht) in het team. Spelers die wel doorbraken op het hoogste niveau. “Maar het profvoetbal bleek voor mijzelf net een stapje te hoog. Zo goed ben ik nou ook weer niet.”

Hij liet zijn droom los en keerde na een seizoen in het rood-wit terug naar zijn oude ploeg, de junioren van vv Nieuwerkerk. Hij bleef daar niet heel lang. De Bruin maakte steeds een stapje en kwam zo telkens op een hoger niveau terecht. Vanuit Nieuwerkerk aan den IJssel vertrok de middenvelder naar een andere IJsselstad: Capelle aan den IJssel. Bij vv Capelle, toen nog derdedivisionist, veroverde hij direct in zijn eerste seizoen een basisplaats. In dat jaar maakte hij ook kennis met Rijnsburgse Boys. In een wedstrijd op Middelmors scoorde de linkspoot tweemaal. Mede door die doelpunten kwam zijn ploeg met 0-3 voor. Maar na een spectaculaire comeback van zijn huidige team verloor de middenvelder alsnog het duel. “Zoiets vergeet je natuurlijk niet snel. Toen de ploeg mij in 2019 belde, dacht ik direct terug aan dat bijzondere moment.”

Bewondering
Zijn transfer naar Rijnsburg verdiende hij uiteindelijk bij BVV Barendrecht, iets ten zuiden van Rotterdam. “Het gevoel was gelijk heel goed hier. Er heerst een gemoedelijke sfeer en dat spreekt me aan. Daarnaast is alles super professioneel geregeld. Zo is er bijvoorbeeld een mogelijkheid om voor de training even rustig bij de club te eten.” Speler en club waren direct positief over elkaar. Alles was binnen één gesprek in kannen en kruiken. Net als bij Capelle lukte het De Bruin ook bij de geelzwarten om snel een basisplaats af te dwingen. “Hier maak je derby’s mee. Als ik dan het veld oploop hoor ik alleen maar gezang en getrommel. Laatst speelden we tegen De Graafschap en dan is er gewoon een hele vuurwerkshow geregeld. Alles staat blauw van de rook. Dat is prachtig!” Sowieso was het toeschouwersaantal even wennen voor de middenvelder. Bij Rijnsburgse Boys staan en zitten iedere wedstrijd ruim duizend supporters langs de kant. “Dat was in mijn tijd bij Capelle wel anders. Daar was het druk als er een paar honderd toeschouwers waren. Het is fascinerend om te zien hoe de club hier leeft in de omgeving”, vertelt hij met bewondering in zijn ogen.

In zijn eerste jaar speelde De Bruin alles totdat het seizoen wegens de coronapandemie voortijdig werd gestopt. “Het jaar erop ging ook erg lekker. In bijna alle wedstrijden begon ik in de basis en ik was bij een aantal doelpunten betrokken.” Dit seizoen raakte de middenvelder geblesseerd waardoor hij er een tijdje uit lag. “Mijn vervangers deden het erg goed en zij bleven erin, ook na mijn rentree. Ik ben nu niet verzekerd van een basisplek, maar gelukkig maak ik wel bijna elke pot minuten.” De speler probeert zich weer in de basis te knokken en wil elke minuut tonen dat hij die plek verdient. Zijn vriendin in Rotterdam-Zuid duimt achter zijn rug stiekem hard mee. “Volgens haar ben ik wat geprikkelder als ik niet speel. Het is allemaal niet heel heftig, maar natuurlijk hoopt ze dat ik weer snel vanaf de eerste minuut mag starten.” De linkspoot heeft al zes jaar een relatie en in al die tijd heeft hij nog nooit op de bank gezeten. “Het is dus allemaal nieuw voor haar, maar ik weet zeker dat het goed komt. Ze hoeft zich geen zorgen te maken”, lacht hij positief. (TVS)

Klik op Rijnsburgse Boys voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Rijnsburgse Boys voor meer informatie over de club.

‘Derde elftal hier bij SPS is echt een gezellig vriendenteam’

Op een periode van zo’n vijf studiejaren na is Mark Smits (40) al vanaf zijn achtste lid van SPS uit Poortvliet. Een zestal seizoenen daarvan ook actief bij het eerste elftal, daarna het tweede en sinds drie jaar aanvoerder bij het derde elftal van de vierdeklasser. ‘Het is een geweldige club om te voetballen en het derde is echt een gezellig vriendenteam.’

Het kameraadschap en vooral de lol die voor en na de wedstrijden heerst is voor Smits een belangrijke oorzaak van het plezier dat hij aan het voetbal beleeft. “Maar tijdens de anderhalf uur dat we op zaterdag op het veld staan willen we ook wel winnen. Want het is niet zo dat we maar wat lopen aan te rommelen. We trainen ook één keer per week en dat is supergezellig, terwijl we toch ook echt wel trainen om de vorm en fitheid te behouden. Dat is ook wel nodig om op zaterdag fatsoenlijk voor de dag te komen vind ik.”

Smits is geboren in Scherpenisse, waar hij tot zijn vijfentwintigste woonde, daarna tot zijn zevenendertigste in Poortvliet en sinds drie jaar woont hij in Tholen-stad. Toch bleef hij altijd SPS trouw. “Jazeker, voor mij is er maar één club en dat is hier op Sportpark D’n Aekerboam. Daar voel ik me thuis en kent iedereen elkaar. Ik weet wat ik hier heb en dat is voor mij het allerbelangrijkste.”

Tot enkele jaren geleden speelde hij met zijn vrienden nog in het tweede elftal, maar door het doorschuiven van een groep talentvolle jongens uit de JO19 werd gevraagd om als team een stapje terug te doen. “Dat was ook logisch. Want die jonge gasten zijn de toekomst van de club, wij niet meer. Dus om de afstand tussen het tweede en eerste te verkleinen is ervoor gekozen om het tweede elftal een jonge groep te maken. Prima voor ons, wij zijn daarop met z’n allen het derde geworden.”

Maar het derde bestaat overigens niet alleen uit wat oudere spelers, want ook een aantal jongens uit de JO17 zijn erbij gekomen. “Er was eerst voor die groep gekeken om met een andere club samen te gaan werken. Dat ging niet door en die gasten dreigden daardoor buiten de boot te vallen. We hebben ze benaderd om bij het derde te komen en dat hebben ze gedaan. Dat werkt prima en passen goed bij de groep. Op deze manier is onze spelersgroep ook weer aangevuld en is het prettig om niet wekelijks te moeten schuiven en zoeken om voldoende mensen te hebben bij de wedstrijden.”

In de reserve-vierde klasse doen Smits en zijn teamgenoten altijd wel aardig bovenin mee. “Dat willen we ook wel graag, want we willen toch ook presteren. We hebben een goede groep begeleiders en alles is prima geregeld. Iedereen voetbalt ook altijd bij ons en we maken er met z’n allen een gezellige zaterdag van. Zo hoort het ook vind ik, want je bent lid van een vereniging en dan moet je ook actief zijn én er plezier aan beleven met elkaar.”

Naast zijn rol als speler en aanvoerder bij het derde, is hij ook begeleider bij de JO12, waar zijn zoontje speelt. “Iets doen voor de club dat vind ik belangrijk. Velen handen maken licht werk en het is bovendien gewoon enorm leuk. Als je al die blije koppies ziet elke week, dat is geweldig. En dan daarna op zaterdagmiddag zelf het veld op. Heerlijk! Zo lang ik dat fysiek kan volhouden, dan zal ik dat ook zeker blijvend doen. Want dat is het mooiste wat er is.”

Klik op SPS voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SPS voor meer informatie over de club.

Desiree Aerts heeft blauw VDL-bloed

De wieg van Desiree Aerts en haar broer stond nog nét niet op het terrein van VDL, maar veel scheelde het niet. Als klein meisje werd ze vroeger meegesleept naar de club waar haar vader keeper was van het vierde elftal op zondag. Anno 2022 vertolkt Aerts (52) als bestuurslid vrijwilligers-zaken en waarnemend penningmeester een sleutelrol.

Aerts is zo’n vrijwilligster die nooit te beroerd is om haar handjes voor de club te laten wapperen. Ze helpt met de organisatie van het Robin van Persie-toernooi en als het nodig is, staat ze achter de bar. “Ik heb er echt lol in”, zegt ze. “VDL is één grote familie. We proberen de club met elkaar zo goed mogelijk te runnen. Het plezier en de lol die we daarbij hebben is groot.”

Zelf voetbalde ze ook als meisje. “Je had toen nog geen meisjesteams, dus speelde je bij de dames. Ik was twaalf, dertien jaar. Ik kan daardoor altijd zeggen dat ik het eerste heb gehaald, haha.”

Normaal gesproken neemt de man de vrouw mee naar de voetbalclub, maar in het geval van Aerts, meisjesnaam Groen, was dat precies andersom. “Hij kwam niet uit een voetbalfamilie, maar toen onze twee jongens gingen voetballen bij VDL is hij er ook betrokken bij geraakt. Mijn jongste zoon speelt in de JO18-1, mijn oudste zou eigenlijk in de onder 23 zitten, maar hij is een paar maanden geleden bij defensie gegaan. Dat hij niet meer kan voetballen vindt hij jammer, maar het is heel lastig te combineren.”

Aerts begon als vrijwilligster als hulp-coördinator bij de E-tjes, maar al snel werd ze gevraagd voor andere taken. Drie jaar geleden kwam ze in het bestuur met vrijwilligerszaken als portefeuille. “In die periode heeft de club een nieuw vrijwilligersbeleid aangenomen waarbij ieder lid verplicht werd voor tien uur per seizoen taken uit te voeren. Dan moet je denken aan het draaien van een bardienst, schoonmaken, maar ook wedstrijden fluiten. We maken daarbij gebruik van de vrijwilligersmodule in de app van Sportlink. Daarin staan de taken vermeld en kunnen seniorenleden en ouders van jeugdleden zich aanmelden. Het doel is dat iedereen veertig punten haalt. Je haalt tien punten voor tweeënhalf uur bardienst. Die verplichte taken zijn nodig anders krijgen we het niet meer rond.”

De ervaringen zijn volgens Aerts redelijk. “Door die gebroken coronaseizoenen was het lastig om een compleet beeld te krijgen. Wat we wel zagen is dat het bij de jeugd goed ging en dat we bij de senioren er nog even wat druk achter moesten zetten.”

Na het vertrek van de penningmeester heeft Aerts er tijdelijk ook een tweede bestuursfunctie bij: die van waarnemend schatkistbewaarder. “Ik weet inmiddels bijna alles van de coronaregelingen”, lacht ze. “Gelukkig heb ik hulp van nog twee andere vrouwen. Het is druk, maar samen is het prima te doen.”

Juist in de afgelopen periode was het belangrijk voor clubs om goed op de uitgaven te letten. Aerts zei zeker niet tegen elk voorstel ja. “We hebben als club altijd wel plannen. Soms kan dat, soms ook niet. Zo bestaat de wens om de vloer van de kantine te vernieuwen. Dat vergt een forse investering. Nu dus even niet. Pas geleden was één van de koelkasten kapot. Ja, dat moet er meteen een nieuwe komen.”

Financieel is VDL gezond, maar wat de toekomst brengt is voor Aerts lastig te voorspelen. “We hebben het geluk dat we nog een energiecontract hebben tot eind volgend jaar. We hebben één van de laagste contributies van de omgeving en dat willen we zo houden. De drempel naar VDL willen we laag houden.”

Klik op VDL Maassluis voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VDL Maassluis voor meer informatie over de club.

Goede start, maar Hermes-DVS voelt zich geen topfavoriet

Hermes-DVS is uit de startblokken geflitst in de vierde klasse E. Behalve vier overwinningen vallen ook de indrukwekkende cijfers van de Schiedamse club op: Hermes-DVS maakte maar liefst 23 goals, waarvan er acht tegen BZC/Zuiderpark en zes tegen De Egelantier Boys.

Trainer Gokhan Cayir wil desondanks niet van een favorietenrol voor zijn pupillen weten. “We hebben geluk met het programma. We hebben zeker niet de sterkste teams van de afdeling gehad. Er is dit seizoen sowieso geen topfavoriet. Vorig seizoen was dat er één, Victoria’04, dat ook kampioen is geworden. Wij kwamen net tekort. Dit seizoen zijn er meerdere favorieten”, wijst de oefenmeester naar MSV’71, Rotterdam United, Maasdijk en PPSC. “Het niveau van de vierde klasse is veel hoger dan dat van vorig seizoen. Vorig seizoen kon je je als team nog veroorloven om tegen de zwakkere ploegen niet aan te staan, maar nu zitten er geen makkies meer bij. Het zegt genoeg dat uit derde klasse gedegradeerde clubs het moeilijk hebben.”

Cayir heeft bij Hermes-DVS het voordeel dat hij nauwelijks hoefde te sleutelen aan zijn elftal. “We hebben alleen maar Hermes-jongens, die gaan niet zo snel ergens anders voetballen.” Daarnaast verwelkomde de trainer een oude bekende: Kick Kerklaan (24) keerde terug op het oude nest. “Een sterke middenvelder met winnaarsmentaliteit”, toont Cayir zich zeer blij met zijn aanwinst. De belangrijkste verandering zit hem dit seizoen echter in de tactiek. Die is volgens Cayir aanvallender geworden. “Je moet die jongens blijven uitdagen”, zegt Cayir. “Vorig seizoen speelden we meer op de counter, nu nemen we meer het initiatief.”

Dat heeft al tot 23 goals voor geleid. “Maar ook acht tegen. Dat is het risico, dat je ruimte weggeeft. Maar we gaan er wel gewoon mee door. Onze doelstelling is een periodetitel pakken.”

Klik op Hermes DVS voor de laatste artikelen voer de club.
Klik op Hermes DVS voor meer informatie over de club.

Maurice van Veldhooven: Fysiotherapie en Sportbegeleiding bij o.a vv Maasdijk

AdFysio uit De Lier en heeft met bijna elke voetbalclub uit de regio Westland wel een samenwerking of anders begeleid het individueel spelers om weer terug te komen op hun oude niveau. Maurice van Veldhooven is de Medisch Coördinator van VV Lyra, ODIS, VALTO en VV Maasdijk en SV Den Hoorn. ,,Gezond eten en drinken is ook belangrijk om een topvoetballer te worden.’’

Maurice van Veldhooven (45) heeft als oud atleet en ex-voetballer van Westlandia veel ervaring in gerichte ondersteunende training op fysiek gebied. Sinds 2012 is Van Veldhooven mede-eigenaar van AdFysio gevestigd aan de Hoofdstraat in De Lier. Als sportfysiotherapeut bij AdFysio kan hij als specialist op het gebied van bewegend functioneren een toegevoegde waarde zijn voor de sporter. Bij VV Lyra, ODIS, VALTO , VV Maasdijk en SV Den Hoorn hebben we afspraken over medische verzorging.

Op de avonden dat de selectie elftallen trainen is er verzorging aanwezig. De locatie aan de Hoofdstraat in De Lier is en blijft de basis waar alle specialistische behandelingen plaats vinden. ”Bij AdFysio hebben we speciale spreekuren gericht op voetbalblessures, alle voetballers van welke club ook zijn welkom bij ons. Omdat elke geblesseerde sporter een uniek geval is wordt er een individueel revalidatieplan opgesteld. Een dergelijk herstelplan richt zich niet alleen op de lichamelijke oorzaken en gevolgen van letsel, maar kan ook de psychische aspecten omvatten. Sportrevalidatie wordt ingezet om na een opgelopen blessure of letsel het lichaam weer op het oude niveau te laten functioneren. Daarnaast werken we binnen deze specialisatie aan het verhogen van het belastbaarheidsniveau van sporters, om te voorkomen dat ontstane problemen opnieuw optreden.

Ben je weer helemaal hersteld of niet topfit? Dan kun je bij ons ook altijd binnenlopen om te fitnessen onder begeleiding. Ook wanneer je als voetballer op zoek bent naar inlegzooltjes ben je bij AdFysio op de juiste adres. Een inlegzool zorgt voor de nodige schokdemping door een zachte hiel. Ook geven zooltjes optimale ondersteuning aan midden- en achtervoet. Behalve talent, training en rust, mentale kracht en materiaal speelt voeding ook een belangrijke rol bij het leveren van een topprestatie. Gezond eten en drinken is ook belangrijk om een topvoetballer te worden. Waarom is voeding dan belangrijk voor een voetballer? Wat is gezonde voeding eigenlijk? En wat heeft je lichaam nodig bij een training of wedstrijd? Ook daar begeleiden we bij AdFysio graag bij.

Onze sportdiëtist maakt een individueel voedingsplan: een voedingsplan dat is aangepast is aan jouw leefstijl, doel en voorkeuren. We kijken naar de verdeling van de hoeveelheid voedingsstoffen in de voeding zoals koolhydraten, eiwitten en vetten maar ook naar vitamines en mineralen. Hoe veel heb je nodig en hoe kun je dat bereiken? Daarbij wordt gekeken naar de timing van de maaltijden, je trainingsschema, de duur en de intensiteit van de trainingen en de tijden waarop getraind wordt. AdFysio is ook voor het bedrijfsleven een aantrekkelijke partner. We bieden ook arbeid gerelateerde fysiotherapie aan, waarbij een werknemer direct terecht kan. Een spoedig herstel van de medewerker is iets waar zowel werkgever als werknemer bij gebaat is.

Bij AdFysio worden oude waardes als ‘ons kent ons’ en ‘doe maar gewoon’ nog steeds gekoesterd. Al vele jaren ligt het accent op toegankelijkheid en een persoonlijke benadering. Heeft men vragen of wil men snel advies dan kan dit door korte communicatielijnen. We achterhalen de oorzaak van de klacht om herhaling te voorkomen. Ook vinden we het belangrijk om voor het juiste behandeltraject te kiezen. Dit kunnen we doen door ons in te leven in de situatie van de patiënt. We houden hem of haar een spiegel voor, waardoor men zelf ontdekt waardoor bepaalde klachten kunnen optreden.”

Klik op VV Maasdijk voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VV Maasdijk voor meer informatie over de club.

Guus Feijns moet bij DIOZ zorgen voor het voetbal

Bij vierdeklasser DIOZ zagen ze afgelopen zomer vijf, toch wel belangrijke spelers, stoppen en afscheid nemen van het eerste. Die exodus is opgevangen met jongens uit de eigen jeugd en dus moet Guus Feijns met zijn 26 jaar de boel, vooral voetballend, op sleeptouw nemen. “Het is even doorbijten en blij zijn met ieder puntje.”

Een flinke verandering ten opzichte van vorig seizoen, toen DIOZ nog op een achtste plaats eindigde. “Meedoen om een plek bij de eerste vijf zat er toen echt wel in, helaas hebben we dat in de laatste vijf potjes weggegeven. Dat zou voor ons als club een wereldprestatie zijn geweest.” Maar tijden veranderen dus, zo blijkt. “Het vertrek van zoveel spelers, is voor een dorpsclub lastig op te vangen. Laatst speelden we met drie jongens van zeventien, dat is soms best lastig.” Zoiets kost tijd en dus ligt de lat voor dit seizoen een stukje lager. “Als we ons handhaven, hebben we het goed gedaan!”

Blessures

Daar hoopt Feijns, die als vijfjarig jochie begon bij DIOZ en debuteerde op zijn vijftiende, een belangrijke bedrage aan te leveren. Al gaat dat nog niet altijd even makkelijk, moet hij toegeven. “Ik heb last van veel blessures, vooral in mijn hamstrings. Twee jaar geleden is het er zes keer in één seizoen ingeschoten…” Ook deze voetbaljaargang, tijdens een bekerwedstrijd, was het weer raak. “Dat blijft gewoon een zwaktepunt. Je wilt heel graag, voelt geen pijn, maar dan schiet het er toch weer in. Krachtoefeningen zouden moeten helpen.” Niet alleen fysiek voelt Feijns de pijn van zijn blessuregevoeligheid. “Het is heel jammer en vervelend dat je die jongens dan niet kunt helpen.
We missen je, zeggen ze dan. Op zich is dat een compliment, maar eigenlijk wil je dat natuurlijk niet horen.” Want DIOZ, is voor de aanvallende middenvelder meer dan zomaar een voetbalclub. “Ik zou nooit ergens anders willen voetballen. We hebben een leuk elftal, vol met vrienden, allemaal van het dorp. Het is echt een persoonlijke dorpsclub, met een fijn familiegevoel.” Maar hoe meer je wint, hoe gezelliger het is. Wat dat betreft stond vorig seizoen bol van de gezelligheid. “De eerste drie wedstrijden verloren we nog ruim, daarna ging het lopen. Schouders eronder en weer gaan voetballen, met een vast team. Dat werkte.”

Extra stimulans

Handhaving is voor dit seizoen het doel. Toch is dat allesbehalve een deprimerende gedachte, volgens de ‘echte nummer 10’. “Jonge jongens krijgen veel speelminuten, dat is voor de toekomst hartstikke goed. Daar gaan we straks profijt van hebben.” Mede daardoor is zijn rol binnen de ploeg, wel een beetje veranderd. “Je moet die jongens nu meer meenemen en proberen te helpen. Met looplijnen of bepaalde situaties.” Dat niet alleen. “Sinds vorig seizoen speel ik samen met mijn broertje Jorrit. Hij is zeven jaar jonger, maar mij in de lengte en breedte al voorbij. Een extra stimulans om op zondag voor de drie punten te strijden.” Vooral aan de bal, moet Feijns zijn steentje daaraan bijdragen. “Ik geef graag een steekbal, om iemand één-op-één te zetten of het spelletje te verleggen.
En natuurlijk is het leuk om te scoren of een assist te geven.” Kortom, de technicus moet voor voetbal gaan zorgen. “Dennis Slooters is gestopt, dat was onze beste middenvelder. Daardoor is mijn verlengstuk in het veld een beetje weg en moet ik de bal sneller gaan halen.” Dat allemaal onder de bezielende leiding van trainer John van Aert. “John is echt een DIOZ-trainer, met veel strijd in de wedstrijd de punten proberen te pakken. Als we verloren hebben, is het even zuur, maar daarna komt er een bak bier op tafel en is het weer gezellig. Hij past hier perfect.” Een beetje zoals Feijns dat zelf ook al jaren en voorlopig nog wel even doet. “Ik zei het toevallig van de week nog tegen Roland (van Hooff), die is 45, dan moet ik nog twintig jaar door. Dat ga ik niet redden, met mijn lichaam!”

Klik op vv DIOZ voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv DIOZ voor meer informatie over de club.

‘Gezelligheid en plezier, in combinatie met prestatie’ bij BSC Roosendaal dames

Een mooi seizoen, met een ietwat hectisch einde. Want waren ze bij de dames van BSC Roosendaal nou wel of niet gepromoveerd? Dat laatste bleek het geval en dus vierde Eva Priem samen met haar teamgenoten toch nog een feestje. “Het is een heel andere ontlading.”

Want niet gewoon op het voetbalveld, maar thuis op de bank kregen de speelsters het goede nieuws te horen. “Er kwam toch een extra plekje vrij. Onze trainer (Mark van Gils) was druk bezig met belletjes, halverwege de week hoorden we het pas. Dat was wel balen.” Desondanks was de promotie naar de eerste klasse een mooie beloning voor het afgelopen seizoen. “Zeker na corona, was het heerlijk om weer een hele competitie te kunnen spelen. We hebben blij vlagen echt goed gevoetbald!”

Durven voetballen

En dat laatste is geen toeval, vertelt de 21-jarige Priem. “Er is een goede balans tussen prestatie en plezier. We willen onszelf graag ontwikkelen, maar het moet wel gezellig blijven.” De middenvelder, die op haar zeventiende begon met voetballen bij BSC, ziet dat dat lukt. “Vanuit de club is alles goed geregeld, met bijvoorbeeld een uitgebreide staf.” Die staf kunnen ze dit jaar na de promotie hard gebruiken, want Priem merkt een flink verschil. “Dit seizoen wordt een uitdaging. Er is een groot niveauverschil tussen de eerste zes en de onderste zes. Voor ons is het vooral belangrijk om de speelwijze te ontwikkelen.”
En dat zal nodig zijn ook. “Het gaat allemaal een stukje sneller en duels moet je echt winnen, anders loop je achter de feiten aan. Dus ook daarin moet je feller en scherper zijn.” Wat stellen ze daar zelf tegenover? “We zijn een voetballend team, dus proberen alles op een voetballende manier op te lossen. Opbouwen van achteruit.” Tegen betere tegenstanders, een nieuwe test. “Al zijn ze beter, we moeten toch durven voetballen. Soms lukt dat wel, soms ook niet.”

Groeiende

Toch zit het met het vertrouwen wel goed bij de Thoolse speelster. “Ik heb wel het gevoel dat we er gewoon in kunnen blijven. Als we dat voor elkaar krijgen, kunnen we volgend seizoen weer mooie stappen zetten.” Met een groep waar, wat haar betreft, nog genoeg rek in zit. “Qua leeftijden hebben we van alles wat. Zeven meiden van rond de dertig en de helft is een beetje van mijn leeftijd of iets ouder.” Die samenstelling zorgt voor voldoende gezelligheid. “Veel winnen helpt natuurlijk ook. In die valkuil moeten we dit seizoen niet trappen. Als we vaker gaan verliezen, moet je nog steeds plezier hebben.”
Aan de aandacht van het bestuur, zal het in ieder geval niet liggen. “Er wordt heel goed voor ons gezorgd. Voor verre uitwedstrijden krijgen we een bus, we hebben een fysio en krijgen trainingspakken. Het is eigenlijk bizar hoeveel we hebben.” Het damesvoetbal is bij BSC dan ook ‘groeiende’, vindt Priem. Met een mooi jubileum tot gevolg. “Onze meidenafdeling bestaat nu vijf jaar. In die tijd zijn we van één meidenteam, naar tien teams gegaan. Daaraan zie je hoe populair het is.”

Aanvoerder

Ook zelf komen ze er op zondag altijd wel weer uit. “Onze kracht is wel dat we ook met twaalf meiden een goede wedstrijd kunnen spelen. Het niveau is hoog genoeg en veel speelsters zijn veelzijdig, die kan je overal zetten!” Kortom, positieve ontwikkelingen dus. “Na corona hadden we een heel duidelijk doel, dat was promoveren. Uiteindelijk is dat gelukt, maar daar heb je natuurlijk wel het bestuur en de vereniging voor nodig.” Die steun voelt Priem, ook als captain van het team. “Het is natuurlijk super leuk om aanvoerder te zijn. Er zijn maar twee meiden jonger dan ik, maar daar merk je eigenlijk niks van.
Ik denk dat die rol wel bij me past.” Taken uitvoeren, coachen en de visie van de trainer overbrengen. Voor de verdedigende middenvelder loopt het soepeltjes. “Het team staat ook gewoon, dus iedereen komt de afspraken na. Dan is het makkelijk om aanvoerder te zijn.”

Komt samen

Vanaf ‘6’ probeert ze ook voetballend haar steentje bij te dragen. “Ik ben vooral tactisch en technisch sterk, in de opbouw.” Een soort Jackie Groenen dus. “Haha, die is hartstikke goed, maar ik kijk toch meer naar Frenkie!” Een goed voorbeeld, doet volgen, zou je zeggen. “We zijn nu natuurlijk nieuw in deze klasse, maar de komende jaren is wel het doel om bij de eerste zes te komen. Mocht dat lukken, kunnen we ons daarna weer verder ontwikkelen. Bovenin of misschien nog wel een niveautje hoger, waarom niet?” Toch blijft één ding, in welke competitie ze ook spelen, het allerbelangrijkste. “Gezelligheid en plezier, in combinatie met prestatie. Dat komt bij BSC allemaal samen!”

Klik op BSC Roosendaal voor de laatste artikelen over de club.
Klik op BSC Roosendaal voor meer informatie over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.