Home Blog Pagina 693

Robbie Kerremans hoopt op veel doelpunten voor VCW

Robbie Kerremans begon ooit bij de pupillen van VCW met voetballen. Als eerstejaars D vertrok hij naar RBC Roosendaal, om jaren later via Madese Boys weer terug te komen bij de club uit Wagenberg. Daar maakt hij als voorhoedespeler nu zijn doelpunten, al laat hij die graag achterwege voor een goed resultaat met het eerste elftal.

WAGENBERG – Kerremans ging op proef bij Willem II en kwam uiteindelijk in de jeugdopleiding van RBC terecht. Na een jaar mocht hij lijven, maar als twaalfjarige moest hij dan anderhalf uur reizen per dag. Vijf keer in de week. “Dat zag ik niet zitten, had ik er niet voor over. Toen ben ik naar Madese Boys gegaan. Daar heb ik een aantal jaar gespeeld, leuke ervaringen opgedaan. Ik heb het erg naar mijn zin gehad, ook drie seizoenen in het eerste gespeeld. Door mijn werk ben ik uiteindelijk terug naar VCW gegaan.”

StreetCars_voorjaar2021 (1)

Bij Madese Boys wordt verwacht dat je twee keer in de week traint, dat lukt bij Kerremans niet altijd. “ik werk als procesoperator bij een 24/7-bedrijf, waar ik de afvalverbranding bijstuur, analyseer en in goede banen laat verlopen. Ik werk zes dagen en ben dan vier dagen vrij. Dus werk ik soms in het weekend of doordeweeks ’s avonds. Ik kon daardoor soms niet trainen en dan sta je er vaker niet in, dan is het allemaal minder leuk. Toen ben ik teruggegaan naar VCW. Een niveautje lager. Ik heb het hier hartstikke naar mijn zin.”

“Ik voetbal al zowat mijn hele leven, dat wil ik er altijd in houden”, vervolgt Kerremans. “Het spelletje is hartstikke leuk.” Nu geniet hij van het voetballen, op een lager niveau. Maar dat wil niet zeggen dat alles dan makkelijker is. “Nee, het is een andere manier van voetballen.”

De aanvaller ging niet terug naar zijn eerste club met het idee even topscorer te worden. Toch is hij blij dat hij al een paar doelpunten heeft gemaakt. “Ik ben er wel mee bezig. Als aanvaller wil je graag scoren. Maar als iemand anders een belangrijk doelpunt maakt, ben ik net zo blij. In eerste instantie gaat het om de punten”, zegt de lange Kerremans, die op intuïtie speelt en gebruik moet maken van zijn snelheid.

Dominos_voorjaar2021

Met VCW mikt hij op een mooie eindpositie. “Ik denk dat we top zeven echt wel kunnen halen. Maar iedereen moet fit blijven, daar zitten we ook mee. Zo’n grote selectie hebben we nu, we doen het allemaal met eigen mannen van Wagenberg. Het is niet dat we spelers kunnen vragen uit Made of Den Hout. Het is echt Wagenberg, dus moet je het doen met zestien à zeventien spelers die het niveau van het eerste kunnen halen. Daardoor zijn we wel een hecht team, dat zit wel goed.”

Kerremans hoopt een mooi aantal doelpunten te maken, maar als het bij een paar blijft en de resultaten zijn prima zal hij niet klagen. “Als ik er drie maak, maar we worden vijfde, dan hebben we het hartstikke goed gedaan. Dat zou ik prima vinden.”

Klik hier voor meer artikelen over VCW.
Meer weten over VCW? Klik hier.

‘People manager’ Mo Duzgun is al achttien jaar met plezier trainer bij Olympia’60

Met zijn sterke communicatie is Mo Duzgun al achttien jaar succesvol trainer. In gesprek met het voetbaljournaal vertelt hij over het trainersvak. Wat maakt hem nou een goede coach?

StreetCars_voorjaar2021 (1)

DONGEN – Hij was zeventien toen hij zijn eerste trainersklus kreeg. Het was voor een stageopdracht. “Ik begon bij de E1 van Leerdam Sport. Vanaf minuut één vond ik het leuk om te doen. Ik heb toen vrij snel ook de pupillencursus gedaan. Ik had vrij snel door dat ik dit later ook wilde gaan doen.”

En zo geschiedde. Inmiddels is Duzgun al achttien jaar trainer. In het dagelijks leven is hij leraar. De overeenkomst tussen deze twee vakken is juist wat hij zo leuk vindt.”

De vrolijke trainer bouwde zijn trainerscarrière gestaag op. Van de pupillen ging hij naar de A1, en dat terwijl hij zelf pas net bij de senioren voetbalde. “Ik vond het zelf toen wel fijn dat ik ook wat jonger was. Dat communiceert beter. Je snapt elkaar eerder want er is geen generatiekloof tussen de speler en de trainer.”

Visie
Op zijn 27e werd Duzgun voor het eerst hoofdtrainer van het eerste elftal. Over visies praat de trainer niet. Dat vindt hij onzin op dit niveau. “Je hoort trainers wel eens praten over een visie alsof ze het wiel hebben uitgevonden, maar uiteindelijk ben je afhankelijk van je spelers. Op basis daarvan bepaal je de tactiek.”

Dominos_voorjaar2021

De huidig trainer van Olympia maakt de vergelijking met koken. “Je stopt alle spelers in een mixer en daar komt een strijdplan uit. Werkt dat strijdplan niet, dan moet je andere smaken en ideeën toevoegen en opnieuw de mixer aanzetten. Maar geen enkele visie die wij roepen als amateurtrainers hebben we zelf verzonnen.”

Communiceren
Wat onderscheid Duzgun dan van zijn collega-trainers? “Ik ben heel laagdrempelig en communiceer veel met mijn team. Het elftal is deelgenoot van het verhaal. Ze moeten niet denken van ik speel en daar houden we het bij.”

“Ik sta altijd in contact met de spelers en luister graag naar ze. Zo creëer je een goede band. Ik waak over een bepaald proces maar iedereen tot aan mijn grensrechter aan toe is belangrijk hierin.”

“Of ik een people manager ben? Ja, dat mag je wel zeggen. Dat is ook onderdeel van het trainersvak. Trainer zijn is ook managen.”

Olympia’60
Inmiddels is de trainer werkzaam bij Olympia’60 in Dongen. Ook daar heeft hij te maken met een jonge ploeg. “Ik heb één speler van boven de 30. De rest is vrij jong. Tegenwoordig is de vierde klasse bijna net zo sterk als de derde klasse. Je merkt in onze competitie ook dat iedereen van elkaar kan winnen.”

Het doel van de trainer is vooral het ontwikkelen van zijn team. “We komen de gemaakte afspraken na, dat is fijn om te zien als trainer. We moeten geduldig zijn want ploegen zijn wat verder dan ons. Maar de intentie is goed, daar begint het bij.”

Klik hier voor meer informatie over Olympia’60.

Voor een ander artikel over Olympia’60, klik hier.

VoetbalJournaal Beveland, najaar 2021

Lees hier de krant</

Één Tweetje met Leo en Joep de Geus van WFB

Leo en Joep de Geus zien elkaar niet alleen thuis. Ook op de voetbal komen zij regelmatig met elkaar in aanraking. Vader en zoon zijn beide actief voor WFB JO17-1, Leo als trainer en Joep als speler. Zij kennen elkaar natuurlijk door en door en dat zou tot fricties kunnen leiden. Aan de andere kant weten zij wat zij aan elkaar hebben, wat de situatie alleen maar makkelijker maakt.

0250985_onlinebanner_Klaverblad_VJGoeree

Leo heeft met zijn 52 jaar bakken aan ervaring opgedaan door de jaren heen. Daar waar Joep (16) juist aan het begin staat van een wellicht glansrijke carrière. ‘’Ik ben op mijn achtste begonnen bij VV Stellendam en daar heb ik tot mijn twintigste gespeeld. Ik heb toen de stap naar NSVV gemaakt, omdat zij in de eerste klasse uitkwamen. Dit was toentertijd het hoogste amateurniveau. Wij werden het eerste jaar dat ik daar speelde afdelingskampioen, waarna wij helaas de finale voor het algehele kampioenschap verloren van Rijnsburgse Boys. Via een tussenstop bij Rozenburg ben ik weer teruggegaan naar Stellendam. Hier heb ik tot mijn achtendertigste nog in het eerste gevoetbald. Ik heb wisselende tijden gekend in deze periode. Van promotie naar de eerste klasse tot degradatie naar de vierde klasse, het was er allemaal. Ik heb in de tussentijd ook mijn trainerspapieren gehaald. Onder meer via SNS, Stellendam en NSVV heb ik mijn weg gevonden naar WFB, waar ik momenteel zes jaar trainer ben. Ik was altijd de trainer van het team van mijn zoon. Sinds september ben ik ook interim-trainer van het eerste elftal.’’ Zo veel als Leo gezien heeft, zo veel staat Joep nog te wachten. ‘’Ik ben net als mijn vader begonnen bij Stellendam. Ik heb hier gespeeld tot aan de JO13, want ik besloot om bij WFB verder te gaan. Zij speelden op een iets hoger niveau en ik was opzoek naar wat meer uitdaging. Nu speel ik hier in de eerste klasse.’’

Doordat de twee elkaar door en door kennen, weten zij natuurlijk precies elkaars goede en mindere kwaliteiten. Wij vroegen de twee naar hun inzichten. ‘’De beste eigenschappen van Joep zijn collegialiteit en zijn inzet voor het team. Hij kan soms alleen wel héél erg eigenwijs zijn.’’ Joep zet daartegenover dat zijn vader altijd bezig is om het team voetballend beter te maken. Soms is hij daar wel íets te veel mee bezig, aldus Joep over zijn vader.

250151_onlinebanner_Bazen_VJGoeree

Als Joep naar de carrière van zijn vader kijkt, durft hij te zeggen dat hij hier heel trots op is. ‘’Ik denk dat niet veel mensen kunnen zeggen dat hun vader zo hoog heeft gevoetbald en dat hij dan ook nog de jeugd iets wil bijleren.’’ Het kan uiteraard geen kwaad om een stukje ervaring en kennis over te dragen op de jongere generatie. Zijn vader is vooral blij om te zien dat zijn zoon zoveel plezier heeft in het voetballen. ‘’Hij speelt al zes jaar op eerste klasse niveau en hij weet altijd wel bij de bovenste drie te eindigen. Dit is zeker een knappe prestatie, omdat niet veel teams in de omgeving Goeree-Overflakkee op dit niveau spelen.’’

Jaren geleden is de trainer begonnen bij Stellendam en dat geldt ook voor zijn nageslacht. Nu zijn zij beide actief bij WFB in Ouddorp, maar waar zien zij elkaar over tien jaar? ‘’Ik durf echt niet te zeggen waar Joep over tien jaar staat. Er kan zoveel gebeuren met jeugdspelers van die leeftijd. School, werk, vrienden, het kan allemaal invloed hebben. Ik zou het leuk vinden als ik ooit nog een keer trainer van hem ben in een eerste elftal.’’ Dit kan natuurlijk ook al over drie jaar zijn bij wijze van. Ook Joep denkt dat dit realistischer is. ‘’Over tien jaar hoop ik dat mijn vader nog steeds trainer is, maar ik denk niet dat dit gaat gebeuren. Het kost veel tijd energie en ik denk dat hij tegen die tijd wel andere dingen aan zijn hoofd heeft.’’

Klik hier voor meer artikelen over WFB.
Klik hier voor meer informatie over WFB.

Desevio en Deron Payne: voetbalbroers bij Koninklijke HFC

Nadat een veelbelovende carrière voor Desevio Payne werd gedwarsboomd door blessures, besloot hij om in de Tweede Divisie aan de slag te gaan bij Koninklijke HFC. Hier vindt hij het plezier in het voetbal terug. Bij de club uit Haarlem voltrekt zich een unieke situatie. Desevio’s naaste concurrent op de rechtsbackpositie is namelijk zijn jongere broer Deron. Zorgt dit voor een strijd tussen broeders?

IT-RijnsburgHAARLEM – Ze groeiden beiden op in een warm gezin met een Amerikaanse vader en een Nederlandse moeder. Vader en moeder Payne ontmoetten elkaar in South-Carolina, waar ze allebei studeerden. Ze bleven in Amerika wonen, waar Desevio deels opgroeide. Zeven jaar later kwam broertje Deron ter wereld, die in Nederland opgroeide. Vader Ashton kon een aardig balletje trappen en speelde in het voetbalteam van zijn college in South-Carolina. De moeder van Desevio en Deron, Petra, was softbalster en kreeg naast een voetballende man drie zoons die zich toelegde op het voetbal. Drie jaar na Deron kwam ook nog jongere broer Devyn, inmiddels actief bij ADO Den Haag Onder 17.

Een warm, maar gedisciplineerd gezin. Ashton kon streng zijn voor zijn zoons, maar dat heeft ze wel gebracht tot waar ze nu staan. Desevio: “Onze vader heeft ons vooral geleerd om gedisciplineerd te zijn. Ik kende bijvoorbeeld zelf heel veel tegenslagen, vooral qua blessures. Mentaal kon ik er dan volledig doorheen zitten, maar hij bleef mij motiveren zodat ik doorging met hard werken, zodat ik volledig gedisciplineerd bleef. Hij bleef ook altijd kritisch, wat de omstandigheden ook waren. Op die manier kon ik altijd het beste in mezelf naar boven halen.” Moeder Petra zorgde in het huishouden voor een mooie balans. Zij focuste zich vooral op het schoolleven van de jongens en had het niet te vaak over voetbal. Deron: “Onze moeder was aan de ene kant vooral bezig met onze school en aan de andere kant was ze heel supportive op haar eigen manier. Onze vader kon na een slechte wedstrijd weleens kritisch zijn en dan kon onze moeder ons altijd geruststellen. De kritiek was zeker goed en belangrijk voor ons, maar de zachte woorden van onze moeder hielden het mooi in balans.”

Nu jaren later is er een bijzondere situatie ontstaan, waarin Desevio zijn negentienjarige broertje onder zijn hoede neemt bij Koninklijke HFC en min of meer de rol van zijn vader overneemt. De gebroeders Payne zijn beide rechtsback, maar er bestaat geen twijfel over de vraag of er sprake is van rivaliteit tussen beide broertjes. Desevio: “Absoluut niet. Deron speelde al bij deze club en dat is ook de reden dat ik hier naartoe ben gekomen. Niet om de concurrentie met hem aan te gaan, maar om hem te helpen om stappen te zetten. Ik zou mezelf ook aan de kant zetten als het om zijn ontwikkeling gaat. Vorig jaar was hij er nog niet helemaal klaar voor om te spelen, maar nu begint hij zijn minuten te maken. Ik adviseer hem bovenal om altijd nederig te blijven en zichzelf nooit te vergelijken met andere spelers. Hij is pas negentien, hij kan nog zoveel mooie stappen zetten.” Deron had in het begin wel eens moeite met de opbouwende kritiek van zijn broer. Toch neemt hij uiteindelijk al zijn adviezen ter harte. “Soms wil ik even niet luisteren naar zijn tips, na de training bijvoorbeeld. Maar als ik dan thuis kom, denk ik: ja, hij heeft wel gelijk. Sommige dingen weet ik zelf ook wel en dan wil hij het toch extra benadrukken. Dan denk ik wel eens: hou even je mond. Daarna besef ik me dat die kritiek me juist scherp houdt.”

Tegen De Treffers speelden beide broers voor het eerst samen. Deron nam als invaller de rechtsbackpositie over van Desevio, die verhuisde naar de plek centraal in de verdediging. Een uniek en mooi moment voor de gebroeders Payne. Ze blijven er beiden nuchter onder. Desevio: “Het was leuk om samen te spelen. We weten beiden dat we het niet te groot moeten maken, dus we blijven gewoon ons ding doen. Ik coach hem misschien iets meer als dat ik andere spelers coach, maar verder ben je gewoon teamgenoten. Je beseft dat je broers bent, maar je bent vooral één team. Daar leggen wij ook de focus op in de wedstrijd.” Deron knikt instemmend.

Blessures
De carrière van Desevio Payne is er een die geteisterd werd door blessures. Op het hoogste niveau speelde hij voor FC Groningen, Excelsior en FC Emmen. Vanwege twee sporthernia’s en problemen met zijn lies moest hij maar liefst drie keer onder het mes. In een periode van vier jaar was hij nooit voor een langere tijd fit. Frustratie zou toch de boventoon moeten voeren, maar toch komt de nuchtere kant van de gebroeders Payne weer naar boven en kijkt hij niet alleen met een negatieve blik terug op zijn tijd als prof. “Natuurlijk was het een lastige tijd. De eerste keer denk je dat je sterker terugkomt. De tweede keer denk je: oké, kan nog gebeuren. Maar bij de derde keer weet je dat het lastig gaat worden. Je hebt dan zoveel gemist. Dan weet je dat het ophoudt. Toch kijk ik terug op een mooie tijd. Ik heb bijvoorbeeld wedstrijden gespeeld bij jeugdelftallen van Amerika. Je gaat je beseffen welke dingen je wel hebt kunnen doen en daar ben ik heel dankbaar voor. Ondanks de lastige carrière van Desevio kijkt Deron naar hem op. “Hij kende een lastige tijd, maar heeft er toch het maximale uitgehaald en mooie dingen bereikt. Daar ben ik trots op. Ik zie Des als mijn grote voorbeeld. En hij bekleedt ook nog eens dezelfde positie als ik. Dat maakt het extra mooi!”

Het stapje hogerop
De familie Payne is een trots gezin. De gebroeders Payne maken het trotse gevoel nog groter door te doen waar ze het beste in zijn, namelijk hard werken en nederig zijn naar de buitenwereld. In combinatie met de kwaliteit die Deron bezit, verwacht Desevio dat zijn broertje hiermee ver kan komen. “De kwaliteit is er. Ik ben ervan overtuigd dat hij een stap hogerop kan. Waarheen? Dat maakt niet uit. Dat komt wel op zijn pad.” Deron timmert volop aan de weg en is zelfverzekerd. Een mooie toekomst ligt in het verschiet. “In mijn omgeving zeggen veel mensen dat ik een stapje hogerop kan, dus aan het zelfvertrouwen ligt het zeker niet.” (JS)

Meer informatie over Koninklijke HFC? Klik hier.
Klik hier voor meer artikelen over
Koninklijke HFC.

Ian van Otterlo wil zichzelf testen in het shirt van Rijnsburgse Boys

Profvoetballer hoeft hij niet te worden, maar Ian van Otterlo wil wel zo hoog mogelijk spelen binnen het amateurvoetbal. De 26-jarige middenvelder was een paar jaar geleden nog in de Hoofdklasse actief bij Ter Leede. Hij zette grote stappen in zijn carrière. Nu mag hij het laten zien in de Tweede Divisie, bij Rijnsburgse Boys. “Natuurlijk had ik door dat ik hier niet zomaar de rol zou krijgen die ik bij Ter Leede had, maar ik heb zeker nog geen spijt.”

IT-RijnsburgRIJNSBURG – Samen met trainer Henk Wisman liet Van Otterlo goede dingen zien bij Ter Leede. Dat leidde in 2019 in de Hoofdklasse A Zaterdag tot een kampioenschap. Van Otterlo was één van de beste spelers. Hij maakte de doelpunten erg gemakkelijk. Dit deed hij ook in de Derde Divisie. Wisman had na de promotie de stap gemaakt naar Rijnsburgse Boys. “Ik vermoed dat hij dacht dat ik Rijnsburgse Boys wel aan zou kunnen. Er waren ook andere clubs uit de Tweede Divisie die me wilden hebben. Ik vond het belangrijk dat ik de trainer hier ken. Soms ben ik in het veld opvliegerig of luister ik niet. Dan is het handig dat een trainer weet hoe hij met je om moet gaan. Daarnaast weet ik dat hij van voetbal houdt. Ik ben ook niet zo van het beuken of heel verdedigend spelen. Vrij voetballen vind ik prettig. Die factoren gaven voor mij de doorslag om voor Rijnsburgse Boys te kiezen.”

Van Otterlo had tijd nodig om zich aan te passen aan het hoogste amateurniveau. “Er zit een groot verschil tussen de Derde Divisie en de Tweede Divisie. Het niveau op de training is een stuk hoger. Tegenstanders zijn sneller en sterker. Er zijn veel ex-betaald voetbalspelers die het in de Tweede Divisie gewoon moeilijk hebben. Het is niet zo dat die jongens hier even boven iedereen uitsteken. Dat zegt genoeg over het algehele niveau van de competitie.” De vrolijkheid waarmee hij spreekt over het niveau bij zijn nieuwe club straalt er vanaf. Jezelf ontwikkelen is leuk, aldus Van Otterlo. “Ik wilde het graag proberen op dit niveau en daar heb ik tot nu toe zeker geen spijt van. Ik word met de week beter. Mijn handelingssnelheid gaat omhoog, daar word je toe gedwongen tijdens trainingen en wedstrijden. Wat nu vooral belangrijk is, is goed luisteren en kijken naar andere jongens. We hebben een paar ervaren gasten in het team, daar kan ik veel van leren.”

Concurrentie
Voorlopig moet hij het stellen met invalbeurten bij zijn nieuwe club. Van sterspeler bij Ter Leede naar bankzitter bij Rijnsburgse Boys. Het is een andere situatie voor Van Otterlo. “Met Jeroen Spruijt staat er een hele goede speler op mijn positie. Ik voel aan mezelf dat het er langzaam aan zit te komen. Dat bevestigt de trainer ook. Hij zegt tegen me dat het beter gaat. Op iedere positie hebben we twee goede spelers lopen. Het seizoen is nog lang, dus er komen nog genoeg kansen.” Ondanks het gebrek aan basisplaatsen aan het begin van het seizoen, gaat Van Otterlo niet met een rotgevoel naar de club toe. “Natuurlijk wil ik in de basis komen. Als dat niet lukt, wil ik belangrijk zijn voor het team met invalbeurten. Natuurlijk had ik door dat ik hier niet zomaar de rol zou krijgen die ik bij Ter Leede had, maar ik heb zeker nog geen spijt. Ik ga niet bij de pakken neerzitten of zitten zeuren bij de trainer. Gewoon geduldig wachten op mijn kans en dan zal ik zorgen dat ze niet meer om me heen kunnen.”

Bij zijn nieuwe club voelde Van Otterlo zich vanaf dag één thuis. Hij is goed opgevangen door iedereen binnen en rondom de club. Enthousiast vertelt hij over zijn nieuwe omgeving. “Ik had al van Henk Wisman gehoord dat de spelersgroep heel leuk is. Dat merk ik zelf nu ook. We trainen hard, maar het is ook echt gezellig. Ook heb ik goed contact met het publiek. Na de wedstrijd gaan ze hier een biertje drinken in de kantine. Of je ziet ze in het sponsorhome. Dan maak je een praatje. Dan geven ze vaak aan dat ze blij met me zijn en dat ze me graag zien spelen. Dat is mooi om te horen. Fans proberen je ook een hart onder de riem te steken als je bijvoorbeeld niet speelt.”

Derby’s in de Bollenstreek
Voor zijn nieuwe club hoefde hij niet ver te reizen. In een kwartier ben je met de auto vanaf Ter Leede bij Rijnsburgse Boys. Er zijn sowieso veel clubs in de omgeving. Het zorgt voor een paar prachtige derby’s. “Hier in de Bollenstreek zitten best wel wat clubs. We hebben de wedstrijd tegen Katwijk al gehad. We speelden thuis en het was echt een gekkenhuis. Rijen dik aan supporters en vuurwerk. Dan ben je wel ready voor de wedstrijd hoor. We wonnen met 2-0 en iedereen ging helemaal los langs de kant. Ik kom zelf uit Amsterdam, dus voor mij is Rijnsburg tegen Katwijk minder beladen. Maar je merkt aan de supporters hoe belangrijk die wedstrijden zijn. Je voelt extra spanning en dat soort wedstrijden wil je zeker winnen, maar het is niet dat ik er een week lang met extra spanning naartoe leef.”

Het doel van Rijnsburgse Boys voor dit seizoen is om bovenin mee te draaien in de Tweede Divisie. Van Otterlo beseft zich dat het geen gemakkelijke opgave zal zijn. “Ik denk dat we voetballend voor niemand onder hoeven te doen. Wij zullen, net als alle andere ploegen, elke wedstrijd top moeten zijn om te winnen. Op een paar teams na ligt het niveau in deze competitie zo dicht bij elkaar. Iedereen kan van elkaar winnen. Als je net niet scherp genoeg bent, kun je elke wedstrijd zomaar verliezen. Dat idee houdt ons ook scherp op de trainingen, want elk weekend wacht weer een zware pot.” (CG)

Voor meer informatie over Rijnsburgse Boys klik hier.
Meer artikelen van Rijnsburgse Boys klik hier.

In gesprek met dames 1 van VV Smitshoek

Ze zijn een leuke, gezellige en gemotiveerde groep vrouwen die spelen in het eerste team van VV Smitshoek. Ze worden getraind door de zeer fanatieke trainers Carlos en Eric die elke dinsdag en donderdag een pittige training verzorgen en zaterdag fanatiek langs de lijn staan om het team door de wedstrijd te coachen. Eric is naast assistent-trainer ook onze vaste grensrechter die door weer en wind langs de lijn staat in de vierde klasse.

Dominos_voorjaar2021

Het dameselftal is een collectief elftal. ‘’Dit seizoen zijn er meerdere meiden doorgestroomd vanuit de jeugd, maar er zijn ook dames die al meer dan 15 jaar met elkaar voetballen. Deze variatie pakt goed uit en iedereen komt goed met elkaar overheen. Mocht even het even niet zo lekker lopen kan assistent-trainer Eric ons altijd wel aan het lachen krijgen. In de derde helft zijn we ook regelmatig actief en nemen Anouk, Marinthe en Lieve de ploeg op sleeptouw.’’

De coronapandemie gooide roet in het eten. ‘’Vlak voor de coronapandemie lagen wij op koers voor het kampioenschap, maar door het virus hebben we dat seizoen niet kunnen verzilveren. Nu gaan we er dit seizoen gewoon weer voor, zolang corona het toelaat. Ongeacht dat we dit seizoen niet afgesloten hebben is dit toch een hoogtepunt van de ploeg. We gingen ongeslagen richting een kampioenschap en alles kwam samen. Het spel was erg goed, de sfeer in het team was top en alles viel op de juiste plek.’’

phonedirect

De mooiste wedstrijd samen was de pot tegen Xerxes DZB. ‘’Er stond ons een lastige uitwedstrijd te wachten en aan deze wedstrijd klopte gelukkig alles. Er werd goed gecommuniceerd, we speelden goed samen, de posities werden op een juiste manier overgenomen en voor elke meter werd gevochten. Van het start tot eind was dit onze beste wedstrijd van het seizoen. Het werd uiteindelijk een zwaarbevochten 1-2 winst, dat uiteraard heerlijk voelde!’’

Dit jaar gaan ze weer vol voor het kampioenschap! “Voor nu liggen we wederom op koers voor het kampioenschap en zijn we winterkampioen geworden, maar in de top zit het wel allemaal erg dicht op elkaar. Daarnaast willen wij natuurlijk elk seizoen beter worden. Daar wordt elke training dan ook keihard voor gewerkt.’’ Een team is nooit compleet. ‘’We zijn nog wel opzoek naar nieuwe speelsters die ons team komen versterken. Dus mocht je het voetballen leuk vinden en enthousiast zijn, wij trainen op dinsdag- en donderdagavond van 20:15 tot 21:45, dus voel je vrij om even te buurten!’’

Voor meer informatie over Smitshoek, klik hier.
Meer artikelen lezen over Smitshoek, klik hier.

Karo Sarkis en Mohamed Jacob stomen de jeugd van FC Right-Oh klaar voor selectievoetbal

Ze spelen zelf al jaren in de selectie bij FC Right-Oh, maar zijn dit jaar tegelijkertijd trainer van de JO-17. Een dubbelfunctie waar Karo Sarkis en Mohamed Jacob van genieten. Ze zijn waarschijnlijk bezig met de laatste stappen als selectiespelers en stomen de jeugd klaar om zelf de stap naar het eerste of tweede elftal van hun club te maken.

GEERTRUIDENBERG – “Ik ben wel een beetje op een leeftijd gekomen dat ik zoiets heb dat het na zo’n dertien jaar selectievoetbal wel mooi is geweest”, zegt Sarkis. “Ik merk dat het nu steeds iets leuker wordt om training te geven dan zelf te spelen. Het is ook leuk omdat ik die jaren aan ervaring in de selectie meeneem in het training geven.” Jacob knikt bevestigend. “Ik voetbal iets korter in de selectie, nu zo’n negen of tien jaar. Je neemt echt alles uit die periode mee en laat aan de jongens zien wat je hebt meegekregen.”

Dominos_voorjaar2021

Het past perfect bij de filosofie die ze hebben, de jeugd klaarstomen voor het ‘echte werk’. “We zijn daar vrij duidelijk in bij de groep. Er is nog een Onder 19 die de stap eerst moet maken, maar in onze manier van werken hebben we bij de Onder 17 bepaalde aspecten wat betreft hoe het werkt in selectieteams”, legt het duo uit. Dan kun je denken aan ‘niet trainen is niet of minder spelen’ en bij een blessure moet je je laten behandelen door de verzorger of eventueel fysio die bij de club betrokken is. Je moet zorgen dat je fit bent, waar dat mogelijk is. “Op die manier is het geen verrassing als je straks bij de selectie ineens negentig minuten op de bank zit omdat je dat hebt gedaan.”

Sarkis (29) en Jacob (27) zitten qua leeftijd niet extreem ver weg van de tieners die ze onder hun hoede hebben. “We staan wel echt boven de groep”, zegt de oudste van de twee trainers. “Maar het is wel de moeilijkste groep die je qua leeftijd kunt hebben. Ze testen jou ook uit hoe ver ze kunnen gaan, dat is ook wel mooi.” Jacob ziet daar ook een positief punt in. “Daardoor testen we onszelf ook. Hoe ver kunnen wij gaan, dat maakt het ook leuk om deze groep te trainen.”

StreetCars_voorjaar2021 (1)

Het duo kijkt naar de lange termijn – het afleveren van spelers bij de selectie, maar kijkt tegelijkertijd ook naar de korte termijn. “We hebben echt een ploeg die voor het kampioenschap kan gaan. Dat spreken de jongens ook uit.” Voor Sarkis – die gevraagd werd door Jacob om aan te sluiten als trainer – was het ook één van de eisen, een ploeg op een bepaald niveau en van een bepaalde leeftijd. “Ik wilde niet bij een groep met alleen maar mindere voetballers, waar je eigenlijk meer politieagentje aan het spelen bent in plaats van de spelers echt iets leren.”

Sarkis en Jacob hebben een goede klik, waardoor ze als duo goed kunnen samenwerken. “Buiten het veld hebben we ook een klik. We begrijpen elkaar. Buiten het voetbal weten we elkaar ook te vinden”, zegt Jacob. Sarkis vult aan. “Qua voetbal, hoe we dat voor ons zien, denken we hetzelfde. Daar waren we het vrij snel over eens. Maar er zijn ook verschillen. Hij is een wat rustiger type, ik ben dat niet. Daarin vullen we elkaar goed aan. Vooraf hebben we ook gezegd dat we geen ‘jaknikker’ naast ons hoeven te hebben. Als je altijd alleen maar ‘ja’ zegt is het ook niet leuk of goed. Nu werkt het perfect. Op de vrijdagavond zijn we samen de opstelling al aan het fixen”, zeggen ze met een glimlach.

Naast een leerschool voor de jeugdspelers, is het ook voor de trainers een mooie les voor de toekomst. Jacob verwacht niet dat hij verder gaat als trainer bij de senioren, Sarkis heeft die ambitie wel. “Het lijkt mij wel gaaf. Ik denk dat ik ook wel een bepaald verstand van voetbal heb dat ik naar een groep kan uitdrukken. Ik zie dat later wel voor me.”

Klik hier voor meer artikelen of FC Right-Oh.
Meer weten over FC Right-Oh? Klik hier.

Rechtsback Hero van Lopik houdt van aanvallen

Als rechtsback vormt Hero van Lopik dit seizoen een onbetwiste basiskracht bij SV Spakenburg. Dat terwijl het 19-jarige talent, die woont en werkt op een steenworp afstand van het sportpark, de positie nog nauwelijks anderhalf jaar invult. Bijzonder gegeven: vier keer in de week staat hij op hetzelfde veld als vader Remko, keeperstrainer van de Tweede Divisionist. “Als ik hem roep tijdens de training? Dan is het ‘pa’ of ‘pap’.”

Webbanner VoetbalJournaal Robey-sportswear-teamkleding-teamwear

BUNSCHOTEN – Het moment herinnert hij zich nog goed. “Een grappig verhaal. Mijn opa is een echte Rooie. Hij voetbalde niet alleen op het middenveld bij Zuidvogels, maar ook bij IJsselmeervogels. Hij pushte me om lid te worden van de buren. Mijn vader keerde dat jaar van DVS’33 Ermelo juist terug naar SV Spakenburg. Hij wilde natuurlijk dat ik lid van de Blauwen werd. Dan luister je toch naar je vader, haha.” Een keuze waarvan hij geen moment spijt heeft. Al zorgt het nu in zijn vriendengroep voor de nodige gespreksstof. “We zijn met vijftien jongens. Slechts drie daarvan zijn Blauwen. De rest is allemaal voor de Rooien. De derby leeft daardoor enorm. Ik moet toegeven dat ik de nacht daarvoor van de spanning altijd minder goed slaap.”

Ondanks zijn jonge leeftijd maakt Van Lopik alweer voor het derde seizoen deel uit van de selectie van SV Spakenburg. “In de voorbereiding van het seizoen 2019/20 kreeg een aantal jongens uit de Onder 19 de kans om mee te trainen met het eerste elftal. Na twee weken vernam ik dat ik mocht blijven. Een mooie opsteker. Ik verwachtte mijn speelminuten dat seizoen in het tweede elftal te maken, maar ik reisde op de derde speeldag al met de selectie mee naar Kozakken Boys. In de rust liep ik wat te pielen met een bal, toen trainer John de Wolf naar me toekwam. Ik moest er bij aanvang van de tweede helft direct in.”

Van Lopik acteerde toen nog op het middenveld. “Ik ben in de jeugd begonnen als aanvaller. Eigenlijk als keeper. In de F’jes stond ik een helft onder de lat, de andere speelde ik. Voetballen vond ik veel leuker. Ik speelde voorin en vanaf de D-jeugd op het middenveld. Na de komst van trainer Eric Meijers werd ik plotseling rechtsback. In het begin betekende dat wennen, maar het ging al heel snel heel goed. Dit seizoen begon ik stroef. Sinds het systeem door Meijers voor Excelsior Maassluis-thuis is omgezet van 4-3-3 naar 4-4-2 voel ik me weer comfortabel en haal ik mijn oude niveau. Ik krijg weer ruimte om aan te vallen en heb niet standaard nog een speler voor me staan. Verdedigend moet ik stappen maken, met name in één-tegen-één duels heb ik het lastig. Al zal ik nooit een echte verdediger worden. In de toekomst is het mijn ambitie om weer belangrijk op het middenveld te zijn.”

FC Utrecht
In de D-jeugd werd de Bunschoter opgepikt door FC Utrecht. “In die periode kende de KNVB regionale jeugdteams. Met dat team speelde ik een oefenwedstrijd tegen FC Utrecht. Twee weken later werd ik uitgenodigd voor een stage en een oefenwedstrijd. Dat ging goed en een week later werd ik opgebeld dat ik mocht blijven. Of ik twijfelde? Nee, natuurlijk niet. Ik vond het prachtig. Ik was in die periode al fan van FC Utrecht, aangestoken door mijn oom en neef. In mijn eerste jaar zat ik nog in groep 8 van de basisschool. Ik mocht elke dag om 12.00 uur gaan en dan bracht mijn moeder me naar Zoudenbalch, het trainingscomplex. Een seizoen later ging ik naar het Oosterlicht College in Vianen, net als bijna alle jeugdspelers van FC Utrecht. Werd ik elke ochtend tussen 6.15 uur en 6.30 uur opgehaald. Met busjes werden we daarna ook naar het trainingscomplex gebracht. Elke avond was ik om 19.00 uur thuis. Jasper Beekhuis, nu mijn ploeggenoot, zat ook in dat busje.”

Drie jaar maakte Van Lopik deel uit van de jeugdopleiding. “Toenmalige ploeggenoten als Djevencio van der Kust, Raymond Huizing en Reda Akmum spelen nu voor Jong FC Utrecht in de Keuken Kampioen Divisie. In de competitie stond ik tegenover de broertjes Timber, Ryan Gravenberch, Brian Brobbey en Mohamed Ihattaren. Met FC Utrecht waren we middenmoter. Helaas begon ik pas laat te groeien. De andere jongens waren allemaal groter en fysiek sterker. Ik kreeg moeite met het niveau en concludeerde dat ik niet goed genoeg was. Natuurlijk baalde ik. Een jongensdroom viel in duigen. Ik zette de knop snel om en wilde me herpakken. Ik meldde weer aan bij Spakenburg, ging weer lekker in het dorp naar school, hoefde niet meer elke ochtend voor dag en dauw op en was op een normale tijd thuis. Die lange dagen bleken voor mij achteraf te zwaar.” Hij is FC Utrecht niet vergeten. “Ik zit regelmatig op de Bunnikside bij de thuiswedstrijden. Niet bij de harde kern hoor. Vaak bijna bovenin. Van daaruit heb ik het beste zicht.”

In het voorjaar van 2020 slaagde hij voor de havo en sindsdien werkt hij fulltime bij De Vitaminebron, een groenteboer in Bunschoten-Spakenburg. “Al sinds mijn vijftiende loop ik daar rond. De winkel zit in het centrum. Ik werk in het productiegedeelte, dat op het bedrijventerrein huist. Daar bereiden we alles voor, zodat het de winkel in kan. Boontjes snijden, dat soort werk. Volgend schooljaar ga ik weer een opleiding volgen. Iets in de sport. Begeleider, fysiotherapeut, opvang, een baan waarbij ik met mensen werk. Ik ben absoluut niet iemand die dagelijks van negen tot vijf achter een computerscherm op kantoor zit. Dat is niets voor mij.”

Tips
Vader Remko komt hij niet alleen thuis, maar ook vier keer in de week op het veld tegen. “Hij traint de selectiekeepers. Ik zie hem dan als collega. Wanneer ik hem aanspreek, probeer ik meestal een naam te vermijden. Als het niet anders kan, is het ‘pa’ of ‘pap’. We evalueren thuis altijd mijn wedstrijd. Hij is straight to the point, zegt eerlijk hoe het is. Dat kan hard aankomen, maar daar houd ik van. Hij geeft me tips, maar zegt me ook als ik een verkeerde keuze heb gemaakt.”

Dit seizoen hoopt Van Lopik met Spakenburg snel in rustiger vaarwater te komen. Iets dat moet gebeuren onder het nieuwe trainersduo Chris de Graaf en Jochem Twisker. “We stonden vorig seizoen tweede toen de coronastop volgde. Als doel formuleerden we deze zomer minimaal top zes, al sloten we niet uit voor het kampioenschap te gaan. Waarom het niet is gelukt, is moeilijk aan te geven. Nu zijn we blij als we zevende of achtste eindigen. Als we dat bereiken en we één of twee keer de derby winnen, kunnen we toch tevreden terugkijken.” (SB)

Meer informatie over SV Spakenburg? Klik hier.
Klik hier voor meer artikelen over SV Spakenburg.

René van der Gijp haalt € 11.864,80 op voor meisjeskleedkamer bij VV Groote Lindt

Maandagavond was bij Veronica Inside de uitreiking van de opbrengst van de wekelijkse TOTO te zien. In de uitzending zagen wij hoe René van der Gijp die middag in de kantine aanwezig was om zijn opbrengst te overhandigen aan Rob van de Pol. Onder luid gejoel van een aantal Groote Lindt jeugdspelers werd het bedrag hartelijk in ontvangst genomen.

Sport-centrum-dordrecht_internetbalk_2020

Iedere maandag- en vrijdagavond vulden de mannen van VI de wekelijkse TOTO. René was aan Groote Lindt gelinkt en met de opbrengst van zijn goed voorspelde wedstrijden hadden ze een mooi doel: een kleedkamer voor het meisjes- en het damesvoetbal van Groote Lindt. Het streef bedrag voor de club lag rond de 5000,- euro, maar dit werd meer dan verdubbeld! Nu kunnen we nog zoveel meer onderhanden nemen op de club! Rob van de Pol liet René ook nog even de kleedkamer zien waar dit mooie bedrag van € 11.864,80 voor gebruikt gaat worden.

In het fragment is een klein tipje te zien van het VoetbalJournaal die bij elke voetbalclubs goed gelezen worden in alle voetbalkantines van de regio!

Voor de link van het filmpje klik hier.

Bron foto: website Groote Lindt

 

Klik hier voor meer informatie over Groote Lindt
Klik hier voor meer artikelen over Groote Lindt

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang nu ook maandelijkse het laatste nieuws uit het amateurvoetbal in jouw regio.