Home Blog Pagina 1298

In Gesprek Met: Huib & Karin van Hemert

De 45-jarige Huib van Hemert had vroeger een verschrikkelijke hekel aan voetbal maar heeft in de loop van de jaren toch zijn hobby van deze sport weten maken. Momenteel is het bestratingsbedrijf van Huib en zijn vrouw Karin de hoofdsponsor van de jeugdafdeling van vv GDC en verrichten zij nog verschillende vrijwilligerswerkzaamheden binnen de vereniging. Wij spraken met hen over het vrijwilligerswerk, de verbondenheid onderling bij vv GDC en het zijn van Hoofdsponsor.

Huib van Hemert – Verleden met voetbal
In het verleden heeft Van Hemert nooit zelf gevoetbald en had zelfs een hekel aan de sport. Zelfs wanneer een van zijn kinderen graag wilde gaan voetballen zag van Hemert er tegen op. Uiteindelijk zijn alle drie de kinderen terecht gekomen bij de dorpsclub uit Eethen en zo is hij bij het voetbal betrokken geraakt. Tegenwoordig zijn Huib en zijn vrouw elke zaterdag ochtend tot de avond bij de club aanwezig. ‘’Elke zaterdag ga ik in de ochtend mee met de jongste daarna met de middelste en in de middag bij het eerste kijken. En dan vaak in de avond ook nog voetbal kijken, voor ons is zaterdag echt de voetbaldag.’’

Hoofsponsor
Huib en zijn Karin vrouw zijn samen in het bezit van een bestratingsbedrijf en daarmee hoofdsponsor van de jeugd. Behalve sponsoren doen zij ook al het straatwerk bij de vereniging, zo hebben zij een aantal weken geleden een wandelpad langs het D-veld helemaal aangelegd, mocht er sneeuw liggen op het kunstveld zorgt Van Hemert dat het sneeuwvrij wordt gemaakt zodat er toch gevoetbald kan worden en zo zijn er nog wel een aantal dingen wat er voor de club wordt gedaan.

Karin van Hemert – Uit de hand gelopen hobby
‘’De voetbal is een uit de hand gelopen hobby voor ons’’. In het verleden is Karin actief zwemster geweest en het was daarom een logische beslissing om de kinderen na hun diploma op de zwemclub te houden. ‘’Toen de kinderen daarna wilde voetballen leek mij dat eerst niks maar ik dacht: laten we maar eens kijken, misschien vinden ze het na drie weken al niet meer leuk. Uiteindelijk is dat toch iets anders gelopen.’’ Sindsdien is Karin actief vrijwilliger bij de vereniging.

Vrijwilligerswerk
Een jaar of vier geleden heeft Karin met een aantal andere moeders een gesprek gehad over voetbalschoenen vanwege de prijs en het feit dat de kinderen zo hard groeien op jonge leeftijd. ‘’Wat moet je dan doen met al die schoenen die over zijn? Toen hebben we besloten om een 2ehands schoenen verkoop op te zetten binnen de club.’’ Momenteel gebeurt dit vier zaterdagochtenden op een jaar in de kantine. Dit is uiteindelijk uitgegroeid tot schoenen, scheenbeschermers en kleding.

‘’Alle opbrengsten gaan geheel naar de jeugd. Elke zomervakantie is er een voetbalkamp voor de jeugd en dan regelen wij dat er een buikschuif- en stormbaan aanwezig zijn. Behalve dit helpen we er ook veel mensen mee, voor een klein bedrag hebben ze bij ons al een mooi paar schoenen.’’ Behalve dit heeft Karin haar handen ook vol met de PR van de vereniging wat ze met een aantal andere mensen doet, ook zit ze sinds kort als enige vrouw in het bestuur van GDC.

Verbondenheid onderling
‘’Als je naar ons eerste elftal kijkt zijn dit allemaal jongens uit de omliggende dorpen. Die jongens zitten voor de wedstrijd bij elkaar en gaan ‘s avonds opstap, wanneer er andere clubs bij ons komen en dan met name eerste elftallen is dat meer ieder voor zich en zitten ze meer verspreid. Bij ons kent iedereen, iedereen en is de verbondenheid onderling erg sterk.’’

Van Hoffe is de stofzuiger van Hees

Als clubmanager is Steph van Hoffe (24) werkzaam bij Life City fitness in Baarn. In zijn vrije tijd is hij een natuurmens, want buiten zijn voetbal bij Hees heeft hij een passie met het besturen van een drone in de natuur. Over Hees heeft hij een uitgesproken mening. ,,Hees is een rare club.’’

Rare club
Dat hij Hees een rare club vindt wil hij gelijk uitleggen om misverstanden te voorkomen. ,,Geen enkele club neemt zoveel supporters mee naar uitwedstrijden als Hees. En dat voor een derdeklasser.’’ Voetbalvereniging Barneveld was in zijn jeugd zijn thuishonk. Als B-junior verkaste hij naar vv Stroe. Inmiddels was zijn broer Joey in Baarn gaan wonen. Hij was het die Van Hoffe overhaalde om ook bij Hees te komen spelen. ,,Ik ben ook in Baarn gaan wonen en bleef bij Hees plakken.’’

Charmes
Hij herinnert zich de eerste kennismaking met Hees nog. ,,Een schitterend sportpark, wel een beetje oud, maar dat heeft zijn charmes. Ik schrok wel van het elftal en dacht wat moet ik hier nu weer mee. De trainingen waren saai. Ik was wel wat anders gewend bij mijn vorige clubs. Het niveau op de Veluwe is hoger. Maar het is wel een gezellige club. Je voelt je gelijk thuis, want na twee wedstrijden kon iedereen mij al. Het is een Ons kent Ons vereniging en dat staat mij wel aan. Beter dan zo’n elitebende.’’ Hij roemt de vechtlust van Hees. ,,Dat zit hem in de spelers zelf. Niemand hier wil verliezen.’’

Hoogtepunt
Dieptepunt voor Van Hoffe is zijn periode bij Stroe. ,,ik speelde daar in de basis en kwam daar zonder reden op de bank terecht. Daar baalde ik van, dat deed pijn.’’ Liever heeft de verdediger het over zijn absolute hoogtepunt en dat is de promotie met Hees. ,,Dat blijft me altijd bij. De nacompetitie werd een lange weg. Hees kocht zelfs een retourticket voor mij, want ik was op vakantie in Denemarken. We leefden het hele seizoen naar een kampioenschap toe, maar kregen toch de beloning via de nacompetitie.’’

Buitenland
Van Hoffe is nuchter over het verblijf in de derdeklas. Hees sprokkelde tot nu wat punten bij elkaar tegen op papier sterke tegenstanders. ,,Maar nu krijgen we de wedstrijden tegen de mindere clubs en die moeten we winnen. De sfeer is goed en iedereen beseft dat we lager staan dan we horen, maar we hebben wel wat pech gehad.’’ Hij kijkt uit naar het trainingskamp in Spanje. ,,Voor het eerst in de historie van de club gaan we naar het buitenland .

Hogerop
Over zijn toekomst is hij duidelijk. ,,Ik hoop altijd nog hogerop te komen. Misschien komend jaar in de tweede klasse, al is het alleen maar voor de uitdaging. Komt er niets op mijn pad, dan blijf ik bij Hees’’, aldus de man die bij ‘rode wolven’ achterin een corrigerende rol heeft en de gaten dicht. Dat leverde hem de bijnaam van ‘stofzuiger’ op.

Wim de Jong wil basis BSM-jeugd verbeteren

Hij laat zijn breedste glimlach zien als hij een blik werpt op het veld. Op het hoofdveld van BSM staan op de middenlijn dertig mini’s klaar om aan de training te beginnen. “Mooi, hé”, zegt Wim de Jong. “We zijn in korte tijd van twintig naar dertig mini’s gegaan. Er zijn vandaag weer twee nieuwe. Twee Amerikaanse kinderen.”

De Jong (50) volgde dit seizoen bij de Bennebroekse club Wim van Marsbergen als technisch jeugdcoördinator op. “Het bestuur zocht iemand die, naast de beschikking moet hebben over de juiste technische bagage, dicht bij de club staat. Ik voldeed aan dat profiel, want mijn zoontje is hier toen hij zeven was komen voetballen.”

De Jong neemt de nodige ervaring mee. Als voetballer maakte hij deel uit van het ‘gouden’ Noordwijk, dat onder leiding van trainer Ruud Bröring kampioen van de hoofdklasse A werd. “Ik ging van EDO naar Noordwijk en bij EDO was ik altijd verdediger geweest. Bij Noordwijk zette de trainer mij meteen op het middenveld. Ik was een speler met veel loopvermogen en leed weinig balverlies. Ik was vooral nuttig voor het elftal”, kijkt De Jong terug op die periode.

Als trainer werkte hij voor Soccer Skills en het wekt dan ook geen verwondering dat techniek een stokpaardje voor hem is. “In mijn tijd als speler was ik me daar helemaal niet bewust van. Ik heb een jaar bij AZ gespeeld en toen werd me voor het eerst verteld dat ik behalve met rechts ook met links iets kon doen. Om maar aan te geven dat in mijn jeugdjaren het accent van het voetbal heel ergens anders op werd gelegd. Ik was helemaal niet bezig dat ik als speler over de bal heen moest kijken. Ik deed gewoon iets. Intuïtie.”

Met de kennis van nu gaat het volgens De Jong vooral om het zo vroeg mogelijk aanleren van de basisvaardigheden. “Met die insteek ben ik ook begonnen bij BSM. We zijn een kleine club, maar dat wil niet zeggen dat je geen talent kunt ontwikkelen. Om dat voorbeeld van tweebenigheid aan te halen: we zijn onlangs begonnen daar bij de trainingen aandacht aan te besteden. Die kinderen pakken dat razendsnel op. Je moet het zo in de training integreren dat het straks voor hen heel natuurlijk is om zowel met rechts als links te trappen. Als ik dan op zaterdag bij een wedstrijd die tweebenigheid terug zie, zit ik echt te genieten.”

Bij BSM, waar hij verantwoordelijk is voor achttien jeugdteams, is hij bezig om een goede structuur neer te zetten om trainers handvatten te bieden. “Het kost tijd om je visie over te brengen. Gelukkig hebben we goede trainers lopen.”

De Jong, die in het bezit is van TC3- en TC2-diploma, staat in de toekomst open voor het hoofdtrainerschap bij een club. “Ik werk drie dagen bij het KWF, daarnaast heb ik een eigen bedrijfje, Vita-Jong. Ik ben flexibel in mijn tijd en wil best ergens aan de slag als hoofdtrainer of assistent-trainer. Ik hoop dat die kans een keer komt.”

https://www.dominos.nl/

“Werken in de kantine voelt alsof je een klein bedrijf hebt”

John Kersten doet al 10 jaar veel voor de kantine van DCV. Naast bardiensten draaien, houdt hij ook de boekhouding en financiële zaken bij. In dit gesprek vertelt hij over zijn inzet voor de club.

Verleden
Kersten heeft 40 jaar lang bij de Shell gewerkt. Hij is altijd al veel bezig geweest met sport, maar heeft nooit zelf op voetbal gezeten. Voetballen op straat is iets wat hij wel graag deed. “Ik voetbalde graag op straat. Tijdens mijn middelbare schooltijd heb ik op volleybal gezeten en had ik een eigen schoolvereniging in Den Haag. Toen ben ik getrouwd en volledig gestopt met volleybal.” Sinds 2010 is hij gestopt met werken en de laatste 10 jaar doet hij veel voor de kantine van voetbalclub DCV in Krimpen aan den IJssel.

Ondertussen kreeg John kinderen. Toen zijn oudste 7 werd, is hij jeugdcoach geworden bij DCV. “Mijn zoon wilde graag op voetbal want vriendjes gingen voetballen, en dat wilde hij ook. Toen is hij bij de F’jes gaan spelen en ben ik lid geworden bij de club. Hij kon aardig voetballen en zat jarenlang in de selectie. Op een gegeven moment wordt er gevraagd of je wat wil doen voor de club, en daar ben ik op ingegaan.”

Van jeugd naar kantine
Naarmate de kinderen ouder werden en wat anders zijn gaan doen, is Kersten zelf ook weggegaan bij de jeugd. Toen hij werd gevraagd of hij toch weer wat wilde gaan doen, aangezien ze mensen bij de kantine nodig hadden. Hij heeft ja gezegd, ondanks dat hij altijd een hekel heeft gehad aan administratie. “Ik heb altijd al een hekel gehad aan administratie en heb me meer bezig gehouden met technische dingen, maar ben er toch ingerold. Als je alles doet voor de kantine, voelt het toch een beetje alsof je een klein bedrijf hebt. Dat maakt het nog aantrekkelijker.”

Een aantal jaar geleden zijn ze bij DCV gaan werken met een automatisch kassasysteem. Dit maakte het voor John nog leuker, aangezien hij altijd al iets heeft gehad met de IT. “Werken in en met de IT is altijd al een soort van hobby voor mij geweest. Kersten is nu wat minder bezig met de administratie maar draait nog wel bardiensten en houdt zich bezig met de kassazaken.

Samenhorigheid
Tegenwoordig is het moeilijker om vrijwilligers te vinden, zegt John. Er zijn er wel wat meer bijgekomen, maar het kan altijd meer in de kantine. “Aan de andere kant is het leuk om te zien dat er veel mensen zijn die zich toch inzetten voor de club. De mensen die actief zijn voor de club, zijn dan ook heel erg actief. Ze stoppen er veel tijd en uren in. We hebben verschillende mensen die allemaal verschillende vaardigheden hebben. De samenhorigheid die wij bij deze club hebben is erg mooi. Als een club succes heeft en de kantine goed draait, geeft dat natuurlijk ook nog tevredenheid.”

Toekomst
De club is al jaren in gesprek met de gemeente om het complex geheel te renoveren. Ze zitten in een bijzondere situatie dat een groot gedeelte van de grond eigendom is van de club zelf. “We willen het overdragen naar de gemeente zodat wij een nieuw sportpark kunnen krijgen. Voor de club zelf is het financieel heel lastig om door te gaan op deze manier, ook omdat het moeilijker wordt om vrijwilligers te krijgen.” Er is wat vertraging door de gemeenteraadsverkiezingen, maar de gesprekken gaan door. “Als het goed is wordt er dit jaar resultaat verwacht. Dit zou heel mooi zijn, want 1 november bestaat de club precies 100 jaar. We hopen nog lang door te kunnen gaan met de club.”

Hans de Rover geniet bij FIOS: ‘Dit is een fantastische club

Drie jaar lang richtte hij zich alleen maar op zijn eigen horecazaak, maar Hans de Rover (53) is blij dat hij weer actief is als hoofdtrainer. Bij FIOS geniet hij met volle teugen van het hechte verenigingsleven, de fraaie accommodatie en de omgang met zijn spelersgroep.

Hans de Rover is al 33 jaar actief als hoofdtrainer. Na periodes bij onder meer Smitshoek, Pernis, Rijnmond Hoogvliet Sport, NSVV en Oud-Beijerland is de oefenmeester nu op zijn plek bij FIOS. “Het valt me op dat er hier mensen zijn die echt alles over hebben voor de club”, zegt De Rover. “De accommodatie is top en de trouwe vrijwilligers zijn dag en nacht bezig met de vereniging, dat vind ik prachtig.”

Zo ver gaat de liefde bij de oefenmeester nog net niet, maar duidelijk is dat De Rover erg begaan is met het lot van de club waar hij sinds dit seizoen onder contract staat. “Ik heb voor het eerste team de beschikking over een groep van ongeveer vijftien jongens en ik probeer het beste uit iedereen naar boven te halen. We hebben een hele leuke spelersgroep, met normale, gezellige gasten. Maar op het veld is het soms moeilijk werken met sommigen. Er zijn spelers die veel beter kunnen dan dat ze nu laten zien en dat frustreert me soms.”

De Rover focuste zich de afgelopen drie seizoenen puur op zijn eigen horecazaak maar is blij dat hij weer aan de slag is als trainer. FIOS eindigde vorig seizoen teleurstellend als elfde en de trainer heeft de ambitie om dit seizoen hoger te eindigen op de ranglijst met Fier In Ons Streven. In de eerste competitiehelft vallen de prestaties van de club uit Achthuizen echter een beetje tegen. “Alles wordt geregeld voor de jongens. Iedereen loopt er netjes bij en in de winterstop gaan we zelfs op trainingskamp. Dat geeft aan dat FIOS een fantastische club is. Ik verwacht van de groep dat ze alles geven om de clubmensen te verblijden met goede resultaten. Dat gebeurt ook, iedereen werkt hard om dit voor elkaar te krijgen.”

 

Arnoud Both maakt veel kilometers voor zijn vriendenclub

Arnoud Both (25) pendelt tweemaal in de week op en neer tussen Zoetermeer en Melissant. Dat is een rit van ongeveer een uur, maar dat neemt de aanvallende middenvelder voor lief. “Ik vind het super om in Melissant 1 te spelen en om mijn vrienden te zien.”

Van kinds af aan voetbalt Arnoud Both al bij Melissant. Bij de gelijknamige vereniging groeide hij op samen met zijn vrienden en allemaal spelen ze nog altijd bij de club van rood en zwart. De middenvelder doorliep er eerst alle jeugdteams en inmiddels is Both bezig aan zijn zesde seizoen in het eerste team. “Iedereen kent elkaar hier en het is altijd reuzegezellig bij Melissant. We spelen al jarenlang in de vierde klasse en dat geldt voor de meeste clubs op het eiland, waardoor we veel derby’s spelen. Dat heeft ook zeker zijn charme”, zo legt Both uit.

De meeste vrienden van Both wonen en werken op het eiland, maar hijzelf woont in Zoetermeer. Daar heeft hij een baan als gymleraar op een basisschool en Both heeft het prima naar zijn zin in die plaats. Het zou dan ook vrij logisch zijn als de man uit Melissant zich zou inschrijven bij een voetbalclub in Zoetermeer, maar er is geen haar op het hoofd van Both die daaraan denkt. Hij stapt elke zaterdagochtend fl uitend in de auto om naar Melissant te rijden en ook probeert hij eenmaal in de week aanwezig te zijn op een training. “Het is in principe een uurtje rijden. Maar als ik doordeweeks pech heb en ik beland in de file, dan ben ik soms een uur en drie kwartier onderweg.”

Both vindt het echter helemaal niet erg om zoveel kilometers te maken voor een potje voetbal. “Ik vind het namelijk super om samen te spelen met mijn maten en wil de hechte band met de jongens in stand houden”, legt hij uit. Drie keer in de week op en neer rijden is volgens hem te veel. “Dan kost het me wel erg veel benzine. Bovendien zit het met mijn conditie ook wel goed. Ik ben niet voor niets gymleraar”, grinnikt hij. “Ik voetbal ook best veel op de school waar ik werk. Op het schoolplein speel ik vaak potjes met mijn leerlingen en die vinden het helemaal geweldig dat hun meester geregeld meedoet.”

Als nummer tien heeft Both een belangrijke rol in het elftal van Melissant. “Ik vind dit een hele leuke positie”, legt hij uit. “Je moet beschikken over loopvermogen, inzicht, aanvallende kwaliteiten en een goede techniek.” Melissant speelt al jarenlang in de middenmoot van de vierde klasse en volgens de middenvelder is dat niet zo gek. “We zijn een kleine club, dus het is niet realistisch dat we jaarlijks meedoen om de titel. In de afgelopen vijf seizoenen hebben we helaas weinig succes gehad. Ooit deden we erg lang mee om een periodetitel, dat was wel leuk om mee te maken. Het is gaaf als er iets op het spel staat. Het zou tof zijn als we dit seizoen ook weer kunnen meestrijden om een periodetitel. Dan stap ik namelijk met nog meer zin dan normaal in de auto.”

Rob de Groot wil na de winterstop weer onder de lat

Rob de Groot, doelman van Altena, hoopt binnenkort verlost te zijn van het gips. Tijdens de training bij zijn zaalvoetbalteam CFM/Transito viel hij op de vingertoppen van zijn linkerhand.

Na wat rust ging het een week later in de zaal opnieuw mis. Bij een actie klapte de hand weer dubbel. In het ziekenhuis werd vastgesteld dat er een spier in zijn hand is gescheurd. ,,Binnenkort ga ik terug naar het ziekenhuis en hopelijk is de spier dan weer deels aan elkaar gegroeid. Als dat niet het geval is, heb ik een probleem, want dan volgt een operatie en ben ik voor de rest van het seizoen klaar. Voor mijzelf en zeker ook voor Altena komt dit op een heel vervelend moment.” De Groot combineert al vier jaar veldvoetbal met zaalvoetbal en heeft nog nooit een blessure gehad. ,,Nu val ik een keer ongelukkig en is het meteen goed mis. Het is echt voor het eerst dat ik een tijdje uitlig. “

De pas 19-jarige De Groot maakte in de aanloop naar dit seizoen de overstap van Kozakken Boys naar Altena omdat hij bij het tweede van Kozakken Boys nauwelijks aan spelen zou toekomen. Bij de ‘boys’ schuift steeds een keeper van de selectie door. De Groot won bij Altena de strijd met de andere keeper, Bas Visser, en kreeg het vertrouwen van trainer Johan van der Werff om als eerste doelman te fungeren. Omdat ook Visser tot de winterstop is uitgeschakeld, moest Van der Werff tegen NOAD’32 een beroep doen op keeperstrainer Ronald Oskam. De Groot: ,,Ik hoop zo dat het straks meevalt en dat ik na de winterstop weer bij Altena onder de lat kan, want ik vind het natuurlijk ook hartstikke rot voor de club. Zeker nu het op zo’n ongelukkig moment plaatsvindt. En nee, ik ga zeker niet stoppen met zaalvoetbal op behoorlijk niveau. Daarvoor vind ik het spelletje op de vrijdag te leuk.” Bij CFM wordt de plaats onder de lat waargenomen door Dennis Mijdam, die dat vak uitstekend verstaat.

De nieuwe Altena-trainer, Johan van der Werff, had in de eerste maanden trouwens toch een flinke puzzel te leggen. Tegen het eind van de overschrijvingsperiode wist hij dat Altena drie aanvallers verloor. Topscorer Ayhan Uslu vertrok naar RFC, Kennith Kops ging naar eersteklasser GRC 14 en Dennis van Munster, die overwoog volledig te stoppen, ging mee met trainer Richard van Gils naar Oosterhout. Dat verklaart de moeizame start van de Nieuwendijkers, die na de promotie weer terug zijn op niveau. Altena won op 1 december uit bij Brederodes. De laatste wedstrijden van het jaar gaan tegen de twee favorieten voor de titel, Roda Boys/Bommelerwaard en Nivo Sparta. Altena vertrekt op 10 januari overigens voor een vierdaags trainingskamp naar het Spaanse Albir aan de Costa Blanca.

Jack van den Ende is gids voor RVVH-jeugd

Hij hamert op saamhorigheid en weigert spelers van lagere teams links te laten liggen. Jack van den Ende is als coördinator en trainer van RVVH’s JO13 vooral een gids voor zijn spelers. “Op deze leeftijd kan je spelers vormen.”

Het is een zonovergoten zaterdag in Rotterdam en Jack van den Ende heeft de JO13-1 zojuist met 6-0 zien verliezen van thuisclub VOC. “Er zat weinig voetbal in”, stelt de 48-jarige oefenmeester even later nuchter vast. “Ik miste de gezonde agressie bij ons, we liepen achter de tegenstander aan te wandelen.”

Van den Ende, zelf ooit een ‘leuk spitsje’ bij Aeolus en Swift Boys in Rotterdam, verheft zijn stem in zijn analyse niet, zoals hij in de kleedkamer ook niet boos wordt. “Dat doe ik nooit. Zo kort na de wedstrijd heeft dat helemaal geen zin. Ze zijn allemaal teleurgesteld. Dinsdag na de warming-up bespreek ik de wedstrijd na. Dan vertel ik wat er niet goed is gegaan en vooral hoe het beter kan. Op deze leeftijd moet je veel aanreiken.”

Van den Ende is al voor het vierde seizoen trainer van de JO13-1, het vroegere D1. “Pittig hoor”, zegt hij over de stap die spelertjes moeten maken als ze de D-leeftijd hebben bereikt. “Van een klein naar een groot veld en alles wat daar bij komt kijken. Van buitenspel tot elf tegen elf. Welkom in het echte voetbal.” Het is die uitdaging die Van den Ende in de JO13 trekt, in combinatie met een kwetsbare leeftijd. “De puberteit komt immers om de hoek kijken.”

Bij RVVH is hij coördinator van alle JO13-teams. “Bij andere clubs zie je dat er veel aandacht is voor de selectieteams en veel minder voor de elftallen daaronder. Wij gaan uit van een andere filosofie. Wij vinden iedereen belangrijk. Waarom? Omdat ik ervan overtuigd ben dat dit een leeftijd is waar nog van alles kan gebeuren. Je hebt vroeg- en laatbloeiers. We plukken regelmatig een voetballertje uit de JO13-4 die prima uit de voeten kan in de JO13-1 of JO13-2.”

Circuittraining

Die aandacht voor iedere jeugdspeler komt ook tot uiting in de training. Op dinsdag zet Van den Ende een circuit uit met allerlei oefeningen. “Basisvormen, zoals trappen, passen, dribbelen. We hebben dan een heel veld en alle spelertjes van de JO13 doen mee, ongeacht welk team ze spelen. Op donderdag hebben we teamtrainingen.”

Zijn voetbalopvoeding gaat verder dan alleen technisch en tactisch, geeft hij aan. Hij hecht waarde aan teamgeest en discipline. “Er willen wel eens jongetjes tussen zitten die een grote mond gaan krijgen in het tweede jaar. Daar moet je mee omgaan. Het is belangrijk om daar ouders goed in te betrekken. Overleg met ze. Als ouders hun kind voetbal ontzeggen vanwege wangedrag straffen ze het hele team. Ik probeer het anders oplossen. Confronteer de kinderen met hun gedrag en vraag meteen wat voor straf zichzelf geven als ze weer over de schreef gaan.”

Van den Ende heeft bij RVVH loopscholing geïntroduceerd en een paar keer per jaar organiseert hij snuffelstages voor zijn spelers. “Voor het teamgevoel, maar ook om dingen te leren.”

“Als trainer ben ik natuurlijk hartstikke trots dat vijf spelers dit seizoen zijn doorgestroomd naar de JO15-1, maar net zo trots ben ik op al die andere jongens die naar de JO15- 2 zijn gegaan. We spelen in de hoofdklasse, maar resultaat is in deze leeftijdsgroep echt van ondergeschikt belang.”

Spijkenisse gaat weer beginnen tegen Heerjansdam

De oliebollen zijn geconsumeerd. Drinken doen we nog met mate. De feestdagen zijn voorbij en het wordt weer de tijd om de daden bij de woorden te voegen. Vanavond, aanvang 20.00 uur, speelt de VV Spijkenisse een oefenwedstrijd op het sportpark Jaap Riedijk tegen de  VV Heerjansdam.

Heerjansdam speelt in de eerste klasse C en staat halverwege de competitie op een fraaie derde plaats. Op het einde van dit seizoen neemt de club afscheid van de huidige trainer Patrick Kok, die geslaagd is in zijn missie om van Heerjansdam een stabiele eersteklasser te maken. Na de wedstrijd tegen Spijkenisse vliegt de selectie naar Valencia om zich verder voor te bereiden op de nakende tweede seizoenshelft.

Heerjansdam is een dorp ten noorden van de Oude Maas in de Zwijndrechtse waard en maakt onderdeel uit van de gemeente Zwijndrecht. Qua voorzieningen leunt Heerjansdam op de gemeente Barendrecht.

Spijkenisse bereidt zich dit jaar dus hoofdzakelijk voor in de eigen omgeving. Hoogste prioriteit is het ledigen van de ziekenboeg. Mogelijk dat trainer Peter Wubben in de wedstrijd tegen Heerjansdam al spelers weer minuten gunt om wedstrijdritme op te doen op de weg terug in de basis van het standaardteam.

Een interessant proces om te volgen en ons massaal achter de groen-witten te scharen, op de eveneens interessante jacht op een periodetitel in de competitie.

 

Niells Bosch: ‘Baronie is en blijft de mooiste club’

Met achthonderd tot negenhonderd jeugdleden, selectieteams die landelijk spelen en een eerste elftal dat afhankelijk is van de aanwas uit eigen gelederen, heeft hoofd jeugdopleiding Niells Bosch bij Baronie een flinke taak. Hij doet dat echter met veel plezier en enthousiasme, want geen club is zo mooi als Baronie volgens de 40-jarige vader.

Moustafa Mohammad, Jay-Jay Meierdres, Lars Ahsman, Joe Thomas, Niels de Boer en Rhomar Boudzra: zomaar zes namen van spelers die het eerste van Baronie hebben gehaald en door Bosch getraind zijn in de jeugd. Hij spreekt liefdevol over die jongens, van wie de meesten inmiddels elders spelen. “Ik weet nog goed dat Moustafa heel streng voor zichzelf was: als hij slecht speelde, zat hij te balen en strafte hij zichzelf door niet met zijn vrienden de stad in te gaan.” Bosch is geen Baron van jongs af aan: hij kwam 8 jaar geleden pas op De Blauwe Kei terecht.

Daarvoor voetbalde hij in Culemborg en Weert, voordat hij naar Breda verhuisde. “Toen werd ik gebeld door Fouad Elfdil, die kende ik via een gezamenlijke vriend. Hij vroeg of ik in het tweede van Baronie wilde komen spelen. Dat team kon wel wat sturing van een ervaren speler gebruiken, in de jacht op promotie naar de hoofdklasse.” Die uitdaging ging Bosch aan en hij promoveerde ook daadwerkelijk met dat tweede.

Ondertussen begon hij ook met het trainen van de jeugd. Dat trainerschap heeft hij steeds verder uitgebreid, ook nadat hij gestopt was als voetballer. “In april ben ik door het nieuwe bestuur gevraagd hoofd jeugdopleiding te worden. Het roer is omgegaan, Baronie stond bekend als een club die fl ink betaalde en niet zo veel gaf om de jeugd. Dat is nu totaal anders. De club is afhankelijk van de jeugd en steekt daar alle tijd en energie in.” Die jeugd presteert momenteel uitstekend. De eis van Bosch, zijn coördinatoren en het bestuur is dat elk selectieteam, dus de eerste en tweede ploeg per generatie, minimaal in de derde divisie speelt. De faciliteiten voor die ambitie schept Baronie onder meer door een budget vrij te maken voor goede, gediplomeerde trainers. “Daarnaast hebben wij als club een aansprekende naam, waardoor veel jongens en meisjes hier graag komen voetballen. Door de kwantiteit kun je beter selecteren.”

Die kwantiteit waarborgt Baronie met de naam, maar ook door uniek te zijn. “Zo krijgen de jongste spelers goede trainers én krijgen die kinderen al de mogelijkheid om twee keer per week te trainen. Dat zie je nergens.

Maar ook de recreatieve tak is van belang. “Mensen beweren nogal eens dat Baronie alleen maar aan het prestatieve voetbal denkt, maar dat is grote onzin. Wij doen er ook alles aan om de recreatieve tak de beste faciliteiten te bieden, de trainers krijgen de kans tot het volgen van een cursus en we doen altijd ons best om iedereen het naar zijn of haar zin te maken. Wij vinden het echt belangrijk dat iedereen plezier heeft en zich kan ontwikkelen op zijn of haar niveau. Ik kan daar ontzettend van genieten, om te zien dat een jeugdspeler stappen zet. Ik ga net zo lief bij een JO15-5 of JO13-3 kijken als bij de selectieteams.”

Als Bosch naar de huidige eerste teams in de jeugd kijkt, denkt hij dat Baronie een mooie toekomst voor zich heeft. Ondanks dat het pittig is om je in de hoofdklasse te handhaven met bijna alleen maar eigen spelers. “Wij halen alleen jongens van buitenaf die echt een meerwaarde zijn en proberen die te overtuigen door het niveau waarop we spelen, onze naam, de kwaliteiten van onze trainers en de samenstelling van de selectie. We bieden talenten een ideaal podium om zich in de kijker te spelen.” Bosch heeft zijn handen vol aan zijn klus, maar spreekt vol energie. Veel dingen gaan goed op De Blauwe Kei, maar er kan ook nog heel veel een stuk beter. “Zo is er een schrijnend tekort aan vrijwilligers, lid zijn betekent zowel voor ouders als spelers verantwoordelijkheid nemen voor een betrokken verenigingsgevoel.” Maar, afsluiten doet hij met een grote lach: “Baronie is en blijft de mooiste club in de regio.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.