Home Blog Pagina 1214

Eric Hellemons (NAC): ook buiten de lijnen opleider

Eric Hellemons staat voor zijn vierde seizoen als hoofd jeugdopleiding van NAC Breda. De 48-jarige oud-prof constateert dat het de goede kant op gaat met de talentenafdeling van de Parel van het Zuiden, maar ziet tegelijkertijd nog genoeg ruimte voor verbetering. “De bal verbroedert.”

Vanaf komend seizoen zit de gehele jeugdafdeling van NAC Breda op één plek, sportpark Heksenwiel. Daar waar de oudere jeugd nu al op dat complex speelde en trainde, zaten de jongeren nog in Breda bij WDS’19. De centralisatie zorgt ervoor dat alles nog professioneler, harmonieuzer en vloeiender opgepakt kan worden. Het is iets waar hoofd jeugdopleiding Eric Hellemons zich sinds zijn komst sterk voor heeft gemaakt.

“Dit is echt een belangrijke stap, we krijgen 200 vierkante meter eigen ruimte op dat sportpark. We gaan die inrichten met een krachthonk, bespreekruimte, videoruimte, kamer om gesprekken te voeren enzovoort. Een van de grasvelden van voetbalclub Boeimeer op dit sportpark wordt een kunstgrasmat. Het is een langgekoesterde wens van ons, om met zijn allen op één complex te zitten. Vanaf daar kunnen we de volgende stap zetten.”

Hellemons is sinds zijn komst voortvarend aan de slag gegaan. In samenwerking met de directie heeft hij onder meer extra budget losgepeuterd voor de jeugd en trainers, die meer uren kunnen maken. Sommigen combineren het trainerschap met de functie van scout en komen zo aan een fulltimebaan, in de JO17 en JO19 zijn de trainers voor 0,8 fte aangesteld. “Daardoor hebben ze meer gelegenheid om zich voor te bereiden, te overleggen. Ik investeer liever in mensen dan in een extra zak met ballen.”

SCHOOL
Wat Hellemons ook belangrijk vindt, is een goede samenwerking met onderwijsinstellingen en amateurvoetbalverenigingen. Met de middelbare scholen in Breda wordt regelmatig gereflecteerd. “We zijn kritisch naar elkaar toe en kijken waar het beter kan, zo hebben we nu een verbeterd rooster voor de jeugdspelers. De spelers uit de JO19 en JO17 kunnen elke dag om 14.00 uur trainen, de JO13 tot en met JO15 om 14.30 uur. Dat is een enorme vooruitgang, het gaat om maatwerk.” Hellemons vindt de prestaties op school van de spelers een prioriteit. “Niet iedereen wordt voetballer, het is daarom van belang dat ze een diploma halen.” NAC werkt nauw samenmet het Graaf Engelbrecht, Scala en Stedelijk Gymnasium in Breda. De amateurvoetbalverenigingen zijn van groot belang voor NAC, daar halen zij de talenten vandaan, een goede verstandhouding met hen is dan ook noodzaak. NAC nodigt ze regelmatig uit voor bijeenkomsten, toernooitjes of andere activiteiten. “We gaan ook regelmatig op de koffie, zodat het contact persoonlijk is en de lijntjes kort zijn. Ze moeten weten dat zij ook dingen van ons kunnen vragen, bijvoorbeeld hulp als ze ergens tegenaan lopen. We proberen ze tevens altijd tijdig en netjes te informeren als we iemand scouten.”

De scouting van NAC verloopt in drie regio’s. De Bredanaars willen de talenten het liefst zo dicht mogelijk in de buurt scouten, de jongste jeugd op maximaal 20 kilometer, de wat oudere jeugd tot Bergen op Zoom, Dordrecht, Gorinchem en de grens met België en de oudste jeugd tot Zeeland. “Je kunt weleens een uitzondering maken voor een exceptioneel talent, maar we houden het liever echt in de regio.” De Bredase club heeft zelf een scoutingapparaat, maar kan moeilijk alle wedstrijden zien. Naast tipgevers zijn de amateurclubs op dit vlak van belang. “Zij vormen ook onze oren en ogen.”

HANDVOL CONTRACTEN
Uiteindelijk is het doel van elke jeugdopleiding om zo veel mogelijk jongens klaar te stomen voor het eerste. Zo ook bij NAC. Wat dat betreft is Eric Hellemons trots op het feit dat vijf jeugdspelers afgelopen jaar een contract hebben getekend. Jethro Mashart, Sydney van Hooijdonk, Yassine Azzagari, Sabir Agougil en Jan Paul van Hecke zetten hun krabbels onder een verbintenis. “Daarnaast hebben verschillende spelers uit onze jeugdopleiding de afgelopen jaren uitnodigingen gehad van vertegenwoordigende elftallen, naast die van Nederland ook van Curaçao en Burundi.” Dat er ook vier spelers weggekocht zijn door de top drie, vindt Hellemons jammer, maar erkent hij aan de andere kant als een compliment voor de opleiding.

GUDELJ
Het gaat sowieso goed met het niveau van de jeugd bij NAC. Alle teams spelen op het hoogste niveau of zetten stappen richting de top. De JO19 speelt momenteel in een eredivisie met de beste
acht ploegen van Nederland. “Dat is echt top, zij zijn drie keer gepromoveerd in de afgelopen drie jaar en eindigen nu steeds vijfde of zesde op dat niveau.” De basis was al gelegd, maar dankzij wat extra budget en verschillende aanpassingen heeft de jeugdopleiding zich nog verder ontwikkeld in de afgelopen jaren. “We investeren in de spelers, niet alleen in de voetballer. Iedere speler is een mens, een kind dat fouten mag maken, in gedrag en uitvoering. Daar moet je doorheen kunnen prikken. We zijn volhardend, de trainers hebben een goede ambitie en drive, zijn duidelijk en transparant naar zowel ouders als spelers.” Uiteindelijk hoopt iedere opleider natuurlijk op het afleveren van een topper. “Je hoopt op de volgende Nemanja Gudelj, die de stap zet naar de absolute top. Dat zijn de krenten in de pap, maar voor hen doe je het niet alleen. Kinderen die het niet redden wil je wel een goede basis meegeven. Daarom vind ik dat diploma ook zo belangrijk.”

De functie bevalt Hellemons prima, hij geniet ervan om dagelijks alle jeugdspelers vol plezier over het veld te zien rennen. “De bal zorgt voor verbinding en verbroedering – dat vind ik echt gaaf om te zien. En als een jongen als Yassine dan invalt bij NAC 1 en we zijn ouders met tranen in hun ogen zien rondlopen, maakt ons dat ook heeltrots.” Hij zit op zijn plek bij NAC. “Deze club is qua supporters en beleving ongekend. Het zit altijd afgeladen vol, is echt een volksclub en die intensiteit vind ik prachtig. Hopelijk komen we zo snel mogelijk terug naar het hoogste niveau, daar waar NAC hoort.”

SAB staat er goed voor

Pieter van Ginneke is sinds begin dit jaar de nieuwe voorzitter van sv SAB. De 60-jarige Bredanaar heeft genoeg ambities voor de komende periode en is blij dat hij nu de tijd en ruimte heeft om zijn club te helpen.

Sinds afgelopen februari staat Pieter van Ginneke aan het roer van sportvereniging Sint Anna Boys. Hij loopt al meer dan veertig jaar rond op sportpark Ruitersboslaan en voelt zich daar dan ook helemaal thuis. “Ik heb zo’n beetje alle functies bekleed binnen de vereniging: ik ben leider, trainer en bestuurslid geweest. SAB is één grote familie, de mensen kennen elkaar goed. We hebben vrij trouwe leden, zelden verlaat iemand de club.”

Nadat hij zijn fysiotherapiepraktijk had overgedragen aan zijn zoon en een collega, kreeg hij meer tijd om zich op andere zaken te richten. Zoals SAB. “Ik heb aardig wat ambities voor de komende periode als voorzitter. Zo gaan we de kleedkamers aanpakken en denken we aan ledverlichting.” Dat kan allemaal, mede dankzij het fi nancieel rustige vaarwater waarin SAB terecht is gekomen. “We hebben aardig wat sponsoren, via de reclameborden, kleding, spandoeken en de club van 100”, aldus Van Ginneke, die de afgelopen jaren de sponsorcommissie leidde. “Daarnaast hebben wij veel welwillende leden, die graag hun handen uit de mouwen steken voor de club. Het is lastiger om mensen te vinden die het allemaal willen organiseren, dat wil ik nu oppakken.”

Verder gaat het gewoon hartstikke goed met de club, constateert de preses. “We hebben komend seizoen een dameselftal, team voor 35plussers, Walking Football en het ledenaantal neemt toe. We timmeren druk aan de weg, werken aan activiteiten om nog meer mensen te trekken. Zo zijn we gestart met de SAB Academie, een team vol grote talenten dat bij de voetbalschool Voetbal met Passie traint en bij SAB competitie speelt. Als we die jeugd kunnen behouden voor SAB, krikt dat het niveau van onze vereniging omhoog.”

Kortom, Van Ginneke is nu aleen tevreden voorzitter. En dan moeten zijn ambities nog vervuld worden.

Oefenmeester Meindert Dijkstra: ‘Mijn gevoel bij SAB is echt bijzonder’

Meindert Dijkstra en sv SAB kunnen niet zonder elkaar. De nu 52-jarige oefenmeester nam een jaar geleden afscheid van het amateurvoetbal, met een ‘SABbatical’ zoals hij het zelf omschrijft, maar keerde na zes maanden alweer terug. De lokroep van zijn voetballiefde valt niet te weerstaan.

SAB was voor Meindert Dijkstra zijn eerste club als jong voetballertje van 6 jaar, dat schept sowieso al een band voor het leven. Hij werd al snel opgepikt door NAC Breda en later volgde een mooie carrière bij onder meer Notts County, RBC, Willem II en Top Oss, maar SAB bleef altijd zijn ‘cluppie’. Dat Sint Anna Boys hem later de kans gaf om als hoofdtrainer op eigen benen te staan, versterkte die band alleen maar. Hij kende een mooi jaar als hoofdtrainer op het sportpark Ruitersboslaan. SAB was een jaar eerder kampioen geworden in de vijfde klasse, waarna een pittig jaar werd verwacht. Dijkstra kreeg het echter voor elkaar om SAB direct naar promotie te loodsen. “In 2018 heb ik negentien wedstrijden met SAB gespeeld en er geen één verloren”, zegt Dijkstra met een knipoog. “We speelden drie keer gelijk, de rest wonnen we.”

KINDEREN
Het was duidelijk dat SAB een ongekend zware strijd te wachten stond in de derde klasse afgelopen seizoen. De ploeg begon hortend en stotend en uiteindelijk kwam het dieptepunt halverwege het voetbaljaar, met het ontslag van Marc de Weerd. De club kwam vervolgens uit bij de enige man die SAB zou kunnen redden: Meindert Dijkstra. “Ze wilden mij terug hebben, door mijn werkwijze die ze kenden van een jaar eerder. Ik had eigenlijk met mezelf afgesproken een jaar niets te doen, tijd te maken voor mijn kinderen. Ik heb een eigen zaak, daarnaast kennen de meesten mijn dochter Caitlin wel, die bij Ajax speelt. Ik heb ook nog twee zoons op wie ik ontzettend trots ben, Marvin voetbalt bij JEKA en Justin is net afgestudeerd aan het hbo. Het zijn fantastische kinderen en ik wilde meer tijd met hen spenderen. Maar toen deze vraag langskwam, hoefde ik toch niet heel lang na te denken.”

Hij overlegde met zijn kroost, zij waren unaniem: ‘Gewoon doen, pap.’ En dus volgde Dijkstra zijn hart en keerde hij terug aan de Ruitersboslaan. “Ik weet niet of ik het bij een andere club ook had gedaan, maar het gevoel bij SAB is heel bijzonder. Ik ben ze altijd blijven volgen. Ik ben er met 100 procent overtuiging ingestapt, helaas hebben we het uiteindelijk niet gered.”

Als de wedstrijden 80 minuten hadden geduurd, was SAB waarschijnlijk ergens in de middenmoot geëindigd. De ploeg heeft veel punten gemorst in de slotfase. “Maar je eindigt uiteindelijk waar je hoort”, is Dijkstra reëel. “We staan na die twee promoties op rij nu weer met beide voetjes op de grond.”

WINNAARS
Voor Dijkstra was al snel duidelijk dat hij ook komend seizoen voor de groep zou staan. “De jongens hebben de koppen bij elkaar gestoken en gezegd: ‘Trainer, wij willen allemaal blijven.’ Het zijn allemaal winnaars, niemand geeft op. Daarnaast heb ik de selectie in de breedte wat uit kunnen bouwen en is de bereidheid vanuit de jeugd aanwezig om ons te versterken waar nodig.”

SAB keert komend seizoen dus terug in de vierde klasse. De 52-jarige Bredase oud-prof verwacht geen ‘walk in the park’. “In de vierde klasse komt het ook niet vanzelf, iedereen zal komend seizoen extra gebrand zijn om van ons te winnen, van de ploeg die uit de derde klasse komt. De competities worden sterker, op dit niveau spelen ook gewoon teams die een paar jaar geleden nog in de tweede klasse stonden.” Het doel van Dijkstra is duidelijk: hij wil een ‘prijsje’ pakken en voor de nacompetitie gaan. “Hopelijk kunnen we in de flow van 2017-2018 komen. Het zou mooi zijn om wat meer te gaan winnen, dan komt het plezier vanzelf weer terug.”

De Ruiter: “De liefde voor NAC gaat ver”

Jasper de Ruiter (28) reist wekelijks 172 kilometer om NAC te zien voetballen. En soms komen daar nog enkele honderden kilometers bij, voor uitwedstrijden in Groningen of Limburg. De liefde voor de Parel van het Zuiden gaat diep bij de Zeeuw.

De route tussen Brouwer shaven en Breda kan Jasper de Ruiter inmiddels dromen. Het zijn 86 saaie kilometers heen en 86 saaie kilometers terug, maar de 28-jarige fan weet waar hij het voor doet. Als hij in het Rat Verlegh Stadion aankomt en zijn plekje opzoekt in Vak G, voelt hij zich thuis. Hij heeft inmiddels al 12 jaar een seizoenkaart en peinst er ook na de degradatie niet over om die op te zeggen. Het geel-zwarte bloed stroomt door zijn aderen.

LIEFDE
“De allereerste wedstrijd die ik bezocht, was met mijn oudste broer. De sfeer in het stadion greep mij toen dusdanig, dat is nooit meer weggegaan”, vertelt De Ruiter. “Die sfeer, daar heeft iedereen het natuurlijk over bij NAC. Dat de supporters er altijd achter blijven staan, ondanks de prestaties. Dat is iets wat je bijblijft, als je nu ook weer ziet hoe snel iedereen zijn seizoenkaart heeft verlengd na de degradatie. Dat is toch heel speciaal.”

Hij reed jaren op en neer met zijn oudste broer, inmiddels heeft een andere broer die seizoenkaart overgenomen. “Ik ben ook een tijdje alleen gegaan. De passie en liefde voor NAC heb je of heb je niet, daar maak je wel tijd voor.” Want De Ruiter gaat ook naar veel uitwedstrijden. “De sfeer is dan heel anders dan tijdens de duels in Breda. Als het thuis slecht is, dan duik je snel naar beneden, naar de biertap. De uitwedstrijden zijn spannender, de sfeer is grimmiger en tijdens de belangrijke duels tegen directe concurrenten merk je meer van de zenuwen. Dan draait het echt om de prestatie.”

De Ruiter kan NAC niet meer missen, hij overweegt in de toekomst zelfs een woning in Breda te zoeken. “Als ik kijk wat ik nu aan reistijd en -kosten kwijt ben, dan zou het weleens rendabel kunnen zijn.” Zijn vrienden probeert hij ook regelmatig mee te krijgen. “Maar verder dan een halve seizoenkaart zijn ze nog niet gekomen.” Hij heeft ook in Vak G al aardig wat vrienden gemaakt. “Je komt elkaar iedere twee weken tegen, de mensen van de supportersverenigingen die ook meegaan naar uitwedstrijden nog vaker. Dat schept toch al gauw een band, je knoopt makkelijk een praatje aan. We delen de liefde voor NAC.”

AJAX EN FEYENOORD
In de periode dat De Ruiter voor het eerst bij NAC kwam, keek hij naar spelers als John Karelse, Archil Arveladze en Rob Penders. “Het voetbal was toen gewoon goed.” De hoogtepunten waren de 4-2-bekerwinst op Ajax in 2008 en de 0-2-overwinning tegen Feyenoord in De Kuip van twee jaar terug. “Die avond tegen Ajax was echt geweldig. Ik stond op de B-side, tussen de fakkels, rook, de sfeer was echt geweldig.”

Het leven van een NAC-supporter gaat niet over rozen, zo werd afgelopen seizoen ook weer duidelijk. Maar een echte fan blijft altijd achter zijn club staan, zo ook de 28-jarige Zeeuw. “Het is fijn dat Ruud Brood blijft, echt iemand met een NAC-hart. Hopelijk kunnen we volgend jaar meedoen voor het kampioenschap, maar een plek in de top vijf lijkt me realistischer.” Hoe dan ook, De Ruijter zal weer vele honderden kilometers slijten tussen Breda en Brouwershaven. Vol verwachtingen richting het Rat Verlegh Stadion en met een prettige ervaring rijker terug naar huis.

DIA investeert in de toekomst op sportpark De Gouwen

Terwijl alle leden al waren uitgespeeld dit seizoen, boekte DIA in juni toch nog succes. Op de algemene ledenvergadering stemden de leden in met een contributieverhoging, zodat de vereniging een tweede kunstgrasveld kan aanleggen en de accommodatie kan verduurzamen.

DIA telt ongeveer 950 voetballende leden en dus is het al gauw druk bij de snelgroeiende dorpsclub. Door een structureel gebrek in veldcapaciteit tijdens trainingsdagen en op zaterdag moet er wat veranderen op het fraaie sportpark De Gouwen. Tijdens de algemene ledenvergadering (ALV) op 7 juni gingen de clubleden akkoord met een plan om te investeren in het voetbalcomplex. De contributie gaat iets omhoog, maar mede hierdoor kan de club een fonkelnieuw tweede kunstgrasveld aanleggen én starten met duurzaamheidsinvesteringen. “In tien jaar tijd is ons ledenaantal verdubbeld, maar de accommodatie is daar niet op aangepast en de leden hebben bij de aanstelling van dit bestuur in oktober 2017 gevraagd om daar wat aan te veranderen”, aldus voorzitter Edwin Provoost. “Er is nu onvoldoende ruimte om te trainen, de natuurvelden raken overbelast en tegenstander klagen terecht over de matige kwaliteit van de velden. Als we niets doen blijven deze problemen bestaan.”

NIEUW KUNSTGRAS
Maar bij DIA zit men niet stil. In de zomer van 2020 is het gras op veld 2 vervangen door nepsprieten, waardoor die mat voortaan 1.500 uur per jaar bespeelbaar is door de vele teams die de club telt. Bovendien wordt de toplaag van het huidige veld in 2020/2021 vervangen door de gemeente. Daarnaast wil de club veel energie gaan bezuinigen door de lichtmasten te voorzien van ledverlichting en door zonnecollectoren te plaatsen op het sportpark. “Vroeger kon je als club je hand opsteken bij de gemeente, nu moeten we met DIA zelf alle zeilen bijzetten om dit te realiseren, maar dat gaat ons zeker lukken”, aldus Provoost, die tijdens deALV kon rekenen op een ruime meerderheid die applaudisseerde voor de plannen. “We investeren flink en doen dit vanuit een mooie gedachte: ervoor zorgen dat iedereen met een grote glimlach rondloopt bij DIA en kan voetballen op goede velden. Zo willen we ervoor zorgen dat de basisbehoefte is geborgd: alle teams van DIA minimaal tweemaal in de week kunnen trainen. Teteringen blijft de komende jaren nog groeien en in het seizoen 2025/2026 heeft onze club naar schatting 1.200 spelende leden. We moeten klaar zijn voor de toekomst.”

In 2020 bestaat Duc In Altum, dat staat voor: wij zullen steeds hoger gaan, 75 jaar en Provoost kijkt hiernaar uit. “Ongetwijfeld gaan we dit heugelijke feit goed vieren, maar nog meer kijk ik uit naar de aanpassingen aan onze accommodatie. En als kers op de taart: we gaan starten met VoetbalTV. Camera’s op 3 van onze velden fi lmen in de toekomst live alle wedstrijden. Mensen kunnen live online meekijken met de duels, trainers en technische commissie kunnen spelmomenten met elkaar en spelers bespreken.” Provoost is daarnaast tevreden over de ontwikkeling die de diverse teams van DIA doormaken en uiteindelijk de voeding van de jeugd aan de selectie van DIA. “We zijn trots op de vereniging en op alle vrijwilligers die het allemaal mogelijk maken en daarom zijn het verder operationaliseren van het vrijwilligersbeleid en het uitbouwen van de sponsorcommissie en -beleid belangrijke speerpunten.”

OHVV met oude vertrouwelingen zaterdag in

0

“Voor OHVV is dit een revolutie”, zei voorzitter Karel van Suchtelen, kort nadat zijn club had besloten de zondag als speeldag in te ruilen voor de zaterdag. De enige club op zondag op Voorne-Putten is nu ook ‘om’.

“Het verdient allemaal geen schoonheidsprijs”, wijst hij op de handelwijze van de KNVB, die volgens hem het voetbal op zondag heeft doodgemaakt. “Ik kan er een boek over schrijven, maar dat doe ik niet. Dat is zonde van de energie. Die energie hebben we nodig om alles goed op poten te zetten op zaterdag.”

OHVV besloot dit seizoen al vroeg het besluit naar buiten te brengen dat zij in navolging van alle andere voormalige zondagclubs op het eiland om de zondag de rug toe te keren. “Hoe de laatste jaren de competitie was georganiseerd heeft het proces wel versneld,” geeft Van Suchtelen toe. “Dat laatste jaar was een drama. Twee competities. Drie weken op rij spelen, twee weken niet.”

Als gevolg van de overstap moest OHVV afscheid nemen van Mitchel van Gastel, die op zaterdag bij de jeugd van Sparta werkt. Mark van Os moet de club uit Oudenhoorn de nieuwe episode inloodsen. Hij doet dat met een groep talenten maar hij kan ook rekenen op oude vertrouwelingen. David Keijzerwaard (negende seizoen), Aaron van der Steen (zesde seizoen), die als penningmeester ook de financiën van de club in de gaten houdt, en Mico Milojevic (vijfde seizoenen) moeten de dragers van het nieuwe OHVV worden. Chris Peters, die na dertien jaar afscheid nam, bekleedt komend seizoen de rol van assistent-trainer. Jarno Huysman keerde terug op het oude nest als speler. De kampioen van 2015/2016 (derde klasse) ruilt het witte shirt in voor het gele van OHVV.

Gabriëls en Beek Vooruit houden elkaar klaarwakker

Het klikt tussen Arno Gabriëls en Beek Vooruit. De hoofdtrainer gaat zijn zesde seizoen in bij de trots van Prinsenbeek en ziet nog genoeg mogelijkheden om te groeien. Hij hoopt komend seizoen een periodetitel te pakken in de tweede klasse.

De spelers en trainer waren overtuigd: ze wilden samen ook een zesde seizoen in. Een dergelijke periode zie je niet vaak in het voetbal, maar Arno Gabriëls (52) is ervan overtuigd dat hij Beek Vooruit nog verder kan helpen. “Je moet ervoor zorgen dat je elkaar niet in slaap sust, dat doe je bijvoorbeeld door nieuwe trainingsstof- en methoden in te voeren of andere dingen aan te passen. Ik verwacht komend seizoen een professionalisering van mijzelf en de spelersgroep.”

Wat hij daarmee bedoelt? “Dat spelers zich niet voor elk wissewasje afmelden, een weekendje weg met familie of vrienden moet maar buiten het seizoen of in de vrije weekenden gepland worden. Daarnaast ga ik zelf meer op de details zitten. Als ik hoor dat Liverpool zestien varianten van een inworp kent, dan valt daar voor ons nog een wereld te winnen.”

ORGANISATIE
Ook verwacht hij van de vereniging een stap extra. “Alles om de selectie heen moet goed geregeld zijn. De spelers moeten zondag op de club komen en dan moet alles klaarliggen en georganiseerd zijn. We willen professioneler worden en steeds meer specialisten bij de selectie betrekken.”

Na vijf jaar treedt het gevaar op dat de spelers en trainer te dicht naar elkaar zijn gegroeid. Gabriëls is daar niet zo bang voor. “Ze weten wat ze aan mij hebben, wat ik van ze verwacht. Ik sta een overwinning met ze te vieren, maar eis op dinsdagavond weer volledige inzet. Als een speler slecht speelt, weet hij dat ik hem ernaast kan zetten. Ik ben degene die de beslissingen neemt. De rolverdeling is duidelijk.”

OVER-MIJN-LIJK
Het doel voor komend seizoen is een periodetitel. “Als ik zie hoe wij presteerden tegen de topploegen afgelopen jaren, dan deden we steeds tot de laatste minuut mee om de punten. We waren nooit kansloos, wonnen van Kruisland zelfs met 6-2. Het is alleen te wisselvallig, een week later kunnen we met 5-0 bij VOAB verliezen.” Hij wil dat zijn spelers uit een ander vaatje gaan tappen als het voetballend niet lukt. Dat miste hij afgelopen seizoen, hij is dan ook niet tevreden met de achtste plaats. “Dan zal het op strijd aankomen, moet je alles uit de kast halen om toch de punten binnen te slepen. Je moet die over-mijn-lijk-mentaliteit in je donder hebben.”

Het is duidelijk dat Gabriëls weet waar de winst te behalen valt. Hij voelt zich thuis in Prinsenbeek. De trainer woont inmiddels in het dorp, voetbalt zelf in het zaterdagteam met onder meer zijn broer en geniet nog elke training van de selectie. “De opkomst is echt heel goed, sommige jongens hebben afgelopen seizoen maar twee trainingen gemist. De motivatie is ook hoog, het zijn vrienden, maar ze zijn niet bang elkaar verrot te schelden als het niet loopt. Als je elkaar niets durft te zeggen, ga je nooit vooruit.”

Volgens Gabriëls blijft iedereen, daarnaast krijgt hij er wat krachten bij. “De spelers zijn op elkaar ingespeeld en gewend geraakt aan het niveau van de tweede klasse. Dit wordt een mooi jaar om te kijken waar onze grens ligt.”

Zwartewaal zit diep van binnen bij Peter Looij

0

Peter Looij staat erop om met het clublogo van voetbalvereniging Zwartewaal op de foto vereeuwigd te worden. “Deze club betekent heel veel voor mij”, zegt hij als zijn oog valt op de twee sterren in het logo.

Daar wil hij meer van weten en gelukkig zijn Jan Boers en Reyn Geilvoet, respectievelijk coördinator horeca en terrein/materiaalman, in de buurt. “Die twee sterren staan voor onze topscorer met twee doelpunten en die ene voor onze andere met één doelpunt”, lacht Boers zelf nog het hardst om zijn grap. “Nee joh”, valt Geilvoet hem in de rede. “Dat is voor het winnen van de Roteb Cup.”

Humor, jezelf niet al te serieus nemen, maar ook diepe verbondenheid. Dat is vv Zwartewaal. Looijs vader was in 1976 één van de twee oprichters van de club. “Ik zie hem nog binnen komen. Met tranen in zijn ogen, tranen van geluk. Zwartewaal heeft weer een voetbalclub, zei hij.”

In het clubhuis loopt Looij (63) naar een foto uit de jaren tachtig. “Kijk, dat kleine mannetje ben ik”, zegt hij als hij naar een elftalfoto van Zwartewaal 1 wijst. “Ik was rechtsback, een terriër. Echt goed voetballen kon ik niet, maar ik had wel een enorme inzet.”

Inzet is ook datgene wat hij van zijn spelertjes vraagt als coach en trainer van de JO13 van Zwartewaal. Hij staat bekend als iemand die altijd positief coacht. “Talent of niet, ik verlang van die gastjes wel dat ze hun best doen. Dat als ze de bal verliezen hun uiterste best doen om de bal weer terug te veroveren. Als ze dat niet doen, kan dat ze wel eens op een wissel komen te staan.”

Zelfs zijn eigen zoon ontkomt dat niet aan de toorn van zijn vader. “Ik maak geen uitzondering en al helemaal niet bij hem. Hij kan goed voetballer, maar niemand krijgt een voorkeursbehandeling.”

Volgens Looij kan dat ook niet bij Zwartewaal, waar ze blij zijn met één team per leeftijdscategorie. “Doordat wij klein zijn en altijd in deze situatie zitten beseffen wij als club altijd heel goed waar het echt om gaat: plezier. Dat staat ook voorop. Bij training en wedstrijden. Systemen? Nee joh. Ik zou niet willen om ze in een keurslijf te drukken.”

“Het gevolg van het feit dat we maar één team hebben in een leeftijdscategorie is dat je alle niveaus hebt. Je hebt spelers die aardig tegen een bal kunnen trappen en je hebt er die minder getalenteerd zijn.”

“Nou en!” geeft Looij zelf het antwoord. “Dan lopen de beteren maar wat harder voor de minderen. Zo werkt dat in de maatschappij ook.”
Hij geniet van de progressie van zijn jongens, die voor de winterstop kampioen werden van de zevende klasse en na de herindeling in de subtop spelen in de vijfde klasse. Volgend seizoen ‘groeit’ hij mee naar de JO15.

Hij moet er niet aan denken als Zwartewaal geen voetbalclub meer zou hebben. “De voetbalvereniging vertolkt een belangrijke sociale en maatschappelijke functie.” Hij kan het weten want hij is sinds een jaar of twaalf beheerder van dorpshuis De Gaffelaar in zijn geboorteplaats. “Er komt hiernaast een nieuwe wijk. Zeker tachtig woningen. Dat betekent ook nieuw en vers bloed voor de club.”

Ton de Peijper: ‘Beek Vooruit voelt als thuis’

Ton de Peijper is weer terug bij Beek Vooruit. Hij is nooit écht weggeweest, maar was in zijn tijd als secretaris van de BAK van Boemeldonck wel enige tijd verdwenen als vrijwilliger. De club zit altijd in zijn hart en de lokroep van het huidige bestuur was dan ook niet te weerstaan voor de Bekenaar.

Op zijn 10de werd de nu 58-jarige Ton de Peijper al lid van Beek Vooruit. Hij voetbalde er tot zijn 39ste, maar werd op zijn 15de ook al leider. Een geboren vrijwilliger, zo lijkt het. “Een vriend van me was net 18 en mocht leider worden, ik hielp hem daarbij. Het mooie aan vrijwilligerswerk is de waardering die je krijgt. En dan heb ik het niet over een vergoeding of medailles, maar over de persoonlijke waardering: mensen die naar me toe komen en vertellen hoe leuk ze het hebben gehad toen ik leider was.”

BAK
Tot zijn vijftigste vervulde De Peijper zo’n beetje alle denkbare vrijwilligersrollen op De Heikant. “Ik heb in de kantine gestaan, ben jeugdleider, trainer, leider van het eerste, bestuurslid en voorzitter van de technische commissie geweest. Noem maar iets op en ik heb het wel gedaan.” Tot hij negen jaar geleden gevraagd werd als secretaris van de BAK van Boemeldonck, de carnavalsstichting van Prinsenbeek. Wie uit de regio komt, weet dat carnaval in het dorp een ongekend groot feest is. “Als bestuurslid van die stichting hou je weinig tijd over, toen is mijn betrokkenheid bij Beek Vooruit wat minder geweest.” Vorig jaar stopte hij, waarna de voetbalvereniging hem al snel weer wist te strikken. “Ik heb ze geholpen bij het organiseren van een activiteit ter ere van het jubileum op het sportpark, Beek Vooruit zat vorig jaar een halve eeuw op De Heikant.”

DRUK, DRUKKER, DRUKST
De Peijper, wiens zoon bij Beek Vooruit voetbalt, werd vervolgens benaderd door het bestuur om eens mee te denken over de problemen waar een voetbalvereniging tegenwoordig mee te kampen heeft. “Veel mensen in Prinsenbeek zijn echt bereid om wat voor de club te doen, maar door het drukke leven willen ze minder taken tegelijk op zich nemen. Het gevolg is dat de klusjes die blijven liggen, bij een select groepje vrijwilligers op het bordje komen. Die mensen krijgen het dan nog drukker.”

Hij vertelde het bestuur een half jaar rond te willen kijken, om met leden in gesprek te gaan en te luisteren naar hoe zij denken over de gang van zaken. Dat heeft hij het afgelopen half jaar gedaan, waarna hij met een advies kwam. “Waarom zo star vasthouden aan de splitsing tussen senioren en jeugd? Als je bijvoorbeeld wedstrijdcoördinatoren hebt, moet je die niet zien als twee groepen, maar als één geheel. Een wedstrijdcoördinator die een keer liever op zondag bij de senioren zit dan op zaterdag bij de jeugd, dat moet toch kunnen? Ze doen in principe hetzelfde werk, die splitsing moet niet te stug zijn naar mijn idee.”

Om zijn plannen tot uitvoering te brengen, is De Peijper toegetreden tot het bestuur als secretaris. “We zijn nu bezig om het handjes en voetjes te geven. “ Hij vindt het ook van groot belang om vrijwilligers echt waardering te geven. “Ze moeten de aandacht krijgen die ze verdienen. De een heeft genoeg aan een schouderklopje, de ander aan een luisterend oor en weer een ander wil resultaat zien van zijn opmerkingen. De maatschappelijke carrière staat bij iedereen voorop, maar het vrijwilligerswerk kan een heel voldaan gevoel geven.”

THUIS
Hij hoopt een kettingreactie te creëren, waarbij het enthousiasme van de ene vrijwilliger, de ander aansteekt om ook wat te doen. “Als ik bij Beek Vooruit kom, voelt dat echt als thuis. Dat gevoel moet iedereen uit Prinsenbeek hebben, een dorp dat toch draait om al die verenigingen. Beek Vooruit moet niet alleen een plek zijn waar gevoetbald wordt, maar ook een plaats waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, gezellig samen kunnen zijn. Dan worden ze vanzelf ook enthousiast om iets voor de club te doen.” De Peijper is terug bij Beek Vooruit en vol enthousiasme. “Het is heerlijk om op zaterdagochtend met het fietsje naar de club te rijden en dan tussen al die velden door te lopen en al die activiteit en mensen te zien. Daarom kom ik graag naar De Heikant.”

Aartsen kersverse hoofdsponsor Beek Vooruit

Aartsen, voorheen Aartsenfruit, is de kersverse hoofdsponsor van voetbalclub Beek Vooruit in Prinsenbeek. Vanaf 1 augustus zal de selectie van Beek Vooruit nonstopfresh voetballen in het Aartsentenue. De beklonken sponsordeal heeft een looptijd van drie jaar, met de intentie om daarna nog twee jaar bij te tekenen.

Al jaren is Aartsen betrokken als subsponsor bij Beek Vooruit en het bedrijf zal vanaf nu als hoofdsponsor aan de club verbonden zijn. De internationale onderneming draagt lokale bedrijvigheid en -verenigingen een warm hart toe en gaat maar al te graag deze sportieve sponsoring aan. Een belangrijk onderdeel van de hoofdsponsoring is het nonstopfresh Aartsen-tenue. Zowel het eerste als het tweede herenelftal wordt door Aartsen gekleed, net als het eerste dameselftal, het eerste juniorelftal en het G-team.

AARTSEN KIDS FOUNDATION
Aartsen doet meer. Naast bovengenoemde sponsoring, houdt Aartsen zich met talloze projecten bezig, gericht op het welzijn van kinderen onder de naam Aartsen Kids Foundation (AKF). Met het concept ‘stoergelukkig’ geeft AKF het leven van kinderen een positieve draai en inspireert hen bewustere keuzes te maken op gebied van voeding, natuur, gezondheid en welzijn.

OVER AARTSEN
Recent onthulde het internationale bedrijf in Breda een nieuwe, maar vertrouwde naam: Aartsen (voorheen Aartsenfruit). Met de naam Aartsen gaat het bedrijf terug naar de wortels en de naam van oprichter Jan Aartsen. Hij startte in 1907 met een groente- en fruitkar voor versgoed in Breda. Als het om vers gaat, gaat Aartsen anno 2019 het verst van allemaal. Met vestigingen in Breda, Venlo, St. Katelijne-Waver en Hong Kong is Aartsen de gatewayvoor verse groenten en fruit. Ook als je kijkt naar de nonstopfresh facts. Zo vermarkt Aartsen 25 miljoen dozen groenten en fruit per jaar, waaronder 15.000 rijpdozen bananen per week voor 650 verschillende producenten wereldwijd. Er werken 200 mensen, verdeeld over 4 locaties, die samen goed zijn voor 3.500m2 kantoorruimte en 30.000m2 warehousing.

DROOMSPONSOR
Beek Vooruit is ‘erg trots op deze duurzame overeenkomst’, zo laat voorzitter Jan Hoppen weten. “Een geweldige creatieve inspanning van onze sponsorstichting heeft een voor Beek Vooruit gedroomde hoofdsponsor opgeleverd. Wij willen de naam Aartsen op sportieve, maar zeker ook ambitieuze manier uitdragen. Het past in de doelstelling van Beek Vooruit om als voetbalvereniging bij de beste 10 procent van Nederland te willen horen. Wij hebben als Beek Vooruit echter ook de verantwoordelijkheid om een echte meerwaarde te zijn voor onze sponsors. Bij Aartsen is er altijd plaats voor jonge en ambitieuze nieuwe medewerkers. Het is onze ambitie om als voetbalvereniging onze sponsors actief te helpen bij het vinden van die nieuwe medewerkers. Wij zullen daar proactief mee aan de slag gaan.”

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.