Home Blog Pagina 448

Jordi van den Boom voetbalt nu vooral zonder het échte ‘moeten’

Het was eind vorig seizoen uit nood geboren én op verzoek van de club, dat Jordi van den Boom (35) nog twee duels meespeelde in het eerste van SV Dosko. ‘Samen met Tim Cornel kreeg ik de vraag om de ploeg te helpen en dat hebben we gedaan. Maar normaal voetballen we in het tweede elftal. Zonder het echte ‘moeten’, maar wel op een mooi niveau.’

Van den Boom speelde zijn gehele voetballeven bij FC Bergen. Vanaf de jongste jeugd tot het moment dat de club besloot voor het zaterdagvoetbal te kiezen, nu vijf seizoenen geleden. “Wij wilden graag met een groep vrienden op zondag blijven spelen. Roy Niemantsverdriet vroeg of we dan geen zin hadden om bij SV Dosko in het tweede elftal te gaan spelen. Zo is het balletje gaan rollen en dat doe ik nu alweer voor het vijfde jaar met heel veel plezier.”

Het is volgens de verdediger een prima manier om werk, privéleven en kinderen te combineren met de hobby die ze het liefste uitvoeren. “Dat was de beweegreden ook om voor Dosko te kiezen. Want we wilden allemaal niet in een negende ergens op zondagochtend een beetje aanrommelen. Alles respect overigens, maar we wilden wel zonder druk toch op een behoorlijk niveau blijven voetballen. Die kans kregen we hier en dat gaat best aardig.”

Toch kwam vorig jaar de vraag vanuit de club om tijdelijk het eerste elftal te helpen. Een verzoek waaraan Van den Boom en ook Tim Cornel gehoor gaven. “Je bent wel lid van een vereniging en als je dan in een tweede speelt, dan weet je dat je soms het eerste moet helpen. Omdat ze personele problemen hadden én ze in de strijd voor lijfsbehoud ervaring nodig hadden, kregen we de vraag van toenmalig trainer Mart van Bree. Tim en ik hebben twee duels meegedaan en op die manier toch ons steentje bijgedragen aan lijfsbehoud.”

”Voor de club enorm belangrijk, zeker ook met het oog op de toekomst en de ontwikkeling van jonge gasten in de selectie. Als je dan een paar wedstrijden jezelf moet wegcijferen dan doe ik dat met alle plezier. Maar zeker niet met de ambitie om structureel door te schuiven, die tijd heb ik gehad. Dat is aan de jongere garde, waarvan er ook een aantal bij ons in het tweede spelen. Die ontwikkelen zich prima en daar probeer ik mijn rol in te pakken.”

Ook de nieuwe trainer John Karelse weet inmiddels wel, dat hij op de ervaren krachten van het tweede kan terugvallen als de nood daar is. “Maar als het niet hoeft, dan moeten ze die jonge gasten de kans geven te groeien en te wennen aan het niveau. Zij vormen de toekomst van de club. Laat ons dan maar lekker wat jaartjes nog in het tweede spelen en proberen om daar zo goed mogelijk te presteren.”

”Als ik nu een keertje niet kan trainen, dan is dat makkelijker af te zeggen dan wanneer je in een eerste speelt. Dan vind ik dat je er altijd moet staan. Nu niet meer. Wat niet wegneemt, dat we wel elke zondag willen winnen. Ik denk ook dat we een mix hebben die prima bovenin moet kunnen meedoen en voor niemand bang moet zijn. Dan ben ik benieuwd hoe ver we met het tweede dit seizoen nog kunnen komen. Voor mij gaat het erom dat ik fit blijf en op een mooi niveau elke week kan trainen en spelen. Dat heb ik gevonden bij Dosko en hoop dat nog een paar jaartjes vol te houden.”

Klik op SV Dosko voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SV Dosko voor meer informatie over de club.

HBSS zoekt verbinding met het onderwijs

HBSS is vorige maand begonnen met het project De Taaltuin. Hoofdjeugdtrainer Tony Lentin geeft op de openbare school voetballes. De club hoopt zo de verbinding te maken met het onderwijs.

“We willen graag onze maatschappelijke rol vervullen”, zegt Friso Sterk die namens HBSS projectleider is van de ‘pilot’. “Onze voorzitter Patrick Oudhuis heeft eerder jaar een presentatie gegeven waarin hij HBSS ziet als een pedagogische club. Dit project met De Taaltuin past in die visie.”

OBS De Taaltuin is een vooruitstrevende school midden in de Schiedamse wijk Nieuwland. Iedere leerling is gelijkwaardig en kansrijk door het brede aanbod op het gebied van cultuur en sport. “We richten ons op kinderen die om wat voor redenen wat minder makkelijk hebben. Vanwege thuis, maar ook omdat ze het moeilijker vinden een plaatsje te vinden in een groep”, vertelt Sterk. “We willen de drempel voor deze groep tot sport verlagen.”

Hoofd Jeugdopleidingen Tony Lentin geeft op school trainingen aan kinderen uit de groepen vijf en zes. Dat gebeurt in de gymzaal van De Taaltuin. De trainingen zijn leerzaam op motorisch, sociaal sportief gebied. “We zetten als HBSS in voor een pedagogisch sportklimaat.”

Klik op HBSS voor de laatste artikelen over de club.
Klik op HBSS voor meer informatie over de club.

Sjacco van ’t Leven begonnen aan tweede termijn

In de technische staf bij de hoofdmacht van ASWH veranderde, net als in de selectie, het nodige. Toch was er ook sprake van een terugkeer van een bekend gezicht: Sjacco van ’t Leven heeft de functie van teammanager van Marco van Vugt overgenomen. Een taak, die Van ’t Leven niet vreemd is want hij fungeerde in het verleden al als leider. Met 2005, het jaar van de landstitel na een spannende strijd met Argon, als absoluut hoogtepunt in die eerste ‘termijn’.

Nadat Van Vugt zijn voornemen had uitgesproken om te stoppen, was Van ’t Leven een van de eerste gegadigden om de functie over te nemen. Maar hoe zeer nieuwe trainer Sjoerd van der Waal ook maar op hem inpraatte, de gewezen elftalleider bleef voet bij stuk houden en meldde dat hij niet zou doen. Toch ging hij uiteindelijk overstag: Van Vugt bleef hem maar onder de neus wrijven dat Van ’t Leven zijn gedroomde opvolger was. ,,Ik heb meteen aangegeven dat ik niet alle avonden aanwezig kon zijn, maar dat was geen enkel probleem. We hebben met elkaar een oplossing gevonden en dat draait goed. Het is wel heel anders dan mijn eerste periode: het contact gaat tegenwoordig bijna allemaal via social media en spelers spreken me aan  in de u-vorm.’’

Klik op ASWH voor de laatste artikelen over de club.
Klik op ASWH voor meer informatie over de club.

IJsselmeervogels voelt weer als vertrouwd voor Jordy Ruizendaal

Zijn beslissing ging niet over één nacht ijs. Na vier jaar NEC twijfelde Jordy Ruizendaal. Terug naar de Rooien of met vrienden samen bij de Blauwen? Hij hakte de knoop door en draagt dit seizoen weer het shirt van IJsselmeervogels. “Het voelde direct als thuiskomen. Ik zit weer helemaal op mijn plek.”

Het voelde als een opluchting toen hij medio december 2021 zijn besluit openbaar kon maken. Jordy Ruizendaal keerde terug naar IJsselmeervogels, naar de club waar hij van 2006 tot 2018 ook al speelde en hij reeds was doorgeschoven naar de A-selectie. “De rust keerde terug. Clubs hoefden niet meer te bellen en ik hoefde geen gesprekken meer te voeren. Mijn besluit stond vast. Al was het niet gemakkelijk.”

Ook de buren van De Westmaat wilden zich graag versterken met de 21-jarige middenvelder, geboren en getogen in het dorp. “Ik wilde het liefst in Bunschoten-Spakenburg blijven. Eén, misschien twee minuten fietsen en ik ben op het sportpark. Heerlijk. Daar keek ik naar uit. Andere clubs, die informeerden, vielen daardoor af. Hero van Lopik, Jan van Diermen en Youri Koelewijn spelen allemaal bij Spakenburg en zijn vrienden. Net als enkele jongens uit het tweede elftal. Ze probeerden me over te halen, vertelden over het leuke team en de gezamenlijke uitjes die ze ondernemen. Ik ben op gesprek geweest. Er lag een leuk plan, maar ik heb uiteindelijk geluisterd naar de mensen die nauw om me heen staan. Zo kom ik uit een IJsselmeervogels-familie en die band wil ik niet doorbreken.”

“Het gesprek met de technische commissie verliep uitstekend. Ze waren blij dat een jongen uit het dorp terugkeerde. Het voelt voor mij als vertrouwd. Toen ik het sportpark opliep, was er gelijk weer liefde. En die uitjes, die ondernemen ze ook hier.” Al kende Ruizendaal een lastige start. “In het begin moest ik enorm wennen. Ik speelde niet goed en stond er terecht naast. De trainer zei eerlijk tegen me. ‘Ik wil je ontzettend graag in het team. Maar als je zo blijft spelen, kom je er niet in’. Ik was te aanvallend ingericht. Rende en speelde te snel naar voren. Ik ben nu iets terughoudender en balvaster in mijn spel, maar ik wil risico’s in mijn spel behouden. Dat zorgt voor verrassing.”

Flow
Tegen Excelsior Maassluis kreeg hij zijn eerste basisplaats en vanaf dat moment verloor IJsselmeervogels niet meer als de kleinzoon van wijlen bekerheld Evert de Graaf aan de aftrap verscheen. “Mijn eigen rol wil ik niet te groot maken. We zijn met het elftal in een flow beland en daarin willen we zo lang mogelijk blijven. Als we aan het einde van het seizoen in het linkerrijtje staan, ben ik diktevreden. En natuurlijk als we twee keer de derby winnen! Dan is het seizoen helemaal geslaagd.”

Hij zag zijn ontwikkeling gewaardeerd met een nieuw driejarig contract dat hij medio oktober signeerde. In het persbericht werden zijn ‘duelkracht, loopvermogen, spelinzicht en splijtende passing’ geroemd. “Ik dacht dat de technische commissie wilde praten over het huidige seizoen. Misschien over volgend seizoen. Maar dit nieuwe contract tot 2026 betekende een mooie verrassing. Al zou ik naar een betaald voetbalclub kunnen overstappen als er belangstelling ontstaat, maar daar houd ik me nu helemaal niet mee bezig.”

Vier jaar maakte hij het profwereldje mee bij NEC. “Ik was net zeventien toen ik werd benaderd om op stage te komen. Ik dacht dat het bij één keer meetrainen zou blijven. Ik verwachtte dat de club enkele jongens had uitgenodigd, maar er stonden 32 spelers op het veld. Ik kwam telkens een ronde verder. Die trainingen waren op donderdag. Ik had IJsselmeervogels niets verteld, omdat ik net een klein contract had getekend en bij het eerste elftal was aangesloten. Maar ik kon het niet langer verbergen. Gelukkig dacht de club mee en zijn ze er met NEC uitgekomen.”

In Nijmegen betrok hij een huis in de wijk Neerbosch. “In de Henk van Tienhovenstraat. Ik woonde daar met twee andere spelers. De volledige vier jaar met Cas Odenthal. De andere jongen wisselde. Het laatste jaar met doelman Norbert Alblas, het seizoen daarvoor met Nino Noordanus die nu bij Excelsior Maassluis speelt. Afspraken? Dat ging vanzelf. De een kookte, de ander ruimde de tafel af of deed boodschappen. Naast het voetbal volgde ik de opleiding Marketing op het ROC. Via de Young Talent Academy, dat was helemaal afgestemd op het voetbal.”

Concurrentie
“In de Onder 19 en later ook Onder 21 wonnen we opvallend genoeg vaak van de topclubs. Ons geheim? Lekker verdedigen en loeren op de counter. Altijd viel er wel eentje binnen. Ik kende de pech dat ik met Dirk Proper en Syb van Ottele twee grote talenten voor me had.” Tegen De Treffers maakte hij zijn officieuze debuut in het eerste elftal. Een officieel optreden bleef uit. “Ik kon dit seizoen bij NEC blijven, maar dat zou opnieuw zonder contract zijn. Vooruitzicht op een reële kans in het eerste elftal was er nauwelijks. Dan ga ik liever terug naar een bekende omgeving en speel ik wekelijks mooie wedstrijden.”

Sinds de zomer gaat elke doordeweekse ochtend om vijf uur de wekker. “Ik werk nu in het visbedrijf van mijn ouders. Elke dag ga ik met de kar op pad in Nederland. Ik ben nu net terug uit Purmerend”, vertelt Ruizendaal deze dinsdag aan het einde van de middag. “Morgen sta ik in Eindhoven en de overige dagen in Rotterdam en omgeving. Ook als we woensdagavond laat voetballen, stap ik om vijf uur uit mijn bed. Al hoef ik gelukkig niet te rijden.” Zijn ouders reizen naar andere plaatsen. “Mijn moeder is op zaterdag vaak om drie uur, half vier terug en gaat direct door naar het sportpark. Mijn vader is de hele zaterdag op pad. Mijn schoonouders zijn eigenaar van visbedrijf Koelewijn. Hen vind je ook door het hele land.” Het toekomstbeeld is dat Ruizendaal het bedrijf van zijn ouders overneemt. “Dat is de bedoeling in ieder geval.” De komende jaren neemt voetbal nog een prominente plek in. “De combinatie is pittig, maar te doen.” (SB)

Klik op vv IJsselmeervogels voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv IJsselmeervogels voor meer informatie over de club.

Pieter Langedijk is weer thuis bij Excelsior Maassluis

Sparta Rotterdam, RKC Waalwijk, Go Ahead Eagles en het Tsjechische FK Pardubice. Het is een kleine greep uit de clubs waar Pieter Langedijk (28) voor gespeeld heeft. Na achttien jaar is hij terug bij Excelsior Maassluis. De plek waar het allemaal begon. “Je weet wat ze zeggen. Oost west, thuis best.”

Aan de hand van zijn vader betrad Pieter Langedijk vroeger Het Kasteel in Spangen. Samen liepen ze naar hun stoeltje op de Bok de Korver-tribuneen aanschouwden ze gezamenlijk de wedstrijden van Sparta. “Omdat ik in de jeugd speelde, kregen we een seizoenkaart. In principe gingen we elke thuiswedstrijd kijken.” Enkele jaren later zat zijn hele familie op de volle tribune. Maar ditmaal zonder de aanvaller in hun gezelschap. “Een dag eerder hoorde ik van de trainer dat ik mijn basisdebuut zou gaan maken. Ik stond gewoon tussen die 21 andere spelers op het veld.” Terwijl hij terugdenkt aan 17 augustus 2013, de thuisontmoeting met VVV-Venlo, verschijnt er een glinstering in zijn ogen. “De weg naar die koele zomeravond zat vol hobbels”, voegt hij toe.

Tijd rijp
Jaren eerder verdedigde hij de clubkleuren van Excelsior Maassluis in zijn eigen stad. “We speelden op een hoog niveau en troffen zo al jeugdteams van BVO’s uit de regio.” Nadat scouts van die ploegen Langedijk aan het werk zagen, vielen al gauw de eerste brieven van Feyenoord en Sparta Rotterdam op de deurmat. “Ik besloot om nog even te blijven bij Excelsior.” Rond zijn tiende stapte de jongeling over naar een groot veld en was de tijd rijp. De aanvaller liep een halfjaar stage in het verre zuiden bij PSV, maar bleef uiteindelijk in de buurt. “Het Rotterdamse Excelsior in Kralingen was een goede mogelijkheid, alleen zou ik dan in een gastgezin terechtkomen en dat wilde ik niet. Daarom werd het Sparta.” Vanaf de eerste stapjes bij zijn nieuwe club voelde de speler zich thuis. Met een gezond portie Rotterdamse felheid durfde hij zich te mengen in gesprekken en discussies. “Dat is belangrijk, want de voetbalwereld is hard en je komt in een soort regime terecht. Elk jaar is het strijden om erbij te blijven. Op een gegeven moment bestond mijn leven uit eten, trainen en slapen.”

Telkens overleefde Langedijk de schiftingen en hij speelde samen met Jetro Willems, die later bij PSV furore maakte, en Mimoun Mahi (FC Utrecht). “Ik mocht ook mijn debuut bij Nederland Onder 15 maken. Dat was een fantastische ervaring.” Wel moest de aanvaller één belangrijk iets veranderen van zijn jeugdtrainers: hij moest meer rendement gaan leveren. “Ik vond het vroeger leuker om iemand door de benen te spelen, dan om zelf te scoren. In de A’tjes draait het echter om winnen. Mijn coach, oud-Feyenoorder Peter van den Berg, hamerde daar constant op.” Gelijk zette hij de knop om en hij ging zich vol richten op het verzorgen van goals en assists. Op trainingen oefende hij ellenlang om de bal met binnenkant voet af te werken. De ballen vlogen in het doel. “Eigenlijk ben ik direct doelpunten gaan maken.” Zijn rendement schoot net zo hard omhoog als een vuurpijl.

Jeugdopleiding uitgespeeld
In de voorbereiding op het seizoen 2013/14 mocht Langedijk zich topscorer van het eerste elftal noemen. “De beloning was mijn basisdebuut. Ik heb de jeugdopleiding gewoon uitgespeeld. Dat maakt me erg trots. Helaas was het verder een moeilijk seizoen. We hadden pech in de afwerking en kwamen in een negatieve spiraal terecht.” Januari 2016 vertrok de voetballer naar RKC Waalwijk waar hij een beter moyenne behaalde. Hij scoorde anderhalf jaar lang de ene na de andere goal en liep bijna één op twee. Het leverde hem een transfer naar Go Ahead Eagles op. “Mijn tweede seizoen begon mooi, maar eindigde dramatisch.” In de finale van de nacompetitie tegen zijn oude ploeg leek hij zijn ploeg naar de Eredivisie te schieten. “Het is één van de meest bijzondere wedstrijden ooit in Nederland. Uit eindigde het 0-0 en thuis kwamen we snel met 0-2 achter. We draaiden het om in een 3-2 voorsprong, maar zij maakten weer gelijk. In negentigste minuut scoor ik de 4-3 en promotie leek in de zak. We missen de 5-3 in blessuretijd en opeens scoren zij nog twee keer. Een scenario dat zelfs de beste regisseurs nooit zouden bedenken.”

Vervolgens trok Langedijk via TOP Oss midden in coronatijd naar Tsjechië. Zijn avontuur bij FK Pardubice betekende een uitdaging. Samen met zijn vriendin kwam hij in een stad waar ze vrijwel nergens Engels spraken. “Red je dan maar in de supermarkt”, lacht hij. Zijn nieuwe ploeg was tweemaal gepromoveerd en nieuw op het hoogste niveau. “Ondanks een strenge lockdown konden we gewoon trainen en de club had een mooi plan met me.” Voor kerst debuteerde hij tegen Sparta Praag en na de feestdagen zou hij meer mogen spelen in het eerste elftal. Tot die tijd moest de speler fit worden en wandelde hij veel in de mooie omgeving. De toekomst leek rooskleurig. Tot na kerst. Toen moest hij opeens weg. “Ik weet nog steeds niet waarom. Wellicht had de club het financieel zwaar door de coronatijd. Ik weet het niet, maar raar en onverwacht was het wel.”

Naar huis
Langedijk keerde terug naar Nederland en hij kocht samen met zijn vriendin een huis in hun geliefde Maassluis, de plek waar ze beiden geboren en getogen zijn. Ze stripten het huis volledig en zelfs nu zijn ze nog bezig. “Ik ging voetballen bij IJsselmeervogels.” Meerdere malen per week reed hij meer dan één uur heen en weer naar Bunschoten. “Ik kwam niet in de beste tijd. Sportief ging het niet helemaal voor de wind en we kwamen in een verkeerde spiraal.” Excelsior Maassluis benaderde zijn verloren zoon en de spits hoefde niet lang na te denken. “Ik heb altijd contact gehouden met de mensen hier. Ze vroegen zelfs bij RKC nog gekscherend of ik terug wilde komen.” Bij zijn terugkomst op Dijkpolder viel één ding op: alles was hetzelfde. De mensen, het gebouw en de geur. “Het veld was bijvoorbeeld wel nieuw. Maar de sfeer niet, dat gaf meteen een gevoel van thuiskomen.” Dat was ook terug te zien op het veld. De aanvaller was een tijdje topscorer van de Tweede Divisie en heeft er nu al veel meer in het netje liggen dan vorig seizoen. “Ik ben misschien iets vroeger terug dan dat ik had gehoopt. Maar er is niks beters dan thuis zijn.” (TVS)

Klik op Excelsior Maassluis voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Excelsior Maassluis voor meer informatie over de club.

VV Neerlandia’31 neemt afscheid van Richard Van Hooydonk

Richard van Hooydonk vertrekt aan het einde van het seizoen bij vv Neerlandia’31 uit Dorst. In goed overleg is besloten om voor het seizoen 23-24 een andere trainer voor de groep te zetten en zo komt na één jaar al een einde aan de samenwerking in Dorst.

“Hoewel we de trainingen en betrokkenheid van Richard zeer waarderen, zijn we jammer genoeg samen tot de conclusie gekomen dat de groep momenteel een andere aanpak nodig heeft om de volgende stap te maken” , aldus Wesley Konings bestuurslid technische zaken. Ondanks het aangekondigde afscheid is er zowel vanuit het bestuur als spelersgroep het volste vertrouwen om de handhaving in de vierde klasse dit seizoen samen met Van Hooydonk te realiseren en zo te komen tot een mooi afscheid. Vv Neerlandia’31 wenst Richard succes in zijn verdere carrière en gaat op zoek naar aan nieuwe trainer voor het volgend seizoen.

Klik op vv Neerlandia’31 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv Neerlandia’31 voor meer informatie over de club.

Ersin Kaplan bij PPSC in fase van afstelling

Uit zijn mond komt het woord promotie niet. Het eerste doel dat Ersin Kaplan bij PPSC heeft gesteld is om spelers beter te maken. “Ik probeer het uiterste uit spelers te halen.”

PPSC haalde met Kaplan (48, woonachtig in Schiedam) een voor het ‘grote publiek’ relatief onbekende naam binnen. Hij trainde in de jeugd van Excelsior, maar na een avontuur bij Oliveo 2 kwam zijn trainerscarrière bij DHC in Delft in een stroomversnelling. Toen hoofdtrainer Rob de Lange bij de eersteklasser uit Delft na een auto-ongeluk enige maanden uit de roulatie was, werd hij assistent Kaplan naar voren geschoven. “Op dat moment krijg je te maken met een hele nieuwe verantwoordelijkheid. Het was een nieuwe ervaring, maar ook weer niet, want ik heb bij de overheid ook een leidinggevende positie. Maar waar je als assistent kon werken op de achtergrond sta je als hoofdtrainer volop in de schijnwerpers.”

Voor Kaplan, vader van twee bij Excelsior’20 voetballende zoons, voelt ‘PP’ als een soort thuiskomen. Op sportpark Thurlede stond hij jaren geleden in de schijnwerpers bij het Excelsior’20, dat op zondag met eigen spelers vanuit de vierde naar de tweede klasse opstoomde. Kaplan was als handige buitenspeler één van de uithangenborden van de voorhoede. “De jonge Danny Koevermans speelde in de spits. Dat was natuurlijk heerlijk spelen.”

Waar Koevermans het betaalde voetbal inging, koos Kaplan een andere weg. Hij studeerde bedrijfseconomie en liet het veldvoetbal voor wat het was. “Ik heb nog wel een tijdje gezaalvoetbald, maar toen we onze kinderen kregen waren er andere prioriteiten.”

Bij Excelsior’20-buurman PPSC staat Kaplan dus officieel voor het eerst op eigen benen. Hij weet dat de club de afgelopen jaren verwoed jacht maakte om uit de vierde klasse te komen. Dat lukte nog niet. “De club heeft bij mijn aanstelling niet gezegd dat we per se moeten promoveren. Natuurlijk streven we het hoogste na – dat is het kampioenschap – maar het resultaat is altijd een gevolg van een proces. We hebben een talentvolle en ook leergierige groep en om de volgende stap te kunnen zetten is het van belang dat spelers zich verder ontwikkelen. Zeker op het vlak van een wedstrijd lezen hoop ik die jongens een stapje verder te helpen in hun ontwikkeling. Wanneer zet je druk en waar. Daar zijn we volop mee bezig om er in te brengen.”

De vierde klasse is aanzienlijk sterker dan vorig seizoen. “Hermes DVS heeft het vorig seizoen goed gedaan en is nu ook weer een belangrijke kanshebber. Dat geldt ook voor MSV’71 dat vorig seizoen net de promotie heeft gemist. Zo zijn er nog een aantal ploegen die in aanmerking komen om hoog te eindigen. Wij willen aanhaken bij de kopgroep en hopelijk kunnen we door progressie te maken als individu en team een rol van betekenis spelen.”

Klik op PPSC voor de laatste artikelen over de club.
Klik op PPSC voor meer informatie over de club.

Kethel Spaland heeft alle aandacht voor keepers

Bij Kethel Spaland hangen keepers er niet zomaar bij. Alle jeugdige doelverdedigers van de club worden bijgespijkerd door drie trainers: Marcel Balen, Brian Stolz en Dion Engelbracht. “Specialisten moet je trainen.”

Op een dinsdagavond is het op veld 5B een drukte van jewelste met keepers. Op het veld ligt een ‘trappetje’ voor het voetenwerk, er staan horden om over te springen en overal verspreid staan kleine en grotere doelen. Het is het werkterrein van Balen, Stolz en Engelbracht.

“Keepers zijn vaak ondergeschoven kindjes”, zegt Balen, die eerder keeperstrainer was van de jeugd van Victoria’04. “Hier hebben we de luxe van drie keeperstrainers.”

Eén keer in de week krijgen de keepers van alle jeugdteams een half uur speciale keeperstraining. Op maandag neemt Engelbrecht de keepers van de breedtesportteams voor zijn rekening, op dinsdag werken Balen en Stolz in één avond drie groepen, beginnend in de leeftijd van zeven jaar oplopend tot vijftien jaar, af.

De 22-jarige Engelbracht is zelf keeper in de selectie van Victoria’04. Hij is bezig aan zijn laatste jaar op de HALO, de hoge school lichamelijke academie. “Ik let goed op de techniek in combinatie met de lichaamsstabiliteit”, zegt de toekomstig gymdocent. “Ik probeer de fijne motoriek hier en daar wat te verbeteren.”

Balen legt uit dat hij en Stolz bij hun groepen werken in blokken. “Bij elk blok komt een ander thema aan bod. We maken ook gebruik van instructiefilmpjes van Youtube die we dan in de app zetten.”

Engelbracht: “Ik maak veel gebruik van andere sporten. Vroeger speelden kinderen veel meer buiten dan nu. De techniek van vallen is ook heel belangrijk.”

“Bij de jongste keepers ligt de nadruk echt op de basis. Hoe vang je de bal, op welke plaats ga je in het doel staan.”

Stolz (32, en ex-keeper van tweedeklasser AGE): “We proberen die jongens ook lef en durf mee te geven. Agressief keepen is zo’n dingetje. In plaats van een stap achteruit juist een stap vooruit doen en de ballijn snijden. We wijzen ze ook op het voetenwerk. Dat ze op hun voorvoeten moeten staan om van daaruit meteen een duik kunnen doen.”

De taak van de keeper is de afgelopen jaren veel omvattender geworden. Balen (42): “Toen ik begon mocht je een terugspeelbal nog met je handen pakken. Nu wordt er van een keeper gevraagd om mee te voetballen.”

“Wij zijn er voor het tegenhouden van ballen”, zegt Engelbracht. Balen: “Op de tweede training in de week kunnen ze leren meevoetballen als er positiespel met hun team wordt gedaan.”

Een half uur trainen is volgens het drietal lang genoeg. “We beulen ze heus niet af, maar het zijn wel pittige trainingen hoor”, zegt Stolz. “Maar ik hoor ze zelden klagen. Ze zijn vooral bereid om nieuwe dingen te leren.”

Klik op vv Kethel Spaland voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv Kethel Spaland voor meer informatie over de club.

Captain Scheurwater claimt (cult)heldenstatus bij VVGZ

Paul Scheurwater kan de komende maanden niet meer stuk bij de aanhang van VVGZ. Uitgerekend de 32-jarige captain claimde de (cult)heldenstatus door in blessuretijd de winnende treffer in de Zwijndrechtse derby bij Pelikaan (1-2) te scoren.

Juist in de ‘wedstrijd van het jaar’ vervulde aanvoerder en routinier Paul Scheurwater zijn leidersrol bij de ‘Vogels’ met verve. In de eerste competitie-ontmoeting sinds drie jaar bracht hij de aanhang van de bezoekers in extase met zijn rake kopbal in blessuretijd.                           ,,Ja, dit was wel een potje’’, beaamde Scheurwater. ,,Ik had wel de indruk dat we na rust steeds sterker werden maar dan moet je ook een beetje geluk hebben. We waren al eerder gevaarlijk geworden uit dode spelmomenten door de lucht, waarbij ik ook betrokken was en al heel dicht bij was. Bij de tweede keer dacht ik: ik ga eerder naar de eerste paal bewegen en daar kwam ‘ie. Ik raakte de bal met mijn hoofd, maar heb de bal er niet in zien vliegen.’’

Gelukkigste
Scheurwater maakte in zijn loopbaan als voetballer al heel wat mee bij zijn vorige clubs ASWH, SHO, Sliedrecht en Heerjansdam. Van de ontmoeting tussen Pelikaan en VVGZ raakte hij dan ook niet in de war en had hij eveneens geen slapeloze nachten. ,,Voor sommige jongens die al hun hele leven bij VVGZ spelen is dit de wedstrijd van het jaar en dat voel je natuurlijk wel als je naar zo’n wedstrijd toeleeft. Ik heb wel voor hetere vuren gestaan. Maar het is natuurlijk wel mooi, met duizend man langs de lijn. Je merkte wel dat er spanning was en beleving op zat, wat je soms nog wel eens mist in andere wedstrijden. Dan is het des te mooier dat we hem er uiteindelijk nog uitslepen. Ik denk dat we een paar keer goed weggekomen zijn, maar anderzijds hebben we ook de paal geraakt. We waren de gelukkigste en misschien net iets fitter.’’

In de slotfase escaleerde de derby nog even bij een opstootje, waarbij Scheurwaters ploeggenoot Mark Swank zijn tweede gele kaart kreeg en kort voor het laatste fluitsignaal al richting kleedkamer mocht vertrekken. Scheurwater: ,,Dat is het stukje van een derby waar ik eigenlijk niet zo van houd. Volgende week kom je elkaar weer tegen in het dorp, maar dat is blijkbaar de extra spanning die op een wedstrijd als deze zit. Er zijn geen gekke schoppartijen geweest, alleen wat duwen en trekken aan het einde van de wedstrijd. Het is jammer dat een echte VVGZ‘er als Mark, niet wat meer beleving heeft op zo’n moment net even kortsluiting heeft.’’  De status van matchwinner is de verdedigende middenvelder niet vaak gegeven. ,,Zeker niet in dit soort ontmoetingen. En je ziet wat het losmaakt bij de mensen van de club. Daar kan ik enorm van genieten.’’

Klik op VVGZ voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VVGZ voor meer informatie over de club.

Excelsior’20 probeert weg in derde klasse te vinden

Dankzij een sterk eindschot het afgelopen seizoen, resulterend in promotie, probeert Excelsior’20 dit voetbaljaar in de derde klasse zijn weg te vinden. “Het gaat allemaal een stapje harder, maar ik zie ook dat we het niveau ons snel eigen maken”, aldus trainer Jaco Verhoev.

Ook in de derde klasse aan derby’s geen gebrek voor de 102-jarige traditieclub. Waar Excelsior’20 vorig seizoen lopend naar PPSC en op de step naar Hermes DVS en SVV kon, zijn de uitduels met HBSS, Kethel Spaland, Deltasport, Victoria’04 en DVO’32 met de fiets te doen.

“We hebben derby’s verloren, maar daar ook weer mooie derby’s voor teruggekregen”, zegt Verhoev, die het jammer vond dat de strijd met stadgenoot Kethel Spaland een roerig einde kende. “De scheidsrechter moest vijf minuten afkoelingsperiode ingelasten. Ik geef niemand de schuld, maar het is jammer dat de emoties zo hoog opliepen.”

Excelsior’20 was in de derby dicht bij de eerste overwinning van deze competitie. “We maakten de 2-1, maar de scheidsrechter zag niet dat de bal zat. De bal kwam in de winkelhaak en stuiterde het veld weer in. Dat was voor ons pure pech. De ene keer heb je dat, de andere keer heb je geluk. Aan het einde van de rit heeft iedereen zijn pech- en geluksmomenten gehad. We hebben nu nog wat te goed”, stelt Verhoev nuchter vast.

Dat zijn ploeg dit seizoen deel zou uitmaken van het deelnemersveld van de derde klasse hadden weinig half mei verwacht. De Schiedammers stonden weliswaar op de vierde plaats, maar promotie was ver weg. “Om de periodetitel te winnen moesten we op de voorlaatste speeldag winnen van Blijdorp. Dat deden we, waarop we ook de laatste speeldag moesten winnen. En ook dat lukte”, vat Verhoev het slotakkoord samen. “In de nacompetitie waren we drie wedstrijden oppermachtig. Op weg naar de finale tegen Celeritas versloegen we twee derdeklassers.”

En daardoor kon Excelsior’20 in het eerste seizoen als zaterdagclub meteen promotie bewerkstelligen. “De club had er voor kunnen kiezen om een jaar later over te stappen, dan was er de mogelijkheid geweest om horizontaal over te gaan. Daar is ook goed naar gekeken. De kans was echter aanwezig dat we uit de tweede klasse waren gedegradeerd. Dan kom je anders  de derde klasse in dan nu.”

Niet dat dat de opgave voor dit seizoen makkelijker maakt, want dankzij de versterkte degradatieregeling die de KNVB heeft ingevoerd, lijken alle ploegen in het rechterrijtje zich op te maken voor een doodstrijd. Drie clubs degraderen immers rechtstreeks, drie moeten op voor de nacompetitie. “De KNVB neemt wel eens meer maatregelen waarvan je denkt ‘dat had ook anders gekund’”, reageert Verhoev. “Prima dat ze een piramide willen bouwen, maar doe dan verspreid over een jaar of vier. De impact van deze zware degradatieregeling is heel groot. Driekwart van de teams kijkt naar onderen, je ziet de grote belangen ook terug in het veld. Er is veel meer strijd en er vallen meer gele en rode kaarten.”

In dat speelveld moet Verhoev met Excelsior’20 het hoofd boven water proberen te houden. “Dave Roos en Mitchell Schrauwers zijn na vorig seizoen gestopt. Die vervang je niet zomaar. Joël de Windt doet het goed in de spits en Danny Ruiz op het middenveld, maar ze hebben nog niet de ervaring van Dave en Mitchell. We hebben sowieso wat tijd nodig om ons aan de derde klasse aan te passen.”

Veel tijd gebruiken daarvoor, dat kan Excelsior’20 met de grote belangen die op het spel staan zich niet veroorloven. Verhoev: “Ik schat in dat we tussen de 26 en 30 punten nodig hebben om ons te handhaven. Dat is flink meer dan andere jaren. Als je voorheen vierde van onderen eindigde, was je dolblij als debutant. Nu wacht nog een zware nacompetitie, met veel derde- en vierdeklassers en weinig plaatsen.”

Klik op rksv Excelsior’20 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op rksv Excelsior’20 voor meer informatie over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.