Home Blog Pagina 1213

Interne scouting bij TSC: iedereen op zijn niveau

TSC is trots op de structurele plek in de top 100 jeugdopleidingen van Nederland en zet stappen om die kwaliteit te behouden. Sinds drie jaar is de interne scouting actief, waardoor iedere voetballer gegarandeerd op zijn niveau speelt. Wilfred de Jong is de organisator van dat concept en spreekt er vol enthousiasme over.

Voetbalvereniging TSC is ambitieus, of het nu om de seniorenselectie of de jeugdopleiding gaat. De club uit Oosterhout wil zijn leden de beste kwaliteit bieden. De interne scouting binnen de jeugdopleiding hoort daar sinds drie jaar bij. “We hadden al langer de wens om iets met de scouting te doen”, vertelt Wilfred de Jong, die een groep van in totaal zeven interne scouts aanstuurt. “Dat is ingegeven door twee factoren: we kwamen hier en daar weleens een pareltje in een lager team tegen, die eigenlijk al te lang onder zijn niveau speelde. Dat kwam dan omdat hij bijvoorbeeld later is ingestroomd en wij daar geen zicht op hebben gehad. Daarnaast wordt er bij TSC weleens geshopt door betaald voetbalorganisaties. Dat gat moet opgevuld worden, dan is het handig als wij weten welke speler in aanmerking komt om doorgeschoven te worden.”

SCOUTS
De Jong was al onderdeel van de technische commissie binnen de club en ging aan de slag. Hij keek onder meer rond bij JEKA in Breda, dat een soortgelijk concept gebruikt. Inmiddels staat de interne scouting van TSC als een huis. De Jong stuurt een groep van scouts aan die van de JO10 tot en met de JO15 wedstrijden bekijkt. Elk team wordt drie keer per seizoen bekeken, door drie verschillende scouts. Zo wordt de objectiviteit gewaarborgd. Iedere scout heeft zelf gevoetbald of is trainer geweest. “De selectieteams laten we buiten beschouwing, daar hebben we al afdelingscoördinatoren en de trainers voor. De talenten in die teams kennen we al goed.”

De instroom binnen de JO17 en JO19 is verwaarloosbaar en TSC vindt het te vroeg om op jongere leeftijd dan de JO10 te scouten. Aan het einde van ieder seizoen volgt het selectieproces, waarin jongens die kans maken doorgeschoven te worden naar een selectieteam een uitnodiging krijgen voor wat trainingen en wedstrijden. “Wij letten wel op dat we daar niet te veel spelers voor uitnodigen, dan moet je uiteindelijk alleen maar meer jongens teleurstellen en dat willen we niet.”

KRUISING
De technische coördinatoren en trainers van de selectieteams hakken de knopen door. De geluiden vanuit TSC zijn tot nu toe erg positief. “We zorgen er op deze manier voor dat we geen spelers rond hebben lopen die onder hun niveau spelen, daar iedere keer drie man uitspelen en de bal in de kruising schieten. Dat is één wedstrijd leuk, maar eigenlijk gewoon zonde.”

Een ander voordeel voor TSC is dat ouders nu weten dat hun kinderen echt kundig beoordeeld zijn. “We kunnen goed beargumenteren dat we ze bekeken hebben, door drie paren ogen op drie verschillende momenten. Door die uitleg hebben ouders er sneller vrede mee. Als wij iemand vragen, denken we ook echt dat hij een kans maakt.”

Ton Cornelissen heeft ‘enorm veel zin’ in komend seizoen bij TSC

TSC heeft met Ton Cornelissen een brok ervaring binnengehaald voor komend seizoen. De hoofdtrainer kent het klappen van de zweep, werkte de afgelopen jaren bij Kozakken Boys en is actief in de scouting van RKC Waalwijk. Zijn Oosterhoutse roots en de uitstraling en ambitie van TSC overtuigden hem voor de gepromoveerde Tavenu Sparta Combinatie te kiezen.

Het zijn drukke weken voor Ton Cornelissen. Door de plotselinge promotie van RKC naar de Eredivisie draait hij overuren. Hij is continu op jacht naar voetbaltalent om RKC te versterken. “Daarom voelde ik ook dat het te veel werd bij Kozakken Boys. Ik heb daar hartstikke mooie jaren gehad, maar drie keer per week trainen in combinatie met de wedstrijd op zaterdag én RKC zorgde ervoor dat het te druk werd.”

AMBITIE
Toen de mogelijkheid om hoofdtrainer van TSC te worden op zijn pad kwam, moest hij dan ook even nadenken. Toch tekende hij. “Twee keer per week trainen, maar wel bij een ambitieuze club: het klopt gewoon.” Hij kijkt ernaar uit om met TSC in de tweede klasse aan de slag te gaan. “Deze club hoort op een hoger niveau dan de derde klasse te spelen en wil dat ook. Ik heb de afgelopen maanden mijn vrije uren benut om TSC eens goed door te lichten en het ziet er goed uit. Ik ken de club sowieso al vanuit mijn Oosterhoutse jeugd, daarnaast lopen er veel bekenden van me rond. In de jeugd zit echt veel potentieel en er werken vakbekwame mensen. De randvoorwaarden zijn goed en de accommodatie is piekfijn in orde. De ambities van de club spreken me ook aan, het is een enorm mooie uitdaging.”

Hij lichtte de selectie door, keek afgelopen seizoen al wat wedstrijden van 1, 2 en jeugdteams en zag genoeg kwaliteit rondlopen. “Hiermee kun je het ook in een tweede klasse goed doen.” Hij kijkt eerst naar de jeugd, voor hij zijn netwerk benut om eventuele buitenkansjes aan te trekken. “Als we iets missen in het team en dat ook niet rondloopt in de jeugd, gaan we pas verder kijken.”

AANVALLEN
Cornelissen omschrijft zichzelf als een ‘zeer gedreven trainer’. “Ik heb een duidelijke visie, ben helder in mijn communicatie en ga van mijn eigen kracht uit.” Het zal even omschakelen worden voor Cornelissen, die met Kozakken Boys in de top van de Tweede Divisie speelde. “Maar het spelletje komt op hetzelfde neer. Ik wil met mijn team verzorgd voetbal spelen, met veel druk naar voren, maar het moet wel in balans zijn. Ik wil zo aanvallend mogelijk voetballen, maar niet als dat onverantwoord is. Als je niet kunt winnen, moet je zorgen dat je niet verliest.” De 55 jarige oud-topscorer van NAC Breda kijkt uit naar zijn nieuwe klus. “Ik heb enorm veel zin en vertrouwen in deze uitdaging. We gaan proberen TSC terug omhoog te helpen.”

Multicultureel PCP eindelijk terug in de vierde klasse

Toen PCP in 2010 kampioen werd in de vijfde klasse, stond Perry van Schijndel (22) als kleine jongen langs de lijn. Afgelopen seizoen was hij zelf onderdeel van de spelersgroep die ervoor zorgde dat de Bredanaars eindelijk weer terugkeren naar de vierde klasse.

Perry van Schijndel groeide op in de buurt van Sportpark Lage Kant en liep als klein mannetje al rond bij PCP, die club die hij een warm hart toedraagt. “We zijn geen grote, maar wel een hechte club”, zegt de Bredanaar, die altijd wandelend naar de trainingen liep. “Het is altijd gezellig bij de vereniging, de sfeer is heel relaxed. Toen ik jonger was, had PCP wat meer jeugd. Helaas hebben we nu nog maar twee jeugdelftallen. Maar toch zijn er altijd weer senioren die het leuk vinden om bij onze mooie club te komen voetballen en de meesten gaan er ook niet meer weg.”

MULTICULTUREEL TEAM
Van Schijndel was de afgelopen jaren niet altijd zeker van een basisplaats in het eerste, maar was afgelopen seizoen wel een belangrijke schakel in het team van Peter Maaskant, dat glorieus kampioen werd in het vijfde klasse B. PCP hield concurrent FC Dordrecht Amateurs op vier punten en het doelsaldo van 92 om 32 was indrukwekkend. Het team baarde opzien doorde vele technische jongens, die allemaal andere roots hebben. PCP bestaat behalve uit een groepje Nederlanders uit een Pool, Mexicaan, Portugees, Nigeriaan, een Nederlandse Antiliaan en Fransman. Daarnaast herbergt de selectie uit enkele spelers met Marokkaanse of Turkse roots.

“In besprekingen is de voertaal af en toe Engels en dat gaat soms moeizaam. Maar als het balletje rolt, gaat alles vanzelf”, aldus Van Schijndel. “We barsten van de individuele kwaliteiten en dat hebben we ook bewezen. Maar eigenlijk hadden we nog veel meer goals moeten maken, want de meeste potjes wonnen we best overtuigend. Onze laatste man heeft geloof ik tien keer gescoord, dat zegt genoeg.”

Zelf maakte de rechtsback ‘slechts’ twee doelpunten, maar Van Schijndel speelde niet het hele seizoen in het eerste. “Ik heb een tijdje in het vijfde gespeeld bij mijn vrienden toen ik mijn basisplaats kwijt was, maar op verzoek van mijn trainer heb ik de laatste twaalf wedstrijden weer meegedaan.

Ik vind het leuk om in het eerste te spelen, maar ik doe net zo graag een potje met het vijfde mee. Als ik maar 90 minuten kan voetballen, dat vind ik het belangrijkste. Voetbal is namelijk mijn alles, het liefst speel ik zeven dagen per week. Ik heb bijna geen training gemist dit jaar en ook nu het seizoen voorbij is, ben ik veel buiten te vinden om te voetballen.”

Als supporter was Van Schijndel erbij toen PCP in 2010 kampioen werd in de vijfde klasse. In 2012 daalde Postcunt Concordiam Pulchra weer af naar de vijfde klasse en sindsdien speelden de groen-witten tot dit seizoen onafgebroken op dit niveau.

“Het is bijzonder dat ik nu als speler het kampioenschap kon vieren”, aldus de clubman. “We hebben bij PCP een mooi kampioensfeestje gevierd. Er was vuurwerk toen we met de schaal aankwamen op het sportpark, erg gaaf om mee te maken.”

PCP moet zich kunnen handhaven in de vierde klasse, zo denkt Van Schijndel. “We hebben kwaliteit genoeg om in de middenmoot te eindigen, maar laten we ons eerst maar zo snel mogelijk veilig spelen.”

Vertrekkende Jonathan van Eerd verlaat UVV’40 door de voordeur

Met een dubbel gevoel verruilt Jonathan van Eerd (24) deze zomer UVV’40 voor Almkerk. De spits vindt het moeilijk om na drie seizoenen de club uit Ulvenhout te verlaten, maar de ambitieuze spits heeft ook enorm veel zin in een nieuw avontuur in de eerste klasse van het zaterdagamateurvoetbal.

Er waren vier clubs die in de slotfase van het afgelopen seizoen hengelden naar de diensten van Jonathan van Eerd. De Bredase goalgetter draaide een goed seizoen met UVV’40 waarin hij veelvoudig scoorde en dat wekte de interesse van Almkerk, JEKA, Sarto en TSC.

“Ik ben ooit begonnen bij Baronie en daarom viel de keuze voor JEKA eigenlijk al af”, zegt Van Eerd. “Ik ben naar Almkerk gereden en daar werd ik direct overtuigd”, zegt de aanvaller. “Almerk trainer Ad van Seeters is een gedreven coach met wie ik graag samen wil werken en ook lijkt het me een mooi avontuur om in het zaterdagvoetbal te spelen. Die wereld is nieuw voor me.”

BARONIE
Van Eerd twijfelde of hij wel wilde vertrekken bij UVV’40. De Bredanaar speelde de afgelopen drie seizoenen met veel plezier in het groene shirt van de Ulvenhouters en bouwde een goede band op met de spelers van de club. Jaren daarvoor, ongeveer tot zijn zestiende, droeg Van Eerd een ander groen tricot, namelijk dat van Baronie.

Bij de Bredase grootmacht genoot hij van een goede opleiding, maar op zijn zestiende stopt hij plots met voetbal. “Op mijn vijftiende werd ik gescout door de KNVB. Dat was leuk, maar hierna was ik een tijdje klaar met de sport. Ik genoot met volle teugen van het studentenleven en de daarbij behorende feesten”, zegt hij grinnikend.

LOYALITEIT
Op zijn negentiende besloot hij toch weer te gaan voetballen en UVV’40 bleek de juiste club voor Van Eerd. Onder leiding van trainer Johan Gabriëls groeide de vereniging uit van een laagvlieger in de vierde klasse tot een stabiele derdeklasser en Van Eerd bleek het scoren nog niet te zijn verleerd. “Gezelligheid en goede prestaties gingen hand in hand bij UVV”, zegt de aanvaller. “Gelukkig bleek ik nog een aardig balletje te kunnen trappen. Het was even wennen, maar ik werd steeds fitter en kon belangrijk zijn voor het team. Ik twijfelde over een vertrek, want ik vind het moeilijk om de groep in de steek te laten, ik ben een loyaal persoon. Maar uiteindelijk heb ik besloten dat ik nu op een hoger niveau aan de bak wil.”

Van Eerd heeft zin in het avontuur bij Almkerk en wil graag het maximale uit zijn voetbalcarrière halen. Nu wél. “Ik heb een best lange periode niet gevoetbald en daarom ben ik nu extra gedreven om optimaal te presteren. Ik wil er alles aan doen om nog op een zo hoog mogelijk niveau te spelen en ben erg benieuwd hoe het me bij Almkerk bevalt.”

De Bredanaar weet niet zo goed wat hem in de eerste klasse te wachten staat, hij laat het allemaal rustig op zich afkomen. “Ik ga hard trainen en hopelijk kan ik ook bij Almkerk veel scoren.” UVV’50 is straks uit het oog van Van Eerd, maar zeker niet uit zijn hart. “Op zondagen ga ik daar regelmatig kijken”, zo besluit hij.

Lorenzo Boudewijns is trots op terugkeer bij zijn Boeimeer

Een oude bekende keert komend seizoen als hoofdtrainer terug op sportpark Heksenwiel. Lorenzo Boudewijns hoopt met het volledig gerenoveerde team van Boeimeer 1 een mooie start te maken in de zaterdag vierde klasse.

Na drie seizoenen Molenschot was Lorenzo Boudewijns toe aan een nieuwe uitdaging als hoofdtrainer. De groei van het zaterdagvoetbal sprak de Bredanaar erg aan en toen bekend was dat ‘zijn’ Boeimeer op die dag ging spelen, wist Boudewijns dat dit zijn kans was. “Ik heb altijd bij Boeimeer gevoetbald, heb er alle jeugdteams doorlopen en debuteerde ooit als vijftienjarig ventje in het eerste”, zo haalt hij herinneringen op. “Mijn trainerscarrière begon ik na mijn spelersloopbaan bij Boeimeer 2 en ik ben er trots op dat ik nu terugkeer bij deze mooie club als hoofdtrainer”, aldus Boudewijns.

VEEL TALENT
Op de achtergrond kreeg Boudewijns mee dat het zijn oude cluppie niet al te best verging de laatste jaren. “Afgelopen seizoen had het eerste structureel te weinig spelers en de trainingsopkomst was dramatisch. Dat doet pijn, want Boeimeer is een grote club met een fraai sportpark. Ik ben blij met de keuze om op zaterdag te gaan spelen en erg enthousiast om aan het nieuwe seizoen te beginnen. Er loopt enorm veel talent rond bij Boeimeer. Sommige jongens stopten of verkasten naar andere clubs omdat ons eerste op zondag speelde, dat verandert nu dus. Voor hen wordt nu een onzichtbare drempel tussen de junioren en senioren weggenomen en daardoor kunnen zij zich blijven ontwikkelen. Ikzelf was dus vijftien jaar toen ik mijn debuut mocht maken in het eerste van Boeimeer en ik voel nog de trots, energie en liefde voor de sport die ik toen voelde.”

PASSIE EN RESPECT
Boudewijns staat bekend als een goede en ook strenge trainer, die zijn elftal wil motiveren. “Bij Boeimeer 1 was er de laatste jaren veel gezeur, maar in mijn team zal er geen plaats zijn voor ego’s. We zijn één team en met veel plezier, passie en respect voor de sport willen we elke zaterdag een mooie wedstrijd spelen.” Achter de schermen is Boudewijns de laatste weken flink bezig geweest om een representatief elftal op de been te brengen en hij is tevreden over de groep die er vanaf augustus staat.

“Jongens uit andere elftallen zijn weer bereid om voor het eerste te gaan spelen en er zijn ook spelers van andere verenigingen die terugkeren bij Boeimeer”, zegt hij. “De hele club moet een boost krijgen door de nieuwe start die we maken.”

De trainer hoopt dat Boeimeer wordt ingedeeld in een competitie met veel lokale tegenstanders. “Hopelijk komen we terecht in een poule met tegenstanders als Oosterhout, The Gunners en Baronie zaterdag. Vroeger was het niveau in het zaterdagvoetbal dramatisch, maar dat is veranderd. Ik denk dat we vol aan de bak moeten en formuleer nog geen doelstelling. We zullen zien waar we eindigen.”

Met Molenschot speelde Boudewijns altijd op zondag. Wat gaat hij nu voortaan doen op de tweede dag van het weekend? “Lekker genieten met mijn gezin”, zegt hij. “Maar ik sta ook regelmatig bij Molenschot langs de lijn. Het is een fantastische club, waar ik graag ga kijken.”

Dion Meyvis luistert naar zijn Boeimeer-hart

Het vlaggenschip van Boeimeer voetbalt vanaf komend seizoen op zaterdag en dat komt Dion Meyvis (22) goed uit. De clubman speelde op die dag al zijn potjes met het derde team en keert na een halfjaar terug in het team waar hij het liefst in speelt: Boeimeer 1.

Dion Meyvis speelt heel zijn voetballende leven al bij BSV Boeimeer. Hij doorliep er alle jeugdteams en na een periode in het tweede werd de verdediger vervolgens een vaste waarde in het eerste team van de blauw-witten. Als laatste man kende hij een fraai eerste seizoen in de hoofdmacht van Boeimeer. Het team eindigde toen als tweede in de vierde klasse, maar hierna was het over met de pret. Het jaar erna finishte de club als tiende, het seizoen erop als twaalfde en afgelopen seizoen pakte Boeimeer als nummer laatst slechts acht punten in die competitie. “Boeimeer heeft veel leden, een mooie historie en een prachtig sportpark. Vroeger in de jeugd speelden we op hoog niveau en het deed pijn dat we steeds verder afzakten”, zegt Meyvis. “Afgelopen seizoen haakte de ene na de andere speler af in het eerste en ikzelf besloot in de winterstop ook om het team te verlaten. Ik vond het leuker om met zaterdag 3 te ballen.”

In dat team spelen de vrienden van Meyvis en de Bredanaar beleefde een mooi halfjaar in het derde elftal van Boeimeer. “Normaal gesproken ben ik verdediger, maar in het derde pikte ik als spits regelmatig mijn goaltje mee”, zegt hij lachend. “Natuurlijk lag het niveau stukken lager, maar het was een leuk halfjaar. In de tweede seizoenshelft heb ik nog wel een paar potjes meegedaan in het eerste team omdat ze standaard spelers tekortkwamen, maar daarin viel weinig eer te behalen. Het was tijd voor verandering.”

Vanaf volgend seizoen waait er een frisse wind door de club. Boeimeer 1 speelt dan in de vierde klasse zaterdag en Meyvis en andere Boeimeer-mannen keren terug in het vlaggenschip van de blauw-witten. “We luisteren naar onze Boeimeer-harten en willen de club weer vooruithelpen”, zegt hij. “Lorenzo Boudewijns ken ik goed, hij is een fi jne trainer die je weet te motiveren.

Hij gaat als nieuwe trainer de club zeker helpen. Ik raakte tijdens een gesprek met hem erg enthousiast: met een vernieuwde selectie hopen we de club weer op de kaart te zetten. Mijn vrienden van het derde snappen dat ik terugkeer naar de selectie. Ze weten dat ik het liefst op een zo hoog mogelijk niveau speel.”

Wat verwacht Meyvis van het voetbal in de zaterdag vierde klasse? “Ik denk dat we veel tegen dorpsclub spelen en vaak zijn dat pittige potjes”, zo weet Meyvis na vele jaren in Boeimeer 1. “Ik vind het moeilijk om het niveau in te schatten, maar ik denk dat we met onze groep in de middenmoot kunnen eindigen.” Blijft Meyvis spelen als spits of keert hij terug in de defensie? “Ik vind het leuk om aanvaller te zijn, maar ik denk dat de trainer me gewoon weer achterin zet”, zegt hij grinnikend.

Kasper Riemslag trekt zijn been niet terug bij Gesta

Het eerste elftal van RKVV Gesta bestaat voornamelijk uit clubjongens en Kasper Riemslag is één van hen. De 24-jarige middenvelder maakt al jarenlang onderdeel uit van het vriendenteam en hij geniet ervan om bij de vierdeklasser op het randje te spelen. “Ik bezorg mijn tegenstander graag een moeilijke middag.”

Kasper Riemslag is blij dat het seizoen erop zit. De middenvelder verschijnt altijd met veel plezier voor trainingen en wedstrijden op de club, maar vindt het fijn dat het zomerstop is. Wie het stressvolle seizoenslot van Gesta analyseert, kan inderdaad begrijpen dat ze bij Galder En Strijbeek Ten Aanval blij zijn dat er even niet gevoetbald wordt. De rood-witten bungelden een lange periode onderaan de ranglijst, maar slaagden er op de allerlaatste speeldag in om zich rechtstreeks veilig te spelen in de vierde klasse. “Het was een behoorlijk hectisch seizoen dat gelukkig op een mooie manier eindigde”, zegt Riemslag. “Het was spannend. Het verschil tussen de nummer laatst en negen was slechts twee punten, met Gesta eindigden we door ons goede doelsaldo op de veilige elfde plaats.”

FYSIEK VOETBAL
Riemslag is niet vies van een fysiek potje voetbal, net als zijn meeste teamgenoten. “Bij Gesta spelen we goed als we er met z’n allen stevig tegenaan gaan, inzet is belangrijk”, zo analyseert de middenvelder het elftal waar hij al een aantal jaren in speelt. Als middenvelder speelt hij regelmatig op het randje. “Ik wil graag mijn tegenstander een moeilijke middag bezorgen door hem uit te schakelen op een faire manier, maar soms pak ik geel. Volgens mij had ik dit seizoen een stuk of negen gele kaarten, maar ik houd het niet helemaal bij. Onze leider gelukkig wel, die laat het me weten als ik weer eens geschorst ben”, zegt hij grinnikend. Net zoals de meeste spelers van het vlaggenschip is Riemslag van jongs af aan lid van de gezellige dorpsclub, waar het volgens hem erg sfeervol is. “Gesta is een mooie en hechte club. Iedereen kent elkaar en het eerste is een soort vriendenteam. Maar zelden vertrekt er iemand bij de vereniging en ikzelf zou ook nergens anders willen spelen: Gesta is mijn club.”

In het seizoen 2014/2015 promoveerde Riemslag met Gesta naar de vierde klasse en sindsdien spelen de rood-witten op dat niveau. Kort na dit succes stond Gesta zelfs op de drempel van de derde klasse, maar die historische promotiedroom viel helaas in duigen in de nacompetitie. “Die duels waren geweldig, maar helaas verloren we van NOAD. Ik vind dat Gesta thuishoort in de middenmoot van de vierde klasse, maar vorig jaar hadden we het ook al moeilijk. Via de nacompetitie handhaafden we ons ten koste van PCP.”

In de vierde klasse geniet Riemslag vooral van de derby’s met andere dorpsclubs. “Potjes tegen teams als Achtmaal en RSV zijn leuk: er is dan veel publiek en de thuisspelende club regelt vaak een feestje voor de derde helft. De spelers kennen elkaar en de sfeer is dan altijd goed. Ik speel liever tegen andere kleine ‘boerenclubs’, in plaats van tegen verenigingen uit Breda of Roosendaal. Volgend seizoen staan er ongetwijfeld weer veel leuke derby’s op de kalender.”

Bavels Lisa Jansen: ‘Wedstrijd om nooit te vergeten’

Van een volgepakt sportpark voor een bekerduel tegen Ajax, naar een degradatiekraker met het tweede team: Lisa Jansen kende een bijzonder seizoen. De speelsters van vv Bavel sloot het jaar met gemengde gevoelens af, na een seizoenstoetje met het tweede.

“Ieder potje is een wedstrijd op zich”, antwoordt de 28-jarige vleugelflitser Lisa Jansen op de constatering dat haar seizoen van uitersten aan elkaar hangt. De bekerwedstrijd tegen Ajax van halverwege het voetbaljaar was het absolute hoogtepunt, zelfs een van de mooiste momenten uit haar carrière. “Once in a lifetime. Wij wisten al snel dat Ajax een stip aan de horizon was, gezien onze route in het bekertoernooi. Nadat we ons kwalificeerden voor die wedstrijd, zijn we er iedere dag mee bezig geweest. Steeds was er wel iemand die begon over zaken als wat we konden regelen voor de supporters, onze speelwijze en wie er bij Ajax mee zouden doen.”

KIPPENVEL
De dag zelf werd door Jansen beleefd als een droom, ondanks het resultaat. “Het begon al bij aankomst, hoe het aangekleed was. Het was ook drukker dan ik me voor had kunnen stellen (zo’n duizend toeschouwers waren naar sportpark De Roosberg gekomen, red.), ik liep echt met kippenvel rond. Sjaaltjes, boekjes, spandoeken: aan alles was gedacht. En dan die opstelling van Ajax, ze speelden niet bepaald met een B-ploeg.” Dat Bavel zou verliezen, stond vooraf al vast. De ploeg was echter geenszins van plan zich in te graven. “We hebben 20 minuten leuk meegedaan en daarna werd het een Ajax-show. We hebben dat ondergaan, zijn met drie achterin blijven spelen. We verloren met 0-13, maar dat we de bus niet hebben geparkeerd, siert ons wel denk ik.” De Bavelse dames brachten in juni nog een bezoekje aan een wedstrijd van het Nederlands team op het WK vrouwen. “Als je dan jouw directe tegenstander, Kika van Es, in de basis ziet staan, is het niet zo shocking dat ze me aan alle kanten passeerde.”

TE LAAG
Het bekerseizoen was dus absoluut geslaagd voor Bavel, aan het competitiejaar houdt Jansen gemengde gevoelens over. “We wisten inmiddels dat we hoofdklassewaardig waren en hadden onze ambities dan ook bijgesteld. We wilden in eerste instantie voor de top 3 gaan, later ook voor een periodetitel. Het lag dichtbij elkaar, maar onze zevende plek op de eindrangschikking is te laag gezien ons spel. We hebben het laten liggen tegen de ploegen die op papier minder zijn.” Dat ze zelf tien weken aan de kant stond met een enkelblessure, frustreerde de fanatieke aanvalster enorm. “Ik ben in die periode iedere wedstrijd gekomen om te filmen en heb tijdens elke training wel iets geprobeerd te doen. Dat frustreerde vaak, na een paar rondjes lopen kon ik niet meer verder.”

Ze mocht gezien haar beperkte aantal wedstrijden in het eerste nog meedoen aan de nacompetitie met Bavel 2, die ploeg knokte afgelopen seizoen voor lijfsbehoud in de eerste klasse. Jansen deed ook in die duels haar stinkende best, het maakt voor haar inzet niet uit tegen wie of op welk niveau ze speelt.

Jansen weet dat komend seizoen lastiger zal worden voor het eerste. “Als we echt iets hadden gewild, moest het afgelopen jaar gebeuren. Onze gehele defensie vertrekt en dus moeten we weer gaan bouwen. We krijgen er gelukkig ook wat goede speelsters bij, dus we gaan niet in de problemen komen. Hopelijk kunnen we binnen drie jaar onze ambitie bewerkstelligen: promoveren naar de topklasse.”

Ronald de Ruyter maakt binnen én buiten het veld meters voor Groen Wit

Groen Wit heeft absoluut geen tekort aan spelers en ook sportief gaat het de Bredase club uit de wijk Princenhage voor de wind. Volgens de voetballende penningmeester Ronald de Ruyter kan de vereniging wel een hoop nieuwe vrijwilligers gebruiken.

Ronald de Ruyter is geen speler die tegenstanders passeert met flitsende trucjes of een medespeler vijftig meter verderop aanspeelt met een loepzuivere steekpass. Hij moet het in het veld als linksback vooral hebben van zijn geleverde arbeid en dat doet hij elke zondagochtend graag voor zijn Groen Wit 3. “Ik ben nu 35 jaar en na de wedstrijd heb ik regelmatig last van pijntjes. Ik loop namelijk heel veel en probeer zowel voorin en achterin belangrijk te zijn voor het team”, zegt hij.

Ook buiten de lijnen maakt de Bredanaar veel meters voor de vereniging waarvan hij al vanaf zijn zesde lid is. Als penningmeester regelt hij het innen van de contributie en betaalt hij facturen en daarnaast probeert hij met de andere bestuursleden Groen Wit vooruit te helpen. Qua ledenaantal is dat overigens niet meer de doelstelling. “Op zaterdag hebben we inmiddels een ledenstop. Ons sportpark telt maar twee velden en op de eerste dag van het weekend krijgen we de planning soms al amper rond”, legt De Ruyter uit. “Een derde veld zal er door onze ligging middenin de wijk Princenhage nooit komen en dus is dit de enige optie.”

VRIJWILLIGERS
Op andere gebieden valt er volgens De Ruyter nog een hoop winst te behalen voor Groen Wit. De club schreeuwt om nieuwe vrijwilligers ,op de algemene ledenvergadering kwam dit onderwerp uitgebreid ter sprake. “We streven ernaar dat ieder team twee leiders heeft. Gelukkig is het afgelopen seizoen gelukt om dit voor elkaar te krijgen, maar we missen een heleboel vrijwilligers. Denk aan trainers, mensen die achter te bar willen staan en ga zo maar door. Trouwe clubmensen vervullen nu soms dubbelfuncties omdat taken anders niet worden uitgevoerd en dat is geen goede trend. We hopen dat meer mensen een vrijwilligersfunctie willen vervullen bij Groen Wit. Wellicht is het een idee dat we onze leden op een andere manier benaderen. ‘Wat doe jij voor onze club als je lid wordt?’, is misschien een vraag die we moeten stellen aan nieuwkomers. Zonder vrijwilligers geen club, dat moet iedereen goed beseffen. Ikzelf vind het hartstikke leuk om wat te doen op vrijwillige basis. Ik help de club en dat geeft me een goed gevoel.”

Volgens De Ruyter is Groen Wit ‘een hele mooie club’, die bovendien enorm multicultureel is. “Het derde bestaat uit Nederlanders, Antilianen, Marokkanen, een Syriër en een Chinees. En ook in het eerste team spelen gasten met verschillende nationaliteiten. Ik vind het mooi dat we op zo’n klein sportpark met al die verschillende culturen elk weekend samen genieten van zowel recreatief als prestatiegericht voetbal. Voetbal is voor iedereen, het maakt niet uit welke achtergrond je hebt”, zegt De Ruyter.

De mix van verschillende culturen en voetbaltalent kan leiden tot mooie prestaties, zo bewezen de teams van Groen Wit dit seizoen. Het tweede elftal van de club promoveerde, het eerste liep dezelfde prestatie nét mis en vele jeugdteams werden kampioen. “Sportief gezien hebben we niks te klagen, maar we hopen wel op nieuwe vrijwilligers.”

Martijn van Galen bouwt zonder zijn zoon verder bij Groen Wit

Martijn van Galen behaalde in zijn eerste jaar bij Groen Wit direct de nacompetitie om promotie. Ook komend seizoen staat hij voor de groep bij de derdeklasser, maar hij kan dan niet meer beschikken over zijn eigen zoon Tijn (19), die naar Baronie vertrekt.

Stiekem vindt Martijn van Galen het niet erg dat Groen Wit ook volgend seizoen in de derde klasse speelt. “Uiteraard streef je als coach het hoogst haalbare na, maar ik denk dat promotie niet direct heel positief was geweest voor onze selectie”, zegt de trainer.

“Bij Groen Wit vinden we het belangrijk dat jeugdspelers zo snel mogelijk naam kunnen maken in het eerste team en in de tweede klasse is dat moeilijk. Daarin moet je opboksen tegen grotere clubs met veel middelen: dat was een lastig verhaal geweest. Maar ik baal er ook wel van dat we met 4-2 verloren van Terneuzen. We speelden namelijk goed, we hadden verdiend om een ronde verder te komen.”

KORTE LIJNTJES
Na periodes bij TVC Breda, RBC en Klundert, kreeg Van Galen dit jaar de kans als hoofdtrainer van Groen Wit. De voormalig profvoetballer van onder meer RBC en KV Mechelen kende de club uit Princenhage maar al te goed, omdat zijn eigen zoon al een flinke poos speelde bij de derdeklasser. “Op zaterdag coachte ik Klundert en op zondag stond ik altijd bij Tijn te kijken”, zegt hij. De lijntjes met het bestuur van Groen Wit waren kort en zodoende nam Martijn van Galen dit seizoen de taken over van Osman Erbas. “Met een kleine spelersgroep hebben we maximaal gepresteerd”, zo analyseert de trainer het seizoen.

“We speelden in een zware competitie: het zegt iets dat Waspik met 24 punten onderaan is geëindigd. Met ons technische en aanvallende voetbal hebben we hele goede wedstrijden gespeeld. Sowieso was het een goed jaar voor de club: ons tweede elftal is gepromoveerd naar de eerste klasse, ook een zeer knappe prestatie.”

Groen Wit is een multiculturele club en ook het elftal van Van Galen kent veel nationaliteiten. “Vanwege de Ramadan zijn we aan het einde van het jaar vroeger op de avond gaan trainen. Sowieso is er veel wederzijds respect tussen mij en de spelersgroep. Ik verlang van mijn spelers dat ze hun best doen in de wedstrijden en op trainingen en dat ze meedenken over keuzes die we als groep maken”, zegt de trainer. “Die samenwerking is erg goed en ik ben blij dat ik volgend jaar ook trainer ben van Groen Wit. Als groep kunnen we nog veel progressie boeken.”

De trainer moet het volgend seizoen wel stellen zonder zijn zoon. Tijn, net als zijn vader een rasechte aanvaller, vertrekt naar stadgenoot Baronie. De club had hem al langer op het oog en Tijn treedt met zijn overstap in de voetsporen van zijn vader.

“Baronie is een prachtige club, ik heb er altijd met veel plezier gespeeld en ik begrijp zijn keuze”, zegt Van Galen. “De club had hem al langer op de radar en bij Baronie kan hij erg veel leren. Het niveau ligt er veel hoger dan hier, dus hij zal aan de bak moeten. Ik ben trots op hem. Ikzelf hoop met Groen Wit wederom een mooi jaar te beleven in de derde klasse.”

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.