Home Blog Pagina 11

Voetballende makelaar Jens de Jong geniet van de combinatie

Doordeweeks is Jens de Jong als directeur-eigenaar de gezichtsbepalende persoon van Makelaardij De Jong, het makelaarskantoor in de Hoeksche Waard dat vestigingen heeft in Oud-Beijerland en Puttershoek. Op zaterdag is hij een gewaardeerde kracht in het vierde elftal van SHO, waar hij inmiddels alweer ruim een decennium actief is.

OUD-BEIJERLAND – Twee werelden die elkaar perfect aanvullen. Voor de in Puttershoek woonachtige Jens de Jong is de balans tussen werk en hobby ideaal. ,,Het trainen is minder geworden door de loop der jaren, maar voetbal is nog steeds een geweldig leuke tijdsbesteding naast het werk.’’

Sinds zeven jaar is hij directeur-eigenaar van Makelaardij De Jong, nadat zijn vader in 1982 het makelaarskantoor was gestart. ,,Het vak van makelaar zat wel in de genen, maar ik heb het zelf wel mogen ondervinden dat ik het vak leuk vond’’, vertelt Jens de Jong. ,,Ik heb een hoop andere dingen gedaan om het tegendeel een kans te geven. Tijdens mijn studie heb ik – als bijbaantjes – acht jaar bij Recreatieoord Binnenmaas gezeten, maar ook bij Alcazar gewerkt, drie jaar bij Van Speyck in Oud-Beijerland en bij meubelzaak De Bommel. Als zoon van een ondernemer gaan ze er sowieso vanuit dat je het bedrijf overneemt. Ik heb goed om me heen gekeken, maar mijn interesse voor het vastgoed bleef maar groeien.’’

En dus was het logisch dat hij zijn vader zou opvolgen. Wat het beroep van makelaar zo leuk maakt? Over het antwoord op die vraag  hoeft Jens de Jong niet lang na te denken: ,,De omgang met de mensen, dat je binnen en buiten werkt en niet de gehele dag achter je computer zit. De vrijheid om te bewegen, maar het leukste blijft toch om de match te vinden: de woning vinden die bij de mensen past.

Makelaardij De Jong, dat op verschillende manieren de sportclubs in de Hoeksche Waard ondersteunt en in totaal over dertien werknemers beschikt, richt zich niet alleen op de Hoeksche Waardse woningmarkt, maar ook op omliggende gemeentes als Hellevoetsluis, Barendrecht, Rhoon, Dordrecht en Rotterdam. ,,Maar soms ook in Den Haag.’’

Op voetbalgebied ligt het hart van Jens de Jong nu op spotpark De Kikkershoek in Oud-Beijerland. Dat was ooit anders. In het verleden kwam Jens de Jong namelijk uit voor Puttershoek, waar hij voor het eerste zaterdagelftal uitkwam. Tot Puttershoek met Maasdam samensmolt tot FC Binnenmaas.

,,Bij die club heb ik in het tweede en het derde gespeeld. Toen het derde team van FC Binnenmaas is gedegradeerd en tegenstander SHO zich wel handhaafde, ben ik naar dat team overgestapt. Ook omdat in dat elftal verschillende vrienden speelden.’’

Dat was zo’n dertien jaar geleden en inmiddels is Jens de Jong dus niet meer weg te denken in het zwart-witte tricot van SHO. ,,Het team bestaat uit een vaste kern van een mannetje of tien. Toen ik destijds kwam, speelde ik soms in het derde en soms in het vierde. Ik was eigenlijk gewend om twee keer in de week te trainen, maar een vriendenelftal traint maar één keer in de week. Zodoende sloot ik ook bij het andere elftal aan, omdat ik graag wilde trainen. Nu, op 39-jarige leeftijd is trainen op donderdag wel voldoende.’’

De flankspeler, die zowel op links als rechts uit de voeten kan, ziet inmiddels dat er ook aan zijn opvolging gewerkt wordt op het voetbalveld. Zijn zoons zijn al (voorzichtig) actief in de Voetbalschool van Patrick van Gils, maar zijn nog niet ingeschreven bij een vereniging. ,,Daarover denken we nog na. Bij SHO hebben ze de Grashoppers, de allerkleinsten die kennis mogen maken met voetbal. ,,Dat is niet op iedere plek in de Hoeksche Waard, dus het is een overweging om daar te gaan starten. Als ze er maar plezier in hebben.’’

Klik op VV SHO voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VV SHO voor meer artikelen over de club.

Fortuna Be Quick is nu echt één geheel

Met ingang van het huidige seizoen straalt Fortuna Be Quick echt één geheel uit. Terwijl achter de schermen de laatste plooitjes van de samensmelting tussen Goudswaardse Boys en Piershil worden gladgestreken, presenteert de club zich nadrukkelijk als een eenheid.

GOUDSWAARD – Met nieuw elan is Fortuna Be Quick, dat inmiddels onder deze naam niet meer weg te denken valt uit het  Hoeksche Waardse voetballandschap, begonnen aan de voetbaljaargang 2025-2026. Het nieuwe bestuur, onder leiding van voorzitter Arie van der Oost en met Summer Achterberg (secretaris) en Martijn de Heer (penningmeester) op de andere sleutelposities, heeft inmiddels de eerste maanden achter de rug. Maar er is meer gebeurd binnen de vereniging.

Den Aanwas

Met ingang van het huidige seizoen is Sportpark Den Aanwas in Piershil niet meer van Fortuna Be Quick. Zo worden de opstallen verkocht aan de gemeente Hoeksche Waard. De velden op het sportpark blijven wel behouden en worden onderhouden door Stichting Sportpromotie Piershil. ,,De afspraak met hen is dat wij van de velden gebruik mogen maken’’, zo geeft het bestuur aan. ,,Dit gaat gelden voor  de ‘Veteranen’. Zij zullen het complete seizoen ‘op Piershil’ blijven voetballen. De jeugdafdeling zal na de winterstop de trainingen en wedstrijden op Piershil afwerken. Verder zullen zij allerhande activiteiten organiseren op de velden en in de kantine’’, zo geeft het bestuur van Fortuna Be Quick aan.

Op de thuisbasis van FBQ, sportpark De Koorenaar in Goudswaard, is al het nodige gebeurd en staat het nodige te gebeuren. De verwachting is dat met ingang van seizoen 2026-2027 er een nieuw kunstgrasveld is aangelegd. De gemeente Hoeksche Waard had in een eerder stadium al ingestemd met de komst van kunstgras voor ZBVH, NBSVV én Fortuna Be Quick. Daarnaast heeft het complex een FBQ-uitstraling gekregen. De meeste uitingen die verwezen naar Goudswaardse Boys zijn verdwenen en de deuren en kozijnen vertonen nu de clubkleuren van de nieuwe vereniging.

Mooie basis

Op sportief gebied veranderde er ook het nodige bij de hoofdmacht. Niet op trainersgebied, want Pascal van den Hoek is zijn tweede seizoen ingegaan op De Koorenaar. Maar binnen zijn selectie waren er wel de nodige mutaties. ,,Dylan de Vroed, die in het afgelopen seizoen regelmatig bij doelpunten betrokken was (als producent en aangever) vertrok naar SHO. De Vroed was niet de enige vertrekker: Indy Reedijk maakte de overstap naar NSVV, Joeri Heistek ging naar competitietegenstander ZBVH en Darwyn Pennock, een heel ervaren speler, besloot aan het einde van het vorig seizoen zijn schoenen aan de wilgen te hangen.

Trainer Van den Hoek gaf eerder aan dat hij zich op een breder vlak wil inzetten binnen de club dan alleen voor het eerste. ,,Als trainer wil ik eraan meehelpen dat de selectie breder wordt en dat er in veel leeftijdscategorieën elftallen gaan komen. Want als dat lukt, zal dat een mooie basis zijn, waar je als club nog jaren mee vooruit kunt.’’

Klik hier voor meer informatie over Fortuna Be Quick
Klik hier voor meer artikelen over Fortuna Be Quick

Fysiotherapie Hoeksche Waard draagt sport een warm hart toe

Fysiotherapie Hoeksche Waard, dat met locaties in ’s-Gravendeel, Strijen en Klaaswaal goed op het eiland is vertegenwoordigd, heeft niet alleen alle specialisaties in huis maar wil ook de (sport)verenigingen op het eiland een hart onder de riem steken.

HOEKSCHE WAARD – ,,Wij stimuleren sport en sponsoren verschillende sportclubs in de omgeving, waaronder voetbalvereniging Strijen en FC Binnenmaas. En met Brian Monster, Jamie de Kort en Eline Koster hebben we ook specialisten in dienst die op voetbalgebied actief zijn’’, vertelt praktijkhouder Remco Evers, die zelf aan crosstraining, hardlopen en krachttraining doet en een verleden als wedstrijdzwemmer heeft.

Vanwege de aanwezigheid van drie sportfysiotherapeuten komen regelmatig sporters in de praktijk van Fysiotherapie Hoeksche Waard. ,,Die sportfysiotherapeuten doen gedurende de week revalidatietrainingen. Dan gaat het om spierblessures, maar ook om revalidatie na operaties (kruisband of meniscus) of verrekkingen/spierscheuringen in de kuit of hamstrings. En bij die sporters die dan langskomen zitten veel voetballers.’’

Naast behandeling legt de fysiotherapiepraktijk ook de nadruk op preventie. ,,Dat doen we niet alleen binnen de praktijk, maar ook via lezingen’’, geeft Remco aan. ,,Maar ook één op één-advies is bij ons mogelijk.’’

Het bedrijf bestaat al vijftig jaar en heette aanvankelijk Fysiotherapie Strijen. Vijf jaar geleden nam Remco, die als praktijkeigenaar ook behandelingen doet, het bedrijf over om enkele jaren later de bedrijfsnaam te wijzigen. ,,Omdat Strijen eigenlijk werd overstegen’’, is de simpele verklaring. ,,Groei is voor ons geen doel op zich. Door de aanwezigheid van die specialisaties trekt dat echter mensen van het hele eiland’’, stelt Remco.

Andere specialisten zijn manueel therapeuten, psychosomatische fysiotherapeuten, maar ook geriatrie, kaakfysiotherapie, echografie – een methode om te zien of een pees of spier gescheurd is of niet, zodat heel gericht hersteltraining ingezet kan worden – en ergotherapie behoren tot het dienstenaanbod van Fysiotherapie Hoeksche Waard dat twintig werknemers telt.

Het sportseizoen 2025-2026 is alweer enige tijd bezig en dat merken de specialisten van Fysiotherapie Hoeksche Waard ook. ,,Dat zie je ook aan de blessuregevallen in de eerste weken van het nieuwe sportseizoen’’, bevestigt Remco. ,,In de opstart van het seizoen wil het wel eens fout gaan. De competities hebben een tijdje stilgelegen en er is gedurende de zomerperiode minder aan sport gedaan. Als er dan begonnen wordt met trainen, kunnen spier- en peesblessures ontstaan.’’

Het grote aantal specialisaties binnen de praktijk breidt zich nog steeds verder uit. ,,We bieden ook kinderfysiotherapie aan. Soms gaat het bij jonge kinderen op motorisch gebied niet goed. Dat wordt dan door trainers gemonitord, waarna zij bij de gespecialiseerde kinderfysiotherapeuten terecht komen. We zien daar mooie resultaten mee.’’

Maar voorkomen is beter dan genezen. En dus heeft Remco nog wel wat tips voor de sportbeoefenaars in de regio. ,,Zorg ervoor dat je een goede warming-up doet en in de periode tussen de seizoenen ook in beweging blijft en probeer twee à drie keer per week wat looptraining te doen. Daarnaast is rust ook belangrijk. En als er zich klachten of pijntjes voordoen, schroom dan niet om een specialist te bezoeken.’’

 

NBSVV durft hoog doel te stellen

Door blessureleed viel de openingsfase van het seizoen voor vijfdeklasser NBSVV deels in het water. Maar in Nieuw-Beijerland blijft men, ondanks het wat moeizame vertrek uit de startblokken, ambitieus voor het vervolg van deze competitiejaargang: de nacompetitie is het heilige doel waar de selectie van trainer Peter van Gestel op heeft ingezet.

NIEUW-BEIJERLAND – Voor aanvang van het seizoen 2025-2026 klonk het uit diverse monden op sportpark De Kreek, de thuishaven van NBSVV: deelname aan de nacompetitie zou een realistische doelstelling zijn voor de hoofdmacht van de Nieuw-Beijerlandse vereniging die daarmee de prestatie van het seizoen eerder wilde overvleugelen.

De eerste wedstrijden van het seizoen vormden nog geen ideale aanzet tot de realisatie van die doelstelling. Door verschillende blessuregevallen in de selectie moest NBSVV aanvankelijk pas op de plaats maken en was het in de eerste plaats vooral hopen dat alle puzzelstukjes op een bepaald moment weer in elkaar zouden passen.

Mutaties

Vorig seizoen kende NBSVV een geweldige eindsprint die met een vijfde plek in de eindrangschikking, in een poule met veel ploegen met een vierde klasse-verleden, net niet reikte tot het aanschuiven bij het competitietoetje. Vervolgens volgden er verschillende mutaties in de selectie, waarbij het vertrek van Antonio Costa Neto – hij keerde met zijn gezin terug naar Brazilië – absoluut impact had. Daarnaast zochten enkele spelers hun heil elders.

Die veranderingen opgeteld bij het blessureleed in de openingsfase zorgden ervoor dat NBSVV zich enigszins wankelend door de openingsweken van de huidige jaargang begaf. Met één punt uit de eerste vier wedstrijden was de start volledig gemist en waren er reparatiewerkzaamheden nodig.

De prestigieuze 0-3 zege bij de buren van Fortuna Be Quick – in het voormalige Korendijk-gedeelte voor de eenwording van de gemeente Hoeksche Waard – gaf het Nieuw-Beijerlandse moreel echter een boost. Immers, in de eerdere zeven onderlinge wedstrijden hadden de Nieuw-Beijerlanders, die ook bij het bezoek aan De Koorenaar in hun opvallende uittenue speelden, slechts één keer gewonnen.

Teamwork

Die triomf voedde het vertrouwen dat er dit seizoen absoluut wat kan. Want zo liet Van Gestel al eerder weten: ,,Als we compleet zijn, hebben we een mooie combinatie van spelers met technische vaardigheden en jongens die wedstrijden kunnen beslissen. Daarnaast beschikken we over ervaren spelers die rust brengen in het team. De grootste kracht van dit elftal is dat iedereen het samen wil doen: teamwork is belangrijk.”

Hoewel met het superieure FC Vlotbrug, dat in de eerste negen wedstrijden geen kruimel overliet voor de oppositie, de kampioen al in een vroeg stadium zich aan lijkt te dienen, is er voor NBSVV nog alles om voor te spelen in de rest van het seizoen. Want NBSVV lonk na het verblijf in de kelder van het amateurvoetbal, na de degradatie uit de vierde klasse van drie seizoenen geleden, nadrukkelijk naar een plekje hogerop de voetballadder.

Klik hier voor meer informatie over NBSVV
Klik hier voor meer artikelen over NBSVV

‘Dat vond ik leuker dan zelf voetballen’

Door in de beker, koploper in de hoofdklasse én winnaar van de eerste periode. Alles verloopt bij het tweede van Heerjansdam voorlopig volgens plan. Anders dan tevreden, kan trainer Remco Wilschut, geflankeerd door Nathan van den berg, dan ook niet zijn. “We mogen absoluut niet klagen!”

En klagen, is iets wat de 36-jarige Wilschut dan ook absoluut niet doet. “Voor het seizoen hebben we samen een paar doelstellingen opgesteld. Dat was meedoen voor de bovenste vier plekken en zo ver mogelijk komen in de beker. Wat dat betreft, zijn we goed op weg!” Met volgens hem, een mooie mix van spelers. “We hebben jongens met talent en ambitie, die graag het maximale uit zichzelf willen halen, én een hechte vriendengroep die presteren combineert met plezier. Dat maakt het team zowel gedreven als gezellig.”

Veel coachen

Een combinatie, die uitstekend werkt, vertelt Wilschut. “We zijn natuurlijk een opleidingselftal, maar willen ook het hoogst haalbare bereiken. Onze jonge spelers kunnen veel leren van de ervaren jongens die willen presteren, maar ook oog hebben voor het plezier.” Plezier, dat ze bij Heerjansdam 2 meer dan genoeg hebben, lacht de oefenmeester. “Naast de voetbal, zijn ze ook veel met elkaar bezig.” Met hem, dus dit seizoen als hoofdtrainer. “Ik ben sinds drie jaar verbonden aan het tweede. Eerst twee seizoenen als assistent, nu als eindverantwoordelijke.”

Hoe dat voor hem is? “Niet heel veel anders. Je hebt misschien wat meer verantwoordelijkheid, maar met Nathan (van den Berg) heb ik een heel goede assistent. Dus we bespreken nog steeds veel en doen het echt samen. We vullen elkaar wat dat betreft goed aan.” Ervaring heeft Wilschut, ondanks zijn nog jonge leeftijd, dan ook genoeg. “Vanaf mijn zestiende ben ik al jeugdtrainer bij Heerjansdam. Van de F’tjes tot de A1, heb ik alle teams getraind. Daarna ben ik naar het tweede gegaan.”

Zat dat als speler ook al in hem? “Ik merkte wel dat ik als voetballer altijd veel aan het coachen was.” Dus toen ze bij de club een trainer zochten voor de F2 of F3, zag Wilschut zijn kans schoon. “Dat vond ik leuker dan zelf voetballen. Daarom ben ik toen mijn papieren gaan halen en ben ik mezelf op het training geven gaan focussen.” Zelf een balletje trappen, doet de inwoner van Zwijndrecht dan ook niet meer. “Dat is niet te combineren.”

Meeste punten

Het eerste, haalde hij uiteindelijk niet. “Ik ben vanaf mijn tiende lid van Heerjansdam en heb tot de A’tjes gevoetbald. Daarna zat ik nog even in een vriendenteam.” Als rechtsback of centrale verdediger. “Maar ik moest het vooral van het coachen hebben.” En zijn interesse in tactiek. “Ik was altijd geïnteresseerd in een bepaalde organisatie en het tactische plan. Dat maakt het voor mij ook leuk om trainer te zijn. Gewoon het spelletje, maar ook het nadenken over dat soort dingen.”

Om uiteindelijk een verschil te kunnen maken. “Door aanpassingen een wedstrijd winnen, dat vind ik mooi. Net als het teamgevoel.” Hoe zit het met zijn ambities op het trainersvlak? “Voorlopig wil ik lekker bij Heerjansdam blijven. Als trainer van het tweede én misschien later wel als assistent bij het eerste. Wie zal het zeggen?” De ambities om bij een andere club hoofdtrainer te worden, heeft Wilschut voorlopig niet. Ondanks dat hij vorig jaar zijn VC2-diploma heeft gehaald. “En ik zou ook nog wel mijn VC3 willen halen!”

Kennis, waar ze in Heerjansdam dus nog wel even van kunnen genieten. Zeker ook, met het oog op het vlaggenschip. “We zijn met het tweede natuurlijk aan het opleiden voor het eerste. Daarom hebben we ook veel contact met de trainers van één. Die komen geregeld kijken.” Onder meer om een selectie te maken voor het zogeheten Heerjansdam Opleiding Team (HOT). “Daar is de club een aantal jaar geleden mee begonnen en dat hebben we nu weer opgepakt. Eigenlijk is het een soort O23, met spelers van het eerste, tweede en de JO19, die samen oefenwedstrijden spelen.”

Gericht op de ontwikkeling van spelers. Zoals Wilschut ook tijdens trainingen van het tweede, zoveel mogelijk probeert te doen. “Ik houd heel erg van diverse oefeningen. Dus steeds weer wat anders. Op dinsdag doen we altijd VCT, conditionele training, en verder spelen we veel positiespelletjes en doen we omschakelvormen.” Naast pass- en trapoefeningen én de ‘Donderdagavondcup’. “Dat is een partij voor een puntje. Wie aan het einde van het seizoen de meeste punten heeft, krijgt een prijs. Op die manier combineren we plezier en prestatie.” Precies zoals Wilschut is als trainer. “Ik ben iemand die graag het collectief opzoekt, gericht coacht en openstaat voor die jongens. Rustig, bedachtzaam en altijd goed voorbereid!”

Klik op VV Heerjansdam voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VV Heerjansdam voor meer informatie over de club.

‘Ik wilde graag betrokken blijven bij de selectie’

Nadat hij in zijn hoofd nog bloedfanatiek was, maar zijn lichaam eigenlijk niet meer wilde, was het voor Remco Vos tijd om keuzes te maken. Dus besloot de voormalig keeper van het eerste elftal, zich op een andere manier in te gaan zetten voor ZBC’97. En van het één, kwam vervolgens al heel snel het ander. “Ik heb de eigenschap dat ik moeilijk ‘nee’ kan zeggen.”

Zijn takenpakket, is in de loop der jaren dan ook flink uitgebreid. “Woensdagavond is in principe de enige avond, dat ik geen verplichtingen heb op de club.” Want verder, is de 46-jarige Vos er eigenlijk iedere dag te vinden. “Mijn hoofdtaak is secretaris. Dat wil zeggen de ledenadministratie doen, de contributie bijhouden en de teamindelingen doorgeven aan de KNVB.” Maar, dat was natuurlijk nog lang niet genoeg. “Verder ben ik verzorger bij het eerste elftal, draai ik bardienst, doe ik de inkoop van de kantine en regel ik sponsoren.” Naast het lid zijn van de ‘Club van 50’ en het voorzien in materialen. “En ik doe op zaterdag het wedstrijdverslag op X!”

Keuzes maken

Kortom, Vos heeft het er maar druk mee. Op een leuke manier. “In het dagelijks leven werk ik als kwaliteitsdeskundige bij Evides, dat is totaal iets anders.” Maar zijn liefde voor ZBC’97, is wat dat betreft nergens mee te vergelijken. “Ik heb zelf jarenlang in het eerste gekeept. Pas op mijn 38ste ben ik daarmee gestopt. Dan heb je toch een band met de club.” En met het vlaggenschip. “Op een gegeven moment moet je keuzes maken. In mijn hoofd was ik nog net zo fanatiek, maar mijn lichaam wilde niet meer. Toch wilde ik graag betrokken blijven bij de selectie, dus ben ik toen een cursus sportmassage gaan doen.”

Want, zo memoreert de lijnkeeper met een goede trap, zoals hij zichzelf als doelman omschrijft. “Er viel een gat bij het eerste, waardoor ze op zoek waren naar een verzorger. Of ik niet mijn papieren wilde gaan halen.” En zo geschiedde. “Heb ik een jaar lang, op dinsdagavond, een cursus gevolgd in Rotterdam.” Met veel plezier. “Ik heb daar, ook als speler, altijd wel interesse in gehad. Hoe iemand werd behandeld of ingetapet. Dat is me bijgebleven.”

Naast natuurlijk het sociale element. “Ik vind het leuk om met die gasten bezig te zijn. Met een hoop jongens had ik ook al een band, dus dan is het een makkelijke stap. Een andere club, is voor mij nooit een optie geweest.” Vos weet dan ook eigenlijk niet beter. “In de D’tjes ben ik begonnen bij Zwijndrecht, en vervolgens ben ik ZBC’97, na de fusie, altijd trouw gebleven.” Onder andere als keeperstrainer. “Dat doe ik nu niet meer, omdat ik daar gewoon geen tijd meer voor had.” En niet alleen door zijn toch al rijk gevulde vrijwilligersbestaan. “Ik heb ook nog drie zoons én een dochter. Ook daar, moet je natuurlijk tijd insteken. Al voetballen ze allemaal niet, hoe gek dat ook klinkt.”

Waardering

Toch is dat wel één van de redenen, dat Vos bij ZBC’97 steeds meer is gaan doen, als vrijwilliger. “Na mijn scheiding, waren de kinderen vaak bij mijn ex-vrouw en had ik heel veel tijd. Dus vond ik het leuk om dingen voor de club te doen.” Daarnaast. “Heb ik de eigenschap dat ik het moeilijk vind om ‘nee’ te zeggen. En ik vind het fijn als alles goed draait.” Goed draaien, dat doet het, bij ZBC’97. “Ik word er blij van als iedereen er netjes bijloopt. Daarom vind ik het leuk om sponsoren te regelen. Dat is toch een bepaalde uitstraling, allemaal in hetzelfde trainingspak. Dat vind ik mooi en geeft voldoening.”

Voldoening, haalt Vos dan ook genoeg uit zijn vrijwilligerswerk. “Inmiddels ken ik misschien wel 95 procent van alle leden hier. Mensen komen vaak naar me toe, om te vertellen dat het goed gaat. Dat doen ze niet bij iedereen en is toch een stukje waardering. Daardoor is het voor mij makkelijk om het vol te houden.” Bij een echte familieclub, zoals hij ZBC’97 noemt. “Klein, maar echt dat familiegevoel. Daarom zie ik mezelf ook een beetje als een soort verbinder. Ik ga eigenlijk met iedereen goed.” En Vos, weet als geen ander hoe moeilijk het is om vrijwilligers te vinden. “Er is een klein groepje mensen, waarmee we heel veel binnen de club oppakken.”

Al komt dat ook, door de soms ietwat gebrekkige communicatie, beseft de inwoner van Zwijndrecht. “Daar schieten we wel eens in tekort, waardoor we niet alle leden bereiken én we ook niet aangeven dat we wel wat handjes kunnen gebruiken. Vooral in de kantine. Want misschien, zijn die mensen er wel, die ons willen helpen.” Zoals ook Vos zelf, dat natuurlijk blijft doen. “Ik ben nog jong en heb voldoende energie, dus voorlopig zijn ze nog niet van me af!”

Klik op ZBC’97 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op ZBC’97 voor meer informatie over de club.

‘We horen niet thuis in de vierde klasse’

Na de degradatie van afgelopen jaar en een moeizame start van de competitie, hebben ze bij vierdeklasser ZBC’97 de draad weer opgepakt. En dus is het tijd om naar boven te kijken, vindt verdediger Luca Ottenheijm. “Het doel is om weer zo snel mogelijk in die derde klasse te komen.”

Al is dat lastiger, dan op voorhand misschien gedacht, heeft Ottenheijm (23) tijdens de eerste wedstrijden van het seizoen gemerkt. “Onze start was wat minder. We hadden echt even tijd nodig om er weer in te komen.” Want de degradatie van afgelopen jaar, dreunde nog een klein beetje na, is hij eerlijk. “Ik had echt niet verwacht dat we zouden degraderen. Dat kwam wel even aan.” Zeker gezien de selectie, vertelt de inwoner van Dordrecht. “Met dit team horen we ons gewoon te handhaven in de derde klasse.”

Meer tijd

Inmiddels wat opstartproblemen verder, kan er weer naar boven gekeken worden, door ZBC’97. “De eerste paar wedstrijden hadden we het lastig, maar daarna werd de trainingsopkomst ook weer wat beter. Al had het wel beter gekund, qua uitslagen.” Wat is volgens hem het grootste verschil tussen de competitie van dit jaar en die van vorig seizoen? “In de derde klasse staat er veel meer druk op je. Nu heb je meer tijd om de bal aan te nemen en even te kijken.”

Maar of dat een voordeel is, weet Ottenheijm eigenlijk nog niet. “Door die druk, blijf je wel continu alert.” Eén ding weet hij wel: “Ik vind niet dat we in de vierde klasse thuishoren.” Het doel, is dan ook simpel. “We willen zo snel mogelijk terug naar die derde klasse.” En dus, moeten er wedstrijden gewonnen worden. “Alleen dan kunnen we weer naar boven gaan kijken.” Iets wat ze vorig seizoen, ook regelmatig probeerden te doen. “Als je veel wedstrijden achter elkaar verliest én last hebt van blessures, ga je vanzelf naar beneden kijken. Maar dat is juist niet goed.”

Toch had Ottenheijm lange tijd het gevoel, dat er meer in zat. “Dat weet ik zeker! Helemaal als je kijkt naar hoeveel kwaliteit we in ons team hebben zitten.” Toch kwam dat er dus niet altijd uit. Hoe dat komt? “Dat vind ik lastig om te zeggen. Door al die nederlagen, kom je in een negatieve spiraal. En daardoor, komen jongens weer minder vaak trainen. Uiteindelijk begint het daarmee.”

Veel kracht

Desondanks, heeft Ottenheijm het nog altijd naar zijn zin, bij de club waar op zijn achttiende terechtkwam. “Ik heb altijd bij GSC/ODS gespeeld, tot ik daar naar het eerste moest. Dat vond ik niet zo’n leuk team…” Gelukkig kende zijn zwager Robert Mohan, trainer van ZBC’97, en zo begon het balletje te rollen. “Toen ben ik mee gaan trainen en dat beviel meteen heel goed!” Want, zo vertelt hij. “De trainingen én het team zijn heel leuk.” Hoe dat komt? “Het is gezellig en we zijn heel open met elkaar. Iedereen wordt overal bij betrokken.”

Zaak om dat teamgevoel, nu ook in het veld te laten zien. In zijn geval als rots in de branding, centraal achterin. “Ik ben een kopsterke verdediger en laat me niet zo makkelijk passeren.” Lang, maar dun, voegt Ottenheijm daaraan toe. “Je zou niet verwachten dat er veel kracht in mijn lichaam zit, maar dat zit er wel! Ik laat in ieder geval niet zomaar over me heen lopen.”

Een karaktereigenschap, waar ze in Zwijndrecht voorlopig nog wel even van kunnen genieten. “Bij GSC/ODS had ik het niet meer naar mijn zin en dacht ik eraan om te stoppen, tot ik bij ZBC’97 kwam. Nu zou ik hier nooit meer weg willen.” Zelfs niet, na een dag hard werken. “Ik ben stukadoor, maar gelukkig heb ik daar geen last van tijdens het voetballen. Ondanks dat het soms best pittig is om ‘s avonds weer te moeten trainen, zorg ik er altijd voor dat ik erbij ben om weer te knallen!”

Klik op ZBC’97 voor de laatste artikelen over de club.
Klik op ZBC’97 voor meer informatie over de club.

Groeneveld voelt zich als een vis in het water

Bezig aan zijn vierde seizoen in het eerste van Pelikaan, heeft Cees Groeneveld dit jaar écht het gevoel dat de ploeg voor het kampioenschap kan gaan spelen. Al hopen ze dat bij de derdeklasser al langer, beseft de flegmatieke linkspoot. “Maar het is ons nog niet gelukt.”

Want nadat de club twee seizoenen geleden degradeerde uit de tweede klasse, wilde het eigenlijk zo snel mogelijk terug. Maar ondanks al die ambities, viel het afgelopen jaar toch een klein beetje tegen, is Groeneveld (27) eerlijk. “We waren te wisselvallig. Tegen goede teams lukte het vaak wel, en tegen de op papier mindere tegenstanders juist niet.” Met een ietwat teleurstellende zesde plaats tot gevolg. “Het viel tegen, maar uiteindelijk viel het mee. We begonnen slecht, daarna hebben we onszelf behoorlijk goed hersteld. Al hadden we het ons anders voorgesteld.”

Scherp zijn

Zaak om dit seizoen, een stuk beter te beginnen. En dat is gelukt. “Het gaat lekker!” Heel verrassend, is dat voor de projectmanager bij een marketingbureau overigens niet. “We hebben er een aantal goede jongens bijgekregen, onder meer uit de eerste klasse. Dat helpt natuurlijk wel mee.” Ook tijdens trainingen. “Het niveau in de groep is omhooggegaan. Daardoor is er veel concurrentie en moet je continu scherp zijn. Als het goed is, word je daar alleen maar beter van.”

Blijkt in ieder geval uit de resultaten. “Voor mijn gevoel is dit een sterkere competitie dan vorig seizoen, maar dat ligt ons wel. Daardoor krijgen we iets meer ruimte om te voetballen en gaan we mee in het niveau van de tegenstander.” Want voetballen, is waar ze het bij Pelikaan van moeten hebben, vindt Groeneveld. “Zoveel mogelijk opbouwen en niet te snel lang.” Voorlopig, gaat dat goed. “Het loopt gewoon! We hebben ook weinig last van blessures, dat scheelt.”

De lat, legt de inwoner van Breda voor het gemak dan ook maar lekker hoog. “Ik denk dat we voor het kampioenschap kunnen spelen. Dat is in ieder geval de doelstelling die we samen hebben uitgesproken.” En niet voor het eerst. “We roepen het al langer, dat we bovenin mee willen spelen, alleen lukte het niet. Nu wel. Zeker met dit team.” Een team, wat los van kwaliteit, vooral ook heel gezellig is, vertelt Groeneveld. “Het is een leuke groep, maar we zijn ook heel serieus. Dan gaat het voetballen er vanzelf in mee.” Mede door de komst van een aantal ‘nieuwe’ spelers. “Veel van die jongens hebben hier ooit al eens gespeeld of kennen een hoop gasten.”

Type mensen

Een groot verschil met afgelopen seizoen, zo heeft Groeneveld gemerkt. “Niet alleen in kwaliteit, maar ook in alles eromheen. We zijn als team nog dichter bij elkaar gekomen.” Kortom, alle ingrediënten voor een succesvol jaar, zijn aanwezig. “Verdedigend staat het goed, we zijn in staat om verschillende formaties te spelen én het klikt in het veld. Dat merk je aan de positieve sfeer. Al kom je natuurlijk vanzelf in een flow, als je veel wedstrijden wint.” En weer helemaal fit bent, zoals in zijn geval. “Ik heb vorig seizoen veel last gehad van blessures, pas aan het einde was ik weer helemaal wedstrijdfit.”

Vooral zijn heup, hield hem lang aan de kant. “In totaal heb ik er vier maanden uitgelegen, door een scheur in de aanhechting van een pees.” Ook zijn hamstring, speelde Groeneveld parten. “Vanaf de kant toekijken is het ergste wat er is!” Helemaal, nu hij zijn plezier in het spelletje weer helemaal heeft teruggevonden. “Ik ben ooit begonnen met voetballen bij Wieldrecht, daar speelde ik op mijn achttiende in het eerste. Tot de trainer mij linksback wilde zetten.” Een positie waar de aanvallend ingestelde Groeneveld zich niet al te prettig voelde. “Toen ben ik bij het tweede gaan voetballen.”

Om uiteindelijk via Bram Kok, een goede vriend van hem, in Zwijndrecht te belanden. “Die vroeg of ik dan niet hier naartoe wilde komen. Vervolgens hebben we samen in het tweede gespeeld en zijn we daarna allebei doorgeschoven naar het eerste.” En dus voelt Groeneveld zich bij Pelikaan, nog altijd als een vis in het water. “Het zijn gewoon mijn type mensen. Gezellig, serieus en alles eromheen. Ik heb hier echt een vriendengroep gevonden en voel me ontzettend op mijn gemak. Meer dan bij Wieldrecht.” Vertrekken zal de veelzijdige aanvaller, die het liefste als links- of rechtsbuiten speelt, dan ook niet zo snel doen. Sterker nog. “Ik ben aan het kijken om in Zwijndrecht te gaan wonen. Dus dan ga ik zeker nooit meer weg!”

Klik op Z.V.V. Pelikaan voor meer artikelen over de club.
Klik op Z.V.V. Pelikaan voor meer informatie over de club.

Wederopbouw na mutaties in selectie

Nadat een poging om de vierde klasse te verlaten door Be Fair in de kiem werd gesmoord in het afgelopen seizoen, veranderde er nogal wat in de selectie van ’s-Gravendeel. En dus wachtte er een uitdagende klus voor trainer Mark Smeding, zijn staf maar ook zijn selectie om dit seizoen een wederopbouw te starten én ook nog eens te presteren.

’S-GRAVENDEEL – Voor de derde maal in successie greep ’s-Gravendeel mis in de nacompetitie en bleef de Trekdamclub opnieuw verstoken van de status van derdeklasser. De teleurstellende climax, met de nederlaag tegen Be Fair uit Waddinxveen dat in de allesbeslissende confrontatie domweg de betere ploeg was geweest, moest worden weggestoken want met het oog op de nieuwe jaargang wachtte een flinke klus.

Hectisch

’s-Gravendeel zag namelijk nogal wat mutaties plaatsvinden in de selectie. ,,Als je op een selectie van 22 spelers acht tot tien spelers inlevert en je krijgt er vier voor terug, dan is dat niet evenredig. En voor die vier hebben we hard moeten werken. Dus moeten we reëel zijn: de selectie is minder breed dan vorig seizoen. We hebben ervaring ingeleverd, dat is de nieuwe realiteit’’, is de constatering van trainer Mark Smeding, aan zijn tweede seizoen bezig als keuzeheer van ’s-Gravendeel.

,,We hebben te laat herkend dat het zo’n grote groep jongens zou zijn die afscheid zou nemen. Die tekenen waren er in de winterstop nog niet. Toen was er wel twijfel bij verschillende spelers, maar was het volume vertrekkers nog niet duidelijk. Daardoor was het hard werken om dat verlies nog enigszins op te vangen en dat maakte de laatste periode van het vorig seizoen hectisch. Want het kost heel veel energie om nieuwe jongens aan je te binden.’’

En dus is het uitgangspunt voor de oefenmeester duidelijk: opnieuw gaan bouwen. ,,We hebben echt wel een jasje uitgedaan binnen de selectie, ook als het gaat om kwaliteit en ervaring. Dat heb je niet direct terug. Maar er zijn talentvolle jongens die vanuit de jeugd zijn doorgestroomd. Maar het kost tijd om die jongens in te passen.’’

Reëel

In de technische staf is ten opzichte van vorig seizoen wat veranderd. John Kolmsberg is als assistent-trainer toegevoegd. ,,John en ik hebben afgelopen jaar regelmatig contact gehad. Ik merkte dat hij iets zou kunnen toevoegen, wat extra handjes op het veld. Rob Stolk heeft afscheid genomen als keeperstrainer. Onze keepers zullen dit seizoen door Keepersschool Hoeksche Waard getraind gaan worden.’’

De afgelopen seizoenen startte ’s-Gravendeel op voorhand als favoriet voor de prijzen in de vierde klasse. Dit seizoen is er een andere uitgangspunt. ,,Wij moeten reëel zijn: we willen meespelen voor de bovenste plekken, maar we moeten ons in eerste instantie richten op de ontwikkeling van de spelers.’’

Klik op VV ’s-Gravendeel voor het laatste artikel van de club.
Meer informatie over VV ‘S-Gravendeel, klik hier.

‘Ik wil niet alleen trainer zijn van het eerste’

Na vijf jaar bij Smitshoek, staat Edwin de Koning sinds dit seizoen als trainer voor de groep bij vierdedivisionist Heerjansdam. En na een prima start van de competitie, bevalt dat de oefenmeester uit Rhoon meer dan prima. “Ik heb het uitstekend naar mijn zin en kan helemaal mezelf zijn.”

Iets wat De Koning (57) na lange periodes bij Rhoon en Hellevoetsluis, ook wel een beetje had verwacht. “Heerjansdam lijkt qua cultuur wel een beetje op die twee verenigingen. Dat dorpse, vind ik prettig. Iedereen kent iedereen. Het draait bij dit soort clubs om meer dan voetbal.” Ook in zijn geval. “Ik ben niet de makkelijkste, want ik bemoei me overal mee. Van de verlichting, tot aan het tweede en de muziek in de kantine.” Of zoals de ervaren oefenmeester het zelf noemt: “Ik wil trainer zijn van een club, niet alleen van het eerste.”

Kieskeurig

Want, zo redeneert De Koning. “Ik wil met de hele vereniging stapjes zetten. Dat vind ik leuk. En daar ligt ook mijn kracht!” Hoe dat er in de praktijk aan toegaat? “Mijn spelers moeten ook bijdragen aan de breedte van de club. Dat wil zeggen een jeugdwedstrijd fluiten of eens een activiteit organiseren.” Zoals hij dat ook deed, toen hij tien jaar lang trainer was bij eerst Rhoon en later Hellevoetsluis. “Misschien is dat wel de reden dat ik vaak lang bij een club blijf.”

Ook bij Smitshoek, had De Koning het vijf seizoenen prima naar zijn zin. “Als je er voor jezelf plezier uithaalt, doen anderen dat daardoor ook.” Precies wat hij, al 26 jaar lang als hoofdtrainer op de amateurvelden doet. “In die tijd heb ik nog nooit ergens gesolliciteerd.” Zo ook niet, bij Heerjansdam. “Aan het einde van vorig jaar, werd ik gebeld. Alleen wist ik op dat moment nog niet, of ik bij Smitshoek zou blijven.” Gevraagd of de club hem over twee weken nog eens kon bellen, wist hij het toen wel. “Na vijf jaar bij Smitshoek, hadden we er daar alles uitgehaald. Dus toen Heerjansdam belde, waren we een week later rond.”

En niet voor niks. “Ik ben door acht verschillende clubs benaderd, maar ik ben heel kieskeurig. Ik pas ook niet overal.” Waarom had hij dat gevoel bij zijn huidige club van wel? “Het was een heel leuk gesprek én Heerjansdam stond op mijn lijstje van clubs waar ik graag een keer wilde werken.” Onder meer door de geweldige accommodatie, verklaart De Koning zijn keuze. “Maar ook de mensen spraken me aan. Gewoon dat no-nonsense. Het is een warm bad, waar iedereen bereid is om wat te doen en te regelen.” Merkt hij ook nu, nog iedere dag. “Als je aan komt rijden, met die mooie tribune en het goede veld…”

Volle tribune

Aan de randvoorwaarden, kan het dit seizoen wat hem betreft dan ook niet liggen. “We hebben iedere training een heel veld, dat is echt het voordeel van een kleine club. Ik merk nu pas wat voor luxe het is, als je heel de training al uit kunt zetten. Dat komt de sfeer én het niveau ten goede.” Blijkt ook uit de resultaten, tot nu toe. “Ik ben tevreden met de manier van spelen en het aantal punten, maar we hadden er nog meer uit kunnen halen.” Toch is de ploeg hard op weg, om de doelstelling te halen. “Het doel van de spelers was om 40 punten te halen en dan te kijken. Voorlopig zijn we al over de helft.”

Maar gas terugnemen, is niet iets wat bij De Koning in zijn woordenboek staat. “Mijn wens is om een keer heel de tribune vol te spelen. Dat zijn een kleine 1000 stoeltjes. Dat lijkt me stoer.” En dus is wedstrijden winnen het devies. “Bij Heerjansdam zijn ze een beetje gewend om naar beneden te kijken, terwijl we nu moeten leren om ook naar boven te kijken. Als we bovenaan het rechterrijtje of onderaan het linkerrijtje kunnen eindigen, zouden we dat geweldig vinden!” De eerste bouwstenen, zijn in ieder geval gelegd. “We zijn begonnen met hoog drukzetten, nu staan we wat lager. Daardoor kunnen we iets meer vanuit de omschakeling spelen. Daar hebben we de ploeg voor.”

Zaak om daar nu, de volgende stappen in te zetten, vindt De Koning. “We moeten onszelf meer gaan belonen. Op dit moment hebben we te veel kansen nodig om te scoren.” Want vanzelf, gaat het niet in de Vierde Divisie, weet de oefenmeester als geen ander. “We kunnen de agressiviteit in het drukzetten nu ongeveer 70 minuten volhouden, dat moet naar 90.”

Maar niet door overal als trainer kort op te zitten. “Dat deed ik tien of twintig jaar geleden wel, nu weet ik dat dat niet de manier is om het maximale resultaat eruit te halen. Ondanks dat ik veeleisend ben, ben ik wel relaxed.” Zo staat er een ‘ludieke straf’ op te laat komen. “Van een liedje zingen tot schoenen poetsen.” De Koning hecht dan ook veel waarde aan een goede relatie met zijn spelers. “Mijn communicatie is rechtdoor en ik steek veel energie in mijn wisselspelers.” Iets wat hij de komende jaren, bij Heerjansdam hoopt te doen. “Daarom teken ik altijd voor twee seizoenen. Dat geeft rust en houvast voor spelers én mezelf!”

Klik op VV Heerjansdam voor de laatste artikelen over de club.
Klik op VV Heerjansdam voor meer informatie over de club.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.