Home Blog Pagina 885

In gesprek met Ferry Caron van SV Capelle

Ferry Caron (20) speelt vanaf zijn vierde in het shirt van SV Capelle. De middenvelder maakte op zijn zestiende al zijn debuut in het eerste, maar speelt sinds dit seizoen pas vast in de selectie. Hij hoopt nog eens een kampioenschap mee te maken in het blauw en wit.

HappyPoint_desinfectie

Afgelopen seizoen speelde Ferry Caron samen met onder meer Sam Verstappen in een vriendenteam bij SV Capelle. “De jeugd kreeg toen weinig kansen op speeltijd in het eerste en ik vond het mooi om eens met mijn vrienden samen te spelen. Die kans krijg je misschien nooit meer”, zo vertelt hij nu. Die vriendengroep bestond echter niet alleen uit voetballers, waardoor Caron merkte dat hij een uitdaging miste. “In ons team zaten ook jongens die nog nooit hadden gevoetbald. Dat niveau was niks voor mij, ik wilde gewoon in het eerste spelen. Dat wil ik al mijn hele leven en mijn debuut vond ik ook helemaal geweldig.”

En dus maakte hij de overstap naar het eerste, waar hij dit seizoen vast deel van uitmaakt. “We hebben een vrij nieuw team, met veel jeugd. Het is echt gezellig en klikt onderling goed, we moesten eerst alleen nog wel wat wennen aan elkaar. Daardoor was de competitiestart niet heel goed. Ik denk dat we nog wel richting de top vijf kunnen gaan, met Edin Curic hebben we ook écht een goede trainer en ik zag ons al progressie boeken in die eerste weken. We hebben de potentie om hoog te eindigen.” Uiteindelijk hoopt hij op meer met SV Capelle. “Ik denk dat ik hier lang blijf voetballen en zou het mooi vinden om ooit eens kampioen te worden met het eerste. Dat is ons in de jeugd ook maar één keer gelukt, ik wil dat nog een keer meemaken.”

Wat Caron sneller eens hoopt mee te maken, is een derby in het eerste elftal. Hij speelde die nog niet in de selectie, het duel met NEO’25 ging door de coronabreak ook niet door. “Dat is jammer, die wedstrijden zijn het leukst. Die wil je echt winnen, zeker omdat je ook tegen je vrienden speelt. Onderling zijn Sam en ik daar bijvoorbeeld wel over bezig. Je wil niet een half jaar aan moeten horen dat je verloren hebt.” Want Caron krijgt dat dan overal te horen: Boyd de Jong van SSC’55 is ook nog eens zijn collega.

 

Klik hier voor meer artikelen over SV Capelle.
Klik hier voor meer informatie over SV Capelle.

 

In gesprek met Martijn Dalebout van Brouwershaven

BROUWERSHAVEN – Hij is momenteel de meest scorende speler van Zeeland. Met acht goals na vier duels is Martijn Dalebout dus tot op heden qua aantal doelpunten Zeeuws Topscorer. De ‘scherpschutter’ van ASV Brouwershaven hoopt er verderop in dit seizoen nog een reeks goals aan toe te kunnen voegen.


“Best grappig inderdaad dat ik nu qua aantal goals al sinds oktober bovenaan sta. En dat zal dus minimaal tot begin volgend kalenderjaar zo blijven, al heb je er natuurlijk niks aan. Maar leuk voor de statistieken is het natuurlijk wel’, zegt de jonge aanvaller van zaterdag-vierdeklasser ASV Brouwershaven.

Dalebout maakte op zijn vijftiende zijn debuut als jeugdspeler. Sinds drie seizoen is hij vast basisspeler in het keurkorps, dat momenteel wordt getraind door Danny Sandhövel. Waar hij voorheen steevast op het middenveld of vanuit de ‘tien-positie’ speelde, daar ziet hij zichzelf pas sinds het begin van dit seizoen terug als diepste aanvaller. “Dat was voor mij even wennen en best een verrassing. Al moet ik zeggen dat het me steeds beter begon af te gaan en ik dus ook mijn goals wel meepikte.”

Van zijn dubbele kwartet aan goals produceerde hij er overigens vier in het treffen met SKNWK dat met maar liefst 0-5 werd gewonnen. “Dat was in meerdere opzichten een historische wedstrijd, want ik maakte er voor het eerst vier in één wedstrijd én het was al achttien jaar geleden dat we in Nieuwerkerk hadden gewonnen. Dus dat is een wedstrijd die zeker in het geheugen zal blijven bij velen en zeker bij mezelf.”

Het was bovendien het laatste duel wat Brouwershaven tot nu toe speelde, tot teleurstelling van Dalebout. “Het is flink vervelend dat we niet kunnen doen wat we het liefste zouden willen en dat is lekker doelgericht trainen en wedstrijden spelen. Het lag wel in de lijn der verwachting dat ze het opnieuw zouden stilleggen, maar als het dan zover is dan valt het toch tegen. Zeker nu het alweer zo lang duurt. Want je merkt dat de scherpte weggaat en iedereen de motivatie een beetje verliest. Het is toch een bepaald ritme wat in je ‘systeem’ zit, dat je nu al een tijdje kwijt bent. Zelf heb ik ook al geregeld de vraag gesteld waar ik het voor doe momenteel. We trainen in kleine groepjes maar dat is niet zaligmakend. Want het spelen van partijtjes op trainingen, het scoren en spelen om te winnen dat mis ik echt het allermeeste. Ik hoop dan ook dat we dit seizoen nog een vervolg kunnen geven, want ik zou er graag nog wel een aantal goaltjes aan willen toevoegen….”

Klik hier voor meer informatie over Brouwershaven
Klik hier voor meer artikelen over Brouwershaven

In gesprek met Ronald Suijkerbuijk van RSV

Iedereen is belangrijk voor RSV.” Daarom wil Ronald Suijkerbuijk (51) het zo min mogelijk over zichzelf hebben. En toch is hij een interessante interviewkandidaat, als jeugdvoorzitter van de club. “RSV is gezelligheid, daar staan we voor.”

HappyPoint_desinfectie

Nee, Ronald Suijkerbuijk zag een interview eigenlijk niet zo zitten. Hij treedt niet graag op de voorgrond. “Of een vrijwilliger nu twee of twaalf uur per week in de club steekt en één of allerlei taken heeft: iedereen is belangrijk. Alleen in de jeugd hebben wij al een stuk of vijftig trainers, leiders en ouders rondlopen die een handje helpen. Dan hebben we nog het hoofdbestuur, jeugdbestuur, de vrijwilligers bij de senioren, de onderhoudsploeg en de mensen van de kantine. Ik vergeet er waarschijnlijk nog een hoop, maar wat ik wil zeggen: we hebben iedereen keihard nodig.”

VES
Qua vrijwilligers mag RSV niet klagen, zo is Suijkerbuijk duidelijk. Hij kwam zelf pakweg acht jaar geleden bij RSV terecht, toen zoon Jelmer ging voetballen. Die speelt inmiddels in de JO19-1. “Ik kom uit Oudenbosch en heb altijd bij VES, de voorganger van Victoria’03, gespeeld.” Hij verhuisde naar Rucphen en sloot zijn voetbalcarrière ruim anderhalf decennium geleden af in Oudenbosch. Zijn zoontje wilde voetballen en ging dat doen bij de club uit hun woonplaats, RSV. “De eerste paar jaar kon ik er nooit bij zijn vanwege mijn werk, dat vond ik heel jammer. Toen het een en ander is veranderd in mijn baan, kon ik doordeweeks training gaan geven. Uiteindelijk krijg je er dan wat taken bij op de club en ben ik jeugdvoorzitter en coördinator van de JO19 geworden.” Hij genoot vanaf dag één van de sfeer bij RSV. “Ze kenden me nog niet, maar ik werd gelijk binnen de club opgenomen. Ik voel me inmiddels echt een verenigingsmens.”

Acht jaar later kan hij de club treffend omschrijven. “Gezelligheid staat voorop, dat is RSV, daar staat RSV voor. Dat is niet alleen bij de jeugd zo, maar ook bij de senioren – buiten de selectie dan, die er wel voor de prestaties is natuurlijk. We vinden het belangrijk dat iedereen het hier naar zijn of haar zin heeft.” Suijkerbuijk houdt zich dus vooral bezig met de jeugd. “Of teams nu in de eerste of vijfde klasse spelen, dat is minder van belang voor ons. We hebben sowieso per leeftijdscategorie vaak maar één elftal. We zijn geen club van selecteren, houden daar ook niet van. Tuurlijk willen we wel presteren, zeker de oudere jeugd voelt dat zelf ook zo, maar het is niet het belangrijkste. We vinden de onderlinge betrokkenheid ook van belang en organiseren daarom regelmatig activiteiten.”

Toekomst
Het eerste seniorenelftal van RSV staat momenteel onderaan in de vierde klasse. Suijkerbuijk ziet een waterig zonnetje aan de horizon verschijnen. “Want we hebben een heel goede JO19-1, dat is echt een sterke lichting. Daar zitten een aantal spelers in die het eerste in de toekomst kunnen versterken. Ze hebben ook allemaal die prestatiedrang, het is alleen afwachten of ze dat volhouden als ze straks bijvoorbeeld gaan studeren. Het is in ieder geval een heel goede ontwikkeling.” Suijkerbuijk tempert de verwachtingen echter: we hoeven volgend jaar nog geen grote stroom van talenten richting de selectie te verwachten. “De meesten zijn nog eerstejaars JO19, dus die moeten zich echt nog ontwikkelen. Maar de potentie is er.” Van de JO19-1 van de afgelopen twee jaar, staan er momenteel drie in het eerste.

Dan weer even terug naar dat onderwerp waar Suijkerbuijk niet graag over praat: hijzelf. Wat gaat de jeugdvoorzitter doen, als zoon Jelmer doorstroomt naar de senioren? “Dan zal ik langzaam minder gaan doen in de jeugd. Het is een gezonde ontwikkeling dat andere mensen het dan overnemen. We zitten met zijn vijven in het jeugdbestuur, iedereen heeft een x-aantal elftallen onder zijn of haar hoede, vier van de vijf zijn ouders die onder meer het team waar een dochter of zoon in speelt coördineren. Die kinderen worden ook ouder en dan is het een normale ontwikkeling dat ook hun ouders doorschuiven. Het is vooral zaak dat we bij de jongste jeugd weer iemand erbij krijgen.”

 

Klik hier voor meer informatie over RSV
Klik hier voor meer artikelen over RSV

In gesprek met Boyd de Jong van SSC’55

Boyd de Jong (30) wil zo snel mogelijk terugkeren in de derde klasse met SSC’55. Niet alleen omdat de club daar volgens hem hoort, maar ook zodat de derby’s tegen SV Capelle en NEO’25 dan weer twee keer per jaar op het programma staan.

HappyPoint_desinfectie

Boyd de Jong en Ferry Caron zijn in het dagelijks leven collega’s, maar op zaterdag voetballen ze voor twee rivaliserende clubs: SSC’55 en SV Capelle. De Jong geeft echter toe dat de gevoelens van animositeit meer leven richting die andere club uit Sprang-Capelle, NEO’25. “Dat is een beetje Feyenoord – Ajax, waarbij het bij NEO’25 nóg meer leeft dan bij ons. Zij vreten het gras altijd op tijdens die derby’s, het SSC’55-shirt werkt voor hen echt als een rode lap op een stier. Ik weet niet waar dat door komt, want bij ons is iedereen ook wel echt bezig met die derby in de week voorafgaand aan het duel.” Bij de wedstrijden met Capelle leeft dat gevoel wat minder, volgens De Jong. “Dat is heel raar en daarom lastig uit te leggen.”

Promotie
Dat ze nu voor het tweede seizoen niet in één competitie spelen, noemt hij ‘enorm zonde’. “Ook voor de kantine-inkomsten van de andere twee clubs.” Maar De Jong heeft goede hoop op een snelle terugkeer van SSC’55. “Onze selectie is goed genoeg. Je moet heel veel geluk hebben om kampioen te worden, maar promotie zit er zeker in. Alleen dan ben ik tevreden.”

De 30-jarige middenvelder is een echte SSC’55-man. “Ik voetbal hier al mijn hele leven, ben om de hoek opgegroeid. Ik werd op mijn 5de lid en heb vervolgens alle jeugdelftallen doorlopen. Rond mijn 20ste debuteerde ik in het eerste, nadat ik eerst twee jaar heb meegedaan in het tweede.” Een vertrek heeft hij nooit serieus overwogen, ook niet toen hij een seizoen wat minder speelde. “Dan ga je wel even twijfelen, maar uiteindelijk overwint clubliefde alles. SSC’55 is mijn club en ik ga hier nooit meer weg.” Als het aan De Jong ligt, wordt zoontje Lasse ook zo snel mogelijk lid. “Hij heeft al een SSC’55-shirtje.”

De Jong wil dus promoveren met SSC’55 en denkt dat de selectie goed genoeg is. “Ik speel met sommige jongens al tien jaar samen, onze kern is dus nog steeds zo sterk als toen wij in de derde klasse speelden. Met minder dan promotie nemen wij echt geen genoegen.”

 

Klik hier voor meer artikelen over SSC’55
Klik hier voor meer informatie over SSC’55

Leo Tol slaat bij Smitshoek alleen de zondag over

“Ze hebben er wel werk van gemaakt, hé”, zegt Leo Tol, wijzend op de opblaas-Sinterklaas en -Piet voor het hek bij de entree van het complex van Smitshoek. “Ze staan overal. De onderbouw krijgt een zak pepernoten, de oudere jeugd een chocoladeletter.”

tuk tuk
Aangezien bij Smitshoek, dat inmiddels achttienhonderd voetballende zielen telt, alles in het groot gaat, betekent dat dozen vol Sint-snoepgoed. In de commissiekamer zijn de chocoladeletters en pepernoten vakkundig opgestapeld. “Het is een enorme organisatie, juist in deze periode, nu we geen competitie spelen en de kantine dicht is, erg belangrijk”, weet Tol.

De Barendrechter heeft zijn vaste stek bij de poort voor even verlaten. “Ik heb hulp, het kan wel even”, zegt hij met een knipoog. Tol werd een paar jaar geleden door de club al ‘beloond’ voor bewezen diensten. Hij kreeg de titel ‘lid van verdienste’.  Tol, 71 inmiddels en gepensioneerd, is de laatste om met die ‘titel’ te koop te lopen. Hij is van het type ‘doe normaal, dan doe je al gek genoeg’. Hij vindt het zelf heel normaal wat hij allemaal doet voor Smitshoek. Tol maakte al de nodige uurtjes bij de club toen  corona om de hoek kwam kijken. Hij wierp zichzelf op als poortwachter en vaste coronaman. “Ik zit hier elke avond van zes tot tien uur”, zegt hij. “Ik let erop of de coronamaatregelen worden nageleefd.” En: “Er komt niemand in zonder dat de handen zijn gedesinfecteerd. Ik ken iedereen.” Andersom kent ook iedereen bij Smitshoek Tol. Ondanks zijn hoge leeftijd staat hij nog regelmatig op het veld als trainer, als een trainer moet afzeggen. “Daar ben ik eigenlijk te oud voor”, zegt de coördinator van de A- en B-junioren. “Hoe zou jij het vinden als zestien- of zeventienjarige om door een vent van zeventig getraind te worden?”

Oog voor voetbal heeft hij altijd gehad, want als trainer was hij voor diverse clubs in de regio actief. “Ik was meer een gezelligheidstrainer dan een prestatieman. Mijn mooiste periode? Ongetwijfeld bij De Jonge Spartaan. Dat waren fantastische jaren. Zó gezellig, zó hecht. We gingen twee keer per jaar met de hele ploeg naar Engeland. Kleine clubs zijn over het algemeen altijd heel gezellig is mijn ervaring.”

‘Zijn’ Smitshoek is inmiddels uitgegroeid tot een groot bolwerk. Een grote club draaiende houden is niet eenvoudig, ziet Tol ook. “Er zijn altijd handjes tekort. Het bestuur doet zijn best, maar van die mensen kan je niet verwachten dat ze veertig uur op de club lopen. Ze hebben allemaal een baan. Ik niet.”

Hij moet lachen. Al rekenend komt hij tot de conclusie dat zijn ‘werkweek’ bij Smitshoek vaak veertig uur omvat. “Meer dan ik ooit heb gedaan., In de gehandicaptenzorg werkte ik 36 uur, haha.”

De conciërgerol, die hij nu bekleedt, zou hij ook na ‘corona’ willen vervullen. “Als rechterhand van Ad Kooimans, bestuurslid algemene zaken. Alles goed in de gaten houden. Weet je, ik erger me kapot als er op een veld waar de training al anderhalf uur is afgelopen, de lichten nog aanstaan. Dat is geld.”

Klik hier voor meer informatie over Smitshoek
Klik hier voor meer artikelen over Smitshoek

In gesprek met Steven Braspenning van VV Zundert

VV Zundert wil dolgraag terug naar de tweede klasse en is voortvarend aan het seizoen begonnen met twaalf punten uit de eerste vier duels. Volgens linksback Steven Braspenning (21) is de selectie van Jack Sweres sterk genoeg om deze goede lijn na de coronabreak door te trekken.

HappyPoint_desinfectie

Vleugelverdedigers werden in het verleden wel eens gekscherend ‘de slechtste spelers van het team’ genoemd, maar die opmerking hoor je steeds minder in de voetbalwereld. Logisch ook, als je ziet dat de backs in het moderne voetbal vaak aanvallers afstoppen, de opbouw verzorgen én zelf langs de lijn denderen om acties te maken en voorzetten te geven. Steven Braspenning herkent zich wel in deze eigenschappen. De 21-jarige linkervleugelverdediger omschrijft zichzelf als een moderne back. “Ik kan ook centraal achterin spelen, maar vind het ook lekker om langs de lijn te rennen en acties te maken. Het is een veeleisende positie.”

Derde seizoen
Braspenning is bezig aan zijn derde seizoen in het eerste team van Zundert. In zijn debuutjaar in het vlaggenschip degradeerden de rood-zwarten helaas naar de derde klasse. In dat seizoen hield hij vaak de bank warm, daar kwam vorig jaar verandering in. “Ik had een vaste basisplaats in ons vernieuwde elftal. Er waren een hoop nieuwelingen die de vertrokken spelers vervingen en daardoor kostte het tijd voordat de boel ging draaien.” Braspenning vond het dan ook niet vreemd dat Zundert ‘slechts’ vierde stond toen de competitie vorig jaar werd beëindigd. “De buitenwacht dacht misschien dat we direct kampioen zouden worden als degradant, maar zo makkelijk gaat dat nu eenmaal niet.”

De kans dat Zundert dit seizoen wél meedoet om de titel, acht de vleugelverdediger groter. “Onze selectie is daar nu sterk genoeg voor en het begin van de competitie was hoopgevend met twaalf punten uit vier duels. Het is jammer dat corona onze vorm heeft doorbroken, maar ik ben ervan overtuigd dat we de draad weer kunnen oppakken als we de competitie hervatten.” De selectie van Zundert blijft fanatiek doortrainen en buiten het veld zit Braspenning ook niet stil. “Ik ga tweemaal per week hardlopen, heb wat gewichten thuis en heb afgelopen zomer veel getennist. Ik sta er meteen als we weer aan de bak mogen.”

Zundertse jongens
Braspenning speelt al vanaf zijn vierde bij Zundert, waar hij alle selectieteams doorliep. Hij vindt het leuk dat hij met zijn Zundertse kameraden zoals Tim Engelbert en Owen Maas in de selectie van de club speelt. “De concurrentie is hevig, maar wij bewijzen dat je als Zundertse jongen genoeg kansen krijgt om het eerste te halen. Persoonlijk wil ik dit seizoen zo veel mogelijk minuten maken voor Zundert en belangrijk zijn voor het team.” In de jeugd van Zundert werd Braspenning voor het laatst kampioen in de E’tjes. Komt daar dit seizoen verandering in? “Wie weet, het zou heel erg mooi zijn. Onze seizoensstart was in ieder geval perfect.”

Klik hier voor meer artikelen over VV Zundert
Klik hier voor meer informatie over VV Zundert

In gesprek met William de Bat van Wemeldinge

WEMELDINGE – Een goede voorbereiding is nog altijd anders dan het ‘echte werk’, maar ook daarin slaagde vierdeklasser v.v. Wemeldinge bij de competitiestart vrij aardig en nestelde zich in de top-vijf van de ranglijst. Een plek waar William de Bat (25) zich met zijn ploeg aan het eind van de rit ook wel terug denkt te zien.


“Als ik kijk naar de tegenstanders in onze competitie dan denk ik dat de top-vijf voor ons zeker haalbaar moet zijn. Er zitten zeker enkele heel sterke ploegen bij, maar toch ook voldoende teams waartegen we kansen hebben op een goed resultaat. Onze selectie is nagenoeg intact gebleven, alleen Vagelis Spirou is vertrokken naar Hansweertse Boys.”

Daarnaast staat er in de persoon van John Tahapy wel een nieuwe trainer voor de groep. Hij is voor Wemeldinge geen onbekende en is de opvolger van Karl Vergouwen. “Dat is wel een verandering natuurlijk. Want elke trainer heeft eigen opvattingen en een eigen manier van werken. Met John hebben we een trainer die ik al ken van een eerdere periode en het pad dat hij en ook wij als spelersgroep willen realiseren is helder. We willen graag meedoen en waren daaraan goed begonnen. Sowieso was de fitheid van de groep wel een sterk punt in die wedstrijden, maar het is nu afwachten hoe dat gaat zijn als we weer echt mogen beginnen.”

De Bat zegt het met twijfel, want momenteel wordt er bij de zaterdag-vierdeklasser niet in groepjes getraind. Het is aan de spelers om zichzelf fit te houden, een opdracht waar hij zelf best de nodige moeite mee heeft. “Ik miste zelf de wedstrijd tegen Hoedekenskerke/Kwadendamme vanwege een blessure, maar over het algemeen kan ik moeilijk trainen zonder echt doel. Ik heb dus eerst het barstje in mijn middenvoetsbeentje, waar ik ook vorig seizoen een keer last van had, een aantal weken kunnen laten genezen. Daarna heb ik echter niet juichend de hardloopschoenen gepakt om te gaan lopen. Ik vind dat gewoon niet leuk en voetbal wel, dus is het nu enorm lastig.”

Daarnaast mist De Bat ook het sociale aspect van het sporten in teamverband, al heeft hij wel een aantal keren op de tennisbaan gestaan. “Dat doe je dan ook samen, maar is in niets te vergelijken met de lol die je samen hebt op een trainingsveld of tijdens een wedstrijd. Je bent op deze manier je complete weekritme kwijt wat je al jaren gewend bent en dat voelt heel apart.”

De enige connectie met het voetbalveld heeft de 25-jarige inwoner van Wemeldinge momenteel als trainer van de JO17, die hij samen met enkele anderen traint en coacht. “Dat klopt en dat is ook enorm leuk. Die mogen trainen zonder beperkingen en kunnen dus partijtjes en positiespelletjes doen, alleen ook geen wedstrijden spelen natuurlijk. Maar dat lijkt dan toch nog meer op voetbal dan wanneer je in die kleine groepjes op het veld staat. Dat vind ik echt niks. Het lijkt alweer een eeuwigheid geleden inmiddels, maar ik kan niet wachten om mezelf weer écht voetballer te voelen..”

Klik hier voor meer informatie over Wemeldinge
Klik hier voor meer artikelen over Wemeldinge

In gesprek met Roy Verhage van Lewedorpse Boys

LEWEDORP – Hij draagt al sinds zijn vijfde het rood-witte tricot van Lewedorpse Boys en is sinds vijf seizoenen vast lid van de eerste selectie, waarvan vier als basisspeler. Ook dit jaar is Verhage veelal te vinden op het middenrif van de ploeg, die uitkomt in de 3e Klasse A van het zaterdagvoetbal waar het mikt op een plek in de middenmoot.


“We hebben een vrij jong elftal, waarbij de gemiddelde leeftijd net boven de twintig ligt. Dus dan weet je ook dat het vaak nog wisselvallig is. De ene week top en de week erna is het resultaat teleurstellend. Toch denk ik dat we het in de voorbereiding, de beker en de competitie niet onaardig hebben gedaan. Maar als ik dan kijk naar wat realistisch is voor ons, dan denk ik zeker een plek in de middenmoot. We willen ons echter eerst en vooral veilig spelen in deze klasse. Daarna kijken wat er nog meer mogelijk gaat zijn.”

En volgens Verhage moet er de komende jaren zeker nog wel meer uit te halen zijn, dan puur spelen voor lijfsbehoud. Want de samenwerking met trainer Kees Duitemeijer en de spelersgroep loopt goed en ook ziet de middenvelder dat het spelidee van hun trainer steeds beter wordt uitgevoerd op het veld. “We zijn als team nog altijd groeiende en dat is natuurlijk erg prettig. Wanneer de trainer een bepaalde visie heeft, op een bepaalde wijze traint en dat wij als spelersgroep dat in de wedstrijden ook omzetten in resultaten. Dat proces kostte in het begin tijd en dat gaat steeds beter. Al is het nu natuurlijk vanwege die coronastop even stil komen te staan.”

Waar de lange middenvelder op doelt is de ander mindset die er bij ‘Lebo’ nu is ontstaan, mede doordat er niet constant op dezelfde wijze wordt gespeeld. “Ons spelidee verschilt soms per tegenstander en dat zorgt ervoor dat we steeds meer in staat zijn om te schakelen en ook te verrassen. Of inzakken of zelf voor druk vooruit geven. Voorheen konden we dat niet zo makkelijk veranderen en nu loopt dat steeds beter. Die aanpassingen zijn ook noodzaak, want het niveau binnen onze klasse ligt sterk uiteen. Als je dan tegen iedereen op dezelfde manier zo spelen, dan zou je toch geregeld in de problemen komen. En het is mede ook de kracht van de trainer, dat hij ons daarvan heeft weten te overtuigen. Normaal gaan we uit van balbezit en dat was vaak onze valkuil, maar nu zijn we in staat om daarin concessies te durven doen als groep. En als je dan resultaat boekt dan gaat zo’n proces vanzelf sneller.”

Persoonlijk hoopt Verhage, die zichzelf typeert als een ‘box-to-box’-speler nog belangrijker te worden voor het elftal. Die druk legt hij zichzelf graag op. “Mijn kracht is om de hele zone te bestrijken en om in de zestien te komen. Dat gaat steeds beter, al moet ik daarin nog progressie blijven boeken vind ik zelf. En als we met deze spelersgroep bij elkaar blijven, dat denk ik dat we nog veel sterker en beter kunnen worden om sowieso een stabiele derdeklasser te zijn.”

Op dit moment wordt er op Sportpark Korenweg dan ook continue doorgetraind binnen de grenzen van de opgelegde maatregelen. Dus ook in tweetallen stonden de Lebo-spelers ‘gewoon’ op het trainingsveld en nu dus ook in viertallen. “Het is zaak om bezig te blijven en vooral aan onze fitheid te werken. Als je wilt presteren moet je fit zijn en daar is iedereen zich bewust van gelukkig. We zijn een gezelligheidsclub en ook is ons sportpark een echte ontmoetingsplaats voor de dorpelingen. Dat is nu al een tijdje weggevallen en dat missen we misschien nog wel het allermeeste. En natuurlijk de wedstrijden, want dat is waar je uiteindelijk alle arbeid voor levert. Het zal nog wel even duren voordat we die weer spelen, maar als het moment komt dan zullen we er klaar voor zijn.”

Klik hier voor meer informatie over Lewedorpse Boys
Klik hier voor meer artikelen over Lewedorpse Boys

Onder de lat met Jaron Mol van ZVV Pelikaan

Jaron Mol is een 16 jarige jeugd keeper van ZVV Pelikaan. Op vroege leeftijd zat Jaron al op de bank bij het eerste van Pelikaan. Nu keept hij samen met Ryan Groot in jo19-1 en Pelikaan 3. 

Sport-centrum-dordrecht_internetbalk_2020

Op hele vroege leeftijd speelde Jaron zijn eerste wedstrijd al voor de senioren. “Toen ik zeven was, ben ik begonnen met voetbal bij Zvv Pelikaan. Samen met twee vriendjes ging ik naar de open dag en vond het zo leuk. Naast voetbal vond ik keepen ook heel leuk en tot en met de E-tjes heb ik deels gevoetbald en deels gekeept. Het eerste selectie team waarin ik keepte was de JO12-1. Dit seizoen keep ik afwisselend met Ryan Groot twee wedstrijden om en om in JO19-1 of in Pelikaan 3. Vanaf JO13-1 heb ik training gehad van Rowdy Nossent en hij heeft mij veel vertrouwen gegeven waardoor ik heel snel heb kunnen ontwikkelen”.

In het vorige jaar heeft Jaron stappen gemaakt en die werden beloond. “Vorig jaar vielen door diverse omstandigheden enkele keepers in de selectie uit, waardoor ik op 15-jarige leeftijd mijn debuut mocht maken bij de senioren in ons derde selectieteam. De wedstrijd was thuis tegen de nummer 1 en hoewel ik een penalty om mijn oren kreeg, wonnen we die wedstrijd met 3-1. Met een paar goede reddingen kon ik hier ook aan bijdragen. Dat was natuurlijk heel mooi om mee te maken. Enkele weken later mocht ik zelfs als reserve keeper mee bij het eerste tegen Altena, de toenmalige koploper in de tweede klasse. Jammer genoeg mocht ik niet invallen, maar de ervaring was wel heel leuk. In de bus werden grappen gemaakt over het feit dat de pupil van de week nooit mee ging naar uitwedstrijden”.

Jaron speelt soms zelfs meerdere wedstrijden op één dag bij pelikaan. “Op persoonlijk vlak gaat het goed, hoewel er momenteel weinig te doen valt door de Coronacrisis. Vorig jaar heb ik veel progressie geboekt, waardoor ik een jaar eerder naar de JO19-1 mocht. De afgelopen jaren heb ik vaak vier keer in de week getraind. Naast twee trainingen bij mijn eigen team en aparte keeperstraining, trainde ik ook regelmatig met een hoger selectieteam mee. Vorig seizoen zijn er in meerdere teams keepers uitgevallen, waardoor ik ook regelmatig meer dan één wedstrijd op een zaterdag gekeept heb. Zo heb ik op een zaterdag zelfs een keer 3 wedstrijden achter elkaar gekeept. Veel trainingsarbeid en veel wedstrijdritme hebben zeker bijgedragen aan mijn snelle ontwikkeling”.

De jonge keeper kijkt naar zijn eigen kwaliteiten en er is er eentje die er boven uitschiet. “Ik vind dat ik het meest uitblink in de 1 op 1 situaties. In die situaties kan je jezelf als keeper echt onderscheiden ten opzichte van de speler die op je afkomt. Je moet spelers als het ware dwingen eerder de keuzes te maken en daar zelf snel op te anticiperen. Wanneer je hem dwingt tot het sneller maken van keuzes, heb je zelf meer tijd om te reageren of is de kans dat hij een fout maakt groter. Ik vertrouw daarbij op mijn goede reflexen en goede reactievermogen. Deze stellen mij in staat vaak net iets langer te blijven staan, waardoor de speler moet gaan kiezen. Door veel te trainen heb ik me ook meevoetballend verder ontwikkeld. De laatste jaren heb ik hard gewerkt aan mijn trap vanaf de grond”.

Als keeper zijnde gooi je jezelf soms letterlijk voor een bal. “Je moet inderdaad wel een beetje gek zijn om keeper te worden. Spelers kunnen hard schieten, terwijl jij jezelf er doelbewust voorgooit. Dat kan wel eens pijn doen. Wanneer je snel uitkomt en je plukt de bal voor de voeten van een aanvaller weg en hij loopt door en raakt daarbij je hoofd, is dat niet lekker. De kans dat je een blessure oploopt is waarschijnlijk groter als je keeper bent. Aan de andere kant is het ook een fantastisch gevoel als je die aanvaller van een doelpunt af kunt houden of belangrijk kunt zijn voor je team. Spelers zijn er genoeg, maar keepers zijn er vaak te weinig. Je hebt een bijzondere positie in het team. Je speelt altijd, kunt de held zijn bij het pakken van een penalty of de schlemiel bij een ongelukkige of domme actie”.

Jaron wilt stappen maken bij Pelikaan. Hij hoopt het liefst voor het eerste uit te komen. “Ik hoop er natuurlijk op om in de toekomst in Pelikaan 1 te mogen keepen. Dat is echt iets waar je naar toe wilt werken, als je bij een club gaat voetballen. Pelikaan is ook echt een vereniging, waar spelers uit de eigen jeugd een goede kans maken om zich in het eerste elftal te spelen. En wie weet wat er verder nog op mijn pad gaat komen. Als ik gescout zou worden door een andere club, zou dat fantastisch zijn, maar voor mij is dat niet het allerbelangrijkste. Voetballen is echt mijn grootste hobby en ik vind het heel leuk om te doen, maar dat hoeft niet perse bij een topclub te zijn”.

Meer informatie over ZVV Pelikaan? Klik hier.
Klik hier voor een ander artikel over ZVV Pelikaan.

Diederik Hiensch geniet van rol als opleider bij v.v. Kloetinge

KLOETINGE – Bij de Engelse profclub Sunderland werkte Diederik Hiensch al eens in een rol als jeugdopleider. Nadat hij stopte als hoofdtrainer bij v.v. Terneuzense Boys keerde hij in 2018 terug bij v.v. Kloetinge om er in de jeugdopleiding van de ambitieuze Bevelandse club te gaan werken. Eerst bij de JO15-1 en momenteel als hoofdcoach bij de JO19-1, dat uitkomt in de Derde Divisie.


“Ik had het destijds wel een beetje gehad bij het seniorenvoetbal en had twee opties: even een sabbatical nemen als trainer óf een mooie uitdaging aangaan binnen de jeugd. Toen men van v.v. Kloetinge kwam met de vraag om juist daar een rol te gaan vervullen was de keuze snel gemaakt. En ik kreeg daardoor ook de mogelijkheid om eindelijk mijn zoon Bruno, die in de jeugdopleiding van NAC Breda speelt, eens te zien spelen. Bovendien was het bij v.v. Kloetinge niet alleen maar het trainen van de JO15-1, maar ben ik ook de jeugdtrainers van de vereniging verder gaan opleiden en ondersteunen. Geweldig leuk om te doen. Net zoals ik nu intens geniet van het werken met die gasten van de JO19, waar enorm veel potentie inzit.”

In het verleden was Hiensch als op Sportpark Wesselopark actief als speler bij het eerste elftal en werkte als jeugdtrainer. Daarnaast was hij in meerdere periodes actief als hoofdtrainer. Met de ‘professionaliseringsslag’ binnen de jeugdopleiding hoopt de eersteklasser de gehele jeugdafdeling op een hoger niveau te kunnen brengen. “Er is een meerjarenplan opgesteld met als doelstelling om onder andere de toekomstige doorstroming van spelers vanuit de jeugdafdeling naar de eerste selectie van de club verder te verbeteren. Want de stap vanuit de jeugd naar het eerste elftal is vaak een hele grote en we willen proberen om door een goede structuur en opleiding neer te zetten met een heldere visie de stap uiteindelijk te verkleinen. Een hele uitdaging, maar daar wil ik graag onderdeel van zijn.”

In dat kader moet ook de oprichting van het Onder-23 elftal worden gezien, dat een brug moet vormen tussen de JO19 en de senioren. “Dat is een mooie tussenstap voor spelers om op die manier te kunnen wennen aan het niveau bij de senioren. Die O23-competitie is een nieuwe, maar voor clubs zoals Kloetinge een hele goeie. Zeker als je zoals wij wilt kunnen concurreren en de slag niet te verliezen met andere vergelijkbare clubs. Binnen de jeugd is er een duidelijk beleid weggezet, dat in twee elementen is verdeeld. Tot de JO15 gaat het om ontwikkelen en opleiden van spelers, vanaf de JO17, JO19 en ook de O23 gaat het echt om nóg gerichter klaarstomen voor de overstap naar de senioren. Daarop wordt er ook gericht in de regio gescout bijvoorbeeld.”

Bij de JO19 heeft Hiensch de beschikking over een selectie van twintig spelers, waarbij hij geregeld ook spelers afstaat aan het tweede team en de O23. “Dat gaat in een roulatiesysteem en daarin draait iedereen mee, ook de spelers van de JO17. Het is op die manier, dat iedereen wekelijks zijn minuten maakt en leert om onder verschillende weerstanden actief te zijn en te presteren. Met de JO19 zijn we gepromoveerd vanwege de corona. We hebben die promotie naar de Derde Divisie zelf aangevraagd. Bewust gekozen voor hoge intensiteit en weerstand. Als we ons handhaven, dan hebben we het goed gedaan. Dat is prioriteit één. Op die manier kunnen we de doorstroming versoepelen en spelers opleiden op een zo hoog mogelijk niveau. Want we willen er naartoe, dat v.v. Kloetinge op termijn voor het grootste deel zelfvoorzienend kan zijn om met het eerste elftal op een zo hoog mogelijk niveau actief te zijn in het amateurvoetbal. Dat traject is nu in volle gang en het is echt genieten om daar een onderdeel van te kunnen zijn.”

Klik hier voor meer informatie over v.v. Kloetinge
Klik hier voor meer artikelen over v.v. Kloetinge