Home Blog Pagina 1084

Combinatie JO19 VCW en HZ’75 bevalt ‘enorm goed’

Twee verschillende groepen jongens uit andere dorpen samenvoegen tot één selectie: dat is niet makkelijk. Toch bewijst de gecombineerde JO19 van HZ’75 en VCW dat het wel kan. Pakweg 22 jongemannen uit Wagenberg en Hooge Zwaluwe vormen vanaf dit seizoen een hechte selectie.

Yannick van der Corput (17) en Bram Gosens (15) vertellen los van elkaar hetzelfde verhaal over het ontstaan van de gezamenlijke JO19 van VCW en HZ’75: het initiatief werd ontvangen met de nodige scepsis, maar was vanaf de eerste ontmoeting een groot succes. En hoognodig, want beide teams kampten met te weinig spelers.

VREEMD
“Het is wat om een heel seizoen met vreemde gasten te voetballen, dachten wij vooraf. Maar het pakt echt heel goed uit, beter dan we allemaal hadden verwacht. Op de eerste training speelden we een partijtje en werden we al gelijk door elkaar gemengd. Iedereen wilde zichzelf laten zien en dus moest je wel goed met je ploeggenoten samenspelen. Daardoor werd het ijs gebroken en sindsdien is het alleen maar beter gegaan.” Aan het woord is Van der Corput, de 17-jarige laatste man van de JO19-1 en -2 van de combinatie HZ’75 en VCW. Hij is een jongen van VCW, maar heeft het ook bij HZ’75 ontzettend goed naar zijn zin. “Ik doe weleens mee met een seniorenelftal van die club en vind het daar echt heel gezellig.”

Ook de prestaties zijn aardig, zowel de JO19-1 als de JO19-2 doet mee om de bovenste plaatsen in respectievelijk de derde en vierde klasse. De 15-jarige Gosens is een broekie in het team. “Ik ben te groot om met onze JO15-1 mee te doen en voetbal daarom al jaren met ouderen. Ik heb op mijn veertiende zelfs al mijn debuut gemaakt bij de senioren.”

GEZELLIG
Ook hij ziet dat het een gezellige spelersgroep is geworden, de combinatieselectie van VCW en HZ’75. Gosens is zelf een jongen van HZ’75. “In het begin ben je natuurlijk wel bang voor een VCW-kamp en HZ’75-kamp, maar dat is totaal niet zo gegaan. We voetballen met z’n allen en drinken na afl oop met het hele team een biertje in het café van een van onze teamgenoten. We zijn allemaal jongens die hard willen trainen, maar ook niet té fanatiek zijn.” De 15-jarige middenvelder hoopt om de prijzen mee te blijven doen. “En dat het net zo gezellig blijft.”

Van de Corput sluit af met de conclusie die beide clubs als muziek in de oren zal klinken: “We hebben het allemaal naar ons zin: elk wedstrijd en training is gezellig. Het bevalt ons enorm goed.”

Meer informatie HZ’75? Klik hier.
Klik hier voor de hele krant van Oosterhout.

 

 

René de Winter doet rustig mee met de Katwijkse meiden

“Typisch die meiden”, zegt René de Winter (57) na de uitwedstrijd van zijn Katwijk-vrouwen tegen Ter Leede. Ondanks een numerieke minderheid in de tweede helft wint Katwijk met 3-0 in Sassenheim. “Ik had twee geblesseerden en één speelster, dat wisten we, moest in de rust weg voor haar werk. Het tekent deze ploeg dat het niet mort, maar gewoon die voorsprong verdedigt.”

De Winter is alweer bezig aan zijn vierde seizoen bij Katwijk. Wat ooit begon als een tijdelijk klusje is uitgegroeid tot een lang dienstverband. De oefenmeester lacht als hem wordt gevraagd of hij een contract voor het leven heeft. “Ik zit hier goed. Ik hoor geen klachten van die meiden.”

Het vrouwenteam kwam De Winter per toeval op het pad. “Ik moest zelf met voetbal stoppen vanwege mijn knie. Ik wilde wel graag betrokken blijven bij de club en had bij de jeugdcommissie aangegeven dat ik in het volgende seizoen wel weer een B- of A-team wilde trainen en coachen. Dat heb ik in het verleden ook gedaan. Op dat moment haakte de vrouwentrainer vanwege veranderende werkomstandigheden echter af. Die meiden hebben mij toen gevraagd of ik het seizoen wilde afmaken.”

Die drie maanden waren lang genoeg voor  De Winter om volgens eigen zeggen verliefd te worden op het vrouwenvoetbal. “Die meiden hadden de grootste lol samen. Ze gingen voor elkaar door het vuur. Ik werd gewoon een beetje verliefd.”- Dat dat wederzijds was bleek in zijn eerste volledige seizoen. “Uitgerekend één jaar na het overlijden van mijn vrouw speelden we een wedstrijd. Dat was voor mij een emotionele dag natuurlijk. Ik had dat niet aan de grote klok gehangen, maar ze hingen die dag wel allemaal om mijn nek. Hoe ze erachter zijn gekomen weet ik nog steeds niet.”

“Dat sociale spreekt me erg aan. Jongens en mannen hebben dat toch veel minder. Deze meiden voetballen niet alleen samen, maar doen ook buiten het veld alles samen. We hebben sinds een tijdje er twee meiden uit Leiden bij. Bij Leids Ontzet zat de hele ploeg in de binnenstad van Leiden.”

“Daar hoef ik niet zo nodig bij te zijn”, vervolgt De Winter. “Dat weten die meiden ook, hoor. Ik ben over de vijftig. Dat stappen, dat trekken we niet meer.”

“In november zijn we met zijn allen uiteten geweest. We hebben nu een aanvoerster die erg van dat soort dingen is. En de zaterdag na Sinterklaas hadden die meiden een Sintkerstnieuwjaarfeest georganiseerd. Ja, daar moest ik bij zijn. Iedereen had de opdracht twee cadeautjes te kopen voor een paar euro. Ik heb nu nog geen idee hoe dat spel ging, maar er kwam een dobbelsteen bij te pas. En dan moest je de cadeautjes doorgeven. Aan het einde had iedereen twee cadeautjes om uit te pakken. Lol verzekerd.”

Hij weet dat voor de Katwijkse meiden voetbal vaak een bijzaak is. “Het is een sociaal gebeuren. In mijn eerste seizoen, toen we een mindere ploeg hadden met veel meiden die net waren begonnen, kwamen ze soms lallend en gillend van het veld, terwijl er met 12-0 verloren was. Daar moet je als trainer wel om kunnen gaan.” Inmiddels is het niveau, mede door de groei van de meisjesen vrouwentak bij Katwijk, aardig opgekrikt. De Winter: “Twee seizoenen geleden zijn we gepromoveerd van de vijfde naar de vierde klasse. Vorig seizoen speelden we rond de achtste, negende plaats, dit jaar draaien we in de top mee. Er zit echt progressie in.”

Meer informatie over katwijk? Klik hier.
Klik hier voor de hele krant van Bollenstreek.

Ad Reijtenbagh moet verval SC Botlek stoppen

0

Als Ad Reijtenbagh (50) in zijn loopbaan iets geleerd heeft, dan zijn het wel de wetmatigheden waaraan geen voetbalteam ontkomt. De trainer van derdeklasser SC Botlek kan zich vasthouden aan zijn ruime ervaring.

In het hoofd van Reijtenbagh regeert het realisme. Hij weet dat SC Botlek drie jaar terug aan verval onderhevig is geweest en het kost tijd weer op goed niveau te komen. “Dat we in de derde klasse een-na laatste staan, vind ik ook helemaal niet vreemd”, begint de trainer zijn verhaal. “We spelen op een pittig niveau en zullen onze weg in deze klasse moeten vinden.”

Reijtenbagh was enkele jaren trainer van Simonshaven, de club waar hij als voetballer opgroeide. Ook Stellendam en Hekelingen kwamen onder de hoede van de man die afgelopen zomer bij SC Botlek begon. “Ik ken dit voetbalgebied goed en kan de klasse van andere teams goed inschatten”, vervolgt Reijtenbagh. “Met CION, Kethel Spaland, HBSS en OVV hebben we een uitstekende top vier. Maar er zijn nog meer aanwijzingen dat we in een sterke competitie spelen. Wat vind je van het feit dat Vlotbrug maar één plaatsje boven ons staat? Dat is een prima ploeg maar ook zij hebben het lastig in deze competitie. Gelukkig kan ik zeggen dat we een groep met goede karakters hebben. Oudere spelers corrigeren de jongeren, en dat is altijd een belangrijk wapen.” Hij weet wel hoe de hazen lopen, wil Reijtenbagh maar zeggen. Sommige trainers leven in een droomwereld, maar hem maak je niet meer gek met wilde ideeën. “Ik zie aan mijn spelers dat ze met weinig zelfvertrouwen spelen”, vervolgt de trainer. ,,Dat zeg ik niet om mijzelf in te dekken, maar gewoon omdat het de feiten zijn. Tot de zeventigste minuut houden we het aardig vol, maar het knaagt aan die gasten dat we zelf moeilijk scoren. Als dat doelpunt lang uitblijft, zie je die gezichten steeds verder betrekken en de onrust toenemen. Een team dat bovenin meedraait heeft juist de tegenovergestelde houding. Die hebben het geduld om kalm te blijven, omdat ze weten dat die goal toch wel valt.” Ook bij zijn andere clubs zorgde Reijtenbagh altijd voor een mengeling van jonge en oudere spelers. Garanties heeft een trainer nooit, maar als beide groepen aan elkaar klonteren, kan er mooie synergie ontstaan. Tot zijn vreugde ziet Reijtenbagh de gelouterde Jermaine van Pijkeren steeds meer de regie naar zich toetrekken. De 28-jarige aanvaller speelde voor FC Dordtrecht en NAC; op derdeklasseniveau kan hij zich nadrukkelijk onderscheiden.

“Jermaine wordt steeds fitter”, besluit Reijtenbagh zijn overdenking. “Als hij helemaal fi t is, heeft hij meer ruimte om zich met andere spelers te gaan bezighouden. Het is voor een trainer heel fijn als hij zo’n goede speler in huis heeft. Maar ook kan het een valkuil zijn. Soms worden zulke spelers wel erg belangrijk gemaakt en zit je met een probleem als ze wegvallen. SC Botlek mag in mijn ogen echt niet afhankelijk van één heel goede speler zijn. We zijn namelijk een team en manifesteren onszelf ook op die manier. De breedte blijft natuurlijk ook heel belangrijk.”

Meer informatie over SC Botlek? Klik hier.
Klik hier voor de hele krant van Rijnmond.

Spijkenisse 8 laat geheimen in de kleedkamer

0

Bart van Hout is al jaren geen voetballer meer, maar als Spijkenisse 8 speelt, voegt hij zich bij ‘de jongens’. “Als leider. Dan probeer ik wat orde in de chaos te krijgen.”

Van Hout staat officieel nog wel op de spelerslijst. “Ik doe ieder seizoen ook minimaal een paar minuten mee. Altijd de laatste wedstrijd, vaste prik. Afgelopen seizoen ook weer. Vaak heb ik niet eens een bal geraakt als de scheidsrechter voor het einde fluit. Zo voel me toch als speler onderdeel van het team.”

Bij Van Hout (27) heeft het verstand het van het hart gewonnen. Een onwillige schouder maakt voor hem voetballen onmogelijk. “Die schouder is al, ik overdrijf niet, dertig keer uit de kom geschoten. Ik ben er inmiddels twee keer aan geopereerd. Je hoeft er bij wijze van spreken maar naar te kijken en hij ligt er weer uit. Dat is natuurlijk geen basis om te voetballen. Het kan ieder moment gebeuren. Intussen heb ik het wel geaccepteerd. Ik pak op deze manier ook de leuke dingen mee. Ach, dat voetbal is voor ons maar bijzaak”, toont hij zich een meester van de relativering. Van Hout was één van de pioniers van het elftal. “De kern voetbalt al jaren samen. Sommige jongens spelen al vanaf de E-tjes met elkaar.” Andere mannen van het eerste uur zijn Van Houts broer Pim, Geert-Jan Bernouw, Yorick van Deelen, Sascha Remie, Thijs Bierling, Thijs van Hout en Wesley Timmer. “We verversen regelmatig. We zijn vaak een opvanghuis voor spelers uit de jeugd of een andere nieuweling bij de club. Wij zijn niet zo moeilijk. Meestal zeggen we: kom maar een keertje proberen bij de training. Als dat van beide kanten bevalt, hoor je erbij.”

Training? “Dat is het niet echt, we spelen eigenlijk alleen maar een partijtje. Dat doen we wel fanatiek, zoals we ook in de wedstrijd wel fanatiek zijn. We willen graag winnen, maar als we verliezen zijn we dat ook zo vergeten. We blijven na afloop altijd hangen in de kleedkamer. Dan komen de grote verhalen. Het gaat over de zin en onzin van het leven. Biertje erbij, bitterballetje. En alles wat we bespreken in de kleedkamer blijft daar ook. Kleedkamergeheimen lekken wij nooit”, verzekert Van Hout, die in eens begint te twijfelen of zijn team nu het zevende of achtste is. “Dat wil nog wel eens veranderen. Vandaar.”

Die veranderende samenstelling was ook de reden om niet in te gaan op de lokroep van de zevende klasse. Vorig seizoen werd immers het kampioenschap behaald. Van Hout: “Op dit niveau mag je vrij inschrijven. Onze beste spelers, jongens die uit de A waren gekomen, zijn echter doorgeschoven naar een ander elftal. Die verzorgden wel een groot deel van onze doelpuntenproductie.” De vacatures werden snel opgevuld. “Met spelers uit het opgeheven veteranenelftal. Het betekent wel dat de gemiddelde leeftijd iets hoger is komen te liggen. We winnen liever een potje extra in de achtste klasse dan dat we in de zesde of zevende plaats ergens onderin bungelen.”

Meer informatie over Spijkernisse? Klik hier.
Klik hier voor de hele krant van Rijnmond.

 

Frans Ceton verlaat Olympia’60 met opgeheven hoofd

Na twee seizoenen komt er een einde aan de samenwerking tussen Olympia’60 en Frans Ceton. De trainer kijkt terug op de afgelopen anderhalf jaar, blikt vooruit op de tweede seizoenshelft en bespreekt de toekomst van zijn huidige team. “Er zit veel potentie in dit elftal.”

Welke club uit de regio Oosterhout speelt in tenues die gelijkenissen vertonen met die van Feyenoord? Dit is een makkelijke quizvraag voor voetbalkenners. Het is uiteraard Olympia’60 dat een soortgelijk rood-wit shirt heeft als de Rotterdamse topclub en de zwarte broek en zwarte sokken maken de vergelijking van de Dongense club met de vijftienvoudig landskampioen van Nederland compleet. Momenteel zwaait er met Frans Ceton een oud-Feyenoorder de scepter bij Olympia’60, al haalde hij daar nooit het eerste. “Ik speelde in de B- en A-jeugd, maar hierna ging ik terug naar de amateurs. Ergens is het speciaal voor me dat Olympia’60 in deze tenues speelt, zeker omdat Feyenoord mijn favoriete club is gebleven”, zegt hij.

UITDAGING
Ceton werd vorig jaar trainer van Olympia’60 en hij stond direct voor een uitdagende missie. Toen hij een contract tekende stond het elftal op een stabiele plek in de derde klasse, maar de club kende een dramatische seizoenshelft. De zaterdagvereniging degradeerde en veel spelers trokken hierna de deuren van sportpark Crispijn achter zich dicht. “Ik moest even slikken, twijfelde oprecht of ik wel moest instappen op dat moment”, zo kijkt Ceton terug op die periode. “Maar ik heb er geen spijt van dat ik de uitdaging ben aangegaan. Ik moest vanaf nul beginnen en dat was niet makkelijk, maar met onze jonge groep hebben we na een slechte start een goede reeks neergezet. Dat resulteerde in een zevende plek op de ranglijst en we grepen bovendien net naast de tweede periodetitel.”

FUNDAMENT
De trainer bouwt dit seizoen verder aan een stevig fundament voor Olympia’60, al draagt hij deze klus na dit voetbaljaar over aan een nieuwe architect. Ceton gaat op zoek naar een nieuwe uitdaging. “Je moet aan de club en aan jezelf denken. Het leek me het beste om het gesprek niet meer af te wachten met het bestuur, maar zelf de jongens en de staf al vroeg te vertellen dat ik na dit seizoen stop”, legt hij uit. “Ik denk namelijk dat het een mooi moment is voor me om verder te kijken. Het bestuur vroeg me om het eerste team weer op de rails te krijgen na de degradatie en dat is denk ik aardig gelukt. We hebben met onze jonge groep veel stappen gezet en er zit nog altijd veel potentie in dit team. De club kan nog veel plezier beleven aan deze spelers. Zo lang ik trainer ben, hoop ik dat we stijgen op de ranglijst. In de eerste seizoenshelft hebben we onnodig veel punten laten liggen.”

Ceton is nog lang niet klaar als hoofdtrainer in het amateurvoetbal. Dat is niet verrassend. Zijn vader Frans en broer Jerome Ceton zijn net als hijzelf hoofdtrainer, de passie voor voetbal zit diepgeworteld binnen het gezin. “En die gaat ook nooit meer weg. Er zijn weinig dingen mooier dan voetbal.”

Meer informatie over Olympia’60? klik hier.
Klik hier voor de hele krant van Oosterhout.

 

Suat Tasci gaat vol voor nacompetitie met DVVC

Het eerste team van vijfdeklasser DVVC telde vorig seizoen slechts veertien spelers en toch wist Suat Tasci met die krappe groep de nacompetitie te halen. De trainer vertrekt na dit voetbaljaar bij de club uit Dongen. Hij wil afscheid nemen in stijl. “Ook nu gaan we meestrijden om promotie.”

Een paar jaar geleden hielp Suat Tasci als trainer van DVVC 2 de club uit de brand toen de positie van hoofdtrainer plotseling vacant was. Hij maakte de afspraak met het bestuur dat hij tussentijds kon vertrekken en FC Drunen hengelde hem binnen. Toen Johan Dijkstra DVVC na het seizoen 2015/2016 verliet, klopte die club wederom bij Tasci aan. “Kennelijk heb ik een goede indruk achtergelaten en daardoor was ik gevleid”, zo blikt hij terug op die periode. “Ik heb DVVC leren kennen als een gezellige en warme vereniging en had na de degradatie uit de vierde klasse veel zin om het team weer op te bouwen.” Dat bleek makkelijker gezegd dan gedaan. Tasci daarover: “Ik trof een ongemotiveerde spelersgroep aan, terwijl ik bloedfanatiek ben. Het boeide sommige gasten niets als ze een partijtje verloren, of ze lieten zomaar hun mannetje lopen. De trainingsopkomst was ook niet best. Daar was ik niet over te spreken. Ik heb veel gesprekken gevoerd met spelers en afspraken gemaakt. Ik zei: Als we willen bouwen, moeten we als één team aan de bak.”

VEERTIEN MAN
De aanpak van de oud-trainer van onder meer HHC’09, Neerlandia’31 en Hedel wierp zijn vruchten af. In zijn eerste jaar eindigden de groen-witten op de vijfde plek en vorig jaar finishte DVVC op een vierde plek, die goed was voor de nacompetitie. “Dat was een ongeloofl ijk knappe prestatie”, zegt Tasci. “We hadden een spelersgroep van slechts veertien spelers en toch troefden we grotere clubs met meer mogelijkheden af. Soms reisden we slechts met elf spelers af naar uitwedstrijden. Bizar eigenlijk, maar we flikten het toch om te spelen voor promotie. Helaas gingen we in de eerste ronde direct onderuit, maar iedereen bij DVVC was terecht trots.”

NACOMPETITIE
Dit jaar heeft Tasci iets meer te kiezen. In zijn derde en seizoen jaar bij de Dongense club heeft hij de beschikking over negentien spelers. De trainer constateert halverwege het seizoen dat hij ook met deze selectie kan meestrijden om promotie. “We hebben nu elf duels gespeeld en ik vin dat we voor geen enkele tegenstander onderdoen. Als iedereen fit blijft, moet de nacompetitie opnieuw haalbaar zijn. Die prestatie zou geweldig zijn voor de club en voor mij zou het een mooi afscheid zijn.”

kan meestrijden om promotie. “We hebben nu elf duels gespeeld en ik vin dat we voor geen enkele tegenstander onderdoen. Als iedereen fit blijft, moet de nacompetitie opnieuw haalbaar zijn. Die prestatie zou geweldig zijn voor de club en voor mij zou het een mooi afscheid zijn.”

Meer informatie over DVVC? Klik hier.
Klik hier voor de hele krant van Oosterhout.

FC Rijnvogels moet rust krijgen van Gulden middenweg

FC Rijnvogels was de afgelopen jaren een broeinest van onrust. Twee stromingen vochten elkaar in figuurlijke zin de tent uit op De Kooltuin. De club hoopt dat de rust snel terugkeert nu de leden hebben gekozen voor een duidelijke richting.

“De leden hebben een duidelijk signaal afgegeven”, zegt Fred Verboon namens het interim-bestuur. Dat tijdelijk bestuur, met behalve Verboon, Ilona de Lange, Gerrit Menkelveld en Mart de Groot, had de opdracht gekregen om de impasse te doorbreken. Een impasse die was ontstaan door de gedachtegang van twee sterke stromingen binnen de club.

“De ene stroming, van het oude bestuur, wilde naar links en de andere stroming, van het bestuur dat daarna kwam, wilde naar rechts”, vat Verboon de situatie samen. “Er waren twee visies ontstaan die haaks op elkaar stonden en waarbij beide partijen min of meer de hakken in het zand hadden gezet. Er was geen beweging meer.”

Het nieuwe bestuur onder leiding van voorzitter Peter Plug had duidelijk andere ideeën dan het vorige bestuur, dat echter invloedrijk bleef en nog altijd een stevige vinger in de pap had. De financien rondom het eerste elftal was de splijtzwam. Waar de ene stroming vond dat het allemaal wat minder mocht met het budget verzette de andere stroming zich hevig tegen het dichtdraaien vande geldkraan. “Er ontstond op een gegeven moment een onwerkbare situatie waarbij het conflict ook op de werkvloer zichtbaar werd. Dat deed de club van zelfsprekend geen goed. Er moest wat gebeuren.”

Met het opstappen van het bestuur en de installatie van een tijdelijk bestuur ging Rijnvogels op zoek naar een oplossing. Het vierkoppige interim-bestuur werkte de afgelopen maanden keihard om een doorbraak in de patstelling te forceren. “Het was voor ons al heel snel duidelijk dat de leden uitsluitsel moesten geven. Zij hebben het laatste woord. De leden hebben het voor het zeggen en op die manier hebben we dit probleem ook aangevlogen.”

Uit de ledenenquête kwam een duidelijke boodschap naar voren: prestatievoetbal wordt als belangrijk gezien, maar dat mag niet ten koste gaan van andere activiteiten in de club. “Voor ons was het belangrijk dat een overgrote meerderheid er zo over denkt. Het was lastiger geweest als er een kleine meerderheid was geweest. Met tachtig procent was er een groot draagvlak.”

“Vervolgens zijn we op zoek gegaan naar een model waarbij de door de leden gekozen richting kan functioneren.”

Vandaar dat het interim-bestuur voorstelde om de activiteiten van het eerste elftal los te koppelen van de vereniging en onder te brengen in een aparte stichting. “Uiteraard onder de paraplu van de club. De band tussen vereniging en stichting blijft nauw. De club stelt jaarlijks een budget beschikbaar en de rest moet komen uit gelden van de stichting.”

Verboom denkt dat de stromingen kunnen leven met de gekozen constructie. “Het is misschien niet helemaal wat ze eerst wensten, maar voor beide partijen zit er iets in waarmee ze zichzelf toch tevreden kunnen stellen. Het is een gulden middenweg. Dit besluit schept vooral duidelijkheid.”

Duidelijk is ook dat FC Rijnvogels achteruit gaat in spelersbudget. Verboon: “We verwachten dat er een budget over blijft waardoor het goed mogelijk is om op het niveau van de hoofdklasse te blijven spelen. Het was fors voor hoofdklasse-begrippen, het wordt gemiddeld.” De volgende stap is een nieuw bestuur. Het vierkoppige interim-bestuur zal daar geen deel van uitmaken. “Er moet een nieuwe start gemaakt worden. Het is gezond voor ons om weer plaats te maken.”

Meer informatie over FC Rijnvogels? Klik hier.
Klik hier voor de hele krant van Bollenstreek.

 

Ter Leede wisselt van de wacht

Na vijf jaar geeft Ronald Vonk de voorzittershamer bij Ter Leede over aan Kees de Lange. De ene supporter volgt de andere op. “Van deze club kun je alleen maar houden.”

Het beviel ze wel: in aanloop naar de ‘machtsoverdracht’ eind december trokken Vonk en De Lange samen ten strijde. “Perfect zo’n inwerkperiode”, zegt de nieuwe voorzitter. En de plaatsmakende voorzitter: “Op deze manier kon ik alvast wennen aan het idee om geen voorzitter meer te zijn.”

Met De Lange krijgt Ter Leede een voorzitter die al jaren actief is bij de club. Hij was onder meer voorzitter van de stichting topvoetbal. Vanwege werk in Madrid was hij voor het grote publiek wel uit beeld. “Ik ben vorig jaar teruggekomen. Ik stond weer open voor een nieuwe functie.”

In Spanje was hij de grootste fan van Radio Bollenstreek, vertelt hij. Iedere balomwenteling van Ter Leede volgde hij via de lange en korte golf. “Zeker in het kampioensjaar was ik aan de radio gekluisterd. Ik ben de grootste fan van Willem Moleveld.”

De Lange maakte jaren geleden kennis met Ter Leede toen zijn zoon ging voetballen. “Je kent het wel: je leunt tegen het hek en voor je het weet hebben ze een baantje voor je. Je wordt zo de club ingezogen.”

De 62-jarige Sassenheimer stipt meteen zijn grootste uitdaging aan: het vrijwilligersbestand op een goed peil houden. “De tendens is dat mensen minder tijd hebben. Dat heeft een grote weerstand op het vrijwilligerswerk. Onze uitdaging is om de functies zo in te richten dat het voor iedereen aantrekkelijk blijft.”

Hij stapt bij Ter Leede op ‘een rijdende trein’. “Mooie accommodatie, een goede structuur en organisatie. De club heeft een duidelijk profiel. Daarin neemt het vrouwenvoetbal een belangrijke plaats in. We willen ook graag prestatievoetbal spelen, maar niet ten koste van alles. We doen het op onze eigen manier. Tegen het grote geld van de grotere clubs kunnen we niet op. Daardoor is derde divisie ook ons plafond normaal gesproken.”

Zijn voorganger leidde Ter Leede ruim vijf seizoenen. Vonk: “Dat heb ik altijd met enorm veel plezier gedaan. Het wordt echter tijd om meer aan mezelf en mijn gezin te denken. Mijn vrouw komt graag bij de club, maar de verhouding club/gezin raakte enigszins zoek. Ik vond dat oneerlijk tegenover mijn vrouw en dochters.”

“Ik wil graag meer aandacht geven aan mijn dochters. Ze voetballen allebei. Eén bij ADO Den Haag, de ander in Ter Leede 1. Ik wil ze allebei zien voetballen. Straks kan dat niet meer en zijn ze uitgespeeld.”

Vonk vindt het ook goed dat er een nieuwe man komt. Ook aan een voorzitter zit een houdbaarheidsdatum is hij van mening. “Kees kijkt er met een nieuwe en frisse blik tegenaan. Dat is toch anders dan je iets voor de tweede of derde keer doet. Hij heeft genoeg te doen. Klaar is een club nooit. Als je denkt dat alles geregeld is, komen er nieuwe uitdagingen op je pad.

Beiden zijn trots op hun club en de vrijwilligers die Ter Leede dragen. Mopperen doen ze in tweevoud als ze vanuit de bestuurskamer Ter Leede 2 een strafschop zien missen. De nieuwe voorzitter wordt geen kopie van de vertrekkende. Vonk: “Daar ben ik ook helemaal niet op zoek naar gegaan.” De Lange: “Ronald heeft het op zijn manier gedaan, ik doe het op mijn manier. Een koersverandering, nee.”

Meer informatie over Ter Leede? Klik hier.
Klik hier voor de hele krant van Bollenstreek.

Kantinepraatjes met Meno Chrysikopoulos van VV Nieuwerkerk zaterdag 6

In deze rubriek gaan wij opzoek naar de toppers van de laagste regionen. De elftallen die het voetbal zo mooi maken. Niet vanwege de kwaliteiten in het veld, maar vooral de kwaliteiten buiten het voetbal. Vandaag spraken we met Meno Chrysikopoulos. De zelfbenoemde captain derde helft van het bij elkaar geraapte zooitje van Nieuwerkerk 6.

Chrysikopoulos speelt sinds de mini’s bij VV Nieuwerkerk. Na één jaar bij de mini’s mocht hij doorstomen naar de O9. “In de O9 begon het voetbalavontuur dan echt, ik vond het toen vrij spannend zoals ieder jongentje op die leeftijd denk ik. Daarna heb ik alle jeugdelftallen doorlopen en ben ik op dit moment bezig aan mijn derde seizoen in de senioren. Met als hoogtepunt in mijn voetbalcarrière het kampioenschap in de A3, toen ik nog goed kon voetballen” reageert Chrysikopoulos lachend.

Samen met een paar andere spelers is Chrysikopoulos de grondlegger van het vriendenteam en bekleedt een belangrijke functie binnen het elftal. “Zoals je kan zien aan mijn achternaam ben ik Grieks en die staan bekend om de leuke feestjes en partijen. Daarnaast heb ik ook veel ervaring in de horeca, aangezien mijn familie een eigen Grieks restaurant heeft. Waardoor ik de nodige ervaring heb met het regelen van bepaalde dingen. Zodoende ben ik benoemd tot captain derde helft. Wat in feite betekent dat ik alles buiten het voetbal om regel. Zo heb ik afgelopen weekend samen met de trainer een uitje georganiseerd.”

Zo organiseert Chrysikopoulos samen met een paar andere grondleggers ook ieder jaar het teamweekend. “We zijn nu meerdere jaren achter elkaar naar het Nevelhorstoernooi geweest. Dit is een voetbaltoernooi in Didam voor lagere elftallen uit heel Nederland, overdag wordt er gevoetbald en in de avond is er een feestje. Het is altijd super goed geregeld en we gaan er al twee jaar met veel plezier heen. Al zijn we dit jaar opzoek naar wat anders.”

Aankomend weekend mag de aanvoerder van de derde helft zich opmaken voor een thuiswedstrijd tegen het vijfde van VV Hillegersberg. “Uit verloren we net aan op een slecht veld, maar het was wel een leuke tegenstander. Ik hoop dat we nu thuis gaan winnen, maar in deze competitie kan iedereen van elkaar winnen en verliezen. Het zal er dus om spannen, al weet ik zeker dat de derde helft nu al binnen is” aldus Meno Chrysikopoulos van VV Nieuwerkerk zaterdag 6.

Wilt u nu ook met uw team in de schijnwerpers staan bij het VoetbalJournaal stuur dan een mail naar voetbaljournaalnl@gmail.com

Meer informatie over VV Nieuwerkerk vindt u hier terug.

Of lees hier het vorige artikel uit de rubriek met VV Nieuwerkerk 6.

Kantinepraatjes met Luc Verheul van VV Nieuwerkerk 6

In deze rubriek gaan wij opzoek naar de toppers van de laagste regionen. De elftallen die het voetbal zo mooi maken. Niet vanwege de kwaliteiten in het veld, maar vooral de kwaliteiten buiten het voetbal. Vandaag spraken we met Luc Verheul trainer en leider van het bij elkaar geraapte zooitje van VV Nieuwerkerk 6.

Verheul is niet altijd trainer geweest, ook hij begon op jonge leeftijd met voetballen bij VV Nieuwerkerk. “Ik heb alle elftallen doorlopen als speler en ben in de senioren terechtgekomen in dit vriendenteam. Helaas na een seizoen geblesseerd geraakt, waardoor ik voor langere tijd niet kon meevoetballen. Toch wou ik graag onderdeel van het team blijven, daarom heb ik ervoor gekozen om dit boeltje in het gareel te houden.”

Op de vraag hoe hij het vond om voor een groep te staan reageerde Verheul met een lach. “Leuk dat je het vraagt! Het is niet niks om als speler de overstap te maken naar de zijlijn. Het zijn natuurlijk je vrienden en dan wordt er weleens een beetje gekkigheid uitgehaald. Toch moet ik er altijd voor zorgen dat bijvoorbeeld alle spullen netjes worden opgeruimd na een training, zodat we geen ballen, hesjes of pionnen verliezen. Toch verbaast het me hoe goed het gaat tijdens de trainingen en de wedstrijden. In de regel doet iedereen mee met de oefeningen, zelfs conditietrainingen worden met enige gemopper toch uitgevoerd. Dat noem ik voor mezelf een persoonlijke overwinning. Als niemand er zin in heeft sta je daar toch mooi voor niks.”

Iedere week is de opkomst voor een training maar weer afwachten voor Verheul. “Voor de training ga ik altijd even na hoeveel man er aanwezig zijn. Dan vallen er altijd een uur van de training nog een paar gasten af, maar dat is typisch voor een vriendenteam. Als we dan genoeg man hebben om het veld op te gaan probeer ik er altijd een leuke training van te maken. We beginnen altijd met een warming-up, daarna een positiespelletje en natuurlijk het gebruikelijke partijtje. Tussendoor probeer ik er stiekem nog een beetje conditietraining te stoppen om die bierbuikjes toch een beetje tegen te gaan, al valt dat niet bij iedereen meer te redden” vertelt Verheul lachend.

De trainer kan genieten van het voetbal, maar dan vooral van alles wat niet lukt. “We zijn niet voor niks het zesde elftal. Er zitten wel een paar leuke voetballers tussen, maar het belangrijkste is het plezier. Daarom is het ook zo leuk om voor deze groep te staan. Het zijn vrienden, waardoor er veel wordt gelachen en met veel lol getraind. Al die mislukte trucjes of panna’s die worden gegeven maken de training af. Soms staat het dan ook nog op camera en wordt de desbetreffende persoon er een week mee geconfronteerd. Gelukkig weet iedereen dat zulke dingen erbij hoort en ook iedereen kan tegen een grapje binnen het team.”

Bij dit elftal staat de derde helft natuurlijk centraal en er wordt dan ook ieder weekend iets georganiseerd. “Samen met de zelfbenoemde captain derde helft (Meno) en staff organiseren we zo nu en dan wat leuks buiten het veld. Laatst zijn we met het team gaan bowlen en ook dan is de borrel belangrijker dan de prestaties. Het is ook even wat anders dan de standaard derde helft op de club. Binnenkort staan lasergamen of paintballen op de planning en aan het eind van het seizoen zijn we nog van plan een weekend weg te gaan met het gehele team.”

Aankomend weekend speelt het elftal van Verheul thuis tegen het vijfde elftal van Hillegersberg. “Ik verwacht dat het team gedreven is om de drie punten in Nieuwerkerk te houden. We hebben immers zeven punten gepakt uit de laatste drie wedstrijden! Maar we missen ook meerdere bepalende spelers dus andere spelers moeten nu opstaan. Ik denk dat het wel goed komt, want Jim Petterson, onze linksbuiten, is goed in vorm. Hij wist twee keer te scoren afgelopen weekend en dat zijn er al twee meer dan vorig seizoen. Mocht het niks worden dan kunnen we altijd nog terugvallen op de derde helft, want die winnen we altijd!” Aldus trainer en leider Luc Verheul.

Wilt u nou ook met uw team in de schijnwerpers staan bij het VoetbalJournaal stuur dan een mail naar voetbaljournaalnl@gmail.com

Meer informatie over VV Nieuwerkerk vindt u hier terug.
Of lees hier het vorige artikel uit de rubriek met VV Nieuwerkerk 6.

 

 

 

 

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.