Home Blog Pagina 1109

Norichio Nieveld: leerling advocaat in de verdediging van Kozakken Boys

Twintig jaar stond voetbal op de eerste plaats bij Norichio Nieveld. Zeven profclubs staan er achter de naam van de centrale verdediger annex verdedigende middenvelder. Sinds dit seizoen komt de dertigjarige Papendrechter uit voor Kozakken Boys, is hij jeugdtrainer en hoopt hij zijn studie Rechten aan de Open Universiteit af te ronden.

WERKENDAM – Tot zijn vijftiende Den Bosch, drie locaties in Rotterdam, Zwolle, Apeldoorn en sinds maart Papendrecht. Norichio Nieveld heeft al op veel verschillende plaatsen in Nederland gewoond. Zijn voetbalcarrière bracht veel verhuizingen met zich mee. “Eigenlijk willen we weer terug naar Rotterdam. Daar hebben we nog geen geschikte woning gevonden. Maar misschien blijven we ook wel hier.”

Samen met Mark Veenhoven, die ook in Papendrecht woont, en Rotterdammer Jeffrey Rijsdijk reist Nieveld vier dagen in de week naar Werkendam. Al in februari maakte Kozakken Boys bekend de ervaren centrale verdediger te hebben gecontracteerd. “In december werd ik benaderd. De voorgaande jaren was er ook al contact. Praten kan altijd, dacht ik. Ik had besloten om niet in Oss bij TOP te blijven. De hoeveel tijd die ik in het reizen, trainen en spelen stak woog niet op tegen de verdiensten. Daarnaast wilde ik mijn studie afronden. Kozakken Boys is een stabiele club in de Tweede Divisie. Twee jaar geleden werden ze bijna kampioen. Ik hoorde ook van andere jongens dat het er professioneel aan toe gaat.”

Hij liet een clausule inbouwen dat het contract werd ontbonden, mocht er alsnog een profclub komen. “Ik heb niets vernomen over interesse. Een nieuwe club uit de Eerste Divisie was voor mij geen item meer. Het buitenland leek de enige optie, maar het bleef stil. Het is goed zo. Ik kan nu ook mooi mijn deeltijdstudie Rechten afronden. Het gaat me goed af. Een dag in de week gaat mijn zoontje van bijna drie naar de opvang. Die dag probeer ik altijd voor mijn studie te reserveren. Op andere dagen maak ik een paar uur vrij.”

MASTER
“Over een halfjaar hoop ik klaar te zijn met mijn bachelor. Dan wil ik doorgaan voor mijn master Rechten. Ik wil graag de advocatuur in. Mijn schoonzus en schoonvader zijn ook advocaat. Toen ik met mijn vwo klaar was, leek het me een mooie uitdaging om in hun voetsporen te stappen. Al moet ik na mijn master eerst drie jaar onder een advocaat werken. Daarna mag ik pas zelfstandig aan de slag.”

Sinds dit seizoen traint hij elke dinsdag en donderdag de Onder 13 van VV Papendrecht. “Van kwart over vijf tot halfzeven. Daarna stap ik direct in de auto om naar Kozakken Boys af te reizen. Ik koos voor de Onder 13 vanwege hun aanvangstijdstippen op zaterdag. Thuiswedstrijden spelen ze om negen uur. Uitduels soms om halfnegen. Dan kan ik altijd ruimschoots op tijd weg voor mijn eigen wedstrijd. Helaas hebben we met de Onder 13 tot nu toe alles verloren. We zijn te hoog ingedeeld, maar ik probeer de sfeer goed te houden.”

Waar hij vorig seizoen bij TOP Oss als verdedigende middenvelder speelde, opereert hij dit jaar bij Kozakken Boys centraal in de verdediging. “Mocht de noodzaak er zijn, kan ik op het middenveld uit de voeten. Waar ik het liefst speel? Bij teams die willen voetballen op het middenveld. Bij teams, die de lange bal hanteren, sta ik liever achterin.” Het spel in de Tweede Divisie beschrijft hij als fysiek. “De Eerste Divisie is al fysiek. De Tweede Divisie is nog een stukje zwaarder op dat gebied. Werken is belangrijk.” Met Kozakken Boys spreekt Nieveld als doel uit ‘bovenin meedoen’. “We willen dit seizoen zo lang mogelijk bijblijven. Dan zien we wel waar het schip strandt.”

FEYENOORD
Op 1 februari 2009 debuteerde Norichio Nieveld op negentienjarige leeftijd voor Feyenoord in de Eredivisie. “Op mijn dertiende ging ik van FC Den Bosch naar Feyenoord. Twee jaar later kwam ik in Rotterdam in een pleeggezin terecht. Een soort appartementencomplex waar voor ons werd gekookt, de boodschappen werden gedaan en kleding en beddengoed werden gewassen. Ook jongens als Luis Pedro, Jonathan de Guzman en Lorenzo Davids woonden daar. Ik had bij Feyenoord pech dat de focus toen nog niet op de eigen jeugd lag. Roy Makaay, Tim de Cler, Kevin Hofland, Feyenoord haalde in die periode best dure spelers die moesten spelen.” Nieveld werd verhuurd aan SBV Excelsior, waar hij drie jaar op uitleenbasis verbleef. De laatste twee seizoenen op Eredivisieniveau. “In die tijd kreeg ik ook de kans om naar het buitenland te gaan. Ik bleef liever in Nederland.”

Hij speelde voor PEC Zwolle, FC Eindhoven, Go Ahead Eagles en TOP Oss. “Mijn beste jaren? Mijn tweede jaar bij Eindhoven, tweede jaar Excelsior en de tweede seizoenshelft bij Go Ahead Eagles. Bij al mijn clubs voelde ik me prettig. Er heerste een goede sfeer, er liepen leuke mensen. Alleen bij Zwolle speelde ik een tijdje niet. Ik dacht er serieus over na om toen al te kiezen voor een maatschappelijke carrière. Of ik achteraf andere keuzes zou maken? Dat is lastig. Waarschijnlijk wel.”

Norichio Nieveld speelde 29 jeugdinterlands voor Oranje. In 2014 maakte hij ook zijn onofficiële debuut voor de nationale ploeg van Suriname. “Dat shirt heb ik nog. Ik heb veel gedragen wedstrijdshirts in een doos verzameld. Door mijn verhuizingen vind ik het risico te groot om ze in te lijsten, haha. Moet ik ze daarna weer in een verhuisbox stoppen. Een doos is praktischer.” Het shirt met rugnummer 23 van Kozakken Boys zit daar niet bij. “Die krijg ik vast nog. Ik heb het goed naar mijn zin bij Kozakken Boys. We hebben nog niet gesproken over het nieuwe seizoen, maar ik sta zeker open voor verlenging.” Wie weet staat er straks echt een advocaat in de verdediging van Kozakken Boys. (SB)

Voor de hele krant van de tweededivisiekrant. Klik hier
Meer informatie over Kozakken Boys? Klik hier.
Klik hier voor een ander artikel over de tweededivisiekrant.
Klik hier voor een ander artikel over Kozakken Boys.

Ariens van GHVV’13 kan niet wachten op eerste goal op nieuw complex

0

Als Stef Ariens begin volgend jaar zijn debuut op het nieuwe complex van GHVV’13 gaat maken, verkeert hij in de wetenschap dat de accommodatie door zijn vader is ontworpen. De aanvaller van het tweede team kan er al reikhalzend naar uitkijken.

Ariens, zeventien jaar en scholier aan het VMBO, wordt er bij tijd en wijlen aan herinnerd dat zijn vader de architect is van het nieuwe onderkomen. “Maar ook als een ander het ontwerp had verzorgd, had ik het erg leuk gevonden om ernaar toe te verhuizen. Een nieuw complex is toch altijd leuk? Ik wil wel weten hoe het is om daar doelpunten te maken.”

Ariens begon zijn voetballoopbaan op jonge leeftijd in Geervliet bij PFC, waarna hij aanmeerde bij HVV Bernisse. Vervolgens speelde hij een jaartje voor zijn huidige club GHVV’13. Brielle was een logische vervolgstap toen bleek dat hij voor een amateurvoetballer best aanleg had. “Die club heeft een goede jeugdopleiding waarin ik een paar jaar heb gespeeld”, vervolgt hij zijn verhaal. “Ik heb er veel geleerd in de hoogste jeugdelftallen, al moet ik zeggen dat ik het niveau best pittig vond. Je speelt divisievoetbal bij Brielle en moet erg hard trainen. Ik ben niet lui maar vond het op een gegeven moment lekkerder om weer meer voor de lol te gaan voetballen. Toen heb ik me bij GHVV’13 aangemeld en ben nu helemaal op mijn plaats daar.”

Zonder dat hij er een sportieve burn-out van krijgt, leeft Ariens zich uit als aanvaller van het tweede elftal. Meestal staat hij op de fl ank, soms ook wordt hij als centrale aanvaller geposteerd. Met zijn snelheid en techniek weet hij de kiezelharde tackles van grote mannen vakkundig te omzeilen. “Ik hoef niet enorm aan te poten”, vertelt de voetballer. “Ik ga lekker mijn gang, ook al heb ik dit seizoen nog maar een paar duels gespeeld. Ik heb mijn hand een tijd terug gebroken en heb dit seizoen nog maar vier wedstrijden kunnen spelen. Ook had ik last van mijn bovenbeen, de blessures kwamen bijna tegelijkertijd en dat was echt heel vervelend. Gelukkig heb ik mijn goaltje wel meegepikt, daar doe ik het eigenlijk voor. Ik ben ooit eens als verdediger uitgeprobeerd door een trainer, wat op zich aardig ging. Maar scoren blijft voor mij het mooiste. Het is het hoogst haalbare op het veld.”

Vader Richard, vertelt Ariëns, traint op woensdagavond bij GHVV’13. Ook pakt hij geregeld een traininkje mee bij prestatieclub Brielle. “Veel clubs in de regio liggen dicht bij elkaar en het komt geregeld voor dat mensen van vereniging wisselen”, zegt de tiener. “Ik doe daar zelf nooit zo moeilijk over. Als je aan iets nieuws toe bent, dan moet je gewoon lekker ergens anders gaan kijken. Ik heb al best wat clubs gehad en heb het overal wel naar mijn zin gehad.”

Hoe lang hij exact overal gespeeld heeft, weet Ariens niet precies. Of het nu drie jaar is of vier: wat doet het er allemaal toe? Liever concentreert hij zich op het maken van goals en momenteel ook het maken van een keuze voor een vervolgstudie. “Ik ben in Ahoy bij een Open Dag van de haven gaan kijken”, besluit de onbezorgde jongen monter. “Ik weet nog niets zeker, maar het was hartstikke leuk.”

Wil je meer informatie over de club GHVV’13? Klik hier.
Lees hier de krant van Voorne-Putten.

Mark van Os loodst OHVV nieuw tijdperk in

Mark van Os (31) is een nog jonge trainer die beleving als handelsmerk heeft. Bij OHVV is hij de architect van een proces dat langzaamaan gestalte krijgt.

Soms, wanneer één van de selectiespelers van OHVV niet in de gelegenheid is de donderdagavondtraining bij te wonen, doet Van Os het aanbod om in de ochtend naar het trainingscomplex te gaan. “Sommige jongens draaien continudiensten en zijn nu eenmaal niet altijd beschikbaar”, zegt hij monter.

“Ramon Delahaye en Jim Baks bijvoorbeeld, kunnen soms in de avond niet. Nou, dan weet ik het goed gemaakt. Dan schuif ik wat met mijn werkuren zodat ik ‘s ochtends training kan geven. Als je wat wilt bereiken met z’n allen, moet ook de trainer laten zien dat hij graag wil. Ik heb het idee dat mijn spelers wel aanvoelen dat ik er helemaal voor ga.”

OHVV is op het eiland Voorne-Putten de club die als laatste de stap van de zondag naar de zaterdag heeft gemaakt. Het zondagvoetbal verloor steeds meer aan belangstelling en prestige, weet ook Van Os, die na zijn vroeg afgebroken voetballoopbaan tien jaar bij Brielle trainer was. “Het voetbal op zondag is helemaal ingekakt”, zegt de trainer treffend. “OHVV is altijd een zondagclub geweest, maar om aantrekkelijk te blijven was een gang naar de zaterdag noodzakelijk. We zijn het afgelopen halfjaar keihard met z’n allen aan de slag gegaan om een waardig eerste elftal te vormen en hebben als bonus nog een goed tweede weten te formeren ook. Het heeft bloed zweet en tranen gekost, maar ik ben blij dat ik de klus aanvaard heb om het proces van vernieuwing te begeleiden.”

De selectie van OHVV bevat nu 32 voetballers, van wie een aantal met Van Os is meegekomen van Brielle. Aanvaller Casper Bredius is een van hen, vertelt hij. “Ik ben bij Brielle actief geweest als jeugdtrainer en trainer van het tweede elftal. In die tijd heb ik met heel wat talenten mogen werken en ik heb tien promoties meegemaakt. Brielle heeft een heel goede jeugdopleiding natuurlijk, ik heb daar echt wel wat opgestoken. Tactische inzichten probeer ik nu over te brengen op de selectie van OHVV. Dat gaat met horten en stoten, maar we maken zeker vorderingen.”

Wanneer de club uit Oudenhoorn haar ambitie om een goede derdeklasser te zijn wil verwezenlijken, is een duidelijke speelstijl een belangrijke bouwsteen. Samen met een stevige dosis bevlogenheid moet het helemaal goedkomen met de club waar Adrie Poldervaart zijn eerste stappen zette.

Dat OHVV in de vierde klasse I bovenin het klassement meedraait, is mooi meegenomen volgens Van Os. “Maar we zijn bezig met een lange termijnplan. We pakken nu al punten maar moeten echt nog veel beter gaan spelen.’’

Van Os stelt dat zijn spelers zichzelf moeten gaan belonen voor de vlijt die ze de afgelopen maanden aan de dag hebben gelegd. Ze mogen zichzelf gaan vermaken en via opwindend combinatiespel tot doelpunten komen. “Dat zit er echt wel in”, besluit de dertiger. “We hebben een jonge groep en de trainingsopkomst is hartstikke goed. We spelen nu nog best rommelig in fases, maar ik voorzie dat ons spel stabieler en attractiever gaat worden. Als je over een jaar kijkt, zijn we alweer een heel stuk verder.

Wil je meer informatie over de club OHVV? Klik hier.
Lees hier de krant van Voorne-Putten.


Anthony van Dongen van Rijnsburgse Boys wil meer uitdaging

Een voorzet met links? Of met rechts? Binnen- of buitenom? Op snelheid of via een trucje? Het maakt Anthony van Dongen niet uit. De tweebenige vleugelspits sloeg een klasse over en is dit seizoen in het shirt van Rijnsburgse Boys te bewonderen in de Tweede Divisie. “Ik kan beter dan wat ik tot nu toe heb laten zien.”

RIJNSBURG – In de C-jeugd van AZ waren ze elkaars concurrenten: Calvin Stengs en Anthony van Dongen. “Twee jaar speelden we samen, maar een vaste basisplaats hadden we niet. Dan speelde hij en zat ik op de bank, dan andersom en de volgende keer stelde de trainer ons allebei op. Calvin is nog steeds een goede vriend. Vooral via social media hebben we contact. Leuk dat hij zich daarna zo heeft ontwikkeld en Oranje heeft gehaald.”

“Bij AZ hadden we een goed team. Teun Koopmeiners, de huidige aanvoerder, was toen al een leider. Met Owen Wijndal zat ik in het busje naar het oude trainingscomplex in Alkmaar. Hij woont in Koog aan de Zaan, ik in Zaandam. Een leerzame, maar ook zware tijd. Als dertien- en veertienjarigen trainden we vijf, zes keer in de week. Daarnaast gingen we naar school. Al was dat een LOOT-school die met topsport rekening hield. Waarom ik bij AZ niet ben geslaagd? Achteraf is het altijd gemakkelijk praten, maar ik had iets meer discipline moeten tonen.”

Anthony van Dongen is zelfbewust. Tegelijk ook kritisch laat hij gedurende het interview merken. Hij is net klaar met zijn werk als pakketbezorger bij PostNL, waar hij Heemstede als gebied heeft, als hij zijn verhaal vertelt. Dit seizoen debuteert de 21-jarige linksbuiten in de Tweede Divisie. Na een topjaar bij RKVV DEM in Beverwijk, die hij mede door 23 goals naar de titel in de Hoofdklasse trapte, stonden de clubs in de rij om Van Dongen voor de huidige jaargang vast te leggen. “Ik heb met meerdere clubs gesproken. ODIN’59 wilde me hebben, SJC, ik heb enkele oefenwedstrijden meegespeeld bij Telstar maar dat liep op niets uit.”

VRIJHEID
Bij Rijnsburgse Boys kreeg de Zaandammer het beste gevoel. “Zowel over de club als over de trainer. Ik zat aan tafel met trainer Henk Wisman en Gerrit Pauw, bestuurslid technische zaken. Ze vertelden wat ze met me van plan waren. Vooraf was ik huiverig, omdat Rijnsburgse Boys vorig seizoen met twee spitsen speelde. Terwijl ik juist vrijheid nodig heb, kansen wil aangrijpen om naar binnen te komen en de ruimten wil benutten. Wisman gaf aan dat hij 4-3-3 wilde spelen. Richting mij dat ik lef moest tonen, mijn acties moest blijven maken en goed moest omschakelen. Niet in het rouwproces hangen als een actie mislukte. Dat gaf een goed gevoel.”

Vanaf de seizoensopening speelt Anthony van Dongen elke wedstrijd. “Ik paste me snel aan. De Tweede Divisie is een hoger niveau, dat is duidelijk. Ik moet slimmer zijn, vaker mijn snelheid gebruiken om mijn tegenstander te passeren en mijn koppie er telkens bijhouden. Veel clubs waren nieuw voor me. Maar eerlijk gezegd ben ik niet tevreden over mijn inbreng. Vind jij dat ik tot nu toe goed heb gespeeld? Ik heb niet alles laten zien wat ik kan, had meer van mezelf verwacht. Ik leg de lat altijd hoog voor mezelf. Voor aanvang van het seizoen zei ik dat ik minstens tien keer wilde scoren. Mijn eerste doelpunt bleef veel te lang uit.”

Zijn contract bij Rijnsburgse Boys loopt tot het einde van het seizoen. De Uien hebben een optie om hem een jaar extra te binden. “Ik heb nog niets gehoord. Natuurlijk droom ik ervan om terug te keren in het betaald voetbal. Dat hoopt elke voetballer. Al zat ik er na mijn vertrek bij FC Groningen in 2017 doorheen en was mijn motivatie voor het voetbal geslonken.” Na zijn afscheid bij AZ speelde hij drie jaar voor AFC, dat diverse afvallers van betaald voetbalclubs oppikte. “Met AFC speelden we in dezelfde competitie als bijvoorbeeld Ajax en AZ.”

Na een akkefietje met de trainer van AFC keerde Anthony van Dongen terug naar KFC, waar hij uitgerekend na een duel met AFC werd benaderd door een scout van FC Groningen. Na een trainingsstage en twee oefenwedstrijden werd hij aangenomen. “Ik kwam in een gastgezin in de wijk De Hunze terecht en ging naar het Johan Cruyff College op Noorderpoort. Het eerste halfjaar speelde ik alles. Tot mijn hand tijdens een duel op
een training klem zat tussen het lichaam van een ploeggenoot. De hand werd dik en na een week bleek ie gebroken. Toen ik na zes weken weer mocht voetballen, ging het alleen maar bergafwaarts. FC Groningen had diverse aanvallers uit het buitenland gehaald en zij kregen de voorkeur. Ik speelde steeds minder en dat knaagde ook mentaal. Ik was niet naar Groningen gegaan om op de bank te zitten. Ik zat er doorheen en ging weer voor mijn oude club KFC spelen.”

Van Dongen hervond zijn vorm in de Tweede Klasse. Na een jaar stond RKVV DEM op de stoep dat mede door zijn goals en assists kampioen werd en de sprong naar de Derde Divisie maakte. “Blijven een optie?Ik ben iemand die zichzelf altijd wil blijven uitdagen. De weerstand op de trainingen voelde niet als dermate. DEM was een mooi jaar, leuke mensen, maar een nieuwe stap was het beste voor me.” Rijnsburgse Boys pakt dit seizoen veel punten tegen de hoger geklasseerde teams, maar morst ze juist tegen de clubs uit het rechterrijtje. “De krachtsverschillen zijn erg klein. De club sprak uit absoluut hoger te willen eindigen dan het dramatische vorige seizoen. Top vijf moet mogelijk zijn. De kwaliteiten hebben we daarvoor. Mijn eigen inbreng moet beter. Daar ga ik keihard aan werken.” (SB)

Voor de hele krant van de tweededivisiekrant. Klik hier
Meer informatie over Rijnburgse Boys? Klik hier.
Klik hier voor een ander artikel over de tweededivisiekrant.
Klik hier voor een ander artikel over Rijnburgse Boys.

TC van Zwaluwe wil de jeugd ‘binnenboord houden’

Echte clubmensen hebben de technische commissie van VV Zwaluwe vorig seizoen nieuw leven ingeblazen. Het gedreven drietal maakt teamindelingen, voert gesprekken met trainers en spelers en praat onderling uiteraard veel over voetbal. “We willen het iedereen naar zijn of haar zin maken.”

Vanuit de ruime bestuurskamer van VV Zwaluwe heb je een fraai overzicht over het hoofdveld van sportpark De Kwarrehoek. Op deze donkere maandagavond traint een meisjesteam in het kunstlicht op het kunstgrasveld en dat stemt de aanwezige technische commissieleden tevreden. Meisjes- en damesteams zijn erg belangrijk voor de zaterdagclub en dat weten Arie Wilschut en John Vos als de besten. De twee technische commissieleden stappen straks het veld op om de dameselftallen van VV Zwaluwe te trainen en beleven daar veel plezier aan. “We hebben dertig speelsters voor twee elftallen, een mooi aantal. De dames kunnen behoorlijk voetballen, zorgen voor sfeer en doen vrijwilligerswerk”, zegt Wilschut. Hij wijst naar het raam. “Buiten staat een speelster jeugdtraining te geven en daar zijn we erg blij mee.”

DRUK SEIZOEN
De twee trainers vormen samen met Wilfried Bossers de technische commissie van VV Zwaluwe. De vacatures binnen de commissie moesten opnieuw worden ingevuld en na zijn aantreden als bestuurslid vorig seizoen benaderde Bossers zowel Wilschut als Vos om samen met hem de commissie te vormen. Die waren enthousiast. Het drietal had direct een druk eerste jaar. “VV Zwaluwe 4 werd opgericht, een vriendenteam waarmee we duidelijke afspraken moesten maken”, zegt Bossers. “Sommige leden waren sceptisch en vroegen zich af of die gasten het serieus zouden oppakken. Maar ze doen het geweldig en presteren goed”, zegt hij. Bovendien besloot de technische commissie om de volledige JO19-1 afgelopen zomer samen te voegen met VV Zwaluwe 3, dat een opleidingsteam is geworden. “Die keuze maakten we pas na vele gesprekken”, zegt Bossers. “We willen het iedereen naar zijn of haar zin maken en dit was een moeilijk besluit, dat gelukkig ook goed heeft uitgepakt.”

TWEEDE ELFTAL
Dat was nog niet alles. Voor het eerst stelde het bestuur op advies van de technische commissie een trainer van buiten de club voor het tweede elftal aan in de persoon van Herman Woudenberg. “Bij sommige clubs hangt het tweede elftal er maar een beetje bij, maar bij VV Zwaluwe is dat absoluut niet het geval”, zegt Wilschut. “Het team speelt in de eerste klasse, een mooi niveau dat past bij het goede elftal. Die jongens verdienen goede begeleiding.”

De technische commissie hoopt natuurlijk dat de elftallen goed presteren. Maar volgens het drietal is het veel belangrijker dat de leden plezier hebben in het voetbal en zich thuis voelen bij de club. “We willen de jeugd binnenboord houden bij onze fraaie vereniging”, zegt Bossers. “Zij vormen de toekomst van VV Zwaluwe. Dat lukt vrij goed, want zelden vertrekken er spelers.” Plezier staat dus boven presteren, maar Bossers spreekt namens de technische commissie wel een sportieve wens uit. “In 2021 bestaan we 75 jaar, het zou fraai zijn als er dan elftallen kampioen worden.”

Wil je meer informatie over de club VV Zwaluwe? Klik hier.
Lees hier de krant van Oosterhout.

Christine Mens is motor van Hillegomse vrouwen

“Moet dat echt?” vraagt Christine Mens van SV Hillegom als ze in de gaten krijgt dat ze als onderwerp van een verhaal op de foto moet. Na een korte stilte stemt ze in. “Ok, als dat maar met die meiden is. Ik ga wel ergens achteraan staan. Het draait om die meiden hoor.”

Het is Mens (58) ten voeten uit. Ze cijfert zich al jaren weg voor de vrouwentak van Hillegom. Iedere wedstrijd is ze erbij als het eerste team in actie komt. “Weet je, ik wil graag dat zaken goed geregeld zijn voor die meiden. Voetbal is jarenlang een mannenbolwerk geweest. We hebben echter ook recht op ons plekje. Gelukkig is er de afgelopen jaren veel ten goede veranderd, maar af en toe stoor ik me aan bepaalde zaken.”

Zoals het feit dat dames 1 en dames 2 van Hillegom al bijna zeven jaar in dezelfde trainingspakken lopen. “Dat kan toch eigenlijk niet? Het zijn nog mannenmodellen ook. Ik vind dat daar snel iets aan moet gebeuren. Het is ook belangrijk voor je uitstraling naar buiten.”

“Dus: zet maar op het wensenlijstje nieuwe trainingspakken.” Ze was zelf nota bene hockeyster. “Maar mijn dochter wilde ook graag voetballen. Mijn twee zoons deden dat al. Ik was in het begin helemaal niet zo enthousiast. Meisjes- en vrouwenvoetbal was toen in die tijd nog lang niet zo ingeburgerd als nu. Maar mijn dochter bleef zeuren en op een gegeven moment ben ik overstag gegaan. Ik dacht: die is er zo klaar mee. Niet dus.”

Voor ze het wist was ze zelf assistent-trainer. “Blijkbaar heb ik aan de kant iets verstandigs geroepen, want korte tijd daarna werd ik aangesproken of ik assistent wilde worden. Niet veel later kwam de positie van coördinator vrij. Daar ben ik min of meer automatisch ingerold. Ik wilde ook dat het voor al die meiden goed geregeld was. Ik deed de indeling voor trainingen en zocht de trainers en leiders. Er was ook een technisch coördinator. Daar heb ik heel veel van geleerd, want voetbalinhoudelijk had ik nog wel een achterstand. Intussen heb ik dat redelijk ingehaald.”

Toen ze begon, bij Concordia, was de meisjes- en vrouwenafdeling nog beperkt. “Ik geloof dat we destijds een meisjes onder elf hadden, misschien twee, maar echt veel meer was het zeker niet. We zijn inmiddels behoorlijk gegroeid. We hebben drie seniorenteams op zondag, twee teams die meedoen aan de vrijdagavondcompetitie, twee zaalvoetbalteams en vier meisjesteams. Vroeger werd gedacht dat meisjes- en vrouwenvoetbal een tijdelijke trend was, inmiddels is wel duidelijk dat het blijvend is. Ook de club is daarin meegegroeid. We zijn beslist geen vreemde eend meer in de bijt.”

Het eerste elftal speelt op een meer dan fatsoenlijk niveau, de tweede klasse. “We willen graag zo hoog mogelijk spelen. Dat is een ambitie die we nastreven. Hoe hoger hoe aantrekkelijker het voor talenten wordt om naar ons toe te komen. We willen graag naar de eerste klasse. In het seizoen 2011/2012 zijn we in de vijfde klasse begonnen. Ik ben er best trots op wat we in zes, zeven jaar al hebben bereikt.”

Wil je meer informatie over de club SV Hillegom? Klik hier.
Lees hier de krant van de Bollenstreek.

Van Winsen weet niet van ophouden bij Hillegom

“Ik mis zelden een wedstrijd”, had hij nog gezegd. Maar als zijn elftal zaterdagmiddag in actie komt tegen Ter Leede staat Henri van Winsen van SV Hillegom in burgerkloffie naast de dug-out. “Ik heb een kleine verrekking aan mijn knie. In de vorige wedstrijd viel mijn tegenstander met zijn volle gewicht op me. Volgende week zaterdag kan ik weer spelen volgens de fysiotherapeut.” En met een lachje: “Dat had ik sowieso gedaan.”

Van Winsen, speler van het tweede zaterdagelftal van HSV Hillegom, weet niet van ophouden. Met zijn 62 jaar speelt hij bovendien nog op een zeer respectabel niveau: reserve derde klasse.

“Ik heb het geluk dat ik een sterk lichaam heb”, reageert hij. “Ik ben altijd fi t geweest en heb nooit eigenlijk een kilootje te veel meegedragen. Op deze leeftijd is het wel belangrijk dat je goed naar je lichaam luistert. Vroeger had ik met die knie gewoon gaan spelen, nu weet je dat het verstandiger is om even een wedstrijd over te slaan. Hoe vervelend dat ook is, want ik had nu natuurlijk veel liever op dan naast het veld gestaan.”

Hij grinnikt als hij de spelers van tegenstander Ter Leede ziet. “Het zouden mijn kleinkinderen zelfs kunnen zijn. We spelen ook regelmatig tegen selectieteams. Zo zitten we bij Meerburg 2 in de poule.” Van Winsen groeide als voetballer op bij Warmunda. Daar kwam hij al op zijn zestiende in het eerste elftal. “In 1977 ben ik verhuisd naar Hillegom. Een jaar of vier reisde ik heen en weer naar Warmond. In het seizoen ‘81/’82 ben ik overgestapt naar Concordia. Ik was eigenlijk van plan om naar FC Lisse te gaan. Dat was net ontstaan na de fusie van Sportclub Lisse en Lisser Boys. Ik raakte op een dag echter verzeild bij Concordia. Dat voelde zo goed dat ik niet meer ben weggegaan.”

Van Winsen speelde jarenlang in Concordia 1. “Als verdediger. Ik kon bikkelhard zijn als het moest. Ik stond altijd mijn mannetje.” Op zijn veertigste nam hij afscheid, maar nog twee keer werd hij door de club teruggehaald om de hoofdmacht in nood de helpende hand toe te steken. “Op mijn 42ste heb ik er echt punt achter gezet.” Het voetbal liet hem niet los. Zelf voetballen ging naadloos over in training geven. “Ik heb eerst vier jaar het tweede elftal getraind, daarna kreeg ik de A1 onder mijn hoede. Dat was wat ik altijd al wilde. Ik vind dat een prachtleeftijd om training te geven. Ik heb heel wat talenten zien komen en gaan. Een aantal jongens speelt nog in het derde van Hillegom. Achtentwintig, negenentwintig zijn ze. Te jong om te stoppen met selectievoetbal, maar dat is helaas wel een tendens.” Op zijn vijftigste keerde hij terug als voetballer op het veld. “Dit huidige elftal is toen ontstaan. Dat is inmiddels twaalf, dertien jaar geleden. We hebben veel lol, maar zijn ook fanatiek.”

Hij staat nog steeds zijn mannetje in het hart van de defensie. “Voor mijn leeftijd ben ik nog altijd vrij snel”, benoemt hij zijn kwaliteiten. “Mijn snelheid wordt regelmatig onderschat door de tegenstanders. Bij balbezit speel ik vooral sober. Over de middenlijn kom ik zelden meer.” Hij wordt regelmatig ‘opa’ genoemd. “Meer om te dollen dan om te kwetsen”, weet hij. “En ze zeggen niets verkeerds: ik ben ook opa. Ik zie het meer als geuzennaam.”

Hij weet dat zijn voetbalcarrière niet oneindig is. Dit seizoen ‘dreigde’ hij al over te stappen naar de zeven-tegen-zeven competitie. “Ik ben blij dat ik het toch niet heb gedaan. Ik vind het echte voetbal, op een groot veld, nog veel te leuk.”

Wil je meer informatie over de club SV Hillegom? Klik hier.
Lees hier de krant van de Bollenstreek.

Danny Kanselaar houdt oren en ogen open bij Abbenbroek

0

Hij bekleedt in het bestuur van Abbenbroek misschien wel de belangrijkste functie die er bij de dorpsclub is. Danny Kanselaar (32) is bestuurslid technische zaken en probeert de selectie op peil te houden. Daarbij maakt hij maximaal gebruik van zijn netwerk. “Dat moet wel, want als Abbenbroek zijn we allesbehalve zelfvoorzienend.”

De club heeft nog maar twee jeugdelftallen. “Doorstroming naar de senioren is er dus bijna niet”, weet Kanselaar, die als hr-manager zijn brood verdient. “We zijn aangewezen op spelers van buitenaf. Dat betekent dat we met zijn allen onze oren en ogen open houden. Horen we dat iemand het niet naar zin heeft elders en daar in een tweede elftal speelt, dan proberen we contact te leggen. Niet dat we iedereen zomaar bellen. Het moet wel een speler zijn waarvan wij overtuigd zijn dat die bij Abbenbroek past.”

Dat wist hij ruim zes jaar geleden zelf ook niet toen hij van Simonshaven naar ‘Albanello’, zoals het sportpark door Abbenbroek-spelers en -supporters liefkozend wordt genoemd, verhuisde. “Mijn neefje Jordi de Looze, die in het eerste van Abbenbroek speelt, heeft jarenlang lopen zeuren of ik niet naar Abbenbroek kwam. Om van dat gezeur af te zijn heb ik maar ja gezegd.”

Veel plezier in sportief opzicht beleefde hij niet aan zijn vier jaar in Abbenbroek. “Ik ging van de ene na de andere blessure. Ik moest het hebben van mijn explosiviteit. Ik was razendsnel, maar liep daarbij wel steeds hamstringblessures op. Ik speelde nooit eens vier, vijf wedstrijden blessurevrij achter elkaar. Daar werd ik zo moedeloos van dat ik ben gestopt.”

Hij haast zich erbij te zeggen dat hij niet de ‘Messi van Abbenbroek’ was. “Ik was snel en kon redelijk afmaken, maar dat was ook mijn hele repertoire.”

Realistisch is hij ook over de mogelijkheden en reikwijdte van Abbenbroek als club. Om te overleven moet de dorpsclub creatief en inventief zijn. Die kwaliteiten waren ook afgelopen zomer hard nodig toen de eerste twee keepers de club verlieten. “We zaten best even met de handen in het haar. Dat ga je rondkijken en via via kwamen op het spoor van jongens die mogelijk wat voor ons konden zijn. Uiteindelijk hebben we twee nieuwe keepers gevonden.”

Hij maakt onderdeel uit van een nieuw bestuur. “Het vorige bestuur heeft prima werk verricht, maar het is voor iedere club goed dat er na verloop van tijd weer een jongere generatie komt. Die pakt het even wat anders aan.”

Dat nieuwe elan is niet tastbaar, maar ook zichtbaar. Wie de kantine binnenstapt, begeeft zich in een opgeknapte ruimte. “Het was allemaal wat verouderd. Een likje verf was hard nodig”, aldus Kanselaar. “Uitstraling is heel belangrijk, zeker voor een club als de onze die het van spelers van buitenaf moet hebben.”

Wil je meer informatie over de club Abbenbroek? Klik hier.
Lees hier de krant van Voorne-Putten.

Bert van der Lijn nieuwe trainer Nieuwenhoorn 2

0

Nadat eerder bekend werd dat Nieuwenhoorn en Dave de Jong aan het einde van het seizoen uit elkaar gaan, moest de VTC van Nieuwenhoorn een nieuwe trainer vinden voor het tweede elftal. Het tweede elftal van de Rijksstraatweg-bewoners, wordt gezien als de kweekvijver voor het eerste elftal en in de visie om zoveel mogelijk met “eigen jongens” in het eerste elftal te spelen, is het team van groot belang. Daarom is er gezocht naar een trainer met veel oog voor jeugd, ervaring als trainer, die de rust kan bewaren en bij al de clubs waar Bert van der Lijn heeft gewerkt zeer betrokken is geweest bij die clubs.

Met al deze gegevens en een blik binnen de eigen gelederen, viel de keuze eigenlijk al vrij snel op de man die dit jaar Jong Nieuwenhoorn (het derde elftal) onder zijn vleugels heeft, Bert van der Lijn. Met het jonge elftal, waarvan de spelers bestaan uit junioren en eerstejaars senioren, boekt de ervaren trainer elke week weer meer progressie, zowel als team als de spelers individueel. De Voetbal Technische Commissie hoopt met de keuze voor Bert dat hij deze lijn komend jaar voortzet bij het tweede elftal, waardoor er in de nabije toekomst alleen maar meer jongens uit de eigen jeugd de aansluiting weten te vinden bij het eerste elftal.

Dat Bert veel ervaring heeft, blijkt al wel als we naar zijn CV kijken. In het verleden is hij trainer geweest van Abbenbroek, Excelsior Pernis, SV Simonshaven, OSV Oud-Beijerland, Stellendam, SC Botlek en FC Vlotbrug. Sinds een aantal jaar is Bert van der Lijn nauw betrokken bij Nieuwenhoorn als trainer van de JO19 (toen nog A-junioren), zitting in de Voetbal Technische Commissie en dus als trainer van Jong Nieuwenhoorn. Echter was Bert al jaren daarvoor, toen nog zondag, als voetballiefhebber langs te lijn vinden bij het eerste elftal.

Met de aanstelling van Bert van der Lijn als opvolger van Dave de Jong, komt de positie van trainer van Jong Nieuwenhoorn wel weer vrij. Deze positie zal door VTC zo snel, maar vooral zo goed mogelijk ingevuld worden. Binnenkort ongetwijfeld meer hierover.

Meer informatie over VV Nieuwenhoorn? Klik hier
Klik hier voor een ander artikel over VV Nieuwenhoorn.

Savienna Disser vliegt veld op voor Hellevoetsluis

0

“Soms vechten ze om een plekje op de behandeltafel”, zegt Savienna Disser over de selectie van Hellevoetsluis. Waar jaren geleden nog vreemd tegen werd aangekeken is tegenwoordig een stuk normaler geworden: een vrouwelijke verzorger en fysiotherapeut.

“Bij Hellevoetsluis hebben ze er nooit een punt van gemaakt”, vervolgt de 25-jarige Hellevoetse. “Ik doe mijn werk, in de behandelruimte, maar ook als verzorger op het veld.” Op de vraag of ze met haar verschijning wel eens reacties oproept, moet ze lachen. “Toevallig onlangs nog toen we in en tegen Oostkapelle speelden. Daar stond een grote groep te brullen en te schreeuwen. En iedere keer dat ik het veld in kwam voor een blessurebehandeling gingen ze joelen. Zelf heb dat niet gehoord, want als ik mijn werk doe sluit ik mij helemaal af van andere dingen. De jongens vertelden dat na afloop.”

“Ach”, zegt Disser. “Je moet wel tegen een stootje kunnen. Anders moet je er niet aan beginnen. Het is mannenwereld, maar uiteindelijk gaat erom dat ik de spelers zo goed mogelijk behandel.” Hellevoetsluis is voor Disser haar tweede club. Ze was eerder actief bij Rockanje. “Daar waren ze al gewend aan vrouw, want ik volgde Marjolein van Baaren op. Ik studeerde toen nog fysiotherapie. Hans de Heer, die toen trainer was van Rockanje, heeft me dit jaar in contact gebracht met Hellevoetsluis.” Trainer Edwin de Koning was aanvankelijk minder enthousiast. “Die was sceptisch. Hij twijfelde niet aan mijn kunnen, wel aan de aanwezigheid van een vrouw in de kleedkamer en wat dat zou doen met zijn spelersgroep. Volgens mij was hij heel snel om toen hij zag dat alles precies hetzelfde gaat als voorheen onder mijn voorganger.” Voor Disser betekent de stap van Rockanje naar Hellevoetsluis ook een stapje hoger. Hellevoetsluis speelt immers in de tweede klasse. “Ik ben enorm geïnteresseerd in sportfysiotherapie en ook van plan om over een tijdje een extra opleiding ervoor te volgen. Ik werk nu drie dagen bij fysio Hellevoet, op dinsdag- en donderdagavond ben ik van zeven tot tien uur ’s avonds bij de club en zaterdag zit ik bij iedere thuis- en uitwedstrijd op de bank. Ik kom in actie als er een speler op de grond ligt en behandeling nodig heeft. Dan vlieg ik ernaar toe.”

Ze moet regelmatig spelers oplappen. “Ik zie veel hamstringblessures en problemen met knie- en enkelgewricht. De jongens klagen over de velden, maar ik durf niet te zeggen dat dát echt van invloed is.” Ze geeft ook advies aan de spelers. “Preventie is een belangrijk onderdeel. Niet iedere speler is zuinig op zijn lichaam. In de voorbereiding heb ik ook core stability oefeningen gedaan. Dat is gericht op het versterken van de romp. Je traint rug-, buik- en bilspieren.” Over een paar weken is ze ook van de partij tijdens het trainingskamp dat Hellevoetsluis traditioneel aan de vooravond van de tweede competitiehelft belegt. “In Nederland. Ook dat overleven we wel”, zegt ze met gevoel voor humor. “Met Rockanje zijn we in de winterstop naar Albufeira geweest. Dat was wel lekker werken in het zonnetje.”

Wil je meer informatie over de club VV Hellevoetsluis? Klik hier.
Lees hier de krant van Voorne-Putten.