Home Blog Pagina 335

GJS zit er in het nieuwe seizoen keurig bij

De accommodatie van GJS in Gorinchem-Oost is toe aan een grote renovatie. De grootste sportvereniging van Gorinchem is met de werkzaamheden al gestart en de aannemer verwacht in de zomer de hele klus geklaard te hebben.

GJS was in de gelegenheid om met steun van de Stichting Waarborgfonds en de gemeente in de goede tijd een uiterst gunstige lening af te sluiten. Het rentepercentage ligt onder de twee procent. Zeer aantrekkelijk voor de club met inmiddels 1100 leden. Ondertussen zijn de contouren van de twee nieuwe kleedkamers bij de vernieuwde entree van het clubgebouw al duidelijk zichtbaar. ,,Bovendien is er sprake van een stuk verduurzaming met een betere warmteregulering”, vertelt voorzitter Jan van Veen. ,,De kantine, deze wordt half juli opgeleverd, krijgt een complete facelift en de toiletgroepen worden aangepast en ook geschikt gemaakt voor mensen die moeilijk ter been zijn.” De huidige bestuurskamer, Van Veen noemt het liever een vergaderkamer, wordt zes meter verlengd.

Jan van Veen – hij zit in zijn dertiende jaar als voorzitter van GJS – is het niet eens met mensen die altijd maar tegen de overheid aanschoppen. ,,Wij, en ook alle andere verenigingen in deze stad, krijgen veel steun van de gemeente Gorinchem. Op alle buitensportcomplexen is LED-verlichting aangebracht en de baten zijn voor de verenigingen. Voor ons gaat het straks om vier verlichte velden. Daarnaast worden verenigingen gesteund bij de energielasten. Dat is redelijk uniek, want dat zie je niet in veel andere gemeenten. Bij GJS was sprake van een verdubbeling van de energielasten naar 60.000 euro per jaar. Daarin komt onze gemeente ons deels tegemoet en dat is erg netjes.”

Toekomstbestendig
GJS krijgt op het hoofdveld kunstgras. De aannemer heeft beloofd dat dit er aan het einde van de zomer in ligt. Het speelveld aan de Beatrixlaan wordt een WeTra B-veld. Waarom doet GJS dit allemaal? Van Veen: ,,Wij betalen per definitie geen spelers en dat gaat zolang ik hier met mijn bestuur leiding geef ook niet gebeuren. Dat betekent wel dat je moet zorgen voor een fatsoenlijke accommodatie. Wij gaan dus de randvoorwaarden optimaliseren. Boven de nieuwe kleedruimten ontstaat een royaal terras. Er komt een accommodatie die, voor onze nu al zeventig teams, toekomstbestendig is.” Een zorg blijft de parkeergelegenheid.

De club kan altijd rekenen op steun vanuit Business United GJS, de businessclub van en voor de club. Sinds de officiële oprichting in het najaar van 2008, mogen zij ruim veertig bedrijven tot het ledenbestand rekenen. Doelstelling van de businessclub is om GJS op verschillende fronten te ondersteunen. Van materialen om te trainen tot het leveren van inspanningen om de noodzakelijke uitbreiding te realiseren.Ergens in de maand september, nog voor de start van de nieuwe competitie, organiseert GJS een groot openingsfeest van het vernieuwde sportcomplex.

Klik op GJS voor de laatste artikelen over de club.
Klik op GJS voor meer informatie over de club.

Nicky Vromans heeft het plezier éindelijk weer terug

Hij verloor zijn plezier bij FC Dordrecht, stopte vervolgens een stuk of vier keer, maar vond dankzij Bas Antens de liefde voor het spelletje weer terug. Want in dienst van kampioensploeg BSC Roosendaal, schijnt voor Nicky Vromans weer de zon. “Dit heeft fantastisch uitgepakt.”

De jeugd van BSC, naar Dordrecht, naar RBC, toen DOSKO en dus weer BSC. Het rijtje clubs van de toch pas 26-jarige Vromans is lang. “Dat is die jongen die een seizoen niet af kan maken, een clubhopper, hoor je dan.” Stiekem misschien ergens wel een beetje terecht, weet ook hij. “Als je geen plezier meer hebt, dan is voetbal echt niks. Bij ‘Dordt’ ben ik dat verloren, toen heb ik te veel gegeven. En daarna, vond ik het eigenlijk nooit meer terug.”

Anders gedaan
Tot vorig jaar. Toen Antens trainer werd in Roosendaal, van vierdeklasser BSC. “Die kende ik nog van vroeger, in de jeugd. We kwamen in contact en ik kreeg toch het gevoel, dat ik het weer wilde gaan proberen. Dat heeft fantastisch uitgepakt.” Het plezier is dan ook helemaal terug bij de linkspoot. “Met de groep, de trainer. Ik zit weer op de juiste plek. Hier ken ik iedereen.” Waaronder teamgenoot Levy Schotel. “Eén van mijn beste vrienden, we proberen elkaar iedere keer te motiveren.” En dat kan de reserve-aanvoerder, zoals gezegd, af en toe best gebruiken. “Ik ben toentertijd zelf weggegaan bij Dordrecht. Had ik het nu anders gedaan? Stiekem achteraf wel. Bij de B1 heb ik veel geleerd en veel kennis opgedaan, maar in de A1 ben ik vervolgens gestopt. Een week later kreeg ik een brief: Je mag door…” Nu, heel wat jaren later, gaat het dus weer een stuk beter met hem. Mede dankzij ‘Bas’. “Hij is heel duidelijk, ook qua regels, dat heb ik nodig. Gewoon eerlijke feedback, een trainer die zegt wat hij van me verwacht.” En dus merkt Vromans het vooral ook aan zichzelf. “Als ik geblesseerd ben, ga ik bij de training kijken. Vroeger had ik vaak niet eens zin om zelf te trainen, nu sta ik dan zelfs langs de kant… Het is gewoon heel de samenhang binnen onze groep.”

Geloof
Combineer dat, met een stukje kwaliteit, én je wordt kampioen. Zo simpel is het. “Haha! We hebben een goede groep, met veel kwaliteit en weten hoe we het tactisch moeten spelen. Dat is wel een beetje onze kracht, het is heel duidelijk wat we van elkaar verwachten.” Al voelde Vromans dat vorig jaar, tijdens zijn eerste seizoen, eigenlijk al een beetje. “Toen haalden we de finale van de nacompetitie, met veel nieuwe spelers, dat was al knap. Op dat moment ben je teleurgesteld, maar hebben we ook meteen gezegd tegen elkaar: volgend seizoen gaan we kampioen worden! Dat is gelukt.” En dat geloof groeide gedurende dit jaar, meer en meer. “Het leefde binnen de groep, dat heeft er altijd ingezeten. Op een gegeven moment speelde Nieuw Borgvliet gelijk bij Achtmaal en kwamen we vier punten los, toen voelde je dat het ging lukken.” Ook voor Vromans zelf, toch best bijzonder. “Mijn laatste kampioenschap was bij Dordrecht in de B1, dat is alweer een tijdje geleden!”

Grens opzoeken
Eerst even tijd om te genieten, maar daarna wacht een nieuwe uitdaging. In de derde klasse. “Daar horen we, met onze kwaliteit, thuis. Dat weet ik zeker. Spelers van een hoger niveau en jongens die graag willen, dat is een goede combi.” Helemaal als ook hij, zich dus op zijn plek voelt. “Als reserve-aanvoerder probeer ik ze te helpen, door vooral positief te coachen. Om er, samen met de trainer, betere voetballers van te maken.” Met hem centraal achterin. “Voorheen was ik linksback, maar dit is toch wel meer mijn positie. Rust aan de bal, snel, een goede trap en sterk in de duels.” Of ze daar bij BSC nog lang van kunnen genieten? Waarschijnlijk wel. “Ik heb met Bas de afspraak, zolang hij blijft, blijf ik ook.” Mocht de mogelijkheid voor die stap omhoog er toch ooit nog komen voor de inwoner van Nispen? “Dan zou ik het overwegen. Het is altijd wel leuk om de grens op te zoeken, dat is ook weer een ervaring. Maar voor nu heb ik het hier naar mijn zin en hoeft het niet per se!”

Klik op BSC Roosendaal voor de laatste artikelen over de club.
Klik op BSC Roosendaal voor meer informatie over de club.

Van Toekomst tot Kelderklasse – de passie voor het spel

Het voetbalavontuur van Dennis Loonen begon op jonge leeftijd bij v.v. S.C.O. Een talent dat al snel werd opgemerkt en op 10-jarige leeftijd werd gescout door Willem II. “Ik werd altijd al aangetrokken tot sport, vooral voetbal en judo,” vertelt Loonen. Na een succesvolle jeugdopleiding bij Willem II, waar hij speelde vanaf de D1 tot het 2e elftal, maakte Loonen op 19-jarige leeftijd de overstap naar Achilles Veen, waar hij zijn debuut maakte in de selectie en maar liefst 6 seizoenen speelde.

Na zijn periode bij Achilles Veen speelde Loonen in verschillende selectieteams, waaronder Irene’58, TSC en uiteindelijk keerde hij terug naar zijn jeugdliefde v.v. S.C.O. Hier bouwt hij momenteel zijn voetbalcarrière af. “Het einde komt in zicht,” aldus Loonen.

In gesprek met VoetbalJournaal geeft Dennis Loonen een uitgebreide introductie over zichzelf en zijn carrière. Geboren en getogen in Oosterhout, ontwikkelde hij al op jonge leeftijd een sterke interesse in sport, met name voetbal en judo. Uiteindelijk moest hij een keuze maken en koos hij voor voetbal. “Ik wist al snel dat mijn toekomst in de sport zou liggen,” zegt Loonen. Na het afronden van de Sportacademie (ALO) begon hij op 21-jarige leeftijd als docent Lichamelijke Opvoeding in het middelbaar onderwijs. Later maakte hij de overstap naar het middelbaar beroepsonderwijs, waar hij zich voornamelijk bezighoudt met de begeleiding van cursisten op het gebied van sport en persoonlijke ontwikkeling.

Het voetbal is altijd een grote rol blijven spelen in het leven van Dennis Loonen. Hij blikt terug op zijn carrière en vertelt over zijn tijd bij Willem II, waar hij als jonge jongen al werd opgenomen in de jeugdopleiding. “Het was mijn standaard: 3 keer trainen per week, wedstrijden door het hele land en daarnaast het onderwijs,” herinnert Loonen zich. Hij speelde regelmatig tegen bekende namen uit het Nederlandse voetbal, zoals Kenneth Vermeer, Ryan Babel, Ibrahim Afellay en vele anderen.

Hoogte- en dieptepunten
Hoogte- en dieptepunten in de jeugdopleiding van Dennis Loonen hebben hem gevormd als speler. Wekelijks speelde hij tegen de top van Nederland, van D1 tot A1, en deelde het veld met talenten zoals Kenneth Vermeer, Ryan Babel, Ibrahim Afellay, Urby Emanuelson, Eljero Elia, Jonathan de Guzman en andere veelbelovende spelers.

In de C1 stond Dennis op het punt om Nederlands kampioen te worden, maar verloor helaas nipt van Ajax op De Toekomst. Dit bitterzoete moment heeft hem echter gevormd.

Internationale toernooien waren onvergetelijk voor Dennis. Hij verbleef in gastgezinnen en deed aan shirtruil met clubs zoals AS Roma. Het winnen van een toernooi in België, waar ze de finale tegen Barcelona wonnen, blijft een kippenvelmoment voor hem.

Uitwisselingen met clubs zoals Birmingham City hebben Dennis veel geleerd over verschillende speelstijlen en normen en waarden in het voetbal, en hij ontdekte ook veel over zichzelf.

Een persoonlijk hoogtepunt voor Dennis was toen hij 3 punten kreeg van Danny Blind, trainer van Ajax A1, als meest waardevolle speler van die wedstrijd in de A1 Shell jeugdcompetitie. Zijn rol als centrale verdediger met af en toe een shirt vasthouden of een late tackle zal hierin vast een rol hebben gespeeld, aldus Dennis.

Het eerste jaar in de A1 was fantastisch voor Dennis, waarin ze in de top 5 eindigden en de Supercup in de Arena speelden tegen Jong Heerenveen, met spelers zoals Lasse Schone in het veld. Het tweede jaar was echter een grote teleurstelling toen ze degradeerden naar de 1e divisie, een gevoel dat Dennis altijd zal bijblijven.

Het volwassen voetbal bracht nieuwe uitdagingen voor Dennis, waar hij vaak speelde tegen eerste-elftal spelers die terugkwamen van blessures of andere redenen. Hij speelde soms een paar minuten als invaller bij clubs zoals Roda JC of Volendam.

Zijn laatste officiële wedstrijd was thuis tegen Jong Ajax in het stadion, waar hij verrassend genoeg in de basis mocht starten en oog in oog stond met spelers zoals John Heitinga en Maarten Stekelenburg. Onder de indruk, maar met een aardige pot voetbal, speelden ze gelijk met 1-1.

Na zijn tijd bij de jeugdopleiding van Willem II was Dennis in contact met zaakwaarnemers en was er interesse van clubs in België en ADO Den Haag. Hij koos echter voor een andere weg en rondde zijn laatste jaar van de Academie voor Lichamelijke Opvoeding (ALO) af.

Als “broekie” kwam Dennis terecht bij Achilles Veen, een volksclub aan de bovenkant van het amateurvoetbal. Hij speelde met ervaren spelers zoals Ramon van Haaren en Nabil Bouchlal, die hem snel de kneepjes van het vak leerden.

Het verschil tussen het profvoetbal en het amateurvoetbal werd Dennis steeds duidelijker tijdens zijn tijd bij Achilles Veen. Hij maakte mooie leerzame momenten mee, vooral tijdens de intense derby’s in de regio.

Na zijn tijd bij Achilles Veen verloor Dennis het plezier in het voetbal vanwege drukte op het werk, afstand en andere interesses. Hij behaalde trainerspapieren en begon trainingen te geven bij jeugdclubs. Hij speelde zaalvoetbal en gaf trainingen bij voetbalscholen, zelfs in Australië.

Uiteindelijk keerde Dennis terug naar het veldvoetbal en kwam hij terecht bij TSC in Oosterhout. Hij speelde een seizoen bij deze club en genoot van de derby’s en het leren kennen van andere clubs in zijn omgeving.

Daarna ging Dennis spelen voor v.v. S.C.O, zijn eerste club. Hij maakte daar een leuke tijd door, met periodetitels en strijd tegen degradatie. Hij heeft daarbij vooral erg genoten van de gebroeders van Wijnen, wie altijd en overal wist te scoren. De teamuitjes waren onvergetelijk, van Groningen tot Antwerpen.

Nu speelt Dennis per week voetbal, afhankelijk van zijn privéleven en zijn lichamelijke gesteldheid. Hij is nog steeds lid van V.V. S.C.O, waar ze ambitieus zijn en hard werken aan de ontwikkeling van jeugd- en seniorenteams.

Dennis Loonen heeft een indrukwekkend voetbalavontuur achter de rug, met hoogte- en dieptepunten in de jeugdopleiding en zijn amateurvoetbalcarrière. Het voetbal blijft echter altijd een passie voor hem, en hij geniet nog steeds van het spel.

Voorbeeldvoetballers en trainers
“In mijn voetbalcarrière heb ik vele trainers, begeleiders, verzorgers en spelers ontmoet, en sommige boodschappen drongen pas later tot me door,” aldus Dennis Loonen. Hij leerde snel van ervaren spelers naar wie hij opkeek en beschouwde hun woorden als waarheid. In de jeugdopleiding kreeg hij huiswerk, zoals dagelijks 100 keer hooghouden met een klein balletje, wat hem een sterke basistechniek opleverde. Een andere les die hij later begreep, was van een trainer die het team meenam naar het casino en hem leerde om alleen extra geld uit te geven als je het hebt.

Dennis is de meeste trainers blijven volgen via social media en heeft veel respect voor wat ze binnen en buiten het voetbal doen, vooral als ze mensen helpen zich verder te ontwikkelen. Hij koestert wijze lessen die hij heeft geleerd en probeert ze soms toe te passen in zijn werk als onderwijscoach. Hij herinnert zich uitspraken als “met bloed in je schoenen spelen” en “je hoeft geen vrienden te zijn, maar je hebt altijd respect voor elkaar in je elftal”.

Een belangrijke les die Dennis heeft geleerd, is het belang van de voorbereiding van trainingen en gesprekken. Hij herinnert zich een trainerscursus waar hij leerde dat de helft van een goede training de voorbereiding ervan is. Discipline is ook iets wat hem altijd bijblijft en niet uit zijn systeem verdwijnt. Hij heeft zowel effectieve als mislukte communicatievoorbeelden gezien en heeft groepsprocessen meegemaakt die hij nu in zijn werk als onderwijscoach kan toepassen.

Als het gaat om rituelen om optimaal te presteren, zorgt Dennis ervoor dat zijn voetbaltas altijd op orde is, van tenue tot zonnebrandcrème. Maar het mooiste ritueel voor hem is dat zijn vader en moeder elke week langs de zijlijn zitten en hem altijd succes wensen, zelfs tot op de dag van vandaag blijven ze hem wekelijks een berichtje sturen. Hij is hen veel dank verschuldigd, want ze waren er altijd om hem te ondersteunen, te rijden, te wassen, te koken en zijn keuzes te respecteren.

Voor Dennis is voetbal een belangrijk onderdeel van zijn leven. Hoe ouder hij wordt, hoe meer hij het spelletje waardeert. Hij kijkt uit naar elke zaterdagochtend, waarop hij vol enthousiasme zijn tas inpakt en als eerste op het veld aanwezig is. De seizoenen die zijn verstreken, de vriendschappen die zijn ontstaan en de humor in de kleedkamer maken het spel voor hem zo waardevol. Hij heeft het voorrecht gehad om met verschillende professionele mensen te werken en past zijn ervaringen met hen toe in zijn werk. Dennis herinnert zich de woorden dat hij zo lang mogelijk moet blijven spelen, omdat het voorbij is voordat je het weet, en hij waardeert het harde werken dat nodig is om 90 minuten op een lager niveau vol te maken. Hij kijkt met trots terug op zijn mooie voetbalreis in de afgelopen jaren.

Klik op SCO voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SCO voor meer informatie over de club.

SSW op ‘de zaterdag’ meteen in de prijzen

Voor het eerste jaar draaide SSW met de hoofdmacht een heel seizoen op ‘de zaterdag’, nadat de club van de Zeehavenlaan nog enige tijd twee eerste elftallen had gehad. Een seizoen dat zelfs leidde tot een verlenging, met deelname aan de nacompetitie voor promotie maar dat eindigde in Roosendaal bij Alliance dat (veel) te sterk bleek. 

Onder leiding van het driemanschap Pieterman van Kooten, Dennis en Colin van der Gijp bivakkeerde SSW in de vierde klasse D een seizoen in de subtop van de ranglijst. Hoewel aan het einde van de rit de pijp nadrukkelijk leeg leek en in de laatste vijf wedstrijden vier nederlagen werden geleden, hield Steeds Sterker Worden uiteindelijk genoeg marge – één luttel puntje – om stadgenoot GSC/ODS uit de nacompetitie te houden.

Diep in de schaduw van kampioen SCO en de achtervolgers RFC en RWB claimden de ‘Zebra’s’ een vierde plek op de ranglijst. Opvallend genoeg deden zij dat met een negatief doelsaldo (45-49). De twee overwinningen op GSC/ODS (tweemaal 3-1) bleken doorslaggevend in de plaatsbepaling op de ranglijst. Waarbij de 3-2 overwinning op de slotdag tegen Olympia’60 het laatste zetje richting nacompetitiedeelname gaf.

Bezetting
Dat SSW aan het einde van de rit meteen in de prijzen viel, werd door de Zeehavenlaanclub al met een grote grijns beleefd. Daarbij had het op de slotdag van de competitie overigens wel de hulp van RWB nodig, dat op doelsaldo de derde periodetitel claimde. Daardoor kon SSW de periodetitel, op basis van de ranglijst, overnemen van SCO

Dat SSW uiteindelijk de nacompetitie haalde, was gezien de personele bezetting al een klein mirakel. Voor de laatste uitwedstrijd bij het als voorlaatste geëindigde DVVC (3-1 verlies) kon de technische staf van de Dordtse vierdeklasser over slechts elf spelers beschikken. ,,Een dag eerder op de training stonden we nog met negen spelers op de training’’, gaf Jeffrey Groen van SSW aan in de aanloop naar dat treffen.

En dat bleek wel eens vaker de bottleneck voor SSW, dat de derby bij Dubbeldam met 1-0 verloor door een treffer van de uit Oekraïne afkomstige speler Rohozhyn Oleksandr die toevalligerwijs aan de Schenkeldijk was beland. ,,In de aanloop naar die wedstrijden haakten er bij ons een aantal spelers met blessures’’, merkte spits Colin van der Gijp op. ,,Aan de andere kant waren we in die wedstrijd gewoon te slap, waardoor Dubbeldam terecht gewonnen heeft. Ik heb in die wedstrijd denk ik maar één echte kans gekregen.’’

Schorsingen, zieken, blessures, het was een rode draad door het seizoen heen voor de SSW’ers die ondanks krapte aan spelers het maximale eruit haalden. Dat leidde uiteindelijk tot een gang naar Alliance in Roosendaal, de eerste tegenstander in de nacompetitie om promotie naar de derde klasse. Een derby met stadgenoot DFC in het nieuwe seizoen bleef echter ver weg voor de brigade van Pieterman van Kooten en de zijnen: na een 0-0 pauzestand nam Alliance gemakkelijk afstand van de steeds meer uitgeblust rakende opponent die het maximale van het debuutjaar als ‘zaterdagclub’ had gemaakt. Een jaar eerder eindigde de club immers nog in de onderste regionen van de ranglijst.

Klik op SSW voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SSW voor meer informatie over de club.

Aimabel voetbaldier Tutu Ndona staat aan de kant bij SVW

In de voetbalwereld kan binnen een jaar veel gebeuren. Dat beleefde het Gorcumse SVW. Ongeveer een jaar geleden vierde de club uitbundig het kampioenschap en de promotie naar de eerste klasse. Trainer Tutu Ndona was de koning van Molenburg. Elf maanden later werd in overleg zijn contract ontbonden. 

Hoe kon dit gebeuren? Oké, bij de ‘streepjes’ was het deze eeuw wel vaker onrustig, maar de club richtte zich steeds weer op. De komst van de aimabele trainer Tutu Ndona bracht rust. 

Terug naar 2017. Voor de komst van het trainersduo Tutu Ndona en Johnny Wijnbelt was er een aantal jaren sprake van complete chaos rond het eerste elftal van SVW. Voorzitter Danny van Heumen – hij was in 1994 de allereerste speler die op de lijst kwam voor het op te richten zaterdagteam – wist dat alleen Ndona en Wijnbelt het weer op de rails konden krijgen. 

SVW gooide het roer volledig om. De club was op zoek naar rust en stabiliteit. In de seizoenen ervoor was er te veel voorgevallen en SVW was weggezakt naar de derde klasse. Men kwam uit bij de onervaren trainer/coach Tutu Ndona, als speler eerder veertien jaar aan de club verbonden. Hij had bij ASV Arkel net gehoord dat hij daar was afgevallen in de procedure om hoofdtrainer te worden. Bij SVW leverde Ndona wat de club van hem vroeg. Hij zorgde voor een prima selectie, er was discipline en belangrijk in het voetbal: er kwamen punten. 

Examen
Ndona stelde orde op zaken. Hij promoveerde twee keer met de club en leverde SVW vorig jaar af in de eerste klasse. Hij bezit de gave om tussen zijn spelers te staan, maar op zijn tijd ook ‘de zweep’ eroverheen te halen. Buiten het veld een heer, tijdens de trainingen en de wedstrijden messcherp. Helaas te vaak over het randje. Het leverde hem dit voorjaar tegen Oranje Wit en Nivo Sparta rode kaarten en schorsingen op. Met de opgelegde straf ging hij te lichtzinnig om. De KNVB stelde vast dat hij zich ondanks de zes wedstrijden schorsing, teveel met de wedstrijden bemoeide. Het leverde hem na het duel tegen Almkerk op 25 maart, een stevige schorsing van zeven maanden op. Ndona mag tot 7 december van dit jaar geen club trainen of coachen. Een klap voor het voetbaldier, die onlangs examen deed voor het diploma UEFA A. 

Ndona is als trainer bloedfanatiek. “Wij moeten niet te snel tevreden zijn. Uit elke aanval moeten wij willen scoren, daar gaat het om in het voetbal’’, vertelde hij eens. Maar Ndona heeft ook een softe kant. Hij laat geen mogelijkheid onbenut om een speler bij een goede actie een aai over zijn bol te geven. “Goed gedaan Hichie, knappe actie Mounie’’, beloonde hij zijn grote spelers Hicham Farhou en Mounir el Ouazizi op zijn tijd tijdens de training. Ndona had geen hulp nodig. Bij SVW geen assistent-trainers of performancetrainers. Ndona lijkt twee paar ogen te hebben. Hem ontgaat niets en hij houdt zijn groep messcherp. Het gebrek aan coaching vanuit zijn eigen omgeving werd hem dit voorjaar fataal. Natuurlijk had de club hem na zijn eerste schorsing weg moeten houden bij de spelersgroep. Dat had voor hem en de club veel problemen voorkomen. Mo Hammouti maakte het seizoen af bij SVW, dat op zoek moet naar een constructieve oplossing.

Klik op SVW voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SVW voor meer informatie over de club.

Noah van Caem is dit seizoen opschot bij NEO’25

Noah van Caem is dit seizoen op schot bij NEO ‘25. Het 22-jarige jeugdproduct van de club uit Waalwijk is de laatste maanden getransformeerd als voetballer: Van Caem is niet langer de aangever, maar fungeert met succes als eindstation.

Vorig seizoen stokte de productie van Van Caem op twaalf doelpunten, relatief hoog voor een aanvallende middenvelder. Destijds klonken er geluiden dat die prestatie waarschijnlijk eenmalig zou zijn. “Dat ga je niet nogmaals halen”, hoorde ik vaak”, vertelt Van Caem. Hij bewees het tegendeel. Dit seizoen passeerde hij de grens van twintig doelpunten, waarmee hij een weddenschap met zijn coach won. De topschutter ontving een flesje drank. “En nu blijven we de lat verleggen.”

Van Caem staat pas sinds de jaarwisseling in de punt van de aanval. Zijn coach zag al een nummer negen in de als middenvelder opgeleide speler, maar posteerde hem in de eerste seizoenshelft alsnog achter de spits. “In de winterstop ben ik vast in de spits gaan spelen. Dat was aan het begin best wel even wennen, want je moet heel andere loopacties maken. Ook voor mijn ploeggenoten was het wennen hoe ze mij moesten bereiken. Maar dat gaat steeds beter.”

Van Caem krijgt naar eigen zeggen steeds meer trekjes die een spits typeren. “Ik probeer egoïstischer te worden, dat moest ik echt wel leren. De trainer vertelde me ook dat ik minder naar anderen moest kijken, maar juist voor mijn eigen kans moet gaan. Vaker zelf de trekker overhalen. Vroeger legde ik de bal altijd breed als een ploeggenoot er net ietsje beter voor stond.’’

De aanvalsleider geniet van zijn nieuwe rol. “Ik vind het leuk om op het formulier te staan’’, vertelt Van Caem, die vanaf zijn vijfde de complete jeugdopleiding van NEO doorliep. “Of hier mijn toekomst ligt? Ik vind als aanvallende middenvelder of aan de zijkant spelen ook nog altijd prima, het maakt mij niet zoveel uit. Voor mij is het belangrijk dat het team goed rendeert. Als dat met mij in de spits is, blijf ik daar met alle liefde spelen.’’

Met zijn doelpuntendrift schoot Van Caem zichzelf dit seizoen in de kijker bij andere clubs. Toch denkt de aanvaller niet dat hij zijn topseizoen gaat verzilveren met een transfer naar een andere club. “Ik speel nu al een aantal jaar in het eerste, waar ik wekelijks op het veld sta met mijn vrienden. Daar hecht ik ook veel waarde aan. Vroeger wilde ik altijd het hoogst haalbare bereiken, maar nu doe ik dat denk ik liever met NEO. Zoals het er nu naar uitziet, blijf ik de komende jaren lekker hier voetballen. Ik heb het echt geweldig naar mijn zin.”

Het hoogste podium met NEO bereiken, dát is zijn voornaamste doel. “Dit seizoen moesten we strijden om handhaving. Je ziet dat we daarin echt heel grote stappen hebben gezet en eigenlijk iedere week beter worden. Dat moet zich komend seizoen gaan uitbetalen. Ik denk dat we de kwaliteit hebben om bovenin mee te strijden. Daar moeten we voor gaan.”

Klik hier voor meer artikelen over NEO’25 .
Klik hier voor meer over NEO’25

Artjan Feijtel en SPS zien doelstelling nacompetitie te halen mislukken

Een periodetitel pakken en daarna meestrijden in de nacompetitie. Die doelstelling had men bij SPS aan het begin van het seizoen samen afgesproken. Een flink aantal wedstrijden voor het eind van de competitie is verdediger Artjan Feijtel (20) duidelijk: ‘Die doelstelling is om zeep en dat is best zonde.’ 

Gezien de samenstelling van de spelersgroep, is het voor de inwoner van Poortvliet overigens niet geheel onverwachts. “We hebben simpelweg een te smalle selectie. En dan moet je gaan schuiven bij blessures of hele jonge jongens noodgedwongen inbrengen. Terwijl het merendeel van de selectie die we hebben ook nog vrij jong is. Zelf ben ik twintig en ook nog maar bezig naar mijn eerste volledige seizoen. Dus jammer is het zeker, maar geheel onverwachts komt het ook niet echt. Al vind ik wel, dat je als club ambitie moet tonen door een mooie doelstelling met elkaar af te spreken aan het begin van een seizoen.”

Feijtel loopt al sinds zijn vierde rond op Sportpark D’n Aekerboam. Toen hij vanuit de jeugd de stap maakte naar de senioren, sloot hij eerst aan bij het tweede elftal. Maar toch wilde hij graag een meer serieuze en extra uitdaging dus pakte hij de kans om zichzelf te bewijzen bij het eerste met beide handen aan. Daar is hij onder trainer Marc de Weerd wekelijks wel basisspeler. “Ik had inderdaad behoefte aan meer uitdaging en wilde toch wat serieuze met het spelletje bezig zijn. Dat is nu bij het eerste toch even iets meer dan bij het tweede elftal. Dat was mooi om te wennen, want vanuit de jeugd naar de senioren vond ik toch een grote stap. Meestal stond ik bij de JO19 en ook in het tweede voorstopper, maar nu bij het eerste speel ik bijna altijd wel rechtsback. Dat was aanpassen, maar nu ben ik het gewend. Al is het wel mijn ambitie om in de toekomst te proberen in het centrum mijn basisplek te gaan afdwingen.”

Dit seizoen had de ploeg dus wel de nodige ambitie bij de start, maar een flink aantal blessures zorgde voor fikse uitdunning van de selectie. “En als je dan een kleine club bent zoals wij zijn met SPS dan is dat op een gegeven moment niet heel simpel meer op te vangen. Logisch dan ook dat je niet de resultaten behaald die je dan graag zou willen of normaal ook moet kunnen behalen. En dan speel je eigenlijk een seizoen met wedstrijden zonder dat je iets tastbaars kunt pakken. Zonde natuurlijk maar vooral een logisch gevolg van de omstandigheden waarmee we te maken hebben.”

Het klinkt realistisch en eerlijk uit de mond van de jonge inwoner van Poortvliet die zichzelf typeert als een verdediger die heel goed weet wat zijn kwaliteiten zijn. “Ik ben niet persé de meest technische en verfijnde voetballer, maar heb wel de nodige duelkracht. Mijn tegenstander uitschakelen, ballen veroveren en ze dan inleveren bij de creatievere spelers. Je moet als speler weten wat je niet kunt en dat aan anderen overlaten haha.”

Gezien zijn leeftijd heeft hij nog voldoende jaren de tijd om de mindere aspecten uit zijn spel bij te schaven. “Dat is wel de bedoeling en dat zal ik sowieso hier bij SPS doen. Ik speel hier lekker op het dorp en voetbal met vrienden terwijl ik wekelijks basisspeler ben. Dat is me veel meer waard dan ergens een niveau hoger op de bank te bivakkeren. Want ik wil vooral beter worden door minuten te maken. Die kans heb ik hier volop. Voorlopig nog als rechtsback, maar komt ooit de kans in het centrum, dan ga ik proberen die met beide handen te grijpen. Voor nu is het goed zo en wil ik me blijven ontwikkelen. En waar dat eindigt, daar heb ik nog heel wat seizoenen voor om dat hopelijk te gaan ontdekken.”

Klik op SPS voor de laatste artikelen over de club.
Klik op SPS voor meer informatie over de club.

Unitas geeft 125-jarig bestaan kleur

Met een fraai jubileumboek en een speciale verjaardagsbijeenkomst, die voor een belangrijk deel in het teken stond van het in het zonnetje zetten van de jubilarissen, stond en staat de Gorcumse voetbalvereniging Unitas op passende wijze stil bij het 125-jarig jubileum.

Met die eerbiedwaardige leeftijd behoort Unitas tot de oudste verenigingen van Nederland. Volgens de geschiedschrijving zou het zelfs mogelijk zijn dat Unitas nog ouder is, zoals in verschillende bronnen staat beschreven. Maar de datum van 19 april 1898, de dag van de fusie met Sparta, wordt aangehouden als de oprichtingsdatum. Ook omdat de naam Unitas op dat moment gehandhaafd bleef.

Van oorsprong was Unitas een club die furore maakte in het zondagvoetbal. Inmiddels is het al niet meer weg te denken dat de club, die sinds 1967 huist op het huidige sportpark Molenvliet nadat eerder op ‘De Toekomst’ werd gespeeld, over een zaterdag- en een zondaghoofdmacht beschikt. Sinds 2005 beschikt Unitas namelijk over een eerste team op ‘de zaterdag’. Een team, dat dit jaar tot de laatste speeldag meestreed om de titel in de vierde klasse E.

Erepenning
De zondaghoofdmacht continueerde in het jubileumjaar moeiteloos de status van derdedivisionist. Lange tijd deed de formatie van trainer Hans de Jong, die ook volgend seizoen de zondagselectie onder zijn hoede zal hebben, mee in de strijd om de laatste periodetitel maar tijdens de laatste speeldagen van deze lange voetbaljaargang bleek de pijp leeg bij de rood-witte formatie die in de strijd om de nationale KNVB-beker door competitiegenoot DEM na strafschoppen werd uitgeschakeld dit seizoen.

Unitas is uitgegroeid tot een roemruchte club in de regio. Een club ook die tijdens de Tweede Wereldoorlog duidelijk stelling nam tegen de bezetter. Het bestuur van Unitas weigerde namelijk in 1941 een NSB’er terug in de gelederen op te nemen. Het gevolg was dat de Gorcumse voetbalvereniging enige tijd niet bestond, maar in 1942 weer in volle glorie werd hersteld. Vanwege dat duidelijke tegen van verzet kreeg Unitas in 1973, tijdens het 75-jarig bestaan, een erepenning overhandigd door toenmalig koningin Juliana.

Tijdens de feestelijke viering van het 125-jarig jubileum werden ook onderscheidingen overhandigd, maar die vielen ten deel aan jubilarissen. Maar liefst achttien jubilarissen werden op deze dag met een gouden randje in het zonnetje gezet. Siem Hania trad voor het voetlicht omdat hij hal 75 jaar lid is van Unitas, Henk Kuijpers overtrof en overtreft hem echter nog met een lidmaatschap van 80 jaar inmiddels. 

Maar naast de huldiging van de jubilarissen had de bijeenkomst een nog groter gedenkwaardig karakter met de bekendmaking van drie ereleden: Gerrit van Emerik was al lid van verdienste van Unitas maar kreeg ook de titel van erelid, een titel die Fred Stamkot postuum kreeg toegekend. Ed Ligthert was het derde kersverse erelid dat in de spotlights mocht treden. Zes Unitassers kregen bovendien de titel ‘lid van verdienste’ toegekend. Voetbalbond KNVB liet zich ook niet onbetuigd tijdens de bijeenkomst: Marcel van der Wal kreeg van KNVB-vertegenwoordiger Hans Biemans de zilveren speld overhandigd, terwijl Dick Schenau zelfs de gouden spel in ontvangst mocht nemen.

Unitas zelf kreeg van de voetbalbond een jubileumvlag tijdens deze feestelijke bijeenkomst, waarop het ook ging over de historie en het (aanstaande) jubileumboek. Het jubileumboek is in een oplage van 500 exemplaren verschenen. In het boek is veel aandacht voor de laatste kwarteeuw van de voetbalvereniging, maar ook zijn er speciale hoofdstukken over international Frank Wels en de voetbaljaren tijdens de Tweede Wereldoorlog. De opbrengst van het bezoek komt ten goede aan de renovatie van de kleedkamers, die na vier decennia echt aan een opknapbeurt toe zijn.

Klik op Unitas voor de laatste artikelen over de club.
Klik op Unitas voor meer informatie over de club.

Marco Maus gaat zijn 32e jaar in bij RVV Overschie

Marco Maus, een speler van RVV Overschie, viert dit seizoen zijn 32e jaar in het eerste elftal. Naast zijn spelerscarrière heeft hij zich ook ontpopt als een jeugdtrainer bij de club. Met zijn 47 jaar is hij nog steeds gedreven en vastbesloten om met zijn team terug te keren naar de vierde klasse, na de recente degradatie.

Jeugdjaren bij Xerxes en Germinal
“Ik ben op 10-jarige leeftijd begonnen in de jeugd bij Xerxes, op het oude nostalgische complex, en speelde in de hoogste jeugdelftallen,” herinnert Marco Maus zich. Op zijn 14e maakte hij de overstap naar Germinal, een van de voorlopers van het huidige RVV Overschie. Op een bewonderenswaardige leeftijd van 16 jaar maakte hij zijn debuut in het eerste elftal.

Groei en positieverandering
Marco’s carrière nam verschillende vormen aan binnen het eerste elftal van RVV Overschie. “Ik begon als rechtsback, daarna rechts midden, vervolgens als verdedigende middenvelder, en uiteindelijk belandde ik op de positie van laatste man, waar ik tot op heden nog steeds speel,” legt hij uit.

Trainers en teamgenoten
Gedurende zijn loopbaan heeft Marco Maus de kans gehad om met opmerkelijke trainers en spelers samen te werken. Hij herinnert zich zijn vroege dagen onder trainer Joop Mom, die een hoog niveau als trainer had en vertrouwen in Marco stelde. Ook trainers zoals Dick Beek, Lou Corpeleyn, Robert Verbeek en Danny Mulder hebben hun stempel op zijn carrière gedrukt. Een bijzondere ervaring was het spelen met zijn zwager Maurice Hage, met wie hij het grootste gedeelte van zijn carrière heeft gedeeld.

Terugdenken aan de Beginjaren
Hoewel Marco Maus niet graag zegt dat vroeger alles beter was, verlangt hij toch soms terug naar de beginjaren bij het eerste elftal. Hij herinnert zich het goede niveau en de spelers met een topmentaliteit. Hoewel de huidige groep jongens anders is, geniet hij nog steeds van hun spel. Hij gelooft dat als sommigen van hen dezelfde mentaliteit en doorzettingsvermogen zouden hebben als de spelers van vroeger, ze op een hoger niveau zouden kunnen spelen.

Ambities en toekomst: Promotie is het doel
Met vol vertrouwen gaat Marco Maus zijn 32e jaar in het eerste elftal van RVV Overschie in. Na de degradatie naar de 5e klasse afgelopen seizoen, is zijn ambitie om met het team direct weer te promoveren ten koste van alles. Hij benadrukt dat de trainer, Melvin Luiten, ook dezelfde doelstelling heeft. Marco en zijn team willen het vertrouwen van hun trainer herstellen en zijn vastbesloten om het seizoen met veel enthousiasme te beginnen.

Hoogte- en dieptepunten: Promoties en degradaties
De hoogtepunten van Marco Maus’ carrière waren de twee promoties naar de tweede klasse onder trainer Harry Rusken. Hij beschrijft het team als een hechte groep met een combinatie van kracht, mentaliteit, voetbal en vriendschap. Het scoren uit dode spelmomenten was een specialiteit van het team.

De dieptepunten waren de twee degradaties naar de vijfde klasse, maar Marco gelooft dat een dieptepunt komend seizoen ook weer een hoogtepunt kan worden, zoals in 1997. Hij hoopt dat de geschiedenis zich herhaalt.

Voorbeeld en hobby’s
Voor Marco Maus is Paul Bosvelt altijd een voorbeeldvoetballer geweest. Hij bewondert Bosvelt om zijn mentaliteit, teambelang, doorzettingsvermogen en voetbaltalent.

Buiten het voetbal geniet Marco van zijn gezin. Hij heeft een zoon van 16, een dochter van 14 en een bijna 10-jarige dochter. Hij waardeert zijn vrouw enorm omdat ze hem al die jaren de ruimte heeft gegeven om te doen wat hij leuk vindt.

Trainer en jeugdvoetbal
Naast zijn spelerscarrière is Marco Maus ook jeugdtrainer bij RVV Overschie. Hij begon met de JO-9 en is geleidelijk aan doorgegroeid naar het trainer zijn van de JO-16, het elftal waar zijn zoon in speelt. Samen met zijn assistenten en een fantastische groep ouders is Marco MEGA TROTS op het team. Ze hebben een hecht team gevormd met inzet en mentaliteit, en dat heeft hun succes gebracht.

Dankbaarheid en ambities
Marco Maus is lovend over veel mensen in zijn leven. Hij is dankbaar voor zijn vrouw, kinderen, trainers, betrokkenen bij zijn jeugdelftal, vrijwilligers binnen de vereniging, vaste supporters en het bestuur. Hij bedankt iedereen en zijn ambitie blijft om te blijven spelen bij het eerste elftal zolang mogelijk, terwijl hij ook jeugdtrainer blijft.

Na zoveel jaren is dit slechts een beknopte samenvatting van alle periodes in Marco Maus’ voetbalcarrière. Hij hoopt dat hij niemand tekort heeft gedaan in zijn vermeldingen, en hij heeft genoten van iedereen met wie hij heeft samengewerkt en nog steeds geniet hij ervan.

Klik op rvv Overschie voor de laatste artikelen over de club.
Klik op rvv Overschie voor meer informatie over de club.

“Pelikaan is een echte familieclub, waar de leden dolgraag komen”

John Kik houdt zich als technisch jeugdcoördinator bezig met de groei van het aantal jonge leden bij Pelikaan. Het is volgens Kik de levensader van de club. Pelikaan hoopt de komende jaren de jeugd te blijven verleiden om op sportcomplex Bakestein te komen voetballen. “We zijn een echte familieclub, waar de leden dolgraag komen.

“We zijn erg in trek”, merkt John Kik met een glimlach op. “De aanwas van nieuwe jeugdleden is gigantisch en dat is heel erg goed voor de club. Daaruit blijkt dat we dingen goed aan het doen zijn”, aldus Kik over Pelikaan, dat liefst 28 jeugdteams heeft rondlopen, waaronder diverse meidenploegen.

Het geheim van Pelikaan? “We zijn een echte familieclub, waar de leden dolgraag komen. We hebben geregeld opa’s rondlopen die zelf jarenlang bij de club hebben gespeeld en nu bij hun kinderen en kleinkinderen komen kijken. Bij ons staat plezier en ontwikkeling voorop. Door de sfeer die we kweken, trekken we veel interesse van kinderen in de regio.” Bovendien zijn de voorzieningen voor de jeugd ten opzichte van andere clubs goed. “Heel veel teams hebben twee of zelfs drie trainers. Het is uniek om in deze tijden zoveel vrijwilligers op de been te krijgen”, vertelt de jeugdcoördinator van Pelikaan, waar jaarlijks succesvolle jeugdkampen en Sinterklaasvieringen worden georganiseerd.

Kik vindt het leuk om zich er mee bezig te houden. “Ik loop al mijn hele leven lang rond in de voetballerij. Bij de jeugd ben je continu bezig met ontwikkeling. Het is leuk om iets neer te zetten en te groeien.” Volgens Kik komen de kinderen bij Pelikaan niets tekort. “Voetbal is goed voor je ontwikkeling. De saamhorigheid en samen presteren is het leukste wat er is.”

Pelikaan speelt volgens Kik een belangrijke rol in de opvoeding van de kinderen. “Wij houden hier van discipline, dus proberen we bij te dragen aan het op de juiste manier opvoeden van de kinderen. Als je bij ons te laat komt, dan zit je gewoon op de bank tijdens de wedstrijd. Later, als ze gaan werken, moeten ze ook op tijd komen. Het is goed om dat nu al bij te brengen.”

De werkwijze van Pelikaan slaat aan. Gestaag neemt het aantal jeugdleden de laatste jaren toe. “Dat is heel leuk om te zien, want dat betekent dat we op de goede manier bezig zijn. We hebben ook wat oud-jeugdspelers rondlopen in de jeugd bij profclubs Feyenoord, NAC Breda, FC Dordrecht en FC Utrecht. Dat zijn leuke dingen.” Maar het liefst stoomt Kik de spelers klaar voor het eerste elftal van Pelikaan. “Het is onze ambitie om ons eerste team uit zo veel mogelijk eigen leden te laten bestaan. We willen die spelers kweken om uiteindelijk een belangrijke rol in het eerste elftal te gaan vervullen. Gelukkig zijn we wat dat betreft nu al op de goede weg en hebben we een flink aantal eigen jongens rondlopen in de selectie. Dat is het beste bewijs van dat we goed bezig zijn.”

Klik op Z.V.V. Pelikaan voor meer artikelen over de club.
Klik op Z.V.V. Pelikaan voor meer informatie over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.