Home Blog Pagina 1219

Peter Marcel Nauta brengt Rozenburg in rustig vaarwater

0

“Rozenburg een gok?” “Nee, hoor”, reageert Peter Marcel Nauta gedecideerd. Hij begrijpt wel waar de vraag vandaan komt. Rozenburg was de afgelopen jaren nou niet bepaald het toonbeeld van stabiliteit. Menig trainer (Dennis Zaal, Mark van Os) sneuvelde er, de spelersgroep zou ‘moeilijk’ en ‘onhandelbaar’ zijn.

“Ik had die verhalen ook gehoord”, zegt Nauta (50). “Rozenburg is inderdaad een kerkhof geweest voor trainers. Toen ik in beeld kwam bij Rozenburg hebben diverse mensen gezegd: ‘moet je dat wel doen?’. Ik heb me daardoor niet laten afschrikken. Ik kan alleen afgaan op mijn eigen ervaringen. En die zijn dat dit een prima club en een prima spelersgroep zijn.”

Hij kwam relatief laat binnen. “Het eerste gesprek met Rozenburg had ik pas ergens in juni. Na De Jonge Spartaan waren er wel clubs voorbij gekomen, maar die waren voor mij niet interessant genoeg. Als ik een club ga doen, moet de potentie er wel zijn. Met de JO19, een tweede elftal. Afi jn, de juiste club zat er dus niet tussen en ik had me min of meer verzoend met een verplichte sabbatical, totdat Rozenburg belde.”

Rozenburg had dus de stempel dat het een moeilijke spelersgroep zou hebben, maar daar merkte Nauta eigenlijk niks van. “Ja, deze groep is anders dan die van De Jonge Spartaan, maar dat komt vooral door de omgeving. De Jonge Spartaan is dorps, spelers volgzamer. Rozenburg heeft een wat stadser mentaliteit, spelers hebben eerder een weerwoord. Is dat lastig? Nee, ik vind van niet. Bovendien: die paar boefjes in mijn elftal heb ik graag. Ik hoef geen elf schoothondjes.”

Volgens Nauta draait het om respect. “Als je fatsoenlijk met elkaar omgaat, is niks een probleem”, is hij stellig. “Belangrijk daarbij is dat je duidelijk bent naar elkaar. Leg realistische doelen neer. Ga niet roepen wat je team niet kan waarmaken.”

Hij merkte dat de clubleiding hem geen vaste opdrachten wilde meegeven. “Dat was, vermoed ik, mede ingegeven door de teleurstellingen van de afgelopen tijd. Het bestuur was voorzichtig. Ik heb zelf met de spelersgroep om tafel gezeten: wat willen jullie? Daar kwam uit dat men wilde spelen voor een periodetitel. Prima, voor dat doel zijn we gegaan.”

Hij begrijpt dat er nog supporters zijn die vinden dat Rozenburg snel hogerop moet. “Maar het Rozenburg van destijds is niet meer. Dat is verleden tijd. We leven in het hier en nu. En daar passen realistische doelen bij. De eerste klasse is op dit moment gewoon niet realistisch. De tweede klasse is een ander verhaal. Op termijn zie ik ons wel doorgroeien naar een stabiele tweedeklasser.”

Hij zegt blij te zijn met de steun van ervaren spelers in het veld. “Die geven je als trainer een handvat”, zegt hij over Bryan van der Laan, Regilio van Buuren en Nick de Bil. “Bryan is dan wel ervaren, maar nog maar 25 jaar. In balbezit heeft hij zoveel kwaliteit. Hij heeft ook zijn verbeterpunten, zoals zijn verdedigende taken.

Daar hebben we het samen zo nu en dan ook over. Regilio is begonnen als centrale verdediger, maar ik heb hem al snel op het middenveld geposteerd voor de balans. Nick doet het voorin geweldig. Hij scoort veel, maar geeft ook veel assists. Hij is een perfect aanspeelpunt. De ervaren jongens zijn belangrijk, maar ook de jeugd doet het goed. Sander Kraaijeveld is nog maar achttien maar heeft wel standaard als rechtsback gespeeld.”

‘We krijgen het altijd weer voor elkaar bij FIOS’

Met zijn 24 jaar is Stefan Baan jonger dan de gemiddelde bestuurder van een vereniging. Het voetballende bestuurslid van FIOS geniet van de gemoedelijke sfeer binnen de kleine club in Achthuizen, maar maakt zich ook een beetje zorgen over de toekomst van het voetbal op het eiland.

Tot 2015 speelden de seniorenteams van FIOS allemaal op zondag en om die reden maakte Stefan Baan zes jaar geleden vanuit de A-jeugd de overstap van DBGC naar de vereniging in Achthuizen. “Destijds werkte ik op zaterdag en FIOS was zowat de enige club op het eiland die op zondag speelde, dat was ideaal voor mij.” Kort daarna switchte de vereniging ook naar de eerste dag van het weekend als vaste speeldag, maar de werksituatie van Baan was ook veranderd. “Maar dat was geen reden voor mij om terug te gaan naar mijn oude club. Ik had het vanaf de eerste dag uitstekend naar mijn zin bij FIOS en tot op de dag vandaag ben ik blij dat ik betrokken ben bij de club. De sfeer is hier uitstekend en ik speel met veel plezier in het tweede, een hecht vriendenteam.”

VOETBAL OP BEIDE DAGEN
Baan zet zich sinds zijn overstap naar FIOS ook buiten de lijnen in voor de club. Hij zat in het jeugd bestuur, fluit af een toe een jeugdwedstrijdje en zit nu in het hoofdbestuur. Fier In Ons Streven kan altijd rekenen op een trouw groepje dat klaarstaat als er iets moet gebeuren bij de club. Op de velden aan de Kloosterstraat spelen twee heren seniorenteams, een dameselftal (allemaal op zaterdag) en de club telt nog altijd één zondagelftal. “Voor zo’n klein dorpje is het uniek dat we een vrouwenelftal hebben”, zegt Baan. “En nog steeds komen er spelers naar FIOS omdat we ook op zondag spelen”, zegt hij. “Verder is het heel goed dat onze jeugd samen met voetbalclub Den Bommel samenspeelt onder de naam SJO DBF. De twee clubs zijn veel te klein voor een eigen jeugdafdeling en het fusieplan op dit gebied heeft goed uitgepakt.”

KLEINE KERNEN Bij FIOS
vallen er soms hier en daar wat spelers weg, maar de club heeft aantrekkingskracht in de regio. Baan is daar het levende bewijs van. “Het is een mooie club en elk jaar zijn onze teams weer gevuld. We krijgen het altijd weer voor mekaar bij FIOS”, grinnikt hij. Op de korte termijn is er niks aan de hand, maar toch maakt Baan zich een beetje zorgen over de toekomst van FIOS én die van het gehele amateurvoetbal op Goeree-Overflakkee. “De meeste clubs komen uit kleine kernen en hebben moeite om de teams op de been te houden. Dit seizoen regende het afgelastingen omdat tegenstanders te weinig spelers bijeen konden brengen. De laatste jaren wordt deze ontwikkeling op het eiland erger. Ik hoop dat het goed blijft gaan met FIOS.”

Achthuizen heeft niet letterlijk maar acht huizen, maar het is wel de kleinste plaats van het eiland. Het dorp heeft geen supermarkt en geen bakker, maar wel een voetbalvereniging. De kantine is ook het buurthuis van de plaats. “FIOS is zeer belangrijk voor Achthuizen. Ik hoop dat iedereen beseft dat we er met z’n allen voor moeten zorgen dat deze prachtige club ook een mooie toekomst heeft.”

Petry Hoofdman wil met Melissant vruchten plukken na een goed leerjaar

Petry Hoofdman (45) genoot met volle teugen van zijn eerste seizoen als hoofdtrainer van het eerste elftal van vv Melissant. Hij stond als kapitein op het dek van het vlaggenschip van Melissant en zag een zonnige toekomst voor zich opdoemen. Na een leerzaam seizoen, hoopt hij komend jaar de vruchten te plukken.

De gemiddelde leeftijd van de selectie vertelt het verhaal van Melissant. De vierdeklasser is ongelofelijk talentvol, maar moet nog groeien. Het is in ieder geval overduidelijk dat Melissant veel potentie heeft, waar de club in de komende jaren van kan profi teren. Het afgelopen seizoen was leerzaam voor trainer Petry Hoofdman en zijn spelers. De elfde plek op de eindklassering past eigenlijk niet bij de kwaliteiten van Melissant, maar zijn wel het gevolg van een leerjaar. “Ze speelden bij Melissant 4-4-2, ik heb dat omgezet naar 4-3-3. Ik wil altijd aanvallend voetballen binnen de mogelijkheden die er zijn. We hebben dit seizoen aan elkaar en aan de andere manier van spelen moeten wennen, volgend jaar gaan we daar de vruchten van plukken.”

DEBUUT
Hoofdman voetbalde jarenlang bij SNS en De Jonge Spartaan, waar hij de afgelopen tien jaar trainer van de jeugd en het tweede team was. Toen hij het aanbod kreeg om hoofdtrainer bij Melissant te worden, hoefde hij niet lang na te denken. “Een hele mooie kans om bij een eerste elftal aan de slag te gaan.” Hij noemt zijn debuutjaar ‘supergaaf’. “Er zit meer in dan de ranglijst doet geloven, met het oog op de toekomst zit het wel goed. De trainingsopkomst is optimaal, ik heb wat jongens kunnen laten debuten. Ik vond het echt fantastisch.”

De trainer is niet het type dat louter naar de eerste elf kijkt, ook de jongens daarachter zijn voor hem van belang. “Als je ook die groep kan motiveren, doe je het goed.”

HOBBELS
Hij hoopt volgend jaar stappen te zetten. “Als we een goede voorbereiding draaien, kunnen we met vertrouwen en frisse moed aan het nieuwe seizoen beginnen. Ik ben er van overtuigd dat we hoger kunnen eindigen. Maar het is aan het team en aan mij om dat te laten zien. Als je wint, groeit het vertrouwen in eigen kunnen ook en dat is precies wat wij nodig hebben.”

Hoofdman hoopt een constanter Melissant te zien in 2019-2020. “Ajax is ook wat hobbels tegengekomen voor ze bereikten wat ze dit seizoen hebben bereikt.” De vierdeklasser is dan niet zo groot, maar heeft volgens de trainer meer te bieden dan de buitenwacht denkt.

Het bestuur creëert de optimale omstandigheden en biedt alle mogelijkheden die nodig zijn om te kunnen trainen en presteren. Met de sfeer zit het ook wel goed, zo klinkt het door in de woorden van de 45-jarige oefenmeester. “Maar dat pilsje na de wedstrijd smaakt toch wel lekkerder met drie punten in de pocket.”

Seizoen vol hoogtepunten voor veteranen WFB

De veteranen van vv WFB waren dit seizoen heel dichtbij een unieke prestatie in de clubhistorie: het pakken van de dubbel. Het veteranenteam is een groep die gezelligheid en sportiviteit optimaal weet te combineren.

Bij veteranen denk je al snel aan een groep 60-plussers die met krakkemikkige spieren en krakende botten nog net een wedstrijd volmaakt op half veld. Bij vv WFB ligt dat even anders. Daar spelen ze gewoon 90 minuten op een groot veld in een KNVB-competitie met in het team spelers van tussen de 38 en 65 jaar. “En die van 65 heeft dit seizoen ook nog een cruciaal doelpunt gemaakt, dat maakt ons erg trots.” Het team herbergt veel kwaliteit, sommige jongens stappen direct over van het eerste naar de veteranen in Ouddorp. Dit seizoen valt de puzzel perfect in elkaar.

BEKERFINALE
Op zaterdag 1 juni mocht WFB namelijk de bekerfi nale van de KNVB spelen. “Gedurende het hele seizoen speel je zo af en toe een bekerwedstrijd, maar dan sta je opeens in de fi nale. Het was voor ons een hele leuke ervaring, ‘Sommige jongens konden zelfs niet meedoen, omdat de opkomst van onze spelers zo groot was’, aldus de aanvoerder van het team, Oscar Breedveld.

Het team staat op het moment van schrijven ook nog eens bovenaan in de derde klasse met nog één wedstrijd op de kalender. “We moeten dit seizoen ook wel promoveren, anders kakt de jonge generatie in.” De bekerfinale tegen HDV in Barendrecht ging helaas verloren. “Zij hadden jongens van onder de 35 jaar opgesteld, waren fitter en hebben verdiend gewonnen. Het is jammer, maar we hebben er niet lang mee gezeten. Na afloop hebben we een gezellige barbecue gehad, goed bier gedronken en in het zwembad gelegen.” Het team kon zelfs gebruik maken van een spelersbus, met dank aan sponsor Jan de Blok.

KAMPIOENSCHAP
De veteranen spelen in een competitie vol gezelligheid, met tegenstanders die ze bij naam kennen. “Buiten het veld is het amicaal, maar binnen de lijnen doet iedereen er alles aan om ons van het kampioenschap te houden.” De derde helft is ook van groot belang, zo is de aanvoerder duidelijk. “Bij WFB is die sowieso altijd heel gezellig. We hebben een aantal mensen in het team die vissen en er wordt dan ook geregeld een visje in de kleedkamer gebracht. Het gevaar is alleen dat ik om 21.00 uur ‘s avonds al gestrekt en uitgeput op de bank lig.”

Mocht het kampioenschap worden gewonnen, dan gaat de platte kar naar buiten. “Als er wat te vieren valt, doen we dat met vol enthousiasme bij WFB. Het is altijd heel gezellig bij deze club, daarom blijft iedereen hier ook graag voetballen.”

Al 30 jaar vrijwilliger: erelid Jaap Jongejan is goud waard voor DVV’09

Jaap Jongejan (53) loopt inmiddels al ruim dertig jaar als vrijwilliger rond bij DVV’09. Hij is erelid en ontving de gouden waarderingsspeld van de KNVB, maar staat niet graag in de schijnwerpers. “Je doet het niet voor jezelf, maar voor de vereniging.”

Al van kleins af aan loopt Jaap Jongejan rond op voetbalschoenen in Dirksland. Hij begon bij VV Dirksland, de club die in 2009 samen met DES’67 fuseerde tot DVV’09. “Ik heb tot mijn 25ste gevoetbald, toen moest ik stoppen. Dat was moeilijk, want ik was en ben echt een liefhebber. Ik scheurde echter mijn kruisbanden af en in die tijd was het nog vrij complex om daaraan geopereerd te worden. Ik ben het blijven proberen, maar na de twintigste keer dat ik mijn knie verdraaide, moest ik wel stoppen. Het ging gewoon niet meer.”

PLICHTSBESEF
Hij zat inmiddels al in het bestuur als secretaris, maar werd vervolgens ook leider en vlagger bij het eerste. “Je bent toch al bij de club betrokken, dus blijf je hangen en krijg je steeds meer op je bordje.” Hij bleef 25 jaar in het bestuur zitten, werd onder meer voorzitter. “Dat doe je niet voor jezelf, maar voor de vereniging. Het komt denk ik voort uit een soort plichtsbesef.” Vijf jaar geleden vond hij het genoeg geweest en stopte Jongejan als bestuurslid. “Na 25 jaar werd het tijd voor nieuw bloed.” Dat hij in 2014 benoemd werd tot erelid en de gouden waarderingsspeld kreeg, deed hem deugd. “Zoiets maak je niet elke dag mee.”

Inmiddels loopt Jongejan rond in de jeugdafdeling van zijn club, nadat hij nog een tijdje leider is geweest van het tweede. “Trainen in de jeugd is eigenlijk het mooiste wat er is, vooral de onbevangenheid waarmee die kleintjes voetballen.” Hij begon met het trainen van de jeugd toen zijn kinderen gingen voetballen, inmiddels spelen zonen Nick (eerste) en Lars (tweede) bij de senioren en dochter Marlous in de MO17. Nick is net als zijn vader een fanatieke verdediger. Jongejan trainde hem, maar is bij de JO17 gebleven toen zijn jongste zoon drie jaar geleden de overstap maakte naar de senioren. Het opleiden van spelers voor de selectie geeft hem voldoening. “Dit seizoen hebben al drie jongens uit dat team hun debuut gemaakt in het eerste, dat is leuk om te zien.”

VRIJWILLIGERS
Hij staat niet graag in de schijnwerpers, maar als het goed voor de vereniging is, wil Jongejan wel een interview geven. “Het gaat op zich hartstikke goed met DVV’09. We zijn een vrij grote club, maar het is toch altijd heel gezellig. Van de fusie is niets meer te merken, iedereen voelt zich thuis.” Hij voegt daar nog een oproep aan toe. “Zoals elke vereniging, kunnen wij nog genoeg vrijwilligers gebruiken.”

Gerben Prins: een mooie toekomst voor De Jonge Spartaan

De Jonge Spartaan sloot het seizoen met een prettig gevoel af: met een 13-0-overwinning op Piershil werd aan het zelfvertrouwen én doelsaldo gewerkt. Aanvoerder Gerben Prins blikt terug op een seizoen dat moeizaam begon, maar naar tevredenheid afliep in de derde klasse B van West 2.

“Als we vooraf hadden kunnen tekenen voor een zesde plek, hadden we dat direct gedaan”, is Gerben Prins eerlijk. Hij is met zijn 27 jaar een routinier in het jonge team. “We hebben dit seizoen echt stappen gezet als team, onderling en individueel. Met trainer Hans de Heer is het ook goed bevallen. In het begin is dat toch altijd even aftasten, maar inmiddels zitten we allemaal op één lijn.”

De Jonge Spartaan wisselt ieder jaar weer tussen de regio Zuid en West bij de indeling van de KNVB, dit seizoen speelden ze in West. Dat bevalt Prins prima. “In Zuid is het meer vechtvoetbal, daar moeten wij het spel echt zelf maken. Het voordeel in West is dat iedere tegenstander graag wil voetballen, dat ligt ons beter.”

Het seizoen werd afgesloten met een 13-0-overwinning op Piershil, dat eerder dit seizoen al met 0-15 werd verslagen en met geen enkel punt onderaan eindigde. “Het is voor ons wel lekker om zo af te sluiten, maar voor hen en de competitie natuurlijk niet. Ik heb er wel heel veel respect voor dat zij toch elke week zijn komen opdraven.” Welke competitie De Jonge Spartaan volgend seizoen krijgt voorgeschoteld, is nog de vraag. De aanvallende middenvelder hoopt in ieder geval stappen te kunnen zetten. “We hebben tijd nodig om te groeien, er komen ook nu weer talenten vanuit de jeugd bij die we gaan inpassen. We hebben heel veel potentie als vereniging, hopelijk kunnen we binnen enkele jaren de stap naar de tweede klasse zetten.”

‘Vrouwenvoetbal is waanzinnig leuk’

Bram Vroegindeweij (48) kan niet genoeg benadrukken hoe belangrijk hij het vindt dat alle meiden op Goeree-Overflakkee ergens kunnen voetballen. Hij is zelf sinds vijf jaar nauw betrokken bij het meisjes- en vrouwenvoetbal van De Jonge Spartaan en wordt met de week enthousiaster. “Kijk om je heen, er zijn op het eiland best wat verenigingen die vrouwenvoetbal aanbieden.”

Dochter Vera ging zes jaar geleden voetballen, waarna Bram Vroegindeweij als belangstellende ouder eens een kijkje kwam nemen bij de meisjestak van De Jonge Spartaan. Eerlijk is eerlijk, in eerste instantie vond hij er niets aan. “Ik dacht dat die meiden puur voor de gezelligheid kwamen en met van alles bezig waren, behalve met beter worden. Dat was een misvatting.” Hij zag ze met de week beter worden en besloot het team van zijn dochter een jaar later onder zijn hoede te nemen. Tegelijkertijd werd hij trainer van Vrouwen 1, dat zonder coach zat. “Ik ben gelijk enthousiast geworden. Ik zag dat het sociale aspect heel belangrijk was, maar dat de meiden ook wel degelijk heel leergierig waren en bereid waren stappen te zetten om beter te worden. Ze zijn heel fanatiek en hebben er ook echt de pest in als ze verliezen.”

VROUWEN 1
Hij is meegegroeid met de ploeg van zijn dochter, die nu met de MO15 in de hoofdklasse speelt. “Het is een waanzinnig leuk team, dat zo snel zo veel beter wordt.” En toch stopt hij er na dit seizoen mee, Vroegindeweij wordt weer trainer van Vrouwen 1 bij De Jonge Spartaan. “Mijn dochter zei dat ze weleens een andere trainer wilde dan haar vader, dat kan ik goed begrijpen. We zitten bij De Jonge Spartaan in het Ontwikkelingsprogramma voor meiden- en vrouwenvoetbal van de KNVB, waar een gediplomeerde trainer voor het vlaggenschip bij hoort. Ik heb me aangeboden, wilde graag de opleiding tot Oefenmeester 3/UEFA-C gaan volgen en dat past perfect bij het leiden van Vrouwen 1.”

Hij heeft veel zin in die job. “Het is een andere groep dan vier jaar geleden, met veel nieuwe en jonge meiden. Als het goed is hebben we volgend jaar twee dameselftallen, waardoor we echt kunnen selecteren. Ik krijg ook een staf die heel enthousiast is over damesvoetbal.”

Het doel is de dames binnen drie jaar naar de tweede klasse te leiden. “Dit seizoen speelden ze voor het eerst in de derde klasse, na het kampioenschap van vorig jaar. Dat ging wel moeizaam, door verschillende oorzaken. Gezien de ambities van de club en mijzelf moeten we binnen drie seizoenen proberen in de tweede klasse te komen. Het is een goede, talentvolle groep, waar veel potentie in zit.” Hij hoopt dat de senioren kunnen profiteren van de groei die de jeugd heeft doorgemaakt.

“We hebben een MO10, MO13, twee MO15’s en een MO17. De MO15 speelt in de hoofdklasse en de MO17 in de eerste klasse, over de gehele breedte stijgt het niveau dus. We zijn er ook serieus mee bezig, zijn in het Ontwikkelingsprogramma als vereniging helemaal doorgelicht en kunnen tijdens bijeenkomsten sparren met andere verenigingen. We zijn voorzichtig begonnen met persoonlijke ontwikkelingsprogramma’s voor de meisjes en willen dat ook gaan doorvoeren bij de senioren.”

NIET STOPPEN
Vroegindeweij heeft zin in het nieuwe seizoen, zo veel is wel duidelijk. En hij hoopt dat zijn enthousiasme aanstekelijk werkt. De 48-jarige voetbalvader vindt het niet kunnen dat sommige meisjes op Goeree-Overflakkee stoppen met trainen omdat ze nergens terechtkunnen. “Er zijn hier en daar wat meiden die in een jongensteam spelen, dat niet leuk vinden en daardoor stoppen. Dat vind ik niet kunnen, mijn advies is: niet te snel stoppen, maar kijk om je heen. Er zijn op het eiland best wat verenigingen die meisjes en vrouwenvoetbal aanbieden.” De Jonge Spartaan is er daar één van. Informeer voor een vrijblijvende training op www.dejongespartaan.nl/contact

Jeugdtrainer Niels Freekenhorst neemt sabbatical bij v.v. Steenbergen

STEENBERGEN – Als trainer van de D4 begon Niels Freekenhorst dertien jaar geleden binnen de jeugdafdeling van v.v. Steenbergen. Momenteel is hij voor het tweede seizoen trainer van de JO19 dat uitkomt in de hoofdklasse. Een veranderende gezinssituatie doet hem nu kiezen voor een sabbatical.

“Mijn vriendin en ik verwachten ons eerste kindje. En ze heeft me gevraagd om het eerste jaar samen voor de kleine te zorgen en dus een jaartje er tussenuit te gaan. Dat doe ik graag, want dit is toch een heel bijzondere periode en daar wil ik ook mijn steentje aan bijdragen. Ik heb er nu dertien jaar als jeugdtrainer opzitten bij de club en dan is het ook wel eens lekker om wat afstand te nemen.”

De 32-jarige Freekenhorst voetbalt zelf alleen nog als invaller bij FC Cromwiel in de recreatieve zaalcompetitie, maar op het veld is hij niet meer actief. Wel dus langs de lijn of op het trainingsveld, waar hij begon in de D4 en nu dus de oudste jeugd van de zondag derdeklasser moet klaarstomen richting het seniorenvoetbal. Een paar speelrondes voor het einde wist hij zich met zijn team te verzekeren van nog een jaar hoofdklassevoetbal.

“Daar zag het op een gegeven moment niet naar uit, want er vielen door diverse redenen steeds jongens weg en de spoeling werd heel er dun. Het was zelfs zo dat we met jongens van de JO17 moesten aantreden of soms met maar elf jongens konden vertrekken. Dat breekt op, want er waren enkele wedstrijden bij dat we met tien man eindigden vanwege blessures en het afwezig zijn van wisselspelers. Eentje werd zelfs voor acht wedstrijden geschorst, terecht overigens, maar dat soort zaken heeft de nodige punten gekost helaas.” Het trainen van jeugd geeft Freekenhorst overigens wel de meeste voldoening, zeker ten opzichte van senioren. “Die zie ik me niet zo snel trainen, daar ligt mijn ambitie ook niet. Met jeugd werken is mooi. Die gasten zijn nog puur en nog echt kneedbaar. Bovendien heb je doorstroming en dus elke twee jaar een nieuwe groep en uitdaging. Als je dan je eigen denkwijze terug ziet op zaterdag tijdens wedstrijden op het veld, dan is het mooiste. Daar doe je het voor.”

Maar nu zit het er dus eventjes op voor Freekenhorst en worden de pionnen, hesjes en trainingsballen vervangen door poepluiers en wandelingen met de kinderwagen. “Dat zal even wennen zijn, maar uiteindelijk zal ik toch wel terugkeren op het trainingsveld. En dan wel bij Steenbergen uiteraard. Dat is toch mijn club. Ik loop daar al heel wat jaren rond, ken de ins en outs van de club. Al kijk ik momenteel toch uit naar dat jaartje sabbatical, want ik kijk uit naar de geboorte van ons kindje, dat gaat heel bijzonder zijn. Daar ga ik volop van genieten in elk geval. En wat daarna de toekomst brengt, dat zien we wel. Daar ben ik nu niet mee bezig. Ik ben trots dat we ons hebben kunnen handhaven met de JO19 en dat er opnieuw een aantal jongens richting de eerste selectie doorstromen. Dat laat me met een goed gevoel er tussenuit stappen.”

‘Talentvolle jeugd klaarstomen voor het seniorenvoetbal is prachtig’

SINT ANNALAND – Hij heeft op het eiland Tholen bij alle clubs de trainerspost vervuld, behalve bij Tholense Boys. Momenteel is Cees Stoutjesdijk echter alweer voor het derde seizoen werkzaam als jeugdtrainer bij WHS uit Sint-Annaland. En dat werken met jeugd bevalt hem uitstekend.

Ooit begon hij zijn trainersloopbaan in de jeugd van SV Smerdiek, waar hij later in verschillende etappes ook enkele keren het eerste elftal trainde. Hij is nog altijd daar de langstzittende trainer met maar liefst acht seizoenen. Daarin pakte hij twee kampioenschappen, een afdelingsbeker én een periodetitel. De laatste club van Stoutjesdijk als seniorentrainer was v.v. Vosmeer.

“Toen combineerde ik dat echter al met het trainen van de jeugd bij WHS. Dat doe ik nu daar voor het derde seizoen en het werken met jeugd is mooi. Het klaarstomen van talentvolle jeugd voor het seniorenvoetbal is prachtig. En om er met elkaar een team van te maken op en ook buiten het veld, dat geeft voldoening. Daar doe je het uiteindelijk voor, want als voetballer kan je het simpelweg nooit alleen, je moet het als team doen.”

Het is een opmerking die past bij Stoutjesdijk. Altijd op zoek naar de uitdaging en werkend vanuit een visie. “En die is hier bij WHS. Er is een heel duidelijk jeugdplan, dat is de leidraad voor trainers om te werken en om de elftallen op te leiden. Allemaal met als doel om op termijn jeugd te laten doorstromen naar het seniorenvoetbal én uiteraard spelers af te leveren bij de eerste selectie.”

Stoutjesdijk traint momenteel zowel de JO16 als de JO19, waarbij hij ook de laatste groep op zaterdagen als coach begeleidt tijdens de wedstrijden. ‘Voor de winterstop hebben we promotie gehaald door tweede te worden in de derde klasse. Na de winter hebben we het lastiger gehad een klasje hoger, maar het spelen tegen vaak fysiek sterkere teams heeft de jongens wel veel leermomenten opgeleverd. Ze zijn ook daarin wel beter en sterker geworden, al is het dan wel logischerwijs moeilijker om resultaten te boeken in de vorm van punten. Maar in het jeugdvoetbal is dat in mijn ogen vaak ondergeschikt qua belang. Het gaat daar om opleiden en daar zijn we binnen WHS goed en gedreven mee bezig.”

Momenteel denkt hij niet meer aan seniorenvoetbal, hij geniet bij de jeugd. “Om iets daarin te kunnen betekenen voor een club en om jeugd daarin goed met elkaar te laten functioneren, dat is een echte passie van me. Met elkaar goed afspraken maken en toewerken naar een doel, vanuit een goede visie. Dat is mooi. Daar zijn we bij WHS volop mee bezig en dat blijf ik nog wel even doen. Er is nog voldoende uitdaging en daar geniet ik volop van.”

‘Een seizoen om maar snel te vergeten als ik naar mezelf kijk’

STAVENISSE – Met een zelfkritische blik is middenvelder Rudy Ridderhof (26) van zaterdag vierdeklasser SC Stavenisse duidelijk. ‘Een seizoen om snel te vergeten’, waarbij de doelstelling om bovenin mee te draaien al snel de ijskast in kon.

“Het doel met Stavenisse was meedoen in de top van de competitie, maar na de eerste periode hadden we al snel in de gaten dat dit hem niet ging worden. Vier gelijk en vier verloren, het leek wel of we geen wedstrijd móchten winnen. Na de winst op SPS (2-1) ging het allemaal wat beter lopen en werden er weer wat wedstrijden gewonnen. De doelstelling hebben we als team niet gehaald helaas. Het was daarna meer van belang het plezier vast te houden en de beleving terug te vinden. Belangrijk vooral, omdat het bij ons nogal per week kan verschillen hoe we op het veld staan.”

Persoonlijk kijkt de spelverdeler/spits niet terug op een goed seizoen. “De vorm is dit seizoen stiekem toch een beetje weg en dat is balen. Ik heb op beslissende momenten teveel kansen gemist en was minder scherp voor het doel. Dat knaagt wel een béetje en daardoor is het voor mij een seizoen om snel te vergeten en vooral vooruit te kijken. Op dit moment is de rust, na enkele trainerswisselingen de laatste seizoenen, met het bijtekenen van Jaap Knop wedergekeerd en kunnen we hopelijk de stap richting onze doelstelling maken.”

Een belangrijke facet om dat te realiseren is volgens Ridderhof absoluut de teamgeest. “Daar ligt onze kracht. Bovendien kunnen we als ploeg ook ineens uit het niets een prestatie wegzetten tegen een op papier wat betere tegenstander. Onze zwakte is dan ook meteen, dat we dit allemaal niet het gedurende seizoen vasthouden. Dat is jammer, omdat we het zeker wel in ons hebben. Het zegt echter alles over de wisselvalligheid in onze prestaties. In de drie jaar dat ik nu hier voetbal heb ik mijn spelplezier weer teruggevonden en geniet wekelijks weer op het veld. Mijn ambitie is vooral het plezier in het spelletje vol blijven houden. Dit was ik als eens verloren en heb dit bij Stavenisse weer hervonden gelukkig. En ergens in mijn achterhoofd denk ik ook nog wel eens aan een nieuwe sportieve uitdaging. Maar eerst dit seizoen vergeten en mijn vorm hervinden. Dat is, samen met het spelplezier, nu het allerbelangrijkste.”

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.