Home Blog Pagina 780

Ruim baan voor talentontwikkeling dames bij Ter Leede

Meisjes en vrouwen met ambities moeten nu nog meer dan voorheen bij Ter Leede zijn. De Sassenheimse club heeft een plan gemaakt waarbij het opleidingspad verder worden geoptimaliseerd. De club wil daarmee zijn toonaangevende reputatie behouden. “We willen onze positie als vrouwenbolwerk versterken.”

Ook de speelsters van de topklasser moeten het afgelopen seizoen met trainen en trainingspartijtjes. Pas vorige maand kon voor het eerst na lange tijd weer worden geoefend. Toch gebeurde er op sportpark De Roodemolen van alles. De beleidsmakers werkten hard aan een plan om de opleiding verder te verbeteren. De afgelopen periode werden grote stappen gezet. Doel: talenten nog betere mogelijkheden geven om zich klaar te stomen voor Ter Leede 1 of voor een club in de eredivisie.

“We kennen onze rol”, zegt Ronald van Gool, bestuurslid technische zaken bij de vrouwen. “We zullen nooit kunnen wedijveren met de eredivisieclubs. Hun aantrekkingskracht is enorm, maar wij willen wel die club zijn die voor talenten als springplank kan fungeren. Bovendien: niet alle speelsters zullen hun weg vinden naar ADO, Ajax of Feyenoord. Wij bieden met ons eerste team op topklasseniveau een prachtig alternatief.”

Ter Leede behoort al jaren tot de top in de topklasse. “We hebben even de tijd nodig gehad om ons te hergroeperen toen een generatie speelsters, met wie we veel successen behaalden, is gestopt.” Ter Leede mikt op talenten uit de regio en blijkt een grote naam als opleidingsclub. “We willen ook graag uitstralen dat we een goede opleiding garanderen. Dat er speelsters aan het einde van het seizoen vertrekken zien we als een compliment. In figuurlijke zin maken we een erehaag bij de poort. En uiteraard spreken we de hoop uit na dat ze na een geweldige carrière op het hoogste niveau hun ervaring op latere leeftijd bij onze elftallen komen delen.”

De aantrekkingskracht op talenten, die dromen van een carrière aan de top, is groot. Dat wil niet zeggen dat het bij Ter Leede een zoete inval is, zegt Van Gool. “Het is wel zo dat we de opengevallen plaatsen moeten opvullen. Ook dit jaar maakt weer een handvol speelsters de overstap naar een eredivisieclub.” Daarnaast koos Ter Leede onlangs bewust om in de toekomst alle meisjes tot en met dertien jaar met jongens te laten voetballen. “We hebben tot veertien jaar gecombineerde teams. Daarmee trekken we alle faciliteiten en voorzieningen voor jongens en meisjes gelijk.”

Ook de introductie van een ‘Jong’ Ter Leede (MO19-1) maakt onderdeel uit van de optimaliseren van de opleiding. Speelsters die nog niet klaar zijn voor Ter Leede krijgen op een iets lager platform de kans om zich verder te ontwikkelen. “Daarvoor hebben we de technische staf verder uitgebreid”, zegt Van Goolen. “Er staan allemaal gediplomeerde en zeer gekwalificeerde oefenmeesters voor de selecties.” Ondanks corona gaat het met de toestroom van nieuwe leden prima. “Op een open dag in mei kwamen 45 meisjes af. We hebben dit seizoen al zo’n dertig nieuwe aanmeldingen.”

Klik hier voor meer artikelen over Ter Leede.
Klik hier voor meer informatie over Ter Leede.

Geen boeman, maar iemand die de weg wijst bij Lyra

Pim van den Hoorn (43) ziet als trainer van Lyra graag dat zijn spelers meedenken. Het past wel bij zijn baan als directielid van een middelbare school. Van stress heeft hij vrijwel geen last, hooguit van wat spanning soms. Moeizame periodes zijn er om samen een mooi proces in te gaan.

Van den Hoorn is allesbehalve een opgewonden standje. Hij praat kalm en bedeesd, overdenkt zijn woorden goed en koestert zijn ontspannen manier van in het leven staan. ‘’Van stress wil ik wegblijven”, zo begint hij zijn verhaal. “Ik ken het gevoel niet om voor een wedstrijd stijf te staan van de spanning. Als trainer niet, en ook als voetballer van Lyra en Westlandia vroeger niet. Het heeft ook geen enkele zin om je enorm op te vreten vooraf. Dan is er een grote kans dat je blokkeert.”

Van den Hoorn groeide op in De Lier en is nog steeds woonachtig in het dorp, dat een kleine vijftienduizend inwoners heeft. Zoals alle verenigingen in het westland, is Lyra een echte dorpsclub waar een groot gevoel van saamhorigheid heerst. “De Lier is niet heel ienieminie meer, maar het blijft klein hoor”, lacht Van den Hoorn. ‘’Gelukkig beschikken we bij Lyra over een heel trouwe supportersschare, er staan soms wel zeshonderd toeschouwers langs de lijn. Wanneer het regenachtig is, staan er nog altijd driehonderd. En er is een vaste kern van fans die altijd mee naar uitwedstrijden meegaan. Dat zijn er ook wel honderd.”

Dat Lyra momenteel in de derde klasse zaterdag uitkomt, maakt mogelijk dat de club dominant kan spelen, vervolgt Van den Hoorn. De club heeft namelijk flinke potentie en heeft het meedraaien in de top van de tweede klasse als doel. “We hebben eerste klasse gespeeld vroeger. Dan kunnen we eigenlijk niet tevreden zijn met een positie in de derde klasse. Lyra heeft twaalfhonderd leden en met zo’n aantal moet je gewoon hoger kunnen spelen. Aan mij is nu de taak om de opmars te begeleiden. Ik vind het heel mooi om samen met mijn spelers die uitdaging aan te gaan. Ik wil ze graag helpen om wedstrijden te leren lezen. Met alleen voorkauwen heb ik niet veel. Daar wordt een speler niet beter van.”

Het zal zijn pedagogische inslag zijn die maakt dat hij zich niet als een alwetende boeman wil opstellen, lacht Van den Hoorn, die ook hoofdtrainer was bij MVV’27, Den Hoorn en HVC’10. ‘”Ik wil mensen graag onderdeel laten zijn van het proces. Daarom vind ik het ook zo mooi om leerlingen te ondersteunen in deze moeilijke coronatijd. Het is een heel rare tijd voor alle leidinggevende op mijn school, het Revius College in Maassluis. We zijn continu bezig ad-hoc oplossingen te bedenken. Vroeger als docent lichamelijke opvoeding zag de werkdag er wel anders uit. Maar door creatief te zijn en goed mee te denken met de scholieren, komen we een heel eind.”

Klik hier voor meer informatie over Lyra

Klik hier voor meer artikelen over Lyra

De Hond hoopt met Lewedorpse Boys een stabiele derdeklasser te blijven

Als jochie van zestien stroomde Stan de Hond (22) zes jaar geleden direct in bij de senioren van Lewedorpse Boys vanuit de JO17. Eerst als wisselspeler met wat invalbeurten, maar onder Paulus Poortvliet werd de aanvaller basisspeler om nooit meer uit het elftal te verdwijnen.

Webbanner VoetbalJournaal Robey-sportswear-teamkleding-teamwear
“Dat klopt inderdaad. Ik was net zestien toen ik al minuten mocht maken bij het eerste. Wij hadden op het dorp geen JO19 en moesten dus wel doorschuiven naar de senioren. Dat was in het begin wel aanpoten, zéker fysiek. Maar dat ging op trainingen en in de wedstrijden gelukkig steeds beter. Eerst nog in de vierde klasse, maar al snel maakte ik een promotie via de nacompetitie mee, speelden we twee jaar in de derde klasse, volgende een degradatie en werden we kampioen in het laatste ‘pre-coronatijdperk’.  Dat waren we onvergetelijke momenten moet ik zeggen.”

Inmiddels is de linksbenige aanvaller, die soms ook als buitenste middenvelder acteert in het elftal van coach Duitemeijer, met zijn ploeg dus twee coronaseizoenen verder en nog altijd derdeklasser. “Dat is ook het doel om daar te blijven natuurlijk. Ik denk ook wel dat we daarvoor een goede mix hebben in de selectie. Er komt zo af en toe wel wat door uit de jeugd en die trainen ook geregeld wel mee al. Over het algemeen hebben we overigens nog een jonge selectie en gaat zo af en toe nog wel gepaard met wisselvallige prestaties. Dat is ook hetgeen waarin ik mezelf nog absoluut moet doorontwikkelen. Het is nu vaak nog wel eens goed, voldoende en soms gewoon slecht qua wedstrijden. En daarin moet ik gewoon stabieler worden, dat ik altijd minimaal een zes of zeven weet te scoren qua niveau’, is De Hond zelfkritisch.

“Tegen de topploegen een prima wedstrijd op de mat leggen en dan soms als elftal tegen een degradatiekandidaat de punten morsen. Als je dan als doel hebt om jezelf zonder nacompetitie jaarlijks te willen veilig spelen, dan zijn dat wel elementen die eruit moeten in ons spel. Maar ik heb er vertrouwen in dat we dat voor elkaar kunnen krijgen en dat we op termijn gewoon een stabiele derdeklasser kunnen zijn.”

De aanvaller, die over flink wat longinhoud beschikt en bovendien toch ook wel af en toe zijn goaltjes meepikt, loopt al sinds de F’jes rond bij ‘Lebo’ en typeert zijn club als ‘heerlijk ons-kent-ons’ met een heel trouwe schare vrijwilligers en supporters. Een club ook waar voor de dorpelingen het voetbal als een ontmoetingsplek geldt om de sociale contacten te onderhouden. “En dat is toch hetgeen dat juist door heel veel de afgelopen twee seizoenen, voor zover je met vier gespeelde competitieduels van een seizoen kunt spreken, het meest wordt gemist. We hebben dan wel getraind en de technische staf heeft er alles aan gedaan om ons te allen tijde gemotiveerd te houden. Toch mis je het publiek, de wedstrijden en de gezelligheid van de kantine. Op het niveau waarop wij actief zijn is de ‘derde helft’ toch een essentieel onderdeel van het spelletje. Al is zo’n derde helft natuurlijk wel een stuk gezelliger als je goed resultaten boekt en wedstrijden wint.”

Voor het nieuwe seizoen voorziet De Hond weinig veranderingen bij zijn club. De trainer blijft en ook de selectie zal weinig veranderen. “We worden steeds allemaal een jaartje ouder en krijgen meer ervaring. Zelf heb ik ook niet direct de ambitie om te vertrekken of elders op een iets hoger niveau te gaan spelen. Ik ben ooit gevraagd toen ik nog in de jeugd voetbalde, maar ik besloot hier te blijven. En tot op heden heb ik daar nog altijd geen seconde spijt van gehad.”

Klik hier voor meer informatie over Lewedorpse Boys

Klik hier voor meer artikelen over Lewedorpse Boys

Voetgolftoernooi FC Lisse groot succes

In de nadagen van de coronapandemie organiseerde FC Lisse voor de leden van de club een groot voetgolftoernooi. Moeite noch kosten werden gespaard om van het toernooi een happening te maken. “Als je iets doet, moet je het goed doen”, aldus organisatoren Arnoud Kool en Arno Dubbeldam.

Beide mannen zijn, als je het zo mag noemen, van het ‘ondernemende soort’. Als er grote activiteiten georganiseerd moeten worden is FC Lisse bij Kool en Dubbeldam aan het goede adres. Ze geven een slinger aan het rad dat daarna in alle hevigheid gaat draaien. “We organiseren ook altijd de verenigingsdag aan het einde van het seizoen”, legt Kool uit. “Dan doen we overigens niet alleen hoor. Wij zijn meer het middelpunt van de organisatie en zetten alles in het werk en iedereen aan het werk. De spinnen in het web, zeg maar. Als wij een complimenten verdienen, verdient de hele zwerm van vrijwilligers dat”, is Kool de eerste om de eer van het vrijwilligerswerk te delen.

Toen het idee voor een voetgolftoernooi werd geboren bij FC Lisse gingen de radartjes in de hoofden van Kool en Dubbeldam draaien. “We zijn niet van de eenvoud, maar dat heb je waarschijnlijk al begrepen”, lacht hij. “Ja, we hadden iedereen een bal kunnen geven en een schep om een kuil te graven, maar dat is onze eer te na.”

Uren voorbereiding zat er voor Kool en Dubbeldam en alle ondersteunende ‘diensten’ in de voorbereiding op het toernooi. Het is veelzeggend dat het digitale ‘programmaboekje’ vijf A4-tjes lang is. Kool: “Je hebt wel wat te lezen.” Naast een plattegrond van de ‘voetgolfbaan’ van FC Lisse bevat het boekje alle informatie die deelnemers nodig hadden. Geen half werk dus.

“We hebben hier op het sportpark een eigen golfclub”, zegt Kool. “Die golfbaan ligt voor een deel naast, maar ook op onze velden. Het is negen holes-baan. We hebben dan ook voor onze baan gebruik gemaakt van de contouren van die baan. Holes hebben we gemaakt door emmers in te graven, maar we hadden ook holes waar deelnemers op een andere manier de bal ergens moest intrappen.”

Toegevoegd was ook een duidelijk beschrijving van de regels en helemaal luxe, uitleg per hole. Zo staat bij hole 7 beschreven dat de deelnemers op veld drie en vier tussen de doelentunnel door richting einddoel moeten schieten. “De doeltunnel lijkt zo makkelijk”, staat erbij. In hole is de lichtmast een extra hindernis, bij hole 5 is het ‘ff slalomen na oversteek parkeerterrein.’ En hole 3, staat te lezen, is ‘de kortste van het stel’. Hole 2 wordt omschreven als ‘lange halen, gauw thuis, maar wel over het slootje en de doelen.’

Bijgesloten in het dagprogramma was de indeling. Teams bestaande uit twee personen die om de tien minuten van start gingen voor hun ronde. Kool: “Dat hadden we ook gedaan met oog op de veiligheid in verband met corona.” Het laatste van ruim honderddertig teams ging om kwart over zeven ’s avonds van start. “Op zaterdag 22 mei hebben we het toernooi ook gehouden voor de oudste jeugd. Uiteindelijk hebben we bijna 450 deelnemers gehad. Het voetgolfen was een mooie onderbreking van het seizoen dat vooral in het teken stond van trainen. Het was voor iedereen een mooie afleiding. Of het voetgolf ooit weer terug komt? Wie weet, het heeft heel veel mensen, inclusief onszelf, erg enthousiast gemaakt.”

Klik hier voor meer artikelen over FC Lisse.
Klik hier voor meer informatie over FC Lisse.

Warmunda ruilt het nostalgische voor het moderne in

Van het ene op het andere moment was hij het zat. Toen Barry van Rijn een blik wierp op de bespreekkamer in het clubgebouw van SV Warmunda wist hij dat het tijd was voor een goede opknapbeurt. Zijn vriendin Maaike Oostdam, al tien jaar secretaris in het bestuur, deed vrolijk mee en pakte de bestuurskamer aan. “Eigenlijk kon het niet meer.”

Wie een tijdje niet in de kantine en clubgebouw van Warmunda is geweest – en dat geldt in coronatijd zo’n beetje voor alle leden van de SV – kijkt zijn ogen uit. In de kantine is het meubilair voorzien van een make-over. Er zijn statafels toegevoegd aan het assortiment, tafels en stoelen hebben een nieuwe look gekregen. “Lekker fris”, zegt Oostdam. “Dat we de kantine zouden doen, zat al een tijdje in de planning. Het kwam nu ook mooi uit met corona. We hadden alle ruimte voor onze rommel. Doe je dat tijdens het seizoen moet je alles na een avondje werk netjes achter laten.”

Barry van Rijn (48) en Oostdam (43) hebben allebei een lange geschiedenis bij de club. Met een beetje fantasie kun je ze clubiconen noemen. Van Rijn was jarenlang het boegbeeld van het eerste elftal, dat destijds op zondag furore maakte. Hij speelde twintig jaar voor Warmunda en bleef zijn club ook trouw toen zijn actieve carrière erop zat. Hij had als trainer vijf jaar het tweede team onder zijn hoede en inmiddels is hij voor het derde seizoen met Remco Breuer verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van Warmunda 1. Eind vorig jaar slaagde hij voor zijn TC3.

Oostdam heeft amper minder dienstjaren. Ze speelde jarenlang in het eerste handbalteam en combineerde dat met zaalvoetballen. Al tien jaar maakt ze als secretaris deel uit van het algemeen bestuur. Daarnaast is ze trainer van Warmondse handbalsters en speelt ze nog in het wit en blauw in de zaal. “Het was eigenlijk mijn plan dat dit seizoen mijn laatste seizoen zou zijn, maar het geeft mij geen lekker gevoel om afscheid te nemen”, zegt ze. “Vandaar dat ik er nog een seizoen aan vastplak in de hoop dat we een normaal seizoen kunnen afwerken.”

Waar haar partner besloot zich uit te gaan leven op de bespreekruimte, stortte Oostdam zich op de bestuurskamer. “In het bestuur hadden we zoiets: nu we toch bezig zijn, laten we dan maar gelijk ook de bestuurskamer meepakken. Toen we dat besloten hadden, keek iedereen naar mij. Zoiets van: jij bent de enige vrouw en jij hebt verstand van inrichten. Haha.”

Oostdam ging voortvarend aan het werk. “Ik hou niet van half werk”’, lacht ze., “De muren en plafond zijn gestuct. Dat heb ik zelf niet gedaan, hoor. De inrichting, het binnenhuisarchitect-achtige deel, wel. Nieuwe stoelen, andere tafel. Frisse kleuren.” Ook alles wat aan de muur hing, moest er aan geloven. “Dat was voor sommige mensen wel even schrikken. Die zagen de oorkondes en oude foto’s al in de prullenbak verdwijnen. Volgens mij zijn ze gered door de clubarchivaris.”

Van Rijn ging al even grondig te werk. “Laat ik zeggen dat ik de kamer wat gedateerd en oubollig vond”, verklaart hij zijn actie. “Die kamer werd gebruikt voor van alles. Het was een veredeld magazijn geworden voor allerlei spullen. Er zat weinig sfeer in. Voor mensen die van nostalgie houden dé ideale ruimte.” Inmiddels is de kamer voorzien van karakter en kleur, van clublogo’s en persoonlijke touch van Van Rijn. “We zijn klaar voor het nieuwe seizoen.”

Klik hier voor meer artikelen over Warmunda.
Klik hier voor meer informatie over Warmunda.

Aljan Dekker is Hoofd jeugdopleiding, trainer van de Onder 14 en keeper bij vv Woudrichem

Hoofd jeugdopleiding, trainer van de Onder 14 en keeper bij het eerste elftal. Aljan Dekker heeft een aardige lijst met taken bij vv Woudrichem. Zelf onder de lat staan vindt hij op dit moment nog het mooiste van die drie rollen die hij heeft bij de plaatselijke voetbalvereniging, de andere twee rollen zijn de aanloop naar hoe zijn toekomst eruit ziet als hij zijn keepershandschoenen aan de spreekwoordelijke wilgen hangt.

werktalent_255550

De dertigjarige doelman is nu sinds twee jaar hoofd jeugdopleiding bij Woudrichem, terwijl hij dus keeper van het eerste elftal is. “Nu vind ik keepen nog wel het mooiste. Het feit dat je drie keer in de week lekker bezig mag zijn met een groep. Dat is wel hetgeen waarvoor je het doet. Op termijn, als dat er echt niet meer in zit, wil ik me vol gaan richten op deze rol en het trainer zijn.”

Voor bekenden van Dekker komt dat niet als verrassing. Al vanaf zijn vijftiende traint hij teams. Eerst bij SteDoCo, later bij VVAC waar hij ook een soorgelijke rol in de jeugdafdeling had. “Die club was iets groter, dus deden we het daar met zijn tweeën.” De goalie heeft altijd naar de toekomst gekeken, hij is inmiddels al in het bezit van Trainer/Coach UEFA C én B. “De ambitie als trainer is er zeker. Nu traint hij de jeugd. “Uiteindelijk is het mijn ambitie om trainer van een eerste elftal te worden. Maar voorlopig bevalt dit gewoon heel goed. Ik hoop zelf nog een paar jaar te voetballen. En dan is het niveau dat we hier hebben prima.”

Ambitie
Dekker wil als hij eenmaal gestopt is stappen maken, nu wil hij dat vooral doen met Woudrichem. Op twee manieren. Eén daarvan is de jeugdafdeling. “Mijn doel is vooral om er meer structuur in te krijgen. We leven van heel veel vrijwilligers, die zetten allemaal hun beste beentje voor. Maar soms weten ze niet hoe. En soms hebben ze het druk met werk en dan komen ze hier en denken: wat gaan we vanavond doen? Dat willen we veranderen door trainingsstof aan te bieden en een duidelijke manier van spelen te introduceren. Dat doen we niet bij de jongste jeugd, die moeten lekker hun ding doen. Maar vanaf zes tegen zes en zeker vanaf acht tegen acht moet er een duidelijke lijn in komen. Ik ondersteun de trainer daarin.”

Zijn achtergrond als gymleraar helpt. En dat iedereen er een soort van aan toe was hielp ook mee met het zetten van de eerste stappen. “Ik ben niet iemand die van een afstandje toekijkt en dan het veld instormt om te roepen dat ik het zus of zo zou doen. Maar ik kan wel na een training naar een trainer toestappen om te zeggen dat het ook op een bepaalde manier had gekund.” Alles met als doel het niveau te laten groeien.

Het ambitieuze zit in hem, ook als keeper. Een nieuw avontuur ziet hij niet meer zitten, maar met Woudrichem wil hij nog wel iets moois neerzetten. “We hebben twee jaar voor een periode kunnen spelen. Die hebben we vorig jaar ook gehaald, maar de nacompetitie hebben we helaas niet kunnen spelen. Voor mij is dat wel weer de doelstelling om in ieder geval een periode te pakken. Onze kracht is vooral de teamspirit. Als het niet loopt, knokken voor elkaar, tegelijkertijd moet je ook een beetje geluk hebben. Maar als wij een fitte selectie hebben, kunnen we top vijf/top zes spelen. Als je dan een beetje mazzel hebt met hoe de wedstrijden lopen, kan het.”

Passie
Dekker voetbalt in zijn hart liever dan dat hij keept. “Maar als keeper kan ik meer”, zegt hij vol zelfkennis. Daarnaast spreekt er passie uit zijn stem als het over voetbal gaat. En dan maakt het niet uit of het over de jeugd, het eerste elftal of het moment dat hij tussen het eerste en tweede elftal pendelde als spits en nummer tien. “Ik ben begonnen toen ik vijf was en heb er altijd zoveel passie en plezier ingestopt. Ik was altijd op het veld te vinden en dat is nooit gestopt. Voetbal is wel mijn leven.”

Klik hier voor meer informatie over VV Woudrichem
Klik hier voor meer artikelen over VV Woudrichem

Ricky Vroon rekent weer op typisch GRC ’14-seizoen

Ricky Vroon kijkt uit naar een seizoen vol wedstrijden, strijden om een goed resultaat te bereiken en als team uiteindelijk weer boven de streep te eindigen. De 29-jarige GRC ’14-speler, die zijn eerste stappen op de voetbalvelden in Utrecht heeft gezet, speelde nacompetitie voor promotie én degradatie. En de laatste jaren speelde hij dus tegen degradatie met zijn ploeg. “We spelen in ieder geval wel altijd ergens om”.werktalent_255550
Hij heeft voetbal zeker gemist, zoals bijna iedereen die iets met voetbal doet. “We hebben af en toe getraind, in groepjes van vier en dat gesnor”, zegt Vroon, voor de blik op volgend seizoen gericht wordt. “Ik denk dat we weer een ouderwets GRC-seizoen krijgen. Elk jaar moeten we er keihard voor werken. Wij hebben niet de spelers die wedstrijd op wedstrijd kunnen beslissen. Wij moeten het als team doen. Als we dan een keer verzaken, verzaken we ook met z’n allen en dan win je niet. Ook niet van de slechter geklasseerde clubs.”

“We hebben met GRC nog geen nacompetitie hoeven spelen, gelukkig. Maar elk jaar is het wel billenknijpen. Elke keer eindigen we net boven de streep”, zegt Vroon, die daarbij nogmaals de teamgeest roemt. “Een tegenstander kan voetballend veel meer kwaliteit hebben, dat je verliest. Maar met de juiste inzet wordt het dan nooit vier- of vijf-nul.”

Fusie
Vroon is op zijn plek bij GRC, de club die in 2014 voortkwam uit een fusie tussen VV Giessen en Rijswijkse Boys. “Voor allebei de clubs was die fusie beter. Bij de ene club waren helemaal geen senioren meer, bij de andere club heel weinig jeugd. Het was iedere keer hangen en wurgen om het jaar door te komen. Nu hebben we een hele mooie club.”

En met die mooie club is er dus ook iets mogelijk. “We hebben in totaal zo’n 600 leden. En het zijn dus twee dorpen, Giessen en Rijswijk. Tachtig procent van de jongens bij ons in het eerste komt er ook echt vandaan. We hebben er nu een paar uit Waalwijk, maar de rest is echt van hier. Dat is ook wel mooi.”

Nacompetitie
Buiten deze regio werd Vroon kampioen, terwijl hij hier veel nacompetitie speelde. “Met Rijswijkse Boys zijn we een keer gepromoveerd en er een keer in gebleven. Met GRC zijn we ook een keer gepromoveerd”, vertelt Vroon. “Het is leuk dat je ieder jaar ergens om speelt. Hij zal vooral de nacompetitie van 2017 niet snel zal vergeten, in een jaar dat het billenknijpen was om in de eerste klasse te blijven was het aan het einde van het seizoen nog mogelijk te promoveren naar de Hoofdklasse.

“Als wij op de laatste speeldag hadden verloren en de nummer elf zou winnen, hadden we nacompetitie moeten spelen tegen degradatie naar de tweede klasse. Dat gebeurde niet, dus waren we veilig en speelden we door het winnen van de laatste periode zelfs nacompetitie voor promotie naar de Hoofdklasse. We waren al afgeschreven, stonden ver onderaan, maar we leefden op”, zegt Vroon lachend. Die goede serie kreeg geen vervolg, in de nacompetitie ging in het Alphen aan de Rijn onderuit tegen ARC. “In de 85ste minuut kregen de 2-1 tegen. Ze waren ook echt een klasse beter en wij hebben ook niks te zoeken in de Hoofdklasse. Toch was het ook wel even jammer.”

Klik hier voor meer artikelen over GRC’14
Klik hier voor meer informatie over GRC’14

Henri van Hemert houdt van grapje en grolletje bij GDC

Met acht leden heeft GDC een flinke technische commissie, waar zowel de jeugd als senioren onder vallen. Iedereen heeft zijn eigen gebied. Henri van Hemert is voorzitter van ‘de TC’ en hoopt na een raar jaar verder te kunnen gaan met de opbouw die is ingezet.

werktalent_255550
GENDEREN – “Wij zorgen eigenlijk voor alles wat met het technische aspect te maken heeft, daar zetten wij ons voor in. Van de indeling van teams en velden tot het plan van aanpak qua trainingen. Echt het puur technische verhaal”, zegt Van Hemert als hij uitlegt wat de rol van zijn commissie is binnen de club.

Acht leden is flink, maar gezien de verdeling geen overbodige luxe. “We hebben iemand voor de jongste jeugd, van de mini’s tot de JO11. Iemand voor de jeugd die daarboven zit en iemand voor de JO19 en selectie. Iemand voor de lagere elftallen, iemand voor meiden en dames – we hebben er nu in totaal 72, dus dat is voor ons op meidengebied ook best wel een leuke aanwas. De voorzitter zit in de commissie, voor de terugkoppeling naar het bestuur. En iemand die mij kan vervangen, maar die ook heel erg inzet op communicatie. We willen één manier van communiceren, op die manier duidelijkheid geven.”

In de voormalige gemeente Aalburg is GDC de grootste club, met ‘best wel wat jeugdelftallen en zes seniorenteams’. “Maar we zijn niet te vergelijken met Kozakken Boys, dat niet. Het is een goede dorpsclub. We willen graag een stabiele derdeklasser zijn, met af en toe eventueel een uitstap naar de tweede klasse en eventueel kijken of we daar dan kunnen blijven. Maar dat doen we wel met eigen jeugd. Daarom proberen we de trainingen zo goed mogelijk te leiden en structuur in het trainingsbeleid te brengen, door met thema’s te werken. En zo proberen we de jeugd op een hoger niveau te brengen.”

Zelf was Van Hemert in het verleden al trainer van de mini’s, nu heeft hij de JO9 onder zijn hoede. “Ik vind dat fantastisch. Ik ben superfanatiek, wat dat betreft is het ook een goed leerproces. Want je kunt kinderen of fanatiek benaderen of op een leuke manier. Een combinatie daarvan maakt het leuk. Je moet serieus zijn, maar soms is het ook tijd voor een grapje en grolletje en moet je even tikkertje spelen. Maar de groei die ze maken en het enthousiasme van die kinderen is superleuk om te zien.”

Bij de jeugd probeert de technische commissie een fanatieke en een sociale trainer/leider te zetten, die mix draagt bij aan het verhogen van het niveau. “Plezier is en blijft echt heel belangrijk, maar als je ergens aan meedoet – welk spelletje dan ook – moet je ook een stukje wil hebben om te winnen. En dat is bij een dorpsclub wel eens lastig, omdat je ook kinderen hebt die nog alle rubberen korreltjes op het kunstgras zoeken. En dat zul je altijd blijven houden. Wij zijn blij met elk lid, dus moet je zorgen dat iedereen tevreden is. Dat is belangrijk.”

Van Hemert sluit het verhaal af met een positieve noot, samenvattend hoe het op dit moment allemaal gaat bij GDC. “Het gaat gewoon goed met de club. Financieel en sportief. Het leeft ook wel echt bij GDC. Nu zijn we er met z’n allen aan toe om weer echt te beginnen.” Het is straks een feestje als iedereen weer mag voetballen. “Met het eerste zitten we al een paar keer tegen promotie aan. Hopelijk lukt het volgend jaar om door te gaan. Dan hebben we ook een kampioensfeestje, is het dus eigenlijk dubbel feest.”

Klik hier voor meer informatie over GDC
Klik hier voor meer artikelen over GDC

Rijnsburgse Boys maakt sportpark Middelmors weer stukje fraaier

Rijnsburgse Boys zat tijdens de coronaperiode niet stil. Sportpark Middelmors kreeg op meerderde vlakken een nieuwe ‘look’. “Uitstraling groeit mee met z’n tijd.”


Je kunt er bij de entree niet omheen: de levensgrote billboards die boven de kantine van Rijnsburgse Boys staan. Op de billboards staan drie spelers levensgroot afgebeeld. “Twee meter vijftig groot, één meter twintig breed”, zegt Jaco Heemskerk, teammanager van het eerste elftal, maar ook verantwoordelijk voor de verfraaiing van het sportpark. “De entree was een beetje een kale boel. Je kwam het terrein oplopen en je keek tegen een loze gevel van de kantine aan. We wilden er wat meer kleur inbrengen in combinatie met het verleden. We hebben er drie spelers voor gekozen en niet zomaar spelers: drie echte Rijnsburgse jongens die in de periode 2005-2009 deel hebben uitgemaakt van een glansperiode: Danny van de Vijver, Bart en Peter Freeke. Het is echt een eyecatcher. Ik vind het super geslaagd.”

Ook in de kantine is hard gewerkt. De voorgenomen verbouwing van één van de ruimten tot ‘seniorenhok’ werd tijdens corona enthousiast ter hand genomen. “Het stond al een tijdje op de planning”, vertelt Heemskerk. “Het idee was er al veel langer. Na thuiswedstrijden van het eerste elftal is het vaak beregezellig. Vooral jongelui genieten na en de muziek staat dan aardig hard. We zagen echter ook dat oudere supporters daardoor eerder naar huis gingen. Dat is natuurlijk niet de bedoeling dat zij werden weggejaagd. Vandaar dat we nu een eigen ruimte hebben gecreëerd.  Ingericht met wat luxere stoelen en tafels en bruincafé-achtige kleuren. Met de bar erin ook.”

De muren hangen vol met historie. Heemskerk was uren en dagen bezig met het zoeken naar foto’s uit het roemruchte verleden van de Uien. Hij vond er honderden. Een groot aantal is te bewonderen op de muur. “De foto’s zijn geïntegreerd in het behang. Je kijkt je ogen uit. Er is van alles te zien, van 1930 tot het recente verleden. Het is bijna een museum”, is Heemskerk trots.

En dan zijn er nog de aanpassingen in het nieuwbouwdeel op het sportpark. “Eens in de zoveel tijd is er een aanpassing nodig, want het gebouw dateert ook alweer van 2004”, stipt Heemskerk aan. “We hebben in het verleden al de commissiekamer en ontvangstkamer aangepast en ook in de businessclub hebben we verbouwd. Nu hebben we de entree anders ingericht, met behulp van onze kledingsponsor Robey.” Ook in de ‘catacomben’ vonden aanpassingen plaats. “Het fysiogedeelte, dat grenst aan de kleedkamer, heeft een nieuwe plek gekregen. Daardoor ontstond weer ruimte in de kleedkamer. We hebben daar een ruimte gemaakt voor een ijsbad. Spelers kunnen daar inkruipen bij herstel van blessures.”

“We zijn helemaal klaar voor het nieuwe seizoen”, voegt Heemskerk eraan toe. Op 3 juli stond de eerste training van de selectie van Rijnsburgse Boys alweer op het programma. “Op 17 juli speelden we onze eerste oefenwedstrijd tegen de Koninklijke HFC. Ik hoop dat alle supporters dit seizoen kunnen genieten van alle verfraaiingen op het sportpark.”

Klik hier voor meer artikelen over Rijnsburgse Boys.
Klik hier voor meer informatie over Rijnsburgse Boys.

Samira El Abdallaoui nieuwe trainer vrouwen FC Rijnvogels

FC Rijnvogels heeft Samira El Abdallaoui aangetrokken als trainer van de vrouwenselectie. De 36-jarige Hoofddorpse komt over uit de jeugdopleiding van AFC uit Amsterdam. FC Rijnvogels zegt dat met El Abdallaoui een sympathieke en ambitieuze trainer wordt in huis gehaald en ‘die kenmerken matchen goed’ met waar de Kooltuinbewoners voor staan.


El Abdallaoui heeft haar wortels liggen in Noord-Holland, waar ze als jonge speelster haar eerste stappen op het veld zette bij RKDES. Zij was bij die club het eerste meisje dat bij de jongens-selectieteams speelde.  Ze werd ook opgemerkt door coaches van de regio en kwam tot haar zestiende uit voor vertegenwoordigende elftallen. Een blessure maakte echter een vroegtijdig einde aan haar carrière.

Ze bleef in het voetbal, werd trainster en ging aan de slag in het jeugdvoetbal.  Ze werkte bij gerenommeerde jeugdopleidingen van Waterwijk, Legmeervogels en AFC. FC Rijnvogels, dat in de topklasse uitkomt, wil met El Abdallaoui de volgende stap op de competitieladder zetten en heeft ook uitgesproken dat te willen doen met ‘aanvallend’ en ‘spectaculair’ voetbal. Philip van den Eijkel wordt assistent van El Abdallaoui. Daarmee gaat hij zijn achtste seizoen in op sportpark De Kooltuin in die rol.

Klik hier voor meer artikelen over FC Rijnvogels.
Klik hier voor meer informatie over FC Rijnvogels.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.