Home Blog Pagina 440

MO17 is paradepaardje van Poortugaal

Het meisjesvoetbal bij sv Poortugaal zit in de lift. Wekelijks meldden zich nieuwe speelsters aan, maar ook in prestatief opzicht laten de meisjes van de fusieclub zich gelden. De MO17 is het paradepaardje van de afdeling.

Enthousiast meldt trainer Soedesh Chauthi dat zijn pupillen gewonnen hebben van DSO in Zoetermeer. Voor DSO, dat op de eerste plaats staat in de hoofdklasse, is dat de eerste nederlaag in de tweede fase van de competitie. De zege brengt Poortugaal MO17 op de tweede plaats op drie punten van de Zoetermeerse club.

Chauthi geeft hoog op van zijn elftal. “Het team bestaat uit allemaal zeer talentvolle meiden die enorm gemotiveerd zijn. De trainingsopkomst is bijna honderd procent.”

Het is daarom ook dat de MO17 door Poortugaal is uitgeroepen tot het vlaggenschip van de meisjesafdeling. “Dit is de eerste keer dat we een selectie-elftal hebben”, zegt meisjescoördinator Sandra de Heer. “We hopen dat dit team ook de basis gaat vormen voor het toekomstige eerste elftal. De spelersgroep is talenvol en gemotiveerd om tot prestaties te komen en we hebben in Soedesh een gedreven trainer.”

Chauthi was eerder assistent-trainer van het eerste mannenteam van Meeuwenplaat en trainde voordat hij neerstreek bij sv Poortugaal de meisjes van Smitshoek. “Ik ben daar jammer genoeg door onenigheid vertrokken. Mijn dochter wilde daardoor naar een andere club. Zij koos voor Poortugaal. Een deel van haar oud-teamgenoten is haar gevolgd.”

Bij Poortugaal trad Chauthi al snel toe tot het korps van trainers. Hij is nu meer dan trainer, zegt De Heer. “We maken graag gebruik van zijn kennis en visie.”

Met inmiddels zeven meisjesteams krijgt de meidenafdeling van de fusieclub steeds meer ‘body’. “En omdat we groeien is het ook belangrijk om een goede organisatie en structuur neer te zetten. Plezier moet altijd voorop staan, maar wij vinden ook dat je die teams en speelsters moet faciliteren die meer willen en de ambitie hebben om prestatievoetbal te spelen.”

“Vorig seizoen eindigden we met een groot deel van dit team vierde op het NK voor meisjes onder vijftien jaar”, vertelt Chauthi met trots. “Dat zegt wel iets over het talent in deze ploeg.”

De oefenmeester roemt ook de balans in het team, dat in oktober al de titel voor zich opeiste in de eerste fase van de hoofdklasse. “Normaal gesproken moet je als trainer puzzelen om wie waar in het veld te zetten. Met dit team hoeft dat niet. We hebben een natuurlijke verdeling in verdedigers, middenvelders en aanvallers. Heel uniek. We hebben daarnaast veel kwaliteit als team, maar beschikken ook over speelsters die een wedstrijd met een actie of in een flits kunnen beslissen.”

De Heer hoopt dat het elftal van Chauthi bij elkaar blijft en op termijn de hoofdmacht gaat vormen van de vrouwentak. “Onze eerste elftal speelt in de vierde klasse. Als we deze meiden behouden kunnen we misschien wel naar de tweede klasse.”

Chauthi hoopt op kortere termijn ambities te verwezenlijken. “Dit team bestaat uit voornamelijk eerstejaars en we hebben er meiden bij die van 2008 zijn. Ons doel is te promoveren naar divisieniveau. Dit seizoen of anders volgend seizoen.”

Klik op Poortugaal voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Poortugaal voor meer informatie over de club.

‘Je keert als degradant niet ‘zomaar eventjes’ direct weer terug’

Degraderen en dan het seizoen erna direct weer de stap terug omhoog maken, het is niet altijd een vanzelfsprekendheid. Verre van zelfs, dat ondervindt ook vijfdeklasser VIVOO uit Huijbergen. Na de degradatie vorig seizoen uit de 4e Klasse B van het zondagvoetbal bevindt de ploeg van middenvelder Roel Paulus zich een treetje lager pas terug in de middenmoot.

“We hadden zeker wel de inschatting gemaakt, dat het niet eenvoudig zou worden dit seizoen. Maar dat het zo wisselvallig zou gaan, dat hadden we vooraf niet ingecalculeerd. We spelen in een competitie waar we bijna alleen maar onbekende tegenstanders treffen. Aan de ene kant een voordeel, maar het feit dat je de kwaliteiten van de andere teams niet kan inschatten is het niet zo simpel om te weten waar je als ploeg zelf staat. Toch is de klassering niet terecht als ik zie hoe we tot op heden hebben gespeeld. Al is het nu zaak aan ons om de weg naar boven weer terug te vinden. Het is alleen geen ABC-tje dat je na een degradatie automatisch titelkandidaat bent, want je keert als degradant niet ‘zomaar eventjes’ direct weer terug.”

De 21-jarige Paulus begon bij de Huijbergse club en speelde daarna één seizoen bij Meto en was actief binnen de jeugdopleiding van RBC in Roosendaal. Vijf seizoenen geleden keerde hij op het oude en vooral bekende nest weer terug.

“Dat was een bewuste keuze, want ik zie voetbal vooral als een plezierige hobby. En die wil ik beoefenen in een omgeving waar ik me prettig voel met vrienden om me heen. Het werd op den duur meer een verplichting en dan gaat de glans er snel vanaf. We hebben nu hier bij VIVOO een jonge ploeg en daarin probeer ik een zo goed mogelijke rol te vervullen. Qua veldspel en zeker ook qua coaching, al moet ik daarin zeker nog wel groeien. Want ik ben van nature niet iemand die constant loopt te roepen en spelers op hun plek zet. Als centrale middenvelder is dat overigens wel één van de taken die daarbij hoort en daarin probeer ik stappen vooruit te maken.”

Toen hij van RBC terugkeerde was het wennen om als tweede jaar B-junior aan te haken bij het seniorenvoetbal. Inmiddels heeft hij al was vlieguren gemaakt en maakt het voor hem niet direct uit dat hij op het laagste amateurniveau actief is. “Ik kan wekelijks lekker trainen en wedstrijden spelen met vrienden in een gezellige omgeving. Dat is soms veel meer waard dan de constante drang van het moeten presteren op een hoger niveau. Natuurlijk wil ik ook hier bij en met VIVOO elk week het beste resultaat eruit slepen, maar dat lukt nog niet altijd. We moeten samen veel constanter worden en onszelf vaker belonen.”

”Als dat lukt dan zullen we stap voor stap opschuiven richting de bovenste plekken. Ik vind zeker dat we daar thuishoren, maar je moet dat wel zelf afdwingen. Aan het eind van de rit sta je altijd waar je als ploeg thuishoort. Ik hoop in elk geval, dat dit in de buurt gaat komen van plekken die recht geven op promotie. Want dat is voor ons nog altijd de belangrijkste doelstelling.”

Het eerste seizoen in de senioren bij VIVOO speelde Paulus, nadat hij terugkeerde vanuit Roosendaal, ook vijfde klasse. “Dat was toen wel compleet anders. In die Zeeuws-Vlaamse klasse gingen ze er soms echt fysiek vol in. Dat was ik niet gewend, want ik was gewend dingen voetballend te doen. Het was wel een pittige vuurdoop, waar ik nu nog mijn voordeel mee doe. Ik kan me beter wapenen en probeer toch ook voetballend nog de oplossing te zoeken. In de zestien komen en het overzicht te houden. Veel spelen en belangrijk zijn voor de ploeg. En vooral plezier hebben, dat is voor mij het voornaamste.”

Klik op vv Vivoo voor de laatste artikelen over de club.
Klik op vv Vivoo voor meer informatie over de club.

André Stafleu als trainer terug bij basis bij Sv Slikkerveer

De B-jeugd van SV Slikkerveer mag zich gelukkig prijzen. In de persoon van voormalig profvoetballer André Stafleu hebben ze een ervaren rot aan het roer staan. Hij brengt niet alleen de ervaring van ruim anderhalf decennium profvoetbal mee.

Wat sommige voetballiefhebbers waarschijnlijk niet weten is dat de 67-jarige Stafleu al 50 jaar als voetbaltrainer actief is. Tijdens zijn profvoetbalcarrière combineerde hij zijn eigen trainingsuren bij onder meer Feyenoord, Vitesse en FC Haarlem met training geven aan jeugdelftallen. Stafleu: “Als 17-jarig jochie was ik al trainer van de C1-jeugd van SEV (Sport & Vriendschap in zijn geboorteplaats Leidschendam, red.). Een paar jaar later was ik met het volgen van trainingen overdag bij Feyenoord rond vijf uur klaar en ging ik vaak direct door om training te geven aan meerdere jeugdteams, van C1 tot A2. Dan eindigde ik soms na training geven aan een A1-team met een training aan A2 rond tien uur.”

Rond 2006/2007 was Stafleu een tijd voetbalagent en scout in China, waar hij ook als trainer werkte. “Daarna wilde ik een tijdje niets doen, maar één van mijn allerbeste vrienden vroeg me of ik niet twee á drie dagen per week bij zijn bedrijf in de Rotterdamse haven wilde komen werken. Uiteindelijk werden dat er vijf per week”, lacht Stafleu. “Ik was ‘radioman dek’ en moest communiceren met containerslossend personeel en chauffeurs. Het was goed opletten dat containers niet aan elkaar bleven plakken. We zaten met zes man op één radiokanaal, dus werd er natuurlijk ook regelmatig slap geouwehoerd.” Via een senioren FIT-regeling werd Stafleu’s werkweek weer korter. “Twee jaar geleden kon ik met pensioen. Zonder die regeling had ik nog tot 66-4 moeten werken.”

Ondertussen was Stafleu na een aantal seizoenen bij RCSV Zestienhoven bij SV Slikkerveer aan de slag gegaan als oefenmeester.
“Ik heb alle drie seizoenen bij het vlaggenschip helaas niet kunnen afmaken. Drie seizoenen geleden stonden we bovenaan met 30 uit 11, toen we opnieuw ingedeeld werden door de KNVB en er zes teams uit West I bijkregen. We begonnen toen gewoon weer op nul punten. In het seizoen erna stonden we tweede of derde toen de competitie stopte wegens corona.”

Stafleu vervolgt: “Gewoonlijk stop ik na drie jaar bij een bepaalde club. Maar ik gaf bij Slikkerveer nog clinics en floot junioren en seniorenteams om fit te blijven. Toen ik begin oktober gevraagd werd om de B1 te gaan trainen heb ik aangegeven dat ik tussendoor wel ruimte wil hebben om te genieten van mijn pensioen. Zo moeten ze me in januari een paar weken missen vanwege een reis naar Thailand die al geboekt was.” In het begin zette Stafleu vraagtekens bij de B-selectie van Slikkerveer. “Mijn doel is om te zorgen dat een paar spelers uit de eigen jeugd naar de hoofdmacht kunnen doorstromen.
Slikkerveer betaalt geen spelers en is dus voor een groot deel afhankelijk van de doorstroming. Ik vond het in eerste instantie een speeltuinvereniging en heb na twee weken zelfs even overwogen te stoppen. Na een gestaakte wedstrijd tegen CKC werden twee spelers geroyeerd. Ik zie na twee maanden nu 4 á 5 spelers die richting eerste elftal kunnen doorstromen. In het verleden stapten er wel eens in één keer tien tot twaalf spelers over naar Barendrecht. Dat moeten we nu voorkomen.”

Klik op Slikkerveer voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SV Slikkerveer voor meer informatie over de club.

RVVH geeft talent extra de tijd bij O23-elftal

RVVH heeft dit seizoen voor het eerst een onder 23-elftal in de competitie. Het team is het vangnet van talentvolle spelers die nog even moeten rijpen voordat ze de stap naar het tweede of eerste elftal van de Ridderkerkse club kunnen maken. Brendon Tholenaars, oud-eerste elftal speler en erkend opleider bij RVVH, heeft zich over de talenten ontfermd.

Dat doet hij samen met zijn drie jaar jongere broer Mitchell (37), die ook bij de onder negentien van RVVH zijn rechterhand was. “We trainen en coachen al meer dan vijf seizoenen samen”, zegt Tholenaars (40). “We hebben dezelfde ideeën over voetbal.”

Voor Tholenaars neemt sport sowieso een centrale plaats in in zijn leven. Naast dat hij al jaren bij RVVH actief is als trainer probeert hij overdag als sportconsulent van de gemeente de Ridderkerkse jeugd te prikkelen om te gaan bewegen, het liefst op structurele basis. “We doen allerlei projecten en organiseren evenementen, alles met het doel om de jeugd tot dertien jaar in beweging te krijgen.”

Tholenaars kan zelf terugzien op een mooie actieve carrière die zich vooral bij zijn RVVH afspeelde. Hij was vijftien jaar toen hij van toenmalig trainer Steef Buijs mocht debuteren in de hoofdmacht. “Ik heb alles bij elkaar zo’n vijftien jaar in het eerste elftal gespeeld. De meeste jaren in de eerste klasse. Toen we degradeerden naar de tweede klasse kwam Mario Papavoine als voorzitter en werd er een andere koers ingezet.”

Tholenaars speelde in zijn nadagen als voetballer ook nog bij IFC (één jaar) en Slikkerveer (twee seizoenen). “Dat was meer op afbouwbasis”, kijkt de voormalig controlerende middenvelder op die periode terug. “Ik ben als voetballer geëindigd in het tweede elftal van RVVH.”

Op dat moment was Tholenaars, die ook in de jaren als voetballer bij IFC en Slikkerveer altijd lid bleef van RVVH, toegetreden tot het trainerskorps van de Ridderkerkse Voetbal Vereniging ‘Hercules’. “Ik heb diverse teams onder mijn hoede gehad en ben begonnen met de F- en E-jeugd. Daarna heb ik de D- en C-jeugd gedaan en van daaruit de sprong naar de onder 19 gemaakt.”

Het nieuwe onder 23-team bestaat voor een groot deel ook uit spelers die de afgelopen twee seizoenen in de JO19 speelde. “Aangevuld met jongens van het tweede en derde die nog even iets tekort komen. We hebben er als club bewust voor gekozen om dit elftal extra toe te voegen. Bij veel andere clubs zie je dat de onder 23 in plaats is gekomen van het tweede elftal. Bij ons hangt dit team, samen met het derde selectieseniorenteam, onder het tweede. We zien het als een extra platform om spelers op te leiden, spelers die nu nog net buiten de boot vallen bij het tweede en eerste en spelers die vanuit de onder 19 doorstromen en fysiek moeten doorgroeien. We zijn een opleidingsteam.”

‘Dat wil niet zeggen dat presteren niet belangrijk wordt gevonden. Tholenaars: “Presteren hoort op deze leeftijd ook bij het opleiden. Omdat we voor het eerst meedoen aan de competitie zijn we automatisch ingestroomd op het laagste niveau, de vierde divisie. De wens is om snel de stap naar de derde divisie te maken, het liefst nog deze winter. Weerstand in deze competitie is er maar in beperkte mate. We hebben regelmatige scores gehad van 6-0, 6-1, 9-2 en 10-0. In de derde divisie zullen we wekelijks weerstand ondervinden en daardoor worden spelers beter. We werken met een vaste groep van zeventien spelers. Ik durf gerust te zeggen dat al vijf, zes spelers het niveau hebben om in het tweede, dat reserve-hoofdklasse speelt, mee te spelen.”

Klik op RVVH voor de laatste artikelen over de club.
Klik op RVVH voor meer informatie over de club.

‘Als trainer wil ik bijna nog liever winnen’, aldus Traets van RBC

Speler van het eerste elftal, maar toch vooral jeugdtrainer. Lars Traets staat bij RBC dagelijks op het veld. Want als trainer van de JO14, krijgt de 22-jarige Pabo-student maar geen genoeg van het spelletje. “Het enthousiasme van die kinderen, ze zijn zo fanatiek. Dat geeft zoveel energie!”

En in zijn vijfde seizoen als trainer bij de s t a d i o n c l u b , kan hij het weten. “Ik heb CIOS gedaan, toen moest ik voor het behalen van mijn UEFA C stagelopen, dat werd RBC. Toen zat ik binnen een paar weken bij de JO9.” Maar ook zelf, trapt hij dus een aardig balletje mee. “Vorig jaar ben ik begonnen in de O23, inmiddels ben ik aangesloten bij het eerste. Al maak ik daar op dit moment nog niet al te veel minuten.” Dus is er tijd genoeg om zich te focussen op het trainersvak, Traets geniet er al seizoenenlang van. “De meeste mannetjes heb ik al drie jaar, begonnen in de JO12. Dit is voor mij voorlopig ook wel de maximale leeftijd hoor, die onderbouw. Ik ben zelf ook nog niet zo oud, haha.”

HEEL FANATIEK
Maar voor het overdragen van kennis, ben je nooit te jong, heeft hij gemerkt. “Het is drie keer per week trainen en iedere keer, staan ze weer te stralen op het veld. We doen vooral heel veel met bal.” Want, zo weet Traets nog goed. “Toen ik zelf bij Gastel in de jeugd voetbalde, deden we ook heel veel zonder bal. Dat vindt niemand leuk.” Maar ook wedstrijdelementen komen altijd terug in zijn trainingen. “Echt willen winnen! Of situaties uit de wedstrijd, wat ging er op zaterdag niet goed? Dan gaan we dat proberen te verbeteren.” Want dat fanatisme, gaat er bij hem vermoedelijk nooit meer uit.
“Ik ben een rustige jongen, maar als voetballer heel fanatiek. Als trainer wil ik bijna nog liever winnen. Dat is wel grappig.” Die passie ontdekte de jongeling tijdens zijn opleiding op het CIOS. “Daar begon mijn interesse en eigenlijk vond ik het al snel echt heel leuk.” Vandaar ook dat de jongeling niet alleen actief is voor RBC, maar ook training geeft in bijvoorbeeld Amerika en in het verleden voor de Ajax Camps en Clinics. Al die ervaringen hebben hem ook als persoon doen groeien, vertelt hij. “Toen ik hier voor het eerst kwam, als zeventienjarig jochie, ben je heel rustig. Daarna krijg je steeds meer zelfvertrouwen.”

BETER WORDEN
En dat merk je. “Ik ben heel duidelijk en eerlijk, dat leer je wel op de PABO.” Bij de stadionclub zit Traets, in het bezit van UEFA B, dan ook helemaal op zijn plek. “Hier willen die jongens écht heel graag, die komen om beter te worden. Dat is een fijn stapje omhoog als trainer.” En dus moet hij, ook zelf, scherp en op de hoogte blijven. “De tactiek van bijvoorbeeld Pep (Guardiola) vind ik heel interessant. Dat probeer je, natuurlijk op een iets ander level, een klein beetje toe te passen.” Zoals? “Omschakelen, opbouwen, drukzetten, bepaalde looplijnen. Het is echt een leuke leeftijd, maar dat soort dingen moet je blijven oefenen. Veel herhalen en ook af en toe wel even stilleggen.”
Gelukkig hoeft hij dat niet allemaal alleen te doen. “Vanuit de Hoofd Jeugdopleiding volgen we een zes-wekenplan en onze trainingen laten we controleren bij de coördinatoren. Die kijken ook mee.” Qua niveau, zit het bij RBC dus wel goed. “Wat dat betreft hebben we nu een stabiele jeugdopleiding, met veel gediplomeerde trainers. Die ontwikkeling zie je echt.” Naast het veld is nog wat ruimte voor verbetering, denkt Traets. “Bepaalde randzaken, zoals kleding, zijn niet altijd even goed geregeld. Daar zijn dan ook te weinig vrijwilligers voor of wordt even niet aan gedacht.” Hoe dan ook, de Oud-Gastelaar zit bij de jeugd voorlopig prima. “Dat blijf ik echt nog wel even doen. Over twee jaar is mijn opleiding klaar, misschien ga ik dan wel naar Amerika of een BVO? Die ambitie heb ik zeker!”

Klik op RBC voor de laatste artikelen over de club.
Klik op RBC voor meer informatie over de club.

Aram Harms van Poortugaal is van de dubbele schaar

Ze zijn er nog, de jongens die op pleintjes voetballen en daarmee aan hun techniek schaven. Pleintjesvoetballer Aram Harms (19) maakt met Poortugaal onder 23 grote kans om te promoveren naar de tweede divisie. “We gaan voor het hoogste.”

De onder 23 is bij Poortugaal de kweekvijver voor het eerste elftal. Om de aansluiting met de in de vierde divisie acterende hoofdmacht te verkleinen is het voor de fusieclub belangrijk dat de talenten veel weerstand krijgen in de competitie.

“Hoe hoger wij spelen en hoe hoger het niveau is, hoe makkelijker het voor ons wordt om door te stromen naar het eerste”, ziet ook Harms het doel in. En ook Harms, die net over de grens woont tussen Poortugaal en Hoogvliet, wil later graag in Poortugaal 1 voetballen.

Specifieke kwaliteiten heeft hij daarvoor voldoende, want Harms staat te boek als een klassieke rechtsbuiten. Eentje die zijn acties maakt op de vleugels, buitenom passeert en voorzetten aflevert op zijn spits. “Ik heb altijd zo gespeeld”, zegt hij. “Tegenwoordig zie je alleen maar buitenspelers die naar binnentrekken. Een echte rechtsbuiten met een rechterbeen zie je niet of nauwelijks meer. Ik speel vanwege tactische overwegingen ook wel eens op links.”

Een rechtsbuiten op rechts, die er met regelmaat de dubbele schaar uitgooit. Harms is er niet op getraind, maar heeft zich dat zelf eigen gemaakt. Daarvoor kijkt hij soms naar oude beelden van vroeger. “Ik heb onlangs nog met mijn vader naar het door Oranje gewonnen EK in 1988 gekeken. Daar werd het klassieke spel met buitenspelers nog gespeeld.”

Zijn goede techniek leerde hij op de pleintjes dicht bij zijn ouderlijke woning. “Ik heb altijd heel veel gevoetbald op dat pleintje. En dat doe ik nog steeds met vrienden. Tegenwoordig voetbalt iedereen op de Playstation. Als ik dat langer dan een uur doe word ik gek en moet ik naar buiten.”

Poortugaal onder 23 vaart wel bij de klassieke vleugelspeler. Spits Kay de Mooij hoeft niet te wanhopen dat hij niet bediend wordt. “Kay is een echte targetman. Hij is niet zo groot, dus de voorzetten moeten laag zijn. Dat lukt aardig”, reageert Harms, die met zijn elftal in de cruciale laatste fase van de competitie in de derde divisie zit.

De blauw-zwarten hopen achter koploper Kozakken Boys de tweede plaats vast te houden en daarmee promotie naar de tweede divisie te bewerkstelligen. “Na de winterstop start de nieuwe competitie. We zitten nu in een poule met acht ploegen. We spelen in totaal veertien wedstrijden. Het wordt spannend.”

Mocht Poortugaal promoveren dan wacht Harms en zijn ploeggenoten een avontuur door heel het land. “Ik vind het wel een uitdaging, maar eerst promotie behalen.”

Ook op school worden er van Harms prestaties verlangd, want is dit jaar begonnen aan hbo watermanagement. “Reuze interessant, vooral omdat het een zeer brede opleiding is. Maar het is wel aanpoten.”

Klik op Poortugaal voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Poortugaal voor meer informatie over de club.

Coen Baltussen hoopt met MOC’17 opnieuw op promotie

De doelstelling van MOC’17 na de overstap richting het zaterdagvoetbal was helder: binnen drie seizoenen vanuit de vierde klasse doorstoten naar de tweede klasse. Vorig seizoen werd de eerste stap gezet door via de nacompetitie te promoveren. Nu als derdeklasser wil de ploeg van verdediger Coen Baltussen (19) de twee horde slechten. ‘Ik denk dat onze selectie sterk genoeg is om opnieuw voor promotie te kunnen strijden.’

Baltussen is al sinds de smurfen lid aan de Olympialaan en wist vorig seizoen vanuit de JO19 door te stoten richting het eerste elftal. “In de eerste seizoenshelft was ik geen basisspeler, maar na de winter heb ik mezelf in de basis weten te spelen en ook dit seizoen onder de nieuwe trainer Remco van Haaren krijg ik weer mijn kansen. Die probeer ik zoveel mogelijk te pakken. Want het was voor mij altijd het doel om het eerste elftal te halen. Nu me dat is gelukt, wil ik proberen om ook zo veel mogelijk te spelen en uiteindelijk zo lang mogelijk vaste basisspeler te blijven.”

Hoewel hij in de jeugd van de Bergse derdeklasser op hoog niveau speelde, was de stap naar de senioren vanuit de jeugd volgens de rechtsback een grote. “Ik heb zowel vierde als derde divisie gespeeld, maar dan is de vierde klasse toch wel even wat anders. We hadden bij de jeugd ook nog twee afgebroken coronaseizoenen en dan mis je die wedstrijdinspanningen echt wel. De stap naar de senioren bleek vooral in fysieke zin een pittige. Je komt tegen ploegen die het vaak minder voetballend oplossen, maar de fysieke strijd aangaan. Daar had ik in het begin veel moeite mee, moest ik ook slimmer worden in de duels. Waar ik vorig seizoen nog geregeld daarin mijn meerdere moest erkennen, win ik die duels nu wel en dat geeft aan dat ik me daarin nog altijd ontwikkel.”

Frequenter een bezoek brengen aan de sportschool om daar te werken aan de spierkracht en vooral ook op trainingen en tijdens wedstrijden luisteren naar de ervaren spelers in de selectie, het zijn twee zaken die Baltussen toepast om zichzelf door te ontwikkelen als voetballer en om steeds toe te groeien naar een hoger niveau. “Het grootste doel is om zoveel mogelijk speelminuten te maken, want je ontwikkelt jezelf alleen door in situaties te komen die je moet overwinnen. Ik ben altijd wel gemotiveerd om het beste uit mezelf te halen en probeer ook altijd hard te blijven werken. An hoop ik uiteindelijk vast basisspeler te worden en het liefst op mijn sterkste positie.”

De positie waarop Baltussen doelt is die van centrale verdediger, de plek waar hij in de jeugd meestal in de opstelling was terug te vinden. Momenteel moet hij zich vooral richten op de rechtsbackpositie, waar hij ook prima uit de voeten kan.

“In de jeugd werd ik, mede ook door mijn lengte, altijd centrale verdediger gezet en dat vind ik ook echt een fijne plek. Vanuit het centrum het spel voor je hebben en dan de opbouw verzorgen. Bij het eerste ben ik vooral rechtsback en is het mijn taak om er regelmatig in balbezit overheen te komen. Dat is een fijne manier van voetballen, maar daarin kan ik zeker nog stappen maken. Het juiste moment kiezen en ook qua inspeelpass vind ik dat het nog veel beter kan en moet. Ik ben nog jong en heb alles nog te leren en bewijzen. Ik hoop de trainer te kunnen overtuigen dat hij voor mij kiest en ik op die manier mezelf kan blijven verbeteren. En dan dit seizoen met MOC’17 opnieuw promoveren. Dan zou het seizoen helemaal compleet zijn.”

Klik op MOC’17 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op MOC’17 voor meer informatie over de club.

Bouwman hoopt na winterstop zich écht te laten zien bij Halsteren

Na omzwervingen in onder meer Finland, Cyprus en België keerde in 2021 Pim Bouwman na negen jaar buitenland terug in Nederland. De oud-prof van onder meer NAC Breda koos voor de ambities van Vierde Divisionist RKSV Halsteren. Maar zijn terugkeer op de Hollandse velden is vanwege verschillende blessures nog niet geworden waarop hij hoopte.

“Dat is nog zacht uitgedrukt. Ik was enorm gemotiveerd toen in hier vorig seizoen begon, maar merkte wel dat ik langer nodig had om na trainingen en wedstrijden te herstellen. Toen kreeg ik er tot overmaat van ramp ook nog wat spierblessures en een langdurige blessure aan mijn hiel bovenop, dus sportief gezien heb ik mezelf nog niet helemaal kunnen tonen jammer genoeg.”

Dit seizoen was Bouwman fit en wilde hij met Halsteren de ambities waarmaken om mee te doen voor de bovenste plaatsen in de Vierde Divisie B van het zondagvoetbal. Tot het tegen Meerssen echter weer mis ging. “In een duel viel een tegenstander op mijn linkerenkel. Direct was wel duidelijk dat het niet goed zat, want zowel ik als mijn tegenstander voelden het knappen. Onderzoek wees ook uit dat de enkelband was ingescheurd. Dus opnieuw moet ik nu herstellen van een nieuwe blessure, wat toch ook best wel frustrerend is. Je wilt zo graag de ploeg helpen en jezelf laten zien, maar steeds loopt het anders.”

Een van de zaken die de routinier had onderschat sinds hij overstapte naar het amateurvoetbal, dat was het geringere aantal trainingsmomenten. “Mijn lichaam was een bijna dagelijkste inspanning en belasting gewend. Ik merkte en merk nog steeds, dat me dit soms nu wel parten speelt. Dat heb ik echt wel onderschat. Mijn lijf is gewend en heeft blijkbaar ook behoefte aan meer fysieke prikkels en belastbaarheid dan de twee trainingsmomenten die we nu hebben. Ik denk ook echt, dat sommige spierblessures die ik heb opgelopen, misschien daar wel verband mee houden. Niet deze enkelblessure, want dat is gewoon pure pech.”

Pech is ook wel van toepassing als het gaat over de prestaties van het eerste elftal, want volgens Bouwman, wiens vader Geert overigens in 1989 ook een seizoen voor Halsteren uitkwam, staat de vierde divisionist veel te laag. “Het rechterrijtje is niet een klassering die recht doet aan de kwaliteit die we in de selectie hebben. Maar we zitten in een flow dat de bal er soms niet in wil. De laatste paar weken zie ik echter wel een kentering en ik heb er ook zeker alle vertrouwen in, dat we in het verloop van de competitie nog gaat opschuiven.”

Voorlopig moet hij dus nog van de kant toekijken of bij de fysiotherapeut en thuis aan zijn herstel werken. “Ik krijg oefeningen en als ik die doe of heb gedaan, dan merk ik wel dat mijn enkel nog niet de oude is. Dus dat heeft nog tijd nodig. Ik mis het spelen van wedstrijden overigens we heel erg, want dat is toch waarvoor je traint en op voetbal zit. Na de winter hoop ik weer aan te sluiten en mijn waarde voor de ploeg te bewijzen met een stukje ervaring, rust en voetballend vermogen. Daar kijk ik wel naar uit, want ik hoop dan de blessures achter me te laten en de mensen te laten zien dat ik van waarde kan zijn en het voetballen nog niet ben verleerd.”

Klik op Halsteren voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Halsteren voor meer informatie over de club.

ZBC’97 vindt draai na knotsgekke promotie

ZBC’97 zorgde het afgelopen seizoen voor een van de meest memorabele promotiewedstrijden door uit schier ongeslagen positie alsnog het derdeklasserschap te claimen. Een niveautje hoger is het gewenningsproces nog gaande, maar vormde de 3-1 zege op plaats- en sportparkgenoot Groote Lindt een serieus teken van leven.

Terwijl op een steenworp afstand de andere plaatsgenoten Pelikaan en VVGZ elkaar troffen, had de competitieleider van de KNVB ervoor gezorgd dat een andere editie van de pure Zwijndrechtse derby zich ook voltrok. ZBC’97 en Groote Lindt kruisten namelijk tegelijkertijd de degens op sportpark Bakestein, met een prettige uitkomst voor de promovendus die de – op derde klasse niveau meer gelouterde – opponent het nakijken gaf.

Die overwinning was een serieus teken van leven in een kalenderjaar dat bijzonder is verlopen voor de hoofdmacht van de fusieclub. Eindelijk werd de zo driftig nagestreefde promotie naar de derde klasse bewerkstelligd, op een bijna heroïsche manier. En met een hoofdrol voor de grote kleine man aan Zwijndrechtse zijde, Elvis Verluis, die zich de afloop van het seizoen nog steeds volledig voor de geest kan halen. ,,Het begon op dinsdagavond met die 120 minuten durende wedstrijd tegen SV TOP, waarin ik twee keer scoorde. De eerste treffer was met een lob, de tweede uit een vrije trap in de verlenging waardoor we met 2-1 voorkwamen. Dat was uiteindelijk niet genoeg voor de overwinning, waardoor een strafschoppenreeks noodzakelijk was. Ik zat er zo doorheen dat ik geen strafschop meer kon nemen in die serie.’’ Toch ging ZBC’97 door: doelman Mike Kilsdonk stopte de laatste Brabantse strafschop waardoor de Zwijndrechtse ploeg zich plaatste voor de finale van de nacompetitie tegen weer een club uit Brabant: OSS’20.

Op het terrein van Roda Boys Bommelerwaard in Aalst volbracht ZBC’97 opnieuw een kunststukje. ,,Ik kon die wedstrijd eigenlijk niet spelen vanwege een liesblessure, maar ben toch gestart’’, draait Versluis de film terug. Jeffrey Gooshouwer tekende de 1-0 aan, maar daarna leken alle Zwijndrechtse inspanningen toch voor niets geweest. Met een 1-3 achterstand in de slotfase dreigde de promotiedroom uit elkaar te klappen. Maar het ongelooflijke gebeurde. ,,In blessuretijd zette ik nog één keer met een solo. Terwijl de tegenstander al stond de juichen omdat we inmiddels vijf minuten in blessuretijd zaten, krulde ik de bal in de bovenhoek en was het 3-3’’, schetst Versluis nogmaals het onvergetelijke scenario.

OSS’20 was daardoor mentaal geknakt, ZBC’97 sloeg dankzij Mo Auassar en wederom Versluis toe in de verlenging en kon feesten. De promotie maakte Versluis nog aan het twijfelen over zijn voetbaltoekomst. ,,Ik had al overschrijving naar de Dordtse tweedeklasser EBOH aangevraagd, maar heb die nog even heroverwogen. Ik heb besloten om eerst mee te gaan trainen bij EBOH om te kijken of het me beviel.’’ En dat bleek inderdaad het geval: met Eendracht Brengt Ons Hoger is Versluis prima gestart in de tweede klasse.

Voor trainer Robert Mohan werd het daardoor niet makkelijker op. Integendeel, het gemis van Jeffrey Gooshouwer – die een overstap maakte naar het naar de tweede klasse gepromoveerde Alblasserdam – en Versluis deed zich flink voelen binnen de selectie. ,,Want ik raakte in één klap flink wat doelpunten kwijt’’, stipte de oefenmeester, die met de promotie een grote wens in vervulling had zien gaan, aan.

De pijn zat hem in de openingsweken in de derde klasse dan ook vooral in het afmaken van de kansen, die er wel degelijk waren. ,,Want voetballend gezien was het in de eerste wedstrijden zeker niet slecht wat we lieten zien’’, liet Mohan optekenen.

Tegen Groote Lindt leek het wel of alle puzzelstukjes in één keer op hun plek vielen. De duelkracht was optimaal, de instelling perfect en het scorend vermogen toereikend. Hoewel in de slotfase een verdiende zege toch nog uit de handen dreigde te glippen, kroonde ZBC’97 zich (even) tot de Zwijndrechtse koning van de derde klasse. Invaller Joey van Axel Dongen maakte aan alle onzekerheid een einde en schonk zijn ploeg een levenslijn in de derde klasse. Mohan kon zijn lol niet op: ,,Hier kunnen we absoluut mee verder met elkaar.’’

Klik op ZBC’97 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op ZBC’97 voor meer informatie over de club.

Opmerkelijke rentree van Amy Neefs

De meiden en vrouwen die bij IFC bij de Girls Academy zijn aangesloten, zorgen voor mooie resultaten en een bloeiende lijn binnen de Ambachtse vereniging. Maar ze zorgen ook voor bijzondere verhalen.

Onder die categorie valt de rentree van Amy Neefs absoluut te scharen. De speelster van het tweede vrouwenteam van Ido’s Football Club maakte namelijk onlangs – onder grote belangstelling – haar rentree na een afwezigheid van drie jaar. Het leek een totale uitzichtloze situatie soms voor haar: met ziekenhuisbezoeken, revalideren, terugknokken, weer een tegenslag verwerken, doorzetten en uiteindelijk toch weer (kunst)gras onder de voetbalschoenen voelen. Haar terugkeer, compleet met spandoek en een daverend applaus van het talrijk opgekomen publiek dat de doorzetter een hart onder de riem wilde steken, is een voorbeeld voor sporters die na blessureleed of andere reden van absentie de moed en de wil hebben om zich helemaal terug te knokken.  De uitslag van de wedstrijd, waarin Amy haar terugkeer vierde, deed er helemaal niet toe: het feit dat zij weer op het veld stond was veel belangrijker.

En er ligt nog een mooi doel om te verwezenlijken: Amy wil graag het eerste vrouwenteam van IFC halen. En met haar doorzettingsvermogen kan het haast niet anders dat ook dat streven gerealiseerd gaat worden.

Foto gemaakt door: Jeroen van der Sman

Klik op IFC voor de laatste artikelen over de club.
Klik op IFC voor meer informatie over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.