Home Blog Pagina 1090

Rijnsburgse Boys positief over experiment

Dribbelen, passen, schieten. “Daar begint het mee”, zegt Ruben Plu, Hoofd Jeugdopleiding bij Rijnsburgse Boys. De club is dit seizoen begonnen met een experiment: gezamenlijke trainingen voor de JO8 en JO9.

Eén keer per week wordt door de teams in een leeftijdslijn samen getraind. “Alle spelers, ongeacht ze in de JO9-1 of JO9-4 zitten krijgen dezelfde oefenstof aangeboden. Spelers doen de oefeningen door elkaar heen en dus niet per team”, vertelt Plu. “De ervaringen tot nu toe zijn erg positief.”

Rijnsburgse Boys is daarvoor in zee gegaan met de voetbalschool van Julian Jenner. De oud-prof werd vorig seizoen trainer van de JO17 en heeft deze jaargang de JO19 onder zijn hoede. “Zijn visie sluit naadloos aan aan die van ons”, zegt Plu. “Julian vraagt veel van de kinderen, maar die worden door zijn gedrevenheid ook enthousiaster.”

Het idee achter de gezamenlijke training is dat Rijnsburgse Boys breed wil opleiden. “Op jonge leeftijd kan er nog van alles gebeuren met de ontwikkeling van een speler of speelster. Een goede speler in de JO9 hoeft in de JO10 geen uitblinker te zijn. Andersom geldt dat net zo. Door ieder kind dezelfde oefenstof aan te bieden krijgen alle spelers toegang tot de beste opleiding. Daar is het ons om te doen.” Grote voordeel is volgens Plu ook dat trainers van de gezamenlijke sessies leren. “We doen meteen aan train de trainers. Het wordt ook makkelijker om de visie op elkaar over te brengen.”

De Rijnsburgers hebben er voorlopig voor gekozen om één keer in de week samen te trainen. Plu: “De tweede training is nog met het team. Dat is een mooie combinatie.”

“We zijn bewust begonnen met de jongste jeugd. Het is de bedoeling dat we het langzaam uitbreiden. Volgend seizoen zullen we de JO10 erbij pakken. Dat is de JO9 van nu. Die zijn het al gewend.”

Wil je meer informatie over de club Rijnsburgse Boys? Klik hier.
Lees hier de krant van de Bollenstreek.

Band voelt voor Bakker natuurlijk aan bij Rijnsburgse Boys

Van Japan en Vietnam naar Rijnsburg. Thomas Bakker heeft na zijn avonturen in Azië zijn plek bij Rijnsburgse Boys gevonden. Dat de waardering er ook is van de andere kant blijkt uit de aanvoerdersband om zijn linkerarm.

De slotfase van de eerste competitiehelft was voor Bakker (28) frustrerend. Terwijl zijn ploeggenoten in actie kwamen, bracht de geboren Fries zijn tijd door met bezoekjes aan de fysiotherapeut en het ziekenhuis. Een onwillige enkel hield hem lang aan de kant. “Ik had er al een tijdje last van”, wijst hij op het gewricht. “De blessure is ontstaan in de bekerwedstrijd tegen Noordwijk. Ik ben er daarna wel gewoon mee blijven doorspelen. Het ging goed met de ploeg en dan verbijt je ook wat sneller de pijn. Op een gegeven moment kreeg ik echter te veel last.”

Bakker werd aan het begin van het seizoen gebombardeerd tot nieuwe aanvoerder van de Uien. Dat kwam voor hem onverwacht. “De trainer had de voorkeur voor een speler die van achteruit de lijnen uitzet en coacht”, zegt hij. “Jeffrey Jongeneel, die vorig seizoen aanvoerder was, staat op het middenveld.”

“De trainer heeft mij en Jordy Stroker aangewezen als eerste en tweede aanvoerder. Voor mij voelt de band natuurlijk aan. Ik ben als verdediger altijd bezig geweest om mijn teamspelers op de goede plaats te zetten. Dat deed in de jeugd en beloften bij Heerenveen en later ook bij HHC Hardenberg. Wat dat betreft is er weinig veranderd door die band. Natuurlijk is het een eer om aanvoerder te zijn van deze mooie club.”

Bakker streek amper een jaar geleden neer in Rijnsburg. “Er waren eerder al contacten, het was eigenlijk één plus één is twee”, geeft hij aan. Dat hij niet eerder op sportpark Middelmors actief was, had te maken met zijn Japanse avontuur. Hij speelde anderhalf seizoen voor de club met de naam ‘Veertien Mie’. “Een vriend van mij, Quintus Martinus, speelde al in Japan. Een andere vriend heeft als zaakwaarnemer de contacten gelegd met de club.”

“Veertien Mie was nog niet zo lang geleden daarvoor opgericht. De provincie, Mie, had geen profclub. De voorzitter was helemaal gek van het Nederlandse voetbal en vooral van Johan Cruijff. Vandaar dat veertien. Dat ze een Nederlandse speler in de selectie konden krijgen was de slagroom op de taart”, aldus Bakker, die zich in Japan een soort ambassadeur van het Nederlandse voetbal voelde. “We speelden ook in Oranje-shirts. Ik wist dat ons voetbal groot is, maar dat het zoveel teweeg heeft gebracht had ik niet verwacht.”

Hij was onder de indruk van het niveau van de spelers. “Stuk voor stuk technisch en zeer behendig. Tactisch was het een stuk minder. Daarom zal het nooit wereldtop worden.”

Bakker trainde en speelde wedstrijden, maar er bleef voldoende tijd over om het land van de rijzende zon ook te ontdekken. “Daar heb ik ook volop gebruik van gemaakt. We trainden in de ochtend. In de middag gingen mijn ploeggenoten aan het werk bij de sponsors, ik had mijn handen vrij om attracties en andere bezienswaardigheden te bezoeken.”

Er was na zijn vertrek interesse uit Vietnam. “Ik ben daar nog een week geweest om stage te lopen. Ik speelde prima in een oefenwedstrijd. Probleem was dat de club al het maximale aantal buitenlandse spelers, drie, onder contract had staan.” Heel erg vond Bakker het afketsen van de transfer ook weer niet. “Ik wilde eigenlijk al terug naar Nederland om hier mijn maatschappelijke carrière op te starten. Ik werk nu als recruiter en bij Rijnsburgse Boys speel ik op een prachtig niveau. Ik heb het er super naar mijn zin. Alles is perfect geregeld.”

Hij geniet van de thuiswedstrijden en dan vooral de derby met andere Bollenstreek-clubs. “Tegen Noordwijk en Quick Boys heb ik meegespeeld, Katwijk heb ik door mijn blessure helaas gemist”, reageert hij. “Dat was ook de minste derby voor ons. We waren redelijk kansloos. Quick Boys was daarentegen geweldig. Drieduizend man en nog winnen met 3-1 ook.”

Hij mikt dit seizoen met Rijnsburgse Boys op een plaats bij de eerste zeven. “Daar hebben we de kwaliteit voor. Mijn grote doel is om nog een keer kampioen te worden. Het liefste met Rijnsburgse Boys.”

Wil je meer informatie over de club Rijnsburgse Boys? Klik hier.
Lees hier de krant van de Bollenstreek.

R.W.B. Kanjers pakken na de winterstop de draad weer op

Zit uw zoon of dochter in groep 1 of 2 en vind hij/zij voetbal leuk? Op zaterdag 18 januari start RWB met de winterstop achter de rug weer met de trainingen voor de Kanjers (minipupillen). Lid worden bij RWB hoeft niet meteen, pas na een aantal trainingen wordt gekeken of uw kind voetbal echt geschikt is voor hem en of hij/zij er plezier in heeft.

De training is bedoeld voor jongens en meisjes van 4 (bijna 5) en 5 jarigen. De Kanjers trainen elke
zaterdag van 10.30 tot 11.45 uur, waarbij halverwege de training een korte pauze ingelast wordt om
even een bekertje ranja te drinken. De wekelijkse training zal verzorgd worden door Foort Cové die
daarbij door één of meerdere ouders geassisteerd wordt. Tijdens de training worden allereerst op speelse wijze de basisprincipes van het voetbal geoefend. Gaandeweg het seizoen komen tussendoor ook de technische oefeningen aan bod zoals snel voetenwerk, dribbelen/drijven, trappen en passen, kappen en draaien etc. Natuurlijk zal bij iedere
training het 4×4 wedstrijdje niet ontbreken.

Dus als uw dochter of zoon zin heeft om lekker te rennen en tegen een bal te schieten dan is hij/zij
van harte welkom om vrijblijvend een aantal keren mee te komen doen. Voor meer informatie kunt u
bellen of mailen met: Foort Cové f.cove@home.nl 0416-341808 (na 17.00 uur)

Bron: R.W.B. 

Nick Slotboom kind van ASWH voetbalt voor zijn plezier

Hij is een kind van de club. Vanaf zijn zesde speelt Nick Slotboom op een jaar na onafgebroken voor ASWH. De 24-jarige middenvelder tikt net na de jaarwisseling de honderdvijftig wedstrijden in het eerste elftal aan. “Ik voetbal nu voor mijn plezier.”

HENDRIK-IDO-AMBACHT – In een groot en hoog magazijn op een bedrijventerrein in Dordrecht, met uitzicht op de Merwede, liggen vele rollen zilver- en goudkleurige platen. Op andere plekken zijn de platen opgestapeld. “Allemaal vertind blik. Daar werken we uitsluitend mee. Zie je die vijf schuifdeuren daar? Acht keer per dag brengen vrachtwagens nieuwe materialen binnen. Overal zit een klein foutje in. In de bedrukking, in de afmeting. Het is afgekeurd. Leveranciers kunnen er niets mee. Wij kopen het op en geven het buiten Europa een nieuw leven.”

Het familiebedrijf Nicomet Tinplate exporteert het blik weer. “Over de hele wereld. In vele landen maakt het niet uit als het materiaal afwijkingen kent. De lage prijs is voor hen belangrijker en het arbeidsloon is laag in die landen. Vorig jaar ben ik met mijn vader Rob (directeur, red.) naar diverse landen in het Midden-Oosten geweest om klanten te bezoeken en te werven. Op 15 december ga ik een week alleen op pad naar een nieuw land waar ik kansen zie. Het is precies een dag nadat de winterstop ingaat. Normaal plan ik mijn reizen met een vertrek op woensdagochtend. Kom ik woensdagavond of donderdagmiddag weer terug, zodat ik donderdagavond op de training van ASWH aanwezig ben.”

Met de club uit zijn woonplaats Hendrik- Ido-Ambacht debuteert hij dit seizoen in de Tweede Divisie. “Promotie was geen must. We hoopten op top vijf. Halverwege het seizoen stonden we nog dertiende, maar plotseling vielen alle puzzelstukjes op zijn plek en raakten we in een ow. In de Play-Offs maakte ik in de extra tijd nog de beslissende treffer tegen OFC waardoor we de finale bereikten. Die wonnen we tegen FC Lienden dikverdiend. Ook in de verloren thuiswedstrijd waren wij de betere ploeg.”

BOVENAAN RECHTERRIJTJE
Op het hoogste amateurniveau kent ASWH een moeizame start. “De club sprak de doelstelling rechtstreekse handhaving uit. De trainer (Rogier Veenstra, red.) wil binnen het team iets creëren door de lat iets hoger te leggen: bovenaan rechterrijtje. Maar handhaven betekent dat we het goed hebben gedaan. We hebben kwalitatief een minder goede ploeg dan vorig seizoen en strijden tegen clubs met budgetten die vier tot vijf keer hoger liggen. In de afronding zijn we vaak ongelukkig. Ook dat moet beter om erin te blijven.”

Slotboom debuteerde op zijn zeventiende in het eerste elftal van de Ambachters met een doelpunt. “FC Dordrecht had zich gemeld. Ik kon daar in de Onder 19 komen. ASWH reageerde daarop om me als A-junior een jaar vervroegd door te schuiven naar het eerste elftal. Ik besloot te blijven. Spelen in de Hoofdklasse leek me beter voor mijn ontwikkeling.” In 2014 vertrok hij alsnog. Naar Leonidas uit Rotterdam, dat net de sprong naar de Topklasse had gemaakt. “Michel Langerak was trainer bij ASWH. Hij wilde jonge spelers eerst inzetten op de anken. Rechtsback, linksbuiten, dat werk. Dan kwamen ze minder vaak in balbezit en konden ze beter wennen aan het niveau. Ik moest rechtsbuiten spelen. Nooit eerder gestaan. Ik ben ook niet supersnel of moet het hebben van mijn één-op-één-passeerbeweging. Ik mocht niet naar binnen komen of me bemoeien met het spel tussen de linies. In het tweede scoorde ik 25 keer en gaf ik 25 assists. Daar leerde ik niets meer. Die situatie zou een jaar later niet veranderen. Bij Leonidas kreeg ik een kans op het hoogste amateurniveau.”

Een jaar waarin hij een vaste basisplaats bekleedde, maar werd afgesloten met degradatie. “ASWH vroeg me terug. De organisatie bij Leonidas was niet top. En ik speel liever op zaterdag dan op zondag. ASWH kwam op hetzelfde niveau uit. Ik hoefde niet lang na te denken. In Jack van den Berg was er ook een nieuwe trainer gekomen. ASWH is mijn club, twee minuten van mijn huis. Veel mensen kennen mij en andersom. Al heeft dat niet altijd positief uitgewerkt. Voor trainers was het vaak een gemakkelijk middel om mij op de bank te zetten en een aangetrokken speler op te stellen. Dat heb ik nooit begrepen. Voor het publiek en als voorbeeld richting je eigen jeugd zou ik altijd kiezen voor de zelf opgeleide speler als de kwaliteit hetzelfde is.”

FEYENOORD
Vader Rob was tot twee jaar geleden lid van de Raad van Commissarissen van Feyenoord en staat bekend als een van de oprichters van de Vrienden, die de Rotterdamse profclub in 2010 redde van een faillissement. “Ik ben met een Feyenoord-hart opgegroeid. Als ik kan, zit ik elke wedstrijd in De Kuip. Het was een droom ooit voor Feyenoord te voetballen. Op mijn achtste heeft een scout van de club mijn telefoonnummer gevraagd. Helaas heeft het belletje nooit plaatsgevonden. Nu zet ik de stap naar een betaald voetbalclub niet meer. FC Dordrecht heeft vorig jaar nog eens geïnformeerd. Maar ze zeiden ook: jij geeft je huidige baan niet op voor een carrière in de Eerste Divisie. Ben ik straks 34 jaar en moet ik nog starten met mijn maatschappelijke carrière.”

In juli 2017 besloot Slotboom het familiebedrijf in te stappen. Officieel als purchase- en salesmanager. “Ik werkte na mijn hbo-opleiding 2,5 jaar bij een bedrijf in stalen buizen, maar wist dat ik ooit de stap naar Nicomet Tinplate zou maken. Mijn vader vond dat de tijd rijp was om het familiebedrijf te versterken. Hij deed de in- en verkoop tot die tijd alleen. Een tweede frisse, jonge kracht was welkom. Ik kon hem nu bijstaan in de zoektocht naar nieuwe leveranciers, naar nieuwe afzetmarkten en met een fris gezicht naar klanten stappen waar we ooit zaken meededen, maar daarna afhaakten.”

Zijn werkplek bevindt zich bij de entree, waar ook de receptioniste zit. “We hebben zeven mensen in dienst. Groei was niet mogelijk toen mijn vader alleen aan het hoofd stond. Nu kunnen we verder kijken. Voetbal blijft uiteraard voor mij belangrijk, maar is niet meer het belangrijkst. Ik probeer alle trainingen van de partij te zijn en wil er alles aan doen om ASWH dit seizoen in de Tweede Divisie te houden. Gebeurt dat, hebben we het prima gedaan.” (SB)

Voor de hele krant van de tweededivisiekrant. Klik hier
Meer informatie over ASWH? Klik hier.
Klik hier voor een ander artikel over de tweededivisiekrant.
Klik hier voor een ander artikel over ASWH.

Marciano van Leijenhorst wil weer kampioen worden met Ijsselmeervogels

Het kampioenschap in de Derde Divisie, een negende plaats in het debuutseizoen in de Tweede Divisie en afgelopen jaar derde. Sinds zijn komst boekt Marciano van Leijenhorst telkens progressie met IJsselmeervogels. “Deze club hoort altijd voor de prijzen te gaan. Dit seizoen het kampioenschap.”  

BUNSCHOTEN-SPAKENBURG – In zijn trainingsfout neemt hij plaats in de Businessclub boven in de prachtige tribune van IJsselmeervogels. Natuurlijk prijkt het nummer 23 op zijn borst. “Het eerste jaar voetbalde ik hier nog met 16, maar ik wilde graag 23. Ik ben groot fan van Rafael van der Vaart. Ontstaan toen ik als kind tegen hem opkeek bij Ajax en bij Oranje. Hij was zo goed. Bij IJsselmeervogels droeg keeper Raymon van Emmerik dat nummer. Ik heb na het seizoen 2016/17 gevraagd of ik het nummer mocht overnemen. Hij stemde in en ging verder met 99. Of ik Van der Vaart ooit persoonlijk heb ontmoet? Nee, dat niet. Ik ben nog regelmatig in de Johan Cruijff Arena. Vind het leuk om voetbal op een hoog niveau te bekijken. Ik bezoek ook geregeld de Galgenwaard om een wedstrijd van FC Utrecht mee te pikken.”

Hij speelde zes jaar in de jeugdopleiding van FC Utrecht. “Als linkshalf. Net als Van der Vaart, haha. Ik ben pas in de Onder 19 van FC Groningen naar de positie van centrale verdediger verhuisd. Trainer Paul Raveneau vond dat een geschikte positie voor me. Ik kon me daar volgens hem beter ontwikkelen. Ik was niet direct om, maar volgde het advies. Achteraf had me het ook leuk geleken om middenvelder te blijven, dan kom je meer aan voetbal toe.”

Bij FC Utrecht maakte de nu 25-jarige linkspoot deel uit van een team met onder meer Sean Klaiber, Oussama Tannane en Yassin Ayoub. “Ik voelde me lekker. Van de C1 mocht ik direct door naar de B1. Daar speelde ik samen met mijn huidige teamgenoot Yannick Cortie. De B2 sloeg ik over. Daar bleef mijn ontwikkeling hangen. Het liep niet. In het laatste jaar kreeg ik ook nog een conflict met de trainer. Het was beter dat onze wegen scheidden.” FC Groningen luidde de nieuwe bestemming. “Ik zag het als een uitdaging. Mijn vmbo-tl had ik zojuist afgerond. Schoolverplichtingen kende ik niet. Het eerste jaar woonde ik in een gastgezin in Beilen. Daarna deelde ik een appartement met Ron Janzen (later Cambuur, RKC en Helmond Sport, red.).”


RKC WAALWIJK
Marciano van Leijenhorst vormde in de jeugd van FC Groningen een centraal verdedigingsduo met Hans Hateboer. “We stonden goed als blok. Terwijl Hans een kans kreeg in het eerste elftal, was die voor mij nooit weggelegd. Ik trainde als eerstejaars A-junior weleens mee als er een partijvorm werd gedaan. Stond Virgil van Dijk bij de basiself centraal achterin. Maar ik ben nooit opgenomen in de wedstrijdselectie. Toen ik besefte dat een vertrek dichtbij kwam, trainde ik mee bij RKC Waalwijk. Zij hadden serieuze belangstelling. Tijdens die stage verrekte ik al snel een binnenband. Lag ik er vijf maanden uit! Ik kreeg een herkansing bij RKC Waalwijk, maar was natuurlijk nog niet helemaal wedstrijd t. Dat liep op niets uit.”

Door een telefoontje van trainer Hans van de Haar belandde Van Leijenhorst bij FC Lienden. “Ruim een uur rijden, maar het werd een prachtig seizoen. We werden kampioen van de Topklasse en daarna ook Nederlands Amateurkampioen. IJsselmeervogels had al geïnformeerd en we zaten aan tafel. De overgang kwam niet rond, waardoor ik op zoek moest naar een andere club. Dat werd Hercules. Een heel jn jaar waarin ik helemaal ben opgeleefd. Trainer Eric Speelziek wist me op de juiste manier te prikkelen. Het had geen zin om mij in een groep af te vallen. We voerden daarom veel individuele gesprekken. Het plezier in het voetbal vond ik terug. Hercules wist dat ik maar een jaar zou blijven. Al in november kwam mijn transfer naar IJsselmeervogels voor de zomer daarna rond.”
In Hilversum pakte de blonde Soestenaar de studie Sport & Bewegen op. “Ik heb alle stages bij IJsselmeervogels kunnen lopen. Bij de Onder 8, 9 en 11. En tijdens de opleiding ook mijn diploma Trainer- Coach III onder docenten René Stoffels en Willem Romp behaald. Dit seizoen train ik geen team.” Sinds september werkt hij als salesmanager bij SkarpWear, de onderneming van ploeggenoot Jeffrey Buitenhuis in Bunschoten-Spakenburg gespecialiseerd in bedrijfskleding. “Na afloop van onze thuiswedstrijden loop ik altijd naar de Businessclub. Daar lopen potentiële klanten rond. Mijn eerste commerciële afspraak via die manier is al tot stand gekomen. We richten ons niet op een afgebakend gebied, maar de meeste klanten komen logischerwijs uit de regio Soest-Amersfoort.”


CLUB VAN 100
Begin september trad Marciano van Leijenhorst, die vastligt tot medio 2021, toe tot de Club van 100 bij IJsselmeervogels. Spelers die minimaal honderd officiële wedstrijden voor het voetbalbolwerk uit het vissersdorp hebben gespeeld. “Het bevalt me hier erg goed. De club wordt professioneel gerund. Wellicht nog beter dan menig Eerste Divisionist. Een club als IJsselmeervogels moet elk jaar meedoen om de prijzen, dus het kampioenschap.” Vorig jaar haakten de Vogels in de slotfase af in de titelrace. In de huidige jaargang gaan de roodwitten al vanaf de start aan kop. “De titel zou een mooie bekroning zijn. Ook richting de fans, die ons elke uitwedstrijd massaal achternareizen.”

“Van het vorige kampioenschap heb ik de medaille, het shirt en de ingelijste foto nog. Er is in mijn huis zeker ruimte voor uitbreiding. Het zou mooi zijn als we in mei weer een feestje kunnen vieren.” (SB)

Voor de hele krant van de tweededivisiekrant. Klik hier
Meer informatie over Ijsselmeervogels? Klik hier.
Klik hier voor een ander artikel over de tweededivisiekrant.
Klik hier voor een ander artikel over Ijsselmeervogels.

In gesprek met Arie van der Giessen vrijwilliger van Kogelvangers

Arie van der Giessen (70) is sinds zijn zesde betrokken bij de voetbal in het algemeen. Sinds 1975 is hij verbonden aan de club uit Willemstad, zelf heeft hij ook in het eerste van de club gespeeld. Tegenwoordig is hij vrijwilliger.

Zijn taak bij de club is de kantine beheren, dit doet hij dan ook al vijfendertig jaar. “Ik besteed er gemiddeld vijfentwintig tot dertig uur per week aan. Dit doe, en kan, ik niet alleen. Een jongedame helpt mij dan ook, wat ik zeer prettig vind. Het is het zevende jaar waar ik mezelf inzet als vrijwilliger als kantinebeheerder. Ik zit ook al vijfendertig ruim in de evenementen commissie van de club. Het is dan ook echt mijn club, de Kogelvangers.” Door zijn inzet als vrijwilliger heeft hij een aantal speldjes ontvangen van de KNVB, door zijn inzet voor de club. Naast het voetbal is hij ook daadwerkelijk maatschappelijk betrokken bij Willemstad. Hij zit zich mede door een vereniging voor de belangen van het dorp binnen de gemeente. Door zijn betrokkenheid voor zijn club en dorp is hij zo ook geridderd door de burgemeester.

Zelf heeft hij ook nog een hele periode bij NSVV in Numansdorp gevoetbald, waaronder ook zijn jeugd, hij begon op zijn zevende. Hij heeft het daar ook nog tot het eerste elftal kunnen schoppen, wat eerste klasse speelde. In 1975 verhuisde hij naar de overkant van het water en schreef zich daarin bij Kogelvangers. Zo heeft hij ook nog deel uitgemaakt van het vroegere Brabants-elftal en in zijn tijd bij NSVV van het Hoeksche Waard-elftal.

Het was wennen toen hij was verhuisd naar Noord-Brabant. “Als ik terugblik op de eerste twee jaar, zou ik graag op mijn knieën over de brug zijn gekropen. In Willemstad werd er vijfde klasse gevoetbald, dat was voor mij erg wennen. Al snel kwamen er jongens uit de randstad hier wonen, waardoor we ook wel redelijk snel een aardig elftal hadden ontwikkeld.”

Volgens Arie is het voetbal van nu niet meer te vergelijken met het voetbal in zijn tijd. “Tegenwoordig gaat het spelletje veel sneller, vroeger was het alleen technischer. De meeste kunnen vandaag de dag ook honderd meter in tien seconden lopen. Ik heb dan ook respect voor de arbiters van vandaag de dag, die gasten op het veld lopen zo hard. Ik ging vroeger bijvoorbeeld altijd met mijn tas met spullen naar de club, zelfs als ik niet hoefde te voetballen kwam ik kijken met mijn tas. Dit omdat ze er altijd wel een ergens konden gebruiken.”

Vaak kwam de vader van Arie naar zijn zoon kijken. “Mijn vader kwam ook weleens kijken naar onze wedstrijd. Hij zei dan altijd: Kogelvangers is geen voetbalclub, maar een feestclub. Het was dan altijd zo gezellig op de vereniging. Ik heb het hier dan ook altijd naar mijn zin gehad en er kwamen steeds meer jongens die wel op aardig niveau gevoetbald hadden.”

Vroeger ging hij en zijn team ook wel een stappen. “Je kreeg dan vijf gulden zakgeld en moest het daar het hele weekend mee doen, dus daarvan de entree betalen om te dansen. De oudere jongens van het eerste haalde dan een rondje, maar je kreeg geen limonade. Je kreeg alleen bier. De eerste vier waren niet zo lekker, maar dat went vanzelf. Het was een echte leuke tijd als ik daaraan terugdenk.”

Arie is tevreden over wat er momenteel in het eerste van de club staat. “Er zijn een aantal jongens die ook echt kunnen ballen. Nu Robert Braber is teruggekeerd is het plaatje een beetje compleet. Ik ga dan ook iedere zaterdag kijken. Toen ik met mijn vrouw ging, vertelde ik haar, dat als ze mij zaterdag van de voetbal zou weghouden, we een probleem hadden.”

Met de selectie van het eerste elftal is de vrijwilliger zeer tevreden. “Het eerste van de club zie ik zeker eindigen bij de eerste vijf, misschien mag ik wel zeggen bij de eerste drie. We hebben het geluk als kleine club, dat we vijftien spelers hebben, die allemaal een beetje gelijkwaardig zijn. Het leukste vind ik dan ook, dat het allemaal jongens uit Willemstad zijn. De terugkeer van Robert Braber doet me ook goed, uiteraard. Tuurlijk zijn er een paar die beter zijn dan de andere, maar als ze elkaar moeten vervangen door een schorsing, dan is het ongeveer van dezelfde kwaliteit. Dat is voor ons het belangrijkste. We hoeven dan ook niet te promoveren, maar een periode pakken zou leuk zijn.”

 

Jeroen Tesselaar op zijn plek bij Quick Boys

Hij speelde vier jaar in de Schotse Premiership en kende twee prachtige seizoenen in Israël. Afgelopen winter tekende Jeroen Tesselaar (30) een contract bij Quick Boys. Een ideale omgeving om volledig fit te geraken, dacht hij aanvankelijk. Nu vormt de club van Nieuw Zuid een uitstekende combinatie met zijn maatschappelijke carrière. “Quick Boys is het leukste team waarin ik tot nu toe heb gevoetbald.”

KATWIJK – Wognum, Paisley, het buiten gebied van Glasgow, het centrum van de Schotse stad, Doetinchem, Tel Aviv en Jeruzalem. Jeroen Tesselaar woonde er de afgelopen negen jaar. “Nu ben ik weer aan het verhuizen, haha. We gaan naar een tijdelijke woning in Wognum tot onze nieuwe woning in dezelfde plaats wordt opgeleverd.”

Dan is Jeroen Tesselaar met vrouw Brigit en zoontje Moos definitief gesetteld. Een nieuw profavontuur heeft hij uit zijn hoofd gezet. “Toen ik vorig jaar bij Quick Boys aansloot, was ik clubloos en herstel de van een kniepeesblessure. Ik wist niet of ik de belasting van vijf dagen trainen plus wedstrijd aankon. Quick Boys traint drie keer. Dat was ideaal. Zo kon ik mooi helemaal t worden.”

Met de Katwijkers promoveerde hij via de Play-Offs naar de Tweede Divisie en tekende hij aansluitend een verlengde verbintenis van twee jaar. “Tot 1 augustus kreeg ik de tijd om een nieuwe profclub te vinden. Ik wilde graag terug naar Israël waar ik twee prachtige jaren heb beleefd. Maar de regels in de eerste divisie zijn verscherpt. In plaats van drie buitenlanders in mijn eerste jaar, twee in het jaar daarna, mochten clubs slechts één buitenlander meer contracteren. Een club kiest dan sneller voor een spits of een nummer tien dan een linksback. Ik ging half juli nog op proef bij MVV, maar dat pakte niet helemaal lekker uit. Nu richt ik me volledig op Quick Boys. Sinds begin september werk ik voor Mindshare, het grootste mediabureau van Nederland, in Amsterdam. De combinatie is ideaal.”

BOVENIN MIDDENMOOT
Bij Quick Boys heeft de linkspoot, op Nieuw Zuid centrale verdediger, het goed naar zijn zin. “Heel goed. Een leuke club en een leuk team. Het leukste waarin ik tijdens mijn carrière heb gespeeld. Ik rijd vaak vanuit mijn werk met Dennis Kaars, sinds kort mijn collega, naar de training. Terug carpool ik met Bert Steltenpool. Hij woont in Wervershoof, komt daardoor toch voorbij Wognum. We begonnen het seizoen moeizaam. Kenden veel pech, maar in het najaar zetten we een mooie reeks neer. Onze primaire doelstelling dit seizoen is handhaving, maar ik denk dat we bovenin de middenmoot kunnen eindigen. Al zijn bijna alle ploegen aan el- kaar gewaagd. Dat had ik niet verwacht.” Zijn gedachten dwalen nog regelmatig af naar Israël waar hij de clubkleuren van Hapoel Ramat Gan en Hapoel Katamon verdedigde. “In de zomer van 2016 liep mijn contract bij De Graafschap af. In mijn zoektocht naar een nieuwe club kreeg ik een bericht van een Nederlandse zaakwaarnemer, die ik niet kende, of ik openstond voor een avontuur in Israël. Dat leek me een mooie uitdaging. Ik hoorde zes weken niets en gaf de moed al op toen een tweede contact volgde. Ik vloog naar Tel Aviv. Een dag later, op donderdag, zou ik meetrainen met het eerste elftal van Hapoel Ramat Gan, maar zij speelden weer een dag later een competitiewedstrijd. Trainde ik mee met de Onder 19, omdat de linksback van het eerste anders zenuwachtig kon worden. Op maandag speelde ik een bekerwedstrijd tussen clubs van het tweede niveau. Daar mochten stagiairs starten. Ik had vijf maanden geen duel gespeeld, maar moest door de verlenging direct honderdtwintig minuten aan de bak. Een dag later tekende ik. In Schotland was het keihard werken en de lange bal. In Israël is het voetbal juist technisch.”

Een seizoen later verhuisde hij naar Hapoel Katamon, een club opgericht en geleid door supporters. “Twaalf jaar geleden begonnen ze helemaal onderaan. De oprichters waren supporters van Hapoel Jeruzalem, maar het niet eens met het clubbeleid. Onder trainer Lior Zade waren ze diverse keren gepromoveerd. Zade was mijn trainer bij Hapoel Ramat Gan en keerde terug naar Katamon. Hij belde me, maar spreekt enkel Hebreeuws. Gelukkig gaf hij de telefoon snel door aan de directeur voetbalzaken die wel Engels sprak. Daarna vertelde Assaf Cohen, een Israëlische schrijver, me alles over de club. Hij had acht jaar in Amsterdam gewoond en spreekt vloeiend Nederlands. Het deed me goed dat een club zoveel moeite ondernam om mij binnen te halen.”

HULP SUPPORTERS
Met zijn vrouw betrok hij een spiksplinternieuw appartement in Pisgat Ze’ev, een oude onorthodoxe Joodse wijk net buiten de Israëlische hoofdstad. “We wilden graag twee slaapkamers. In Tel Aviv had ik er één. Als mijn ouders, vrienden of familie overkwamen, moesten zij overnachten in een hotel. Peperduur. In Tel Aviv was mijn appartement gemeubileerd. In Jeruzalem niet, maar binnen de kortste keren kreeg ik van supporters het volledige meubilair aangeboden. Een bank, een bed, tafel, stoelen, zoiets had ik nooit eerder meegemaakt. Vanaf het dakterras zag ik de muur die de scheiding met de Westbank, Palestina betekent. Ik ben enkele keren door de checkpoints gegaan. Zelfs een keer naar Ramallah. Toen ik daarvan een post op Facebook zette, kreeg ik van ploeggenoten reacties of ik dood wilde en wat ik daar in godsnaam deed. Ik voelde me niet onveilig. Hoogstens dat bewoners vroegen of ze met mijn vrouw, die blond is, op de foto mochten.”

Van bomaanslagen of andere onveilige situaties heeft Jeroen Tesselaar niets gemerkt. “Geen enkele keer is het luchtalarm afgegaan. Al ging het onlangs weer even mis. Jeruzalem is een klassieke oude stad. Tel Aviv is een Westerse bubbel. Erg modern. Ook druk. Ik kocht daar een elektrische step en ging zo naar de training.” Na de jeugd van AZ, twee jaar Eerste Divisie met Telstar, vier seizoenen met St. Mirren en Kilmarnock in de Schotse Premiership en een jaar Eredivisie met De Graafschap betekende Israël een mooie afsluiting van zijn betaald voetbalcarrière. “Met mijn keuzes ben ik achteraf heel tevreden. Inclusief mijn keuze nu voor Quick Boys.” (SB)

Voor de hele krant van de tweededivisiekrant. Klik hier
Meer informatie over Quick Boys? Klik hier.
Klik hier voor een ander artikel over de tweededivisiekrant.
Klik hier voor een ander artikel over Quick Boys.

Nieuwenhoorn gaat vol voor meidenvoetbal met Patrick Lagerwaard!

0

Dat het damesvoetbal in Nederland aan populariteit wint is geen nieuws en ook binnen v.v. Nieuwenhoorn groeit de meidenafdeling door. Dit seizoen spelen de meiden in een speciaal voor hen ontworpen tenue en is er achter de schermen hard gewerkt om deze afdeling vanuit een gedegen organisatie te versterken en klaar te maken voor de toekomst. Dit heeft al geresulteerd in een 3e meidenelftal (MO13) naast de MO17 en MO19, maar vv Nieuwenhoorn wil meer meiden een plaats bieden om te voetballen!

De technische commissie heeft afgelopen week overeenstemming bereikt met Patrick Lagerwaard. Hij zal als bestuurslid damesvoetbal gaan bouwen aan een kwalitatief hoogwaardige dames- en meisjesafdeling op alle fronten, zowel op- als buiten het veld, waarbij ook aandacht is voor goed verzorgde randzaken. Patrick zal nauw gaan samenwerken met de VTC en de jeugdcommissie. Uiteraard moet Patrick nog wel officieel door de ALV worden benoemd. Patrick zal in de komende periode steeds vaker bij Nieuwenhoorn te zien zijn, de nodige kennismakingsgesprekken zijn inmiddels al gestart.

We vroegen Patrick om zichzelf voor te stellen en de overstap naar Nieuwenhoorn toe te lichten.

Mag ik mij even aan u voorstellen?

Mijn naam is Patrick Lagerwaard en ik ben 45 jaar oud. Ik ben getrouwd en heb drie kinderen. In december, net voor de feestdagen, ben ik gevraagd om Nieuwenhoorn te komen versterken. Dit zou dan met name moeten gebeuren op het gebied van dames/meidenvoetbal. Het doel is om samen een goede en levensvatbare dames/meidenafdeling te organiseren met daarin per leeftijdsklasse meerdere teams die spelen op een zo hoog mogelijk niveau. Hierover zullen jullie de komende tijd meer gaan horen.

Mijn achtergrond met het voetbal is dat ikzelf heel wat jaren als kind heb gevoetbald tot een enkelblessure ervoor zorgde dat dit niet meer ging. Ik voetbalde bij FC Vlotbrug. Ik was geen hoogvlieger, maar haalde door inzet wel selectieteams. Dat is dan ook mijn stijl. Door inzet, samenwerking en optimaal gebruik van een ieders talenten een zo hoog mogelijk niveau halen. Heel belangrijk hierbij is dat ik de sfeer niet uit het oog verlies. Deze moet optimaal zijn en af en toe ontspannen is er dan ook bij. Meidenvoetbal is immers meer dan alleen voetbal!

n 2011 raakte ik weer verstrikt in het verenigingsvoetbal doordat mijn zoontje ging voetballen bij de ministars van VV Hellevoetsluis. Al vrij snel (2012) ging ik de ministars ook trainen en groeide samen met mijn zoon mee in diens voetbalcarrière. Selectieteams getraind, maar ook de laagst geklasseerde teams. In 2017 stopte mijn zoon met voetballen en werd het tijd om mijn dochter ook haar verdiende aandacht te schenken als trainer. In eerste instantie een gemengd team en vanaf 2018 op verzoek van de vele aanwezige meiden een meidenteam (MO13). Na het eerste toch wel succesvolle seizoen (ongeslagen, maar net geen kampioen in de 2de klasse) is daar dit seizoen een tweede team bijgekomen (MO15). Ik train MO15 en coördineer het meidenvoetbal in het algemeen.

Toen kwam daar zoals ik al stelde het verzoek van v.v. Nieuwenhoorn. Een aanbod te mooi om links te laten liggen. De mogelijkheid om een meidenafdeling op te zetten, met de beschikking over diverse middelen en faciliteiten. Vooral dat laatste vind ik heel belangrijk. Voetbalclubs die al wat langer bestaan en op wat oudere terreinen spelen beschikken in principe niet over de faciliteiten om het meidenvoetbal goed te faciliteren. De clubs zijn er simpelweg niet op gebouwd en dan is het toch altijd wat schipperen. Bij Nieuwenhoorn is in de huidige situatie wat meer ruimte en de wens om te investeren in een ruimer aanbod qua faciliteiten. Dit alles om zo het groeipotentieel van het dames/meidenvoetbal alle ruimte te bieden. Dat sprak mij erg aan en om die reden heb ik ja gezegd. Ik heb het meidenvoetbal namelijk erg hoog zitten en denk dat hier nog veel te bereiken is. Ik hoop dat de komende jaren samen met jullie en alle meiden die er al zijn en nog gaan komen te bereiken! Tot snel.

Wil je meer informatie over de club Nieuwenhoorn? Klik hier.
Lees hier de krant van Voorne-Putten.

Molendijk, Van der Lijn, De Bruijne en Winterberg verlengen ook bij V.V.Nieuwenhoorn

0

Na eerder al het positieve nieuws dat een zevental spelers komend seizoen ook weer in het zwart wit te bewonderen zijn, de terugkomst van oude bekenden als Delano a’Cohen, Ferani van Vugt en Yannick o’Callaghan en het verwelkomen van Tom den Boer, kunnen we weer mooi nieuws naar buiten brengen.

Komend seizoen zullen de ervaren rotten Frank Molendijk en Melvin Winterberg gewoon nog steeds te bewonderen zijn in het Bakker Bouw tenue. Frank, dit seizoen aanvoerder en leider van de achterhoede, gaat dan alweer zijn vierde seizoen in bij Nieuwenhoorn.

Melvin Winterberg, die na het seizoen 2017-2018 terugkwam op het oude nest, heeft ook aangegeven komend seizoen graag weer in het zwart wit te spelen. De betrokken stylist met heerlijke linkerbeen zal naast zijn activiteiten ook weer aan de gang gaan als assistent trainer van het JO19-1 team.

Naast de twee ervaren rotten blijven ook de fanatieke Tim van der Lijn en stabiele kracht Roeland de Bruijne komend jaar aan de Rijksstraatweg spelen. Tim kwam ook in het seizoen 2018-2019 terug in het zwart wit te spelen en dat bevalt goed. Daarnaast is hij meer dan betrokken bij de club. Want naast komend seizoen te proberen een onomstreden basisspeler te zijn, gaat hij zich wederom hard maken voor en in de Sponsorcommissie.

Roeland de Bruijne gaat ook al weer zijn derde seizoen in bij Nieuwenhoorn. Roeland, een stabiele kracht die zijn mannetje staat in de verdediging, heeft het enorm naar zijn zin en voelt zich helemaal op zijn plaats. Roeland, Melvin, Frank en Tim hopen ook komend seizoen een succesvol seizoen te hebben waarin sportiviteit en plezier hand in hand gaan.

Als Nieuwenhoorn zijnde zijn we uiteraard erg blij dat veel spelers aangeven te willen blijven komend seizoen. Daarnaast juichen we de ontwikkeling dat spelers van de selectie zich meer en meer betrokken voelen bij de club en rollen als (assistent) trainer of een plek in een commissie oppakken toe. Dit maakt dat alle lagen binnen de club meer en meer met elkaar verbonden zijn en blijven. Iets waar je als vereniging alleen maar positief over kunt zijn.

Foto: website V.V.Nieuwenhoorn.

Bron artikel: website V.V.Nieuwenhoorn.

Meer informatie over V.V. Nieuwenhoorn? Klik hier.
Klik hier voor een ander artikel over de V.V. Nieuwenhoorn.

 

Jeffrey Burger zorgt voor code rood bij Nieuwenhoorn

0

Als Jeffrey Burger zich in het strafschopgebied meldt, is het voor de tegenstanders in de tweede klasse code rood. De jonge aanvaller was dit seizoen al goed voor dertien competitietreffers voor Nieuwenhoorn 1. “Ze hoeven er niet mooi in, als ze er maar ingaan.”

Het beroemde ‘tunneltje’ van kleedkamers naar het hoofdveld van Nieuwhoorn: bijna iedere jeugdspeler hoopt er ooit de gang te maken tussen zijn ploeggenoten van het eerste elftal. Voor Burger liep dat pad via een omweg. Omdat zijn kansen uitbleven, week hij voor één seizoen uit naar toenmalig derdeklasser Rockanje. “Ik dacht dat dat beter was voor mijn ontwikkeling”, reageert Burger (24). “Ik kwam niet aan spelen toe bij Nieuwenhoorn. En als je niet speelt, sta je stil in je ontwikkeling.” Omdat hij dreigde te verpieteren in het tweede elftal liet hij zijn geliefde club even achter zich. In Rockanje vond hij wat hij zocht: een basisplaats. Het vertrouwen wat hij kreeg, betaalde hij terug in doelpunten. “Ik heb persoonlijk een prima jaar gehad. Ik scoorde bij de vleet.” Hij werd topscorer met vijftien doelpunten en dat was opvallend, omdat hij bij een degradatiekandidaat speelde.“ Dat we zijn gedegradeerd, daar baal ik wel van. De doelpunten krijgen een meerwaarde als ze geholpen hadden bij de handhaving.” Terug in Nieuwenhoorn lag er niet meteen een basisplaats voor hem te wachten. Onder trainer Ron van den Berg kreeg hij beetje bij beetje meer speelminuten. “Ergens in december heb ik een basisplaats gekregen.” “Door hard te werken”, voegt de Hellevoeter eraan toe. Een eigenschap die van toepassing is op zijn spel. Liever een meter te veel lopen en een persoonlijk duel meer dan van een afstandje toekijken. Burger is van het doorgaan en zeker niet van de feilloze techniek. “Ik geef altijd honderd procent.” En als het om doelpunten gaat, heeft hij een neusje voor de goal. “Ik maak veel goals omdat ik op de goede plek sta. Dat is intuïtie. Ik vind het ook helemaal niet belangrijk hoe de ballen erin gaan, als ze er maar ingaan.” Zijn missie dit seizoen met Nieuwenhoorn is duidelijk: kampioen worden. Vorig seizoen strandde Nieuwenhoorn in de nacompetitie. “Als de nacompetitie dit seizoen begint hoop ik andere dingen te doen”, zegt Burger, die het voor niets minder doet dan het kampioenschap. Na elf van de 26 wedstrijden liggen de aanvaller en zijn consorten op koers voor een feestje. De voorsprong op Oostkapelle bedraagt vijf punten. “Als we scherp blijven geven we de koppositie niet meer uit handen. Vooralsnog gaat alles naar wens. Vlak voor de winterstop wonnen we met 5-1 van Hellevoetsluis.” Nieuwenhoorn is in de tweede klasse E ingedeeld met veel Zeeuwse clubs. “Het niveau is minder dan vorig seizoen toen we in de Rotterdamse poule zaten, maar daar tegenover staat dat de beleving groter is. De clubs in Zeeland brengen allemaal een aardige aanhang op de been. Het is even reizen, maar het is altijd leuker om voor meer publiek te spelen.”

Wil je meer informatie over de club Nieuwenhoorn? Klik hier.
Lees hier de krant van Voorne-Putten.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.