Home Blog Pagina 709

Johan Sturrus tekent bij als hoofdtrainer van VV Papendrecht

Voetbalvereniging Papendrecht is blij te kunnen melden dat Johan Sturrus zijn contract met een jaar heeft verlengd. Dit betekent dat hij na de zomerstop aan zijn vijfde seizoen als hoofdtrainer van VV Papendrecht gaat beginnen. Ondanks het feit dat de afgelopen twee seizoenen grotendeels in het water zijn gevallen en ook dit seizoen een onderbreking kent, is de club zeer tevreden over het functioneren van Johan. We denken met hem een trainer in huis te hebben die de groep verder kan ontwikkelen om te komen tot een stabiele eersteklasser.

Ken Aigbosuria, de trainer van het tweede selectieteam, vertrekt na dit seizoen. Hij heeft aangegeven zijn aflopende contract niet te verlengen. Hij heeft te kennen gegeven dat zijn ambitie ligt bij het trainen van een eerste elftal. De club vindt het jammer dat hij niet blijft. We hadden graag de samenwerking voortgezet. We hebben alle begrip voor zijn ambities en wensen hem na dit seizoen veel succes met het vervolg van zijn carrière.

Bron; VV Papendrecht

Klik hier voor meer artikelen over Papendrecht.
Meer informatie over Papendrecht? Klik hier.

Tom Rijvers mikt na wenperiode nu op mooie TSC-tijd

Tom Rijvers begon in het zondagvoetbal bij SCO. Die club speelt inmiddels op zaterdag, Rijvers zelf speelt nog altijd op zondag. En net als vroeger ook nog altijd in het blauw. Alleen niet meer dat van SCO, maar dat van stadsgenoot TSC. En daar hoopt de ambitieuze voetballer een mooi seizoen te draaien.

Dominos_voorjaar2021

OOSTERHOUT – “Over de start hebben we niet veel te klagen”, zegt Rijvers, die ruim een jaar geleden de overstap maakte van de zaterdag vierde klasse naar de zondag tweede klasse. “Bij SCO zeiden ze: als je het wil proberen, moet je het nu doen. Er werd ook gezegd dat je alleen spijt krijgt van een keuze als je hem niet maakt. En wat had ik te verliezen? Als het niets zou zijn, zou ik na een jaar weer terug naar SCO gaan. Vorig jaar hebben we door corona zeven potten gespeeld, met de beker erbij. Daarom ben ik ook gebleven. Ik had nog geen kans gehad om te kijken of het iets was. Nu bevalt het prima, al had ik al wel op meer gehoopt qua statistieken en spel.”

“Ik merk wel dat het steeds beter gaat, maar ik had zelf gehoopt op betere cijfers. Hoe het dan komt dat het nog niet is wat ik hoopte? Het is een stapje hoger, dat is één. Maar het is ook een kwestie van aan elkaar wennen. Wie vindt wat fijn? Dat kost even tijd. Maar ik merk dat het steeds beter gaat.”

StreetCars_voorjaar2021 (1)

Ambitie
Rijvers steekt wat dat betreft zijn ambities niet onder stoelen of banken. Hij wil belangrijk zijn voor TSC. “Qua cijfers kan ik voor een eerstejaars tweedeklasser tevreden zijn tussen de tien en vijftien doelpunten. Maar ook als de mensen een steady, niet wisselvallige Tom Rijvers hebben gezien. Dat ze hier ook trots kunnen zijn dat ik bij TSC voetbal.”

Als het Rijvers lukt om die cijfers te overleggen, dan is een stap omhoog ook zeker niet uitgesloten. Hij zou het in de toekomst wel willen. “Ik sta er wel voor open. Niet dit jaar, maar ik zou het wel een keer willen proberen”, zegt de aanvaller. Al gaat hij niet zomaar weg uit Oosterhout. “Ik voel me thuis bij TSC. Ik ga niet veertig kilometer reizen om één klasse hoger te spelen, dan blijf ik lekker bij TSC.”

Voor meer informatie over TSC, klik hier.
Meer artikelen lezen over TSC, klik hier.

Luke de Bont is thuis bij vv Raamsdonk: “Ga hier nooit meer weg”

Een jaartje speelde Luke de Bont niet bij vv Raamsdonk, omdat er in zijn leeftijdscategorie geen team was. Verder was hij altijd actief op sportpark Den Uilendonck. Daar speelt de 24-jarige voetballer inmiddels al weer flink wat jaren in het eerste elftal. Voor het voetbaldier de ideale combinatie van presteren met de gezelligheid die er altijd is bij de dorpsclub.

StreetCars_voorjaar2021 (1)
RAAMSDONK – Als je naar zijn statistieken kijkt en hem de laatste weken een keer hebt zien voetballen, dan denk je: dat doet hij goed. Als verdediger is hij ieder jaar wel bij een paar doelpunten betrokken. “Maar ik ben helemaal geen verdediger”, zegt hij lachend in de bestuurskamer van de club. “We hadden geen rechtsback, ik ben eigenlijk geslachtofferd.”

Verdedigen is niet zijn sterkste kant, zegt De Bont zelf. Toch zet trainer Louis Roovers hem in de defensie. “De dreiging naar voren is natuurlijk een ding. En ik kan blijven lopen, box to box de hele wedstrijd. Ik kan blijven gaan. Bij de opstelling voor de wedstrijd staat mijn naam wel achterin, maar dan wel met zo’n stippellijn helemaal naar voren.”

“In de jeugd was ik altijd spits of aanvallende middenvelder, in het eerste heb ik ook vaak rechtshalf gestaan”, vervolgt de in Raamsdonk geboren en getogen voetballer zijn verhaal. “Ik vind elke plek wel leuk. Ik ben nergens echt extreem goed, maar kan best veel posities redelijk invullen.”

Dominos_voorjaar2021

De Bont geniet van het voetballen in het eerste elftal. “Dat vind ik zeker leuk. Ik hou er wel van om – te moeten – presteren. Daarna komt het plezier. Op het veld moet ik mensen om me heen hebben die willen winnen, anders word ik wel chagrijnig. Als we ons ding hebben gedaan en we verliezen, dan is het niet anders. Dan kan ik er wel vrede mee hebben. We weten ook dat we niet de allerbeste ploeg zijn”, zegt de Raamsdonker. “Het is niet dat we kampioen worden. Maar als iedereen fit is, hebben we wel een ploeg die in het linkerrijtje mee kan doen. Ik zou graag een van de vier periodes proberen te pakken. Misschien lukt het niet, maar je moet er wel naar streven om iets te winnen.”

Met de gezelligheid daarna zit het bij Raamsdonk wel goed, weet eigenlijk iedereen in de wijde omtrek van het dorp. “Het is ons kent ons. Maar nieuwe jongens die aansluiten benoemen ook dat het een warm bad is waar je gelijk wordt opgenomen, er is geen haantjesgedrag.” Zelf voelt De Bont zich daar ook prettig bij. “Ik ga nooit meer buiten Raamsdonk voetballen, dat weet ik nu al. Ik ben een jongen van de club, heb het hier goed naar mijn zin, ik ga hier nooit meer weg. Ik kan het met iedereen goed vinden, ben hier thuis.”

Klik hier voor meer artikelen over VV Raamsdonk.
Meer informatie over VV Raamsdonk? Klik hier.

G-Team bij Madese Boys? “Al veel goede en leuke reacties gehad”

‘Madese Boys is een mooie vereniging, de club van rood en wit, waar zowel jong en oud voetballen. Ook jongeren met een beperking/handicap willen wij de kans bieden om een balletje op onze velden te laten trappen. Daarom vinden wij dat het tijd wordt om G-Teams bij onze teams op te nemen’. Dat schreef Madese Boys in een nieuwsbericht op de website van de club. Marjolein van Dinteren is één van de kartrekkers bij het opgezette plan.

MADE – “Onze zoon heeft altijd bij Madese Boys gevoetbald. Nu is hij achttien en dan merk je gewoon dat hij niet meer mee kan met zijn leeftijdsgenoten. Hij mag nu wel trainen, maar op zaterdagen geen wedstrijden spelen. Dat manneke ademt voetbal. Dan gaat hij op donderdag trainen en vraagt hij altijd: tegen wie moeten we zaterdag voetballen. Maar hij mag niet meedoen, dat is zo sneu. En we zijn zo’n grote vereniging, waarom zouden we hier dan geen G-team kunnen hebben, vroeg ik me af.”

Dominos_voorjaar2021

“Onze zoon heeft altijd bij Madese Boys gevoetbald. Nu is hij achttien en dan merk je gewoon dat hij niet meer mee kan met zijn leeftijdsgenoten. Hij mag nu wel trainen, maar op zaterdagen geen wedstrijden spelen. Dat manneke ademt voetbal. Dan gaat hij op donderdag trainen en vraagt hij altijd: tegen wie moeten we zaterdag voetballen. Maar hij mag niet meedoen, dat is zo sneu. En we zijn zo’n grote vereniging, waarom zouden we hier dan geen G-team kunnen hebben, vroeg ik me af.”

Eigen team
De eerste stappen zijn gezet, geeft Van Dinteren aan. “Je moet kijken hoeveel animo er is. We hebben het sinds vorige week op Facebook staan en we hebben veel goede en leuk reacties gehad. We gaan ook nog mensen benaderen, flyeren en ouders benaderen. Ik week zeker dat veel mensen in de omgeving, ook vanuit bijvoorbeeld Oosterhout en Terheijden, wel willen voetballen.”

StreetCars_voorjaar2021 (1)

“Iedereen is welkom. Kinderen van tien, twaalf, twintig, achttien. Het mag allemaal”, geeft Van Dinteren aan. “We willen wel in competitieverband gaan spelen, met een G-team is dat zeven tegen zeven. Als we een volledig team hebben, kunnen we aan de slag. Of dat meteen in competitie kan hangt ook af van de KNVB. Anders beginnen we met trainen en beginnen we volgend seizoen. Eerst moeten we proberen genoeg spelers bij elkaar te krijgen, dan kijken we van daaruit verder”, zegt ze enthousiast.

Interesse?
Ben jij (jongen of meisje) of ken je iemand in je omgeving met een beperking of handicap die ook graag wil voetballen laat het dan weten. Stuur een mail naar algemenevoetbalzaken@madeseboys.nl. Of neem contact op met Marjolein van Dinteren (0162-435778). Als er genoeg aanmeldingen zijn, kijken ze bij Madese Boys of ze het mogelijk kunnen maken om G-Team(s) onder te brengen bij de club.

Voor meer informatie over Madese Boys klik hier.
Klik hier voor meer artikelen over Madese Boys.

Robbie Kerremans hoopt op veel doelpunten voor VCW

Robbie Kerremans begon ooit bij de pupillen van VCW met voetballen. Als eerstejaars D vertrok hij naar RBC Roosendaal, om jaren later via Madese Boys weer terug te komen bij de club uit Wagenberg. Daar maakt hij als voorhoedespeler nu zijn doelpunten, al laat hij die graag achterwege voor een goed resultaat met het eerste elftal.

WAGENBERG – Kerremans ging op proef bij Willem II en kwam uiteindelijk in de jeugdopleiding van RBC terecht. Na een jaar mocht hij lijven, maar als twaalfjarige moest hij dan anderhalf uur reizen per dag. Vijf keer in de week. “Dat zag ik niet zitten, had ik er niet voor over. Toen ben ik naar Madese Boys gegaan. Daar heb ik een aantal jaar gespeeld, leuke ervaringen opgedaan. Ik heb het erg naar mijn zin gehad, ook drie seizoenen in het eerste gespeeld. Door mijn werk ben ik uiteindelijk terug naar VCW gegaan.”

StreetCars_voorjaar2021 (1)

Bij Madese Boys wordt verwacht dat je twee keer in de week traint, dat lukt bij Kerremans niet altijd. “ik werk als procesoperator bij een 24/7-bedrijf, waar ik de afvalverbranding bijstuur, analyseer en in goede banen laat verlopen. Ik werk zes dagen en ben dan vier dagen vrij. Dus werk ik soms in het weekend of doordeweeks ’s avonds. Ik kon daardoor soms niet trainen en dan sta je er vaker niet in, dan is het allemaal minder leuk. Toen ben ik teruggegaan naar VCW. Een niveautje lager. Ik heb het hier hartstikke naar mijn zin.”

“Ik voetbal al zowat mijn hele leven, dat wil ik er altijd in houden”, vervolgt Kerremans. “Het spelletje is hartstikke leuk.” Nu geniet hij van het voetballen, op een lager niveau. Maar dat wil niet zeggen dat alles dan makkelijker is. “Nee, het is een andere manier van voetballen.”

De aanvaller ging niet terug naar zijn eerste club met het idee even topscorer te worden. Toch is hij blij dat hij al een paar doelpunten heeft gemaakt. “Ik ben er wel mee bezig. Als aanvaller wil je graag scoren. Maar als iemand anders een belangrijk doelpunt maakt, ben ik net zo blij. In eerste instantie gaat het om de punten”, zegt de lange Kerremans, die op intuïtie speelt en gebruik moet maken van zijn snelheid.

Dominos_voorjaar2021

Met VCW mikt hij op een mooie eindpositie. “Ik denk dat we top zeven echt wel kunnen halen. Maar iedereen moet fit blijven, daar zitten we ook mee. Zo’n grote selectie hebben we nu, we doen het allemaal met eigen mannen van Wagenberg. Het is niet dat we spelers kunnen vragen uit Made of Den Hout. Het is echt Wagenberg, dus moet je het doen met zestien à zeventien spelers die het niveau van het eerste kunnen halen. Daardoor zijn we wel een hecht team, dat zit wel goed.”

Kerremans hoopt een mooi aantal doelpunten te maken, maar als het bij een paar blijft en de resultaten zijn prima zal hij niet klagen. “Als ik er drie maak, maar we worden vijfde, dan hebben we het hartstikke goed gedaan. Dat zou ik prima vinden.”

Klik hier voor meer artikelen over VCW.
Meer weten over VCW? Klik hier.

‘People manager’ Mo Duzgun is al achttien jaar met plezier trainer bij Olympia’60

Met zijn sterke communicatie is Mo Duzgun al achttien jaar succesvol trainer. In gesprek met het voetbaljournaal vertelt hij over het trainersvak. Wat maakt hem nou een goede coach?

StreetCars_voorjaar2021 (1)

DONGEN – Hij was zeventien toen hij zijn eerste trainersklus kreeg. Het was voor een stageopdracht. “Ik begon bij de E1 van Leerdam Sport. Vanaf minuut één vond ik het leuk om te doen. Ik heb toen vrij snel ook de pupillencursus gedaan. Ik had vrij snel door dat ik dit later ook wilde gaan doen.”

En zo geschiedde. Inmiddels is Duzgun al achttien jaar trainer. In het dagelijks leven is hij leraar. De overeenkomst tussen deze twee vakken is juist wat hij zo leuk vindt.”

De vrolijke trainer bouwde zijn trainerscarrière gestaag op. Van de pupillen ging hij naar de A1, en dat terwijl hij zelf pas net bij de senioren voetbalde. “Ik vond het zelf toen wel fijn dat ik ook wat jonger was. Dat communiceert beter. Je snapt elkaar eerder want er is geen generatiekloof tussen de speler en de trainer.”

Visie
Op zijn 27e werd Duzgun voor het eerst hoofdtrainer van het eerste elftal. Over visies praat de trainer niet. Dat vindt hij onzin op dit niveau. “Je hoort trainers wel eens praten over een visie alsof ze het wiel hebben uitgevonden, maar uiteindelijk ben je afhankelijk van je spelers. Op basis daarvan bepaal je de tactiek.”

Dominos_voorjaar2021

De huidig trainer van Olympia maakt de vergelijking met koken. “Je stopt alle spelers in een mixer en daar komt een strijdplan uit. Werkt dat strijdplan niet, dan moet je andere smaken en ideeën toevoegen en opnieuw de mixer aanzetten. Maar geen enkele visie die wij roepen als amateurtrainers hebben we zelf verzonnen.”

Communiceren
Wat onderscheid Duzgun dan van zijn collega-trainers? “Ik ben heel laagdrempelig en communiceer veel met mijn team. Het elftal is deelgenoot van het verhaal. Ze moeten niet denken van ik speel en daar houden we het bij.”

“Ik sta altijd in contact met de spelers en luister graag naar ze. Zo creëer je een goede band. Ik waak over een bepaald proces maar iedereen tot aan mijn grensrechter aan toe is belangrijk hierin.”

“Of ik een people manager ben? Ja, dat mag je wel zeggen. Dat is ook onderdeel van het trainersvak. Trainer zijn is ook managen.”

Olympia’60
Inmiddels is de trainer werkzaam bij Olympia’60 in Dongen. Ook daar heeft hij te maken met een jonge ploeg. “Ik heb één speler van boven de 30. De rest is vrij jong. Tegenwoordig is de vierde klasse bijna net zo sterk als de derde klasse. Je merkt in onze competitie ook dat iedereen van elkaar kan winnen.”

Het doel van de trainer is vooral het ontwikkelen van zijn team. “We komen de gemaakte afspraken na, dat is fijn om te zien als trainer. We moeten geduldig zijn want ploegen zijn wat verder dan ons. Maar de intentie is goed, daar begint het bij.”

Klik hier voor meer informatie over Olympia’60.

Voor een ander artikel over Olympia’60, klik hier.

VoetbalJournaal Beveland, najaar 2021

Lees hier de krant</

Één Tweetje met Leo en Joep de Geus van WFB

Leo en Joep de Geus zien elkaar niet alleen thuis. Ook op de voetbal komen zij regelmatig met elkaar in aanraking. Vader en zoon zijn beide actief voor WFB JO17-1, Leo als trainer en Joep als speler. Zij kennen elkaar natuurlijk door en door en dat zou tot fricties kunnen leiden. Aan de andere kant weten zij wat zij aan elkaar hebben, wat de situatie alleen maar makkelijker maakt.

0250985_onlinebanner_Klaverblad_VJGoeree

Leo heeft met zijn 52 jaar bakken aan ervaring opgedaan door de jaren heen. Daar waar Joep (16) juist aan het begin staat van een wellicht glansrijke carrière. ‘’Ik ben op mijn achtste begonnen bij VV Stellendam en daar heb ik tot mijn twintigste gespeeld. Ik heb toen de stap naar NSVV gemaakt, omdat zij in de eerste klasse uitkwamen. Dit was toentertijd het hoogste amateurniveau. Wij werden het eerste jaar dat ik daar speelde afdelingskampioen, waarna wij helaas de finale voor het algehele kampioenschap verloren van Rijnsburgse Boys. Via een tussenstop bij Rozenburg ben ik weer teruggegaan naar Stellendam. Hier heb ik tot mijn achtendertigste nog in het eerste gevoetbald. Ik heb wisselende tijden gekend in deze periode. Van promotie naar de eerste klasse tot degradatie naar de vierde klasse, het was er allemaal. Ik heb in de tussentijd ook mijn trainerspapieren gehaald. Onder meer via SNS, Stellendam en NSVV heb ik mijn weg gevonden naar WFB, waar ik momenteel zes jaar trainer ben. Ik was altijd de trainer van het team van mijn zoon. Sinds september ben ik ook interim-trainer van het eerste elftal.’’ Zo veel als Leo gezien heeft, zo veel staat Joep nog te wachten. ‘’Ik ben net als mijn vader begonnen bij Stellendam. Ik heb hier gespeeld tot aan de JO13, want ik besloot om bij WFB verder te gaan. Zij speelden op een iets hoger niveau en ik was opzoek naar wat meer uitdaging. Nu speel ik hier in de eerste klasse.’’

Doordat de twee elkaar door en door kennen, weten zij natuurlijk precies elkaars goede en mindere kwaliteiten. Wij vroegen de twee naar hun inzichten. ‘’De beste eigenschappen van Joep zijn collegialiteit en zijn inzet voor het team. Hij kan soms alleen wel héél erg eigenwijs zijn.’’ Joep zet daartegenover dat zijn vader altijd bezig is om het team voetballend beter te maken. Soms is hij daar wel íets te veel mee bezig, aldus Joep over zijn vader.

250151_onlinebanner_Bazen_VJGoeree

Als Joep naar de carrière van zijn vader kijkt, durft hij te zeggen dat hij hier heel trots op is. ‘’Ik denk dat niet veel mensen kunnen zeggen dat hun vader zo hoog heeft gevoetbald en dat hij dan ook nog de jeugd iets wil bijleren.’’ Het kan uiteraard geen kwaad om een stukje ervaring en kennis over te dragen op de jongere generatie. Zijn vader is vooral blij om te zien dat zijn zoon zoveel plezier heeft in het voetballen. ‘’Hij speelt al zes jaar op eerste klasse niveau en hij weet altijd wel bij de bovenste drie te eindigen. Dit is zeker een knappe prestatie, omdat niet veel teams in de omgeving Goeree-Overflakkee op dit niveau spelen.’’

Jaren geleden is de trainer begonnen bij Stellendam en dat geldt ook voor zijn nageslacht. Nu zijn zij beide actief bij WFB in Ouddorp, maar waar zien zij elkaar over tien jaar? ‘’Ik durf echt niet te zeggen waar Joep over tien jaar staat. Er kan zoveel gebeuren met jeugdspelers van die leeftijd. School, werk, vrienden, het kan allemaal invloed hebben. Ik zou het leuk vinden als ik ooit nog een keer trainer van hem ben in een eerste elftal.’’ Dit kan natuurlijk ook al over drie jaar zijn bij wijze van. Ook Joep denkt dat dit realistischer is. ‘’Over tien jaar hoop ik dat mijn vader nog steeds trainer is, maar ik denk niet dat dit gaat gebeuren. Het kost veel tijd energie en ik denk dat hij tegen die tijd wel andere dingen aan zijn hoofd heeft.’’

Klik hier voor meer artikelen over WFB.
Klik hier voor meer informatie over WFB.

Desevio en Deron Payne: voetbalbroers bij Koninklijke HFC

Nadat een veelbelovende carrière voor Desevio Payne werd gedwarsboomd door blessures, besloot hij om in de Tweede Divisie aan de slag te gaan bij Koninklijke HFC. Hier vindt hij het plezier in het voetbal terug. Bij de club uit Haarlem voltrekt zich een unieke situatie. Desevio’s naaste concurrent op de rechtsbackpositie is namelijk zijn jongere broer Deron. Zorgt dit voor een strijd tussen broeders?

IT-RijnsburgHAARLEM – Ze groeiden beiden op in een warm gezin met een Amerikaanse vader en een Nederlandse moeder. Vader en moeder Payne ontmoetten elkaar in South-Carolina, waar ze allebei studeerden. Ze bleven in Amerika wonen, waar Desevio deels opgroeide. Zeven jaar later kwam broertje Deron ter wereld, die in Nederland opgroeide. Vader Ashton kon een aardig balletje trappen en speelde in het voetbalteam van zijn college in South-Carolina. De moeder van Desevio en Deron, Petra, was softbalster en kreeg naast een voetballende man drie zoons die zich toelegde op het voetbal. Drie jaar na Deron kwam ook nog jongere broer Devyn, inmiddels actief bij ADO Den Haag Onder 17.

Een warm, maar gedisciplineerd gezin. Ashton kon streng zijn voor zijn zoons, maar dat heeft ze wel gebracht tot waar ze nu staan. Desevio: “Onze vader heeft ons vooral geleerd om gedisciplineerd te zijn. Ik kende bijvoorbeeld zelf heel veel tegenslagen, vooral qua blessures. Mentaal kon ik er dan volledig doorheen zitten, maar hij bleef mij motiveren zodat ik doorging met hard werken, zodat ik volledig gedisciplineerd bleef. Hij bleef ook altijd kritisch, wat de omstandigheden ook waren. Op die manier kon ik altijd het beste in mezelf naar boven halen.” Moeder Petra zorgde in het huishouden voor een mooie balans. Zij focuste zich vooral op het schoolleven van de jongens en had het niet te vaak over voetbal. Deron: “Onze moeder was aan de ene kant vooral bezig met onze school en aan de andere kant was ze heel supportive op haar eigen manier. Onze vader kon na een slechte wedstrijd weleens kritisch zijn en dan kon onze moeder ons altijd geruststellen. De kritiek was zeker goed en belangrijk voor ons, maar de zachte woorden van onze moeder hielden het mooi in balans.”

Nu jaren later is er een bijzondere situatie ontstaan, waarin Desevio zijn negentienjarige broertje onder zijn hoede neemt bij Koninklijke HFC en min of meer de rol van zijn vader overneemt. De gebroeders Payne zijn beide rechtsback, maar er bestaat geen twijfel over de vraag of er sprake is van rivaliteit tussen beide broertjes. Desevio: “Absoluut niet. Deron speelde al bij deze club en dat is ook de reden dat ik hier naartoe ben gekomen. Niet om de concurrentie met hem aan te gaan, maar om hem te helpen om stappen te zetten. Ik zou mezelf ook aan de kant zetten als het om zijn ontwikkeling gaat. Vorig jaar was hij er nog niet helemaal klaar voor om te spelen, maar nu begint hij zijn minuten te maken. Ik adviseer hem bovenal om altijd nederig te blijven en zichzelf nooit te vergelijken met andere spelers. Hij is pas negentien, hij kan nog zoveel mooie stappen zetten.” Deron had in het begin wel eens moeite met de opbouwende kritiek van zijn broer. Toch neemt hij uiteindelijk al zijn adviezen ter harte. “Soms wil ik even niet luisteren naar zijn tips, na de training bijvoorbeeld. Maar als ik dan thuis kom, denk ik: ja, hij heeft wel gelijk. Sommige dingen weet ik zelf ook wel en dan wil hij het toch extra benadrukken. Dan denk ik wel eens: hou even je mond. Daarna besef ik me dat die kritiek me juist scherp houdt.”

Tegen De Treffers speelden beide broers voor het eerst samen. Deron nam als invaller de rechtsbackpositie over van Desevio, die verhuisde naar de plek centraal in de verdediging. Een uniek en mooi moment voor de gebroeders Payne. Ze blijven er beiden nuchter onder. Desevio: “Het was leuk om samen te spelen. We weten beiden dat we het niet te groot moeten maken, dus we blijven gewoon ons ding doen. Ik coach hem misschien iets meer als dat ik andere spelers coach, maar verder ben je gewoon teamgenoten. Je beseft dat je broers bent, maar je bent vooral één team. Daar leggen wij ook de focus op in de wedstrijd.” Deron knikt instemmend.

Blessures
De carrière van Desevio Payne is er een die geteisterd werd door blessures. Op het hoogste niveau speelde hij voor FC Groningen, Excelsior en FC Emmen. Vanwege twee sporthernia’s en problemen met zijn lies moest hij maar liefst drie keer onder het mes. In een periode van vier jaar was hij nooit voor een langere tijd fit. Frustratie zou toch de boventoon moeten voeren, maar toch komt de nuchtere kant van de gebroeders Payne weer naar boven en kijkt hij niet alleen met een negatieve blik terug op zijn tijd als prof. “Natuurlijk was het een lastige tijd. De eerste keer denk je dat je sterker terugkomt. De tweede keer denk je: oké, kan nog gebeuren. Maar bij de derde keer weet je dat het lastig gaat worden. Je hebt dan zoveel gemist. Dan weet je dat het ophoudt. Toch kijk ik terug op een mooie tijd. Ik heb bijvoorbeeld wedstrijden gespeeld bij jeugdelftallen van Amerika. Je gaat je beseffen welke dingen je wel hebt kunnen doen en daar ben ik heel dankbaar voor. Ondanks de lastige carrière van Desevio kijkt Deron naar hem op. “Hij kende een lastige tijd, maar heeft er toch het maximale uitgehaald en mooie dingen bereikt. Daar ben ik trots op. Ik zie Des als mijn grote voorbeeld. En hij bekleedt ook nog eens dezelfde positie als ik. Dat maakt het extra mooi!”

Het stapje hogerop
De familie Payne is een trots gezin. De gebroeders Payne maken het trotse gevoel nog groter door te doen waar ze het beste in zijn, namelijk hard werken en nederig zijn naar de buitenwereld. In combinatie met de kwaliteit die Deron bezit, verwacht Desevio dat zijn broertje hiermee ver kan komen. “De kwaliteit is er. Ik ben ervan overtuigd dat hij een stap hogerop kan. Waarheen? Dat maakt niet uit. Dat komt wel op zijn pad.” Deron timmert volop aan de weg en is zelfverzekerd. Een mooie toekomst ligt in het verschiet. “In mijn omgeving zeggen veel mensen dat ik een stapje hogerop kan, dus aan het zelfvertrouwen ligt het zeker niet.” (JS)

Meer informatie over Koninklijke HFC? Klik hier.
Klik hier voor meer artikelen over
Koninklijke HFC.

Ian van Otterlo wil zichzelf testen in het shirt van Rijnsburgse Boys

Profvoetballer hoeft hij niet te worden, maar Ian van Otterlo wil wel zo hoog mogelijk spelen binnen het amateurvoetbal. De 26-jarige middenvelder was een paar jaar geleden nog in de Hoofdklasse actief bij Ter Leede. Hij zette grote stappen in zijn carrière. Nu mag hij het laten zien in de Tweede Divisie, bij Rijnsburgse Boys. “Natuurlijk had ik door dat ik hier niet zomaar de rol zou krijgen die ik bij Ter Leede had, maar ik heb zeker nog geen spijt.”

IT-RijnsburgRIJNSBURG – Samen met trainer Henk Wisman liet Van Otterlo goede dingen zien bij Ter Leede. Dat leidde in 2019 in de Hoofdklasse A Zaterdag tot een kampioenschap. Van Otterlo was één van de beste spelers. Hij maakte de doelpunten erg gemakkelijk. Dit deed hij ook in de Derde Divisie. Wisman had na de promotie de stap gemaakt naar Rijnsburgse Boys. “Ik vermoed dat hij dacht dat ik Rijnsburgse Boys wel aan zou kunnen. Er waren ook andere clubs uit de Tweede Divisie die me wilden hebben. Ik vond het belangrijk dat ik de trainer hier ken. Soms ben ik in het veld opvliegerig of luister ik niet. Dan is het handig dat een trainer weet hoe hij met je om moet gaan. Daarnaast weet ik dat hij van voetbal houdt. Ik ben ook niet zo van het beuken of heel verdedigend spelen. Vrij voetballen vind ik prettig. Die factoren gaven voor mij de doorslag om voor Rijnsburgse Boys te kiezen.”

Van Otterlo had tijd nodig om zich aan te passen aan het hoogste amateurniveau. “Er zit een groot verschil tussen de Derde Divisie en de Tweede Divisie. Het niveau op de training is een stuk hoger. Tegenstanders zijn sneller en sterker. Er zijn veel ex-betaald voetbalspelers die het in de Tweede Divisie gewoon moeilijk hebben. Het is niet zo dat die jongens hier even boven iedereen uitsteken. Dat zegt genoeg over het algehele niveau van de competitie.” De vrolijkheid waarmee hij spreekt over het niveau bij zijn nieuwe club straalt er vanaf. Jezelf ontwikkelen is leuk, aldus Van Otterlo. “Ik wilde het graag proberen op dit niveau en daar heb ik tot nu toe zeker geen spijt van. Ik word met de week beter. Mijn handelingssnelheid gaat omhoog, daar word je toe gedwongen tijdens trainingen en wedstrijden. Wat nu vooral belangrijk is, is goed luisteren en kijken naar andere jongens. We hebben een paar ervaren gasten in het team, daar kan ik veel van leren.”

Concurrentie
Voorlopig moet hij het stellen met invalbeurten bij zijn nieuwe club. Van sterspeler bij Ter Leede naar bankzitter bij Rijnsburgse Boys. Het is een andere situatie voor Van Otterlo. “Met Jeroen Spruijt staat er een hele goede speler op mijn positie. Ik voel aan mezelf dat het er langzaam aan zit te komen. Dat bevestigt de trainer ook. Hij zegt tegen me dat het beter gaat. Op iedere positie hebben we twee goede spelers lopen. Het seizoen is nog lang, dus er komen nog genoeg kansen.” Ondanks het gebrek aan basisplaatsen aan het begin van het seizoen, gaat Van Otterlo niet met een rotgevoel naar de club toe. “Natuurlijk wil ik in de basis komen. Als dat niet lukt, wil ik belangrijk zijn voor het team met invalbeurten. Natuurlijk had ik door dat ik hier niet zomaar de rol zou krijgen die ik bij Ter Leede had, maar ik heb zeker nog geen spijt. Ik ga niet bij de pakken neerzitten of zitten zeuren bij de trainer. Gewoon geduldig wachten op mijn kans en dan zal ik zorgen dat ze niet meer om me heen kunnen.”

Bij zijn nieuwe club voelde Van Otterlo zich vanaf dag één thuis. Hij is goed opgevangen door iedereen binnen en rondom de club. Enthousiast vertelt hij over zijn nieuwe omgeving. “Ik had al van Henk Wisman gehoord dat de spelersgroep heel leuk is. Dat merk ik zelf nu ook. We trainen hard, maar het is ook echt gezellig. Ook heb ik goed contact met het publiek. Na de wedstrijd gaan ze hier een biertje drinken in de kantine. Of je ziet ze in het sponsorhome. Dan maak je een praatje. Dan geven ze vaak aan dat ze blij met me zijn en dat ze me graag zien spelen. Dat is mooi om te horen. Fans proberen je ook een hart onder de riem te steken als je bijvoorbeeld niet speelt.”

Derby’s in de Bollenstreek
Voor zijn nieuwe club hoefde hij niet ver te reizen. In een kwartier ben je met de auto vanaf Ter Leede bij Rijnsburgse Boys. Er zijn sowieso veel clubs in de omgeving. Het zorgt voor een paar prachtige derby’s. “Hier in de Bollenstreek zitten best wel wat clubs. We hebben de wedstrijd tegen Katwijk al gehad. We speelden thuis en het was echt een gekkenhuis. Rijen dik aan supporters en vuurwerk. Dan ben je wel ready voor de wedstrijd hoor. We wonnen met 2-0 en iedereen ging helemaal los langs de kant. Ik kom zelf uit Amsterdam, dus voor mij is Rijnsburg tegen Katwijk minder beladen. Maar je merkt aan de supporters hoe belangrijk die wedstrijden zijn. Je voelt extra spanning en dat soort wedstrijden wil je zeker winnen, maar het is niet dat ik er een week lang met extra spanning naartoe leef.”

Het doel van Rijnsburgse Boys voor dit seizoen is om bovenin mee te draaien in de Tweede Divisie. Van Otterlo beseft zich dat het geen gemakkelijke opgave zal zijn. “Ik denk dat we voetballend voor niemand onder hoeven te doen. Wij zullen, net als alle andere ploegen, elke wedstrijd top moeten zijn om te winnen. Op een paar teams na ligt het niveau in deze competitie zo dicht bij elkaar. Iedereen kan van elkaar winnen. Als je net niet scherp genoeg bent, kun je elke wedstrijd zomaar verliezen. Dat idee houdt ons ook scherp op de trainingen, want elk weekend wacht weer een zware pot.” (CG)

Voor meer informatie over Rijnsburgse Boys klik hier.
Meer artikelen van Rijnsburgse Boys klik hier.