Home Blog Pagina 1236

Christian Lugtenburg: 29 jaar, voorzitter én manusje-van-alles van het eerste elftal

Op zaterdagmiddag is hij het manusje-van-alles binnen de kalklijnen, de rest van de week voert Christian Lugtenburg zijn taken uit in de bestuurskamer. De 29-jarige voetballer van het eerste elftal van NTVV is sinds een jaar ook voorzitter van de club. Hij voert een bestuur vol enthousiaste twintigers aan in Nieuwe-Tonge.

Christian Lugtenburg werd in 2015 gevraagd om de rol van secretaris in te vullen in het bestuur. Daar hoefde hij niet lang over na te denken. “Ik ben een echte verenigingsman, die graag iets voor de club wil doen.” En dat geldt ook voor de andere jongens in het bestuur. Lugtenburg is met zijn 29 jaar inmiddels de oudste.

Vorig jaar stopte Tom Wilkes na tien jaar als preses, Lugtenburg schoof door. “Niemand stond op om voorzitter te worden, maar er waren wel wat jongens die het bestuur wilden ondersteunen in een andere rol. Toen heb ik maar besloten de functie in te vullen. We hebben binnen NTVV een commissiestructuur met in totaal tien uitvoerende commissies, waardoor ik niet omkom in het werk.” Ook kan hij de oud-bestuursleden nog altijd om advies vragen. “Die zijn niet weg, we zijn een klein clubje van om en nabij de 165 leden en komen elkaar dus overal tegen. Als ik een vraag heb, kan ik ze bijOFB 1 speelt al sinds jaar en dag in de laagste st andaar dk lasse van het zaterdagvoetbal en de rood-zwarten gooien op dit niveau geen hoge ogen. In de laatste acht seizoenen was de tiende plaats in het seizoen 2014/2015 de hoogste eindklassering en dit seizoen waren de prestaties ook niet best. Het team eindigde onderaan met zes punten en voor het einde van het seizoen nam de club afscheid van trainer Maurice van Dalen. “Hij heeft echt veel pech gehad”, zucht Marcel Goemaat als hij plaatsneemt in de kantine van OFB. Het bestuurslid voorbeeld aan de bar gewoon even aanspreken.”

MANUSJE-VAN-ALLES
Hij vergadert, neemt beslissingen en traint ook nog eens met de selectie. Op zaterdagmiddag staat hij het liefst op het veld, als manusje-van-alles. Maar als hij geblesseerd is, ontvangt hij het bestuur van de tegenstander in de bestuurskamer. Lugtenburg doet binnen de lijnen hetzelfde als binnen de organisatie: hij vult de gaten in. “Ik speel altijd, het is alleen de vraag op welke positie. Ik sta mijn hele carrière al overal, behalve in de spits.” Toch pikt hij regelmatig zijn doelpuntje mee. “Ik sta weleens op de goede plek bij standaardsituaties en kan aardig koppen”, zo omschrijft hij zijn kwaliteiten op een bescheiden manier.

EILANDER
Met het eerste elftal had de voorzitter gehoopt wat hogere ogen te gooien. “We eindigen meestal tussen de achtste en elfde plek, maar dat kan zeker beter. Om een of andere reden komen wij na de winterstop altijd pas op stoom, dat is een heel apart fenomeen. Daardoor deden we afgelopen seizoenen nog wel mee om een periodetitel, maar dit jaar hadden we helemaal niks. Dat is natuurlijk jammer, ik vind ook zeker dat wij in de top zes moeten eindigen.” Volgend jaar staat een nieuwe trainer voor de groep: de ervaren Wim Eilander komt naar NTVV. “Wim is iemand die al sinds de jaren tachtig actief is in het trainersvak en alle niveaus heeft gehad. Hij is echt een positieve man, die verder kijkt dan puur naar het eerste, ook het tweede en de jeugd erbij betrekt. Dat is bij een club als NTVV erg belangrijk.”

Met een team voor 35plussers, een tweede en derde elftal en de jeugdafdeling in samenwerking met Herkingen gaat het alleraardigst. Lugtenburg is een tevreden voorzitter. “Op alle gebieden hebben wij een mix van oude en jonge vrijwilligers rondlopen. Onze leden willen graag wat extra doen voor NTVV, dat vind ik een heel goed teken.”

Schoonewil toch nog jaar door op Souburgh

Dennis Schoonewil leek aan het einde van dit seizoen als hoofdtrainer bij Alblasserdam te vertrekken. Dat liep door een actie vanuit de spelersgroep even anders. Zij wilden hun trainer nog niet kwijt waarna de clubman pur sang op zijn besluit terugkwam.

ALBLASSERDAM – ,,Ik had rond de winterstop het gevoel dat de spelers in het derde seizoen van mij als hoofdtrainer wel met mij klaar waren. Dat was de reden dat ik het bestuur had aangegeven om er aan het einde van het seizoen op Souburgh een punt achter te zetten.

Trainer zijn van je eigen club is niet zo heel gemakkelijk. Ik ben ook trainer bij de jeugd. Je weet hoe dat gaat, op een gegeven moment komt echt iedereen naar je toe. Je moet gaan uitkijken dat je je niet overal mee wil en gaat bemoeien.” Schoonewil houdt zich bezig met de indelingen van de selecties en denkt na over de speelwijze. Dat kost hem natuurlijk veel energie. ,,Aan het einde van het seizoen is het ook bij mij even op.”

DANNY BUIJS
,,Het was nooit mijn ambitie om hoofdtrainer te worden. Nadat de vorige trainer, Bert Buizert, aangaf te stoppen zocht de club naar een oplossing. Toen wij met een select groepje bijeen zaten stelde Danny Buijs, die nu bij FC Groningen werkt, dat ik het maar moest gaan doen. ‘Ga je papieren halen en pak het hier op’, stelde Danny letterlijk. Ik ben dat gaan doen en zo ben ik erin gerold”, legt Dennis Schoonewil uit hoe het voor hem begon. Met Buijs heeft hij een bijzondere band. ,,Ooit trainden wij samen hier de C2. Danny werkte toen al alle trainingen tot in detail uit. Ik heb die ordners nog. Wij spreken elkaar minstens drie keer in de week. En dan ging het alleen maar over voetbal. Op dit moment is het even wat minder, want Danny heeft het daar in Groningen zo verschrikkelijk druk. Ik neem veel hooi op mijn vork, maar ik ben blij dat ik niet in zijn schoenen sta.

ERVARING
,,Het trainersvak is inhoudelijk niet zo heel lastig”, stelt Schoonewil. ,,Wij moeten ervoor zorgen dat de spelers fi t zijn en blijven. Hoe voeren ze uit wat ik graag wil zien. Ik zie graag dat jeugdspelers zich goed ontwikkelen. Dit seizoen stelde ik nogal eens een voorhoede op met een gemiddelde leeftijd van zeventien jaar. Maar duidelijk is dat wij ook niet zonder ervaring kunnen. Daarom is het goed dat spelers als Umut Takac (ex-LRC Leerdam) en Ahmet Kuyucu (ex-VVGZ) op het oude nest terugkeren. Ook doelman Aschwin Bakema komt over van Kozakken Boys.” Schoonewil stelt dat spelers elkaar moeten corrigeren in het veld en op de trainingen. ,,Dat misten wij even. Daarom is het goed dat hier Alexander de Jong als assistent, want wij doen alles samen. Een paar weken geleden had ik hem tegen Groote Lindt op zijn 41ste nog even nodig als speler. Dat pakt hij dan ook moeiteloos op.

HARDE LIJN
Terug naar zijn besluit om te gaan stoppen. ,,Ik had het gevoel dat ik die gasten met een softe benadering niet meer kon bereiken. Ik zit zo eigenlijk niet in elkaar. Ik was mezelf niet meer. Ik ben niet het type dat iedereen te vriend wil houden. Na die actie van de spelers werd mij duidelijk dat ik de harde lijn weer moest oppakken. Als je dan ziet hoe die groep het in de derby tegen De Zwerver invult, fantastisch. Ik moet hier een middenweg in gaan vinden en ook daarom ga ik verder.”

Alblasserdam staat er goed voor. Volgend seizoen staat er een degelijk team en er komt steeds meer goede jeugd door. ,,Dit jaar hebben zeven spelers vanuit het team JO19 hun debuut gemaakt. Het team bestaat vrijwel alleen uit jongens uit het dorp en dat maakt dit een hecht team. Daarom vind ik dat er hier stappen gemaakt moeten worden.”

Karin Braber: nu eens voor de camera bij SNS

Karin Braber is alweer ruim tien jaar een bekend gezicht bij SNS. Als moeder van Nick en Jordy, leidster, lid van de activiteitencommissie, maar toch vooral als fotografe bij onder meer de wedstrijden van de selectie. De leden van de club uit Stad aan ’t Haringvliet zijn maar wat blij met haar inzet.

Ze moet er nu toch echt aan geloven: zelf een keer voor in plaats van achter de camera staan. “Ik loop niet voor niets altijd met dat ding in mijn handen, sta er liever achter”, vertelt Karin Braber lachend. Ze begon pakweg zes jaar geleden met het fotograferen bij wedstrijden van de selectie. “Ik heb een jaar of acht terug een spiegelreflexcamera gekocht, maar je kent het wel: die belandde in de kast. Op een zeker moment bedacht ik dat het leuk kon zijn om foto’s bij een wedstrijd van de selectie te maken. Ik heb dat gedaan en kreeg gelijk leuke reacties. Sindsdien ben ik er bijna altijd bij, bij alle thuis- en uitwedstrijden.”

WATERPOLO
Ze begon echter elf jaar geleden al als vrijwilligster, toen haar oudste zoon Nick wilde gaan voetballen. Wijlen Leon Smit trainde toen de jeugd maar ging ermee stoppen, waarna zij het van hem overnam. “Nick liep vanaf het moment dat hij kon lopen al met een bal aan zijn voet. Zijn opa Adrie Braber is ook verzot op voetbal, hij is inmiddels zelfs het oudste lid van de club. Hij heeft Nick de liefde voor het voetballen bijgebracht. Nicks vader heeft vroeger ook bij SNS gevoetbald, maar het voetballen was niet echt zijn ding.”

Braber is vanaf dat moment het JO7-team gaan trainen en coachen. “Ik ging vroeger zelf met mijn vader mee op zaterdagmiddag naar de voetbalclub in Barendrecht, waar ik vandaan kom. Daar heb ik de liefde voor het spelletje meegekregen, hoewel ik zelf aan waterpolo deed. Maar bij die kleintjes maakt je eigen ervaring met het voetbal nog niet zo veel uit, ik heb online veel kennis opgedaan.”

Twee jaar later stroomde Nick door, maar zijn moeder bleef trainer en coach van de JO7. Haar jongste zoon Jordy werd namelijk lid. “Met dat team ben ik meegegroeid, zij vormen nu de JO15.” Nick voetbalt inmiddels in de selectie van SNS, waar Karin maar wat trots op is.

35+
Daarnaast is Braber lid van de activiteitencommissie, begeleidt ze de pupil van de week bij de selectie en regelt ze de contacten met de pers. Ze steekt flink wat uren in Sportclub Nieuwe Stad, gewoon omdat ze het leuk vindt. “En omdat mijn kinderen daar voetballen.” Ze voetbalt zelf overigens ook sinds een paar jaar, in een team voor 35-plussers.

Ze hoopt dat SNS in de komende jaren nog eens wat nieuwe gezichten kan verwelkomen. “Je ziet nu vooral dezelfde mensen, ook bij de wedstrijden van de selectie, dat is weleens jammer. Het is een hele gezellige club, buiten Het Trefpunt is SNS eigenlijk het enige wat we hier hebben in het dorp. Dat maakt het tot een hechte vereniging.”

Sterke meiden- en vrouwenlijn aan de Sluisweg

0

Bert van de Bout is een rasechte clubman bij Hardinxveld. Oudvoetballer binnen de vroegere zondagtak en nu bestuurslid, met als taak aanspreekpunt voor alle zaken aangaande het vrouwenen meisjesvoetbal binnen de Sluiswegclub.

HARDINXVELD – Een echt voetbaldier. Van de Bout kan ook worden ingezet als scheidsrechter, want hij heeft een aantal jaren geleden bij Danny Makkelie de scheidsrechtercursus afgerond. ,,Ik mag graag op ons eigen sportcomplex een jeugdwedstrijd leiden. Soms ook een oefenwedstrijd van het tweede elftal of de vrouwen. Het maakt mij eigenlijk niet uit, als ik de vereniging maar kan helpen. Nee, de ambitie om namens de KNVB buitenshuis te gaan fluiten heb ik niet.”

,,Mijn dochter Daphne, zij is vijftien jaar geleden al gaan voetballen, komt uit in het eerste vrouwenteam. Mijn zoon Danny speelt in het eerste elftal bij Arjan de Vries. Ik wil ze allebei graag zien voetballen.” Door de groei van zijn bedrijf kreeg Van de Bout steeds minder tijd om in de avonduren trainingen te geven. ,,Ik heb de keuze gekregen om coördinator van de grote vrouwenen meidengroep te worden. Wij hebben er even meer dan honderd gehad. Ik schat dat wij nu aan de tachtig zitten. Op dit moment trekt het weer wat aan. Best kans dat we straks, in augustus, de honderd weer aantikken. Wij beschikken met meiden vanaf onder dertien jaar tot en met het vrouwenteam over een heel goed bezette meiden- en vrouwenlijn.”

Hij vervolgt: ,,Ik ben er geen tegenstander van om jonge meiden eerst in een gecombineerd team met jongens te laten voetballen. Daar worden zij beslist sterker van. Later vinden zij het leuker om in een volledig meidenteam uit te komen. Het zijn hechte teams. Ze trekken altijd met elkaar op. En vergis je niet hoor, het voetballen pakken ze heel serieus op. De tijd dat ze met een handtasje het veld op kwamen en mannen er een bétje lacherig over deden, is wel voorbij. De meiden worden goed getraind. Ik zie nu geen verschil meer met een jongensteam.” Van de Bout weet dat er volgend seizoen wat trainers gaan stoppen. Voor MO17 en het hoogste vrouwenteam, dat dit seizoen mogelijk voor de tweede keer achtereen kampioen wordt, is er nog geen trainer. ,,Ik ben heel serieus op zoek, maar voorlopig is er nog geen oplossing. Dat vind ik wel een dingetje hoor. Die trainers moeten er komen, maar het is niet gemakkelijk om voor een vereniging nog mensen beschikbaar te krijgen. Het binnenhalen van vrijwilligers is een grote zorg.”

Bert van de Bout voetbalde zelf tot zijn veertigste in het hoogste zondagteam. ,,Ik begon daar overigens op tweede-klasseniveau nog in de periode dat Jaco en John Verbaan hier speelden. Toen zij naar Kozakken Boys vertrokken ben ik vaste waarde geworden in een team met Theo de Boon als laatste man en Ferry van Dijk als bliksemafleider in de spits.”

Nieuwenhoorn kiest bij jeugd voor het goede doel

0

Voetbalvereniging Nieuwenhoorn heeft voor sponsoring van de jeugdteams gekozen voor een radicaal andere aanpak. Met ingang van komend seizoen spelen alle teams met het logo van Stichting Het Vergeten Kind op de borst. Hiermee zet Nieuwenhoorn een belangrijke stap in de transitie van het traditionele sponsormodel naar dat van een maatschappelijk partnerschap bij de jeugdafdeling.

“We liepen al een tijdje met dit idee”, zegt Nicola Bax, voorzitter van de sponsorcommissie. “We hebben als club een belangrijke sociale functie en vinden het ook belangrijk om maatschappelijk betrokken te zijn.” Met het logo van Het vergeten kind op alle shirts wordt hier volledig invulling aangegeven.

Het vergeten kind is een stichting dat evenementen en activiteiten organiseert voor kinderen die opgroeien in een kwetsbare omgeving en daardoor niet meer thuis kunnen wonen. Doel daarbij is dat deze kinderen zich écht kind voelen, de kans krijgen zich goed te ontwikkelen en volwaardig kunnen meedoen in de maatschappij. “Bij ons in de club speelt ook een meisje dat zich in die situatie bevindt. Daarnaast hebben we leden die zelf als pleegouder en noodopvang fungeren. Daardoor is deze problematiek niet ver weg, maar dichtbij”, aldus Bax.

Eerder dit jaar, in april, hield Nieuwenhoorn al een Superavond voor Het Vergeten Kind. “Een inspirerende avond met indrukwekkende verhalen van vergeten kinderen en een hele mooie opbrengst”, vervolgt Bax. Concreet betekent het dat we stoppen met de confessionele manier van teamsponsoring. Sponsors worden maatschappelijk partners. Het logo van de stichting komt bij alle jeugdteams op de borst te staan. Bij de trainingspakken, tassen en ander materiaal is er nog wel de mogelijkheid om bedrijfsuitingen te plaatsen.”

“We zijn met Stichting Het Vergeten Kind een contract aangegaan voor vier jaar. Het valt samen met de introductie van onze nieuwe kledinglijn. Met ingang van het nieuwe seizoen wordt Kelme onze kledingleverancier. Hier zijn we ontzettend blij mee ”

Volgens Bax heeft de radicale ommezwaai één groot voordeel. “Het concept sluit veel beter aan bij de MVO doelstellingen van het bedrijfsleven. Voorheen zat je aan tafel met het idee dat je voor geld kwam bedelen, nu heb je een goed verhaal te verkopen. Los van de sympathie die je kweekt: feit is dat de budgetten voor sportsponsoring de afgelopen jaren minder zijn geworden, maar voor maatschappelijke doelen (MVO) zijn ze juist omhoog gegaan.”

Vijfentwintig procent van de inkomsten van onze maatschappelijk partners gaat naar Stichting Het Vergeten Kind. Als tegenprestatie voor de bijdrage wil Nieuwenhoorn bedrijven zichtbaar presenteren. “Een aantal van deze mogelijkheden wordt nog uitgewerkt. Het meest zichtbaar wordt de “sponsorwall” aan de achterzijde van de tribune.”

De keuze voor maatschappelijk partners ligt op een weg die Nieuwenhoorn al eerder is ingeslagen: het vergroten van het maatschappelijke bewustzijn binnen de club. “Daarin past ook een gezondere kantine”, geeft Bax aan. “Dat is een gevolg van het feit dat we zijn aangesloten bij het JOGG-project. JOGG staat voor Jongeren op Gezond Gewicht. Binnenkort voldoet onze kantine aan de eisen voor een bronzen certificaat. Dat wil zeggen dat er voor elk minder gezond product , zoals een broodje kroket of frikadel, een gezonder alternatief voor handen is.”

De maatschappelijke betrokkenheid komt verder tot uiting met de introductie van het Walking Football op zondagochtend. “Inmiddels hebben we achttien ouderen die daaraan meedoen.”

Hardinxveld speelt in slotjaar De Vries niet voor de prijzen

0

Voor trainer Arjan de Vries zit het er na drie jaar bij Hardinxveld op. In zijn eerste seizoen handhaafde de ploeg zich op wonderbaarlijke wijze in de tweede klasse. In het tweede seizoen volgde degradatie. Van zijn laatste jaar had de Werkendammer meer verwacht.

HARDINXVELD – Dit seizoen wilde De Vries bij Hardinxveld weer gaan oogsten. ,,De doelstelling vooraf was om in de derde klasse C voor de prijzen mee te gaan doen en Hardinxveld mogelijk naar de tweede klasse terug te brengen. Daar heb ik denk de selectie voor. Maar wij begonnen niet goed. Wij speelden de eerste vier wedstrijden gelijk. Dan verlies je dus niet, maar je bent wel meteen de aansluiting met de ploegen bovenin kwijt. In de tweede periode begonnen wij aardig maar we konden het niet volhouden omdat een aantal blessures ging opspelen.” Na de nederlaag tegen Ameide belandde Hardinxveld zelfs in het rechterrijtje en dat was niet helemaal de bedoeling.

De Vries kijkt al voor het einde van het seizoen terug op een interessante competitie. ,,De vele derby’s spraken vooral de supporters aan. Het niveau van de tegenstanders, met name Arkel, SVW en De Zwerver, was niet verkeerd, maar wij hebben er echt te weinig uitgehaald. Met de topploegen konden wij voetballend mee. Van SVW wonnen wij twee keer. Uit bij Arkel werd het gelijk en De Zwerver pakten wij thuis met 4-0. In de kleinere wedstrijden misten wij vaak scorend vermogen en na de winterstop zijn wij aan het sukkelen gegaan met blessures en spelers die op vakantie gingen. Jammer, want dat is ook de reden waarom wij niet konden meedoen in de tweede periode.” De Vries baalt ervan dat het hem dit keer niet is gelukt om tot het einde voor een prijs te spelen.

,,Dat is mij bij de andere clubs waar ik werkte wel gelukt.”Hardinxveld is ook de club met de grote jeugdafdeling. Omdat aan de Sluisweg niet met vergoedingen voor het eerste elftal wordt gewerkt, moet het dus van doorstroming van eigen jeugd komen. ,,Daar heb ik in de drie jaar ook op gefocust. Veel jonge gasten hebben meegetraind. Een talent als Robin de Boon heeft de stap gemaakt. Een aantal anderen zit er echt tegenaan. Daar kan mijn opvolger mee aan de slag.”

MOOIE JAREN
Als voetballer was De Vries tot zijn 29ste vaste waarde in de hoofdmacht van Kozakken Boys. Het was in de periode dat er in Werkendam nog een beroep op jongens uit het eigen dorp werd gedaan. De Vries kwam nog een aantal jaren als voetballer uit voor Sleeuwijk. Vervolgens stapte hij bij Kozakken Boys in het trainersvak. Hij werd jeugdtrainer, maakte de overstap naar het tweede elftal en was nog vijf wedstrijden interim-hoofdtrainer bij de ‘boys’. Bij Almkerk stond hij als hoofdtrainer voor vijf jaar op eigen benen. Daarna drie seizoenen Sleeuwijk, gevolgd door drie mooie jaren bij Heukelum. Nu zit hij dus in zijn derde seizoen bij Hardinxveld. Het zit er nu even op voor Arjan de Vries. ,,Ik had wat mogelijkheden om bij clubs te gaan starten maar de afstand stond mij tegen. Ik wil op derde-klasseniveau niet drie kwartier heen en ook weer terugreizen. Die clubs heb ik afgebeld. De voetbalschoenen gaan dus even de schuur in. De vrije zaterdagen zijn voor mij nieuw. Ik ga de clubs waar ik gewerkt heb regelmatig bezoeken. Daarnaast komt er meer tijd voor mijn privéleven. Ik was vanaf mijn zesde jaar op het voetbalveld. Vanaf mijn 32ste trainer. Ik ben nu 57 jaar. Het is goed geweest.”

Sven d’Hooghe roemt ondanks de degradatie het kameraadschap bij Clinge

CLINGE – De gewonnen titel vorig seizoen was een gedenkwaardige, zeker omdat ook Grenswachters evenveel punten haalde maar overal naast greep. Nu werd Clinge op de laatste speeldag in de 3e Klasse A ‘kind van de rekening’ en moest het via de nacompetitie het vege lijf zien te redden. Dat lukte niet, want na een verloren strafschoppenserie tegen Groede was degradatie een feit.

Lange tijd had Clinge zich verzoend met nacompetitievoetbal of misschien zelfs wel met het terugzakken naar de vierde klasse. Tot er ineens enkele resultaten volgden en er zelfs een kans bestond zichzelf direct veilig te spelen. Al moest dan op de laatste speeldag letterlijk alles meezitten. Zelf werd gewonnen met 6-4 van Philippine, maar ook concurrenten pakten punten en duwden de roodhemden richting de nacompetitie.

Volgens de 23-jarige Sven d’Hooghe een logisch gevolg van het spel dit seizoen. “We hebben dat natuurlijk volledig aan onszelf te wijten. Want we hebben in sommige wedstrijden niet de teamgeest getoond waarom we vaak bekend staan. Al vind ik ook dat we wel paar keer goed pech hebben gehad. Wij raakten in een aantal wedstrijden paal en lat, terwijl de tegenstander ze dan net binnenkant paal of lat wel binnen. En daarbij hebben we op enkele cruciale momenten de scheidsrechters niet mee gehad, al ligt het natuurlijk niet daaraan dat je staat waar je staat aan het eind van de rit. Wanneer er dan ook nog bepalende spelers vanwege een blessure ontbreken dan weet je dat je het als promovendus moeilijk krijgt.”

En dat is ook gebleken, al werd er tijdens het seizoen dus wel in de derby’s tegen HVV’24, v.v. Terneuzen én dus op de slotdag tegen Philippine getoond, dat de ploeg zéker wat in zijn mars heeft en de winst werd gepakt. “Als we écht als ploeg spelen, dan kunnen we elke tegenstander zowat verslaan. Dat hebben we in elke derby’s maar zeker ook tegen enkele concurrenten laten zien. Maar wanneer we dat niet doen, dan laten we net zo makkelijk de punten liggen en die wisselvalligheid is typerend voor ons seizoen helaas. Wij moeten echt allemaal honderd procent zijn om te winnen en dat hebben we te vaak nagelaten. Het heeft echter niets afgedaan aan het kameraadschap en de gezelligheid binnen het team en de club. Daar staan we om bekend en dat is ook, ondanks de misschien tegenvallende sportieve prestaties, iets wat hier altijd overeind blijft.” Vanwege een drukke baan als onderhoudsmonteur op enkele grote fabrieken, een opleiding werktuigbouwkunde service monteur en verschillende cursussen in de avonden maakte, dat de jeugdige spits vaker dan hem lief was verstek moest laten gaan op trainingen. “Ik merkte dat ik door minder trainingsarbeid soms met wat scherpte en ritme tekort kwam. Daardoor heb ik niet het seizoen kunnen spelen wat ik voor ogen had en te weinig heb laten zien. In de vierde klasse kan je dat nog wel eens doen, maar in de derde klasse breekt dat op.”

Toch hoopte hij lange tijd op een goed afloop, maar het lukte ook tegen Groede niet. Opnieuw waren enkele voorname pionnen geblesseerd of vielen geblesseerd uit. “We hadden vooraf tot doel om in de derde klasse te blijven. Dat lukte niet rechtstreeks, maar ik had gedacht het via de nacompetitie wel te realiseren. Ook dat lukte helaas niet. Nu moeten we proberen weer zo snel mogelijk terug te keren.”

Piet de Vries en Niek de Meijer genieten van hun rol bij FC Axel 2

AXEL – Waar het seizoen van de Axelse hoofdmacht er eentje was om snel te vergeten, daar kunnen Piet de Vries en zijn assistent-trainer Niek de Meijer terugkijken op een geslaagd sportief jaar. Met een tweede plek in de tweede klasse én het spelen van nacompetitie leverden ze een puike prestatie.

‘’Daar zijn we zeker ook erg trots op. Het is hier in Axel nou op zijn zachtst gezegd niet een heel rustig jaartje geweest. En als wij dan met het tweede, ondanks de vele mutaties die er lopende het seizoen waren, op een tweede plaats eindigen dan hebben we alles om tevreden te zijn”, zegt het trainersduo.

De Vries is ‘oudgediende’ en heeft er inmiddels al zestien seizoenen opzitten als trainer van de Axelse reserves, waarvan acht seizoenen bij AZVV en sinds de fusie dus FC Axel2. Daar tussendoor was hij nog drie seizoenen actief bij HSV Hoek en anderhalf seizoen hoofdcoach bij RIA-W. Zijn assistent Niek de Meijer stopte twee seizoenen geleden bij het eerste en sloot zich als speler aan bij de tweede selectie. Sinds begin van dit seizoen is hij assistent-trainer én spits. “Dat bevalt perfect. We werden vorig seizoen kampioen in de derde klasse en toen is me gevraagd of ik wat meer hand- en spandiensten zou willen verrichten. Daar had ik wel oren naar en tot op heden bevalt het perfect. Ik ben verantwoordelijk voor het regelwerk rondom de groep en Piet is eindverantwoordelijke op technisch vlak. We overleggen veel en de klik is goed. We hebben een geweldige groep, waarvan ook enkele oud-selectiespelers zorgen voor een brok aan ervaring. Daaraan trekken jonge gasten zich op en dat zie je terug in de prestaties.”

Die prestaties zijn meer dan goed te noemen. Want van de kampioen Arnemuiden bijvoorbeeld werd niet verloren. Mede door de inbreng van jongens zoals Angelo Plasschaert, Marco Plasschaert, Wouter Boeije, die tot vorig seizoen nog actief waren bij het eerste elftal. “Tijdens het seizoen zijn daar nog enkele jongens bijgekomen, die ontevreden waren en terug instapten. Uiteindelijk hebben al die mannen toch hun Axelhart laten spreken en het eerste geholpen om handhaving te realiseren, wat gelukkig is gelukt.” De ervaring van de dertigers is voor het tweede erg belangrijk beaamt het tweetal.

“Als je ziet hoe dankzij de coaching van die ervaren mannen de jonge gasten zoals Lorenzo Pijpelink en Joran Dankaart zich hebben ontwikkeld, dat is mooi natuurlijk. Het is alleen lastig om elke week te moeten improviseren qua selectie en opstelling’, aldus De Meijer. “Maar juist dat improviseren, dat vind ik het allerleukste wat er is aan trainer zijn bij een tweede elftal. Je aanpassen en dan toch zorgen dat spelers plezier hebben, blijven houden én gezelligheid te koppelen aan prestaties. Dat hebben we met een kampioenschap vorig seizoen en de prestaties van dit jaar laten zien. Voor volgend seizoen is nog een heleboel ongewis, maar ik heb er alle vertrouwen in dat er dan opnieuw een mooie groep spelers zal staan”, vult De Vries aan.

Want als het regent bij een eerste elftal, dan druppelt het ook altijd bij de teams er omheen. Er zullen een hele hoop jongens de deur van het Axelse sportpark dichttrekken en meer dan ooit zal er worden geleund op de eigen jeugd. “We zullen zien hoe de samenstelling er in de voorbereiding zal gaan uitzien. Er loopt zeker talent en wij hebben in ons elftal de nodige ervaring waaraan ze zich kunnen optrekken. Als we jonge jongens kunnen laten ontwikkelen en laten wennen aan het seniorenvoetbal, dan hebben we goed gedaan. We gaan daar met elkaar hard aan werken.”

‘Promotie zal voor ons helaas via de nacompetitie moeten gebeuren’

KLOOSTERZANDE – Toen v.v. Hontenisse in 2014 na slechts één seizoen degradeerde uit de derde klasse van het zondag, kreeg het in 2017 een nieuwe kans. Ook toen zakte men na slechts één seizoen weer terug. Dit seizoen was de club ambitieus en wilde gaan voor de titel. Dat bleek een brug te ver en zal het nu via de nacompetitie een gooi moeten doen naar een hernieuwde promotie.

Na de degradatie van vorig jaar ging het voor de winter erg goed, daarna kwam er zowat zand in de motor en liepen jullie tegen een achterstand op. Toch is middenvelder Alex van Dongen van mening, dat zijn ploeg in de derde klasse thuishoort. “Dat vind ik zeker. Vorig seizoen hebben we laten zien daar prima in mee te kunnen. Alleen was de breedte van onze selectie niet afdoende om blessures en schorsingen op te vangen. Dat heeft ons uiteindelijk mede opgebroken met een degradatie toen als vervelend gevolg.”

De 32-jarige routinier heeft er inmiddels twee seizoenen op Sportpark Prinsebos opzitten. De Brabander begon met voetballen bij Nieuw-Borgvliet en kwam via RKVV Halsteren, v.v. Kloetinge, Wemeldinge, Heinkenszand en SSV’65 uiteindelijk bij v.v. Hontenisse terecht. “Daar heb ik overal met veel plezier gespeeld en ook hier bevalt het me prima. Toen ik hier kwam was het wel even wennen aan het systeem met twee spitsen. Op de zijkanten moet je daarin wat meer loopwerk verrichten omdat je moet verdedigen en aanvallen. Verdedigen is ook niet mijn sterkste punt, terwijl ik ook soms nog wel eens te lang aan de bal wil blijven. Ik probeer altijd alles te geven. Soms wil het niet, maar dat is ook voetbal. Je kan nooit meer doen dan je best, foute keuzes maak je toch al kan ik er achteraf flink van een verloren wedstrijd balen en ook de manier waarop dat gebeurt.”

En die wedstrijden zaten er voor de ploeg die titelaspiraties had, na de winterstop te vaak tussen. Het zorgde ervoor dat het enigszins achterop raakte bij STEEN en Oostburg en wist dat de nacompetitie de enige escaperoute zou zijn richting een sprong omhoog. “Hopelijk kunnen we dat realiseren, want dat zou mooi zijn. Ik ben zelf dan drieëndertig en hoop mijn bijdrage te leveren. Er zit best talent in onze groep en bovendien komen er vanuit de JO19 enkele goeie talenten door. Dus het zou perfect zijn om die stap omhoog te kunnen maken.”

Waar hij wel blijft voetballen voor het eerste elftal, daar stopt hij voorlopig als trainer van de JO16. “Ik heb dat altijd al leuk gevonden, maar heb nu wel ondervonden dat het erg veel tijd in beslag neemt. Toch heb ik het dit seizoen graag gedaan als ga ik er voorlopig mee stoppen totdat ik denk ik zelf niet meer voetbal. Nu sta ik vijf dagen per week op het veld en dat is me net wat te veel.”

Ritchie Bosma: “Het is maar een overschat spelletje, zegt ze dan”

,,Never a dull moment bij Philippine.” Een korte zin die voorzitter Ritchie Bosma (49) er halverwege het gesprek uitgooit, maar die de kern enorm doet raken. De voorzitter wordt volgend jaar assistent-trainer bij de club, waar hij de nieuwe trainer Carlo van Grimberghe gaat ondersteunen.

Als voetballer had de geboren en getogen Philippinenaar al de nodige ambitie, en dus koos hij op zijn negentiende voor Hoek, waar hij vijf jaar actief was op het hoogste amateurniveau. Toen hij in november 2011 werd gevraagd om voorzitter te worden van de destijds vijfdeklasser, was zijn antwoord dus ook als volgt: ,,Prima, maar dan wil ik hier wel een ommezwaai teweegbrengen.”

Die kentering kwam er zeker. Bijna zevenenhalf jaren later staat de zondagclub net als de twee voorgaande seizoenen in de subtop van de derde klasse. Er kwam een verjongd bestuur, zelfs een krachthonk én de accommodatie werd opgepimpt. Hoe anders was de situatie in 2002, toen hij zelf voor twee jaar trainer werd bij de club uit het mosseldorp. Of zelfs in 2012 nog, toen hij interim-trainer werd na het wegsturen van Wim Fenijn. ,,Het rommelde toen wat in de spelersgroep. Wat dat betreft is er wél weinig veranderd”, zegt Bosma met een zuinig lachje. Bosma doelt natuurlijk op het vertrek van trainer Tom Nieuwelink, die begin februari zijn ontslag indiende. Wéér een trainde die het seizoen niet afmaakte, net als eerder het geval was bij Nico Knol, Henk Ottens en Frank van Damme. ,,Staat-ie weer met z’n praatje, moeten de spelers na het vertrek van Tom over me gedacht hebben. Ik denk soms dat het ze allemaal niks doet, en dat ze liever bovenin de derde klasse meedraaien dan te promoveren.”

Die gedachte wordt onderstreept door de nacompetitie van vorig seizoen. Daarin werd DESK knap uitgeschakeld, maar een week later werd er – mede door het ontbreken van heel wat spelers die iets anders hadden te doen – met 6-0 verloren van SVSSS. Het voortijdig vertrek van trainers; Bosma is er absoluut niet ongevoelig voor. Zeker gezien zijn baan als personeelsadviseur. ,,Qua integriteit was Tom echt een voorbeeld, en dat heb ik hem ook verteld. Alleen had hij wat moeite om zich open te stellen, en daardoor werd de afstand met de groep groter en groter.” Het Philippine-bestuur én de technische commissie keken de afgelopen tijd in de spiegel, zo laat Bosma blijken. ,,De drive is zó groot, maar soms mag het ietsje minder. Er is hier echt de ambitie om ooit de tweede klasse aan te tikken, maar eerlijk: ik vind wel dat we moeten opletten dat we het niet te ver doordrijven. Bij nieuwe spelers moeten we ons niet meer enkel richten op kwaliteit.”

,,Het zijn nu echt wel succesjaren”, gaat Bosma verder. ,,Daar mogen we van genieten, maar we moeten dus alleen niet vergeten dat onze ambities niet ten koste gaan van alles. Gelukkig herinnert m’n vrouw mij daar af en toe aan. ‘Het is maar een overschat spelletje’, zegt ze dan.”