Home Blog Pagina 1440

Ulrich Landvreugd: ‘Nu ga ik als trainer voor het hoogst haalbare’

© Tekst: Thijs Tomassen

De verrassing was groot toen Ulrich Landvreugd dit seizoen als hoofdtrainer bij VV Hooglanderveen aan de slag ging. Een Amsterdammer met jarenlange ervaring op hoger niveau, oud-profvoetballer bovendien, hoe kon hij op het Willem Tomassen Sportcomplex verzeild raken? Voor de oefenmeester zelf ook even wennen, maar hij vond al snel zijn draai. Een periodetitel in de tweede klasse lonkt.

Na een moeizame start met een reeks nederlagen heeft VV Hooglanderveen de weg omhoog gevonden. Wat heet: wint of speelt de ploeg van Landvreugd 29 april uit bij SV Nieuw Utrecht gelijk, dan is een periodetitel een feit en gaan de geelblauwen in de nacompetitie meedingen naar een plek in de eerste klasse. ,,We zitten in een goede flow”, constateert Landvreugd. ,,Het maakt de competitie leuk, we hebben nog iets moois om voor te spelen.”

De afgelopen twee seizoenen was je hoofdtrainer bij Eemdijk, een hoofdklasser. Dit seizoen sta je aan het roer bij Hooglanderveen, dat twee niveaus lager acteert. Waarom die verrassende move? ,,Voor mijzelf was het ook wel verrassend. Ik had het goed gedaan bij Eemdijk, er gingen deuren open op hoger niveau. Bij veel clubs zat ik bij de laatste twee, maar werd ik het uiteindelijk niet. Ik wilde nog niet terug naar het Amsterdamse, voelde me goed in deze contreien. De beleving spreekt me hier meer aan. De organisatie, de vrijwilligers, de accommodaties: het is allemaal wat stabieler. Mustafa Aksit, mijn assistent bij Eemdijk, wees me op Hooglanderveen. Ik ben op gevoel hiernaartoe gegaan.”

Hoe bevalt het je bij deze club?
,,De mensen hier geven je het gevoel dat je thuis bent. Een warm gevoel. En als ik met het team ben, dan ervaar ik de homogeniteit. Het is echt een collectief, dat is een superkracht van ons team en dat geeft me heel veel plezier.”

Je trainersloopbaan voerde je eerder al langs Voorland, De Dijk, SVW ’27, Blauw-Wit en ineens lonkte het avontuur bij Barnet in Engeland.
,,Ik werkte pas drie maanden bij Blauw-Wit toen die kans voorbijkwam. Ik belde nog regelmatig met Edgar (Davids) en hij wist hoe ik trainde. Dat vond ie wel wat. Dus toen hem die job in Londen werd aangeboden maar hij de vereiste diploma’s niet had, vroeg hij me mee. Daar hoefde ik geen twee keer over na te denken. Voor hem was het leuk, voor mij prachtig. Ik heb twee jaar fulltime bij Barnet gewerkt, een heel mooie ervaring.”

Na dit seizoen vertrek je naar AFC, terug naar je cluppie. Een wens die uitkomt?
,,Ja, dat is mijn persoonlijke ontwikkeling. Als profvoetballer kon ik vanwege problemen aan mijn knie niet voor het hoogst haalbare gaan, maar als trainer kan ik dat nu wel doen. Ik mag dat doen bij de club waar ik jarenlang heb rondgelopen. Ik heb veel vrienden en kennissen daar. En het is een supergrote stap vooruit, al is het afwachten of het de tweede of derde divisie wordt.”

Nu nog goed afscheid nemen van Hooglanderveen.
,,Zeker, een periode zou heel mooi zijn! Soms zeggen mensen in Amsterdam weleens tegen me: huh, Hooglanderveen, waar ligt dat dan? Maar ik zeg met alle plezier dat ik hier werk. Het niveau is anders dan ik gewend ben, maar mij gaat het om de ontwikkeling. Als de jongens aan het einde van het seizoen zeggen: ik heb wat van Uli kunnen leren, dan ben ik happy.”

 

 

CvdW: v.v. Hellevoetsluis – Edwin Boogaard

Deze editie is v.v. Hellevoetsluis de Club van de Week en het VoetbalJournaal heeft gesproken met Edwin Boogaard over zijn rol binnen de club, zijn betrokkenheid en de wedstrijd van aankomend weekend. Edwin Boogaard (50) is op het moment actief als voorzitter en houdt hij zich ook bezig met PR & Communicatie en de sponsorzaken bij v.v. Hellevoetsluis. Boogaard is geboren en getogen in Rotterdam en raakte betrokken bij Hellevoetsluis toen hij 28 jaar oud was.
CvdW: v.v. Hellevoetsluis - Edwin Boogaard
Boogaard begon zijn voetbalcarrière bij DRL toen hij acht jaar oud was. Op zijn veertiende maakte hij de overstap naar Excelsior, waar hij zeven jaar lang actief was en nog deel uitmaakte van de A-selectie onder Rob Jacobs. Hierna ging hij naar Barendrecht, maar besloot na één seizoen, vanwege onenigheid met de toenmalige hoofdtrainer, weer terug te keren naar zijn jeugdliefde DRL. Bij DRL is hij nog vijf jaar actief geweest als speler. Na deze periode raakte Boogaard als speler zijnde betrokken bij Hellevoetsluis.

Spelerscarrière bij v.v. Hellevoetsluis
Boogaard: ‘’Ik heb als speler hier nog acht jaar in het eerste elftal op zondag en drie jaar in het eerste elftal op zaterdag gespeeld. In de loop der tijd ben ik toen ook begonnen als bestuurslid Sponsorzaken voor de club.’’ Boogaard was al eerder benaderd om voorzitter te worden, maar daarvoor voetbalde hij nog te graag. Toen hij 39 jaar oud was, werd er nog een keer aan Boogaard gevraagd of hij voorzitter wilde worden. ‘’Toen was de tijd wel rijp om wat minder actief te zijn binnen de lijnen en juist wat actiever buiten de lijnen te zijn.’’

Op het moment is Edwin Boogaard al bezig aan zijn elfde seizoen als voorzitter. ‘’Toen ik voorzitter werd, was ik nog relatief jong. In de meeste gevallen zijn voorzitters toch wat ouder als ze aangesteld worden en hebben zij, over het algemeen, wat meer vrije tijd. Maar het leek mij toen ook wel leuk om te doen. En zo denk ik er vandaag nog steeds over.’’

PR & Communicatie
Naast zijn functie als voorzitter, is Boogaard ook (nog) verantwoordelijk voor PR & Communicatie en de sponsorzaken. ‘’Ik heb qua werk altijd in de commerciële hoek gezeten en toenmalige voorzitter Ton Lammers heeft mij, toen ik net bij Hellevoetsluis zat, benaderd om iets in die richting te gaan doen. De eerste actie was om een presentatiegids uit te gaan geven en dat was de basis om nieuwe sponsoren te benaderen.’’

Visie voor de club
Toen Boogaard begon als voorzitter, was de visie die hij en de rest van het bestuur voor ogen hadden voor de club als volgt: ‘’Enthousiaste en betrokken mensen om je heen verzamelen, omdat je het als voorzitter natuurlijk niet allemaal alleen kan. Daar zijn wij behoorlijk goed in geslaagd.’’

” Toen ik begon als voorzitter, had v.v. Hellevoetsluis een beetje een negatieve naam. Dit wilden wij omzetten in een positieve uitstraling naar buiten toe. Verder wilden wij met het eerste elftal op een bepaalde niveau gaan voetballen en daarnaast ook het ledenaantal op een bepaald niveau te brengen.’’

Edwin Boogaard geeft aan dat, in zijn ogen, de bovenstaande visies voor de club zijn behaald en bij het behalen van de ene visie, ontstaat er weer een nieuwe. Zodoende zijn de nieuwe visies voor de club uit Hellevoetsluis als volgt: ‘’Op sportief gebied willen wij de kwaliteit van de trainingen en het niveau van de jeugd verbeteren. Om dit te bewerkstelligen hebben wij een hoofd-jeugdopleiding aangesteld. De achterliggende gedachte is uiteraard om de doorstroming naar het eerste elftal te verbeteren. Wij streven er als club namelijk naar om een herkenbaar en leuk eerste elftal te hebben, die een stabiele tweedeklasser zal moeten worden met af en toe een uitstapje naar de eerste klasse.’’

Buiten de lijnen zit Hellevoetsluis, door de toename van het ledenaantal, met het probleem dat er een tekort is aan kleedkamers en velden. ‘’Wij zijn nu bezig om nieuwe kleedkamers te gaan bouwen in combinatie met een nieuwe tribune.’’

‘’Daarnaast staat op korte termijn het 100-jarig bestaan op het programma, wat wij volgend jaar mee mogen maken en uiteraard ook gaan vieren.’’

Verwachting komend weekend
De voorzitter, die in het dagelijks leven Sales Manager is bij een aanbieder van Loyaliteitsprogramma’s, is zowel uit als thuis altijd aanwezig. Zo ook zaterdag a.s., wanneer de Hellevoeters hopen te winnen van het Vlaardingse CWO. Dit zal niet makkelijk gaan, want wij hebben dit seizoen nog geen wedstrijd fluitend gewonnen. Ook heeft CWO de punten hard nodig. CWO wist twee weken geleden nog te winnen van koploper BVCB en brachten zij ons de eerste nederlaag van het seizoen toe.

Het zal geen makkelijke opgave worden, maar om in de race voor de titel te blijven is winst wel noodzakelijk.

Edwin Boogaard hoopt uiteraard op een overwinning en voorspelt een eindstand van 3-2 in het voordeel van v.v. Hellevoetsluis.

CvdW: v.v. Hellevoetsluis – Edwin Boogaard

 

‘Bij Sv TEC is de toekomstvisie bijgesteld’

Sv TEC is de kleinste club uit de tweede divisie. Logischerwijs schenkt het bestuur daarom vooral veel tijd in het reilen en zeilen van het vlaggenschip van de Tielse club. Maar volgens Wim de Bie zet de club tegenwoordig ook in op het opleiden van jeugdspelers. “We werken hard om onze jeugdafdeling zowel kwantitatief als kwalitatief te verbeteren.”

TIEL – De stap van de derde klasse naar de Tweede Divisie is groot. Levensgroot zelfs. Sv TEC flikte het om in een periode van acht jaar op te klimmen van een bescheiden amateurniveau naar de derde competitie van Nederland. De ontwikkeling van het eerste team ging erg snel. Hoe meer successen de Tielse formatie aaneenreeg, hoe meer er geregeld moest worden buiten de lijnen. “De goede prestaties hebben bestuursleden en andere vrijwilligers enorm veel tijd gekost”, legt Wim de Bie uit.

Volgens de voorzitter van de technische commissie zijn er allerlei regeltjes waaraan je als tweededivisionist moet voldoen. “Er is een lijst met richtlijnen opgesteld door de KNVB waar je aan moet voldoen om in het bezit te komen en blijven van de licentie die nodig is om op in de Tweede Divisie te kunnen voetballen. Je moet bijvoorbeeld bij elke duel beveiligers hebben, de velden en verlichting moeten aan voorwaarden voldoen, trainers moeten in het bezit zijn van diploma’s.”

Door alle inspanningen rondom het vlaggenschip sneeuwde de jeugdafdeling van TEC een beetje onder, maar bij de club is men volop bezig om deze opgelopen achterstand weg te werken. De rode draad binnen de club is nu dat de werkwijze van het eerste elftal door getrokken wordt naar de kleinste jeugd. Er is een jeugdplan en technisch beleidsplan opgesteld waaraan moet worden gewerkt door alle betrokkenen binnen onze club. Hoofdtrainer Frits van der Berk geeft als Hoofd jeugdopleidingen sturing en leiding aan onze jeugdafdeling. Hij wordt hierin bijgestaan door Hans Schrijner die de technische kant van de opleiding sturing geeft.

“We hebben allemaal echte clubmensen bij elkaar geroepen en zetten onze schouders eronder”, zegt De Bie. “De club heeft nu twaalf jeugdteams, toen we begonnen met deze missie waren dat er slechts vijf. We zijn bezig met een inhaalslag en geven binnen de club op korte termijn opleidingen aan trainers. Wij willen met alle ingrepen de kwaliteiten van het individu en het totale team vermogen verbeteren om binnen drie jaar weer aansluiting te hebben bij het niveau waar van wij denken dat het bij ons past.”

TEC moet volgens De Bie weer de club worden waar mensen hun kinderen graag brengen voor het voetbal. “We werken met een systeem dat Talento heet waarmee we van de spelers/speelsters allerlei voetbal informatie op kunnen slaan zodat zij in de toekomst beter kunnen presteren. Winnen mag maar is geen must, opleiden en verbeteren van kwaliteit staat voor op binnen s.v. TEC.”

De technische commissie van TEC bestaat uit clubmensen met een mooi verleden bij de vereniging. Wim de Bie speelde zelf twaalf jaar in het eerste team. Als centrale verdediger debuteerde hij als 14,5 jarig ventje in het vlaggenschip en nog altijd is hij de allerjongste debutant in het oranje shirt.

Op zijn 27ste stopte De Bie na een beenbreuk en sindsdien was hij vele jaren actief als trainer in de regio, waaronder ook van ‘zijn’ TEC. Inmiddels is hij tevreden met zijn rol in de technische commissie. “Met ons eerste team willen we graag in de Tweede Divisie blijven spelen, maar de focus kan nu alles geregeld is voor het eerste elftal worden verlegd naar onze jeugd, want die vormt uiteindelijk toch de toekomst van de club.”

 

Afgeschreven Yordi van Beek voelt zich als herboren bij RKVV Westlandia 2.

Hij was door velen al afgeschreven, maar in het tweede zaterdagelftal van RKVV Westlandia vond Yordi van Beek (25) zichzelf als voetballer terug. Mede dankzij de opwindende rentree van de import-Naaldwijker vonden de Westlandianen weer de weg naar boven in de eerste klasse A.

Voetballers snakken vaak naar de winterstop, maar dat gold niet voor Van Beek. “Ik zat er net lekker in”, lacht de in Purmerend opgegroeide aanvaller. Eind november pakte Van Beek zijn kans in de uitwedstrijd tegen CSW. Trainer Theo Verbeek had uit onvrede over het aantal gecreëerde kansen in de wedstrijden daarvoor zijn complete voorhoede gewijzigd. Eén van de doorgevoerde veranderingen was een basisplaats voor Van Beek, die het seizoen in het tweede elftal was begonnen.

Van Beek pakte zijn kans. Hij scoorde twee keer en was bij twee andere treffers – RKVV Westlandia won met 5-1 -betrokken. “Dat was wel een lekkere binnenkomer”, zegt Van Beek over die indrukwekkende comeback. “Op dat moment had ik echter nog niet het idee ‘zo die basisplaats heb ik’. Zoveel krediet had ik daarvoor ook weer niet opgebouwd bij de trainer.”

Aan zelfkritiek ontbreekt het bij Van Beek niet. Dat hij door velen binnen Westlandia was afgeschreven lag toch echt aan hemzelf, weet hij nu. “Ik heb er vorig seizoen best met de pet naar gegooid”, analyseert hij zijn eigen optreden. “En natuurlijk lag het op dat moment niet aan mezelf, maar aan anderen. Het is voetballer eigen om anderen te schulden te geven. Achteraf ben ik toch echt zelf verantwoordelijk geweest voor mijn daden. Ik was niet honderd procent fit en ging er ook nog eens een cursus voor mijn werk bij doen, waardoor ik maar één keer trainde.”

Hij stelt dat hij misschien wel voetbalmoe is geweest. “Ik ben al van jongs af aan op zeer intensieve wijze bezig met voetbal. In mijn C- en B-jaren trainde ik bij AZ zes, zeven keer per week. Je weet hoe het op een gegeven moment gaat: het draait wat minder, je hebt er daardoor minder plezier in, je laat eens een traininkje schieten. Je zit in een vicieuze cirkel waar het lastig uit komen is. Je wilt het liefst iedereen de schuld geven, maar de schuldvraag moet je echt bij jezelf zoeken.”

In het tweede elftal, onder trainer Roy Wasmus, vond hij zichzelf terug als voetballer. “Ik werd fitter, het voetbal ging weer beter en daardoor kreeg ik ook het plezier terug.”

Hij maakte ook indruk als spits én aanspeelpunt. In die hoedanigheid gebruikt Theo Verbeek Van Beek, die zichzelf als voetballer als ‘herboren’ beschouwt, ook. “Ik heb eigenlijk altijd gespeeld als rechts- of linksbuiten, maar dit bevalt me prima zo. Ik ben niet heel groot, maar ik ben wel iemand die goed de bal bij me kan houden. Zo’n spits had het team blijkbaar nodig, want aanvallend loopt het veel beter dan in het begin van de competitie.”

Na zijn spetterende rentree tegen CSW haalde Van Beek ook ‘dikke’ voldoendes’ in de wedstrijden tegen Vitesse Delft en Zwaluwen’30. Tegen Zwaluwen maakte hij al na twee minuten zijn eerste goal om na een half uur zijn tweede treffer aan te tekenen. “Je begrijpt dat ik niet echt zat te wachten op de winterstop”, reageert Van Beek. “Ik zat in een flow, ik had graag nog even doorgegaan.”

Hij hoopt nu in de tweede competitiehelft de lijn door te trekken. Hij kent zijn verantwoordelijkheid als spits. “Het is leuk als uit de statistieken blijkt dat je veel assists hebt gegeven, maar uiteindelijk kijken de mensen als je spits bent wel naar het aantal doelpunten.”

 

 

Flexibiliteit is het wapen van VV Zwaluwen 2.

Met een vrijwel nieuw elftal presteert het tweede elftal van VV Zwaluwen Vlaardingen verrassend goed in de reserve hoofdklasse, het niveau waarop dit seizoen wordt gedebuteerd. Architect achter het succes is trainer Carlo Krznaric. “We hoeven de bal niet, wél de punten.”

Naar eigen zeggen is Krznaric, 31 jaar jong, een betere trainer dan dat hij voetballer was. “Het hoogste wat ik gespeeld heb is met CWO zondag vierde klasse, maar dat mocht geen naam hebben. Ik kwam er snel achter dat ik meer talenten als trainer had”, is hij zelf tot de conclusie gekomen. “Ik haalde uit het training geven ook veel meer plezier.”

Overstap naar VV Zwaluwen
Via CWO kwam hij bij VV Zwaluwen terecht. “Eerst twee jaar de E1, daarna een jaar de B1 en de C1. Vervolgens een jaar met Henri Rutten het tweede en vorig seizoen hoofd jeugd opleidingen bij Zwaluwen.”

In die laatste functie kwam hij al snel tot de ontdekking dat zelf training geven leuker is dan andere trainers wegwijs maken in het vak. “Niet iedereen had dezelfde gedrevenheid, dan is het lastig”, zegt hij. “Ik miste het contact met de jongens, het zelf op het veld staan. Ik ben meer van de praktijk dan dat ik van achter een bureau een visie uitdraag.”

VV Zwaluwen 2
Bij Zwaluwen 2 wachtte Krznaric (‘Ik heb een Kroatische achternaam, mijn opa is Kroatisch, maar ik spreek de taal niet en ben er nog nooit geweest’) een grote uitdaging. “Ze waren net gepromoveerd vanuit de eerste klasse, via de nacompetitie. Er was sprake van een uittocht. Maar vijf spelers van de groep bleven over. Vervolgens ben ik een team gaan formeren. Ik heb er vijf jongens bijgenomen die doorstroomden uit de JO19-1. Daarnaast ben ik goed om me heen gaan kijken. Welke spelers, die elders voetbalden, hadden er ambities?”

Toen Krznaric in september met Zwaluwen 2 aan de competitie begon, had hij geen idee hoe zijn ploeg er verhoudingsgewijs voor stond. “In de eerste vijf wedstrijden pakten we twee punten. Ongerust maakte dat me niet, vooral ook omdat we heel veel kansen kregen. We hadden wat pech in de afronding. Dat bleek ook wel, want van de volgende zeven wedstrijden wonnen we er vijf. En we spelen niet tegen misselijke ploegen, hé. We moeten zeven keer naar de Bollenstreek, Quick Boys 2, FC Lisse 2, Katwijk 2, Rijnsburgse Boys 2, de bekende grote namen.”

Tussen al dat ‘geweld’ kennen Krznaric en Zwaluwen hun plaats. Zijn tactisch brein werkt op volle toeren. “De juiste tactiek uitvogelen, dat vind ik leuk. Bij ons komt het er vooral op neer dat we compact spelen: linies kort op elkaar en ‘klein’ houden. Bij balbezit is de opdracht zo snel mogelijk de ruimte in de rug van de tegenstander te zoeken.”

“Klopt”, zegt Krnaric. “Je zou het countervoetbal kunnen noemen. We horen ook regelmatig in de competitie heel denigrerend van een tegenstander dat ze van een luizenploeg hebben verloren. Daar moet ik wel om lachen. Het interesseert mij geen bal als de tegenstander veel de bal heeft. De punten, die wil ik. Ach, dat balbezit is zó Nederlands.”

Flexibiliteit: een belangrijk wapen
Flexibiliteit is in het concept van Krznaric een belangrijk wapen, beaamt hij. “We kunnen vier of vijf systemen spelen, dat is voor de tegenstander heel verwarrend. Het vraagt van de spelers om veel flexibiliteit, bij trainingen en wedstrijden.”

Meestal krijgt hij twee, drie spelers van de A-selectie. “Dat zijn vaak de jonge spelers, die hebben geen moeite om zich te motiveren, hoor. Een goed draaiend tweede heeft natuurlijk zijn nut voor het eerste. Justin van Mullem was even niet in goeden doen en heeft bij ons aan zijn vertrouwen kunnen werken. Pas geleden maakte hij in Zwaluwen 1 drie doelpunten in één wedstrijd.”

Hoewel zijn team er goed voor staat in de periode, kijkt Krznaric vooral naar onderen in het klassement. “Eerst dertig punten halen en veilig zijn, pas dan kunnen we aan meer gaan denken.”

 

SteDoCo Sportsworld Meiden Voetbalacademie organiseert de Girls Talent Day.

Op vrijdag 11 mei aanstaande, wordt bij de SteDoCo Sportsworld Meiden Voetbalacademie uit Hoornaar (vlakbij Gorinchem) de Girls Talent Day georganiseerd. Op deze dag wordt er eerst getraind en zal in de middag een voetbalclinic gegeven worden door 3 topspeelsters uit de eredivisie namelijk Corina, Joska en Selena van Sport Met Ons. Zij spelen op dit moment bij Excelsior Barendrecht. Deze drie dames hebben veel ervaring met het geven van een topvoetbalclinics.

De SteDoCo Sportsworld Meiden Voetbalacademie houdt zich al jaren bezig met het opleiden van talentvolle voetbalsters en is een begrip in de meidenvoetbalwereld. ” We beschikken over trainers met kennis en ervaring om al het voetbaltalent uit jou te halen. Er wordt 3 keer per week getraind en op zaterdag spelen we in een competitie tegen andere topmeidenteams. Elke jaar spelen we op nationale en internationale toernooien.”

MO19
De academie bestaat op dit moment uit 2 teams: MO19 en MO17. Dit seizoen speelt MO19 in de Hoofdklasse A. Het team hoopt dat zij op 12 mei kampioen gaan worden. Ook spelen zij op 10 mei de halve finale voor de KNVB-beker. Dus hebben zij op dit moment kans op twee mooie prijzen en kunnen er een heel succesvol seizoen van gaan maken. Ook volgend seizoen zal het team van MO19 uitkomen op het hoogste niveau van het meidenvoetbal in Nederland.

MO17
Het team MO17 speelt in de Hoofdklasse C en kan dit seizoen kampioen worden en speelt ook nog in de halve finale van de KNVB-beker. Dus ook dit team strijdt nog mee om twee prijzen. Het volgend seizoen gaat het team spelen in de nieuwe competitie voor MO17 teams. Deze competitie wordt de Divisie genoemd. Onder andere Feyenoord en Excelsior zullen hieraan gaan meedoen. De KNVB hoopt door middel van deze competitie een beter podium  te kunnen bieden voor ambitieuze voetbalmeiden.

In de afgelopen jaren heeft de SteDoCo Sportsworld Meiden Voetbalacademie meerdere speelster al zien doorstromen naar eredivisieclubs zoals; Ajax, ADO en Excelsior Barendrecht. De bekendste voetbalster is op dit moment Oranjespeelster en Europees kampioen Liza v.d. Most van Ajax.

Dus heb jij talent, wil je dit graag laten zien en is jouw doel de top te bereiken in het meidenvoetbal? Geef je dan snel op voor SteDoCo Girls Talent Day op 11 mei!

Aanmelden voor de Girls Talent Day kan via www.stedoco.nl/456/talentendag

 

Colin Pleijsier (CWO): ‘’Als we vijfde worden, hebben we het niet goed gedaan.’’

Het voert te ver om Colin Pleijsier (23) de absolute sterkhouder van CWO te noemen. Maar ondanks zijn relatief jonge leeftijd, is hij van grote waarde voor de Vlaardingse fusieclub, die uitkomt in de tweede klasse. Pleijsier windt er geen doekjes om: hij wil omhoog met CWO. Als hij de langte termijn beschouwt, voelt hij er niets voor om op een middenmootpositie te blijven bivakkeren.

Wat dat betreft was het jammer dat zijn club vorig jaar net de nacompetitie misliep. CWO eindigde op de vijfde plaats en kwam net tekort voor een barrage om promotie. “Ik heb het hier goed naar mijn zin”, vertelt de middenvelder die aan zijn tweede jaar bij CWO bezig is. “Maar ik wil in sportief opzicht wel graag perspectief blijven zien. Ik weet dat ik aardig kan voetballen en wil met mijn club om de prijzen gaan spelen. Wanneer dat het geval is, zou ik hier jaren kunnen blijven.”

Dynamiek
Pleijsier doorliep de opleiding van Excelsior Maassluis en was ook twee jaar in de befaamde opleiding van Sparta Rotterdam actief. Met zijn snelheid en loopvermogen brengt hij dynamiek op het middenveld van CWO en is hij af en toe trefzeker. “Vorig seizoen heb ik er zeven gemaakt, dit jaar heb ik in de voorbereiding veel gescoord”, laat de 23-jarige optekenen.

“Natuurlijk mag er van mij wat extra’s worden gevraagd als oud speler van Excelsior Maassluis en Sparta. Ik vind het erg fijn als ik echt wat kan toevoegen aan het spel van CWO. Gelukkig heb ik de indruk dat de mensen bij deze club erg  blij met me zijn. Die waardering voelt goed en is een stimulans om goed te blijven presteren.”

CWO is erop vooruitgegaan in vergelijking met vorig jaar, weet Pleisjier. Zoals dat dan vaak gaat bij beschouwingen, wijst hij op de toegenomen breedte van de selectie. “Daarin zijn we zeker sterker geworden. We hebben nu meer mensen van gelijkwaardig niveau. Wanneer er iemand uitvalt, kunnen we altijd een goede vervanger opstellen. We zullen dat nodig hebben wanneer we voor de prijzen willen gaan.”

Hij wil zich laten gelden, benadrukt Pleijsier. Hij wil meters maken, actieradius tonen, als voorste middenvelder die geregeld voor het vijandelijke doel komt en niet te beroerd is een tegenstander op te pakken wanneer deze doorkomt. Niet elke voetballer is gezegend met een groot loopvermogen en wat kan het een wapen zijn wanneer je het bezit. “Ik doe er mijn voordeel mee”, besluit Pleijsier. “Ik ben nog jong, maar moet mijn verantwoordelijkheid nemen. We hebben een prima team met jongens die het spel kunnen lezen. Als we dit jaar weer vijfde worden, hebben we het echt niet goed gedaan.”

 

Quick Boys bouwt in ‘hart’ van de vereniging

Quick Boys is de komende periode behalve een voetbalclub ook een ‘bouwbedrijf’. De club van Nieuw Zuid bouwt op meerdere fronten om de accommodatie aan te passen aan de eisen van deze tijd. Grootste klus die op stapel staat is de uitbreiding van de kantine.

“We gaan van achthonderd naar elfhonderd vierkante meter”, zegt bestuurslid facilitaire zaken, Dick van der Bent. Volgens hem is de uitbreiding van het huidige clubhuis het meest ingrijpende van in totaal vier projecten. “De kantine is het hart van onze club. Supportersverenigingen, spelers en ouders ontmoeten elkaar.”

De kantine
Volgens Van der Bent is het hard nodig dat er wordt uitgebreid. “De kantine stamt uit 1967. Sindsdien is er van alles aangebouwd, maar we zijn als Quick Boys ook enorm gegroeid. We zijn inmiddels een club van 2300 leden en meer dan honderd teams. Dat vraagt een andere accommodatie dan vijftig jaar geleden. We gaan ruimtes en functies herindelen”, vervolgt Van der Bent. “Daarbij steken we in op meer vergaderruimte, want daar is enorm vraag naar. Het wordt zo ingedeeld dat we er ook één ruimte van kunnen maken.”

Er komt ook een nieuw terras aan de Zuidzijde van de kantine. “De uitbreiding geeft ook de mogelijkheid om een versafdeling te maken, een gezonde Sportkantine. Dat aspect wordt steeds belangrijker”, aldus Van der Bent, die ook aangeeft dat Quick Boys overdag meer activiteiten op Nieuw Zuid wil organiseren. “Dan moet je denken aan activiteiten voor senioren. Op dit moment loopt in de gemeente Katwijk een project met vitale sportverenigingen.”

Wanneer Quick Boys begint met de omvangrijke operatie is nog niet bekend. Van der Bent: “Op het hoogtepunt van de competitie beginnen met de bouw is niet handig, vandaar dat we streven om in de zomer te beginnen. We zitten nu in de fase van vergunningsaanvraag.”

Overige projecten
Naast de uitbreiding van de kantine is Quick Boys hard bezig om twee kleinere projecten te voltooien. De eerste, het nieuwe aangezicht van de entree, is al even onderweg. “Daar is nieuw hekwerk geplaatst”, vertelt Van der Bent. “Er komt nog een muur in de clubkleuren van Quick Boys.”

En dat is een speciale muur, want hij wordt gefinancierd door mensen die tegen betaling hun naam op een steen kunnen laten graveren. “We hebben nu al driehonderd steentjes met naam”, aldus Van der Bent.

Daarnaast wordt bij veld vier een ‘paviljoen-achtige’ kiosk neergezet. “Die komt in de plaats van een koffiecorner. Die hebben we een tijdje geleden gesloten omdat het, als het regende, binnen net zo nat was als buiten. Nu hebben we een tijdelijke bouwkeet in gebruik.”

“Er komt ook een overdekt terras bij en vanuit het paviljoen heb je zicht op vier velden tegelijk. Het is vooral bedoeld voor jeugdwedstrijden in de zaterdagochtend en –middag. Ouders kunnen daar wat drinken, een broodje of fruit kopen. De aanvraag van die bouwvergunning ligt nu bij de gemeente. We verwachten in februari met de bouw te beginnen. Voor de zomer moet het af zijn.”

Het laatste project, een extra staantribune bij het hoofdveld, heeft Quick Boys ‘even’ op stil gezet. “De realisering van die tribune is een verzoek van onze supporters”, zegt Van der Bent. “Zelf willen we het ook graag, maar er komt nu zo veel op ons af dat we hebben gezegd dat dit even moet wachten.”

 

VVIJ JO9-1 weet wel wat winnen is.

VVIJ Jongens onder de 9 jaar wordt geleid door oud-speler Leon van der Zee. ,,Het team is zeer talentvol en speelt inmiddels alweer twee jaar samen”, vertelt hij. ,,In het seizoen 2016/17 begon deze groep in de eerste klasse waar zij met vlag en wimpel kampioen werden. Er werd slechts eenmaal niet gewonnen. Die wedstrijd eindigde in een gelijkspel”, herinnert Van der Zee zich.

In de voorjaarcompetitie van 2017 werd besloten de overstap te maken naar de hoofdklasse, afdeling 13. Volgens Van der Zee was het even wennen. ,,Maar uiteindelijk werd de ploeg ook in deze klasse met groot machtsvertoon kampioen. Eén wedstrijd werd verloren en de rest van de wedstrijden wonnen we.”

Onze jongens hebben een hoop geleerd. Ze denken nu sneller, zijn assertiever en dominanter. Bovendien is hun handelingssnelheid omhoog gegaan.” Van der Zee is trots op het feit dat één van zijn talenten de overstap heeft gemaakt naar de jeugdafdeling van FC Utrecht.  Momenteel speelt de IJsselsteinse ploeg in de Hoofdklasse 2.3. Hierin gaat het de jongens ook voor de wind.

,,Na zeven wedstrijden waren we nog steeds ongeslagen”, weet Van der Zee. ,,Nog vier te gaan en dan mogen ze weer de platte kar op!” Het geheim van het succes zit volgens de leider in veel spelvreugde, uitdaging, humor, structuur, persoonlijke aandacht en teambuilding. ,,Dan kun je het ver brengen!”

 

Captain Dielhof blijft SV Oranje Wit trouw

Arto Dielhof (24) werd op zijn vierde lid van SV Oranje Wit. Al jaren trekt de dynamische middenvelder de interesse van hoger spelende clubs, maar elke keer bedankt Dielhof vriendelijk. ,,De waardering die ik hier krijg, is voor mij erg belangrijk.”

DORDRECHT – Op trainingskamp in Albufeira begin januari besloot Dielhof toch weer bij SV Oranje Wit te blijven, ondanks interesse van RVVH en ASWH. Dielhof begint na de zomer al aan zijn negende seizoen in de selectie van de Dordtse zaterdag-eersteklasser. ,,Ik heb in Portugal veel gesprekken gevoerd met trainer Pippy Pruymboom en andere mensen binnen de club, maar ook telefonisch met mijn ouders en vriendin. Uiteindelijk voelde het toch het beste om bij Oranje Wit te blijven. Volgens mij had niemand dat meer verwacht, maar de reacties waren erg leuk. Ook de spelersgroep begon hard te juichen en klappen toen de trainer het nieuws vertelde. Dat deed me erg goed.”

Dielhof werd in januari 2011 door Pruymboom bij de selectie van Oranje Wit gehaald. Hij kreeg een week vrij van school en deed in Belek in een oefenwedstrijd tegen RKAVV (6-1 winst) voor het eerst mee. In Albufeira won Oranje Wit ook dit wintertrainingskamp met 6-1 van de zondag-hoofdklasser uit Leidschendam. Dit keer was Dielhof niet meer het jonkie van de groep, maar de aanvoerder en motor van het team.

Dielhof speelde al bijna 200 officiële wedstrijden voor SV Oranje Wit, waarin hij 27 treffers scoorde. In zijn eerste half jaar scoorde hij al zes keer, waarvan drie keer in de nacompetitie. Zijn razendsnelle doorbraak leverde direct interesse van Baronie en PSV op, maar de destijds net 18-jarige Dielhof bleef Oranje Wit trouw. ,,Sindsdien zijn er elk seizoen wel clubs geweest die interesse toonden, maar dit seizoen werd het echt concreet. RVVH heeft mij een aanbieding gedaan en ik heb goede gesprekken gehad met hun nieuwe trainer Ronald Hulsbosch. Hij wilde mij graag hebben, maar RVVH loopt het risico te degraderen naar de eerste klasse spelen en dan zou ik dus tégen Oranje Wit moeten spelen. Dat doe ik liever nooit.”

Ook toenmalig ASWH-trainer Jack van den Berg, die inmiddels naar Katwijk verkaste, liet Dielhof weten gecharmeerd te zijn van hem, maar de Ambachtste derdedivisionist werd niet concreet. En dus blijft Dielhof nog een seizoen bij Oranje Wit. ,,Met alle liefde en plezier, laat dat duidelijk zijn. Ik heb het hier nog steeds enorm naar mijn zin. Ik ben blij dat het trainersduo Pippy Pruymboom en Frank Wierks ook weer doorgaat. Ik hoop ook dat er de komende jaren een aantal talenten de definitieve stap naar het eerste elftal kan maken, zoals ik en Angelo Leendertse dat de afgelopen jaren gedaan hebben. Erbij komen is makkelijk, maar erbij blijven vaak een stuk moeilijker. Je moet altijd je kansen grijpen, ook al zijn dat soms maar invalbeurten van vijf of tien minuten.”

Dielhof ziet voor zichzelf nog punten waarin hij zich kan ontwikkelen bij SV Oranje Wit. ,,Ik kan op het veld soms gefrustreerd raken over een verkeerde ingooi of pass. Ik moet vaker proberen om de boel te scherp te houden zonder mijn frustraties te uiten. Dat probeer ik ook wel, maar het is ook de aard van het beestje. Dit seizoen verloopt wisselvallig, maar we moeten proberen om toch zo hoog mogelijk te eindigen. Dat zijn we aan onszelf verplicht. Volgend seizoen ziet de selectie er weer een stuk anders uit, maar ik zie weer mooie kansen en uitdagingen liggen voor mezelf en voor het team. De kans is groot dat ik in de zomer van 2019 wel naar een andere club vertrek, maar voorlopig heb ik duidelijkheid en rust in mijn hoofd.”

 

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.