Home Blog Pagina 799

Pieken in de zaal en puzzelen bij Excelsior Maassluis

Een schouderblessure maakte op jonge leeftijd een einde aan de voetbalcarrière van Michael Mastenbroek, maar hij stopte niet met dromen. Nu, 26 jaar jong, fluit de inwoner van Maassluis in de top van het Nederlandse zaalvoetbal. “Ik heb een mooi alternatief gevonden voor het feit dat het voetballen niet meer kon”, zegt Mastenbroek, die als scheidsrechterscoördinator en als lid van de wedstrijdzaken nog steeds betrokken is bij Excelsior Maassluis.

Bij die club was Mastenbroek een veelbelovende keeper, maar achttien jaar oud hield het voetbal in één klap op. “In een wedstrijd wilde ik de bal uit de lucht plukken. De aanvaller sprong ook mee en kwam met zijn schouder in mijn schouder terecht. Het was heel onschuldig.” In het ziekenhuis bleek de schade groot. “Er was veel kapot. De dokter zei meteen: het is beter om te stoppen met voetbal. Dat was op dat moment een gigantische klap, omdat ik de opleiding Sport en Bewegen deed. Ik wilde van het trainersvak en gymleraar mijn vak maken. Dat kon ik in één keer vergeten.” Mastenbroek zette de knop echter snel om. “Ik ben gaan werken in het containerbedrijf van mijn vader. Ik wist hoe een container eruitzag en dat was het. Ik heb mij snel alles eigen proberen te maken. Inmiddels bestier ik met mijn vader het bedrijf.”

Op voetbalgebied was de ‘landing’ zachter. Dat had alles te maken met de tweede carrière die Mastenbroek op zijn vijftiende had ingezet: die van scheidsrechter. “Ik floot op mijn vijftiende al mijn eerste wedstrijd, een jaar later ben ik scheidsrechter voor de KNVB geworden.” Hoewel hij nog af en toe bij Excelsior als de nood aan de man is een wedstrijd op het veld fluit, heeft de zaal prioriteit gekregen. “Fluiten deed ik op het veld en in de zaal maar had al snel in de gaten dat ik in de zaal sneller carrière zou kunnen maken. Als je moet kiezen tussen reserve tweede klasse op het veld en eerste divisie in de zaal is de keuze snel gemaakt. Bovendien had ik af en toe een wedstrijd in Den Haag, waar tegenstanders elkaar bijna de tent uitvochten. Voor mijn carrière in de zaal, zo werd gezegd, was het ook beter om mij alleen op het zaalvoetbal te richten. Dat heb ik gedaan. Dit is inmiddels mijn derde seizoen op de A-lijst. Daar staan tien scheidsrechters op. Elke week fluit ik een wedstrijd in de eredivisie en heel af en toe een belangrijke wedstrijd – een topper of degradatiekraker – in de eerste divisie.”

Dat hij voor de zaal heeft gekozen, komt ook voort uit ‘praktische’ overwegingen. “De wedstrijden zijn vaak op vrijdag- of zaterdagavond of zondag. Dat is een fijne combinatie met Excelsior Maassluis. Ik heb mijn handen vrij voor Excelsior. Voor het regelen van de scheidsrechterszaken, maar ook om het eerste te zien spelen.”

Er is volgens Mastenbroek, die momenteel herstellende is van een knieblessure, altijd een tekort aan scheidsrechters. “Bij Excelsior hebben we nog het geluk dat vijf, zes teams door officiële KNVB-scheidsrechters worden gefloten. De andere wedstrijden bemannen is altijd een puzzel. Echt groot is de ton met scheidsrechters niet. Bij de jongste jeugd verzorgen de leiders het fluiten zelf, bij de JO10 en JO11 hebben we vaak vaders van kinderen die zelf gevoetbald hebben en altijd wel willen inspringen. Daarnaast is de oudere jeugd verplicht om één of twee keer een jeugdwedstrijd te fluiten. Het is vaak met kunst- en vliegwerk, maar we krijgen het rond. Al vrees ik voor het nieuwe seizoen met grote vrezen. Ik ben bang dat sommige clubscheidsrechters door corona aan de vrijheid hebben geroken en afhaken. Zomaar nieuwe scheidsrechters zijn niet gevonden.”

Klik hier voor meer informatie over Excelsior Maassluis
Lees hier meer artikelen over Excelsior Maassluis

Maatjes Stijn Ruwaard en Michaël Tahamata straks samen bij Vuren

Voetbalclub Vuren leeft op. Er staat een kwalitatief goede lichting op. De start van het seizoen 2020-2021 was hoopvol. Onder leiding van de nieuwe trainer Rick Kolff bleef de ploeg als enige in de derde klasse C ongeslagen. Gaan de gouden jaren van rond de eeuwwisseling herleven?

Voor komend seizoen sluiten opnieuw twee talenten aan. De maatjes Stijn Ruwaard (Arkel) en Michaël Tahamata (Leerdam Sport) zijn meer dan welkom. Ruwaard en Tahamata (foto) zijn al lang geen vreemden voor elkaar. ,,Ik denk dat wij elkaar al een jaar of acht goed kennen”, vertelt Stijn Ruwaard. ,,Toen Michaël vanuit Tiel naar Gorinchem kwam is hij via school in onze vriendengroep gerold.”

Ruwaard – hij werd begin mei 23 jaar – wist dat hij ooit nog eens samen met Michaël bij dezelfde club zou komen. Dat zij elkaar bij Vuren zouden gaan treffen, is min of meer toeval. ,,Michaël gaf als eerste aan dat hij mogelijk zou terugkeren bij Vuren. Pas toen ben ik er ook over gaan nadenken omdat de kans dat ik bij Arkel aan spelen zou gaan toekomen steeds kleiner werd.” Ruwaard zag met de komst van de Unitassers Yoesef Pyla, Stefan van Hulst en Wesley Swets de bui al hangen. ,,Dat zijn drie verdedigers die op hoog niveau hebben gespeeld. Ik was al geen basisspeler en ik heb in de spiegel gekeken. Nog even overlegd met trainer Leon Elands en ook hij was eerlijk. Ik zou echt wel wat minuten in het eerste kunnen gaan maken, maar moest rekening houden dat ik in het tweede terecht ging komen.”

Van Michaël Tahamata begreep Ruwaard – hij debuteerde ooit op zijn zestiende bij Arkel – dat bij Vuren wel ruimte is voor een rechtsback. ,,Ik ben het gesprek aangegaan en heb voor Vuren gekozen, mede omdat ik er een aantal spelers ken. Ik train er al mee en het is echt een heel leuk team. Het is er allemaal zo jong, dat ik mij al oud begin te voelen.”

Terugkeer
Michaël Tahamata komt van de Tielse wijk Passewaaij en begon met voetballen bij het naburige Wadenoijen. Als 13-jarige vertrok hij met zijn ouders naar Gorinchem. ,,Het leek er even op dat ik bij SVW zou gaan voetballen, maar met een paar vrienden koos ik voor Vuren.” Daar kwam hij op zijn zestiende bij het eerste elftal. In 2017 promoveerde het team naar de derde klasse. ,,Ik was veelal middenvelder, maar mijn lekkerste wedstrijden speelde ik ‘op 6’. Ik beschik over een redelijke techniek. Nee, echt niet vergelijkbaar met mijn oom Simon, van wie ik nog wel eens beelden terugkijk. Hij speelde in Oranje, ik bij Vuren.” Michaël Tahamata brak in mei 2019 in een wedstrijd met Vuren tegen Asperen heel ongelukkig een enkel. Tijdens zijn revalidatie besloot hij dat hij wel eens iets anders wilde en koos voor Leerdam Sport’55. ,,Een keer een andere club, met nieuwe mensen. Na drie operaties lijk ik nu pas weer de oude. Voor Leerdam Sport heb ik niets kunnen betekenen. Ik heb er na een gesprek met Vuren-trainer Rick Kolff voor gekozen om samen met mijn broer Petrus (20) terug te keren. Na bijna twee jaar kan ik nu eindelijk weer het veld op. Ik train heel de zomer door om in september weer honderd procent fit te zijn”, aldus een opgeluchte Tahamata.

Klik hier voor meer artikelen over VV Vuren.
Klik hier voor meer informatie over VV Vuren.

vv Nieuwerkerk kan het Spirit niet moeilijk maken: 1-4

Spirit heeft ook de 2e en laatste vriendschappelijke wedstrijd na de corona lockdown gewonnen. Na de makkelijke overwinning vorige week op Hillegersberg (4-0) hadden de Ouderkerkers in en tegen Nieuwerkerk geen moeilijke middag. Tegen de voormalige zondag Hoofdklasser werd met 1-4 gewonnen.

Het verschil werd al na ruim een kwartier spelen gemaakt. Eerst zag Tim van der Zee zijn uithaal door de keeper gekeerd, maar even later kopte Stefan Bitter een corner van Niels de Vries in en tikte Ruben Slooff een paar minuten later de 0-2 binnen.

De ploeg van Richard van Cappellen, dat zonder de aanvallers Lucas Bos en Laurens Visser speelde, controleerde de wedstrijd. Zoals ook vorige week hield de defensie makkelijk stand. Vlak voor rust zette Timme van Hof de wedstrijd op slot door de 0-3 op het scorebord te zetten. In de tweede helft gold hetzelfde wedstrijdbeeld. Na kopkansen van Ruben Slooff  en Tim van der Zee besliste Tjerk de Kogel definitief de wedstrijd. Hij promoveerde een goede voorzet van Robbin Brouwer beheerst tot doelpunt.

Na wat wissels in het team van Spirit sloop er even onachtzaamheid in de Ouderkerkse ploeg. Nieuwerkerk profiteerde daarvan en bepaalde daarmee uiteindelijk de eindstand: 1-4.
Spirit sluit het seizoen af met 2 overwinningen. Een seizoen dat door de corona-maatregelen voornamelijk bestond uit trainingen. Desondanks was een fitte ploeg op het veld te zien, dat duidelijk verder is dan vv Nieuwerkerk en Hillegersberg. Deze week traint Spirit nog en zal dan met zomerstop gaan. In augustus zal de huidige selectie weer in voorbereiding gaan op hopelijke een normale competitie.

De foto’s van de wedstrijd, gemaakt door René Bitter, zijn verder te bekijken via de onderstaande link: https://photos.app.goo.gl/WVHX7AfVafQy96eZ7

Klik hier meer informatie over Spirit
Lees hier meer artikelen over Spirit

Ronald Badenbroek nieuwe jeugdkeeperstrainer bij VV Oosterhout

VV Oosterhout heeft in de persoon van Ronald Badenbroek een gepassioneerde keeperstrainer gevonden voor zijn jeugd.

De nu 52-jarige keeperstrainer is zijn carrière, zoals veel Bredase kinderen, op 9-jarige leeftijd begonnen bij RKVV JEKA, op zijn 13e jaar is hij stage gaan lopen bij NAC Breda. Op 14-jarige leeftijd verruilde Ronald RKVV JEKA voor NAC Breda, in zijn eerste seizoen mocht hij gelijk aansluiten bij Jong-NAC op de bank, vooral om te leren. Uiteindelijk was het hoogste haalbare voor Ronald 3e keeper bij de hoofdmacht van NAC. Op 21-jarige leeftijd is hij vertrokken naar VV Boeimeer (toen der tijd 2e klasse KNVB) Nu komt hij alleen nog in actie in wedstrijden met Oud-NAC. Na jarenlange ervaring als keeperstrainer bij diverse clubs, onder andere VV Chaam en Right ‘oh, en keepersscholen is hij in juli 2020 gestart met Keepers Academy Breda. Ronald woont samen met zijn vriendin en twee dochters, Zoë van 10 en Noa van 8, in Breda.

Net als bij de keepersacademy wil Ronald bij de Oosterhoutse keepers vooral werken aan onder staande punten
Vertrouwen: Dit is een punt dat veel keepers missen. Een belangrijke eigenschap want een team heeft niks aan een onzekere keeper in het doel. Door motivatie, complimenten en persoonlijke aandacht wil Ronald de keepers zelfvertrouwen aanleren

Passie: Iedere deelnemer moet uitstralen dat hij/zij veel plezier beleeft aan het keepen. Hij steekt veel energie in de trainingen en praat vol trots over het ‘keepersvak’.

Techniek: De keeper heeft in het huidige voetbal een steeds belangrijkere rol. Het keepen is geen bijzaak meer maar hoofdzaak. Door deze verandering is het trainen van keepers op een ander niveau terecht gekomen. Er wordt meer verwacht van de keepers dan alleen maar een bal tegen houden: het mee voetballen, verdedigen, coachen maar het belangrijkste is natuurlijk ballen tegenhouden. Een keeper moet deze specifieke vaardigheden kunnen trainen, veel is te trainen tijdens de teamtraining maar niet alles. Iedere keeper heeft dus gerichte keeperstraining nodig.

Ambitie: Het is Ronald zijn streven om vanuit het vertrekpunt waar de keepers van VV Oosterhout nu staan ze verder te laten groeien als keeper met als doel met vertrouwen onder de lat te staan en met het nodige zelfvertrouwen het keepersvak te leren.

Klik hier voor meer artikelen over VV Oosterhout.
Voor meer informatie over VV Oosterhout? klik hier.

Bij John van der Veeken (SPV’81) wijkt alles voor plezier

Hij heeft een contract voor ‘onbepaalde’ tijd bij SPV’81. John van der Veeken heeft zijn voetballot verbonden aan dat van de Polsbroekse meisjes. “Bij ons draait alles om plezier. Liever een kippenhok dan haantjesgedrag.”

Van der Veeken is behalve voetbal- ook gezelligheidsdier. “Ik vind het belangrijk dat alle meiden in het team het leuk en gezellig hebben. Het resultaat is van ondergeschikt belang. Ik zal nooit boos worden omdat we een wedstrijd verliezen. Ik zie bij tegenstanders wel eens leiders die witheet worden. Dan hoor ik dat ze straftraining krijgen. Daar zakt mijn broek echt van mij af. Dat zou ik nooit doen. Dan spelen die meiden een keer wat minder. Nou en?”

Het karakter van Van der Veeken past bij de gemoedelijkheid van SPV’81. Van der Veeken is echter geen volbloed-Polsbroeker. “Ik ben import”, zegt hij lachend. “Ik ben hier twintig jaar geleden komen wonen. Mijn vrouw woonde hier al. Ik ben zelf opgegroeid in Utrecht. Tien minuten lopen en we waren in de binnenstad. Dan is Polsbroek een heel andere wereld. Voordat ik hier kwam heb ik nog gewoond in Houten, Nieuwegein en IJsselstein. Ik was dus het afbouwen.”

In aanraking met de plaatselijke voetbalclub kwam hij pas nadat dochter Elize op voetballen ging. “Ze hebben mij erbij gekregen”, lacht de 37-jarige onderhoudsman. “Ik zie het als een groot goed, onze gezamenlijke passie. Maar ik trek haar niet voor, hoor.”

Dat kan Elize (11), die in groep 7 van de enige basisschool van Polsbroek zit, bevestigen. “Hij kan best streng zijn, maar alleen tegen mij.” ‘Pa’ wil dat graag nuanceren. “Tegen je eigen kind durf je net wat meer te zeggen. Ze heeft haar dag ook wel eens niet en dan zeg ik dat eerlijk.”

Dochterlief heeft een belangrijke positie in het veld. Ze is keepster. “Ik heb gewoon gekeken wie is er niet bang is voor de bal. Nou, Elize niet. Ze doet het prima. In de competitie waarin we spelen zit ze ook boven het gemiddelde niveau van keepers. De keeperstraining schiet er wel vaak bij in. Ik geef in mijn eentje training. De gehele groep vraagt mijn volle aandacht.”

Aan het begin van het seizoen is de trainers- en leidersfunctie bij het Polsbroekse meisjesteam zo’n beetje als eerste ingevuld. “De club weet dat ik meegroei met dit team. Ik ben ooit begonnen met deze meiden toen ze zeven jaar oud waren. Inmiddels zijn we de MO13. We spelen in de 8 tegen 8-competitie. We hebben elf speelsters, maar omdat we een kleine club zijn is het leeftijdsverschil wel groot. We hebben een paar meiden van elf, twaalf, maar ook een paar van negen jaar. Fysiek gezien is er vaak een verschil met tegenstanders. Sommige clubs, waar wij tegen spelen, hebben drie, vier meisjesteams. Die hebben dus allemaal meisjes van twaalf jaar.”

Hij zou zijn meidenteam voor geen goud willen inwisselen voor een talentvolle jongenselftal. “Bij jongens is er vaak een grote onderlinge competitie, zo van ‘ik ben beter dan jij’. Dat is bij meisjes helemaal niet. Daar gaat het veel meer om het groepsgevoel. Dat spreekt mij enorm aan.”

Klik hier voor meer informatie over SPV’81

Klik hier voor meer artikelen over SPV’81

Jurgen van Zwol wil met MOC’17 binnen drie seizoenen weer naar tweede klasse

Het was speerpunt in het nieuwe beleidsplan voor MOC’17 toen het besloot van het zondag- naar het zaterdagvoetbal over te stappen. Binnen drie seizoenen terug naar de tweede klasse. Maar door corona moet de club nu noodgedwongen even een pas op de plaats maken en is het nog altijd actief in de 4e Klasse C.

“Dat is helaas niet anders, maar toch blijft onze doelstelling wel overeind staan. We hebben met z’n allen zeer weloverwogen deze beslissing genomen en dan is het jammer dat we door corona geremd worden in onze ambitie. Maar dat is waar iedereen mee te maken heeft en dan zal het ietsje langer duren dan we voor ogen hadden. Toch willen we er wel met elkaar keihard naartoe blijven werken”, zegt voorzitter Jurgen van Zwol.

Van Zwol, die al sinds zijn zesde lid is van MOC’17, nam in april 2019 de voorzittershamer over van Remy Remery en mag dus zeker een echte clubman worden genoemd. Toen hij begon als voorzitter was de club nog uitkomend in de zondag derde klasse en wist zich vanwege het door corona afgebroken seizoen te handhaven. “Daarna stapten we in 2020 over naar de zaterdag en hadden we dus weer te maken met een afgebroken competitie in een overigens heel sterke vierde klasse met teams zoals Unitas’30, Internos, Baronie en IFC. Dus het is zeker niet zo, dat je ‘zomaar eventjes’ promoveert, al zijn we het vind ik wel aan onze stand als club verplicht om op een hoger niveau te gaan acteren. Al was het alleen al om de doorstroming vanuit onze jeugdteams, die allemaal op divisieniveau actief zijn, zo goed mogelijk te laten verlopen.”

De stap omhoog zal dus vanaf komend seizoen de ambitie zijn voor de MEVO-Olympia Combinatie, waarbij de focus ook ligt om het vooral te doen met een spelersgroep die voor het grootste deel uit eigen opgeleide jongens bestaat en waar Ger Musters zal ook in het nieuwe seizoen voor de groep staat. “De groep blijft intact, met een enkeling die overkomt en een aantal jongens die de stap gaan maken van de JO19 naar de selectie. Daarin hebben we als bestuur alle vertrouwen in ieder geval.”

De club is ondanks de coronapandemie nog altijd financieel gezond, telt zo’n 1200 leden en is daarmee de grootste club uit de regio. Daarvan bestaat zo’n tachtig procent uit jeugdspelers, die gedurende de gehele coronaperiode binnen de geldende maatregelen actief zijn geweest en gebleven. “Dat is een dikke pluim waard aan al onze vrijwilligers, kader en ouders, die begrip hadden voor de situatie en die de jeugd toch hun sportieve activiteiten heeft geboden. Daar ben ik als voorzitter enorm trots  op. En dat zegt ook veel over deze vereniging. De sfeer is goed en de bereidheid om wat voor de club te betekenen ook. En dat is toch de kurk waarop we drijven.”

En het is niet alleen de prestatieve voetballer die bij MOC’17 kan excelleren, maar er ligt ook een grote focus op de breedtesport én een nadruk op de groeiende aantrekkingskracht van voetbal op meisjes en dames. “En vooral bij de meisjesteams groeien we nog steeds en willen we op termijn van acht naar tien teams toegaan. Daarin wordt ook geïnvesteerd en dat werpt zijn vruchten af.”

Zelf was Van Zwol in het verleden ook speler van onder meer het eerste elftal, maar beleefde hij de sportieve prestaties van zijn club de laatste jaren vooral vanaf de zijlijn als lid. “Maar ben wel altijd betrokken gebleven. En toen men ging werken aan MOC 3.0 werd ik benaderd of ik geen voorzitter wilde worden. Ik heb alles afgewogen en aangegeven het wel voor één jaar te willen proberen. Dat zijn er inmiddels al twee geworden en het bevalt me uitstekend.”

Met een hele grote groep mensen doet men aan de Olympialaan flinke inspanningen om de vereniging voor de langere termijn in de steigers te zetten. “Daar wil ik graag nog een aantal jaren mijn schouders mede onder zetten. Want er telt maar één belang en dat is het MOC’17. We zijn op de goede weg, maar zijn nog niet waar we willen zijn. Uitdagingen zijn er voldoende en die proberen we stap voor stap te realiseren.”

7Klik hier voor meer informatie over MOC’17
Klik hier voor meer artikelen over MOC’17

Piet van Boxtel levert graag aandeel in voetbalschool BB Rotterdam

Zijn eigen actieve carrière kende een voortijdig einde door een fikse knieblessure, maar de liefde voor de voetbalsport is gebleven. Piet van Boxtel, bekend van het in Schelluinen gevestigde autodemontagebedrijf, draagt die liefde uit als sponsor van voetbalschool BB Rotterdam.

Regelmatig neemt Piet van Boxtel op zondagen een kijkje als de trainingen van BB Rotterdam plaatsvinden. ,,Om mijn betrokkenheid te tonen, maar ook omdat ik het mooi vind waarvoor de mensen van deze voetbalschool zich inzetten. Binnenkort ga ik een keertje kijken samen met Gerald Vanenburg die ik goed ken en die ook benieuwd hoe het bij BB verloopt’’, verklaart Van Boxtel het belang van de verbintenis die hij met de opleiding van talentvolle voetballers heeft.

Zelfs kwam hij in actie voor Schelluinen, de club uit de directe omgeving waar Autodemontagebedrijf Van Boxtel gevestigd is, en het Gorcumse Unitas. ,,Maar op mijn achttiende à negentiende kon ik een mooie voetbaltoekomst vergeten, omdat er iets goed mis was met mijn knie. Ik ben daardoor nog wel doorgegaan, maar de knie belemmerde me flink.’’

Vilhena
Van Boxtel is inmiddels zestig jaar oud, maar het hart voor de voetbalsport klopt nog steeds uitbundig bij de ondernemer die vanaf de oprichting betrokken is bij de activiteiten van voetbalschool BB Rotterdam waar Yassin el Bouyakubi, Kenneth Butter en Colin da Luz de dragende krachten zijn. ,,BB Rotterdam laat zien dat het mogelijk is om van zogeheten ‘boefjes’ hele goede voetballers te maken. Onder andere door voormalig Feyenoorder Tonny Vilhena, die nu speelt bij Krasnodar, ben ik bij deze voetbalschool betrokken geraakt. De insteek van die jongens achter deze voetbalschool is om kansarme jongeren die lekker kunnen voetballen toch een kans te geven. Die jonge gasten mogen laten zien wat zij in hun mars hebben en worden vervolgens verder begeleid om hun talenten te ontwikkelen. Naast het sportieve aspect vind ik ook de maatschappelijke bijdrage die de voetbalschool levert erg belangrijk.’’


Op zondag wordt er in verschillende groepen getraind binnen BB Rotterdam, dat verschillende talenten bij betaald voetbalclubs als Excelsior, Sparta, ADO Den Haag en FC Dordrecht. ,,Daaruit blijkt wel dat er goed werk geleverd wordt binnen deze voetbalschool, die echt bijdraagt aan een betere toekomst van die jonge spelers. Daarom is dit initiatief voor ons een mooie gelegenheid om bij te dragen aan maatschappelijk verantwoord ondernemen.’’

Bedrijf
Autodemontagebedrijf Van Boxtel, het bedrijf dat de vader van Piet van Boxtel begon, kende door de coronacrisis een pittig jaar. ,,We zijn de afgelopen jaren met ons bedrijf tot diep in Europa bezig geweest, maar ook onze markt heeft te lijden onder de crisis. Maar we slagen er nog steeds in om ons hoofd boven water te houden, dus we wanhopen zeker niet.’’

Klik hier voor meer artikelen over VV Schelluinen.
Klik hier voor meer informatie over VV Schelluinen.

Tholenaar De Heer geniet bij SPS en mikt op promotie

Hij is geboren en getogen in Tholen-Stad, maar hij voetbalde er geen minuut voor de plaatselijk voetbalclub. Hij begon pas op zijn vijftiende in clubverband en eerst was Arjen de Heer actief voor Stavenisse. Sinds seizoen 2019-2020 draagt hij echter het rood-wit van SPS uit Poortvliet. En dat bevalt hem tot op heden meer dan uitstekend.

“Het klinkt misschien gek omdat ik afkomstig ben uit Tholen, maar zelf heb ik niet zoveel met Tholense Boys. Het trok me dan ook niet om daar in clubverband te gaan voetballen. Ik ben inderdaad ook redelijk laat bij een club gaan voetballen, maar daarvoor voetbalde ik wel altijd op veldjes, pleintjes en ook in de zaal. Enkele vrienden van me die speelden bij Stavenisse en vroegen me of ik niet bij hen wilde komen voetballen. Dat heb ik ook enkele jaren gedaan, ging drie keer per week met de bus naar Stavenisse toe om te trainen en wedstrijden te spelen. Dat was erg leuk en ik heb er ook nog een jaartje bij de eerste selectie gezeten.”

Tot hij de vraag kreeg of hij niet wilde overstappen naar SPS in Poortvliet. De zaterdag vierdeklasser is toch een ploeg die, in tegenstelling tot Stavenisse, elk seizoen meespeelt in de top van het linkerrijtje en al enkele keren dichtbij promotie was naar de derde klasse. “Dat is voor mij ook de uitdaging geweest om voor SPS te kiezen. Ik wilde mezelf wel eens meten in een ploeg die wekelijks moét presteren en mee wil strijden voor promotie. Daar zijn ze al een paar keer heel dichtbij geweest, maar steeds komt er wel een kink in de kabel en kunnen ze de stap niet maken. In mijn eerste seizoen deden we bovenin mee en lagen we prima op koers, maar toen werd door corona het seizoen afgebroken in maart. De club heeft het nog wel geprobeerd bij de KNVB om te promoveren, maar dat is toen niet gelukt helaas. En ook dit jaar wilden we graag voor promotie strijden en opnieuw werd de competitie stilgelegd. Heel zuur wel maar we moeten het dan volgend seizoen maar bewerkstelligen he.”

De start van SPS dit seizoen was in elk geval goed en vooral erg productief te noemen. De ploeg scoorde zeventien keer in vier duels en daarbij deed ook De Heer een duit in het zakje. “Ik maakte er drie in vier wedstrijden en had ook enkele assists. Daarin probeer ik van waarde te zijn voor het elftal, al vind ik van mezelf dat ik vooral in fysiek opzicht nog moet groeien. Ik heb wel snelheid en ben lang, maar ik doe nu gericht vijf dagen per week aan krachttraining en fitness om ook in de duels en als aanspeelpunt beter mijn mannetje te staan. Op die manier heb ik voor mezelf een invulling gevonden voor de periode dat er door strenge maatregelen niet of nauwelijks kon en mocht worden getraind. Want stilzitten is niks voor mij dus met die krachttraining ben ik toch constant wel bezig gebleven om fit te blijven en sterker te worden.”

En die fitheid en kracht hoopt hij komend seizoen te kunnen laten zien op het tijdens de nieuwe competitie in de 4e Klasse B van het zaterdagvoetbal. “We zullen te maken krijgen met dezelfde tegenstanders en daarbij zitten toch nog een aantal erg sterke teams, die ook allemaal willen promoveren. Het zal dringen worden en voor ons zaak om direct er te staan als de competitie van start gaat. We zijn er al een paar keer erg dichtbij geweest en steeds lukte het niet. Het is nu aan ons om dat te doorbreken en die promotie te realiseren. Dat is wel de ultieme sportieve ambitie die ik heb in elk geval. Het lijkt me heel gaaf om met SPS op een hoger niveau te laten zien wat we waard zijn, al is dat van heel veel factoren afhankelijk of we uiteindelijk die stap kunnen maken. Ik kan niet in de toekomst kijken, maar ik ben van mening dat we een selectie hebben die dat aan moet kunnen ook. Iedereen blijft vooralsnog ook komend seizoen bij SPS, dus ook dan moeten we in de top van de linkerrij een rol van betekenis kunnen spelen.”

Klik hier voor meer informatie over SPS
Klik hier voor meer artikelen over SPS

VV Stolwijk-Lonneke Lakerveld gruwelt van smikkelhoek zonder smikkel

De keuken is leeg en opgeruimd, de smikkelhoek een hoek zonder smikkels. In de kantine van VV Stolwijk zit even geen leven. Lonneke Lakerveld (52) kijkt er weemoedig bij. “Ik mis de kantine en mijn mensen.”

Ze pakt er nog een relikwie uit ‘het verleden’ bij. Het bord met de tekst ‘Soup of the day’. In Stolwijk, vertelt ze, was de soep van de dag altijd erwtensoep. “Altijd een grote hit”, zegt ze. “Dan zetten we die pan op met soep en worsten. De geuren ervan, die waren onweerstaanbaar.”

De gordijnen van de kantine zitten potdicht. “Hier is het heel simpel: gordijntje dicht betekent kantine gesloten, gordijntje open betekent dat we er zijn.”

Met ‘we’ bedoelt ze de vrijwilligers van de bar en kantine. Het schema, dat aan de muur hangt (Lakerveld: ‘dat kan er wel af’), herinnert nog aan de tijd dat de kantine volop in bedrijf was. “Ik mis het vreselijk”, zegt Lakerveld, die werkzaam is in de zorg. “Dat praatje, die gezelligheid. Stolwijk is veel meer dan een voetbalvereniging. Het tegen de bal trappen is maar één aspect. Kijk naar mij: ik had en heb helemaal niks met voetbal.”

Dat ze bij Stolwijk belandde, kwam door haar zoon. Die zeurde net zo lang om te mogen gaan voetballen totdat Lakerveld door de knieën ging voor de smeekbedes. “Ik was eerst een geïnteresseerde moeder. Ik vond alles goed en mooi wat hij deed. Na een verloren wedstrijd zei ik: jullie hebben wel je best gedaan. Daar kan ik nu niet meer mee aankomen, haha. Hij voetbalt inmiddels in het eerste.”

Haar dochter ging in de kantine helpen. “Op een gegeven moment zochten ze mensen. Toen zei mijn dochter: kom lekker bij mij staan. Inmiddels doen we samen de coördinatie. We kopen ook het foodgedeelte in. De drank doet iemand anders.”

In haar rol let ze scherp op de centjes. “We gaan elke twee weken zelf naar de groothandel. Dat doen we voor de aanbiedingen. De ene keer is de ene koek in de aanbieding, de andere keer de andere koek. Het is centenwerk, maar alle kleine beetjes maken uiteindelijk wel een groot verschil.”

De Stolwijkse smikkelhoek is bekend en berucht, de menukaart is zoals hij bij veel verenigingen is. “Niet de moeilijk, want je hebt wel te maken met vrijwilligers. Je hebt vrijwilligers die alleen de drank willen doen of alleen in de ochtend willen staan. Daar houden we altijd rekening mee.”

Zelf is zij met haar dochter een bekend gezicht op de zaterdag bij thuiswedstrijden van het eerste elftal. “Dan kan het héél, maar dan ook héél gezellig worden. Soms doen we pas om een uur of tien het licht uit. Als de laatste de kantine heeft verlaten, maken we snel schoon. Doordeweeks zijn we op donderdag open. Voor corona werd er ook steeds vaker doordeweeks een wedstrijd gespeeld. Die draaien we dan met zijn tweeën. Ik vind dat we bij een wedstrijd altijd open moeten zijn, bij Stolwijk moeten we een goede gastheer van onze gasten zijn.”

Ze hoopt dat de kantine snel weer open kan. “We hebben niet voor niets die dingen geplaatst”, wijst ze op de spatborden die bezoeker en barpersoneel bij de bar scheidt. “Zonder kantine haal je de ziel uit de club.”

Voor meer informatie over VV Stolwijk, klik hier.
Meer artikelen lezen over VV Stolwijk, klik hier.

CVV Zwervers – In mini Champions League hebben dribbelaars de ruimte

Al ruim zes jaar een doorslaand succes: De mini-Champions League bij Zwervers. “Niemand stapt hier met een verdrietig of chagrijnig gezicht van het veld.”

Het is deze woensdag warm. De temperatuur tikt de twintig graden aan en op het kunstgras van het hoofdveld op sportpark Couwenhoek is het nog een stukje warmer. De warmte heeft echter geen vat op José Enver, die vol energie de training begeleidt van de mini-Champions League.

Op zijn commando’s wordt meteen gehoor gegeven. “José kan dat als de beste”, zegt mede-trainer Bart Acda, die de warming-up van een afstandje gade slaat. Het voetbalgrut, drie turven hoog, waarvan sommige voetballertjes net vier jaar oud zijn, lijken precies te weten wat ze moeten doen. Heel af en toe moet Enver corrigeren: “Allemaal de goede kant op”, zegt hij als hij het signaal ‘dribbelen’ heeft gegeven.

“Rust en structuur, dat is heel belangrijk”, reageert Acda. “We geven duidelijke opdrachten.”

Enver en zijn mede-trainers hebben een heel repertoire, legt hij voor de training uit. Een repertoire dat dus wordt  gekenmerkt door structuur, maar ook praktische toepasbaarheid. Leg de lat niet te hoog, maar zeker ook niet te laag, stelt Enver. “De basisbeginselen zijn prima aan te leren. Dribbelen bijvoorbeeld. Dat komt iedere training terug zoals ook andere elementen. Voet op de bal, voet over de bal. Trappen met de zijkant van je schoen. Dribbelen is altijd dribbelen met je veter. Je herhaalt, maar je doet het altijd op een speelse manier”, doceert Enver.

Enver heeft een onderwijsachtergrond. Handig, erkent hij. “Als trainer zal je altijd een vertaalslag moeten maken naar de leeftijdsgroep die je traint. Verwacht van deze jongens en meiden niet hetzelfde als een spelertje in de JO9-1.”

Acda knikt. “Het gaat natuurlijk ook om talent te herkennen. Niveau bij niveau. De warming-up doen we met z’n allen, daarna maken we groepjes. Op niveau.”

Enver heeft de afgelopen jaren heel wat pareltjes zien binnenkomen op sportpark Couwenhoek. “Er zit enorm veel voetbaltalent in Nederland. We raken als Zwervers ook vaak talent vroeg kwijt.” Aan de bvo’s in Rotterdam. Acda: “Sparta, Feyenoord, Excelsior scouten het liefst op jonge leeftijd. Niet dat er op zondag bij de mini-Champions League al scouts langs de lijn staan, maar vaak vertrekken spelers vanaf een jaar of acht.”

De mini’s zijn voor Zwervers een belangrijke kweekvijver. Het is het voortraject van het competitievoetbal. Daarom ook besteedt de club er veel aandacht aan. Er wordt getraind op woensdag, op zondag wordt er een toernooi gespeeld. “Hoeveel teams we hebben is afhankelijk van het aantal kinderen”, zegt Acda. “Soms zijn dat er vier, soms zes.”

Enver en Acda hebben allebei een ‘dubbelfunctie’. Ze zijn trainer van de respectievelijk JO9-1 en JO8-1. “Door de mini-Champions League weten we wat er aan talent aankomt. Als ze zeven jaar zijn stromen ze door. Als ze jonger zijn en goed ook.”

Op zondag is het op sportpark Couwenhoek vaak Feyenoord-Juventus en Barcelona-Bayern München. Acda: “Aan het begin van het seizoen maken we er een happening van. Met alle teams, een geluidwagen en spelers die opkomen onder de echte tune van de Champions League. Dan zie je die gassies glimmen van trots.”

Voor meer informatie over CVV Zwervers, klik hier.
Meer artikelen lezen over CVV Zwervers, klik hier.