Home Blog Pagina 1382

Van Hoek doet nog één seizoen mee: ‘Je moet me maandag eens op zien staan’

Rudy van Hoek en voetbalvereniging Gilze verbaasden vriend en vijand in het afgelopen seizoen. Het doel was meer punten halen dan in 2016-2017 en dat werd tien wedstrijden voor het einde al behaald. Het resultaat van een indrukwekkende jaargang is een vierde plek in de derde klasse B.

“Dit had ik nooit verwacht. Een paar oudere jongens zijn vertrokken en we hebben er wat jeugd bij gekregen, normaal moet je dan weer even wennen. Die jonge gasten hebben het echt uitstekend gedaan”, aldus Van Hoek, die met zijn 27 jaar een van de routiniers is binnen het team.

Spits Van Hoek was dit jaar ook weer belangrijk met veel doelpunten en zijn ervaring. Hij speelde in de jeugd al lange tijd in Gilze, het dorp waarin hij geboren en getogen is en nog steeds woont. Als tweedejaars B-junior werd hij gescout door NAC, waar hij vervolgens één seizoen het voetballen in een betaald voetbalorganisatie meemaakte. “Daar heb ik veel geleerd, het was echt een hele leuke tijd, maar ik koos uiteindelijk toch voor een vertrek. Ik had waarschijnlijk het profvoetbal niet gehaald en vond zes dagen per week trainen plus een wedstrijd spelen op zaterdag wel veel worden. In die tijd kreeg ik ook interesse voor het uitgaansleven.” Hij zat in een goede lichting bij de Bredanaars, met onder meer Nemanja Gudelj, Alex Schalk en Kenny van der Weg.

Van Hoek keerde terug naar Gilze, maar ook nu bleef hij niet lang: als 20-jarige speler van het eerste werd hij gescout door Baronie. “Weer een hartstikke leuke spelergroep en super gezellige tijd, maar ik begon ook net een eigen zaak. Dat viel niet meer te combineren met het voetballen op dat niveau.” En dus keerde Van Hoek weer terug naar zijn vertrouwde Gilze, waar hij sindsdien voetbalt en sponsor is.

2018-2019 wordt zijn laatste seizoen in de selectie. Het voetballen is moeilijk te combineren met zijn eigen bedrijf Van Hoek Hovenier. “Daarnaast heb ik op maandag en dinsdag steeds meer last van de zondag en dat komt tegenwoordig niet meer alleen door de drank: ook mijn spieren beginnen de ouderdom te voelen. Je moet me soms eens uit bed zien komen op een maandagochtend.”

Hij is van plan in een lager seniorenelftal met vrienden te gaan voetballen. Maar eerst richt Van Hoek zijn pijlen op komend seizoen. “Het kan een prachtig jaar worden, een periodetitel zou heel mooi zijn. Deze groep heeft echt veel potentie, zeker als je kijkt naar wat er nu in de A-jeugd zit en de stap naar het eerste kan maken. Het verlengen van het contract van onze trainer Jeremy Buchly is ook een gouden greep geweest.”

Verbinder van zaterdagteam Dubbeldam

De oudste en tevens langst dienende speler. Aanvoerder en verbinder. Mayhar Zarrinphaker is het bij het zaterdagteam van Dubbeldam allemaal. Sportief gaat het de ploeg voor de wind en de captain durft alvast hardop te dromen van een promotie en Dordtse derby’s die dan te verwachten zijn in de derde klasse.

DORDRECHT – Gevraagd naar zijn aanvoerder is trainer Paul van Oosten van Dubbeldam-zaterdag lovend. ,,Een ervaren jongen, maar vooral degene die die jongens allemaal bij elkaar houdt’’, laat Van Oosten los. Geconfronteerd met die woorden lacht Zarrinphaker. ,,Ik ben veruit de oudste van de ploeg, de volgende speler na mij is geloof ik vier jaar jonger. Ik speel nu veertien jaar in het eerste elftal. In die jaren heb ik heel wat meegemaakt’’, reageert hij. ,,Iedereen kon voor dit seizoen zien dat we een groep hebben met potentie. Dan vind ik het leuk om wat te lijmen, want als je succesvol wilt zijn is het belangrijk dat je het met elkaar doet. Als wisselspelers bij ons in het veld komen worden we zeker niet minder. Maar die nummers twaalf tot en met achttien bepalen wel of je uiteindelijk een prijs gaat pakken. Dan moet je dus zorgen dat die ook het plezier houden in voetbal.’’

Die taak is Zarrinphaker wel toevertrouwd, zo vertelt hij. ,,Daar groei je in, maar je voelt het ook wel aan.’’ De selectie bracht een weekend door in Boedapest. ,,Niet verkeerd voor de teambuilding natuurlijk’’, weet de aanvoerder. Maar ook dichter bij huis zorgt hij voor sfeer. ,,Een avondje uit eten met de groep, op zaterdag na de wedstrijd nog iets met elkaar drinken en als ik een feestje geef is iedereen welkom. En op de club wordt, door andere mensen, ook het een en ander georganiseerd. Dat is belangrijk. We willen met z’n allen graag goed voetballen, maar uiteindelijk spelen we toch op een bepaald recreatief niveau en dan is plezier hebben belangrijker.’’

Het plezier bij Dubbeldam wordt verhoogd door de goede sportieve prestaties. De ambities waren groot voorafgaand aan dit seizoen en vooralsnog wordt daar met de eerste periodetitel op zak aan voldaan. Zarrinphaker: ,,We hebben afgesproken dat we dit seizoen minimaal voor een periodetitel zouden gaan. Dat is gelukt, maar de titel is ook zeker mogelijk. Als we slimmer waren geweest, hadden we op dit moment al zes punten meer gehad. Na de winterstop verloren we bijvoorbeeld van ONI, terwijl we die ploeg 45 minuten van de mat speelden. We hebben de beste voorhoede van onze competitie. Dat zie je terug in de uitslagen, met overwinningen van 7-1, 8-1 en 5-1. Gelukkig lukt het om te scoren, want misschien hebben we dat doelsaldo nog wel nodig als de verschillen bovenin zo klein blijven. Hopelijk blijven we ook scoren, want om kampioen te worden moeten we wel eerst profiteren van de momenten dat de concurrentie het laat liggen. Waarom het dit seizoen zo goed gaat? De puzzelstukjes vallen op hun plek. We hebben een mooie mix van jonge spelers met veel talent en ervaren jongens.’’

Wanneer het sterke seizoen leidt tot promotie, is Zarrinphaker tevreden. In Zuid I treft het zaterdagteam van Dubbeldam dit seizoen veel ‘onbekende’ tegenstanders. In de derde klasse zouden veel meer derby’s op de rol staan en Zarrinphaker ziet dat wel zitten. ,,Dat is natuurlijk eigenlijk wel leuker. Beek Vooruit of Bergen, dat zijn tegenstanders waar wij niet veel mee hebben’’, bekent hij. ,,In het verleden speelde ik met Dubbeldam derby’s tegen OMC en EBOH. In die afdelingen speel je tegen clubs uit de omgeving van Zwijndrecht en Papendrecht. Mooie competities. Dat zou ik wel weer willen meemaken. Ja, dan is het eerst nodig om te promoveren.’’

Verbinder van zaterdagteam Dubbeldam

0

De oudste en tevens langst dienende speler. Aanvoerder en verbinder. Mayhar Zarrinphaker is het bij het zaterdagteam van Dubbeldam allemaal. Sportief gaat het de ploeg voor de wind en de captain durft alvast hardop te dromen van een promotie en Dordtse derby’s die dan te verwachten zijn in de derde klasse.

DORDRECHT – Gevraagd naar zijn aanvoerder is trainer Paul van Oosten van Dubbeldam-zaterdag lovend. ,,Een ervaren jongen, maar vooral degene die die jongens allemaal bij elkaar houdt’’, laat Van Oosten los. Geconfronteerd met die woorden lacht Zarrinphaker. ,,Ik ben veruit de oudste van de ploeg, de volgende speler na mij is geloof ik vier jaar jonger. Ik speel nu veertien jaar in het eerste elftal. In die jaren heb ik heel wat meegemaakt’’, reageert hij. ,,Iedereen kon voor dit seizoen zien dat we een groep hebben met potentie. Dan vind ik het leuk om wat te lijmen, want als je succesvol wilt zijn is het belangrijk dat je het met elkaar doet. Als wisselspelers bij ons in het veld komen worden we zeker niet minder. Maar die nummers twaalf tot en met achttien bepalen wel of je uiteindelijk een prijs gaat pakken. Dan moet je dus zorgen dat die ook het plezier houden in voetbal.’’

Die taak is Zarrinphaker wel toevertrouwd, zo vertelt hij. ,,Daar groei je in, maar je voelt het ook wel aan.’’ De selectie bracht een weekend door in Boedapest. ,,Niet verkeerd voor de teambuilding natuurlijk’’, weet de aanvoerder. Maar ook dichter bij huis zorgt hij voor sfeer. ,,Een avondje uit eten met de groep, op zaterdag na de wedstrijd nog iets met elkaar drinken en als ik een feestje geef is iedereen welkom. En op de club wordt, door andere mensen, ook het een en ander georganiseerd. Dat is belangrijk. We willen met z’n allen graag goed voetballen, maar uiteindelijk spelen we toch op een bepaald recreatief niveau en dan is plezier hebben belangrijker.’’

Het plezier bij Dubbeldam wordt verhoogd door de goede sportieve prestaties. De ambities waren groot voorafgaand aan dit seizoen en vooralsnog wordt daar met de eerste periodetitel op zak aan voldaan. Zarrinphaker: ,,We hebben afgesproken dat we dit seizoen minimaal voor een periodetitel zouden gaan. Dat is gelukt, maar de titel is ook zeker mogelijk. Als we slimmer waren geweest, hadden we op dit moment al zes punten meer gehad. Na de winterstop verloren we bijvoorbeeld van ONI, terwijl we die ploeg 45 minuten van de mat speelden. We hebben de beste voorhoede van onze competitie. Dat zie je terug in de uitslagen, met overwinningen van 7-1, 8-1 en 5-1. Gelukkig lukt het om te scoren, want misschien hebben we dat doelsaldo nog wel nodig als de verschillen bovenin zo klein blijven. Hopelijk blijven we ook scoren, want om kampioen te worden moeten we wel eerst profiteren van de momenten dat de concurrentie het laat liggen. Waarom het dit seizoen zo goed gaat? De puzzelstukjes vallen op hun plek. We hebben een mooie mix van jonge spelers met veel talent en ervaren jongens.’’

Wanneer het sterke seizoen leidt tot promotie, is Zarrinphaker tevreden. In Zuid I treft het zaterdagteam van Dubbeldam dit seizoen veel ‘onbekende’ tegenstanders. In de derde klasse zouden veel meer derby’s op de rol staan en Zarrinphaker ziet dat wel zitten. ,,Dat is natuurlijk eigenlijk wel leuker. Beek Vooruit of Bergen, dat zijn tegenstanders waar wij niet veel mee hebben’’, bekent hij. ,,In het verleden speelde ik met Dubbeldam derby’s tegen OMC en EBOH. In die afdelingen speel je tegen clubs uit de omgeving van Zwijndrecht en Papendrecht. Mooie competities. Dat zou ik wel weer willen meemaken. Ja, dan is het eerst nodig om te promoveren.’’

Nieuwe Ophemert-coach Mark de Beijer: ‘Zoek de juiste balans tussen prestaties en plezier’

Mark de Beijer uit Culemborg is met ingang van het volgende seizoen de nieuwe hoofdtrainer van Ophemert. De opvolger van Henk van Hoeven staat te trappelen om aan de slag te gaan bij de zondagvijfdeklasser.

Toen Mark de Beijer (44) vernam dat Ophemert een nieuwe trainer zocht, besloot de huidige trainer van SCD’33 te reageren op de vacature. Bij die club speelde hij dit seizoen in de vijfde klasse, het niveau waarop Ophemert volgend jaar ook acteert. “Maar Ophemert is bepaald geen nietig clubje”, benadrukt De Beijer. “Hans Kraay junior is hier nog trainer geweest en nu mag ik daar aan de slag. Dat vind ik wel een leuk feitje”, lacht De Beijer, die net als Hans Kraay junior zelf op hoog niveau voetbalde. “Ik heb jarenlang in de jeugdafdeling van NEC Nijmegen gespeeld en daarna ben ik naar Duitsland vertrokken. Ik schopte het niet tot de Bundesliga, maar ik heb wel op landelijk niveau gespeeld. Mijn ervaring als speler hoop ik over te brengen op de spelers die ik train en daar beleef ik veel plezier aan”, legt hij uit.

Overigens blijft het bij De Beijer niet alleen maar bij trainen. Als de nood aan de man is, dan is de inmiddels 44-jarige niet te beroerd om zelf zijn voetbalschoenen aan het trekken in het weekend. “Dit seizoen hebben we met SCD’33 veel blessures gehad en daardoor heb ik zelf aardig wat potjes meegespeeld als centrale verdediger. Het team is heilig: dat is de boodschap die ik wil uitstralen naar mijn spelersgroep toe en ik geef graag het goede voorbeeld. Ik zal zorgen dat ik een beetje in conditie blijf, zodat ik volgend jaar eventueel weer kan invallen”, aldus De Beijer. “Mijn spelers moeten voor elkaar door het vuur gaan.”

Het bestuur van Ophemert heeft vertrouwen in De Beijer. ‘We zijn ervan overtuigd in de persoon van Mark de Beijer een waardige opvolger te hebben aangetrokken om samen de stijgende lijn van het eerste elftal voort te zetten en de goede sfeer op het sportpark te  continueren’, zo meldde de club onlangs nog op haar website. “Uit die woorden spreekt vertrouwen en dat heb ik nodig, ook van de spelersgroep. Ik ken nog geen spelers, maar kijk uit naar onze kennismaking. De communicatie met spelers heb ik sowieso hoog in het vaandel staan. Ik ben ook nu al bezig met de planning van volgend seizoen. Ik speel graag een paar goede oefenwedstrijden en wil teamactiviteiten inplannen. Het is namelijk belangrijk om een hechte groep te smeden. Dat lukt door goed te trainen en te presteren, maar ook door buiten het veld leuke dingen te doen.”

Het plezier is sowieso erg belangrijk bij een vijfdeklasser, beseft ook De Beijer. “Ik zoek de juiste balans tussen prestaties en plezier”, zo vertelt de trainer over zijn plannen met Ophemert. “Ik ben zelf heel fanatiek en voetbal is mijn alles: dat zit in mijn aderen. Ik kan begrijpen dat dit bij mijn spelers in de vijfde klasse iets minder is. Natuurlijk wil ik de jongens voetbalverstand bijbrengen, maar het is vooral belangrijk dat de sfeer goed is. Dan komen de mooie prestaties hopelijk vanzelf wel.” De Beijer hoopt dat hij met Ophemert kan meedraaien in de middenmoot van de competitie, maar beseft dat hij afhankelijk is van zijn materiaal.  “Ik heb getekend voor één jaar met de optie om nog één jaar bij te tekenen. Ik zie wel hoe het seizoen gaat verlopen en heb er sowieso heel veel zin in.”

DBGC presteert gewoon met eigen jongens

Veel clubs hebben de hoogtijdagen achter zich liggen. Alleen de zwart-witfoto’s in de kantine herinneren aan een kleurrijk verleden. Tim Mackloet (24) daarentegen is nu zelf onderdeel van zo’n roemruchte periode waar later in Oude-Tonge en omstreken nog lang over nagepraat zal worden. De aanvoerder van DBGC heeft als speler de opmars meegemaakt vanuit de middenmoot van de derde klasse zondag naar de drempel van de eerste klasse zaterdag.

OUDE-TONGE – Want vanzelfsprekend is het niet dat DBGC in de tweede klasse uitkomt, weet Mackloet. ,,Het is een hele prestatie dat we met een relatief klein clubje op dit niveau mogen spelen”, zegt de captain, die al op zijn zeventiende onder John Kleijn debuteerde in de hoofdmacht.

Een jaar later verliet de Don Bosco Grijsoord Combinatie het zondagvoetbal voor het spelen op zaterdag. Dat betekende wel dat de club onderaan de ladder moest beginnen in de vierde klasse. Mackloet was toen nog een A-junior. ,,Maar John wilde mij graag bij het eerste hebben, dus toen heb ik de overstap naar de selectie gemaakt.”

Met DBGC rukte hij in vijf jaar tijd op naar de tweede klasse (Zuid). Na een voortreffelijk debuutseizoen in de tweede klasse, waarin DBGC knap als runner-up eindigde, werd de ploeg van Richard Elzinga in de nacompetitie op de drempel van de eerste klasse uitgeschakeld. Maar niemand in Oude-Tonge die daar echt om rouwde.

,,DBGC heeft niet de ambitie om in de eerste klasse te spelen”, zegt Mackloet. ,,We willen graag een stabiele tweedeklasser zijn. De eerste klasse was gewoon te hoog gegrepen geweest, als je kijkt naar de krappe selectie die wij hebben. En ook de kwaliteit is beperkt, omdat het voor spelers buiten de regio niet aantrekkelijk is om naar DBGC te komen. Om de simpele reden dat ze hier niet betalen.”

DBGC doet het dus met jongens die zoals Mackloet uit de eigen jeugd en uit het dorp komen. ,,We hebben een hechte groep, waarin een goede sfeer hangt. En de prestaties zijn zeker de afgelopen jaren alleen maar positief. We hebben veel gespeeld om nacompetitie, zijn kampioen geworden en drie keer gepromoveerd. Dat is geweldig.”

In het amateurvoetbal wordt het tweede seizoen na promotie beschouwd als het moeilijkste jaar, omdat nieuwkomers in hun debuutjaar vaak nog onbevangen spelen. Toch heeft DBGC zich onder huidig trainer Wim Nieuwland afgelopen seizoen al weken voor het einde wederom verzekerd van een langer verblijf in de tweede klasse.

,,Het tweede seizoen in de tweede klasse is wat wisselvallig verlopen, mede omdat we een nieuwe trainer hadden met weer nieuwe ideeën. Dat is toch weer even wennen. Maar gelukkig hebben we ons weer veilig gespeeld.”

Voor Mackloet is dat extra bijzonder, daar hij afgelopen seizoen benoemd is tot aanvoerder van DBGC. ,,Ondanks mijn 24 jaar ben ik toch al zo’n zeven jaar actief in de selectie en heb ik toch al een boel ervaring. Zeker als je het vergelijkt met de rest van de jonge spelersgroep. En voor mij als jongen van de club en uit het dorp is het natuurlijk fantastisch om aanvoerder te zijn.”

Knol wil honderdjarig jubileum IJzendijke volgend seizoen bekronen met kampioenschap

Zijn principe was altijd duidelijk: maximaal twee, heel misschien drie jaar bij dezelfde club werken. Totdat Nico Knol trainer werd bij het eerste elftal van IJzendijke. Vanwege de potentie, het plezier en de vriendenclub die IJzendijke is, heeft hij besloten dat hij ook volgend jaar weer voor de groep staat.

De oud-keeper van Hoek en Breskens begint komend seizoen dan ook alweer aan zijn vierde seizoen bij de club en heeft de absolute ‘drive’ om overal het maximale uit te halen. Zowel uit de club, als uit zijn eigen carrière.
Na zijn actieve voetballoopbaan als keeper, rolde Knol vanzelf in het vak van keeperstrainer. In eerste instantie nooit met de bedoeling om hoofdtrainer te worden, maar toen hij de kans kreeg om toch eens te snuffelen aan die functie bij het tweede van Breskens, was hij verkocht. Dit beviel hem zo goed dat hij meteen zijn TC3 en TC2-papieren bemachtigde, een keuze waar hij tot op de dag van vandaag nog geen spijt van heeft. “Ik vind het geweldig om mij op te laden voor een wedstrijd, kan niet tegen mijn verlies. Als we verliezen ben ik nog steeds twee dagen chagrijnig, er zit een bepaalde ‘drive’ in mijn lichaam en ik vind het geweldig om tussen die gasten te lopen.” Die gedrevenheid probeert hij niet alleen op zijn spelers over te brengen, maar gebruikt hij ook om zijn eigen ambities als trainer na te streven. “Als speler wilde ik altijd het hoogst haalbare bereiken en dat wil ik ook als trainer. Ik wil kijken hoe hoog ik kan komen, de prestatiedrang is er, maar je hebt ook een beetje geluk nodig.”

Vriendenclub
Na wat omzwervingen bij Breskens en Philippine kwam Knol uiteindelijk bij IJzendijke terecht en tot nu toe lijkt dat een erg gelukkig huwelijk te zijn. “IJzendijke is echt een eenheid, iedereen helpt elkaar waar mogelijk en de klik met de spelersgroep is heel goed. Dat, in combinatie met de potentie die ik zie, heeft mij doen besluiten om er nog een jaar aan vast te plakken.” Voor Knol is die potentie belangrijk, omdat hij, naast plezier in het spelletje, ook heel graag wil presteren. Dit jaar viert de club haar honderdjarig jubileum en daar zou Knol volgend seizoen met zijn selectie graag een nieuw feestje aan toe willen voegen. “De gemiddelde leeftijd van de groep is negentien jaar en ik zie die jongens gewoon elke periode groeien. Als we de groep bij elkaar kunnen houden, wil ik volgend jaar meespelen om het kampioenschap in de vierde klasse!”

Mark Smith voelt zich thuis bij SteDoCo

De 31-jarige Mark Smith is keeper van het naar de Derde Divisie gepromoveerde SteDoCo. Mark gaat zijn tweede seizoen in als keeper van de club. Voor dat hij bij SteDoCo kwam speelde Mark o.a. bij DHC uit Delft, L.M.O. uit Rotterdam & TOGB uit Berkel & Rodenrijs. In de jeugd speelde Mark Smith heeft ook in de A-selectie van Sparta Rotterdam en AGOVV Apeldoorn gezeten. Daar heeft hij voornamelijk achter de “ervaren doelmannen” op de bank plaats genomen.

Buiten het keepen om, was Mark trainer. In de tijd dat hij bij DHC zat, trainde Mark de JO15-1 van DHC. Maar DHC was niet de enige club waar hij trainer was. Ook heeft hij in de tijd bij TOGB enkele teams getraind. Dat waren de volgende teams: de JO19-1, JO17-1 en de JO15-1.

Mark Smith is bij SteDoCo gekomen, doordat Raymond Roos aangaf dat ze een keeper zochten voor het eerste elftal. Zodoende is hij in contact gekomen met SteDoCo. “Na twee gesprekken had ik eigenlijk wel een goed gevoel over de club. Aan de hand daarvan heb ik gekozen om naar SteDoCo te gaan.” Mark twijfelde eigenlijk niet. “De ideeën en gedachten spraken mij aan. Is wel een stukje rijden naar de training, maar heb nog geen moment spijt gehad. Ik zit dagelijks met een glimlach in de auto naar de training toe.”

Mark volgt zijn oude teams natuurlijk nog steeds. “DHC is natuurlijk gedegradeerd naar de Eerste Klasse waar ze gewoon niet thuis horen. Zelfde geld voor TOGB. Die zijn dan niet gedegradeerd, maar spelen wel een klasse te laag (Tweede Klasse). Bij LMO ben ik opgegroeid, dus dat blijf je altijd wel “mijn Club”.” LMO staat op het punt om naar een nieuw complex te gaan. Ik ben benieuwd hoe dat gaat uitpakken en hoe de toekomst voor LMO er dan gaat uitzien, zei Mark Smith.

DHC speelde drie seizoenen geleden voor promotie naar de Derde Divisie, vertelde Mark. Ze speelde tegen Be Quick. DHC verloor uit kansloos met 4-0 van Be Quick. “Op de terugweg hadden wij ook zoiets van: Dit is klaar, we hebben geen kans meer.” Maar het liep anders dan gedacht voor DHC. Ze kregen een enorme boost voor de wedstrijd. “Na 2/3 minuten kwamen we met 1-0 voor en stond het na 90 minuten 4-0 voor ons. Maar toen begon de laatste minuut van de extra tijd. Be Quick vielen voor de laatste keer aan en scoren de 4-1.” Voor DHC was dat we heel erg zuur.

SteDoCo is via de nacompetitie naar de Derde Divisie gepromoveerd. Dus het wordt geen makkelijke klus, zei Mark Smith. “We hebben een sterke spelersgroep als alles klopt. Wij moeten ons gewoon richten op de middenmoot in de competitie. Alles wat extra komt, is alleen maar mooi meegenomen.” In de Derde Divisie zitten grote amateurclubs die in de Tweede Divisie mee kunnen. Alleen de stap maken naar de Divisies is gewoon lastig vanuit de Hoofdklasse, ik denk dat we na vorig seizoen trots mogen zijn dat we dit toch met de smalle selectie van SteDoCo hebben weten te behalen, vertelde Mark.

Afgelopen seizoen is SteDoCo 3egeworden in de Hoofdklasse A. Daarin zitten geen makkelijke ploegen. “Het zijn allemaal ploegen die bekend staan om hun spel. Uiteindelijk is vv Noordwijk kampioen geworden en is Ter Leede als 2egeëindigd.” De doelstelling van de club was om te promoveren, wat ze ook gelukt is uiteindelijk. “Of we kampioen zouden worden of dat we het via de nacompetitie deden, maakte niet uit. Het kampioenschap had een mooie bonus geweest.

Voetbalstage Kerkdriel

Van maandag 30 juli tot en met donderdag 2 augustus organiseert De Voetbalschool een VoetbalStage in Kerkdriel. Deze zal plaats vinden op de accommodatie van v.v. DSC. Tijdens deze vier dagen durende stage zullen de deelnemers trainingen krijgen van professionele trainers van De Voetbalschool. Het thema van deze VoetbalStage is Franse stijl wat betekent dat zowel de trainingen als de voetbalquiz gericht zullen zijn op het Franse voetbal.

Iedere dag worden de trainingen om 10.00 uur gestart en tijdens de ochtendtrainingen ligt de focus op het trainen van de technische vaardigheden. Om 12.00 uur is er een lunchpauze en voetbalquiz. Na de middag worden er wedstrijdvormen gespeeld en in deze wedstrijdvormen kunnen de spelers / speelsters hetgeen wat ze in de ochtend hebben geleerd toepassen. Om 15.15 uur zit de dag erop voor de deelnemers.

Deelname is mogelijk voor jongens en meisjes binnen de categorieën JO7 tot en met JO15. De kosten voor deze VoetbalStage bedragen € 99,- en dit is inclusief Adidas wedstrijdshirt en aandenken. Voor meer informatie en de mogelijkheid tot aanmelden voor deze VoetbalStage kunt gekeken worden op de website van De Voetbalschool.

Be Ready begroet kunstgras

Bij Be Ready functioneert sinds februari een volledig nieuw bestuur met daarin ook de twee voormalig voorzitters Jeroen Stevens en Paul Sengers. 

HANK – Paul Sengers  – hij was in de jaren ‘80-‘90 twaalf jaar voorzitter van de club – houdt zich op verzoek bezig met accommodatiezaken. Jeroen Stevens was voorzitter van 2013 tot 2016 en is in totaal acht jaar bestuurslid. Er zit voor dit gesprek dus wat kennis aan tafel. Stevens: ,,Er stond een belofte van de gemeente Werkendam dat elke voetbalclub in de vijf kernen over een kunstgrasveld moest kunnen beschikken. Wij zijn samen met Dussense Boys als laatste aan de beurt.”

Toen duidelijk werd dat het kunstgrasveld er ging komen, stelde Be Ready ook haar eisen. Een compleet veld met drainage, omheining, tegelpad en verlichting. Intern is besloten dat het hoofdveld in aanmerking kwam om kunstgras aan te leggen. Het tweede veld was geen optie omdat daar hoogspanningskabels onderdoor naar de Kurenpolder lopen. ,,Wij durven het niet aan om daar kunstgras op te leggen”, legt Stevens uit.

Be Ready dient voor de aanleg van een compleet kunstgrasveld inclusief ledverlichting binnen het budget van 500.000 euro te blijven. Sengers: ,,Wij kiezen aanvankelijk voor één verlichtingsarmatuur per mast maar kunnen dat in de toekomst verdubbelen als wij dat nodig achten. Het kunstgras wordt overigens wel afgevuld met kurk wat volgens kenners beter bespeelbaar is dan een infill met rubberkorrels waar in het verleden ook de gezondheidsdiscussie over is ontstaan.” Be Ready blijft overigens beschikken over een hoofdveld met de grootse afmetingen van 105×69 meter. Op 8 mei is door het bedrijf Topsport begonnen met het afgraven van de grond. Volgens planning wordt het veld twee maanden later opgeleverd.

Zelfwerkzaamheid
Be Ready breidt het sportpark tussen de parkeerplaats en het hoofdveld ter hoogte van de middenlijn meteen uit met de bouw van twee extra kleedkamers en een kleedruimte voor de scheidsrechter. Aan de zijde van het veld komt een flinke overkapping, die een soort tribune-idee kan gaan geven. Een flinke groep supporters kan daar straks bij slecht weer droog staan. Er wordt voor de bouw van de kleedkamers veel van de eigen leden gevraagd. Sengers: ,,Zonder zelfwerkzaamheid gaan wij het niet redden. Vanuit het gemeentepotje kunnen wij ongeveer een ton halen. Ik verwacht dat wij 50.000 euro tekort komen maar wij willen dan meteen de fietsenstalling aanpassen en de toegangspoort verleggen. Sengers verwacht dat de nieuwe kleedkameraccommodatie nog dit jaar overeind staat. ,,Dat gaat hopelijk lukken dankzij die grote groep vrijwilligers die Be Ready steunt.”

Door ingrepen van de KNVB is het voetbal veranderd. De jeugdteams spelen wedstrijden op kleinere velden met vier tot zes spelers per team. Dat betekent meer teams op het sportpark, dus meer kleedruimten nodig. Ook bij Be Ready spelen 35+-voetballers op vrijdagavond. Straks komt misschien ook nog het vermaledijde walking football, het zogeheten  loopvoetbal, eraan. Veel ex-voetballers moeten er niet aan denken.

Youk Tak: de stille kracht van Virtus

Hij doorliep alle jeugdelftallen bij de club en staat nu al weer vijf jaar zijn mannetje in het eerste team van Virtus. Youk Tak (23) vervult als ‘stofzuiger’ een belangrijke rol op het middenveld bij de zondag derdeklasser.

Volgens Virtus-trainer Jack Sweres is Youk Tak van onschatbare waarde voor zijn ploeg. De verdedigende middenvelder valt binnen de lijnen vaak niet erg op, maar vormt volgens hem een belangrijke schakel in zijn blauw-witte formatie. “Hij is een beetje de stille kracht van ons team”, zegt Sweres over zijn nummer zes. De persoon in kwestie kan lachen om deze woorden van zijn oefenmeester. “Ik ben inderdaad niet de persoon die de ballen erin schiet of die achterin de aanvallers uitschakelt. Als verdedigende middenvelder loop ik eigenlijk overal en nergens om ballen af te pakken en vervolgens weer in te leveren bij mijn ploeggenoten. Ik ben zeg maar de stofzuiger van het team.”

Tak speelt al zijn hele voetballeven bij de zondagclub uit Zevenbergen. “Ik begon in de F-jes bij Virtus en heb er alle jeugdelftallen doorlopen. Als eerste-elftalspeler heb ik het hier nog altijd erg goed naar mijn zin. Ik ken iedereen bij de club en mijn vrienden voetballen ook hier. We hebben een jong en gezellig team, dat is ook erg fijn. Als spelers hebben we dezelfde hobby’s naast voetballen. Zo houden we allemaal van een goed feestje, al drinken we op zaterdagavond uiteraard met mate”, voegt hij hier lachend aan toe.

Op Sportpark De Meeren wreven ze zichzelf afgelopen zomer eventjes in de ogen nadat de KNVB de competitie-indeling van het nieuwe seizoen bekend had gemaakt. Virtus 1 speelt in district West 2 regio Rotterdam. “Iedereen vindt dit wel jammer hoor. Dit betekent dat we geen derby’s spelen. Zonde, want dat zijn goede wedstrijden voor de baromzet”, zegt Tak. Zevenbergen ligt in een uithoek van Brabant, dus geografisch gezien is de keuze van de KNVB niet heel gek. “Maar ik had liever wat potjes in de regio gespeeld, want het is leuker om tegen bekenden te spelen.”

De indeling in de regio Rotterdam heeft ook voordelen volgens Tak. “We spelen al jarenlang in de derde klasse en willen graag eens promoveren. Misschien is dit wel het seizoen dat het gaat gebeuren. Het niveau in deze regio is naar mijn mening lager dan in de competities met louter Brabantse clubs. Zelf doen we bovenin mee. Ik denk dat we ons kunnen kwalificeren voor de nacompetitie en dan zien we wel wat er mogelijk is.” Gaat Tak zich meer met aanvallen bemoeien om deze doelstelling te bereiken? “Nee hoor”, lacht de nummer zes. “Ik blijf ballen afpakken en lever ze daarna in bij mijn teamgenoten. Dan mogen zij het spel maken.”

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.