Home Blog Pagina 1236

Barendrecht G1 gaat zaterdag voor titel

Barendrecht G1 kan zaterdag kampioen worden. Het team van hoofdtrainer Martijn van der Ende heeft in het uitduel bij Alphense Boys G1 aan een punt genoeg om de titel te pakken.

Om in stijl de kampioenswedstrijd te beleven, heeft de oefenmeester van de G-voetballers een heuse mini-touringcar geregeld. Daarmee reizen de rood/witten zaterdag dus naar Alphen aan den Rijn, waar de voetballers om 13.00 uur aftrappen voor hun duel tegen Alphense Boys.

‘Bij promotie verandert er voor ons niks’

SHO kan op meerdere paarden wedden als het gaat om de strijd om promotie. Tegen de eigen verwachtingen in doet de club mee om de titel in de eerste klasse B. En mocht het in die strijd misgrijpen, dan volgt dankzij de gewonnen eerste periodetitel sowieso nog de nacompetitie. “Wat als jullie promoveren, wordt mij weleens gevraagd. Nou, dat verandert voor ons niks”, stelt Xander ’s-Gravendijk, binnen het bestuur verantwoordelijk voor de technische zaken.

De voorbije jaren maakte SHO nadrukkelijk de keuze om het eerste elftal zoveel mogelijk te vullen met spelers uit eigen opleiding. Veel werk dat ’s-Gravendijk verricht binnen de club, is daarop gericht. In Oud-Beijerland werd een vijfjarenplan opgesteld en ’s-Gravendijk sloot zich daar met een technisch beleidsplan op aan. ,,We willen met eigen jongens kijken hoe ver we kunnen komen. In het verleden heb ik zoveel talentvolle spelers zien weggaan bij de club. Het is de bedoeling om die jongens de kans te geven in het eerste elftal. We hebben een trainer die daar ook oog voor heeft’’, wijst ’s-Gravendijk op Sander Fakkel. ,,Dat is ook de reden dat we altijd vertrouwen in hem hebben gehouden. Continuïteit in spelers en staf is belangrijk. Je hebt trainers die alleen kijken naar de eerste zestien man in een selectie en alleen maar bezig zijn met presteren, maar Sander heeft een holistische blik. Geeft ook de jeugd zeker een kans.’’

Dat SHO dit seizoen zo’n voorname rol speelt in de eerste klasse, komt voor ’s-Gravendijk als een verrassing. ,,Dat had ik echt niet verwacht’’, beaamt hij. Nadat het vorig seizoen pas in de slotfase van de competitie begon te lopen, en SHO zich zodoende veilig speelde, heeft de formatie van Fakkel nu van begin af aan de smaak te pakken. ,,Het is mooi om te zien. We hebben veel jonge jongens en die doen het echt heel goed. Om een voorbeeld te noemen, onze wedstrijd tegen Brielle. Zij hebben veel gevestigde namen in de selectie en wij wonnen daar. Mede dankzij twee doelpunten van de net 17-jarige Tim de Pender. Daar word ik nou warm van. Ik ben een echte clubman, heb altijd bij SHO rondgelopen. Als je dan ziet hoe die zelfopgeleide jongens het doen, daar geniet ik van’’, aldus ’s-Gravendijk.

Een promotie zou de jonge spelers volgens de technische man verder kunnen helpen in hun ontwikkeling. ,,Een promotie verandert voor ons niks in het selectiebeleid. Met deze groep kunnen we waardig bovenin de eerste klasse meedoen en ik denk dat je dan ook in de hoofdklasse kunt meedoen. De jonge jongens kunnen op een hoger podium een volgende stap maken in hun ontwikkeling’’, aldus ’s-Gravendijk. ,,En als ik kijk naar de jeugd, dan zie ik in elk geval voor de komende vijf jaar zeker nog voldoende aanwas van jongens die de stap naar het eerste elftal kunnen maken.’’

Bang voor een stap omhoog is ’s-Gravendijk allerminst. ,,Met de vernieuwingen in de voetbalpiramide zie je dat de verhoudingen anders zijn komen te liggen. In de hoofdklasse spelen nu misschien nog vier teams waartegen wij tien van de tien wedstrijden verliezen. Maar ik denk dat wij tegen de helft van de hoofdklassers gewoon goed partij kunnen bieden.’’

Ed van Haften bouwt aan een solide bouwwerk bij Excelsior

0

De Sportclub van Excelsior werkt aan een stevig huis voor de toekomst, waarbij de jeugd de steentjes zijn voor een bouwwerk dat jaren blijft staan.

Ed van Haften vertolkt als coördinator bovenbouw, waar de JO19 en Excelsior 1 en 2 onder valt, een sleutelrol bij de uitvoering van het meerjarenplan. “We willen ons dna verder doorontwikkelen. Excelsior is een uniek merk met een grote uitstraling. Die kracht willen we gebruiken om een stevig fundament neer te leggen. Met een herkenbare selectie, met spelers die voortkomen uit de eigen jeugd als basis en waarbij we overeind houden dat we niet betalen. Wij willen spelers binden met onze filosofie, het Excelsior-dna en het daarbij behorende gevoel, en daar past geen individuele vergoeding in.”

Drie seizoenen geleden maakte Van Haften zijn opwachting op Woudestein. “Ik heb Excelsior altijd al een mooie en unieke club gevonden. Het hele complex ademt voetbal. Die drie-eenheid, van de Stichting, van jeugdopleiding van de bvo en de sportclub, is een enorme kracht.” Van Haften werkte eerder jarenlang in de jeugdtak van ASWH. In Hendrik-Ido-Ambacht zag hij echter dat de ambities van de club verder reikten dan de kwaliteit van de opleiding aankon. “Mijn zoons kwamen bovendien op een leeftijd dat ze last kregen van een vader die een belangrijke stem had in de jeugdopleiding.

Om te voorkomen dat andere ouders dachten dat ze een voorkeursbehandeling kregen moesten zij een stuk beter zijn dan hun leeftijdsgenoten om voor een selectie in aanmerking te komen.” Bij Excelsior deed hij in zijn eerste seizoen de JO13-3. “Bewust, om zo ook rustig een kijkje te nemen in de keuken. We werden meteen kampioen met een elftal, dat niet overliep van de kwaliteiten, maar wel een eenheid was.”

Vorig seizoen was Van Haften trainer van de JO15-1 en dit seizoen is hij naast coördinator van de bovenbouw assistent-trainer van de selectie. “Dit jaar is het meerjarenplan in werking gegaan”, zegt Van Haften (49). “In zo’n eerste jaar is het voor alle partijen wennen. Trainers, spelers en ouders. Bij de uitvoering van het plan hoort ook dat iedereen zich aan de spelregels houdt.” Met die spelregels bedoelt Van Haften de koers die door de club is uitgestippeld. “De JO19-1 en JO19-2 vormen met het eerste een twee één onderdeel. Dat betekent dat je als speler van de JO19-1 niet kan weigeren om mee te doen met het tweede. Als spelers klaar zijn voor het eerste stromen ze ook meteen door, ongeacht de leeftijd die ze hebben.”

Dat Excelsior 1 op degraderen staat in de derde klasse is volgens Van Haften een ingecalculeerd risico. “Vorig seizoen zijn veel spelers vertrokken en daarvoor in de plaats zijn spelers van buitenaf en jeugd gekomen. Door blessures en mutaties, veroorzaakt door jongens die met verkeerde verwachtingen naar Excelsior zijn gekomen, is het een onrustig seizoen geweest. Het voetbal zit echter in een stijgende lijn.”

De huidige situatie van de hoofdmacht geeft volgens Van Haften de noodzaak van een zes-zevenjaarplan aan. “Het is de kunst om verder te kijken dan dit en het daaropvolgende seizoen. Daarom is het zo belangrijk om je te houden aan de voorwaarden van het meerjarenplan. Ik ben ervan overtuigd dat we over zes, zeven seizoenen met de jeugdselecties op minimaal hoofdklasse-niveau spelen en dat het eerste elftal in de tweede klasse acteert. De potentie is er. Het is een proces dat tijd en geduld vraagt.”

Alliance timmert aan de weg: vrijwillig maar niet vrijblijvend

Alweer twee jaar geleden sprak de KNVB een noodkreet uit. Veel clubs in het amateurvoetbal zitten volgens de bond in zwaar weer. Ze komen vrijwilligers te kort en kunnen geen bestuursleden vinden. Ook lopen hun inkomsten terug. Deze noodkreet was niet aan dovemansoren gericht bij Alliance.

De vrijwilligers zijn het kloppend (rood-zwarte) hart van deze vereniging. Het bestuur van Alliance ziet in vrijwilligers daarom ook de motor van de club. Alliance kiest bij het werven voor een persoonlijke aanpak.

Het vinden van vrijwilligers is een uitdagende klus. De vrijwilliger van nu is niet dezelfde als die van vroeger. Eerst in kaart brengen wat je nodig hebt, is zeer belangrijk”, aldus voorzitter Robert Hopstaken. “Daarna mensen aanspreken op of langs het veld werkt het beste.”

Klusploeg
Een goed voorbeeld is de klusploeg van de zaterdag vierdeklasser uit Roosendaal. Zij onderhouden het terrein en de gebouwen, enorm goed werk. De ploeg, bestaande uit Gerald, Simon, Kees, Jack, Kees, Leon, Peter, Wim, Mahmoud, Peter en Mohamed, staan elke maandag- en woensdagochtend klaar om sportpark Kortendijk onder handen te nemen. Ook Marja van de kantine is onmisbaar.

Het is een goeie mix tussen echte clubmensen die al jaren bij Alliance rondlopen, gepensioneerde mannen uit de wijk en mensen die via de gemeente zijn binnengekomen”, zegt bestuurslid accommodatie Marc Roovers.

Een paar jaar geleden was de klusploeg veel kleiner. Door leden aan te spreken en enthousiasme uit te stralen heeft de club stappen kunnen zetten. “Handige mensen die kunnen helpen bij het groenonderhoud, schilderwerk en/ of eventuele lichte verbouwingen zijn altijd welkom”, zegt Hopstaken knipogend. “Je bent zo waardevol voor onze club als je de vereniging een paar uurtjes in de week helpt”, besluit de voorzitter.

Niet vrijblijvend
Voetbal kan alleen bestaan door de inmiddels ruim 400.000 vrijwilligers die week in week uit helpen bij een club in hun buurt. Onder andere scheidsrechters, trainers en mensen in de kantine zorgen dat elk weekend miljoenen jongens, meisjes, mannen en vrouwen kunnen genieten van deze prachtige sport.

Mensen voor langere tijd binden is een groot doel voor ons. Wij investeren veel tijd in het bewust maken van de rol van een vrijwilliger. Het is niet de ene week wel en de andere week niet”, zegt Hopstaken.

Ook als je zelf niet voetbalt, kun jij je steentje bijdragen. Is er een functie die jij leuk zou vinden? Neem contact op met Alliance via info@rsc-alliance.nl.

‘HSC’28 was de uitdaging die ik zocht’

Na zeven seizoenen in de vijfde klasse was Sander Feijen (23) broodnodig toe aan een nieuwe uitdaging. Het aanbod van HSC’28 kwam precies op het goede moment voor de veelscorende spits, die Rimboe afgelopen zomer inruilde voor de kersverse vierdeklasser.

Van zijn zestiende tot en met zijn 22ste droeg Sander Feijen het groen-witte shirt van RKVV Rimboe 1. De kleine club uit Wouwse Plantage gooide in al die seizoenen bepaald geen hoge ogen op het laagste amateurniveau, maar de Roosendaalse spits scoorde er wel lustig op los. “Ik heb zeker 90 keer gescoord in het eerste en heb altijd met veel plezier alles gegeven voor de club”, zegt Feijen, die op zijn veertiende DVO’60 verliet voor Rimboe. “Daar speelden mijn vrienden en ik heb er een mooie tijd gehad. Maar de selectie viel na de zomer uiteen en ik was eerlijk gezegd toe aan een nieuwe uitdaging.”

Schitterend schot
Met Rimboe speelde Feijen vorig seizoen onder meer tegen HSC’28, de club die een goed seizoen draaide en uiteindelijk via de nacompetitie promoveerde naar de vierde klasse. In maart, nog ver voordat de mannen uit Heerle op de platte kar feest konden vieren, gaf Feijen al zijn ja-woord aan HSC’28.

De trainer Johan Claassens kende me goed en hij wilde me graag hebben”, zo vertelt Feijen over de totstandkoming van zijn ‘transfer’. In een van de twee ontmoetingen met HSC’28 bewees de razendsnelle spits bovendien als speler van Rimboe dat hij absoluut iets toe te voegen had aan de selectie van Claassens. In het met 1-3 verloren duel verschalkte Feijen doelman Colin Janse met een schitterend schot vanaf twintig meter. “Wellicht zagen ze toen bij HSC’28 dat ik aardig kan voetballen”, zo grinnikt hij bescheiden.

Hoger niveau
Met zijn overgang naar HSC’28 ging er een wens van de Roosendaler in vervulling: voor het eerst in zijn carrière als senior speelt de aanvaller op een hoger niveau- en niet meer in de vijfde klasse. “Ik gun Rimboe het allerbeste, maar bij HSC’28 zijn de zaken voor de selectie beter geregeld. Iedereen loopt er netjes bij en is wat serieuzer. Bij de club worden er ook veel leuke activiteiten georganiseerd”, zegt Feijen. “Bovendien voelt het fijn om op een hoger niveau te spelen. Er wordt beter gevoetbald en minder gebeukt en dat vind ik als kleine aanvaller alleen maar fijn. Ik krijg meer ballen in mijn voeten aangespeeld, waardoor ik met mijn snelheid aan een actie kan beginnen. Clubicoon Barry Perk legt de ballen vaak klaar voor me: we vormen een goed duo.”

Te sterk voor degradatie
Met uitzondering van vorig seizoen was HSC’28 altijd vaste klant in de vierde klasse en Feijen is daarom teleurgesteld dat hij met zijn nieuwe club al het hele jaar onderaan de ranglijst bungelt. “Ik kwam hier om goed te presteren op een hoger niveau en ik wil er alles aan doen om te voorkomen dat ik volgend jaar wederom in de vijfde klasse speel”, zegt de goaltjesdief. “We hebben een beetje pech: laatst verloren we nog met 1-0 van DIOZ omdat een corner door de wind rechtsreeks in het doel waaide: het hele jaar zit het ons al tegen”, zegt hij zuchtend. Toch is Feijen niet sceptisch over de overlevingskansen voor HSC’28 in deze sterke competitie. “Het gat met onze concurrenten is niet groot. Als we een paar keer winnen, zijn we in één klap uit de gevarenzone. Bovendien treffen we bijna al onze concurrenten nog. Dit team is veel te sterk om te degraderen.”

Feijen heeft dus genoeg vertrouwen in een goede afloop voor de club uit Heerle, waar hij zich zo goed op zijn gemak voelt. Maar als het degradatiespook HSC’28 aan het einde van het seizoen toch te pakken heeft: vlucht Feijen dan weg? “Absoluut niet”, zegt Feijen. “Mochten we degraderen, dan gaan we er met z’n allen tegenaan om zo snel mogelijk terug te keren, ik loop dan niet weg. Bij Rimboe heb ik ook altijd alles gegeven in de vijfde klasse. Maar zo ver is het nog lang niet. ik ben positief ingesteld en ik ken onze krachten: zo ver laten we het helemaal niet komen. We zijn goed genoeg om in de vierde klasse te blijven.”

Leo Lansbergen voelt zich wel bij de keurige jongens

Leo Lansbergen heeft een advies voor alle moeders die nog een leuke jongen zoeken voor hun dochter. Die zijn bij de, vrijgezelle, spelers van Nieuwerkerk aan het goede adres. “We hebben de ideale schoonzonen”, zegt de teammanager van Nieuwerkerk 1. “Nette, fatsoenlijke knapen die zich nooit misdragen. Niet op het veld en niet in de kleedkamer.”

De vierde klasse is daarom even wennen voor Lansbergen. “We spelen regelmatig wedstrijden waarin de tegenstanders over de schreef gaan. Dat vind ik jammer, maar blijkbaar is dat inherent aan het niveau. Het enige antwoord: promoveren.”

Over promotie gesproken, de carrière van Lansbergen als teammanager zit in een stijgende lijn. “Zo zou je dat kunnen zien”, reageert hij. Voordat hij leider werd van het eerste elftal bekleedde hij de functie bij het tweede (drie seizoenen) en daarvoor het derde (twee seizoenen) elftal op zondag. “Ik ben betrokken geraakt bij de club door mijn twee zoons die er voetbalden. Ik heb altijd training gegeven of een ploegje gecoacht. Mijn beide zoons spelen niet meer, maar ik ben zelf blijven hangen.”

Zijn eerste seizoen bij Nieuwerkerk 1 was meteen een roerige. In oktober maakte de club bekend definitief over te stappen naar de zaterdag. “Dan moet je nog bijna een heel seizoen verder. Zo’n besluit hakt er natuurlijk in bij de spelers, los van het feit dat je als club wordt teruggeworpen naar het laagste niveau. Voorbeelden van spelers die er bij clubs in een soortgelijke situatie met de pet naar gingen gooien zijn er legio. Ik neem daarom mijn petje af voor onze jongens. Die raapten hun boeltje bij elkaar en hebben tegen elkaar gezegd: we gaan lol maken. Daardoor wonnen we nog de tweede periodetitel ook. De club blij, spelers ook, want die hadden zich mooi in de kijker kunnen spelen.” Zeven spelers maakten de overstap van de zondag naar de zaterdag. Naast dat zevental kreeg Ron Luijten, die al een seizoen kwartier had gemaakt op zaterdag als trainer, Lansbergen erbij. “Ik kende Ron al, want ik heb met hem bij het tweede gewerkt. Ik hoefde me ook niet aan de spelers voor te stellen. In de winterstop zijn we met de zaterdag- en zondagselectie gezamenlijk naar Marbella geweest. Dat was een goede zet van de club.”

Met Mathew van Kampen zorgt Lansbergen ervoor dat alle niet voetbal gerelateerde zaken goed geregeld zijn. “Van het invullen van het digitale wedstrijdformulier tot het klaarleggen van het tenue. In de rust zorgen we voor de thee.”

Hij let er ook op dat zijn jongens genoeg vitamientjes binnenkrijgen. “Ik heb altijd sinaasappels bij me en die snij ik in stukjes. Dat vinden ze lekker in de rust. Ik neem ook altijd bananen mee. De plaatselijke groenteboer is heel blij met mij.”

Hij is donderdag altijd op de club. “Dan kijk ik naar de training en drink ik een glaasje mee. Ook wip ik op dinsdag nog even snel langs, maar dat is meer als ik nog een shirtje, broekje of sokken mis. Het komt wel eens voor dat die per ongeluk in een tas van een speler terechtkomen. Dan app ik even en maak de uitrusting weer compleet.”

Genieten doet hij van de voetbalhumor. “Laatst nog was Bart Slob jarig. Nou, Bart op de tafels in de kantine en iedereen zingen. Ik weet niet hoeveel appjes hij heeft gekregen met felicitaties. Tot aan de volgende dag aan toe. Toen heb ik toch nog even de ledenlijst erbij gepakt. Bleek Bart in september jarig te zijn. Dat is mooi toch?”

Club Van De Week: RSV Rucphen: John Woestenberg

John Woestenberg, een van de vele vrijwilligers die R.S.V. Rucphen telt. Nu heeft John in het grote Rucphense geheel een belangrijke functie als ‘’voorzitter’’. Alles binnen maar ook rondom de vereniging moet in goede banen geleid worden en daar gaat vaak veel tijd en moeite mee gepaard. De nuchtere en bescheiden John zegt hier zelf over: ‘’Er zijn ook nog vrijwilligers die iedere dag op de club zijn, het is gewoon een prachtige maar bovenal hechte vereniging, we doen het samen!’’

Jeugd
John voetbalde als klein mannetje in de jeugd van S.V. Sprundel. Hier heeft hij tot aan het 2e  toe gevoetbald, tot hij in 1996 verhuisde naar Rucphen. John had zijn schoenen al aan de wilgen gehangen,  maar toch stond hij al snel weer langs het vers gemaaide gras. Deze keer niet meer bij Sprundel maar langs het veld van R.S.V. ‘’Dat krijg je als je kinderen gaan voetballen.’’ Nu is John niet meer weg te denken bij de Rucphense vereniging, en is hij ook nog eens voorzitter van de prachtige club uit Ruchpen.

Het eerste elftal
De meeste mensen geloven het maar amper; R.S.V. staat op de 5e plek en dat na de promotie van vorig seizoen. Je merkt de trots bij iedereen binnen de club. Dit uitte zich ook even bij John toen ik mijn vraag begon met; ‘’Het eerste doet het erg goed in de vierde klasse.”

‘’Ze doen het fantastisch, echt waar! Het is prachtig om te zien dit jaar. Ben echt trots op onze boys!’’ voegt John meteen toe. Wat de ambities zijn met het eerste elftal is lastig te zeggen, maar dat R.S.V. met alleen maar eigen jeugd spelers bovenin de vierde klasse mee kan draaien, is voor iedereen al boven verwachting.

Zoveel leden in vergelijking met omliggende clubs hebben we niet, we hopen op een goede lichting en dan zouden we eventueel nog wel kunnen promoveren naar de derde klasse. Maar een stabiele plek in de 4e klasse is voor ons al prima!’’

Bestuur
John zijn eerste functie in het bestuur betrof een plek in de jeugdcommissie (2006). Na 4 jaar in de jeugdcommissie, kwam John in 2010 terecht in het 6 koppig hoofdbestuur. Wederom 4 jaar later zit hij op de plek waar hij op dit moment nog is, voorzitter van R.S.V. Rucphen.

John heeft een aantal fantastische jaren beleefd waarin hij vooral het afgelopen jaar niet snel zal vergeten. Er kwam in 2018 een enorme groei in de jeugd van R.S.V. Rucphen, en als klap op de vuurpijl werd het eerste en tweede team kampioen. “Dat was wel echt prachtig’’

Naast alle hoogtepunten zitten er natuurlijk ook mindere kanten aan het voorzitterschap. “Ik ben denk ik zo 15 uur per week met de club bezig en zit twee keer per week aan de telefoon met de gemeente. Dit zijn soms zware gesprekken en verlopen altijd stroef. Dat zijn de mindere kanten van het voorzitterschap.’’

Toekomst
De nuchterheid bij de mensen komt vooral tot uiting als ik vraag naar de ambities van de club. John vindt dat altijd lastig te zeggen “Ambities, ambities, dat is zo moeilijk te zeggen joh. We kunnen wel van alles roepen, maar misschien komt er volgend jaar wel een enorme jeugdstroom aan. Dat kun je nooit voorspellen’’. De ambitie van R.S.V. is vooral om een gezonde en stabiele club te blijven waar de gezelligheid centraal staat en iedereen het gewoon naar zijn zin heeft!

Dat is het ideaalbeeld van voorzitter Woestenberg, dat is het ideaalbeeld van R.S.V. Rucphen!

Succes Nieuwerkerk 2 heeft vele vaders

Het eerste seizoen van Nieuwerkerk 2 op zaterdag verloopt niet bepaald vlekkeloos. “We hebben al meer dan vijftig spelers gebruikt”, reageert trainer Maurice van Buren. Ondanks die lastige omstandigheden heeft hij het nu samen met Thijs Steine, met wie hij de technische staf vormt, ‘aardig op de rit’. In de verte lonkt zelfs het kampioenschap.

Nadat Nieuwerkerk twee seizoenen geleden al begon met prestatievoetbal op zaterdag volgde vorig jaar zomer het tweede team. Van Buren, al jaren trainer bij de club van sportpark Dorrestein, werd met Steine gevraagd om het project in goede banen te leiden. “We wisten dat het niet gemakkelijk zou zijn en dat we met tegenslagen te maken zouden krijgen, maar dat het zo extreem zou zijn hadden we niet verwacht.”

Toen Van Buren en Steine na hun zomervakantie in augustus de eerste training van de selectie bijwoonden, zagen zij daar 37 spelers lopen. “Voor twee teams was dat al krap. Toen wisten we al dat we een beroep moesten gaan doen op spelers uit andere teams.”

Dat zij echter vijftig spelers zouden gebruiken, konden zij op dat moment niet bevroeden. “Het is inderdaad een enorm aantal. Maar ja, we hebben veel blessures gehad. Dan gaat het snel.”

De ‘ronselpraktijken’ van Van Buren en Steine werden danig op de proef gesteld. “We hebben overal spelers weggeplukt. Van zondag 2 tot andere zondag- en zaterdagelftalen. Als we straks kampioen worden, kan je gerust spreken van een kampioenschap van de hele club”, zegt Van Buren (33), die zijn elftal ook structureel versterkte. “Daarbij hebben we gekozen voor een mix, van jeugd en oudere spelers. Vanuit de A zijn vijf, zes spelers vervroegd overgeheveld. Die oudere jongens hebben we uit onder andere de lagere teams geplukt. Als Nieuwerkerk hebben we het geluk dat we kunnen terugvallen op een brede basis. Was die basis er niet geweest, dan betwijfel ik het of we het seizoen hadden kunnen uitspelen.”

In die omstandigheden is het des te opmerkelijker dat Nieuwerkerk bovenaan staat. “Ach”, relativeert Van Buren. “Met deze selectie moeten we ook wel wat in de reserve vierde klasse.” Dat is niet het podium waar Nieuwerkerk met het tweede elftal wil spelen en waar spelers, met ambitie, willen uitkomen.

“Als nieuwkomer op zaterdag zijn we ingedeeld op het laagste niveau. De club heeft nog geprobeerd om ons in de reserve derde klasse te krijgen, maar dat is niet gelukt.”

Dus is het voor Van Buren en Steine zaak om het tweede snel op een hoger niveau te krijgen. Dat is volgens Van Buren makkelijker gezegd dan gedaan. “We spelen soms tegen teams waar het ons vrij gemakkelijk afgaat, maar aan de andere kant krijgen we ook te maken met elftallen die heel aardig kunnen ballen en of veel ervaring hebben. Capelle 4 is daar een goed voorbeeld. Daar speelt Michel Laanen, die jarenlang in het eerste elftal bij Nieuwerkerk speelde.”

Grote concurrent om de titel is echter CKC 2. “Voor CKC geldt hetzelfde verhaal als voor ons, naar de zaterdag gegaan en bezig om een team op te zetten.”

“Niet alleen de resultaten, maar ook de spelvreugde heeft deze ploeg op de been gehouden”, stelt Van Buren. Hij koppelt die spelvreugde ook aan de gewaagde wedstrijdtactiek en spelprincipes die Nieuwerkerk 2 hanteert. “We spelen altijd met drie verdedigers. We willen domineren, een overtal op het middenveld en aanvallen via de flanken. Dat kan op dit niveau waar we vaak veel sterker zijn dan de tegenstanders.”

Club van de week: R.S.V Rucphen

Rucphen, kent u het? Een pittoresk dorpje in het gezellige en gemoedelijke zuiden van Nederland. Binnen dat dorp bestaat er voor de meeste bewoners maar een voetbalclub genaamd: R.S.V. Rucphen.
een club waar de gezelligheid centraal staat, en na de wedstrijden de kantine bomvol is.

Deze week staat de dorpsclub uit Rucphen centraal bij het VoetbalJournaal.
In de loop van de week zullen verschillende interviews met betrokkene van de gezellige club uit Rucphen voorbij komen. Wij hopen u hiermee ook een uniek kijkje in de keuken te geven van deze prachtige vereniging.

Het eerste speelt momenteel in de zondag 4e klasse en staat hier op een verdienstelijke vijfde plek.
een plek waar de mensen in en rondom RSV erg content mee zijn. Vanwege de club vorig jaar kampioen is geworden in de vijfde klasse, waren de verwachtingen voorafgaand aan het seizoen niet mega groot. De club kan zich dus redelijk gemakkelijk handhaven en verbaast menig club in de vierde klasse!

De groei van het eerste team komt mede doordat er ruimte is gekomen voor veel nieuw en fris talent. Het voetbal wordt steeds beter en de prestaties gaan hierdoor automatisch omhoog. Dit is ook de reden dat de ambities steeds groter worden. Maar op de club is prestatie eigenlijk ook niet het allerbelangrijkste, de sfeer is misschien wel belangrijker!

Op de zondag gaan er ook de nodige consumpties over de toonbank heen, en in de kantine is het altijd bomvol. Op de zondagen wagen de meeste zich aan een koud biertje of een lekker frisje in de authentieke kantine van R.S.V. Zelfs de spelers van het eerste drinken niet alleen water, maar gaan ook wel eens mee in de ambiance en laten zich zelfs wel meer dan eens verleiden tot een drankje met een bittere smaak en een goudgele kleur.

Wij hopen dat u geamuseerd gaat worden door de verhalen, en dan rest mij niets anders dan u ontzettend veel leesplezier wensen!

‘Kruisland, Kruisland en Kruisland’ in het leven van vrijwilliger Rien Ruijten

Rien Ruijten (70) is al 58 jaar betrokken bij SC Kruisland. Hij is het lijm tussen de selectie en de rest van Kruisland, het aanspreekpunt voor iedereen, maar bovenal een gewaardeerde vrijwilliger. “Maar het moet geen FC Ruijten worden.”

Voetballer, vlagger, penningmeester, secretaris én zelfs verzorger: Rien Ruijten heeft zo’n beetje alle geledingen van de club wel gehad als vrijwilliger. Zelfs als verzorger, dus. “Ik combineerde het vlaggen en verzorgen een tijdje bij het eerste. Dan moest ik bij de scheidsrechter aangeven dat ik mijn vlag in de grond zou steken en de waterzak zou pakken, als een speler geblesseerd op het veld lag.”

Ruijten komt uit een echt Kruislands gezin, met vier jongens en twee meiden. Hij is de oudste. Naast de vele uren die hij in de voetbal stak, had hij 40 jaar lang een baan als administrateur bij Philips. Sinds hij met pensioen is, heeft hij nog meer uren aan Kruisland besteed. Zowel bij het eerste als bij de rest van de vereniging is Ruijten mateloos populair.

Huiskamer
Als voetballer was de nu 70-jarige clubman niet het grootste talent, maar toch schopte hij het tot het eerste. “Ik was altijd paraat, maar zat meestal op de bank. Ik liep vooral in de weg”, zegt hij, met enige zelfspot. Het is ‘Kruisland, Kruisland, Kruisland’ in het leven van Ruijten geweest. Nog steeds zit hij zondags vrijwel altijd in de bestuurskamer. “Ik vind dat nou eenmaal leuk. Die kantine hier voelt als mijn tweede huiskamer, ik voel me daar zó thuis.” Hij probeert niet alles op zich te nemen. “Het moet geen FC Ruijten worden. Als ik overal ‘ja en amen’ op zeg, komt er nooit een einde aan.” Een klein decennium geleden ging het roer om bij Kruisland: een groep enthousiaste jongens uit Roosendaal kwam in het eerste spelen. “Het was jarenlang hartstikke gezellig bij Kruisland, maar het voetbal was enorm slecht. Er zijn seizoenen geweest dat we bij wijze van spreken 12 doelpunten maakten en er 125 tegen kregen. Ik stond dus best open voor die jongens, toen zij bij ons aanklopten.” Het bleek een gouden greep: het gaat beter en beter met de club, met de huidige plek in de top van de tweede klasse als tussenstand. “Er wordt af en toe zo goed gespeeld, de 0-7-overwinning bij Hoeven van afgelopen december was het absolute hoogtepunt. Zulk goed voetbal heb ik nog nooit gezien bij Kruisland. Jammer genoeg is het vooralsnog wat wisselvallig, de ene week spelen we zo’n puike partij, een week later krijgen we klop.”

Jaloezie
Niet iedereen in Kruisland stond direct te springen toen het roer om ging, maar Ruijten wist hen handig van repliek te voorzien. “’Ga jij dan elk seizoen mee naar uitwedstrijden als we in de vijfde klasse spelen?’, vroeg ik dan. Maar nee, daar hadden ze ook geen zin in.” Hij vindt dat mensen eerst eens kennis moeten komen maken met de spelers, voor ze hun mond opendoen. “Het zijn zulke nette en vriendelijke jongens, ze komen iedereen één voor één een hand geven, wie het ook is: van mij tot de partners van bestuursleden. Ik ga heel graag met ze om.” De vooroordelen van andere clubs over het grote geld dat bij Kruisland verdient zou worden, daar heeft hij ook weinig mee. “Ik vind dat vervelend, het slaat nergens op. Het is pure jaloezie.”

Ruijten probeert het stokje langzaamaan over te geven, heeft afstand gedaan van zijn vrijwilligersfuncties, maar blijft zondags wel aanwezig. En hij kijkt mee over de schouders van zijn opvolgers. Een Kruisland zonder Rien Ruijten is ook haast niet voor te stellen.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.